CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

APV Maasluis 2021

gemeenteraad 2 februari 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: 20.50-21.35 uur: Raadsvoorstel tot vaststellen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 202143.963 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

28 alinea's met “sluiting”: 15 16 20 23 49 145 146 147 151 152 169 175 228 229 242 243 244 247 391 393 394 498 499 500 503 504 508 530

Vastgesteld in de vergadering van de raad d.d. 2 februari 2021 de griffier,

de voorzitter,

mr. R. van der Hoek

dr. T.J. Haan

APV Gemeente Maassluis 2021

68

Toelichting op de Algemene Plaatselijke Verordening Maassluis 2021 Inleiding De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Maassluis is een belangrijke verordening van de gemeente op het gebied van de openbare orde en veiligheid. Regelmatig wordt de APV geactualiseerd om aan te sluiten bij ontwikkelingen in de rechtspraak en op het gebied van wetswijzigingen. Ook vanuit de gemeente komen in de loop van de tijd verzoeken en wensen die wijzigingen in de APV behoeven. De toelichting is integraal onderdeel van de APV die, tegelijk met wijzigingen in artikelen, ook wordt aangepast. De toelichting geeft nadere uitleg bij de artikelen en/of geeft een artikelsgewijze omschrijving van de doorgevoerde wijzigingen. Dit betreft wijzigingen die dit jaar of die in eerdere jaren in de APV zijn doorgevoerd. Aangezien de toelichting op de model-APV van de VNG uitstekend is te gebruiken als toelichting op deze (Maassluise) verordening wordt ook verwezen naar de uitgebreide toelichting behorend bij dat model. Tenslotte worden ook de artikelen toegelicht waar van de modelverordening is afgeweken of waar Paragraaf 4.1.3.3 (Lex Silencio Positivo) wel of niet van toepassing is verklaard. In de laatste jaren is de APV verschillende keren gewijzigd, namelijk in 2012, 2014, 2016, 2017, 2018 en 2020.

De meest ingrijpende wijziging vond plaats in 2014, veel artikelsgewijze toelichtingen hebben daarom nog betrekking op de in 2014 doorgevoerde wijzigingen.

APV Gemeente Maassluis 2021

69

Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen Artikel 1:1 Begripsbepalingen In dit artikel is met de term “bevoegd gezag” aangehaakt bij de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De omgevingsvergunning wordt door één bevoegd gezag beoordeeld en doorloopt één procedure. De beslissing op de aanvraag kent ook één procedure van rechtsbescherming. Het bevoegd gezag is in de meeste gevallen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar het project in hoofdzaak zal worden verricht. In een beperkt aantal gevallen berust de bevoegdheid tot toestemmingsverlening niet bij het College van burgemeester en wethouders, maar bij het College van gedeputeerde staten en in enkele gevallen bij een Minister. Het bevoegd gezag is integraal verantwoordelijk voor het te nemen besluit en is tevens belast met de bestuursrechtelijke handhaving. Daarnaast komt in de APV op verschillende plaatsen de term “bevoegd bestuursorgaan” voor. Daarmee wordt dan gedoeld op ofwel het College van burgemeester en wethouders, ofwel de burgemeester. De Wabo brengt hierin geen verandering. In de APV-wijziging 2018 is een aantal definities overgeheveld van artikel 5:1 naar artikel 1:1, omdat deze begrippen in verschillende hoofdstukken terugkeren. Deze horen daarom onder de onder 1:1 genoemde en voor de gehele verordening geldende begripsbepalingen.

Verder is een aantal definities geherformuleerd in aansluiting op de model-APV van de VNG. Voor het begrip ‘bebouwde kom’ is een andere definitie gekozen: hiervoor was voorheen aangesloten bij de aanwijzing van gedeputeerde staten van de bebouwde kom krachtens artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet. Nadeel is dat een dergelijke aanwijzing niet altijd actueel is. Een beter alternatief is om als definitie te hanteren: het gebied binnen de grenzen van de bebouwde kom die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. Dat gebied wordt op grond van de WVW niet door gedeputeerde staten, maar door de gemeenteraad vastgesteld. Artikel 1:2 Beslistermijn De tekst van het eerste lid is in overeenstemming gebracht met die van artikel 3.9, eerste lid van de Wabo. Inhoudelijk is er niets veranderd. Het vierde lid is toegevoegd omdat artikel 3.9, tweede lid van de Wabo bepaalt dat de beslistermijn niet met acht, maar slechts met zes weken kan worden verlengd. Artikel 1:3 Te late indiening aanvraag Artikel 1:3 APV komt te vervallen. In artikel 1:3 APV was opgenomen dat indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing te laat wordt ingediend het bevoegde bestuursorgaan kon besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.

Daar het onderwerp van inwilligen of weigeren van een aanvraag reeds in landelijke regelgeving (de Algemene wet bestuursrecht) is geregeld, past het niet om dit onderwerp met een aanvullende grond van buiten behandeling stelling, in een gemeentelijke verordening te regelen. In verband met het vervallen van artikel 1:3 APV is conform de modelAPV van de VNG, aan artikel 1:8 APV waarin de weigeringsgronden van een aanvraag zijn opgenomen, een derde lid toegevoegd dat als weigeringsgrond kan dienen

APV Gemeente Maassluis 2021

70

voor gevallen waarbij de aanvraag te laat is ingediend en een behoorlijke behandeling van de aanvraag daardoor niet mogelijk is. Artikel 1:8 Weigeringsgronden Zie hieromtrent hetgeen is opgenomen onder artikel 1.1. In verband met het vervallen van artikel 1:3 APV is aan artikel 1:8 APV waarin de weigeringsgronden van een aanvraag zijn opgenomen, een derde lid toegevoegd dat als weigeringsgrond kan dienen voor gevallen waarbij de aanvraag te laat is ingediend en een behoorlijke behandeling van de aanvraag daardoor niet mogelijk is. Lex Silencio Positivo (LSP) Een belangrijke consequentie van de invoering van de Dienstenrichtlijn is de verplichte invoering van de lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) voor vergunningstelsels die onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn vallen. De Lex Silencio Positivo houdt in dat wanneer op een vergunning of ontheffingsaanvraag, danwel een melding niet tijdig een beslissing wordt genomen, deze van rechtswege alszijnde een positieve beschikking wordt beschouwd. Dit is geregeld in de Algemene Wet Bestuursrecht. Het gemeentebestuur kan hierbij aangeven welke vergunningen wel en niet onder de LSP vallen. Alleen vanwege dringende redenen van algemeen belang kan van de lex silencio positivo worden afgezien.Op die keuzevrijheid is één belangrijke uitzondering.

Een klein aantal bepalingen in de APV betreft omgevingsvergunningen. Voor deze vergunningen geldt altijd een LSP. Uitzonderingen daarop zijn niet mogelijk. De wijzigingen die verplicht nodig waren in verband met de invoering van de Europese Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet zoals vervat in de modelapv VNG 2009 zijn bij wijziging van de APV Maassluis 2010 al doorgevoerd. De wijzigingen die de VNG in haar modelapv 2012 ten aanzien van de LSP voorstelt waren optioneel van aard. De aanpassing betrof het opnemen van informatie over de LSP bij ieder artikel afzonderlijk in plaats van twee artikelen in hoofdstuk 1. Wij hebben er om praktische redenen voor gekozen om de artikelen waarbij de LSP wel of niet van toepassing is in stand te laten onder twee artikelen (1:9 en 1:10) zoals in de APV Maassluis 2010, en de gewijzigde verordening 2012. Voorts is er in deze toelichting bij alle artikelen waarbij paragraaf 4.1.3.3. Algemene wet bestuursrecht wel of niet van toepassing wordt verklaard een motivering opgenomen. Artikel 1:9 Toepassing artikel 4.1.3.3. Algemene wet bestuursrecht In artikel 1:9 is aangegeven dat de lex silencio positivo van toepassing is op de volgende artikelen: 2:6 lid 4, 2:9 lid 3, 2:10 lid 2, 2:11, 2:12, 2:25a, 2:29 lid 4, 2:67 lid 2, 4:11, 5:13 lid 1, 5:15, 5:16 lid 3 en 5:36 lid 3. Zie verder de toelichting bij de betreffende artikelen.

Artikel 1:10 Geen toepassing artikel 4.1.3.3. Algemene wet bestuursrecht Voor die vergunningstelsels waar een lex silencio positivo vanwege dwingende redenen van algemeen belang niet wenselijk is, is thans in de APV aangegeven dat de lex silencio positivo niet van toepassing is. Het betreft de artikelen 2:1 lid 4, 2:10 lid 1, 2:23a lid 2, 2:25, 2:28, 2:31a lid 3, 2:40, 2:41 lid 4, 2:72, 3:4, 4:5, 4:5a lid 2, 4:5d lid 2, 4:5e lid 2, 4:6 lid 2, 4:18 lid 3, 5:6 lid 3, 5:8 lid 5, 5:11 lid 3, 5:18, 5:25, 5:33 lid 6 en 5:34 lid 3. Zie verder de toelichting bij de betreffende artikelen.

APV Gemeente Maassluis 2021

71

Hoofdstuk 2 Openbare orde Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden In de APV-wijziging 2018 is het artikel over samenscholingen en ongeregeldheden geherformuleerd om beter aan de sluiten bij de model-APV van de VNG. Onbedoeld is zowel het vorige artikel blijven staan als het nieuwe artikel toegevoegd. Dat wordt nu rechtgezet door onder Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden artikel 2:1 (het vorige artikel) te vervangen door het nieuwe artikel. Lex Silencio Positivo Op de ontheffing zoals opgenomen in lid 4 is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht om dwingende redenen ten aanzien van de openbare orde, niet van toepassing. Zie voorts hetgeen hieromtrent is opgenomen onder artikel 1.1. In de APV-wijziging 2018 zijn verschillende begripsbepalingen geherformuleerd om beter aan de sluiten bij de model-APV van de VNG. Artikel 2:1a Aanwijzing overlastgebied De toevoeging van de letter a aan het artikelnummer verklaart dat het een artikel is wat in de modelAPV niet is opgenomen. In het eerste lid van dit artikel wordt de burgemeester de bevoegdheid gegeven om gebieden aan te wijzen waar naar zijn oordeel de openbare orde ernstig wordt bedreigd of verstoord.

Die verstoring of bedreiging kan samenhangen met het gebruik van of de handel in harddrugs, maar er zijn ook andere omstandigheden denkbaar op grond waarvan kan worden geconstateerd dat de openbare orde in een gebied in gevaar is. Te denken valt bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van een groep jongeren die overlast veroorzaken, en waardoor omwonenden zich onveilig of zelfs bedreigd voelen. Het aanwijzen van een gebied als overlastgebied gebeurt indien sprake is van structurele overlast die de openbare orde in dat gebied aantast of bedreigt. Er kan dus geen gebied aangewezen worden als overlastgebied wanneer er slechts sprake is van incidentele overlast. In het verlengde van de aanwijzing van een gebied als overlastgebied regelt het tweede artikellid ook dat in een overlastgebied een samenscholingsverbod geldt, voor zover samenscholing leidt tot een verstoring van de openbare orde. Artikel 2:1b Wijkverbod Eerste lid Het artikel biedt de basis om personen die zich in strijd gedragen met de openbare orde een verbod op te leggen zich gedurende een bepaalde tijd in een aangewezen gebied te bevinden of zich daarin te begeven. De burgemeester kan dit doen in het belang van: - de openbare orde; - het voorkomen of beperken van overlast; - het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat; - de veiligheid van personen en goederen; APV Gemeente Maassluis 2021

72

- de gezondheid; - de zedelijkheid. Een wijkverbod wordt opgelegd indien een persoon strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht en daarvoor ten minste één maal is gewaarschuwd. De waarschuwing geldt voor de gehele stad en is zes maanden geldig. Nadat een persoon is gewaarschuwd én hij een redelijke termijn heeft gekregen om zijn overlastgevende gedrag te beëindigen dan wel het gebied te verlaten, kan een verbod worden opgelegd indien het overlast gevende of strafbare gedrag aanhoudt. Door het wijkverbod kan de burgemeester direct optreden wanneer een maatregel op dat moment in dat gebied noodzakelijk wordt geacht voor het herstel van de openbare orde. Hoe het middel door de burgemeester of de door of namens hem gemandateerde ambtenaren wordt ingezet ligt vast in een beleidsregel. Hierin is aangegeven welke feiten en openbare orde verstorende handelingen aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een wijkverbod. Dit kunnen zowel overtredingen van de APV als andere strafbare feiten zijn. Een wijkverbod geldt in beginsel voor het gebied waarin de overtreding is gepleegd en wordt begrensd door de grenzen van de wijkpolitie. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk. Dit is het geval bij evenementen.

Dan geldt het verbod voor het gebied dat in het besluit wordt aangegeven, hetgeen wordt begrensd door de grenzen van het evenemententerrein of indien sprake is van een open evenement de grenzen van die wijken waarin het evenement plaatsvindt. Tweede en derde lid Aan een persoon kan slechts een tweede of volgend wijkverbod worden opgelegd indien hij zich binnen zes maanden na het opleggen van een wijkverbod voor een volgende maal schuldig maakt aan strafbare of openbare orde verstorende gedragingen. Een dergelijk wijkverbod heeft een maximale duur van 30 dagen. Vierde lid Indien de betrokkene kan aantonen dat hij een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, wordt het gebied waarop het verbod van toepassing is dienovereenkomstig aangepast. Doorgaans zal het gaan om belangen in de persoonlijke sfeer, zoals wonen, werken, het bezoek aan een huisarts, advocaat of hulpverleningsinstanties. Het opleggen van een wijkverbod houdt niet in dat er geen strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie kan plaatsvinden tegen de gepleegde strafbare feiten. Artikel 2:1c Veiligheidsrisicogebieden In het kader van de regionale aanpak van Overvallen en andere situaties waarbij preventief fouilleren een aanvulling kan zijn op bestaande bestuurlijke mogelijkheden is besloten om dit nieuwe artikel op te nemen.

Op grond van artikel 151b van de Gemeentewet kan de raad de burgemeester bij verordening de bevoegdheid verlenen om gebieden aan te wijzen, waarin de officier van justitie de controlebevoegdheden genoemd in de artikelen 50, 51 en 52 van de Wet wapens en munitie kan uitoefenen. Het gaat om de controlebevoegdheden om binnen het aangewezen gebied: vervoermiddelen te onderzoeken; een ieder aan de kleding te onderzoeken en te vorderen dat verpakkingen die men bij zich draagt worden geopend.

APV Gemeente Maassluis 2021

73

De burgemeester kan een gebied aanwijzen als uit feiten of omstandigheden blijkt dat er sprake is van verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Over deze feiten en omstandigheden wordt de burgemeester geïnformeerd door de korpschef. De aanwijzing als veiligheidsrisicogebied wordt gegeven voor een bepaalde duur die niet langer is en voor een gebied dat niet groter is dat strikt noodzakelijk voor de handhaving van de openbare orde. Alvorens de burgemeester een gebied aanwijst, overlegt hij hierover in de lokale gezagsdriehoek met de officier van justitie en de korpschef. Daarbij komen de volgende onderwerpen aan de orde: -

feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat er sprake is van verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan; zorgvuldige afweging van het objectieve en subjectieve veiligheidsbelang en het individuele belang van de burgers(privacy); subsidiariteit en proportionaliteit; breder handhavingsbeleid in het beoogd gebied ter verhoging van leefbaarheid en veiligheid.

In artikel 151b van de Gemeentewet en de bijbehorende toelichting worden de voorwaarden voor het aanwijzen van veiligheidsrisicogebieden beschreven. Artikel 2:1d Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Per 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden. Die wet maakt het mogelijk dat de gemeenteraad de burgemeester de bevoegdheid toekent om bij ernstige en herhaaldelijke woonoverlast gedragsaanwijzingen op te leggen aan de overlastgever. Dat is gedaan in de APV-wijziging van 2017 met het toevoegen van artikel 2:1d. In de APV-wijziging 2018 zijn het tweede en derde lid herschreven en gecombineerd tot een nieuw tweede lid in aansluiting op de model-APG van de VNG. In het tweede lid was opgenomen dat als de burgemeester een last onder dwangsom of bestuursdwang oplegt, hij aanwijzingen kan geven aan de overtreder. Deze aanwijzingen zijn echter (onderdeel van) de last, zodat dit niet uitdrukkelijk hoeft te worden genoemd. De verwijzing naar het geven van aanwijzingen is daarom geschrapt. Verder was in het tweede lid bepaald dat de burgemeester beleidsregels kan vaststellen. Dat is geschrapt, omdat op grond van artikel 4:81 van de Awb de burgemeester sowieso bevoegd is om beleidsregels vast te stellen.

Ook wordt in het nieuwe tweede lid niet meer expliciet genoemd dat de burgemeester een last onder dwangsom kan opleggen en wordt enkel bepaald dat de burgemeester een last onder bestuursdwang kan opleggen als zich een van de onder lid twee genoemde situaties voordoet. Dat de burgemeester ook een last onder dwangsom kan opleggen, volgt immers al uit artikel 5:32 van de Awb juncto artikel 125 van de Gemeentewet. Welke herstelsanctie het meest geëigend is in een specifieke situatie, zal steeds door de burgemeester moeten worden afgewogen.

APV Gemeente Maassluis 2021

74

Afdeling 2 Betogingen Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen In haar model heeft de VNG in dit artikel artikelleden opgenomen over een afwijkende termijn en te verstrekken gegevens. Daardoor zijn in dat model de artikelen 2:4 en 2:5 komen te vervallen. Bij deze nieuwe verordening is gekozen om deze bundeling van informatie in artikel 2:3 te volgen. Dientengevolge komen de artikelen 2:4 en 2:5 te vervallen. In de APV-wijziging 2018 is lid twee van artikel 2:3 geschrapt. Het bepaalde onder lid 2 was overbodig, omdat in artikel 1:1 een definitie wordt gegeven van openbare plaats. Verder is qua formulering aangesloten bij de model-APV van de VNG. Afdeling 3 Verspreiding van gedrukte stukken Artikel 2:6 Beperking aanbieden en dergelijke van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Besloten is dit artikel wederom op te nemen in de verordening om mogelijke situaties te kunnen reguleren. Folderen en flyeren is toegestaan, behalve op of aan door het college aangewezen wegen of gedeelten daarvan. Het tweede lid geeft de mogelijkheid om het verbod voor die wegen verder te beperken tot nader aan te geven dagen en uren, waarbij het vierde lid het college de bevoegdheid geeft voor het dan nog resterende verbod een ontheffing te verlenen.

Er zijn geen dringende redenen van algemeen belang ten aanzien van deze ontheffing voorts is de LSP van toepassing op de ontheffing. Van de in het eerste lid toegekende bevoegdheid mag het college niet zodanig gebruik maken dat er “geen gebruik van enige betekenis” overblijft. Zie ook de toelichting op artikel 2:42. Het college ontleent zijn bevoegdheid aan artikel 160, onder a, van de Gemeentewet. Artikel 2:6 heeft betrekking op het grondrecht waarmee de gemeentelijke wetgever het meest wordt geconfronteerd, namelijk de vrijheid van meningsuiting. Dit grondrecht is geformuleerd in artikel 19 IV, artikel 10 EVRM en artikel 7 van de Grondwet. Artikel 7 Grondwet luidt als volgt: 1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. 2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio of televisie uitzending. 3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorafgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen, toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar, regelen ter bescherming van de goede zeden. 4.

De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame. De drukpersvrijheid is in het eerste lid van artikel 7 van de Grondwet als een zelfstandige bepaling opgenomen en vormt een lex specialis ten opzichte van het derde lid. De tekst van het eerste lid is letterlijk gelijk aan die van artikel 7 van de oude Grondwet, waarmee beoogd is de APV Gemeente Maassluis 2021

75

bestaande jurisprudentie op dat punt intact te laten. De constante jurisprudentie op artikel 7 van de oude Grondwet kan als volgt worden samengevat. Het in artikel 7, lid 1 van de Grondwet beschermde recht om zonder voorafgaand verlof gedachten en gevoelens door de drukpers te openbaren impliceert het recht om de inhoud van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen, waarin gedachten en gevoelens zijn geopenbaard, zonder voorafgaand verlof door verspreiding of door enig ander middel in het openbaar aan het publiek bekend te maken. Elk middel tot bekendmaking dat naast andere middelen zelfstandige betekenis heeft en met het oog op die bekendmaking in een bepaalde behoefte kan voorzien, valt onder de bescherming van artikel 7. Dit betekent dat de bekendmaking van gedachten en gevoelens met behulp van middelen, die in het maatschappelijk verkeer dezelfde functie vervullen als geschriften in eigenlijke zin, is begrepen in de in artikel 7 erkende vrijheid van drukpers. De gemeentelijke wetgever mag niet beperkend optreden jegens de inhoud van gedrukte stukken e.d., maar is krachtens artikel 149 Gemeentewet wel bevoegd het in het openbaar bekend maken (“verspreiden”) van gedrukte stukken e.d. aan beperkingen te onderwerpen in het belang van de openbare orde, zedelijkheid en gezondheid en van andere zaken betreffende de huishouding der gemeente.

Daklozenkrant De verkoop van daklozenkranten is noch venten noch collecteren. Op grond van artikel 7 van de Grondwet kan het verkopen niet verbonden worden aan een vergunning. Wel kan de gemeente gebruik maken van artikel 2:6. Als verkoop plaats vindt op het grondgebied van bijvoorbeeld een supermarkt, dan kan de eigenaar de verkoper verzoeken weg te gaan. Het verdient aanbeveling om te overleggen met de koepelorganisaties die de daklozen vertegenwoordigen. Immers, niet iedereen kan een straatkrant verkopen. De verkopers moeten in het bezit zijn van een identiteitsbewijs van de koepelorganisatie waarmee ze kunnen aantonen dat ze officiële straatkantverkopers zijn. Artikel 2:6 lid 4 Ontheffing verbod gedrukte of geschreven stukken Bij de ontheffingsaanvraag is geen reden om van het lex silencio positivo af te zien. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is daarom van toepassing verklaard. Afdeling 4 Vertoningen en dergelijke op een openbare plaats Artikel 2:9 Straatartiest en dergelijke Lex silencio positivo Het opleggen van een beperking tot bepaalde dagen en uren door de burgemeester met betrekking tot de werking van het verbod, zal doorgaans op initiatief van het gemeentebestuur zelf gebeuren en niet op aanvraag.

Een ontheffing van het verbod zal daarentegen bijna alleen op aanvraag gebeuren, maar ook een ambtshalve ontheffing zal voorkomen, bijvoorbeeld bij bepaalde festiviteiten. Ook bij een ontheffing op aanvraag is geen reden om van het lex silencio af te zien. Paragraaf 4.1.3.3. Awb is op het gehele artikel van toepassing verklaard.

APV Gemeente Maassluis 2021

76

Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van een openbare plaats Artikel 2:10 Voorwerpen of stoffen aan, op, in of boven een openbare plaats Lid 1 en 2 Het gebruik van de weg anders dan overeenkomstig de publieke functie, als bedoeld in dit artikel, kan onder de Wabo vallen, namelijk wanneer dit gebruik bestaat uit de opslag van roerende zaken. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn als op of aan de weg een container wordt geplaatst voor de tijdelijke opslag van puin of bouwmaterialen tijdens een verbouwing. In andere gevallen zal het niet altijd op het eerste gezicht duidelijk zijn of het gaat om opslag van roerende zaken als bedoeld in de Wabo. Het onderscheidend criterium is dat het plaatsen van zaken op de weg bij opslag een tijdelijk karakter heeft; het is de bedoeling dat de opgeslagen zaken ooit ergens anders een al dan niet definitieve bestemming krijgen en aldaar een functie gaan vervullen. Als dat aan de orde is valt die activiteit onder artikel 2.2, eerste lid onder j of onder k van de Wabo. Een ontheffing wordt op grond van artikel 2.2, eerste lid, laatste zinsdeel, van de Wabo aangemerkt als een omgevingsvergunning. Daarom is een tweede lid ingevoegd, waarin staat dat het bevoegd gezag (ingevolge de definitie in artikel 1 is dat dus het bestuursorgaan als bedoeld in de Wabo) in een dergelijk geval een omgevingsvergunning verleent.

Lid 2 is tekstueel aangepast om aan te sluiten bij de model-APV van de VNG: aan een voorwerp als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wabo wordt immers een omgevingsvergunning verleend, het college kan daar niet voor kiezen. Ook lid 1 is tekstueel aangepast om aan te sluiten bij de model-APV van de VNG. Lid 3 sub g Containers In het kader van verdere deregulering van de vergunningverlening is er bij de APV-wijziging 2018 gekeken naar artikel 2:10 betreffende het plaatsen van voorwerpen op de openbare weg. Op basis van dit artikel worden vergunningen verleend voor het plaatsen van de meest uiteenlopende voorwerpen op de openbare weg. Het is wenselijk om het vergunningstelsel voor een groot aantal voorwerpen in stand te houden, dit om als gemeente meer controle en een betere handhaving te hebben. Hierbij gaat het om voorwerpen die een meer permanent karakter hebben, zoals winkeluitstallingen en bloembakken, en voorwerpen waarbij de toetsing op verkeersveiligheid een belangrijke factor is. Gezien de aansprakelijkheid van de gemeente voor de openbare weg is het gewenst het plaatsen van voorwerpen te blijven reguleren en daarbij niet teveel toe te laten. Met het oog op deregulering is het evenmin wenselijk om teveel beperkingen op te leggen.

Daarom is ervoor gekozen om het plaatsen van containers voor de opslag van puin of bouwmaterialen wel meldings- en vergunningsvrij te maken. Administratieve lastenverlichting is een van de redenen hiervoor: de tijd die wordt besteed aan een aanvraag wordt vaak niet gedekt door de leges, en daarbij zijn de te verrichten administratieve handelingen hoog in verhouding tot de kortstondige duur van de verleende vergunning. Ook is een vergunningsplicht voor containers niet noodzakelijk voor de handhaving, omdat ook landelijke wetgeving juridische handvaten biedt. Als waarborgen voor de openbare orde en veiligheid gelden wel enkele voorwaarden voor het vergunnings- en meldingsvrij plaatsen van containers: ze mogen niet langer dan 30 dagen op de weg staan geplaatst, anders dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd, ze leveren geen hinder of gevaar op voor het verkeer, ze hebben een maximale hoogte van 2,5 meter en een maximale lengte van 4,5 meter en per perceel worden niet meer dan twee containers APV Gemeente Maassluis 2021

77

geplaatst. Deze bepalingen zijn opgenomen in lid 3 sub g. In een later stadium kunnen, indien nodig, ook breed gestelde algemene regels voor het plaatsen van containers worden opgesteld. Lid 3 sub g Keetwagens en toiletcabines In de APV-wijziging 2018 is ervoor gekozen om het plaatsen van containers voor de opslag van puin of bouwmaterialen meldings- en vergunningsvrij te maken. Dit was onderdeel van een dereguleringsslag van de vergunningverlening. Het meldings- en vergunningsvrij plaatsen van containers heeft de afgelopen jaren geen problemen gegeven. In de APV-wijziging 2020 worden ook keetwagens en toiletcabines (zoals dixies), mits onder bepaalde voorwaarden, vergunnings-en meldingsvrij gemaakt. Bij bouw- of verbouwactiviteiten is het gebruikelijk dat naast containers ook een toiletcabine en keetwagen worden geplaatst. Aannemers hoeven weliswaar geen melding meer te doen van het plaatsen van een container, maar nu nog wel van een toiletcabine of keetwagen. Omdat deze drie vaak bij elkaar worden geplaatst, is het logisch om het plaatsen van toiletcabines en keetwagens ook meldings- en vergunningsvrij te maken. Wel geldt de voorwaarde dat er van beiden niet meer dan één per perceel mag worden geplaatst, dat ze niet langer dan 30 dagen op de weg zijn geplaatst en ze geen hinder of gevaar voor het verkeer opleveren.

In de APV-wijziging 2020 wordt ook onder lid 3 sub g toegevoegd dat containers een maximale breedte mogen hebben van 2,5 meter. Dat is de gangbare breedte van een parkeervak. Door deze maximumbreedte aan te houden, zorgen we ervoor dat containers in een parkeervak passen en niet over de rijbaan uitsteken. Lid 3 sub h en i Evenementen en terrassen Met de toevoeging van sub h e i worden evenementen en terrassen, als bedoeld in de artikelen 2:24 en 2:27 lid 3 van de APV, vrijgesteld van de vergunningplicht op basis van artikel 2:10. Dat is omdat hieraan al vergunningen worden afgegeven op basis van andere APV-artikelen, en het daarom niet nodig is om hiervoor nog een vergunning te verlenen op basis van artikel 2:10. Wanneer er een evenement wordt gehouden, wordt hiervoor een vergunning verleend op basis van artikel 2:25. Wat terrassen betreft, werkt de gemeente Maassluis met horecaexploitatievergunningen en verleent langs die weg, op basis van artikel 2:28, vergunningen voor de terrassen die bij een horecabedrijf horen. In sub i zijn de terrassen expliciet afgebakend en gaat het alleen om terrassen als bedoeld in artikel 2:27, lid 3. Dit zijn de terrassen behorend bij een horecabedrijf, waarvoor door de burgemeester een vergunning is verleend op grond van artikel 2:28.

In het geval een terras niet hoort bij een in artikel 2:28 bedoeld horecabedrijf en is gelegen op de weg of een weggedeelte, zijn de in artikel 2:10 gestelde eisen wel van toepassing en dient voor zo’n terras wel een vergunning te worden aangevraagd. Voor dit soort terrassen wordt geen vergunning afgegeven op basis van een ander APV-artikel. Om dit soort terrassen wel vergunningplichtig te houden, is onder sub i de afbakeningsbepaling opgenomen. Lid 3 sub j, lid 4 en lid 6 Tevens zijn nieuwe bepalingen onder lid 3 sub j en lid 4 opgenomen, en is het bepaalde in lid 6 tekstueel aangepast. Op basis van lid 3 sub j kan het college andere voorwerpen aanwijzen waarvoor geen vergunningsplicht geldt, zonder dat daarvoor de APV hoeft te worden gewijzigd. Lid 4 geeft het college de mogelijkheid om nadere regels te stellen voor de in lid 3 genoemde voorwerpen en categorieën van voorwerpen. Lid 6 benoemt expliciet dat ook op grond van APV Gemeente Maassluis 2021

78

artikel 1:8 de vergunningen, bedoeld in lid 1 en 2, kunnen worden geweigerd. Dit was al mogelijk aangezien in artikel 1:8 algemene weigeringsgronden voor alle APV-vergunningen staan. Met het gewijzigde lid 6 wordt aangesloten bij de model-APV en zijn de weigeringsgronden net wat duidelijker en vollediger geformuleerd. Lex silencio positivo Op de vergunning zoals opgenomen in lid 1 is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht om dwingende redenen ten aanzien van de openbare orde, en de verkeersveiligheid niet van toepassing. Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Op het aanleggen of veranderen van een weg is artikel 2.2, eerste lid onder d. van de Wabo van toepassing als de activiteit verboden is in een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Dat betekent dat de termijnen genoemd in artikel 3.9 van de Wabo van toepassing zijn op deze vergunning. De beslistermijn is 8 weken, de verdagingstermijn zes weken. Let wel: indien er meerder activiteiten worden aangevraagd en er één onder artikel 3.10 van de Wabo valt, dan is de uitgebreide procedure van toepassing (beslistermijn van 6 maanden met een mogelijkheid tot verdagen van zes weken).

Indien de activiteit niet is verboden in een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is de Wabo niet van toepassing en is het college bevoegd. Wanneer het gaat om normaal onderhoud van de weg is er ingevolge het derde lid geen vergunning nodig; het college hoeft zichzelf geen vergunning te verlenen. Zie verder de toelichting aldaar. In de APV-wijziging 2018 is de formulering van een aantal leden aangepast conform de modelAPV van de VNG. Artikel 2:12 (Omgevings)vergunning voor het maken of veranderen van een uitweg De vergunning voor het maken van een uitweg is aangewezen in artikel 2.2, eerste lid onder e. van de Wabo. Hier is de term “het college” vervangen door “bevoegd gezag”. Zie hieromtrent hetgeen is opgenomen onder artikel 1.1. Ook hier is gekozen voor het vergunningsstelsel. Hiervoor geldt dezelfde argumentatie als genoemd onder 2:10. Afdeling 6 Veiligheid van/op een openbare plaats Artikel 2:14 Winkelwagentjes Dit artikel tracht het ‘zwerfkarrenprobleem’ enigszins te verkleinen. Dit artikel is conform de modelverordening APV 2012 gewijzigd. In de APV-wijziging 2018 is de formulering in lid 1 en 2 aangepast conform de model-APV van de VNG.

Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp In de model APV is het artikel waarin een vergunningsplicht is opgenomen voor het plaatsen van voorwerpen op de weg in strijd met de bestemming ervan (artikel 2:10.) vervangen door een APV Gemeente Maassluis 2021

79

algemene regel waarin dit wordt verboden wanneer het gevaar of hinder oplevert, of het normale gebruik van de weg hindert. Daarmee verviel de noodzaak van het artikel over hinderlijke beplanting. Dit artikel was daarom geschrapt in de modelverordening. In de verordening van Maassluis is dit artikel wel gehandhaafd. Doordat meerdere gemeenten bij de VNG hebben aangegeven om praktische redenen dit artikel te willen handhaven, is de tekst teruggeplaatst in de modelverordening. Het komt namelijk regelmatig voor dat burgers hun beplantingen zover laten doorgroeien, dat deze hinder veroorzaken voor de voetgangers of het uitzicht belemmeren voor het rijverkeer. Indien door bomen of planten het uitzicht zodanig wordt belemmerd dat de verkeersveiligheid in het gedrang komt, kan het college op basis van zijn bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen ex artikel 125 Gemeentewet, een last opleggen om de bomen of beplanting te verwijderen of te snoeien. In de APV-wijziging 2018 is de formulering aangepast conform de model-APV van de VNG. Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurgebieden Het artikel beoogt bosbranden te voorkomen en beschadiging van eigendommen tegen te gaan. Bij besluit zou dan gedurende een bepaalde periode een gebied (bossen, heide of veengronden) moeten worden aangewezen waar roken niet is toegestaan. Het Wetboek van Strafrecht biedt in dit geval ook nog bescherming.

Met het oog op de vereenvoudiging van de regelgeving is dit artikel niet overgenomen van het VNGmodel. Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp openbare plaats Er is overwogen (net als in het model) dit artikel te schrappen. De politie heeft echter aangegeven hiervan geen voorstander te zijn omdat hierop in de praktijk wordt gehandhaafd. Dit artikel moet ook in samenhang met (aanvulling op) artikel 2:10 worden gezien en gaat niet verder dan het stellen van een afstandsvereiste voor het aanbrengen van schrikdraad, puntdraad en dergelijke. Artikel 2:20 Vallende voorwerpen De VNG heeft dit artikel “gereserveerd”. In deze verordening is de oude bepaling gehandhaafd omdat het in de praktijk geen slapend artikel is gebleken. U moet hierbij denken aan het niet deugdelijk bevestigen van dekzeilen aan panden die verbouwd worden. Artikel 2:20a Dragen gevaarlijke voorwerpen Het verbod om gevaarlijke voorwerpen op openbare plaatsen te dragen was al opgenomen in de APV. Dit was destijds op verzoek van de politie. In de APV-wijziging 2020 is de formulering van het artikel aangepast, opdat het makkelijker leesbaar is. Dit artikel is van toepassing op messen en andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt. Het artikel heeft tot doel de bescherming van de openbare orde en veiligheid in Maassluis.

APV Gemeente Maassluis 2021

80

Lid 1 en 2 In de APV-wijziging 2020 is de term “openlijk” geschrapt in het 1e lid, omdat deze term voor verwarring kan zorgen. Met openlijk wordt bedoeld het geopend bij zich hebben van wapens, wat is verboden. Hiermee worden voorwerpen die zijn ingepakt uitgesloten van het verbod. Door ingepakte voorwerken uit te sluiten, blijft het mogelijk om bijvoorbeeld keukenmessen aan te schaffen en deze in de verpakking bij zich te dragen. De term “openlijk” kan echter ook worden geïnterpreteerd als openlijk zichtbaar bij zich dragen. Het bij zich dragen van een mes onder de jas of in een broekzak zou dan wel toegestaan zijn, en dat is niet de bedoeling van het artikel. Met het schrappen van de term “openlijk” in het 1e lid en met de toevoeging van het 2e lid is de formulering verbeterd: conform het 1e lid is het bij zich hebben van messen en andere steekwapens verboden, ook als deze in een jas, broekzak of tas zitten, en conform het 2e lid is het ongeopend verpakt bij zich hebben van een als wapen te gebruiken voorwerp wel toegestaan. Lid 3 Het 3e lid grenst het verbod af van de Wet wapens en munitie. Deze wet voorziet in een gedeeltelijk messenverbod en verbiedt onder meer het dragen van stiletto’s, vlindermessen en opvouwbare messen langer dan 28 centimeter of met meer dan één snijkant.

In de praktijk treft de politie ook messen en andere wapens aan die niet zijn verboden op grond van de Wet wapens en munitie maar die ook behoorlijke verwondingen kunnen veroorzaken en daarom bedreigend zijn voor de openbare orde en veiligheid. Dit APV artikel maakt direct optreden bij bijvoorbeeld preventief fouilleren en vechtpartijen beter mogelijk, doordat ook het dragen van messen en andere steekwapens die niet onder de Wet wapens en munitie vallen strafbaar wordt gesteld. Uit jurisprudentie blijkt dat het opnemen van een messenverbod in de APV, die in wezen aanvullend is op de Wet wapens en munitie, toegestaan is. Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting In de APV-wijziging 2018 is de formulering aangepast conform de model-APV van de VNG. Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn Dit artikel is niet overgenomen van de modelverordening omdat er in Maassluis geen bovengrondse hoogspanningslijnen zijn. Artikel 2:23a Verbod op slapen op of aan de weg Dit is een nieuw artikel dat bij de APV-wijziging 2017 wordt opgenomen. Het artikel dient voornamelijk de openbare orde. Het gebruik van de weg of een voertuig op of aan een weg als slaapplaats werkt potentiele overlast in de hand. Dergelijke overlast omvat voornamelijk activiteiten die doorgaans vóór of na een (langdurig) rustmoment kunnen plaatsvinden.

Tevens draagt dit artikel bij aan de bestrijding van ongeregistreerd nachtverblijf. In de APV-wijziging 2018 is de formulering aangepast conform de model-APV van de VNG.

APV Gemeente Maassluis 2021

81

Lex silencio positivo artikel 2:23a lid 2 Ontheffing verbod slapen op of aan de weg Op de ontheffing zoals opgenomen in lid 2 is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht, om dwingende redenen ten aanzien van de openbare orde, niet van toepassing. Afdeling 7 Evenementen De artikelen behorend bij deze afdeling wijken enigszins af van de modelverordening. Onderstaand worden de belangrijkste afwijkingen en wijzigingen per artikel toegelicht. Artikel 2:24 Begripsbepalingen Snuffelmarkt Bij deze wijziging van de APV is gekozen om een snuffelmarkt als evenement aan te merken. Gevolg hiervan is dat afdeling 5 Snuffelmarkten waarin de artikelen 5:22 en 5:23 waren opgenomen zijn komen te vervallen. Een snuffelmarkt is nu in de plaats gekomen van een klein evenement in artikel 2:24 lid 2e, Afdeling 7 Evenementen. Op openbare vermakelijkheden komen vaak veel bezoekers af. Deze evenementen kunnen in beperkte of juist grote mate van invloed zijn op de openbare orde. In verband met de toenemende openbare orde problematiek is dit vergunningenstelsel aangepast en ingedeeld op basis van een risicomodel A, B, C en 0evenementen. Aevenementen zijn evenementen met een laag risicoprofiel, Bevenementen gemiddeld risicoprofiel, C evenementen hoogrisicoprofiel en 0evenementen laag risicoprofiel. Voor de A,B en C evenementen geldt een vergunningenstelsel.

Controle achteraf kan niet volstaan wegens mogelijk gevaar voor de openbare orde, verlastsituaties, verkeersveiligheid, volksgezondheid, zedelijkheid e.d. Ook de organisator is bij een vergunningstelstel gebaat, omdat hij met de gemeente kan onderhandelen om goede afspraken te maken. Zo krijgt hij op het evenement toegesneden voorwaarden. Voor de 0evenementen (laag risicoprofiel) is een meldingsplicht van kracht. Vechtsportevenementen Er is voorzien in een bevoegdheid van de burgemeester om categorieën vechtsportwedstrijden of -gala’s aan te wijzen die als evenement worden aangemerkt. De populariteit van full-contact vechtsporten – ringcontactsporten zoals muay thai (Thaiboksen), kickboksen en MMA – is enorm toegenomen. Het zijn sporten die als zodanig deel uitmaken van de reguliere sportinfrastructuur. Enerzijds worden deze full-contact vechtsporten gezien als waardevolle sport met een maatschappelijke functie (zoals agressieregulering). Anderzijds is er kritiek op de organisatie van deze vechtsporten en op de beoefening zelf. Wedstrijden of demonstraties (‘demo's’) van fullcontact vechtsporters vinden plaats in openbaar toegankelijke accommodaties en worden gala's of evenementen genoemd. De praktijk wijst uit dat er bij dit soort vechtsportevenementen of gala’s een verhoogde kans bestaat op ongewenste situaties rond en tijdens het evenement.

Het is daarbij niet relevant of een dergelijk evenement wordt georganiseerd in een gebouw dat voor sportwedstrijden is bestemd of niet. Om de kwaliteit van vechtsportevenementen en -gala's te vergroten en te waarborgen heeft de Nederlandse Vechtsportautoriteit in het najaar van 2017 een richtlijn voor vechtsportevenementen gepubliceerd (Regulering vechtsportgala's: handreiking voor gemeentelijk beleid). De Vechtsportautoriteit is een toezichthoudend orgaan dat door middel van regelmatige controles de evenementen toetst aan de criteria die in de richtlijn staan. Aan gemeenten wordt aangeraden een regeling in de APV op te nemen met een vergunnings- dan wel meldingsplicht, vooral vanwege de potentiele medische impact (bijvoorbeeld hersenschade APV Gemeente Maassluis 2021

82

als gevolg van stoten en trappen tegen het hoofd), de kwetsbare organisatie en begeleiding, geweldsincidenten en vermeende banden met criminele organisaties. Zo zijn er ook aanwijzingen voor verwevenheid tussen de full-contact vechtsportsector en de georganiseerde criminaliteit. De sector is door zijn versnipperde en broze organisatiestructuur extra kwetsbaar voor deze verwevenheid. Regulering via een vergunnings- of meldingsplicht is daarom gewenst. Lid 3 Het toegestane aantal bezoekers op een 0-evenement wordt verhoogd van 100 naar 150 personen. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 2:25a lid 2 sub b. Artikel 2:25 Evenementenvergunning Lid 9 De organisator van of aanvrager van een vergunning voor een vechtsportevenement is verantwoordelijk voor een goede gang van zaken tijdens het evenement en voor een ordelijk verloop ervan, zowel in het gebouw als in de directe omgeving daarvan. De voorwaarde over het levensgedrag wordt gesteld om te kunnen toetsen of de organisator of de aanvrager van de vergunning op grond van zijn levensgedrag kan worden geacht aan deze verantwoordelijkheid te voldoen. De voorwaarde ziet alleen op de organisator(en) of de aanvrager van de vergunning, dus degene voor wiens rekening en risico het evenement wordt georganiseerd. De burgemeester kan de vergunning weigeren als de levensgedragtoets negatief uitvalt.

Lex silencio positivo Ten aanzien van de melding 0evenementen en de evenementvergunning (A, B of C evenementen) is een lex silencio positivo niet wenselijk, gezien de impact die dergelijke evenementen kunnen hebben, met name op de openbare orde. Ook vragen vele aspecten zoals brandveiligheid, geluid, aanvoer, afvoer en parkeren van bezoekers, om maatwerk dat alleen een inhoudelijke vergunningsbeschikking kan bieden. Er zijn derhalve verschillende dwingende redenen van algemeen belang, met name de openbare orde, openbare veiligheid en milieu om van een Lex silencio positivo af te zien. Paragraaf 4.1.3.3. Awb wordt niet van toepassing verklaard. Artikel 2:25a 0-evenementen Artikel 2:25a heeft betrekking op het organiseren van kleine, zogenaamde 0-evenementen waarvoor geen vergunningplicht geldt. In de APV 2017 stonden de bepalingen over het 0evenement onder artikel 2:26a. Voor een meer logische en heldere opbouw van de afdeling evenementen is ervoor gekozen om de bepalingen over 0-evenementen te plaatsen onder het nieuwe artikel 2:25a. Inhoudelijk zijn er enkele wijzigingen aangebracht: lid 2 sub b, c, e en g, lid 3 en lid 4 zijn gewijzigd en het nieuwe lid 6 is toegevoegd. Tevens wordt een toelichting op het al dan niet toepassen van lex silencio positivo toegevoegd, die ontbrak.

Lid 2 sub a Onder artikel 2:25a lid 2a wordt in de APV-wijziging 2020 het zinsdeel “feest op eigen terrein” geschrapt. Er hoeft immers geen melding te worden gedaan van feestjes in iemands eigen huis of tuin. Daarnaast wordt de term “feest” vervangen door “evenement”, omdat deze term de verschillende soorten 0-evenementen beter dekt. APV Gemeente Maassluis 2021

83

Lid 2 sub b Het toegestane aantal bezoekers op een 0-evenement wordt verhoogd van 100 naar 150 personen. Het aantal personen dat aanwezig is, moet lokaal worden vastgesteld. Door het aantal te verhogen naar 150 personen, wordt eenzelfde grenswaarde gehanteerd als in het Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen, dat per 1 januari 2018 in werking is getreden. Het Besluit geeft regels over het brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke plaatsen. Het stelt, als een van die regels, dat een gebruiksmelding bij de gemeente moet worden ingediend indien een verblijfsruimte op die plaats is bestemd voor meer dan 150 personen tegelijk. De gemeente beoordeelt vervolgens de brandveiligheid van het evenement op basis van de gebruiksmelding. Door de grenswaarde van 150 te hanteren, is het indienen van een gebruiksmelding bij een 0-evenement niet nodig. Hiermee blijft het makkelijk en laagdrempelig, met zo min mogelijk administratieve lasten, om een 0-evenement te organiseren en is het tegelijk mogelijk om meer personen voor het evenement uit te nodigen. Lid 2 sub c Met de aanpassing van lid 2 sub c mogen vergunningsvrije evenementen hooguit één dag duren. In het verleden is het voorgekomen dat 0-evenementen meerdere dagen duurden.

Gezien de impact van een langdurig evenement op de nabije omgeving is hiervoor de aanvraag van een evenementenvergunning wenselijk. Lid 2 sub e Op grond van lid 2 sub e in de vorige APV mocht een 0-evenement niet plaatsvinden op de weg in de zin van de Wegenverkeerswet. In de praktijk heeft dit voor problemen gezorgd. Een straatfeest vindt immers per definitie plaats op de weg, en in Maassluis zijn er weinig groengebieden die geschikt zijn voor het houden van een straatfeest. Daarom is ervoor gekozen om lid 2 sub e zodanig te wijzigen dat er meer ruimte komt voor het organiseren van 0evenementen op straat, bijvoorbeeld op de stoep of op hooguit een paar parkeerplaatsen, maar dat tegelijk geborgd blijft dat het 0-evenement zo min mogelijk belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten. Hierdoor worden, onder specifieke voorwaarden, 0-evenementen op straat wel mogelijk. De specifieke voorwaarden worden verder uitgewerkt in nadere regels. Lid 2 sub g Eerder heeft het college de totale oppervlakte van kleine objecten vastgesteld op maximaal 25 m², in plaats van de 10 m² die daarvoor gold. Deze wijziging is al opgenomen in het meldingsformulier van een 0-evenement maar was nog niet doorgevoerd in de APV. Dat wordt daarom nu gedaan. Ook wordt de verwijzing naar springkussens geschrapt.

Hierdoor is het voortaan toegestaan om een 0-evenement met een springkussen (mits deze niet groter is dan 25 m²) te organiseren, zonder dat hiervoor een vergunning hoeft te worden aangevraagd. Hiermee wordt het makkelijker om kinderfeestjes te organiseren. Om de veiligheid te waarborgen, mag een springkussen alleen onder bepaalde voorwaarden worden opgebouwd, deze voorwaarden worden uitgewerkt in nadere regels m.b.t. het organiseren van een 0-evenement. Lid 3 en 4 Voor het organiseren van kleine evenementen zoals een feest op eigen terrein of een straatfeest is in het kader van administratieve lastenvermindering en deregulering de meldingsprocedure, APV Gemeente Maassluis 2021

84

als bepaald in lid 3 en 4 van artikel 2:26a, aangepast. In de huidige situatie moet de organisator van een 0-evenement een aanvraagformulier invullen en wachten op de schriftelijke toestemming van de burgemeester alvorens hij het evenement mag organiseren. Voortaan dient de organisator via een formulier melding te doen van het evenement en daarbij akkoord gaan met de voorwaarden. De toestemming is verleend indien de organisator een ontvangstbevestiging van zijn melding kan tonen en na ontvangt van het formulier geen tegenbericht is verzonden. Zonder deze ontvangstbevestiging kan een 0-evenement geen doorgang vinden. Het doen van een melding in combinatie met algemene regels geeft organisatoren van een 0-evenement meer vrijheid. Lid 6 Door de meldingsplicht voor 0-evenementen niet van toepassing te verklaren op daartoe aangewezen categorieën vechtsportwedstrijden of -gala’s, geldt voor deze evenementen altijd een vergunningplicht op grond van artikel 2:25 eerste lid. Aanvragers moeten aan verschillende voorwaarden voldoen, op het gebied van VIP-tafels, alcoholschenking, leeftijdsgrenzen en toezicht van een erkende bond. Ook is het mogelijk om vergunningaanvragen te onderwerpen aan een Bibob-toets, waarbij screening plaatsvindt van de organisatie, financiering en zakenrelaties.

Lex silencio positivo artikel 2:25a Melding 0-evenement Door een 0-evenement alleen te hoeven melden en dat uiterlijk vijf dagen van tevoren te doen, krijgen organisatoren meer vrijheid in het organiseren van een straatfeest. Zoals staat beschreven in artikel 2:25a, is het evenement toegestaan zolang er geen tegenbericht is ontvangen. Oftewel, bij het uitblijven van een reactie van de gemeente kan het evenement doorgaan. Het is daarom niet de bedoeling om de melding van rechtswege te weigeren indien binnen vijf dagen niet wordt gereageerd op de aanvraag. Op de melding is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht dus van toepassing. Artikel 2:26

Ordeverstoring

Lid 3 en 4 In de APV-wijziging 2020 is het zogenaamde colorverbod van door de rechter verboden en ontbonden criminele motorclubs (Outlaw Motorcycle Gangs ofwel OMG’s) opgenomen. Dit houdt in dat het verboden is om symbolen van verboden motorclubs te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren. Het kan bijvoorbeeld gaan om de naam, het logo of spreuken op kleding of op motoren. Op basis van dit artikel is het uiterlijk vertoon van verboden OMG’s niet toegestaan bij evenementen. Op basis van artikel 2:50 is het uiterlijk vertoon van verboden OMG’s niet toegestaan op openbare plaatsen, in voor het publiek openstaande gebouwen en op daarbij behorende erven. Zie ook de toelichting onder artikel 2:50. De toelichting horend bij artikel 2:50a is ook in haar geheel van toepassing op artikel 2:26 lid 3 en 4. Artikel 2.26a Openbare orde en veiligheid In de APV-wijziging 2018 is de nummering van de artikelen 2:26, 2:26a, 2:26b aangepast om een meer logische volgorde te hebben. Artikel 2:26a (0-evenementen) wordt artikel 2:25a, daarop volgt artikel 2:26 en het vorige artikel 2:26b wordt 2:26a.

APV Gemeente Maassluis 2021

85

Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen Een goede horeca, zowel qua kwantiteit als kwaliteit, levert een enorme bijdrage aan de uitstraling van de gemeente. Reden waarom de gemeente Maassluis hecht aan een strikte vergunningverlening en handhaving. Samen met de gemeente Vlaardingen, politie en justitie is het zogenaamde Handhavingarrangement horeca vastgesteld. De exploitatievergunning maakt hiervan deel uit. Vooral door de hierin opgenomen aanpak kan de horecaoverlast binnen de gemeente effectief worden aangepakt. Het persoonsgebonden karakter is hierbij juist enorm belangrijk. Daarom zijn ook de eisen die de drank en Horecawet stelt aan een leidinggevende in de APV gelijkgesteld met die van de horeca exploitant. De gedragseisen van de Drank en Horecawet zijn expliciet in een AMvB geformuleerd. Artikel 2:27 Begripsbepalingen De begripsbepaling van inrichting is geschrapt en de begripsbepalingen van horecabedrijf en terras zijn aangepast in aansluiting op de model-APV van de VNG. Hiermee wordt de begripsbepaling in deze hele afdeling 8 duidelijker. In de APV 2017 werden de begrippen inrichting, openbare inrichting en horecabedrijf door elkaar gebruikt, terwijl alle drie de begrippen verwijzen naar het horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27 lid 1.

Met de APV-wijziging 2018 zijn de begrippen inrichting en openbare inrichting overal vervangen door horecabedrijf om verwarring te voorkomen. Artikel 2:28 (Tijdelijke) Exploitatievergunning horecabedrijf Aan dit artikel is de mogelijkheid toegevoegd voor het afgeven van tijdelijke vergunningen voor ten hoogste één jaar (proefperiode). Dit is een goed aanvullend instrument om in praktijkgevallen waarbij de weigeringsgronden genoemd in artikel 2:28 lid 3 onvoldoende vaststaan, een tijdelijke vergunning af te kunnen geven. Voorts zijn ter verduidelijking de regels omtrent niet vergunningsplichtige horecabedrijven uit artikel 2:28 gehaald en ondergebracht in een nieuw artikel 2:28a Vrijstelling vergunningplicht. De daarop volgende artikelen zijn daarom ook vernummerd tot 2:28b Eisen exploitant en leidinggevende, 2:28c Beslistermijn, en 2:28d Weigerings en intrekkingsgronden. In de APV-wijziging 2018 zijn enkele bepalingen geschrapt die al staan in artikel 2:28d of artikel 2:32. Ook is de term openbare inrichting vervangen door horecabedrijf. Lex silencio positivo Deze vergunning richt zich met name op de openbare orde. Een lex silencio positivo is dan ook niet wenselijk om deze dwingende reden van algemeen belang. Paragraaf 4.1.3.3. Awb wordt niet van toepassing verklaard.

Artikel 2:28a Vrijstelling vergunningplicht Dit is een nieuw artikel voortgekomen uit de splitsing van artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf en aanvraag(oud). In dit artikel zijn ter verduidelijking apart de horecabedrijven opgenomen die vrijgesteld zijn van vergunningplicht.

APV Gemeente Maassluis 2021

86

In de APV-wijziging 2018 is de term inrichting vervangen door ruimte. De ruimte betreft hier het hele gebouw. De term inrichting is vervangen om verwarring met het horecabedrijf te voorkomen. Artikel 2:28b Eisen exploitant en leidinggevende In verband met de wijziging in indeling van afdeling 8 is dit artikel qua nummering gewijzigd van 2:28a naar 2:28 b. Voorts zijn de verwijzingen naar de Drank en Horecawet in de leden 1 en 2 in verband met de inwerkingtreding van de nieuwe Drank en horecawet per 1 januari 2013 gewijzigd. In lid 1 is de verwijzing naar artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid van de Drank en Horecawet gewijzigd in artikel 8, eerste en tweede lid van de Drank en Horecawet. Voorts is in lid 2 de verwijzing naar artikel 8 , tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid van de Drank en Horecawet gewijzigd in artikel 8, eerste en tweede lid van de Drank en Horecawet. Artikel 2:28c Beslistermijn In verband met een andere indeling van afdeling 8 (zie voorgaande toelichting op afdeling 8) is dit artikel gewijzigd van 2:28b naar 2:28c. Voorts is ook de beslistermijn gewijzigd van 12 weken naar 8 weken. Dit in verband met gelijkschakeling met de nieuwe behandeltermijn van 8 weken voor een drank en horecavergunning vanuit de nieuwe Drank en Horecawet per 1 januari 2013.

Voor gelijkschakeling is gekozen omdat Drank en horecavergunningen veelal tegelijkertijd met exploitatievergunningen worden aangevraagd. Ook de verdagingstermijn in lid 2 is gewijzigd van 12 naar 8 weken. Artikel 2:28d Weigerings en intrekkingsgronden In verband met wijziging in indeling van afdeling 8 zijn de verwijzingen in dit artikel naar andere artikelen in de afdeling passend gemaakt. In lid 1 sub b is artikel 2:28a eerste lid gestelde eisen gewijzigd in artikel 2:28b eerste lid gestelde eisen. Naast de algemene weigerings en intrekkingsgronden vermeld in artikelen 1:6 en 1:8 zijn in artikel 2:28d de meer specifieke weigerings, en intrekkingsgronden voor exploitatievergunningen opgenomen. In het eerste lid staan de imperatieve weigeringsgronden genoemd. Teneinde een betere afstemming te verwezenlijken tussen planologische en openbare ordeeisen die in afdeling 8 aan horecabedrijven worden gesteld, zijn aan lid 1 onderdeel a "strijd met een geldend bestemmingsplan”, een aantal imperatieve weigeringsgronden toegevoegd. Dit zijn de exploitatieplan, beheersverordening, een voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een horecagebiedsplan”. Zo wordt voorkomen, dat de burgemeester gehouden is een exploitatievergunning te verlenen voor de exploitatie van een inrichting, die volgens het bestemmingsplan of een andere planologische regeling verboden is.

Deze koppeling van planologie en openbare orde is in overeenstemming met de geldende jurisprudentie. Ditzelfde geldt voor het feit dat de exploitant nog niet beschikt over een akoestisch rapport (geluidsrapportage). In dat geval is het niet wenselijk dat de burgemeester vooruitlopende op de gestelde en benodigde aanpassingen van een inrichting alvast een vergunning verleent. In de APV-wijziging 2018 zijn de termen inrichting en openbare inrichting overal vervangen door horecabedrijf om verwarring te voorkomen: alle drie de termen verwijzen naar het horecabedrijf

APV Gemeente Maassluis 2021

87

als bedoeld in artikel 2:27 lid 1, maar werden voorheen in de artikelen m.b.t. horecabedrijven door elkaar gebruikt. Ook is artikel 4 lid j gewijzigd. Op basis van de APV 2017 kon de vergunning van een horecabedrijf worden geweigerd of ingetrokken indien het terras van het horecabedrijf voor andere doeleinden werd gebruikt. Met de APV-wijziging 2018 is dit als volgt aangepast: nu kan de vergunning van een horecabedrijf worden geweigerd of ingetrokken indien het horecabedrijf voor andere doeleinden wordt gebruikt. Omdat op basis van artikel 2:27 lid 1 het terras ook tot het horecabedrijf wordt gerekend in deze afdeling, mogen onder de nieuwe formulering zowel het besloten gedeelte van het horecabedrijf als het terras niet voor andere doeleinden worden gebruikt. Artikel 2:28e Opheffing vergunningplicht In verband met wijziging in indeling van afdeling 8 is dit artikel qua nummering gewijzigd van artikel 2:28d naar 2:28e. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen doorgevoerd. Artikel 2:29 Sluitingstijden In dit artikel zijn inhoudelijke wijzigingen aangebracht in lid 2, 4, 5 en 6. Verder zijn in de APVwijziging 2018 de plaatsing en nummering van een aantal bepalingen enigszins aangepast vergeleken met de APV 2017 maar verder inhoudelijk ongewijzigd gebleven: dat geldt voor lid 1, 3, 7 en 8.

Tevens wordt een toelichting op het al dan niet toepassen van lex silencio positivo toegevoegd, die ontbrak. Lid 2 De inhoudelijke wijziging in lid 2 heeft betrekking op het verlengen van de terrastijden. In overleg met de horecagelegenheden in Maassluis is besloten om de terrastijden te verlengen tot 01:00 (in plaats van 24:00 zoals voorheen). Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de horecaondernemers, die concurrerend kunnen blijven met omliggende gemeenten, en aan de bezoekers, die steeds vaker en langer buiten op het terras willen zitten. Ingeval van overlast zijn er waarborgen voor de openbare orde en veiligheid. Mochten de langere openingstijden leiden tot overlast, heeft de burgemeester de bevoegdheid om hiertegen op te treden en kunnen ook aan de vergunningen voorschriften worden gebonden. Om de overlast te beperken, geldt ook dat het schenken van alcoholhoudende dranken een half uur voor sluitingstijd niet meer mag. Lid 4,5 en 6 De inhoudelijke wijzigingen in lid 4, 5 en 6 hebben betrekking op het verder dereguleren van de vergunningverlening. Op het moment kan de exploitant of leidinggevende van een horecabedrijf structureel afwijkende openings- en sluitingstijden laten opnemen in de vergunning of later een wijziging indienen van de bestaande exploitatievergunning.

Horecaondernemers kunnen ook maximaal 5 keer per jaar een ontheffing aanvragen voor het afwijken van deze sluitingstijden, de afdoeningstermijn hiervoor is 10 werkdagen. In de praktijk wordt deze ontheffing een “verlaatje” genoemd, die de ondernemer de mogelijkheid biedt om zijn inrichting langer open te houden. Met de voorgestelde wijzigingen wordt ervoor gekozen om het aantal verlaatjes te verhogen van 5 naar 8 keer per kalenderjaar, de aankondigingstermijn te verkorten van 10 werkdagen naar 3 werkdagen en horecaondernemers de optie te bieden ontheffing aan te vragen door middel van APV Gemeente Maassluis 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10534790/1