CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript gemeenteraad 15 februari 2022

gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente Maassluis15.580 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De voorzitter: Vergadering is geopend. Allemaal van harte welkom, bericht van verhindering van de heer Solleveld. Voor de rest zijn wij compleet. De voorzitter: Het vaststellen van de agenda. Voor het actualiteitenhalfuur zijn twee aanmeldingen ontvangen. GroenLinks wil graag spreken over afgedankte kleding en D66 over vuurwerk na corona. De agendapunten 8 en 9 over de kostenverdeelsleutel van de veiligheidsregio en de wijziging van de gemeenschappelijke regeling zijn gecombineerd besproken in commissie 1. Mevrouw Heijboer, kunt u ons zeggen hoe dat daar ging? Ik ben heel benieuwd. Mevrouw Heijboer: Ja voorzitter, dat zijn beide hamerstukken geworden. De voorzitter: Mooi. Dank u wel. En dezelfde vraag over het evenementenbeleid. De heer Paalvast. De heer Paalvast: Ik dacht al dat u daar nieuwsgierig naar was. Dat is een hamerstuk geworden. De voorzitter: U blijft me verbazen. Dank u wel. Dan de agendapunten 10 tot en met 13 zijn zonder commissiebehandeling op de raadsagenda geplaatst. De voorzitter: Bij agendapunt 3, spreekrecht, zijn geen aanmeldingen. De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 4, het vaststellen van de besluitenlijst van het debat op dinsdag van 1 februari. Ik neem aan dat we dat als zodanig kunnen vaststellen. Bij dezen. De voorzitter: Kom ik bij het actualiteitenhalfuur. Ik geef het woord aan GroenLinks voor het onderwerp afgedankte kleding.

De heer Kleijwegt. De heer Kleijwegt: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, 11 februari kwam het programma van De prijsknaller voorbij, dit keer over kleding. We kopen met zijn allen steeds meer kleding, die kleding is ook steeds goedkoper, maar de kwaliteit is ook steeds slechter. Tweedehandskleding, de tweedehandskledingmarkt groeit dan ook heel erg. De beste kleding daaruit die blijft hier, daarna gaat het naar Oost-Europa en wat daaruit overblijft gaat naar Afrika. In Afrika wordt een deel van de tweedehandskleding gebruikt om voor de markten, om te dragen dus, maar een heel groot deel, veertig procent, verdwijnt dus in het open riool en uiteindelijk in zee. En er zit tegenwoordig veel plastic in kleding en dat verdwijnt dus nooit. Heeft het college zich, wat er gebeurt met, zicht op wat er gebeurt met tweedehandskleding in Maassluis? En zo ja, wat gebeurt daarmee en waar belandt het? Wat wil het college doen om de wegwerpmaatschappij met alle nadelige gevolgen voor het milieu te verkleinen en het liefst te stoppen? En is er nu met het omgekeerd inzamelen, is er heel veel aandacht voor het scheiden, maar is er ook aandacht voor het voorkomen van afval? En hoe borgt het college dat er geen tweedehandskleding uit Maassluis in Afrika op de vuilstort belandt? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan wethouder Voskamp.

De heer Voskamp: Ja voorzitter, dank u wel. Allereerst wil ik aangeven dat het natuurlijk zeer aangrijpende beelden waren die getoond werden in die documentaire. Als gemeente willen we op een goede manier omgaan met het afval en de grondstoffen, en de grondstoffen, zou ik bijna willen zeggen, van de inwoners. Dus ook op het gebied van kleding. We hebben dan ook bewust gekozen voor een partij die dat ophaalt, die gecertificeerd is, en op een duurzame wijze textiel verwerkt. Dit bedrijf heeft geen winstoogmerk en gebruikt

het geld dat verdiend wordt met de verkoop en recycling van … Met de verkoop en recycling voor nieuwe initiatieven om de textielketen circulair te maken. En het zijn misschien mooie woorden maar we zullen zeker ook met het oog op de documentaire bevragen en om een reactie vragen. U heeft het verder over hoe wij de wegwerpmaatschappij kunnen stoppen. Dat is misschien een wat grote opdracht voor de gemeente Maassluis maar het is ook zeker in het kader van het omgekeerd inzamelen een opdracht aan ons allen om minder afval te gaan produceren. Dus niet alleen beter scheiden maar ook minder afval te gaan produceren. En dan heb ik de laatste vraag over het voorkomen heb ik niet helemaal op kunnen schrijven. De heer Kleijwegt: Voorzitter? Mag ik het herhalen? Mijn laatste vraag is van hoe borgt het college dat er geen tweedehandskleding uit Maassluis in Afrika op de vuilstort belandt? De heer Voskamp: Ja voorzitter, de partij die het voor ons doet geeft aan dat ze dat soort zaken niet doen, maar we zullen ze daar nog verder op bevragen. Zijn ook verder gecertificeerd op dat vlak. Dus wij gaan ervan uit dat die praktijken zich niet voordoen bij dit bedrijf, maar wij zullen ze daar nog zeker ook op bevragen. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er anderen in de raad die hier het woord over willen voeren? Ik zie de heer Luijendijk, anderen nog? De heer Luijendijk.

De heer Luijendijk: Ja voorzitter, misschien een beetje obligaat maar toch, nog niet zo lang geleden is een soortgelijk programma geweest en toen ging het over het plastic afval. Het lot van het plastic afval wat uiteindelijk in plastic korrels terecht behoort te komen maar dat is niet veel beter. Dus ook wat als de wethouder nou toch op onderzoek uitgaat, waar blijven de stromen van het textiel, graag dan ook zo’n zelfde soort bevraging van degene die het plastic afval afnemen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleijwegt nog naar aanleiding van het antwoord van de wethouder. De heer Kleijwegt: Ja, nou, we zijn natuurlijk blij dat de wethouder dit gaat bespreken in ieder geval met de partij. Het heeft geen winstoogmerk dus dat, nou, dat is dan op zich goed nieuws denk ik in dezen, want dit ging in die documentaire wel heel erg over bedrijven die daar uiteindelijk winst op maakten, zoals bijvoorbeeld het Leger des Heils ook. Dus dat is fijn om te horen. Nou, ik hoop inderdaad dat dat inderdaad zo is dat die, dat dat afval niet uiteindelijk als afval, de kleding niet als afval in Afrika belandt, want dat zou natuurlijk wel heel zorgelijk zijn. Dus we horen dan ook graag wat de afloop is van de gesprekken en nou, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder nog even. De heer Voskamp: Voorzitter, ik kan uiteraard ook navragen hoe het plastic verder verwerkt wordt.

Ook dat gebeurt rondom overheden die dat gezamenlijk doen, dus dat zal dan geen probleem moeten zijn om daar ook een navraag te doen. En richting de heer Kleijwegt wil ik zeggen dat op de website van deze partij is aangegeven dat 65 procent van de kleding herdraagbaar is, twintig procent gerecycled wordt en vijftien procent als afval direct al gescheiden wordt en door hen wordt verwerkt. Dus niet naar Afrika gestuurd maar door hen wordt verwerkt als afval. De voorzitter: Mooi, voldoende zo? Ja? Dank u wel, gaan wij door met … Het debat van vanavond gaat over de sportnota Maassluis sport. O ja, goh. D66 wil spreken over het vuurwerk. Ja. De heer De Jong: Ja.

De voorzitter: De heer De Jong, ga uw gang. De heer De Jong: Dank, voorzitter. Ik wou zeggen: hoe kunt u die traditie nou vergeten? De traditie om enerzijds vuurwerk af te steken rond de jaarwisseling maar ook de traditie om dan een brief aan de gemeenteraad te sturen waar netjes in staat opgesomd hoe we er als gemeente zijn doorgekomen. En dat is toch ook aanleiding om nu hier iets over te zeggen. Want ondanks de coronamaatregelen en een vuurwerkverbod dat in het hele land gold is er veel zwaar vuurwerk, illegaal vuurwerk afgestoken. Niet alleen tijdens de jaarwisseling zelf maar ook al voor een langere periode daarvoor bijvoorbeeld, met flinke schade tot gevolg aan portieken, aan prullenbakken, gemeentelijke eigendommen en ook privé-eigendommen. En dan lezen we in de jaarlijkse brief van het college over de jaarwisseling dat de gemeente tevreden terugkijkt op een beheerste jaarwisseling. Dat brengt me tot de vraag: zijn we nou zo tevreden met deze jaarwisseling? Zijn we niet diep teleurgesteld in hoe het alsnog heeft kunnen verlopen? Want er is veel inzet geweest in regionaal verband door handhaving, politie, cameratoezicht, preventieve maatregelen. En dat is dus naast de maatregelen nog die rond corona golden.

Dat roept dan een volgende vraag op: hoe ziet straks de handhaving er voor Maassluis uit als straks na corona, klinkt bijna raar om te zeggen, steden als Rotterdam, Schiedam en misschien Vlaardingen ook een vuurwerkverbod hanteren? Dan hebben zij misschien de handhaving die wij keihard nodig hebben tijdens de jaarwisseling. De voorzitter: Het is niet zo dat op oudejaarsavond de steden die u noemt extra agenten krijgen om de handhaving te voltooien. Die afspraak is duidelijk gemaakt in de regio. Dus het is zo dat Rotterdam en ik meen ook Schiedam inderdaad vergaandere maatregelen hadden dan wij, wij hebben gezegd: wij voeren het landelijk beleid en daarbovenop doen we niks extra’s. Kijk, mijn hoop is erop gevestigd dat er is nu een initiatiefwetsvoorstel bij de Tweede Kamer, aanhanger, dat dat ook wet zal worden. En dat dus zeg maar de, ja, de strijd zou ik als het ware zeggen, tegen het vuurwerkvandalisme wat we de laatste jaren wel heel erg kennen in dit land, dat dat ook wettelijk onderbouwd wordt. Ik ben dus niet zozeer voor de redenering van het werkt niet want het was ook al dit jaar van kracht of eind vorig jaar en het heeft toch geen zin. Wij zien wel dat dus de laatste twee jaren dat er een vuurwerkverkoopverbod was in Nederland, dat er minder slachtoffers zijn in ziekenhuizen, minder lichamelijk leed. Het is niet tot nul gereduceerd.

En ik denk dat dat de oorzaken, het gebruik van vuurwerk, wel een stimulans gekregen heeft door de maatschappelijke onvrede richting de overheid. En dat, bedoel, dat is een ander fenomeen waar we wel mee te maken hebben en wat dus een uitlaatklep krijgt op oudejaarsavond. Maar dus het is niet zo dat het weg is als het wettelijk verboden wordt, en blijft als het ware, maar het is dus ook niet zo dat steden die lokaal nadere maatregelen nemen, waarvan je de effectiviteit kunt betwisten natuurlijk, maar dat die dan vanuit de politie of de veiligheidsregio extra ondersteuning daarvoor krijgen. Die afspraken zijn helder gemaakt onder de burgemeesters. Anderen in de raad die hier wat over willen zeggen? Nee. De heer De Jong nog. De heer De Jong: Ja voorzitter, ja, dank voor deze opheldering, zeker waar het gaat over de regionale inzet van hulpdiensten. Want het is natuurlijk, je kunt dit niet als gemeente zelf helemaal oplossen. Je hebt altijd te maken met gemeenten om je heen. Het is ook helemaal waar dat er minder slachtoffers zijn en minder leed is, en dat is allemaal goed nieuws. Het is ook goed nieuws dat er initiatiefwet ligt wat mogelijk dus het perspectief gaat bieden. Maar ik ben het ook wel met de burgemeester, met u, met de burgemeester eens dat een verbod alleen niet genoeg is.

En het is nou juist ook het beeld nu we met na de coronamaatregelen misschien weer wat meer naar buiten kunnen gaan, dat we op een andere manier wel nog een feestelijke jaarwisseling kunnen gaan organiseren. En ik weet dat het nog ver weg is maar dit is toch wel even het moment om daarbij stil te staan omdat we net terugkijken op een andere jaarwisseling die nog niet de meest feestelijke is.

De voorzitter: Nee, ik heb echt een, ja, de hoop dat het net zo gaat als met roken. Dat wij over tien, twintig jaar met verbijstering terugkijken hoe wij hier oudejaarsavond in deze jaren gevierd hebben met elkaar. De voorzitter: Goed, dan komen we wel bij het debat over de sportnota. Spreektijd is twee minuten per fractie, twintig minuten voor het college in de eerste termijn. Eén minuut per fractie en vijf minuten voor het college in de tweede termijn. Ik stel voor dat we beginnen bij mevrouw Mulder en dan rechtsaf gaan en dan de cirkel op die manier voltooien. Mevrouw Mulder, aan u het woord. Mevrouw Mulder: Dank u wel, voorzitter. En dat terwijl ik normaal helemaal niet de woordvoerder sport ben natuurlijk. Maar ik ga mijn best doen. Voorzitter, de diverse inspraakreacties die wat ons betreft zeker van waarde zijn worden door u niet gehonoreerd. Aan de andere kant gaat u meer vragen van de verenigingen en de vrijwilligers. De verenigingen moeten meer bijdragen aan de gemeentelijke beleidsdoeleinden en u wilt een kwaliteitsslag voor wat betreft de vrijwilligers. Wij vragen ons af: hoe kan dit tegelijkertijd? Hoe is de communicatie hierover met de verenigingen? De kleedkamersubsidie verandert. Bijzonder dat de spelregels tijdens het spel veranderen.

In de commissie brengt u in dat in verband met de samenwerking, tijdens de coronaperiode is er goed samengewerkt tussen de verenigingen en wellicht kunnen ze dat in de toekomst ook doen, dat deze samenwerking kansen biedt. Wie weet waar dit toe leidt, maar die randvoorwaarden die moeten wel vanuit de gemeente komen. Hoe ziet u hier uw rol met de MSR? In het uitvoeringsplan lezen we dat u gaat voor een breed toegankelijk regionaal sportaanbod voor aangepast sporten. Voor Maassluisers met een beperking op welk vlak dan ook is dit van groot belang. Betekent regionaal in dit verband dat wat elders aanwezig is, dat doen wij niet, daarvoor ga je dus naar de gemeenten in de omgeving? En hoe moet ik dan toegankelijk lezen? En met betrekking tot kwaliteit en achterstallig onderhoud, in hoeverre kan de realisatie van verschillende sportzalen voorzien in de behoefte van een aantal binnensportverenigingen om meer uren af te nemen voor nieuwe activiteiten en voor meer trainingsuren? In de commissie kregen wij de indruk dat u de sportzaal aan de Sportlaan als oplossing ziet. Als dit het antwoord is, had u dit dan niet in deze nota moeten vermelden? Dan had dit onderdeel van de inspraak kunnen zijn. Als dat zo is, is dit wat ons betreft een gemiste kans. Wij zijn bang dat de geschiedenis zich gaat herhalen.

De vorige nota stond vol met ambities en deze nota staat ook vol met ambities maar die lijken vooral uit de vorige te komen. Een knelpunt is niet de ambtelijke capaciteit. Dat is bijzonder, omdat door deze raad vorig jaar fors extra budget beschikbaar is gesteld waarvan u toch een deel van kunt opeisen op dit moment. De Olympiahal lijkt gezien de geschiedenis een niet te halen ambitie, zeker gezien de combinatie met Excelsior en woningbouw. De verbetering van de Haydnlaan en de Parkietzaal in de jaren tussen nu en de geplande nieuwbouw blijft vaag maar is voor veilig sporten hoognodig. Voorzitter, veel van deze nota is prima, maar voor de accommodatiekant ligt dit anders. We houden u aan uw uitspraak in de commissie dat de ambitie uit deze nota financieel haalbaar is en wij worden graag periodiek bijgepraat over de voortgang. Tot zover de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. De heer ’t Hart. De heer ’t Hart: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, sport is belangrijk, en dat zagen we in de afgelopen twee jaar waarin sporten echt beperkt was. En we zijn er trots op dat onze verenigingen ondanks al die problemen hun schouders eronder bleven zetten voor hun club, hun elftal, hun kinderen, maar ook voor onze gemeenschap. Want op het sportveld, zowel binnen als buiten, vindt verbroedering plaats. Voorzitter, er wordt soms gezegd dat verenigingen lastig zijn en veel vragen.

Maar ik wil het college ook voorhouden dat de voorliggende plannen niet nieuw zijn en dat de accommodaties al langere tijd niet voldoen aan de wensen en eisen die vandaag de dag aan hen mogen worden gesteld. En met deze nota zien we eerlijk gezegd dat het perspectief voor verenigingen niet echt beter wordt zonder extra benodigde interne capaciteit. De moeizame

totstandkoming van de sportzaal aan de Sportlaan laat ons dat zien. En de vraag aan het college is dan ook waarom zij juli vorig jaar middelen heeft aangevraagd aan de raad voor capaciteitsuitbreiding in het huis, maar voor dit dossier hier niet op geanticipeerd heeft dan wel aanspraak heeft gemaakt op deze middelen, maar de middelen heeft terug laten vloeien naar de algemene reserve. Voorzitter, mijn buurvrouw sprak al over de verenigingen en hun accommodatie en we hebben hele mooie kleedkamersubsidie, die u zegt in deze nota te gaan aanpassen. Maar wij gaan er wel van uit dat verenigingen die nog geen plannen hebben ingediend nog wel gebruik kunnen maken van deze subsidie, en op dezelfde manier zullen worden behandeld en dezelfde voorwaarden worden gehanteerd voor die subsidie. Graag een harde toezegging van het college hierop. Voorzitter, tenslotte. Ik verzoek het college zich eens te verplaatsen in een sportbestuur van een vereniging in deze stad, en te bedenken welke plannen de gemeente al vele jaren in het vooruitzicht stelt maar die steeds weer uitstelt. Wanneer je plannen maakt en je de verwachting wekt ze gaan uitvoeren maar daar jaar na jaar op terugkomt, kunnen wij ons de teleurstellingen meer dan voorstellen bij de verenigingen. In de commissie spraken we al over de inspraak waarvan het college helemaal niets heeft overgenomen. En misschien is dat wel kenmerkend.

Dat verdient wat ons betreft dan ook geen schoonheidsprijs en de centrale vraag is dan ook of het college de verenigingen als volwaardige gesprekspartners ziet. Tot zover de eerste termijn. De voorzitter: Ja. Dank u wel. Mevrouw Oosterman. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Ja, dank u wel. Beste gemeenteraad, college en verdere aanwezigen en luisteraars. Als ChristenUnie zitten we stevig in het sportdossier. Aan de ene kant omdat het belangrijk is goede sportvoorzieningen te realiseren in de stad, maar ook speelt er nog iets anders mee. Al zeker tien jaar lopen sportverenigingen tegen dichte deuren aan als het gaat om realisatie van het sportaccommodatiebeleid in Maassluis. Wat de ChristenUnie betreft speelt hier iets veel diepers, het gaat ons om rechtdoen, het gaat om een betrouwbare overheid zijn die gemaakte plannen ook weet te realiseren. Dat raakt ons fundament waar we als ChristenUnie voor staan. En dat is ook een reden waarom we stevig in dit sportdebat zitten. En dan de stukken die voorliggen. Complimenten voor de uitgevoerde evaluatie van het huidige sportbeleid. Het is goed om te zien dat terwijl er geen strakke sturing was op het beleid, er toch een aantal doelstellingen zijn behaald. Complimenten voor alle vrijwilligers en organisaties die daarbij betrokken zijn geweest. Ook is er nieuw beleid opgesteld en dat geeft ons handvatten voor de komende jaren.

Maar zoals collega-raadsleden ook aangaven in de commissie en ook vanavond, is het bijzonder dat er niets is gedaan met de inspraakreacties. En daar willen we graag nog een aantal dingen over benoemen. Zo hebben we in de eerste plaats een motie, Onderzoek zwemvaardigheid onder jeugd. Nederland is een waterrijk land. Een goede zwemvaardigheid is zeer belangrijk, en de heer Van de Wiel merkt terecht op in zijn inspraak dat in de sportnota niets staat vermeld over het stimuleren van zwemonderwijs. Over zwemvaardigheid willen we dan ook de volgende motie indienen, en dat doen we met alle partijen van de gemeenteraad. En die verzoekt het college te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om in kaart te brengen hoe de status van de zwemvaardigheid van kinderen in Maassluis is, in samenwerking met onder andere CJG en scholen. En waar nodig doelgerichte acties in te zetten om deelname aan zwemlessen te stimuleren, zoals ook benoemd in de door de gemeenteraad aangenomen motie Communicatie Zwemonderwijs. En de gemeenteraad hierover te informeren voor 1 februari 2023. En dan over de kleedkamersubsidie. We hebben in Maassluis gekozen voor een transparant tarievenbeleid voor de sportverenigingen, en datzelfde geldt ook voor de kleedkamersubsidie. Iedereen weet waar hij aan toe is en dat werkt goed.

In deze nota wil het college dit per verzoek beoordelen, en dat vinden we geen goede zaak, en ook de Maassluise sportraad heeft aangegeven dat ze graag de kleedkamersubsidieregeling in zijn huidige vorm wil handhaven, en daar zijn we het mee eens. En we hebben dan ook een amendement Kleedkamersubsidie handhaven, en die willen we indienen samen met Maassluis Belang. En die besluit op pagina 41 van de nota, onderdeel accommodaties, de volgende tekst te verwijderen,

en dat gaat dan om de volgende tekst: de specifieke kleedkamersubsidie wordt zodanig aangepast dat per verzoek beoordeeld wordt of aan het verzoek tegemoet kan worden gekomen. Dus die tekst komt dan te vervallen. Tenslotte over het accommodatiebeleid. In 2020 hebben we een motie ingediend, Versnelling vernieuwing binnensportaccommodaties, met daarin de opdracht om voor 1 maart 2021 met een visie te komen. In 2021 was het stil, en het college gaf aan dat de uitvoering van deze motie meegenomen wordt in de nieuwe sportnota. De nieuwe sportnota kwam, maar het enige dat hierin staat zijn jaartallen. En daarover wil ik nog het volgende zeggen: is het noemen van het jaartal 2023-2024 voor een nieuwe Olympiahal een visie of is het gebakken lucht? Is hier sprake van onvermogen om tot een krachtige en realistische uitwerking te komen? Omdat we scherp aan de bal moeten blijven in dit dossier is een stappenplan nodig om tot realisatie te komen, zoals ook benoemd in de inspraakreactie van de voorzitter van CKC Maassluis. En we wilden hiervoor een motie indienen maar … Ja, dan krijgen we weer de enorme spagaat van wanneer worden moties ingediend. Daar hoort u meer over. Ja. Verder kijken we uit naar de verkiezingen en we hopen dat het sportbeleid in de nieuwe periode met kracht en visie opgepakt zal worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

En ook dank aan de voorzitter voor de coulance voor wat betreft de spreektijd. De heer Keijzer. De heer Keijzer: Dank u wel, voorzitter, ik heb acht minuten. Voorzitter, in 2016 dienden wij als PvdA Maassluis de motie In rapporten kun je niet sporten in, met als doel om te komen tot concrete voorstellen om te komen tot een impuls in de sportaccommodaties. Eerder vroegen we al de toezegging om ieder kwartaal de vorderingen gerapporteerd te krijgen, omdat we helaas de ervaring hebben dat de uitvoering van plannen vaak achterblijft bij onze ambities. Vanavond spreken wij met elkaar de nieuwe sportnota, waarbij we helaas moeten constateren dat hierin een aantal sportaccommodaties genoemd worden waarover we het in 2016 en zelfs eerder ook al hebben gehad. Het feit dat we als raad vanavond een stuk vaststellen waarbij we wederom aangeven een impuls te willen geven aan deze sportaccommodaties, verdient gezien de voorgeschiedenis wat ons betreft niet de schoonheidsprijs. Voorzitter, positief is dat we in het investeringsprogramma voor sportvoorzieningen bij elkaar opgeteld ruim 17 miljoen hebben gereserveerd voor de komende jaren om die impuls werkelijkheid te laten worden. Tijdens de commissie hebben we met elkaar gesproken over het gebrek aan de ambtelijke capaciteit om ervoor te zorgen dat de investeringen ook tot uitvoering kunnen worden gebracht.

Voorzitter, met betrekking tot de inspraak sluit ik me aan bij de voorgangers en kunnen wij de motie van de ChristenUnie met betrekking tot de zwemvaardigheid ook ondersteunen omdat dat een mooie aanvulling is op onze eerdere aangenomen motie over communicatie zwemonderwijs. Voorzitter, met betrekking tot de Olympiahal houden we de zorg of de planning zoals die in het investeringsprogramma naar voren komt wel haalbaar is. De wethouder gaf in de commissie aan hier vol voor te gaan, maar wij willen hem nogmaals vragen hoe reëel dit is, gezien de ervaring met eerdere plannen. We hebben in de commissie het toen gehad over bijvoorbeeld de Sportlaan die eigenlijk op een leeg terrein geplaatst wordt en waar we ook al jarenlang toch het over hebben met elkaar. Voorzitter, met betrekking tot de Olympiahal is dit wel een dossier die voor de PvdA Maassluis de komende jaren echt onder het vergrootglas zal liggen. Tot zover de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleijwegt. De heer Kleijwegt: Ja voorzitter, dank u wel. Sport is niet alleen belangrijk voor de gezondheid van mensen, het is voor veel mensen ook een uitlaatklep of een plek waar je gewoon je vrienden ontmoet. Wat GroenLinks betreft is het belangrijk dat sporten dus toegankelijk is voor iedereen die het wilt. We hebben met de armoedemonitor gezien dat er in Maassluis relatief veel kinderen leven in armoede.

Wat ons betreft mag dat

geen belemmering zijn om te kunnen sporten. We zijn dan ook blij dat het Jeugdfonds Sport & Cultuur in geval van armoede zorgt voor betaling van contributie en de benodigde sportattributen. Verder vinden wij het positief dat verenigingen een duurzaamheidslening kunnen afsluiten om de boel te verduurzamen. Wel willen wij dat nieuwbouw van sportzalen en verenigingsgebouwen minimaal energieneutraal moeten zijn. We hebben immers de doelstelling geformuleerd om in 2040 energieneutraal te zijn als gemeente. Bovendien is het vrij makkelijk te realiseren bij nieuwbouw. Wat GroenLinks betreft wordt er komende jaren extra geïnvesteerd in binnensportaccommodaties. In de stukken staat ook dat we nieuwe binnensportaccommodaties kunnen combineren met woningbouw. GroenLinks is daar groot voorstander van, omdat zo de schaarste ruimte optimaal benut wordt. Hoe staat het met de concrete plannen om binnensportaccommodaties, zo, ik struikel even over dat woord, binnensportaccommodaties te combineren met woningbouw? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Jong. De heer De Jong: Dank, voorzitter. Ja, ik kan opre… Sporten is eigenlijk een soort randvoorwaarde voor alles wat je voor de rest in je dagelijks leven doet.

Of je daarmee naar je werk kan gaan, of je daarmee thuis voor je kinderen kan zorgen, het begint bij dat je vitaal bent en dat je lichamelijk goed in je vel zit, en die twee dingen kun je halen door in verenigingsverband of in je eigen vrije tijd in je buitenruimte te sporten, te blijven bewegen. En op papier hebben we nu een goede sportnota hier liggen, op papier. Dat hebben we bij de commissiebehandeling ook al gezegd. Maar waar de zorg zit over dit stuk papier is de haalbaarheid. De ervaring van de vorige sportnota geeft weinig comfort dat we de komende jaren wel werk maken van ons sportbeleid als gemeente. Dat zit in het waarmaken van beloften. En daarom is het zaak om in 2026 opnieuw deze nota door te lichten. Hebben we nou bereikt wat we willen bereiken? Hebben we de juiste zaken gemeten? En waar moet er nog een tandje bij, zodat we kunnen blijven werken aan het feit dat iedereen kan sporten. We moeten ook voorkomen dat 2026 daarmee een momentopname is maar ook tussentijds kijken en blijven werken aan het uitvoeringsprogramma. Daarnaast gaat het hier om beloften waarmaken wat betreft de sportlocaties. Want te lang heeft de gemeente gezegd dat er nog plannen komen om de binnensportaccommodaties te vervangen, renoveren of opnieuw te bouwen, en daar heb ik twee punten bij die ik graag mee wil nemen in dit debat. Allereerst: ga aan de slag.

Start met de planvorming, start met de bouw. We willen het zien, en de ambitieuze planning uit de sportnota die willen we graag halen. Daarnaast, nu duidelijk is wanneer de Haydnlaan en de Parkietstraat worden vervangen, weten we ook voor hoelang we deze zalen nog in goede staat moeten houden. Voer daarom al het noodzakelijke onderhoud nu uit, zodat die zalen tot 2026 nog veilig en gezond gebruikt kunnen worden. Ik ben tot slot benieuwd naar de reactie van het college op het amendement van de ChristenUnie met betrekking tot de kleedkamersubsidie, en natuurlijk over de motie waar mijn naam aan verbonden is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. De heer Ooms. De heer Ooms: Dank u wel, voorzitter. We zijn hier vanavond bijeen om de sportnota te behandelen en in de commissievergadering van 1 februari werd u gevraagd om mensen met een beperking ook de gelegenheid te geven in Maassluis te kunnen sporten en zwemmen. Daar ging u mensen van walking football bij halen, en deze mensen met een beperking en walking football gelijk stellen. Maar mensen met walking football die zijn gezond en die mankeren niks, gelukkig. U gaf aan dat het buiten besef voldoende is, daarom zouden wij van u willen eisen dat u in gesprek gaat met Dol-fijn en verenigingen om onze buren die een handicap of chronisch ziek zijn te gaan helpen om in hun gemeente te kunnen gaan sporten of zwemmen.

Ook willen wij dat alle verenigingen die iets vragen zullen beantwoorden. Ook moeten we proberen een vereniging juist zoveel

mogelijk zelf te laten doen en gelukkig zijn er die ook. We kunnen niet altijd alleen maar de hand ophouden. Ook willen wij u vragen er wel rekening mee te houden dat er veel druk is op vrijwilligers en de druk wordt steeds groter, en de vrijwilligers worden steeds minder. Hoe gaan we dit straks oplossen? Dat wat betreft de wachttijd voor een zwemles in Dol-fijn. Voorzitter, we kunnen toch wel verwachten dat u een gesprek gaat voeren omtrent deze wachttijden? Gezien we voldoende subsidie verstrekken mogen we toch zeker verlangen dat deze dit gaat oplossen? Wat betreft de gymzaal aan de Parkietlaan en Haydnlaan vragen we u om deze in stand te houden en met de eisen van deze tijd. Wat betreft om te komen tot een snelle bouw van de Olympiahal, heeft u al eens onderzoek laten doen om deze te herbouwen met 45 woningen, 45 jongerenwoning erop om de kosten te drukken en deze voor onze jongeren te helpen aan een woning. Tot zover onze eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar mevrouw Vreugdenhil. Dat was uw maiden speech, begrijp ik. Mevrouw Vreugdenhil. Mevrouw Vreugdenhil: Dank u wel, voorzitter. Het belang van sporten, daar zijn we het al wel met elkaar over eens. En zoals al duidelijk geworden is in de commissie van vorige week is de VVD positief gestemd over de sportnota, en dat is in dit geval een goede positief.

Ja, er zou wat ons betreft meer ambitie vanaf mogen spatten. Maar alles wat we graag willen in Maassluis op het gebied van binnen- en buitensport staat erin vermeld. En ja, we zouden al, we zijn al enorm lang met elkaar bezig als gemeente om te zorgen dat de faciliteiten in Maassluis op orde zijn. Passend bij de huidige tijden, eisen en wensen. Dus ja, is het nu fijn dat er een sportnota voor ons ligt en kunnen we door met alle plannen die nog op stapel staan. Dat neemt niet weg dat er zorgen zijn, gezien het verleden en dan vooral met betrekking op de tijd en de uitvoering. De wethouder heeft daar vorige week al toezeggingen op gedaan. En toezeggingen waar we de wethouder zeker aan zullen gaan houden. Dan rest ons nog één vraag aan de wethouder. Tijdens de commissie hebben we al aangegeven dat de genoemde ambitie op gebied van vrijwilligers een enorme uitdaging zal zijn. En al jaren is het voor alle verenigingen moeilijk hun vrijwilligers te behouden en om aan nieuwe aanwas te komen. De vraag is: wordt er ook samengewerkt met bijvoorbeeld Stroomopwaarts of met scholen? Leerlingen van bepaalde opleidingen moeten vaak stages lopen en ook maatschappelijke stages. En graag uw toelichting of uw visie hierop. En dat was mijn eerste termijn, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. De heer Luijendijk. De heer Luijendijk: Voorzitter, dank u wel.

Een rommelige en niet al te erg verhelderende commissiebehandeling van deze sportnota ging aan dit debat vooraf. De sportnota zelf is bijna obligaat te noemen, sterker, hij verschilt nauwelijks van de versie van 2017. Veel is er sindsdien niet gebeurd. Ja, er is een belangrijke processtap gezet richting de totstandkoming van de sportzaal aan de Sportlaan, maar verder is het veelal stilstaand water. De wethouder had in de commissie nogal veel woorden nodig om de raad het nietbegrijpelijke te laten begrijpen. Maar voorzitter, dit college is klaar en maakt onbedoeld met deze sportnota de balans op, en die is wat ons betreft onvoldoende. Het enige lichtpuntje is de processtap van de sportzaal Sportlaan, verder alleen maar open vlakjes. Olympiahal, Haydnlaan, Parkietstraat, en de Smithal en de nieuwe sportzaal Wilgenrijk. Dit is, voorzitter, de rode draad die VSP Maassluis haalt uit deze sportnota en de reactie van het college op indieners van zienswijzen, en veel sprekers uit de raad. Het komt erop neer dat we hier vanavond de rekening op dit onderwerp voor dit college opmaken. Het is wat VSP Maassluis betreft te weinig geweest en het komt zo ook niet goed. Het benoemen van de noodzakelijke stappen voor de komende jaren zoals deze nota doet is heel wat anders dan het formuleren van meetbare en afrekenbare ambities. Dat is wat er ontbreekt.

En dat is kwalijk voor de verenigingen die al zolang wachten op verbeteringen, vernieuwing of

realisatie van een nieuwe hal, en vooral ook voor de sportende burger, de vrijwilligers van Maassluis die beter verdienen. En die met het verschijnen van deze nota nog steeds met lege handen staan. Daarom sluiten wij aan en dienen mede de motie in van het CDA, Partij van de Arbeid, die nu heel concreet benoemt dat er voor de zomer van 2022 een plan moet komen voor de vernieuwing van de Olympiahal en de renovatie van de Haydnlaan en de Parkietstraat, meetbaar, SMART geformuleerd, zodat de nieuwe raad de vinger aan de pols kan houden en het college bij de les. Dan nog over het zwembad. Nadat we meerdere verontrustende signalen hadden ontvangen over veel te langen wachttijd voor leszwemmen stelden wij erover al artikel 51-vragen. Deze wachttijden die blijkbaar langer dan een jaar zijn doet ouders met hun kinderen uitwijken naar buurgemeenten zoals De Lier, omdat die daar niet langer zijn dan drie maanden. Het argument van een zwembadbestuurder in de media dat dit komt doordat het schoolzwemmen is afgeschaft gaat niet op. Immers, ook in buurgemeenten is dat het geval, en schoolzwemmen leidt niet, en heeft dat ook nooit gedaan, tot een diploma. Ook al wachten deze vragen nog op een beantwoording, willen wij naar een nieuw college alvast een nieuwe, of alvast een opdracht meegeven.

We hebben een motie voorbereid en die heet Wachttijden zwembad, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college in kaart te brengen wat de reden is van deze lange wachttijden, het zwembad opdracht te geven om te komen met een plan van aanpak om wachttijden op korte termijn drastisch in te korten, daarin aan te geven dat de wachttijd op 1 januari 2023 minimaal moet zijn gehalveerd vergeleken met de huidige situatie, en met het zwembad af te spreken dat in de toekomst wachttijden zoveel mogelijk in lijn moeten zijn met de wachttijden van buurgemeenten, en de raad voor 1 juni 2022 te informeren over de te nemen stappen, en gaat over tot de orde van de dag. Wat betreft het amendement … Mevrouw Mulder: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Mulder. Mevrouw Mulder: Mag ik iets vragen aan de heer Luijendijk? Zoals u het brengt lijkt het dat u weet waarom de wachttijden in de omliggende gemeenten zo laag zijn. De heer Luijendijk: Dat klopt, dat hebben wij nagevraagd. Dat klopt en dat hebben wij ook uit die signalen vernomen van mensen die bij ons vroegen hoe het nou toch kan dat hier meer dan een jaar wachttijd is voor een kind die naar leszwemmen gaat. Mevrouw Mulder: Maar u gaat het ons niet vertellen. De heer Luijendijk: Wat zegt u? Mevrouw Mulder: U gaat het ons niet vertellen. De heer Luijendijk: Hoe bedoelt u? Mevrouw Mulder: Waarom de wachttijden daar zo kort zijn.

Daar ben ik gewoon benieuwd naar. De heer Luijendijk: Ik ben niet degene die het waarom van de gemeente De Lier bijvoorbeeld moet beantwoorden. Daar ben ik niet voor ingehuurd dus. De feitelijkheid is dat de wachttijden daar plusminus drie maanden zijn en hier meer dan een jaar. Dat is de feit…

Mevrouw Mulder: Nee, mijnheer Luijendijk, dat weet ik want ik ben met mijn kinderen ook naar De Lier uitgeweken. De heer Luijendijk: Ja, maar wat is dan uw vraag? Mevrouw Mulder: Nou, dat ik graag van u wilde weten waarom de wachttijden daar dan blijkbaar zo kort zijn. De heer Luijendijk: Wij hebben het omgedraaid, wij hebben aan ons door ons bekostigde zwembad hebben wij via het college hebben wij de vraag neergelegd om te willen weten hoe het komt dat wij hier een jaar nodig hebben. Dat is de vraag. En dan … Hier is hij ook geadresseerd, ik hoef die vraag niet in De Lier te adresseren. Wat betreft de motie van de ChristenUnie over zwemvaardigheid, die dienen wij mede in. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan resumerend hebben wij één amendement van de ChristenUnie, amendement Kleedkamersubsidie handhaven, dat krijgt nummer 2022-01. En we hebben twee moties, één van de gehele raad, acht fracties zie ik. Dat is onder aanvoering van de ChristenUnie en dat is Onderzoek zwemvaardigheid onder jeugd. Dat is motie nummer 2022-02. En dan een motie ook over de wachttijden in het zwembad van de VSP, en die krijgt nummer 2022-03. Zijn we gekomen bij de wethouder voor de eerste termijn. De heer Evers. De heer Evers: Dank u wel, voorzitter. De laatste tien jaar zijn niet heel effectief geweest in het doen van de voorgenomen investeringen.

Onder meer door wijzigingen van plannen, plaatsen en maten. Maar we staan nu voor een inhaalslag. Een inhaalslag die de sport voortvarend te werk doet gaan en die zijn neergelegd in de door de raad zelf geaccordeerde investeringsplannen. De Olympiahal staat naast de sportzaal aan de Sportlaan als eerste op de rol als grote investering. Daarvoor zal er vóór 1 mei een projectleider worden aangetrokken, hetzij van binnen, hetzij van buiten, om voortvarend te werk te gaan en zoveel mogelijk proberen te realiseren dat de Olympiahal samen met Excelsior en woningbouw wordt gerealiseerd. Ik kan uiteraard niet garanderen dat ook bij de oplevering van de Olympiahal en Excelsiorcomplex ook de woningbouw compleet zal zijn gerealiseerd, maar ik hou u op de hoogte. Ik kom nu aan de beantwoording van de vragen. En die zijn voor een groot deel ook parallel en ook heel begrijpelijk. Van de motie PvdA-CDA maak ik misbruik van voorwetenschap wat erin staat. En die motie, kan ik nu al zeggen, die neem ik van harte over omdat het een ondersteuning is van hetgeen ik voorgenomen heb om als wethouder sport, voor zover het mij dat nog gegeven is, te realiseren, en zeker aan mijn opvolger in de envelop van overdracht zal doen belanden. Alles met de doelstelling om de in het investeringsprogramma neergelegde tijdschema’s te halen.

Dat daarvoor tijdig ook met de vervanging van de Haydnlaan en De Parkiet moet zijn begonnen, dat spreekt voor zich. Daar zijn we met de Olympiahal niet te voortvarend in geweest en die fout moeten we niet opnieuw gaan maken met de Haydnlaan en De Parkiet. Sport is belangrijk voor de samenleving, zowel voor het lichamelijke welzijn als geestelijk welzijn. En de afgelopen zomer, ondanks de coronacrisis, hebben we juist prachtige voorbeelden gezien van samenwerking binnen de sport, zowel binnensport als buitensport, waar buitensport gastvrijheid verleende voor de binnensport om dan toch de nodige aan sportbeoefening te kunnen blijven doen. Dat daarvoor veel kracht en inzet van, sorry, van vrijwilligers nodig is, spreekt voor zich. En daarom heb ik al eerder ook ter plaatse de complimenten gebracht aan die vrijwilligers en ik onderstreep wat de raad ook al zegt van het wordt moeilijk, er treedt vergrijzing op, hoe maak je het vrijwilligerswerk voor jongeren aantrekkelijk om de capaciteit van vrijwilligersinzet in de sport maar ook om uw cultuur, daar hebben we ook veel behoefte aan vrijwilligers, tot in stand te houden. Dat is een voortdurend proces, een voortdurende aandacht, en dat staat bij het college hoog in het vaandel. Uit de nota van behandeling van de reacties trekt u de conclusie van er wordt niet naar de inspraak, sprakende partijen, geluisterd.

Het tegendeel is waar, wij hebben kunnen bogen op een open communicatie met de verenigingen. We hebben niet alleen in het kader

van corona regelmatig overleg gehad met individuele verenigingen maar met de hele groep van binnensport en buitensport, en dat blijven we doorgaan. Dat brengt dus ook dat de essentie van de opmerkingen van de vereniging al verwerkt zijn in de begroting en zullen we bij de ui… Of sorry, in de nota, en zullen we bij de uitvoering daarvan zeker opletten en met de verenigingen in contact blijven. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Oosterman. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Ja, u stelt het heel mooi, maar ik geloof niet dat de insprekers dit zo zullen ervaren. Zij doen toch echt die inspraak met het doel om, ja, om daarmee de sportnota te verbeteren. En u heeft het toch echt aan de kant gelegd, ja, dus dat … En ook krijgen we wel ook andere signalen uit de stad dat verenigingen zich toch echt niet heel goed gehoord voelen op het stadhuis. De heer Evers: Ja. Ik heb andere waarnemingen die het tegenovergestelde zijn. Maar als je alleen maar onderstreept wat ingesproken wordt, dat letterlijk inkopieert in een sportnota, als dat het bewijs is van er wordt goed naar geluisterd dan hebben wij dat mis gedaan. Dat hebben we ook niet gedaan, het gaat om de intentie dat hetgeen wat ingebracht wordt door de insprekers, dat het ook daadwerkelijk in concreet beleid wordt vertaald en uitgevoerd. De voorzitter: Interruptie, de heer Keijzer.

De heer Keijzer: Ja voorzitter, op dit punt ook, en we hebben daarvoor of twee weken terug inderdaad met de commissie het ook al uitvoerig over gehad, waarbij u inderdaad ook al aangaf van goh, we hebben het misschien wel wat cru opgeschreven en we hadden dat wel wat anders kunnen doen. En ik wil u toch wel meegeven inderdaad van als u nou weer richting die verenigingen gaat, dat het inderdaad wel leeft bij die verenigingen, dus dat ik ook wel van uitga dat u inderdaad daarin wel ook aangeeft van goh, we appreciëren juist … Een van de hoofddoelstellingen is dat we zeggen: ze moeten aantoonbaar meer bijdragen aan de maatschappelijke agenda. Dus dat u ook wel aangeeft inderdaad van goh, dat de manier waarop we dit verwoord hebben in het stuk dat dat wel anders had gekund en dat we juist blij zijn met de input die verenigingen leveren en dat we daar ook actief vorm aan zullen geven. De heer Evers: Terechte opmerking, ik heb in de commissievergadering al gezegd dat dat diplomatieker had kunnen worden verwoord en handiger, zodat de verenigingen zich meer gehoord zouden kunnen hebben gevoeld. Dat wil niet zeggen dat ik die opmerking uit de commissie terugtrek, verre van dat. U onderstreept het normaal en ik wil hem alleen nogmaals herhalen.

Maar het is een punt van voortdurend overleg met de verenigingen om het ook daadwerkelijk handen en voeten te geven en in de praktijk te implementeren. De heer ’t Hart: Voorzitter. De voorzitter: Interruptie, de heer ’t Hart. De heer ’t Hart: Ja, in aansluiting op de twee vorige fracties die inspraken. Voorzitter, er zit echt wel verschil in tussen helemaal niets opnemen of alles opnemen. En ik ken maar heel weinig inspraaknota’s waarvanuit helemaal niets is overgenomen in uiteindelijke plannen. En dan kunt u zeggen van ja, we hebben de verenigingen gehoord en mij bereiken die berichten niet, nou, ons die bereiken die berichten helaas wel, dat

verenigingen zich niet gehoord voelen. En juist het niet opnemen van die inspraakreacties is een teken waarop er met verenigingen af en toe wordt omgegaan in dit huis. De heer Evers: Ik neem goede nota van hetgeen wat u zegt. Ik bestrijd hem niet, ik weerleg hem niet, ik heb er goede nota van genomen. Kom ik door meerdere fracties gevraagde passage over de kleedkamersubsidie. Kleedkamersubsidie kan niet zijn een automatisme dat als je alle hokjes kan aankruisen dat je dan automatisch recht hebt op kleedkamersubsidie. Er zijn eigenlijk nog maar twee, misschien drie verenigingen die nog een beroep kunnen doen op de oude kleedkamersubsidieregeling. Die wil ik uiteraard niet teleurstellen en zeker als er aanvragen komen langs dezelfde maatlat die kleedkamersubsidie doen toekomen. En maar daar staat bij dat ik er niet meer door wil blijven gaan, dus als alle verenigingen aan de beurt zijn geweest en de verenigingen die het al gehad hebben niet meer opnieuw een beroep kunnen doen op kleedkamersubsidie, wil, volgens de oude regeling, wil niet zeggen dat gerechtvaardigde verlangens die ook betaalbaar zijn en redelijk zijn in de totale context niet in de beschouwingen moet betrekken en niet kunnen leiden tot voorstellen aan de raad, maar een pot waar we kleedkamersubsidie als een automatisme gaan verstrekken daar willen we van af.

En dat past ook in het beleid wat we hebben in totaliteit over subsidies. De heer ’t Hart: Voorzitter. De heer Evers: Maar als kleedkamersubsidie wordt gecontinueerd voor die verenigingen die nog niet een beroep hebben gedaan dan mag u dat noteren als een toezegging van mij. De voorzitter: De heer ’t Hart, u moet nu het knopje indrukken. De heer ’t Hart: Nee, maar als ik hem nu indruk dan gaat hij uit, voorzitter. Dus ik laat hem … Ik doe het even niet, vindt u dat goed? Voorzitter, misschien ter verduidelijking, u gaat hem dus wel aanpassen, de kleedkamersubsidie, en waarbij u zegt van nou, de clubs die al geweest zijn vallen niet meer onder de huidige regeling. De huidige regels en voorwaarden blijven gelden voor de verenigingen die nog niet geweest zijn, en als er verenigingen komen die al gebruik hebben gemaakt van een kleedkamersubsidie en toch iets, nou ja, een investeringssubsidie zouden willen zeg maar, dan komt daar een ander soort subsidie voor. Heb ik u dan goed begrepen? De heer Evers: Dat is een correcte samenvatting. Ja. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Oosterman.

Mevrouw Oosterman-Feenstra: Ja, kan ik dan concluderen dat het dan niet helemaal goed in de nota staat? Want daar zegt u van de specifieke kleedkamersubsidie wordt zodanig aangepast dat per verzoek beoordeeld wordt of aan het verzoek tegemoet kan worden gekomen dus, maar dan … Ik weet niet precies hoe die investeringssubsidie, wat daar de regels voor zijn. Maar goed, daar kan iemand anders me mee helpen. Maar het mag niet zo zijn dat er willekeur ontstaat, dus dat wij … We hadden een transparant beleid en dat we dan vanaf nu echt afwachten is als een vereniging met een verzoek komt, dat het echt afwachten is van nou, bij die wordt het iets wel gehonoreerd en bij de ander niet. De heer Evers: Ik wil niet flauw zijn maar in de nota staat wordt en niet is, en daarom heb ik ook de toezegging gedaan dat verenigingen die nog geen beroep hebben gedaan op de huidige, nog niet ingetrokken,

kleedkamersubsidieregeling, er een beroep op kunnen doen en volgens dezelfde, of langs dezelfde maatlat worden beoordeeld. En de verenigingen die al wel kleedkamersubsidie hebben gehad kunnen niet meer geen beroep doen op de oude, zeg ik tussen aanhalingstekens, regeling, maar zal dat op zijn eigen merites ieder verzoek op zijn eigen merites worden beoordeeld. En het is geen recht maar nog steeds een redelijk invullen van mogelijke wensen die aan de subsidievoorwaarden zoals we die elders ook kennen moeten voldoen. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Oké, dan wil ik hierbij … O ja, dan … Voorzitter? Dan wil ik hierbij aan mijn collega-raadsleden de vraag neerleggen of zij er vertrouwen in hebben dat dat, dat we dan een transparant beleid krijgen voor de toekomst. De voorzitter: De heer Keijzer gaat antwoorden. De heer Keijzer: Voorzitter, dank u wel. Nou ja, misschien in reactie daarop maar misschien ook meer richting de wethouder, ik heb die toezegging duidelijk gehoord.

Zoals ik het lees wat er nu in staat krijgen we daar een, ik neem aan een raadsinformatiebrief of een raadsvoorstel tot die aanpassing in, waarvan ik ervan uitga dat daarin duidelijk staat de toezegging net op de basis van degene die nog niet aanspraak hebben gemaakt op de kleedkamersubsidie, dat die nog volgens de oude regeling daar gewoon aan deel kunnen nemen of kunnen voldoen, en dat u in het nieuwe voorstel ook duidelijk uitlegt wat nou de doelen zijn waarin we nieuwe verzoeken van mensen van een vereniging die al eerder gebruik hebben gemaakt, wat daar dan de afwegingen in zijn, zodat we inderdaad wel een beeld hebben waar u nou kijkt. En dat kan duurzaamheid zijn, nou ja, honderd manieren, maar lees ik dat zo goed? Dus dat u zegt: in het voorstel staat mensen die nog niet gebruik hebben gemaakt, die hebben er gewoon nog recht op. Mensen die er wel hebben gebruik van gemaakt of verenigingen, daar hebben we nieuwe voorwaardes voor en die zullen we helder en duidelijk naar de raad ook brengen. De heer Evers: Ja. Dat kan ik zeker toezeggen, want het mag geen black box zijn. Het moet duidelijk zijn, transparant zijn. En in ieder geval een veiligheidsklep wat altijd voor de raad bestaat is daar waar substantiële middelen noodzakelijk zijn moet dat voorstel toch altijd via de raad komen. Maar de notitie waar het een en ander op een rij wordt gezet zeg ik u toe.

Als de ChristenUnie zegt: ja, je moet een betrouwbare overheid zijn, dan ben ik het daar hartgrondig mee eens want ik heb al gezegd, ik vind het jammer dat de afgelopen tien jaar niet de meest effectieve zijn geweest maar ik zal er alles aan doen en mijn opvolger misschien ook om toch te realiseren wat we met elkaar hebben afgesproken. De heer Luijendijk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Luijendijk. De heer Luijendijk: Misschien even een puntje van orde, natuurlijk gaat het om uw opvolger, oftewel het gaat om de toekomst. En dat u persoonlijk hier geen harde toezegging kan doen dat is logisch, maar ik denk dat het daarom ook van belang is dat wij hier met elkaar krachtige afspraken maken omdat het gaat over het komende college, dus … En dat is ongeacht of daar een mijnheer met grijs haar staat of een mevrouw met donker haar, of dat is ongeacht. De heer Evers: Wij hebben, dat is een instrument dat heet een overdrachtsdocument, waar de oude college en de oude raad naar de nieuwe raad de relevante boodschappen weer brengt, en waar een nieuwe raad zeker niet omheen kan zijn de besluiten die door deze raad zijn genomen. En daar zullen ze dus ook rekening en verantwoording om moeten afleggen. En dat is in het verleden goed gegaan en ik ben zo brutaal om te

veronderstellen dat het in de toekomst, lang leve de democratie, ook zal plaatsvinden. Kleedkamersubsidie heb ik het over gehad. Olympiahal, is het een wishful thinking of is het een realiteit? Ik kan niet ijzer met handen breken maar wel stenen stapelen, en wij proberen door zoals nu op heel korte termijn een projectleider aan te trekken, voortvarend het dossier Olympiahal beet te pakken en te realiseren, waarbij ik al heb gezegd: ja, mijn streven is zeker de Olympiahal met Excelsior dat voor elkaar te krijgen, en de woningbouw zal misschien niet helemaal klaar zijn maar toch een duidelijk bewijs achter moeten laten dat het een en ander ook gerealiseerd gaat worden. De heer ’t Hart: Voorzitter. De voorzitter: De heer ’t Hart. De heer ’t Hart: Ja. Ja, de voorzitter … Wethouder heeft het steeds over Olympiahal en Excelsior, maar er zit nog een belangrijke sportaanbieder daar. En ja, wij begrepen dat daar ook nog geen contact mee is, met Mahorokan. Neemt u die ook in mee in de plannen, of … De heer Evers: Je kan er niet omheen, letterlijk niet en figuurlijk niet. En Mahorokan weet ik dat die ook andere plannen heeft en of het ingepast kan worden in de Olympiahal of bij de Olympiahal, of een verplaatsing, hangt er ook sterk af wat ze zelf willen en daar hebben ze zich nog niet definitief over uitgesproken. Maar daar houden we uiteraard de vinger aan de pols.

De heer ’t Hart: Maar heeft het college contact met Mahorokan daarover? De heer Evers: Er is contact geweest. Maar niet op collegeniveau. De heer ’t Hart: Nou voorzitter, ons bereikt echt wel andere berichten daarover. De heer Evers: Ja, ik weet … Ik kan niet garanderen de juistheid van de berichten die u ontvangt maar ik weet wel wat wij hier in dit huis doen in relatie tot Mahorokan. De heer Keijzer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Keijzer. De heer Keijzer: Misschien in het verlengde maar ik, als u het heeft over Olympiahal in combinatie met Excelsior ga ik ervan uit dat dat met name heeft ook te maken heeft over de plaats waarin de zaal zou komen. Want net als Mahorokan zal natuurlijk bijvoorbeeld CKC die een gebruiker ervan is, maar zit natuurlijk andere verenigingen in die Olympiahal zelf, ik neem aan dat die ook gewoon betrokken worden bij de ontwikkeling daarvan om te kijken van hoe die zaal zo optimaal ingericht, benut, gemaakt kan worden. Dus dat de link Olympiahal-Excelsior ook met name te maken heeft met de locatie waarop de zaal zal moeten komen. De heer Evers: De nieuwbouw van de Olympiahal is juist noodzakelijk doordat niet alleen de ventilatie en luchtbehandeling niet goed is maar de maatvoering van de Olympiahal is ook niet meer van deze tijd.

En dus komt, dus kom je automatisch, dat is de ideale maat, welke sporten gaan erin spelen, en hoe moet de lay-out van die Olympiahal zijn? De heer Keijzer: Nee, maar ik kan me voorstellen als verenigingen meeluisteren en die horen telkens o, de Olympiahal, Excelsior, dan denken ze: ja, en wij dan? Maar dat u met name de link Olympiahal-Excelsior legt

om ook te kijken inderdaad: hoe gaan we die planmaten zo goed mogelijk inrichten binnen het gebied en dat uiteraard de CKC, de badminton, de zaalvoetbal, de Ollies, Mahorokan, er allemaal gewoon nauw bij betrokken worden. De heer Evers: Ja, uiteraard. Want anders zitten we voor niks of in de lucht te fantaseren en dat is zeker niet de bedoeling. Dan heeft zowel de VSP als de ChristenUnie het over zwemonderwijs gehad. We zijn met indringend in gesprek met bestuur van het zwembad om wat aan die wachtlijsten te doen, en daar zijn in ieder geval de eerste stappen al gezet dat het bestuur van het zwembad het rooster heeft aangepast en uitgebreid om meer zwemonderwijs mogelijk te maken. Tweede zijn we mee bezig maar dat is nog niet gerealiseerd maar het idee van het zwembad zelf is ook om te zoeken naar mogelijkheden op zaterdag of op zondag te zwemmen. En dat weet ik van buiten de stad, dat daar wat meer mogelijkheden zijn. En wat ik zeker wil onderzoeken, want dat is van belang, er is in Maassluis een grote wachtlijst voor zwemles, maar hoe is die ontstaan? Is dat allemaal veel vraag op één en hetzelfde tijdstip, of een beperkt tijdstip, of is er spreiding mogelijk waardoor er reductie kan plaatsvinden van die lange wachtlijst? Want daar verschillen we niet over van mening, dat we op zo kort mogelijke termijn moeten proberen om die wachtlijst zo klein mogelijk te doen zijn.

Dat is in het belang van het zwemmen, het voorkomen van ongelukken, en wat dies meer zij. Dus daar zijn we druk mee bezig en daar heeft het bestuur van het zwembad ook duidelijke stappen gezet. Heel veel gehad over het Olympiahal maar dat geldt, heb ik ook al gezegd … De heer Luijendijk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Luijendijk, interruptie. De heer Luijendijk: Voorzitter, mag ik daaruit concluderen dat de wethouder de motie die hier krachtig zelfs ook termijnen noemt en doelen, dat de wethouder die motie als een ondersteuning ziet van het ingezette initiatief en beleid wat de wethouder probeert uit de doeken te doen, en ook als een krachtig signaal naar de nieuwe, nieuw college? De heer Evers: Jazeker. Zeker, ik heb … De heer Luijendijk: En daarmee kunt u de motie aanraden. Want dat is eigenlijk de vraag. De heer Evers: Nou aanraden, in ieder geval accepteren. Aanraden doet u wel. Ja. Haydnlaan, Parkiet, daar moeten we tijdig mee beginnen om ook volgens het investeringsprogramma tot oplevering te komen. Dat Olympiahal heb ik gezegd daar vóór 1 mei zal er een projectleider zijn die voortvarend met het hele project Olympiahal-Excelsior-woningbouw zal, te hand zal nemen.

En wat daar ook in staat, en dat heeft ChristenUnie ook gevraagd, wil daar zeer regelmatig in een jaar rekening en verantwoording voor afleggen, op de hoogte stellen van de stand van zaken, zowel met investeringen als de andere realisaties uit de sportnota, om dat te doen en dat zeg ik van harte toe want dan houden we elkaar scherp en bij de les. Onderhoud sportaccommodatie, ja, zolang de Haydnlaan en Parkiet niet vervangen zijn wordt er uiteraard onderhoud aan gedaan. En als er iets onmiddellijk gedaan moet worden, bijvoorbeeld ik herinner me een afgebroken tegel wat gevaarlijk is, die wordt acuut vervangen. Maar het onderhoud is niet erop gericht om nu alvast vooruit te lopen op de toekomstige grootte van Haydnlaan en Parkiet. U zult begrijpen dat dat niet kan. Maar u tijdig en regelmatig informeren, daar mag u me aan houden. Over de kleedkamersubsidie heb ik het nodige gezegd, daar komt een aanvullende nota op. Over het zwembad aar heb ik gezegd, het rooster wordt uitgebreid, kijken of zaterdag en zondag uitbreiding ook mogelijk is. Uiteraard zoeken we wat de oorzaak nou is van die lange wachttijd in vergelijking met andere gemeenten en wat we eraan kunnen doen, of voor 1 juni al tot een

halvering heb kunnen komen van de wachtlijst zoals u vroeg, als ik me goed herinner, dat kan ik niet garanderen maar we doen ons best. De voorzitter: De heer Luijendijk, interruptie. De heer Luijendijk: Nee voorzitter, de motie vraagt om halvering per 1 januari 2023. En we willen alleen op de hoogte gebracht voor 1 juni hoe de plannen eruit gaan zien, maar die halvering is voor 1 januari voorzien. De heer Evers: Ik hoop dat ik me … Nou, er is geen raadsvergadering meer maar er zijn nog wel raadsinformatiebrieven. Er zijn ook vragen die u kunt stellen. Dat ik daar oprecht en snel antwoord op zal geven, en bij mijn opvolger zal aandringen op een correcte en snelle beantwoording om dat investeringsplan maar ook zwembad en ook alle andere aspecten die in de sportnota staan, om u daar goed op de hoogte van te houden. Mijnheer de voorzitter, dat was mijn termijn. De voorzitter: Dank u wel. Kunnen we gelijk door met de tweede termijn. Vijf minuten. Vergadering is heropend. Mevrouw Oosterman, u vroeg om de schorsing en dan mag u beginnen. Mevrouw Oosterman-Feenstra: O, dan mag ik beginnen. Nou voorzitter, we … Ja voorzitter, dank u wel. Ik wil drie punten noemen in mijn tweede termijn en de eerste gaat even over de reden van de schorsing ook. Dat was ons amendement Kleedkamersubsidie handhaven.

Die kunnen we intrekken, de wethouder heeft duidelijk toegezegd dat de oude subsidie gehandhaafd blijft voor verenigingen die er nog geen gebruik van gaan maken, en dat nieuwe heldere voorwaarden worden opgesteld, nou ja, voor nieuwe aanvragen. Wel wil ik graag nog van de wethouder een termijn horen wanneer wij dat als gemeenteraad kunnen verwachten. Dat in de eerste plaats. Ten tweede, D66 had het er ook al even over, over evaluatie van dit plan. En daarin moeten we inderdaad niet dezelfde fouten maken als bij het oude plan, want ook tussentijdse toetsing moet er ook zijn, net als bij jaarlijks onderhoud van je auto moet er ook regelmatige een thermometer gezet worden in de uitvoering van beleidsstukken. Dat in de tweede plek, en in de laatste plaats, nou, ook, D66 had het er ook al even over en in de commissie hadden we het er ook al over. In het rapport staat ook: 47 procent van de Nederlanders sport in de openbare ruimte, en deze nota gaat vooral over georganiseerde sport. Maar ik wil hier ook nog echt benadrukken dat onze buitenruimte, en dan kijk ik ook naar wethouder Voskamp, onze buitenruimte die moet echt, nou, gestimuleerd worden om ook te sporten in die buitenruimte. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dus trekt motie 2022-01 in. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Ja, mits de wethouder nog met een goede termijn komt wanneer wij dat kunnen … Amendement.

De voorzitter: Dat is een amendement. Ja. Onder voorwaarden ingetrokken. Dank u wel, gaan wij verder met mevrouw Mulder. Mevrouw Mulder: Het wordt nou wel heel ingewikkeld, dank u wel voorzitter. Verenigingen zijn belangrijk in onze stad. Ze zorgen voor binding in de stad en je werkt er aan je welzijn, je maakt een praatje met elkaar en je let op elkaar, maar dat kan niet zonder alle betrokkenen en zeker niet zonder vrijwilligers. U zei het ook al: we moeten op ze letten, we zijn trots dat wij zoveel verenigingen hebben die nog vrijwilligers hebben en die vrijwilligers weten te behouden. Houdt u dit in gedachten als u met de verenigingen praat. Over de Olympiahal, de Haydnlaan en de Parkietzaal, het duurt te lang. En u belooft nu een inhaalslag. Het kan ook niet

anders, die inhaalslag zal er moeten komen en dat zullen wij in de toekomst blijven volgen. U geeft aan goede nota genomen te hebben van wat de verschillende fracties inbrachten over de inspraakreacties. Maar eigenlijk kopen verenigingen daar niet zo heel erg veel voor. Hoe kunt u het gevoel nog wegnemen, hoe kan het vertrouwen hersteld worden? Communicatie lijkt mij in al deze zaken het belangrijkste punt. Dan kan ik het natuurlijk niet laten nog iets over het zwemmen te zeggen. Wanneer is een wachtlijst een wachtlijst? Als een zwembad besluit dat je met tweeënhalf jaar kan inschrijven om misschien met vierenhalf wel aan de beurt te zijn, dan sta je twee jaar op een wachtlijst. Als een ander zwembad buiten onze regio of buiten onze stad besluit om daar niet aan mee te doen en gewoon je komt je inschrijven op het moment dat je kind vier of vierenhalf is en je wil gaan zwemmen, dan kan je misschien binnen drie maanden inderdaad wel zwemmen. Daarnaast zijn er voor andere mensen wellicht ook nog andere redenen om niet in Maassluis te gaan zwemmen maar daarbuiten, en daarin moet de keuze ook vrij zijn want ieder mag zijn eigen visie op zwemonderwijs hebben. Daarentegen … Desalniettemin gaan wij toch de motie van de VSP steunen omdat wij weleens boven water willen krijgen waar nou werkelijk het probleem zit, en dan … Boven water ja, dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11252857/2