CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 12 april 2022

gemeenteraad 12 april 2022, gemeente Maassluis12.431 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE MAASSLUIS d.d. 12 april 2022

1.

Opening openbare raadsvergadering De voorzitter: De vergadering is geopend, allemaal van harte welkom. Eerste vergadering van de gemeenteraad en tegelijk een extra vergadering. Afmeldingen zijn van mevrouw Petronilia en de heer De Jong.

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Vaststellen van de agenda. Voor het actualiteitenhalfuur heeft de heer Van den Hoek zich aangemeld, hij stelt het functioneren van de Formulierenbrigade aan de orde. Verder staat er één punt op de agenda, de continuering van de noodopvang voor de vluchtelingen.

3.

Spreekrecht De voorzitter: Agendapunt 3. Mevrouw Sonneveld wil graag inspreken over het agendapunt 6, de noodopvang. Mevrouw Sonneveld, als u die microfoon wil gebruiken, het knopje indrukken, dan heeft u maximaal vijf minuten de tijd. Mevrouw Sonneveld: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, geachte leden van de gemeenteraad, laat ik mij eerst even voorstellen. Ik ben Marja Sonneveld en woon aan de overkant van de Lady Anne. Ik maak ook deel uit van de klankbordgroep. In de media wordt breed uitgemeten over buschauffeurs die niet meer naar azc’s durven, winkeliers die grote problemen hebben. Ik had dan ook geen idee wat we konden verwachten toen de Lady Anne arriveerde. Terugkijkend op de afgelopen drie maanden moet ik constateren dat er geen enkele wanklank is geweest. De vooringenomenheid waarmee sommige Maassluizers de Lady Anne tegemoet traden, soms het gebrek aan gastvrijheid en onwaarheden over overlast hebben mij dan ook doen besluiten hier vanavond mijn verhaal te vertellen. Want we hebben immers allemaal een andere manier van kijken naar het onbekende. Wellicht heeft u in het artikel in het AD gelezen over het feit dat sommige Oekraïense vluchtelingen niet arm zijn. Dat geldt vast ook voor een aantal bewoners van de Lady Anne. Maar waarom zouden ze arm moeten zijn? Ze vluchten voor oorlog, bommen, onderdrukking.

Natuurlijk beschikken ze ook over een smartphone, wij toch ook? En hoe belangrijk is die juist voor hen om te kunnen communiceren met de achterblijvers? Het artikel van gisteren in Trouw laat nog een kant zien, namelijk dat burgemeester Schuiling van Groningen zich schaamt voor de omstandigheden in Ter Apel. Ons eigen Lampedusa, noemt hij het, en hij smeekt bijna om hulp van de Nederlandse gemeenten. Iemand van Vluchtelingenwerk Maassluis vertelde dat er ook mensen uit veilige landen op de Lady Anne zijn. Maar hoe veilig ben je, bijvoorbeeld in Turkije, als je het niet eens bent met het regime en op de lijst van de gezochte personen bent terechtgekomen? Of als je bent gevlucht naar Saoedi-Arabië waar je vrouw en dochters zich nauwelijks buiten kunnen begeven, tenzij helemaal ingepakt en afgeplakt en onder begeleiding? Mijn ervaring is dat we mensen alleen kunnen leren kennen door ontmoeting. Dat hoeft geen diepgaande uitwisseling te zijn, maar je moet het wel willen en durven. Want er is moed voor nodig om een open gesprek aan te gaan, meer, veel meer dan vanuit onderbuikgevoelens maar wat roepen. Ik ben in de gelegenheid geweest een aantal mannen te ontmoeten. Een automonteur die onder andere helpt met koken in De Hooftzaak, omdat hij zo graag iets omhanden heeft. Een arts die papier prikt langs de Waterweg om iets terug te doen aan de Maassluise samenleving.

Een leraar die me corrigeert als ik in het Engels over wil gaan, want zo kan hij geen Nederlands leren. En dan een andere man, die het liefst de hele dag naar huis belt omdat hij zijn vrouw en kinderen zo

mist. Ik denk dat ze er wel een beetje tureluurs van worden. Sommige vluchtelingen, meer dan menig burger, waren geïnteresseerd in onze verkiezingen en proberen ook nog steeds online de gemeenteraadsvergaderingen te volgen. Maar ik ontmoette ook een verkoper, een basisschoolonderwijzer, een student en een ambassademedewerker, allemaal met hun eigen verhaal. Over hoe ze, soms halsoverkop, moesten vluchten, vast kwamen te zitten in kampen zoals in Turkije en Jordanië, of ternauwernood nog met een vlucht uit Afghanistan mee konden. Wat opvalt is dat deze mensen zo blij zijn met elk initiatief dat hun een beetje afleiding bezorgt. Een keer een strandwandeling, een uitleg over de Blankenburgtunnel ter plekke. Dankbaar voor deze opvangplek, terwijl er natuurlijk ook de ongemakken zijn van het op elkaars lip zitten, zeker bij slecht weer. En tegelijkertijd die martelende onzekerheid: wat gaat er nu weer met ons gebeuren, waar komen we straks weer terecht? Want vanavond wordt er niet maar beslist over de ligplaats van een schip, maar over het lot van mensen, ontheemde mensen. Laten we wel zijn, wat heeft de aanwezigheid van de Lady Anne ons nou gekost de afgelopen maanden? Een beetje betrokkenheid, een beetje medemenselijkheid, een beetje vriendelijkheid. Dat kunnen we toch zeker ook langer? De voorzitter: Dank u wel, dat waren hele mooie woorden.

Zijn er raadsleden die vragen willen stellen aan mevrouw? Niemand? Ja, wel? O, ja, mevrouw Mulder. Mevrouw Mulder-Solleveld: Ik wil niet per se een vraag stellen, maar ik wil wel even bedanken voor uw mooie inbreng, want meestal komen mensen alleen maar om te vertellen wat ze allemaal niet positief hebben ervaren, of waar ze iets over te mopperen hebben. Dan is het heel fijn om deze mooie woorden te horen en dat u het zo positief ervaren heeft. Mevrouw Sonneveld: Dankjewel. De voorzitter: Dank u zeer. 4.

Vaststellen besluitenlijst van het Debat op Dinsdag van 15 februari 2022 De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 4, ‘Vaststellen besluitenlijst van het Debat op Dinsdag van 15 februari jongstleden’. Ik neem aan dat we dat kunnen vaststellen.

5.

Actualiteitenhalfuur De voorzitter: Dan komen we bij het ‘Actualiteitenhalfuur’, wat ook korter mag duren. De heer Van den Hoek wil graag spreken over de Formulierenbrigade. De heer Van den Hoek, u zit tegenwoordig daar. De heer Van den Hoek: Dank u, voorzitter. Voorzitter, wij hebben in de SVM-gemeenten een Papierenbrigade. Voorzitter, ik vraag me eigen af, waarom noemen we dat nou eigenlijk een Papierenbrigade, kunnen we dat nou niet beter een andere naam geven, Computerbrigade? Ik zal u dit voorbeeld geven waarom ik dat denk. Er is een burger in Maassluis van 85 jaar die noodgedwongen moest verhuizen vanuit een sloopwoning. Deze krijgt een woning in De nieuwe Vliet. Door de verhuizing heeft ze recht op een vergoeding via Maasdelta van een bedrag van even 5000 euro, maar daarnaast is er een afspraak dat mensen met een minimuminkomen ook recht hebben op iets meer dan 800 euro verhuiskosten via de gemeentelijke bijzondere bijstand. Nu komt deze vrouw bij het loket en legt dit uit, doordat ik ze daar heen gestuurd had. Dan wordt ze weggestuurd dat ze het maar zelf moet gaan aanvragen en maar een DigID moet nemen. Ten eerste heeft deze vrouw geen computer en ook helemaal geen telefoon en ze weet ook helemaal niet hoe dat werkt, geeft ze aan. Er wordt gezegd: dan koopt u maar een telefoon. Ook wordt er gevraagd: waarom gaat u dat bedrag niet lenen? Op 85

jaar lenen, waar krijgt deze vrouw een lening? Nou, mooi. Hoe gaat ze ermee om? Kan ze niet. Daarom vraag ik mij af: waarom is nou Papierenbrigade, als je zo met burgers omgaat? Dat lijkt mij, als je alles via DigID moet doen, dat deze Papierenbrigade dan overbodig is en geldverspilling. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Kuiper. De heer Kuiper: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, allereerst wat informatie. De Formulierenbrigade, zoals die heet, is een organisatie waarbij alle inwoners van de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis laagdrempelig ondersteuning kunnen krijgen bij het invullen van formulieren. Ook omdat sommige mensen sommige brieven niet goed begrijpen, of sommigen digitale of papieren formulieren niet goed wijs uit kunnen. Dan kunnen ze telefonisch een afspraak maken, of langskomen en dat zit hier in het stadhuis. Dan gaat dat bijvoorbeeld over de huur- of de zorgtoeslag, aanvragen voor het Jeugd Sport & Cultuurfonds, de collectieve aanvullende verzekering enzovoorts, enzovoorts. Er zijn – ik heb het nog even nagevraagd naar aanleiding van uw opmerking – afgelopen jaar 25.125 contacten geweest met de Formulierenbrigade en zijn er geholpen van onze inwoners. Het jaar daarvoor 22.000. De jaren daarvoor was het nog veel hoger, maar we hebben de collectieve aanvullende verzekering gedigitaliseerd. Dan meteen een bruggetje naar uw opmerkingen.

Natuurlijk kan het zijn dat er fouten zijn gemaakt. Ik kan het op basis van wat u zegt niet direct beoordelen. Het klinkt niet goed en we zullen het uitzoeken. Maar mijnheer Van den Hoek weet ook dat als er dat soort situaties zijn, dat hij zich altijd bij mij kan melden, maar ook als inwoners zich bij het loket niet voldoende geholpen voelen, is er ook gewoon een procedure dat ze kunnen aangeven: maar ik word hier niet goed mee geholpen, ik wil graag door iemand anders worden geholpen. Dan zit er automatisch een escalatie naar een andere medewerker of een leidinggevende om uit te zoeken hoe het verkeerd gaat, dat ben ik vanmiddag nog even nagegaan. Dus de individuele casus kan ik niet beoordelen en tegelijkertijd, er kunnen dingen fout zijn gegaan, dat gaat altijd met dit soort aantallen soms mis. Dan is het natuurlijk iets wat wij betreuren. Er zijn 24 medewerkers bij betrokken, tien zitten daar als een project met het behoud van uitkering om te re-integreren en negen personen met een verlengde, met een aanstelling in het kader van het re-integratieprogramma op weg naar reguliere arbeid. Dus ja, er is ook veel verloop. Ik hoop dat de heer Van den Hoek de mevrouw in kwestie naar me doorgeleid, zoals we dat wel eens vaker hebben gedaan, dan zal ik nagaan hoe het in haar individuele geval beter kan worden geregeld.

Want het feit dat we de verhuiskostenregeling hebben en ook de aanvullende bijzondere bijstand vanuit de gemeente is juist voor dit soort verhuisgevallen van grote waarde en daar hecht ik zeer aan dat het ook terechtkomt bij de mensen die daar recht op hebben. Dank u wel. De voorzitter: Ik dank u wel. Zijn er andere raadsleden die wat willen zeggen over dit onderwerp? Niet? De heer Van den Hoek, nee? Dan ronden we het hierbij af. Debat 6.

Raadsvoorstel tot continueren noodopvang vluchtelingen op schip De voorzitter: Dan komen we bij het hoofdpunt van vanavond, het ‘Raadsvoorstel tot continuering noodopvang vluchtelingen op het schip’. Eerste termijn spreektijd van anderhalve minuut per fractie en vijftien minuten voor het college, tweede termijn één minuut per fractie en vijf minuten voor het college. Ik stel voor dat we weer staand het woord voeren. Hoe zullen we beginnen? Ja, GroenLinks, de heer Kleijwegt. De heer Kleijwegt: U was toch niet mijn naam vergeten, hè? Gelukkig. Ja, wat moet ik nou nog zeggen na dat prachtige betoog van de inspreker? Want ik vind eigenlijk dat zij gewoon de spijker op zijn kop sloeg. Voorheen leefden er vooroordelen in de stad over: wat gaat hier gebeuren, komen er misschien mensen uit

veilige landen die alleen maar relletjes komen schoppen? Nou, dat is natuurlijk niet gebeurd, dat was ons ook van tevoren al … We hebben dat gezien in andere gemeenten dat dat niet is gebeurd. Daar zijn we natuurlijk uiteraard heel blij mee, want ja, je zou maar moeten vluchten voor oorlog en geweld, dat kan je je haast niet voorstellen, dat is verschrikkelijk. Wij kunnen nu letterlijk een veilige haven bieden. En ja, we steken vluchtelingen letterlijk een hart onder de riem, hè? Kijk ook bijvoorbeeld over de vluchtelingen, Oekraïners, hoeveel spullen er zijn ingezameld. Dat is prachtig om te zien. We doen met zijn allen wat we kunnen, de saamhorigheid in Maassluis is groot en het draagvlak hiervoor om dit te verlengen is uiteraard ook groot, want het is gewoon broodnodig. Iedereen weet dat het nodig is. Dus ja, meer woorden ga ik er ook niet aan vuil maken, voorzitter. Verlengen die hap. De voorzitter: Dat is duidelijk. De heer Van den Hoek, aan u het woord. De heer Van den Hoek: Bedankt, voorzitter. Allereerst wil ik de mevrouw bedanken die het betoog heeft gehouden. Voorzitter, gezien wij het besluit al hebben aangegeven waren wij tegen de plaatsing van de opvangboot.

Waarom waren wij tegen? We hebben het nog gevraagd aan de wethouder, aan de voorzitter: voorzitter, wethouder, tot hoelang blijft de boot? Nee, acht weken, na acht weken is de boot verhuurd en dan is het gewoon over. Ik vind het een verkeerde gang van zaken. Waarom? Had nou gewoon precies de waarheid gesproken, had gewoon gezegd: we weten het nog niet, we gaan kijken hoelang die moet blijven tot er een plek gevonden is. Want we konden natuurlijk zelf wel besluiten: de COA had nergens geen plek, gezien de Oekraïners er ook nog eens een keertje aankwamen, zagen wij die bui al helemaal hangen. Die acht weken, dat gaat dus nooit niet lukken. Ook nu weer, voorzitter. Laten we hopen dat u dus nu een beter besluit gaat nemen als wat u toen gedaan heeft. Daar willen we het even bij laten nu. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kroonen van het CDA voor zijn maidenspeech. De heer Kroonen: Allereerst ook dank voor de inspreekster, het haalt een deel van mijn verhaal weg, maar des te beter, denk ik. Voorzitter, veel mensen worden diep geraakt door de verschrikkelijke oorlogsbeelden die ons dagelijks bereiken. We kunnen alleen maar hopen dat wij zelf deze verschrikkingen nooit hoeven mee te maken en dat wij ook zelf nooit op de vlucht hoeven te slaan.

Wij willen het college dan ook complimenteren voor de wijze waarop zij de nek uitsteekt voor de noodopvang aan vluchtelingen, alsmede de voortvarendheid waarmee de opvang van de mensen uit Oekraïne georganiseerd is. Daarnaast willen we de vrijwilligersorganisaties, verenigingen, inwoners en ambtenaren bedanken die ervoor gezorgd hebben dat we deze mensen tijdelijk een veilige haven kunnen bieden en dat we als Maassluis het verschil kunnen maken voor deze mensen. De mensen op het hotelschip hebben al omzwervingen gemaakt en vanuit dat oogpunt is het volgens ons goed dat we de noodopvang continueren. Hier kennen ze inmiddels de weg, de mensen en de hulpverlening. Omgekeerd geldt onder andere ook dat onze vrijwilligers weten waar de vluchtelingen mee geholpen kunnen worden. De boot verplaatsen naar een andere gemeente, of de mensen verspreiden over andere opvanglocaties is wat ons betreft onwenselijk en ook totaal onnodig. Het CDA Maassluis heeft nog wel enkele vragen voor het college. Waar de opvang van vluchtelingen in eerste instantie van tijdelijke aard was, namelijk acht weken, krijgt de huidige opvang, zowel de vluchtelingen op het schip als de opvang van de vluchtelingen uit Oekraïne, een meer structureel karakter.

Kunt u aangeven wat de huidige inzet vanuit de gemeente is en of de verwachting van het college is dat het structurele karakter ervoor zorgt dat er juist meer of minder aan inspanningen nodig zijn vanuit de gemeente? Het COA heeft steeds meer moeite om goede opvanglocaties te vinden voor vluchtelingen. Heeft u signalen dat het COA of de veiligheidsregio op korte termijn nog een extra beroep wil doen op Maassluis? En tot slot, tijdens het vorige debat over de noodopvang

hebben we u gevraagd om ook de overige gemeenten te vragen hun steentje bij te dragen in deze crisis en die oproep doen wij hier opnieuw. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, gefeliciteerd met uw maidenspeech. We gaan door. Mevrouw Mulder, neem ik aan. Mevrouw Mulder-Solleveld: Voorzitter, in Maassluis zorgen wij voor elkaar, voor onze inwoners, maar ook voor groepen die dat om welke reden dan ook op dat moment nodig hebben. Op 16 december jongstleden besloten wij voor acht weken de noodopvang te bieden aan maximaal zeventig volwassen vluchtelingen. Wij zijn blij te merken dat deze opvang goed verloopt. Er is een goede samenwerking tussen alle partijen die ermee te maken hebben en de inwoners van onze stad. We hebben net mooie voorbeelden gehoord. Vele vrijwilligers staan klaar om op vele vlakken hulp te bieden, dank daarvoor. De tijdelijke inwoners van het schip doen daarnaast iets terug voor onze stad: helpen bij de inrichting van De Vliet, koken bij De Hooftzaak. En dat zult u begrijpen, voorzitter, klinkt ons als muziek in de oren. Tot 1 november 2022, dat is 33 weken meer dan de acht weken die u in eerste instantie van uit bent gegaan. Laten we even duidelijk maken om te beginnen dat wij het zeker goed vinden dat wij deze groep langer moeten opvangen, daar mag geen twijfel over bestaan.

Ze zijn hier niet omdat ze dat graag willen, maar omdat er gezien de omstandigheden in hun eigen land geen andere mogelijkheid was en de opvangplaatsen in Nederland overvol zijn. En zoals ik al eerder zei, wij zorgen voor elkaar. Maar voorzitter, moest de boot vanaf april niet ingezet worden voor het cruiseseizoen? Wat we hier ook nog willen benadrukken is dat wij u 16 december vroegen of het echt acht weken zouden zijn. U zei toen: dit is echt de afspraak. Dat het niet zo is, mag geen verrassing zijn, zeker niet gezien de ontwikkelingen in bijvoorbeeld de buurgemeenten. Wij vroegen u diezelfde avond om daar duidelijk over te communiceren naar de inwoners. We willen open en transparant zijn. De uiterlijke datum is nu gezet op 1 november. Is dit reëel, houdt u rekening met verlenging en is die datum daarom best ver in het jaar gekozen? Voor 20 september 2022 vindt er een gesprek plaats tussen het COA en de gemeente over de afronding van de noodopvang aan de Govert van Wijnkade 41. U heeft geen glazen bol, wij ook niet, maar we gaan ervan uit dat wanneer dit niet tot een afronding leidt op de aangegeven datum, dat het in een eerder stadium al duidelijk wordt en gecommuniceerd wordt naar ons als raad en de inwoners. Of ziet u dit anders? Naast de opvang op de boot, loopt de opvang van de Oekraïners in De Vliet.

Twee van elkaar gescheiden trajecten, de een via de COA en de ander via de mogelijkheid om visumvrij te reizen. Deze twee trajecten gaan nu door elkaar lopen, zo lijkt het in ieder geval door de twee situaties in één raadsinformatiebrief te benoemen. Voorzitter, voor sommige inwoners is dat wat lastig. Het zijn twee aparte groepen met aparte wetgeving en regels. Wij snappen dat u de coördinatie wil samenvoegen, dat is nemen wij aan ook een stuk efficiënter, en tegelijkertijd vragen wij ons af of dit alleen op beleidsmatig en praktisch gebied is. U schrijft namelijk dat u de begeleiding organisatorisch beter wil borgen, hierin zal ook de verbinding met de opvang op de boot gelegd worden. Hoe moeten wij dit voor ons zien? Tot zover. De voorzitter: Ja, de heer Keijzer. De heer Keijzer: Voorzitter, dank u wel. Als eerste ook uiteraard dank aan de inspreekster voor de mooie woorden. Voorzitter, de beelden van de oorlog in Oekraïne zien we dagelijks op tv. Dat soort beelden kennen we nog van bijvoorbeeld ook de verwoestingen in steden als Aleppo in Syrië. Dat soort verschrikkingen hebben ervoor gezorgd dat mensen met gevaar voor eigen leven zijn gevlucht voor de bommen, voor vervolging en voor verwoesting van hun leven en toekomstperspectief.

De toestroom van deze vluchtelingen zorgt voor overvolle opvanglocaties bij Ter Apel en met de Oekraïense vluchtelingen voor een extra opvangvraag voor gemeenten. Voorzitter, als eerste willen wij als PvdA Maassluis alle organisaties, bedrijven, inwoners, maar ook de ambtenaren bedanken die zich de afgelopen periode hebben ingezet om de vluchtelingen die op dit

hotelschip verblijven zich welkom te laten voelen in de stad. Eens te meer laat Maassluis hierbij haar sociale kant zien. Door de oorlog in Oekraïne hebben we te maken met een nieuwe stroom van vluchtelingen die door ons land moet worden opgevangen. Ook hierbij is het mooi om te zien hoe we dit als Maassluis hebben gedaan. Het Samen Maassluis zagen we ook hier, met een enorme hoeveelheid initiatieven vanuit de inwoners, met spullen, maar ook met concrete ondersteuning voor mensen op de vlucht. Beide groepen kwamen samen toen de vluchtelingen van het hotelschip meehielpen met het inrichten van de opvang van de mensen uit Oekraïne. Voorzitter, als raad wordt ons nu gevraagd om het hotelschip met de vluchtelingen langer te laten liggen in onze stad. De lijnen die het college in het voorstel aangeeft, die steunen wij, maar we hebben nog wel een tweetal vragen. De vluchtelingen op het hotelschip mogen, anders dan de vluchtelingen uit Oekraïne, geen vrijwilligerswerk en dergelijke doen zonder uitdrukkelijke toestemming van het UWV. Nu zij mogelijk langer in de stad zullen verblijven, vragen wij ons wel af op welke manier we ervoor kunnen zorgen met elkaar dat zij een nuttige dagbesteding kunnen krijgen de komende maanden? De inspreekster had het hier ook al over, voorzitter.

Welke mogelijkheden ziet het college hierbij? En voorzitter, anders dan bij de asielzoekerscentra en anders dan bij de Oekraïense vluchtelingen, ontvangen de vluchtelingen op het hotelschip geen kleine bijdrage als leefgeld voor bijvoorbeeld beltegoed of persoonlijke verzorging. Dit kan ervoor zorgen dat het voor hun lastig is contact te houden met hun naasten die niet bij de opvanglocatie zijn. Ook hierbij had de inspreekster al mooie woorden. Hoe kijkt het college hiernaar en is dit, nu het allemaal wat langer duurt dan we in eerste instantie dachten, ook met het COA besproken? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Oosterman. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Dank u wel, voorzitter. Ieder mens is kostbaar en als het gaat om mensen in nood is het onze taak om onze medemens te helpen. Maar we willen ook mensen helpen met perspectief, het mag geen voortdurende tijdelijke oplossing zijn. Voorzitter, de afspraken worden ongewijzigd voortgezet, zo lezen we. Graag willen we het college vragen of er een evaluatie is uitgevoerd om te kijken welke leerpunten er zijn vanuit de afgelopen tijd, met een vooruitblik op een langer verblijf in de komende maanden. Graag uw reactie. In onderdeel 1.5 van de aanvullende afspraken wordt gesproken over de begeleiding.

Daar staat: “In elk azc worden programma’s aangeboden en voeren COA-medewerkers gesprekken met asielzoekers over het leven in en rond het azc en over hun toekomst. Zo versterken asielzoekers vaardigheden die ze nodig hebben om regie te houden op hun eigen leven. Ook is er basale Nederlandse taalles.” Hoe gaat dit onderdeel van het programma eruitzien in de komende maanden? Tenslotte het perspectief. De vluchtelingen hebben perspectief nodig richting november en onze Maassluise inwoners hebben ook perspectief nodig hoe we de vluchtelingencrisis meer structureel gaan oppakken, want 1 november is dit grote probleem niet opgelost. Als ChristenUnie zouden we graag oude kantoorpanden omvormen tot woonruimte. Zijn er dergelijke kansen in Maassluis, of zijn er andere mogelijkheden voor tussenoplossingen voor een aantal jaren? Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Ik kijk naar de VVD. De heer Snoeck? De heer Snoeck: Dank u wel, voorzitter. Ik wil mevrouw Sonneveld hartelijk danken voor haar bevlogen inbreng, begaan, en zoals alle andere raadsleden dat ook hebben verwoord en daar sluit ik me gemakshalve even bij aan. Want ik zal gelijk maar een schot voor de boeg doen, wij zullen dit voorstel steunen, maar we hebben wel dat kritische vragen, in de zin van het proces. Ik heb u in december een handreiking gedaan: doe het gelijk langer.

Dat heeft u helaas niet aangenomen, vandaar dat we hier vandaag weer staan, en ik moet daarbij zeggen helaas. De wereld om ons heen is daarbij niet beter geworden, dus wij zullen als Maassluis onze verantwoording moeten nemen. Maar toch, COA is hier verantwoordelijk. Wat heeft COA gedaan tussen december en 24 februari, toen er nog geen vluchtelingenstroom uit Oekraïne kwam, om herhuisvesting en

verder procesmatig met deze mensen aan de slag te gaan? Want in dat schip zitten is geen doel op zich, ze zullen uiteindelijk naar een status moeten, zodat ze een echte plek krijgen. Heeft u in deze periode dan ook intensief contact gehad met het COA over het vertrek van de vluchtelingen in de oorspronkelijk beoogde week acht? En wanneer kreeg u de eerste signalen van COA dat het langer verblijf gewenst was? U schrijft dat het COA u heeft verzocht de huisvesting voor een nader te bepalen periode te bieden, te verzorgen. Dat was natuurlijk de vorige keer hetzelfde, het zou acht weken zijn. Dus in hoe zeker kunnen we nu uitgaan van die 1 november, en gaat COA aan de slag met deze mensen om de definitieve status te geven, zodat ze in een normaal proces terechtkomen? In lijn met de vraag van de Partij van de Arbeid: welke activiteiten mogen deze vluchtelingen doen? Want ik kan me voorstellen, op zo’n schip, zoals mevrouw Sonneveld het zegt, als het slecht weer is, dan komen de muren op je af – in dit geval de patrijspoorten – en is dat natuurlijk niet ook waardig.

Dus welke mogelijkheden, in de lijn van de Partij van de Arbeid, is er om deze mensen een zinnige dagbesteding te geven? Een andere vraag is nog: is het een vaste groep mensen, of rouleert die? Stromen er al mensen uit, komen er weer nieuwe bij, en wat doet dat met de saamhorigheid op dat schip? Als laatste, dat betreft dan meer even het economisch beeld in de stad: wat voor gevolgen heeft het innemen van deze ligplaats voor de activiteiten van de havenondernemers in Maassluis? Tot zover. De voorzitter: Dan komen we bij de heer Van der Burg. De heer Van der Burg: Dank u wel, voorzitter. Op de eerste plaats ook dank aan mevrouw Sonneveld, helder. Voorzitter, op 16 december 2021 is de raad akkoord gegaan met het bieden van een deeloplossing in het nijpend landelijk tekort aan opvangplaatsen. Het ging toen over verblijf van maximaal acht weken op het hotelschip de Lady Anne. Vanwege de grote vluchtelingenstromen van Oekraïners heeft het COA gemeente Maassluis verzocht de huidige noodopvang te continueren tot 1 november 2022. Voorzitter, mensen vluchten voor oorlog, geweld of vervolging in hun land van herkomst. Het COA beschikte eind december 2021 over ongeveer 36.000 plekken, die geheel vol zitten. Enkele maanden geleden sprak men nog over een verwachte groei naar 42.000 plekken. Er moesten dus 6000 plekken bij komen om dit het hoofd te kunnen bieden.

Plekken in azc’s worden langer bezet gehouden door statushouders, dit heeft alles te maken met het gebrek aan aanbod van woonvoorzieningen voor deze categorie in veel gemeenten. De taakstelling voor Nederlandse gemeenten voor de tweede helft van 2022, vastgesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, komt op 13.500 te huisvesten statushouders. Dit aantal ligt in werkelijkheid hoger, omdat men een achterstand heeft met het registreren van deze categorie. Naast deze vluchtelingen verblijven er in Nederland enkele tienduizenden uitgeprocedeerde asielzoekers. De schattingen van het aantal mensen in Nederland zonder geldige verblijfsvergunning lopen uiteen. Het zijn er zeker enkele tienduizenden en ook dit aantal neemt verder toe. Het merendeel van deze mensen gaat niet terug naar het land van herkomst en de druk op gemeenten in met name de grote steden loopt verder op en indirect dus ook op omliggende gemeenten. Daarnaast hebben wij ook te maken met arbeidsmigranten, welke economisch gezien een belangrijke toegevoegde waarde hebben voor onze samenleving. Ook deze mensen moeten zolang zij hier aan het werk zijn een fatsoenlijk dak boven hun hoofd hebben. Voorzitter, de volgende vragen. Wordt er ook ingezet op verdere integratie, bijvoorbeeld door meer structureel vrijwilligerswerk? Denk aan begeleiding en controle.

Ik heb ook de antwoorden op de vragen van de ChristenUnie gelezen hierover. Zijn er klachten binnengekomen over de afgelopen periode en zo ja, wat waren deze klachten, hoe is hiermee omgegaan? Is de capaciteit binnen de gemeentelijke organisatie voldoende om dit alles goed te laten verlopen? Het CDA heeft hier ook al iets over aangehaald. Dan over de toestroom en opvang van Oekraïners. Waar gaan de mensen die in De Vliet verblijven over zes maanden naartoe? Is er een dagbesteding voor met name de kinderen? Denk aan onderwijs, sport en dergelijke. Tot zover, dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Dan komen we bij Leefbaar Maessluys, de heer Van de Merwe. Ja, u had al stiekem de vorige keer wat gezegd, maar dit is wel officieel. De heer Van de Merwe. De heer Van de Merwe: Dank u, voorzitter. Allereerst dank aan ook de inspreekster voor haar inbreng. Nederland staat voor een gigantische uitdaging met de huidige toestroom van vluchtelingen en migranten. We staan aan de vooravond van een nieuwe migratiecrisis en dat heeft ook invloed op Maassluis. Het uitgangspunt van Leefbaar Maessluys was, is en blijft: opvang in eigen regio. Het is daarom goed dat Nederland en ook Maassluis ruim baan biedt aan de vluchtelingen uit Oekraïne, een land dat zowel geografisch als sociaal-cultureel onderdeel is van onze Europese regio. Vanavond gaat het echter niet om de vluchtelingen uit Oekraïne, maar om de migranten op de Lady Anne en de verlenging van hun verblijf. Het gegeven dat de Rijksoverheid het uitgangspunt van opvang in eigen regio niet hanteert, plus het gegeven dat het COA de afgelopen jaren opvanglocaties heeft gesloten, waardoor de gevolgen van de capaciteitsproblematiek nu op het bordje van gemeenten komt, wil niet zeggen dat wij daar als gemeente in mee hoeven te gaan. Onze woningmarkt, verzorgingsstaat en cultuur kunnen de druk van de massaimmigratie niet aan. Het is daarnaast funest voor het draagvlak.

Dit is niet in het belang van onze bevolking en niet in het belang van Maassluis. Onze partij zal daarom tegen de verlenging stemmen. De voorzitter/de heer Haan: Tweede ronde, mijnheer Keijzer. Ja, dat lijkt me … Goed, ik zal beginnen u een reactie te geven en daarna zal wethouder Kuiper dat aanvullen c.q. corrigeren. Ja, ik heb het al gezegd, maar ook vanuit mijn kant, dank aan de inspreker, mevrouw Sonneveld. Dat was mij uit het hart gegrepen en velen met mij, begrijp ik. Ik zag ook nog een briefje, een beetje vergelijkbaar, van iemand die taalmaatje is, die ook zeg maar vanuit de bibliotheek een beetje hetzelfde signaal gaf. Een aantal van u spraken over de maximale termijn van acht weken waren wij met elkaar over gesproken hebben. De heer Snoeck heeft gewoon helemaal gelijk, hij zei: ik heb toen een handreiking gedaan, doe het langer. Dat hadden we inderdaad bij nader inzien moeten doen. Hij vroeg ook: wanneer heeft het COA u benaderd? Ik heb dat niet helemaal scherp, volgens mij hebben we 3 maart met elkaar in het seniorenconvent hierover gesproken, dus het is vlak daarvoor geweest. U vroeg: wat heeft de COA gedaan tot aan zeg maar de inval van Rusland in de Oekraïne op 24 februari? Wij hebben daar niet expliciet over gesproken, maar het was duidelijk dat de datum stond.

Ik wijs ook maar gewoon op de actualiteit van vandaag, volgens mij op Goeree-Overflakkee is vandaag het schip vertrokken, ik geloof naar Vlissingen zijn de mensen overgebracht. Dat zou hier ook gebeurd zijn als wij voorafgaand aan de afloop van 16 maart klip en klaar hadden gezegd: jullie moeten dan weg zijn. Dat hebben wij niet gezegd, na overleg met elkaar in het seniorenconvent, dus dat is verder ook niet uitgewerkt. Meerderen van u vroegen: hoe zeker is 11 november? Dat is geenszins zeker. De situatie is eigenlijk meer onzeker geworden dan toen wij op 16 december met elkaar spraken. Maar we hebben gezegd: laten we een half jaar vooruitkijken. En ik zeg u toe dat wij, als het opnieuw verlengd zou moeten worden na 1 november, wat dus tot de mogelijkheden zou kunnen behoren, dat wij een aantal weken daarvoor met u, net zoals nu, weer overleg hebben of u daarmee zou willen instemmen. Dus u zult niet zeg maar voor een fait accompli geplaatst worden. Dan, de heer Kroonen van het CDA vroeg: hoe structureel is nu het verblijf hier? Het is denk ik goed inderdaad, wat ook al een paar mensen gezegd hebben, er is echt duidelijk van twee aparte regimes. Voor de Oekraïners in de stad is de gemeente c.q. de burgemeester verantwoordelijk en daar is ook geen eindtermijn aan te geven. De verwachting is ook niet dat men snel terug zal keren.

Er zijn natuurlijk ideeën dat Kiev weer veilig zou zijn. Het beeld wat wij voorgeschoteld krijgen als burgemeesters, we worden in één keer in de week bijgepraat op dat punt, is niet dat dat snel tot afname zal leiden in Nederland. De huidige situatie is dat we 42.000 plekken beschikbaar hebben in Nederland. U weet, elke regio werd geacht 2000 plekken vrij te maken en er zijn 25 regio’s. De regio Rotterdam heeft daar ruim aan voldaan, er zijn blijkbaar een aantal anderen nog niet. Van die 42.000 plekken zijn er momenteel 28.000 bezet. Dus daar zit nog wat marge in, maar de instroom gaat wel

snel, dus er wordt gesproken over weken dat die 42.000 gevuld zouden kunnen zijn. Het kan dus zijn dat dan die 2000 voor de regio’s, waaronder dus de regio Rotterdam, omhoog zal moeten gaan. Ik heb het allemaal niet met een schaartje geknipt, maar wij doen momenteel meer dan ons fair share en ik denk dat we met elkaar moeten afspreken dat we ook gewoon ons fair share blijven doen. Dus momenteel verblijven er 89 mensen uit Oekraïne in De Vliet en dat is denk ik voor de komende weken sowieso voldoende. Moet dat verder worden uitgebreid en kunnen we dat niet verder ophogen in De Vliet zelf, dan komen we verder bij u terug, maar we hebben momenteel geen concrete plannen om buiten De Vliet nu te zoeken naar andere plekken waar men zou kunnen verblijven. Het is wel zo dat De Vliet natuurlijk eind van het jaar gesloopt wordt en daar willen wij echt aan vasthouden. We realiseren ons dus als college dat we dan, mocht zeg maar de situatie ongewijzigd zijn, wij vervangende huisvesting moeten zoeken elders in de stad. We zijn ook in overleg met Maasdelta en daar zijn ook wel reële mogelijkheden voor. Nou, dat was denk ik richting mevrouw Mulder en anderen over de situatie zoals die nu is en hoe die zich gaat ontwikkelen. Dus gemeente/burgemeester verantwoordelijk voor Oekraïners, COA is verantwoordelijk voor het schip in de buitenhaven. De heer Keijzer.

De heer Keijzer: Ik ga ervan uit dat dit niet uw maidenspeech was, dus dat ik wat mag vragen. De voorzitter: U hoeft niet te klappen. De heer Keijzer: Voorzitter, ik had even een vraag. Het is inderdaad goed dat de Oekraïners in De Vlietlocatie. Hebben wij ook een beeld hoeveel Oekraïners er nu door mensen in de stad zelf worden opgevangen, is daar enig zicht op? De voorzitter/de heer Haan: Ja, dat waren geloof ik zestien mensen. Zestien, hè? Ja, ik dacht zes gezinnen. Overigens wil ik daarbij ook wel gelijk vermelden dat de regering het afraadt om particulier mensen op te nemen. Ik heb vandaag de term spijtgezinnen gehoord en dat komt daarvandaan, dus dat moeten we ook denk ik maar gewoon reëel met elkaar uitspreken. Dat was natuurlijk allemaal goedbedoeld, maar dat leidt niet altijd tot een succes. Dan, even kijken. De zaken over de dagbesteding, pak jij die? Ja? Mevrouw Oosterman, wat zijn de leerpunten? Nou, ik denk zeker dus de dagbestedingen die we hebben aangeboden, we hebben iemand ingehuurd om dagbesteding uit te laten voeren, gecoördineerd en wel op het schip, en dat is meer dan voortreffelijk gegaan, dus daar gaan we ook mee door. Maar de situatie in De Vliet zelf is ook anders. De gezinnen die daar zitten, de kinderen gaan gewoon naar school en ook al vorige week zijn de eerste kinderen naar de school gegaan in Maassluis, op een basisschool.

De kinderen van de middelbare school krijgen nog online les. Hoe wrang kan het zijn, maar ze krijgen dus vanuit Oekraïne gewoon in De Vliet online les als ze op de middelbare school zitten. Dan kom ik … O, de VVD vroeg: is het een vaste groep op de boot van de zeventig? Vanochtend nog even nagevraagd, als men tot 1 november blijft is de verwachting dat een aantal van die mensen dus de procedure doorlopen zullen hebben en dan dus een status verworven hebben, of zeg maar terug zullen moeten naar het land van oorsprong. De heer Snoeck: Dat is goed om te horen, dus dat betekent impliciet ook mijn vraag dat COA gewoon doorgaat met deze mensen om ze in het proces naar die status te helpen, of uiteindelijk … De voorzitter/de heer Haan: Dat is dus de IND, hè? Dus IND, die gaat erover of mensen in Nederland mogen blijven, of niet. De COA doet alleen de opvang en degene die erover beslist of ze in Nederland mogen blijven, een status krijgen, dat is de immigratiedienst IND. Die trekken daar een half jaar tot een jaar voor uit en dus normaal gesproken zullen een aantal mensen tegen november duidelijkheid hebben of ze wel of geen status krijgen. Krijgen ze een status, dan gaan ze dus naar een andere stad om daar regulier geplaatst te worden volgens het bestaande systeem. Dan had de heer Van der Burg, er zijn geen klachten geweest tot nu toe, dat

wil ik echt wel onderstrepen, anders dan in Vlaardingen waar er wel klachten waren. Die groep was ook anders van samenstelling, want daar zaten wat mensen tussen die wisten dat ze niet een status zouden krijgen. Dus dan zit je natuurlijk anders op zo’n boot. Maar ik denk wel, ik maak wel eens het grapje dat wij een voorbeeldgemeente zijn voor de rest van Nederland als het gaat hoe we het gedaan hebben tot nu toe op het schip van de COA. Ik denk, de warmte die de stad heeft laten zien heeft zich ook vertaald in warmte die we terugkrijgen door het gedrag van de mensen. Als je normaal doet, gaan mensen ook normaal terugdoen meestal. Dat is wat er gebeurd is en volgens mij zijn we daar allemaal buitengewoon tevreden over. Er kan morgen natuurlijk iets gebeuren, hè? Laat dat duidelijk zijn, maar de politie heeft mij, ik heb er expliciet ook naar gevraagd, we hebben elke twee weken tegenwoordig overleg, ook met de politie, maar mij zijn geen klachten bekend. U vroeg ook naar de capaciteit bij de gemeente. Laat ik die vraag aangrijpen om echt heel veel complimenten te maken aan heel veel ambtenaren die heel hard gewerkt hebben de laatste weken om IKEA-bedden in elkaar te zetten. Je kunt het in twee uur, maar sommigen doen er zes uur over. Maar er waren dus zeg maar tien politieagenten die een dag vrij namen, er waren mensen van Lely die geweest zijn.

Ik vergeet ongetwijfeld, maar dat is wel Maassluis, dat vind ik wel heel typerend voor de stad dat er dus heel veel warmte ook naar De Vliet kwam, dat mensen aan de deur kwamen om spullen af te leveren. Dat ging soms zelfs te ver, maar er is met man en macht zeker door onze eigen mensen gewerkt om die, ik dacht 23 appartementen voor elkaar te krijgen. Tot zover. Wethouder, kunt u het overnemen en corrigeren? De heer Kuiper: De interne grappen zouden we intern houden, toch? Voorzitter, er zijn nog een paar kleine puntjes over. Eén is inderdaad de dagbestedingvraag. Het klopt wat de heer Keijzer vroeg, er is een ander regime, dus dat heeft het Rijk ook meteen van toepassing verklaard. Dus de mensen vanuit Oekraïne zitten ook qua bekostiging in een ander regime, maar mogen ook meer doen. Wij waren ook wel wat verrast dat zelfs voor papier prikken wij een vergunning moesten aanvragen, maar dat is een punt van aandacht. We proberen daar zoveel mogelijk mensen toch activiteiten te laten ondernemen. Dat brengt me ook meteen tot het tweede punt wat hij aansneed en dat was de leefgeldvergoeding. Eerder zijn er ook al vragen gesteld door de fracties van de ChristenUnie en GroenLinks en we hebben dat nadrukkelijk onder de aandacht gesteld bij het COA, omdat wij ook merken dat dat soms mensen hindert in hun maatschappelijke participatie.

Op ons verzoek zijn ze daar ook nadrukkelijk op het schip mee aan de gang gegaan door zeg maar een soort kleine klusjes ter beschikking te stellen. Sommige mensen helpen nu met schoonmaken en opruimen en koffie inschenken en kunnen ze daarmee een klein bedragje … Niet verdienen, hè, want het is geen loon, maar als een vrijwilligersbijdrage krijgen. Er zijn nu ook alweer initiatieven vanuit de stad om te zorgen dat er ook in de stad her en der een soort heitje voor een karweitje-achtige functie kan worden gedaan, dat als deze mensen, zoals we bij De Vliet hebben gedaan, of andere dingetjes gaan doen, dat er een bedragje te verdienen valt. Dan kunnen we dus twee … Hoe heet dat? Twee vliegen met één klap slaan, dankjewel. Nog één … Ja, ik was hem even kwijt. Nog één punt wat ik ook wil maken is dat onze mensen, onze wijkcoördinatoren hebben een klankbordgroep begeleiden ze om de week – ik geloof dat het nu is afgeschaald naar eens in de drie weken – wordt er gesproken met omwonenden. Daarin is precies hetzelfde beeld als wat mevrouw Sonneveld naar voren brengt, dan komt eruit naar voren dat in het begin waren mensen natuurlijk wel benieuwd en hadden sommige mensen zorgen en eigenlijk heel snel werd het duidelijk dat dat volkomen rustig verliep en is het vooral over andere dingen gegaan.

Ik ben daar zelf ook nog geweest en toen hebben we ook de mensen daar gemeld dat het hoogstwaarschijnlijk werd verlengd en ook voordat het nieuws naar buiten kwam hebben de burgemeester en ik ook verschillende ondernemers in de buurt daar ook weer gebeld om aan te geven dat we dit besluit naar buiten zouden brengen en voor zouden leggen aan de raad. Die waren ook eigenlijk zonder uitzondering allemaal: ja, dat is logisch en geen centje pijn, en ook met alle begrip daarvoor. Dus dat sluit ook aan bij onze beleving wat dat betreft van mevrouw Sonneveld. Dan was er nog één vraagje over de economische activiteiten in de haven, ik geloof van de heer Van der Burg, of … Of nee, sorry, van de heer

Snoeck. Die zijn er eigenlijk niet. Er is wat geplooid en heen en weer geschoven en dat kan allemaal goed worden opgevangen. Voorzitter, volgens mij heb ik daarmee de resterende … Nee, kennelijk niet. Dan blader ik even naar boven. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Voorzitter, mag ik nog één vraag stellen over het werken. De voorzitter: Dat mag. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Ik ben daar geen specialist in en daarom vraag ik het aan u. Ik lees dat een asielzoeker mag in Nederland werken, maar dan moet je wel minstens zes maanden moet je asielaanvraag in behandeling zijn. Zitten daar nog mogelijkheden dat het toch iets meer mag zijn dan vrijwilligerswerk? De heer Kuiper: De regeling die u nu citeert kennelijk, die ken ik niet precies uit mijn hoofd. Tot nu toe is het heel duidelijk dat het aan strikte regels gebonden is en dat we zelfs met het vrijwilligerswerk, het papier prikken, toestemming moesten vragen. Er zijn ook ondernemers geweest, bijvoorbeeld direct in de haven eromheen, die hebben gezegd: ik kan wel wat hulp gebruiken, dus prima. Dat heeft echt op een ‘njet’ bij het UWV geleid. Als er mogelijkheden zijn, dan hoor ik ze buiten de vergadering om graag, want dat is juist wat we willen en ook wat we ook merken dat de mensen graag willen aan boord van het schip. Dus laten we dat bespreken.

De heer Snoeck: Voorzitter, u had het even over geen belemmeringen in economische activiteit. Is er dan onder andere overleg geweest met bijvoorbeeld HDM, die daar vaak een boot neerlegt met motoren. Daar is contact mee geweest? De heer Kuiper: Zeker. We hebben zelfs een appgroepje met een aantal bedrijven, met de burgemeester en ik en de projectleiders, en er is regulier overleg mee. HDM was een van de bedrijven die dus ook heeft aangeboden om wat werk aan te leveren voor de mensen aan boord. Laatste opmerking die ik wilde maken. Er is ons echt niks bekend van de veiligelanders. De cijfers die we maandag nog kregen was 61 Syrië, 6 Jemen, 1 Irak en 1 Turkije, maar dat kan dus ook een moeilijke doelgroep zijn vanuit Turkije. De voorzitter: Mevrouw Mulder. Mevrouw Mulder-Solleveld: Dank u wel, voorzitter. Ik merk dat er een afronding komt van deze eerste termijn. Ik zou nog graag – misschien heb ik het gewoon niet gehoord, of niet begrepen, dat kan natuurlijk ook – een toelichting willen op wat u bedoelt met de zin: hierin zal ook verbinding met de opvang op de boot gelegd worden. De heer Kuiper: Ik denk dat dat gaat wat u zei over de twee trajecten die in één brief zijn genoemd, en de coördinatie. Wat we hebben gemerkt is, het bootproject was natuurlijk eerder van start, dat hebben we heel zorgvuldig opgetuigd, met de projectleiders is er ook heel veel werk in gaan zitten.

We hebben daar ook de ervaring gehad met de coördinator van buiten om het allemaal in goede banen te leiden, dat hebben we echt als gemeente erbij gedaan, behalve dat het COA die boot doet. We hebben dezelfde meneer nu ook ingehuurd voor een deel van het dag en het contact wat we hebben bij De Vliet gedaan. Dat is heel erg opgetuigd in de crisisorganisatie onder de rol van de burgemeester, daar hebben onze medewerkers superhard voor gewerkt en de anderen, zoals de burgemeester dat zei. Nu dat allemaal geland is, proberen we het echt bij elkaar te brengen en dezelfde lessen te leren en dezelfde coördinatie van initiatieven op in te zetten.

Mevrouw Mulder-Solleveld: Nee, dat hoopte ik al dat het zo bedoeld werd. Alleen, ik werd afgelopen week, mensen lezen blijkbaar onze raadsinformatiebrieven, … De heer Kuiper: Fantastisch. Mevrouw Mulder-Solleveld: … en die waren bang dat wij die groepen bij elkaar zouden gaan zetten. En waar wij zelf onze inwoners niet altijd heel erg goed kunnen integreren, dat we dat leuk gingen doen. Dus misschien kunt u dat nog even verduidelijken. De heer Kuiper: Nee, nee, nee. We hebben echt twee verschillende groepen, de burgemeester zei het ook, onder een volstrekt ander regime. We hebben ook uitgelegd, omdat het op een boot is, zijn er bijvoorbeeld ook echt geen, dat zijn statushouders, die zijn in een asielprocedure, die zijn in afwachting, die worden gehuisvest door het COA, daar bieden wij ruimte voor een tijdelijke locatie. Die procedure loopt bij de IND, dat is volstrekt anders dan bij de Oekraïners, die krijgen zowel qua financiën als de mogelijkheden anders. En ook de doelgroep is anders, hè? Dat zijn vooral gezinnen met kinderen waarvan meestal de man is achtergebleven, op enkele uitzonderingen na. Dus het is een totaal andere doelgroep en daarom past deze huisvesting ook veel beter dan het schip. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Ik stel voor dat we aan de tweede termijn beginnen. De heer Kleijwegt. De heer Kleijwegt: Dank u wel, voorzitter.

Voorzitter, er werd terecht gezegd door de andere partijen over de termijn die is afgesproken vorige keer. Nou, het is goed dat de burgemeester heeft erkend dat dat inderdaad anders had gemoeten, dat het gewoon langer had gemoeten achteraf, want het was inderdaad wel zo eerlijk geweest en ook … Want we wisten dat eigenlijk best wel, dat dat verlengd zou worden. Nu hoor ik dan wel weer dat 11 november, dat is ook nog niet heel zeker. Ik vraag me dan af, waar komt dan die 11 november vandaan, kunnen we dan dat … De voorzitter: Sorry, 1-11, dus dat is 1 november. De heer Kleijwegt: Of 1 november, sorry, excuus. Kunnen we dan niet beter gewoon zeggen bijvoorbeeld een jaar, of zo lang als nodig. Dat vraag ik me dan nog af. Verder, ik snap de opmerking van Leefbaar niet zo goed eigenlijk. Ik hoor hem dingen zeggen als: migratiestromen, dat neemt gigantisch toe van buiten Europa. Maar ja, ik heb dat idee helemaal niet dat dat per se heel erg toeneemt. En ja, volgens mij, de raad zo gehoord hebbende en de samenleving zo gehoord hebbende, is het draagvlak juist gigantisch groot om die boot hier te houden en doen de mensen ook heel veel goede dingen. Ik heb eigenlijk ook, het werd net al gezegd, er zijn helemaal geen klachten. Dus ik snap niet zo goed waar u dan op doelt, dus misschien kunnen ze dat nog eventjes zeggen.

En ik prijs natuurlijk de saamhorigheid en de vrijwilligers en ik ben eigenlijk echt super trots op Maassluis dat we dat hier zo goed aanpakken, zeker vergeleken met onze buren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Hoek. De heer Van den Hoek: Bedankt, voorzitter. Voorzitter, net wat ik in de eerste ronde al gezegd heb, we gaan nu weer naar een datum toe. Laten we nou van die datum afstappen, laten we nou gewoon gaan zeggen: we gaan deze mensen opvangen totdat er een goede oplossing is, maar niet de datum van 1 november noemen. Dan kan het zo zijn dat ze dus eerder weggaan, maar het kan ook zijn dat ze wat later weggaan, maar dan valt u niet voor de tweede keer een buil. Wat betreft daar waar de boot ligt, daar zijn nog wat problemen. Wij denken dat u daarmee een oplossing kan gaan vinden met de zeekadetten in Maassluis. De zeekadetten

moesten verplaatst worden, die zouden na acht weken teruggaan, maar die hebben helemaal niets vernomen. Ik had het netjes gevonden als daar een gesprek over was geweest met de zeekadetten om te gaan vertellen dat het dus langer zou gaan duren, want er zijn daar namelijk nogal wat problemen met de kinderen die op zaterdag, toentertijd was dat niet door de corona, dan waren die kinderen daar niet, maar nu moeten die kinderen aan boord en dat geeft allemaal problematische zorgen en ellende. Wat betreft de Maasdelta, de Maasdelta zou naar een oplossing gaan zoeken voor opvang. Nou, aan de Troelstraweg staat al jarenlang een prachtig mooi kantoor leeg wat heel veel ruimte biedt, dus daar ligt de oplossing. Dank u. De voorzitter: De heer Kroonen. De heer Kroonen: Voorzitter, bedankt voor het beantwoorden van onze vragen. Het CDA Maassluis behandelt anderen graag zoals we zelf behandeld zouden worden. Daarbij maakt het voor ons niet zoveel uit vanaf welk continent iemand komt. Daarom, zoals eerder gezegd, zijn we blij met de wijze waarop de noodopvang op het hotelschip tot nu toe georganiseerd is en we zijn blij met de vele initiatieven die vanuit de gemeenschap hebben plaatsgevonden, dit zowel voor de vluchtelingen van het schip, alsmede de Oekraïense vluchtelingen.

Wij zijn er zeker van dat de inwoners, organisaties en de gemeente samen de schouders eronder zullen zetten om ook de komende maanden alle vluchtelingen zo goed mogelijk te ondersteunen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Mulder. Mevrouw Mulder-Solleveld: Dank u wel, voorzitter. Dank aan wethouder Kuiper voor zijn heldere uitleg, ik hoop dat onze inwoners die onze raadsinformatiebrieven dus lezen dat nu ook hebben begrepen, want daar ging het mij eigenlijk met name om. 1 november, dat is nog geen harde datum, maar ik ben wel blij dat de burgemeester aangeeft dat, mocht het die kant op gaan en daar blijkt dat het anders moet, dat dat ruim op tijd met ons overlegd wordt. De vraag is wel, als aan het einde van het jaar De Vliet gesloopt gaat worden, hebben wij dan een plek om die mensen te herhuisvesten? Ik ga ervan uit dat u daar nu al over aan het nadenken bent waar u die kwijt kunt, want we hebben natuurlijk ook nog heel veel Maassluizers die zelf een woning zouden willen hebben. Dan had ik nog één vraagje, maar gewoon meer vanuit mijn andere interesses. De kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan krijgen online les, maar mag ik aannemen dat die al wel enigszins Nederlandse les krijgen, aangezien we ervan uitgaan dat ze hier langer moeten blijven.

Dan kan je er niet van uitgaan dat ze al die jaren online les gaan volgen op het VO, of hebben we daar geen beeld van? Dan, zoals ik in de eerste termijn ook al zei, in Maassluis zorgen wij voor elkaar en dat doen wij volgens mij met alle partijen die hierbij betrokken zijn op dit moment heel erg goed. Zoals u het zei, wij zijn een voorbeeldstad. Wellicht is dat zo, laten we voor elkaar klaar blijven staan en dat is voor ons ook gewoon Samen Maassluis. De voorzitter: Dank u wel. De heer Keijzer. De heer Keijzer: Voorzitter, dank u wel, en dank voor uw beantwoording alsmede ook van wethouder Kuiper. Goed ook dat er gekeken wordt naar dagbesteding, mogelijk in combinatie met organisaties en bedrijven in de stad. Ik denk dat het goed is dat we vanavond ook duidelijkheid geven aan de vluchtelingen op het hotelschip over het langere verblijf dat zij bij ons mogen hebben. Ik hoop ook dat dat hun een bepaalde rust geeft in toch wel een ongemakkelijke situatie waarin zij verkeren op dit moment. Goed om te weten dat u zes uur over een IKEA-bed doet trouwens, burgemeester.

Ik denk inderdaad dat ik me aan kan sluiten bij de woorden van de heer Kleijwegt, dat wij trots mogen zijn op een stad waarin wij, als er weer mensen komen uit gebieden getroffen door oorlog, in onzekerheid, dat wij hun hier een warm welkom heten, hun ook welkom heten in de stad en hun ook nuttige dagbesteding geven, maar ook gewoon opnemen in onze samenleving voor de tijd dat ze hier zullen verblijven. Ik denk alleen maar dat we daar trots met elkaar op mogen zijn en ik zie dan ook geen

reden om tegen dit voorstel te stemmen. Laten we hopen dat de komende maanden we hun een goed thuis kunnen geven. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Oosterman. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Stel dat wij hier met elkaar op een schip zouden zitten, tien maanden lang, wij met elkaar. Hoe zou dat gaan? Ik stel het mezelf maar even voor. Een weekje zou nog wel gaan, maar tien maanden? Het is niet vanzelfsprekend dat dit ook op de Lady Anne goed blijft gaan en daarom is alle inzet nodig om de vluchtelingen in de komende maanden de juiste begeleiding te geven en moet er ook perspectief komen voor de periode na november. Ik steun ook de woorden van Forum voor Maassluis die inderdaad ook oproept tot gewoon permanente voorzieningen, als dat nodig is. Verder moet de overheid – en anderen spraken er ook al over – en iedere gemeente in Nederland moet hierin haar verantwoordelijkheid nemen. Ieder mens is kostbaar en we schuiven niet mensen van de ene naar de andere gemeente. Ik sluit ook hierbij graag aan bij de woorden van mevrouw Sonneveld. Voor wat betreft de begeleiding aan boord hebben we begrepen dat er op dit moment slechts één uur per week taalles is en wij zouden daarin graag meer uren zien. Ook de verdere begeleiding en het versterken van vaardigheden is een belangrijk onderwerp voor de komende maanden.

En ook ruimte geven om zelf meer werkzaamheden te mogen doen is belangrijk. Alleen op die manier kunnen we deze verlenging op een verantwoorde manier vormgeven. Net als de anderen wil ik ook mijn dank uitspreken aan alle betrokkenen rond de opvang in de Lady Anne en in De Vliet. Over het leefgeld hebben we al even gesproken en het is ook belangrijk dat daarin geen verschil zit tussen of je nou Syriër bent of een Oekraïner. We hebben daar inderdaad eerder ook vragen over gesteld. Dan wil ik graag iets zeggen tegen Leefbaar Maessluys. Bij uw speech moest ik denken aan het Bijbelboek Prediker en daarin staat: er is niets nieuws onder de zon. Ik heb een buurman op hoge leeftijd met veel levenswijsheid en hij vertelde mij laatst dat tientallen jaren geleden dezelfde boodschap klonk als u nu vanavond uitsprak. Maar dat maakt de uitdaging natuurlijk niet minder en wij zijn net als u voorstander van opvang in de regio, maar u weet net als ik dat een land als bijvoorbeeld Jordanië de opvang niet aankan. Leiderschap is dat wij ook hier onze verantwoordelijkheid nemen. Ik steun uw betoog daarom ook niet. Wij stemmen in met dit voorstel vanavond. De voorzitter: Dank u wel. De heer Snoeck. De heer Snoeck: Dank u wel, voorzitter. Ik dank iedereen voor zijn inbreng. Zoals ik in mijn eerste termijn al aangaf, zullen wij het voorstel ondersteunen.

Ik ben ook blij dat de burgemeester nu al aangeeft, 1 november is een streefdatum en daar gaan we op tijd met elkaar over in gesprek, maar het is geen hard: ze gaan er dan weg. Want dat is wat we in politiek wel moeten doen, we moeten een voorstel beoordelen, realistische tijdslijnen erin zetten en er moeten duidelijke afspraken in zijn. Zoals het de vorige keer is gegaan, daar was ik niet tevreden over. Dat geeft politiek namelijk, zoals we hier met zijn allen zitten, een verkeerd beeld. We zeggen iets en we doen het niet. Dat is iets waar we met zijn allen alert op moeten zijn en daarom ben ik blij met deze wijze van benadering. Daarentegen, andere partijen hebben gewezen naar Leefbaar. Ik snap hun zorg wel. Het is een geopolitiek buitengewoon kritische situatie en wij kunnen het echt wel tot een bepaald niveau aan om mensen op te vangen en wij zullen ook echt iedereen opvangen die hier op de stoep staat. Maar de grote hoeveelheid die nu op ons afkomt leidt wel tot problemen en daar moeten we onze kop niet voor in het zand steken. Er is al een tijdje een druk op de woningmarkt, er komen, zoals ook de heer Van der Burg zei, mensen bij: arbeidsmigranten, we hebben nu vluchtelingen, maar we hebben ook onze eigen inwoners die ook al jaren op zoek zijn naar een woning. Dus zet het niet weg dat dat niet een probleem is.

Het is wel een probleem, wij kunnen het aan tot een bepaald niveau, want dan kan je ze ook niet meer kwijt op een fatsoenlijke wijze, die ook voor deze groep fatsoenlijk leefbaar is.

De heer Kleijwegt: Voorzitter? De voorzitter: De heer Kleijwegt. De heer Kleijwegt: Ik begrijp wat u zegt, alleen ik denk dan wel, het probleem van de woningmarkt, dat wordt vaak geframed door rechts, dat komt door vluchtelingen wordt dan gezegd. Maar het probleem is niet de vluchtelingen, het probleem is gewoon een slecht woonbeleid door de jaren heen, een minister van Wonen die weggeschaald, omdat de woningmarkt klaar was. Dat is het echte probleem. De heer Snoeck: Goed, daar neem akte van, dat parkeer ik even. Want getalsmatig kan je hier nooit tegenaan bouwen. Als er miljoenen vluchtelingen op weg zijn naar een veiliger heen, en dat snappen we, dan kan je als overheid daar nooit op anticiperen. Dus wat u net uitkraamt, daar kan er niet zoveel mee. Ik beëindig mijn betoog hiermee. De voorzitter: Ik kauw nog een beetje op het woord uitkramen. De heer Van der Burg. De heer Van der Burg: Voorzitter, dank u wel. Dank voor de beantwoording van de vragen. Na 1 november 2022 zal de druk op azc’s niet zijn afgenomen. Ik denk toch dat duidelijk is dat het ook beter is om daarop te anticiperen, voor zover mogelijk uiteraard. Hou de organisatie opgelijnd, zo zou ik het bekijken en zo zou ik het ook willen zien eigenlijk.

Dan, voorzitter, de uitdaging is en blijft om als samenleving aandacht te blijven houden voor alle inwoners van Maassluis, zeker nu gezien de alsmaar stijgende prijzen en daarmee gepaard gaande toenemende armoede, de druk die er lange tijd bestaat op de woningmarkt en nog wel jaren zal aanhouden, maar ook de toenemende vraag naar zorg met extra aandacht voor onze jeugd, vooral niet te vergeten de kwetsbaren in onze samenleving. We staan voor een enorme opgave. VSP Maassluis doet dan ook een oproep, als dat bij deze mag, aan de formateur deze complexe taakstelling en het vluchtelingenvraagstuk hoog op de agenda te plaatsen in de formatiegesprekken. Voorzitter, rechtvaardigheid begint met onderling vertrouwen. In onze rechtvaardige samenleving moeten wij goede opvang bieden aan mensen die dat echt nodig hebben. VSP Maassluis steunt het voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. Dan kom ik bij de heer Van de Merwe. De heer Van de Merwe: Dank u, voorzitter. Ik kreeg net de opmerking: ik heb niet het idee dat de asielstroom toeneemt. Vorig jaar hadden wij een netto migratie van 100.000 en ook komen er nu gemiddeld 1000 migranten per week binnen, dus ik denk niet dat dat geheel aan de orde is. In twee weken laten wij namelijk meer asielzoekers toe dan Denemarken in een heel jaar. Het is wel degelijk een probleem.

Daarna hoorde ik inderdaad van de ChristenUnie dat een land als Jordanië die opvang niet zou kunnen verwezenlijken. Het probleem is ook niet Jordanië, Jordanië doet zijn uiterste best, ook Turkije doet hard mee. Maar landen als Saoedi-Arabië, die toch aardig ook de financiële middelen en de ruimtelijke middelen hebben, die passen daar. Daarbuiten kunnen wij het ook niet aan, hè, dat is net ook weer gezegd, de woningmarkt lijdt er ook onder. En ook, de woningmarkt wordt wel degelijk ook beïnvloed door de migratie. Het is natuurlijk ook veel meer andere aspecten, het is niet alleen dat de migratie de enige oorzaak is, maar het is wel degelijk ook een oorzaak die benoemd mag worden. De voorzitter: De heer Keijzer wil een interruptie plegen. De heer Keijzer: Ja, voorzitter, de keuze die wij in Maassluis hebben gemaakt met het hotelschip alsmede ook de sloopwoningen zorgt natuurlijk voor dat er juist geen druk is op de woningen, want deze onttrekken wij

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11420531/2