CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

TOELICHTING

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Rossum en Hurwenen herziening 2023 Hogeweg nabij 2624.724 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Bestemmingsplan - TOELICHTING Rossum En Hurwenen Herziening 2023, Hogeweg Nabij 26 Gemeente Maasdriel

Bestemmingsplan - TOELICHTING Rossum En Hurwenen Herziening 2023, Hogeweg Nabij 26 Gemeente Maasdriel

PLANGEGEVENS IDN Projectnummer Titel Projectleider Auteur

DETAILS NL.IMRO.0263.BP1278-VG01 K23122 bestemmingsplan - TOELICHTING C. Hanse T. Visser

STATUS Concept Voorontwerp Ontwerp Vastgesteld

DATUM 14 september 2023 n.v.t. 6 december 2023 n.n.b.

Inhoudsopgave

TOELICHTING

6

Hoofdstuk

6

1 Inleiding

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Opzet bestemmingsplan en toelichting

Hoofdstuk

2 Beschrijving

2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 Hoofdstuk

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4

11 11 11 13 15 16 18 18 18 18 19 21 21 22 22 22 24 24 26 27 28 29

Flora en fauna Wettelijk kader Gebiedsbescherming Soortenbescherming Conclusie Bodemkwaliteit

29 29 30 31 32 32

4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gelderland Omgevingsverordening Gelderland Regionaal beleid Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Bommelerwaard 2021 Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 Woonzorgvisie Bommelerwaard 2020-2024 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (GVVP)

11

4 Uitvoeringsaspecten

4.1

2

Geschiedenis en bestaande situatie Toekomstige situatie Ruimtelijke structuur en programma Beeldkwaliteit Verkeer en parkeren Groen-blauwe structuur

3 Beleidskader

3.1

Hoofdstuk

van de situatie

6 6 8 9

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.6.4 4.6.5 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.9.1 4.9.2 4.9.3 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.10.5 4.11 4.12 4.12.1 4.12.2 4.12.3 4.12.4

Wettelijk kader Resultaten onderzoek Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie Conclusie Luchtkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Verkeer en parkeren Verkeer Parkeren Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Wegverkeerslawaai Spoorwegverkeerslawaai Industrielawaai Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Geur Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Spuitzonering Inleiding Resultaten onderzoek Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Risicovolle bedrijven Vervoer gevaarlijke stoffen Buisleidingen Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie

32 33 33 33 33 33 34 36 36 36 37 37 37 37 38 39 40 40 40 41 41 41 42 42 43 44 44 44 45 45 45 45 46 48 48 48 50 50 51 52 52 52 52 53 54 58

ruimte voor ontwikkeling

3

4.13 4.13.1 4.13.2 4.14 4.14.1 4.14.2 4.14.3 4.15 4.15.1 4.15.2 4.15.3 4.16 Hoofdstuk

5 Juridische

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5 5.5.1 5.5.2 Hoofdstuk 6.1 6.2

Klimaat en duurzaamheid Inleiding Beoordeling Niet-gesprongen explosieven Inleiding Resultaten onderzoek Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie Volksgezondheid planbeschrijving

Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels Overgangsregel Slotregel

6 Economische

uitvoerbaarheid

Kostenverhaal Financiële haalbaarheid

Hoofdstuk 7.1 7.2 7.3

7 Maatschappelijke

uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog Vooroverleg Zienswijzen

Bijlagen bij toelichting Bijlage

1

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage

2

Onderbouwing

Ladder

Bijlage

3

Ecologische

quickscan

4

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

58 58 58 59 59 60 60 61 61 61 61 62 66 66 66 66 66 67 67 67 68 68 68 68 68 68 69 69 69 70 70 70 70

Bijlage

4

Stikstofdepositieberekening

Bijlage

5

Verkennend

bodemonderzoek

Bijlage

6

Archeologisch

onderzoek

Bijlage

7

Memo verkeerskundige

Bijlage

8

Parkeer- en mobiliteitsbalans

Bijlage

9

Akoestisch

onderzoek

Bijlage

10

Onderzoek

geurhinder

Bijlage

11

Onderzoek

spuitzonering

Bijlage

12

Onderzoek

externe veiligheid

Bijlage

13

Resultaat

watertoets

Bijlage

14

Proces-Verbaal

Bijlage

15

Verslag

Bijlage

16

Nota beantwoording

ontsluiting

Ontplofbare

Oorlogsresten

inloopavond zienswijzen

ruimte voor ontwikkeling

5

TOELICHTING Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Gegeven de stijgende vraag naar kwalitatief hoogwaardige woonzorgvoorzieningen, is initiatiefnemer voornemens een thans onbebouwd agrarisch perceel nabij de Hogeweg 26 in Rossum tot ontwikkeling te brengen en hier dergelijke woonzorg te realiseren. Het beoogde programma bestaat uit een dubbel woonhuis met 48 onzelfstandige wooneenheden met 24-uurszorg ten behoeve van mensen met dementie, een kleinschalig medisch centrum met acht behandelkamers en op de verdiepingen twaalf wooneenheden voor huisvesting van een specifieke doelgroep en tenslotte een tweetal vrijstaande woningen in het bebouwingslint van de Hogeweg. Het plangebied ligt op de overgang van het dorp naar het platteland en wordt derhalve landschappelijk en groen ingepast, met oog voor het karakterstieke landschap. Daarmee wordt het dorp Rossum aan de westzijde passend afgerond. Voorts wordt met de ontwikkeling aangesloten op de naastgelegen ontwikkeling van de woonwijk 'Appelgaerde'. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van de ter plaatse geldende bestemmingsplannen, omdat een dergelijk programma niet past binnen de regels van de huidige agrarische bestemming. Om de gewenste ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) gevolgd.

Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is landelijk gelegen aan de rand van de bebouwde dorpskern nabij de Hogeweg 26 in Rossum. De locatie vormt een schakelpunt tussen dorp en platteland. Ten noorden en westen van het plangebied laat de directe omgeving zich dan ook kenmerken als agrarisch gebied met onder meer fruitboomgaarden. Ten oosten van het plangebied grenst het plangebied aan de toekomstige woonwijk 'Appelgaerde' en daarmee aan de kern Rossum. Tot slot ligt ten zuiden van het plangebied de woonwijk 'Weteringshoek' welke in 2015 mogelijk is gemaakt. Meer specifiek is de planlocatie gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Rossum, sectie E, perceel 421. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van ruim 14.000 m 2 . In de onderstaande figuren zijn de ligging van het plangebied en een impressie van het woningbouwplan Appelgaerde weergegeven.

6

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: Google Maps)

Impressie naastgelegen woningbouwplan Appelgaerde (bron: appelgaerde.nl)

ruimte voor ontwikkeling

7

1.3

Vigerende planologische situatie

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen 'Buitengebied herziening 2022, Reparatieplan' (noordwestelijk deel) en 'Rossum en Hurwenen' (zuidoostelijk deel). Deze bestemmingsplannen zijn vastgesteld door de raad van de gemeente Maasdriel op respectievelijk 13 oktober 2022 en 27 januari 2011. Tevens gelden er de volgende paraplubestemmingsplannen: Parapluherziening parkeren 2022 (regeling omtrent parkeren bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen); Parapluherziening verkamering woningen 2020 (regulering bewoning door meerdere huishoudens bijvoorbeeld studenten en arbeidsmigranten). In voorgenoemde bestemmingsplannen kent het plangebied de enkelbestemmingen 'Agrarisch met waarden' (noordwestelijk deel) en 'Agrarisch' (zuidoostelijk deel). Verder geldt op grond van deze bestemmingsplannen voor delen van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' en de gebiedsaanduidingen 'veiligheidszone - leiding' en 'wro-zone - bebouwd gebied'.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied herziening 2022, Reparatieplan' met aanduiding plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

8

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Rossum en Hurwenen' met aanduiding plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Conclusie Onderhavig initiatief is in strijd met de vigerende bestemmingsplannen, omdat het gewenste programma niet past binnen de regels van de huidige agrarische bestemming.

1.4

Opzet bestemmingsplan en toelichting

Het bestemmingsplan 'Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied;

ruimte voor ontwikkeling

9

in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 gaat in op de economische uitvoerbaarheid; Hoofdstuk 7 behandelt tenslotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

10

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van de situatie

Geschiedenis en bestaande situatie

Op de historische kaarten is te zien hoe Rossum in de afgelopen eeuw richting het oosten gegroeid is. Het plangebied is duidelijk zichtbaar, met de voor het buitengebied kenmerkende smalle en diepe afmeting.

Uitsnede historische kaarten met aanduiding plangebied (bron: topotijdreis.nl) In de bestaande situatie is het plangebied onbebouwd en kent het een functie als agrarisch (bouw)land waarop maïs wordt verbouwd.

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Ruimtelijke structuur en programma De stedenbouwkundige opzet van onderhavig plan is geïnspireerd op de traditionele erfbebouwing in de omgeving. Het traditionele erf wordt stedebouwkundig ingezet om de overgang tussen dorp en platteland te borgen, met het hoofdhuis aan de weg en het woonzorgcentrum met zijn grotere schaal als herinterpretatie van het schuurvolume. De tuin en de parkstrook zorgen voor een natuurlijke aansluiting op het landschap. Met een dergelijke opzet wordt voorts een goede overgang tussen dorp en platteland geborgd. Het betreft een voortzetting van het karakteristieke landschap met het zorgcentrum als schakel tussen dorp en platteland.

ruimte voor ontwikkeling

11

Impressie stedenbouwkundige opzet geïnspireerd op traditionele erfbebouwing (bron: Arcom B.V.)

Impressie toekomstige situatie plangebied gezien vanaf de Hogeweg (bron: Arcom B.V.) Het beoogde programma bestaat uit: Een dubbel woonhuis van ca. 3115 m 2 BVO met 48 onzelfstandige wooneenheden met 24-uurszorg ten behoeve van mensen met dementie. De zorgkamers kennen een oppervlakte van ca. 30-40 m 2 en beschikken over een eigen badkamer. Het centrale hart van de woonhuizen wordt gevormd door de collectieve keuken en woonkamers aan een collectieve tuin. Gebouw van ca. 565 m 2 BVO met een kleinschalig medisch centrum met acht behandelruimtes voor bijv. huisarts/therapeuten en twaalf wooneenheden voor een bijzondere doelgroep op de verdiepingen. Twee reguliere vrijstaande woningen van circa 250 m 2 BVO en passend in het bestaande bebouwingslint aan de Hogeweg. De hoofdhuizen aan de Hogeweg sluiten aan op de bestaande stedenbouwkundige structuur. Het medisch centrum ligt daar direct achter en is goed bereikbaar en zichtbaar vanaf de Hogeweg. Het woonzorgcentrum in de vorm van een dubbel woonhuis ligt als schuurvolume achter op het kavel, aan een ruime tuin en parkstrook die aansluit op het omliggende landschap.

12

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Toekomstige ruimtelijke opzet plangebied (bron: Arcom B.V.)

2.2.2 Beeldkwaliteit Ten behoeve van de ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld (Bijlage 1). Voor het dubbele woonhuis ligt de nadruk op de schuurvormige kap, maar wel met bewerkingen. De beoogde uitsparingen, knikken en overstekken maken de woonhuizen afleesbaar en geven een menselijke schaal. Dit laatste geldt ook voor de beoogde karakteristieke kap met lage gootlijn.

Functieconcept dubbel woonhuis (bron: Arcom B.V.) De algemene woonruimten op de koppen van het dubbele woonhuis krijgen een goede relatie met de tuin, ruime terrassen en extra vrije hoogte daar waar nodig. De meeste onzelfstandige wooneenheden liggen aan de tuinzijden, en bieden door de situering in een inspringend volume veel privacy met een luwe ontspannen aansluiting op de omliggende tuin.

ruimte voor ontwikkeling

13

Vormconcept dubbel woonhuis (bron: Arcom B.V.) Wat betreft materiaalgebruik wordt aangesloten op de agrarische omgeving. Voor de gemeenschappelijke ruimtes wordt transparantie nagestreeft met de toepassing van (o.a.) glas. Dit maakt het geheel ruimtelijk en geeft veel licht.

Referenties nieuwbouw (bron: Arcom B.V.)

14

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Impressie toekomstige situatie plangebied gezien vanuit noordwesten (bron: Arcom B.V.)

2.2.3 Verkeer en parkeren Het plangebied wordt ontsloten middels een aansluiting op de doorgaande Hogeweg. In de lengterichting van het plangebied komt een doodlopende weg met keerlus voor auto- en fietsverkeer. Separaat, maar grotendeels parallel hieraan komt een pad voor voetgangers. Binnen het plangebied zijn (indicatief) 62 parkeerplaatsen opgenomen. De parkeerplaatsen worden groen uitgevoerd middels waterdoorlatende grasbetontegels.

ruimte voor ontwikkeling

15

Toekomstige situatie verkeer en parkeren plangebied (bron: Arcom B.V.)

2.2.4 Groen-blauwe

structuur

De beoogde groen-blauwe structuur in onderhavig plan zorgt voor een mooie aansluiting van het dorp op het landelijk gebied en biedt kansen voor natuurontwikkeling. In het plan is ruim 800 m 2 waterberging opgenomen in de vorm van een karakteristieke sloot met zachte natuurlijke oever. Conform naastgelegen plan Appelgaerde watert onderhavig plangebied af op de A-watergang die het plangebied aan noordwestelijke zijde begrenst. Langs het water komt een slenterpad. Voorts is in het plan ruimte voorzien voor 28 bomen en 8.600 m 2 groen in de vorm van gemeenschappelijke tuin en parkstrook. Zie verder voor klimaat en duurzaamheid paragraaf 4.13.2.

16

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Overzichtstekening groen-blauwe structuur (bron: Arcom B.V.)

ruimte voor ontwikkeling

17

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie

(NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; 18

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1.

er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Bestaand stedelijk gebied Vervolgens, als behoefte is aangetoond, dient beoordeeld te worden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

ruimte voor ontwikkeling

19

In het Bro is bestaand stedelijke gebied als volgt vastgelegd: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.’ Doorwerking

in het onderhavige

plan

Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. Onderhavig initiatief bestaat uit een dubbel woonhuis met 48 onzelfstandige wooneenheden met 24-uurszorg ten behoeve van mensen met dementie, een kleinschalig medisch centrum met acht behandelkamers en op de verdiepingen twaalf wooneenheden voor huisvesting van een specifieke doelgroep en tenslotte een tweetal vrijstaande woningen in het bebouwingslint van de Hogeweg. Daarmee is er in dit geval sprake van een stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk. Verder is het plangebied gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied. Door Bro is een nader (behoefte-)onderzoek uitgevoerd (Bijlage 2). Hieruit blijkt onder meer dat: Behoefte De beoogde ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve behoefte. De behoefte aan zorgwoningen neemt sterk toe. In 2030 hebben 250 inwoners in Maasdriel en 4.230 inwoners in het hele verzorgingsgebied een indicatie ZZP VV4 en hoger. Hierdoor zijn er in het gehele verzorgingsgebied in 2030 circa 930 zorgwoningen te weinig. Daarnaast is er sprake van extra behoefte aan maatschappelijke opvang. De regio geeft aan dat de maatschappelijke opvang te weinig capaciteit heeft en dat de wacht- en doorstroomtijden te lang zijn.

De beoogde ontwikkeling voorziet in een kwalitatieve behoefte. Het initiatief draagt bij aan het streven naar een geschikte woning voor iedereen. De locatie ligt aan de rand van de bebouwde kom van Rossum en is daardoor voor de hele kern op relatief korte afstand. Daarnaast is de locatie ook voor omliggende kernen goed bereikbaar. Door de combinatie van zorgwoningen/maatschappelijke opvang met een kleinschalig medisch centrum, is zorg in de nabijheid beschikbaar hetgeen de kwaliteit van de zorg verhoogt. Tot slot sluit het initiatief aan bij de doelgroepen waarvoor de behoefte aan maatschappelijke opvang het meeste toeneemt. Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het initiatief onaanvaardbare (leegstands)effecten zullen optreden. Bestaand stedelijk gebied De ontwikkeling vindt in beginsel plaats buiten bestaand stedelijk gebied en vormt de overgang tussen dorp en landelijk gebied. Binnen het bestaand stedelijk gebied en stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in het verzorgingsgebied, zijn echter geen geschikte locaties beschikbaar die ruimte bieden voor de ontwikkeling van woonzorg zoals aan de orde bij het betreffende initiatief (combinatie van woonzorg en zorg). Gelet op de grote bouwopgave voor woningen zijn de kernen volgebouwd.

Ook voor nieuwe woningbouw wordt inmiddels gezocht naar locaties in het buitengebied, die aansluiten bij de kernen. De planlocatie sluit ook aan bij de kern Rossum. Aan de zuid- en oostkant grenst de planlocatie al aan de functie 'Wonen'. De beoogde planlocatie valt bovendien binnen de rode contour van de kern Rossum (bestemmingsplan Rossum en Hurwenen). Conform dit bestemmingsplan ligt de locatie grotendeels binnen de 'Wro-zone - Bebouwd gebied'. Ter plaatse van deze aanduiding is uitbreiding van bebouwing toegestaan conform de provinciale structuurvisie Streekplan Gelderland 2005. Gelet op het ontbreken van geschikte locaties binnen bestaand stedelijk gebied of binnen het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied, ligging tegen de kern en binnen de rode contour en bebouwing rondom het plangebied wordt geconcludeerd dat er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. Conclusie Gelet op het voorgaande is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is de laddertoets 20

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

doorlopen. Uit nader (behoefte-)onderzoek blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie

Gelderland

Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. Het woord 'gaaf' heeft twee betekenissen. Gaaf betekent mooi, en gaat over wat historisch en landschappelijk gezien - heel mooi en ongeschonden is. Gaaf verwijst ook naar wat nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard. Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat bij de verschillende provinciale uitdagingen centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland. Met behulp van de volgende zeven ambities wordt richting gegeven aan de focuspunten: 1. Energietransitie: Van fossiel naar duurzaam. 2. Klimaatadaptatie: Omgaan met veranderend weer. 3. Circulaire economie: Sluiten van kringlopen. 4. Biodiversiteit: Werken met de natuur. 5. Bereikbaarheid: Duurzaam verbonden. 6. Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio! 7. Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam. De ambities op het gebied van woon- en leefomgeving zijn in een aparte paragraaf toegelicht. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekellijk te houden is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang.

Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan de gezondheid. Goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. Er wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland. Bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied is het uitgangspunt. Het liefst wordt er getransformeerd, maar als het nodig is wordt uitbreiding aan de rand van steden of dorpen toegestaan. Woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. De dynamiek op de woningmarkt is groot, ook als gevolg van ontwikkelingen in de Randstad. Het grootse deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Deze moeten worden verduurzaamd, en bij nieuwe woningen wordt duurzaamheid meteen toegepast. Om tot voldoende aanbod te komen gaat de provincie in gesprek met de Gelderse regio's, en worden regionale afspraken gemaakt over een goede balanstussen de vraag en het aanbod van woningen. Doorwerking

in het onderhavige

plan en conclusie

Onderhavig plan ziet op de realisatie van woonzorgvoorzieningen. Het beoogde programma bestaat uit een dubbel woonhuis met 48 onzelfstandige wooneenheden met 24-uurszorg ten behoeve van mensen met dementie, een kleinschalig medisch centrum met acht behandelkamers en op de verdiepingen twaalf wooneenheden voor huisvesting van een specifieke doelgroep en tenslotte een tweetal vrijstaande woningen in het bebouwingslint van de Hogeweg. De behoefte aan de ontwikkeling is aangetoond in de onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 3.1.3). In het plan wordt op verschillende wijzen invulling gegeven aan natuur, duurzaamheid en klimaatadaptatie (zie Hoofdstuk 2). Het plan past binnen de Omgevingsvisie van provincie Gelderland.

ruimte voor ontwikkeling

21

3.2.2 Omgevingsverordening

Gelderland

De geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland van januari 2023 bevat alle vastgestelde actualisaties sinds het moederplan door Provinciale Staten is vastgesteld op 24 september 2014. De omgevingsverordening is het juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen en het is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om de provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Doorwerking

in het onderhavige

plan

Daar voorliggend bestemmingsplan de bouw van nieuwe (zorg)woningen mogelijk maakt is artikel 2.2. van toepassing. Dit betreft een instructieregel. Dit zijn regels die door decentrale overheden in acht moeten worden genomen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1.

Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Verder is het plangebied gelegen binnen het volgende specifieke aangeduide gebied op de kaart: glastuinbouwbedrijf buiten het glastuinbouwontwikkelingsgebied. De (verdere) ontwikkeling van een glastuinbouwbedrijf is dientengevolge ingeperkt. Het plangebied ligt niet binnen specifiek aangeduide gebieden op de kaarten landbouw, natuur, landschap, water, erfgoed en veilige leefomgeving. Het aspect klimaatadaptatie is beschreven in paragraaf 4.13. Conclusie Onderhavig plan ziet op de realisatie van woon(zorg)voorzieningen.

Het beoogde programma bestaat uit een dubbel woonhuis met 48 onzelfstandige wooneenheden met 24-uurszorg ten behoeve van mensen met dementie, een kleinschalig medisch centrum met acht behandelkamers en op de verdiepingen twaalf wooneenheden voor huisvesting van een specifieke doelgroep en tenslotte een tweetal vrijstaande woningen in het bebouwingslint van de Hogeweg. Er wordt geen glastuinbouwbedrijf gerealiseerd. De behoefte aan de ontwikkeling is aangetoond in de onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 3.1.3). De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de regionale woonagenda. Voorliggend plan is niet strijdig met het bepaalde in de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionale Woonagenda

Rivierenland

2020-2030

De provincie Gelderland geeft in de Omgevingsverordening aan dat van de regio's wordt verwacht dat zij hun beleid op het gebied van wonen afstemmen met (externe) partners in een 'regionale woonagenda'. Hierin zijn de belangrijkste thema's omschreven waaraan de betreffende regio gaat werken. In de Regionale Woonagenda 2020 -2030 zijn vijf thema's uitgewerkt waarop de acht regio gemeenten de komende jaren willen samenwerken. Deze thema's zijn: 22

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

1. Continuïteit in productie 2. Betaalbaarheid van het wonen 3. Flexibiliteit op de woningmarkt 4. Wonen en zorg 5. Duurzaamheid Naast de inhoudelijke thema's, bevat de regionale woonagenda ook een woningbouwprogramma voor de komende tien jaar. Hierin staan per gemeente bandbreedtes voor het aantal toe te voegen woningen. In totaal verwacht de regio Rivierenland in de periode 2020-2030 tussen 7.900 en 12.500 nieuwe woningen te realiseren, om te voorzien in de regionale woningbehoefte. Voor Maasdriel komt deze opgave neer op de realisatie van 1.250 woningen. De opgave is fors. Net als in veel delen van Nederland zullen er nieuwe woningen bij moeten komen om de druk op de woningmarkt te verlichten. Regionaal Woningbouwprogramma Regio Rivierenland Het Regionaal Woningbouwprogramma heeft direct invloed op woningbouwplannen. De Omgevingsverordening bepaalt namelijk in artikel 2.2 dat in een bestemmingsplan nieuwe woningbouwlocaties, en de daar te bouwen woningen, slechts worden toegestaan wanneer dit past in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woningbouwprogramma en de vastgestelde Kwantitatieve Opgave Wonen voor de betreffende regio. De overige thema's worden op regionaal of lokaal niveau uitgewerkt in beleid of in uitvoeringsacties.

De gemeenten van Regio Rivierenland, waaronder de gemeente Maasdriel, hebben afspraken gemaakt voor het opstellen en jaarlijks actualiseren van een regionaal woningbouwprogramma. In de regionale woonagenda is voor de periode 2020-2030 een opgave van in totaal tussen de 7.900 en 12.550 nieuwe woningen opgenomen. Voor Maasdriel komt deze opgave neer op de realisatie van 1.250 tot 2000 woningen. Toetsing van projecten Alle in het Regionaal Woningbouwprogramma opgenomen projecten zijn getoetst op drie punten: Planstatus (harde of zachte plancapaciteit); Urgentie (noodzaak voor prioriteit: verbetering door bijvoorbeeld herstructurering dan wel bedrijfssanering of woningen voor urgente doelgroepen); Woonmilieu, prijs en woningtype (projecten worden gespiegeld aan de geschetste behoefte uit het regionale woningbehoefteonderzoek). Indeling projecten De projecten zijn - na op de drie punten getoetst te zijn - ingedeeld in drie categorieën, te weten: Kansrijke plannen en/of korte termijn (realisatie binnen vijf jaar) 1. Dit zijn plannen die goed aansluiten op de actuele marktvraag. Alle projecten in categorie 1 zijn opgenomen in harde plancapaciteit. Kansrijke plannen waar nog geen vastgesteld bestemmingsplan voor is, worden opgenomen in categorie 2; Plannen met aandachtspunten en/of middellange termijn (realisatie over vijf tot tien jaar) 1.

Dit kunnen bijvoorbeeld aandachtspunten op het gebied van milieu zijn. Ook zijn kansrijke plannen waarvoor nog geen bestemmingsplan is vastgesteld opgenomen in categorie 2; Plannen voor de lange(re) termijn (realisatie tien jaar of verder) 1. Dit zijn plannen die pas na 2030 zijn voorzien of deel uitmaken van een groter project. De projecten uit de categorieën 1 en 2 vormen het Regionale Woningbouwprogramma Rivierenland. Doorwerking

in het onderhavige

plan

Voorliggend plan is relatief recent tot stand gekomen en is niet opgenomen in de regionale woningbouwprogrammering. Navolgend wordt het plan getoetst op de bovenstaande punten. Voorop staat dat het planvoornemen geen afbreuk doet aan de in het programma gestelde doelstellingen. Planstatus: harde plancapaciteit; Urgentie: er is een urgente en aantoonbare behoefte aan de beoogde wooneenheden voor

ruimte voor ontwikkeling

23

dementerenden en een bijzondere doelgroep; Woonmilieu, prijs en woningtype: dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 48 zorgkamers voor dementerenden, 12 wooneenheden voor een bijzondere doelgroep en een tweetal vrijstaande woningen mogelijk, dit sluit aan bij de behoeften. Toetsing aan bovenstaande punten toont aan dat onderhavig plan concreet te realiseren is en voorziet in de huidige woonbehoefte. Op basis van deze toetsing kan het planvoornemen worden ingedeeld in de categorie 'Kansrijke plannen en/of korte termijn (realisatie binnen vijf jaar)'. Het plan sluit aan op de actuele markvraag en kent een harde plancapaciteit. Tevens ligt het plangebied binnen de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – bebouwd gebied’ in het vigerend bestemmingsplan ‘Rossum en Hurwenen’, waarin is aangegeven dat uitbreiding van bebouwing is toegestaan. Er is enkel nog de wijziging van het planologische regime noodzakelijk, voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Na vaststelling van dit bestemmingsplan zijn er geen belemmeringen meer die de realisatie van de wooneenheden tegen zal houden. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat, ondanks dat voorliggend plan niet is opgenomen in het regionale woningbouwprogramma, zij kan worden gecategoriseerd als een kansrijk plan voor de korte termijn.

Door de kleinschalige omvang van het plan doet zij geen afbreuk aan de woningbouw gerelateerde doelstellingen van de regio Rivierenland. Met het mogelijk maken van 48 zorgkamers voor dementerenden en 12 wooneenheden voor een bijzondere doelgroep voorziet dit plan bovendien in de actuele behoefte aan zorgwoningen. De ontwikkeling scoort daarom goed ten opzichte van het woningbouwprogramma.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie

Bommelerwaard

2021

Op 13 oktober 2022 is de omgevingsvisie 'Bommelerwaard' vastgesteld, deze visie gaat over de woonen leefomgeving van Maasdriel en Zaltbommel en de mensen die daarin samenleven, werken, ondernemen en verblijven. De omgevingsvisie is opgesteld na gesprekken met inwoners, organisaties, andere overheden, samenwerkingspartners, betrokken partijen en andere belangstellenden. Nieuwe plannen en ideeën, maar ook nieuw gemeentelijk beleid, moeten aansluiten op de omgevingsvisie. De visie is vastgesteld voor de toekomst waarbij men vooruit kijkt naar 2040. De omgevingsvisie Bommelerwaard richt zich op 13 kernopgaven die vallen onder de volgende thema’s: Klimaat, duurzaamheid en landschap. Landbouw, economie, toerisme en cultuurhistorie. Wonen, welzijn en voorzieningen. Milieu, gezondheid en leefbaarheid.

24

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Kernopgaven Maasdriel Omgevingsvisie 2040 Op basis van bovenstaande kernopgaven en de visiekaart zijn voor de kern Rossum met name relevant: 1. Behouden bestaand voorzieningenniveau 2. Woningopgave per cluster/kern (Rossum, Hunwenen, Heerewaarden: 200 woningen) Doorwerking in het onderhavige plan Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van woonzorgvoorzieningen mogelijk. Het beoogde programma bestaat uit een dubbel woonhuis met 48 onzelfstandige wooneenheden met 24-uurszorg ten behoeve van mensen met dementie, een kleinschalig medisch centrum met acht behandelkamers en op de verdiepingen twaalf wooneenheden voor huisvesting van een specifieke doelgroep en tenslotte een tweetal vrijstaande woningen in het bebouwingslint van de Hogeweg. Het geheel wordt landschappelijk en groen ingepast, met oog voor het karakteristieke landschap. Ten aanzien van het initiatief is vooral het thema 'wonen, welzijn en voorzieningen' relevant. De opgave is hier enerzijds een kwantitatief en kwalitatief verantwoorde groei van het woningaanbod en anderzijds het hebben van voldoende bereikbare zorg-, welzijns- en overige voorzieningen voor alle inwoners van de kernen binnen de gemeente. Het initiatief geeft enerzijds invulling aan de woningopgave in de kern Rossum (o.a.

met tweetal vrijstaande woningen) en anderzijds aan de stijgende vraag naar kwalitatief hoogwaardige woonzorgvoorzieningen (o.a. zorg voor dementerenden). Met het plan wordt voorzien in de woningbehoefte van specifieke doelgroepen. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan draagt bij aan de in de Omgevingsvisie vastgestelde ambities en kernopgaven. De gemeentelijke Omgevingsvisie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

ruimte voor ontwikkeling

25

3.4.2 Woonvisie Bommelerwaard

2021-2025

De gemeente Maasdriel heeft samen met de gemeente Zaltbommel de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 opgesteld. De visie is op 8 juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie zetten de gemeenten hun ambities uiteen uit op het gebied van wonen. Centrale thema's van de Woonvisie zijn: Snel voldoende woningen: De woningbouwopgave voor de komende 10 jaar bestaat voor Maasdriel uit circa 1.250 woningen Meer variatie: voor woningbouwontwikkelingen met meer dan 10 woningen wordt een differentiatie gehanteerd, waarmee alle doelgroepen passend bediend kunnen worden. Woningen in verschillende typologieën, huur en koop, in verschillende prijsklassen. Er is aandacht voor de specifieke huisvestingsvragen van doelgroepen zoals arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners; Duurzame woningvoorraad: verduurzaming van de bestaande voorraad, woningen en andere gebouwen aardgasvrij maken. En een klimaatadaptieve, circulaire en natuurinclusieve leefomgeving. Wonen en zorg: de realisatie van een breed palet van woningen en woonvormen voor senioren wordt gestimuleerd. Woonvormen, waarbij een passende vorm van zorg geboden kan worden. Woonvormen waar ouderen zich comfortabel en veilig voelen in een vertrouwde omgeving.

Leefbaarheid: Burgers worden ondersteund om de kracht uit de samenleving te benutten om de kernen aantrekkelijk te houden en mensen zich er thuis te laten voelen en verbonden te laten zijn met elkaar. Met nieuwbouw wordt hier aan bijgedragen door een goede differentiatie van woningen te realiseren. Ten aanzien van wonen en zorg is de ambitie is dat de inwoners die zelfstandig willen wonen en een zorgvraag hebben, in de Bommelerwaard kunnen blijven wonen. En dan zoveel mogelijk in eigen wijk of kern. Daarvoor is de realisatie van een breed palet van woonvormen gewenst, met veel variatie tussen gewoon zelfstandig wonen en intramuraal wonen en de daarbij passende zorg. Er wordt vermeld dat er naast ouderen ook andere doelgroepen zijn die een passende woning met passende zorg en begeleiding nodig hebben in de Bommelerwaard. Het gaat daarbij niet alleen om uitbreiding van het aanbod maar ook om een kwaliteitsslag. Voor degenen die uitstromen uit beschermd wonen of maatschappelijke opvang kunnen kleine zelfstandig wooneenheden een geschikte woonvorm zijn, deels bij elkaar in de buurt. Aan de andere kant kan het van belang zijn om kwetsbare doelgroepen zelfstandig te huisvesten in de omgeving waar zij hun netwerk hebben.

In kernen met veel eengezinswoningen is het daarvoor bijvoorbeeld mogelijk om bestaande eengezinswoningen, bij voorkeur een hoekwoning, om te bouwen tot een benedenen bovenwoning. In de Woonvisie wordt ook verwezen naar de Woonzorgvisie Bommelerwaard 2020-2024 die eind 2019 door de gemeenteraden is vastgesteld. Uitgangspunt daarin is dat de wensen en mogelijkheden van de inwoner centraal staan. Het gaat om een passende plek (woning) in de samenleving met ondersteuning (zorg) die zo passend, dichtbij en licht mogelijk is. De mogelijke varianten van zorg moeten flexibel geleverd kunnen worden. Vanuit de woonzorgvisie wordt jaarlijks een uitvoeringsagenda opgesteld. Daarin worden concrete projecten benoemd en gemonitord. Doorwerking

in het onderhavige

plan

Onderhavige ontwikkeling ziet op het realiseren van een collectieve voorziening voor wonen met zorg in aansluiting op de bebouwde dorpskern van Rossum. Het beoogde, gevarieerde programma bestaat uit een dubbel woonhuis met 48 onzelfstandige wooneenheden met 24-uurszorg ten behoeve van mensen met dementie, een kleinschalig medisch centrum met acht behandelkamers en op de verdiepingen twaalf wooneenheden voor huisvesting van een specifieke doelgroep en tenslotte een tweetal vrijstaande woningen in het bebouwingslint van de Hogeweg. Gelet op de specifieke doelgroep van dementerenden is een afzonderlijke woonzorgvoorziening in een vertrouwde omgeving gewenst. Met de woningen voor een bijzondere doelgroep kan afhankelijk van de actuele behoefte een kwetsbare doelgroep zelfstandig, lokaal woonruimte worden geboden. Ten aanzien van het medisch centrum wordt opgemerkt dat het hier gaat om eventuele verplaatsing van bestaande praktijk(en) om zo met clustering tot efficiëntere zorg te 26

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

komen. Met het programma sluit het plan aan bij de voorgenoemde specifieke gemeentelijke ambities op gebied van wonen en zorg. Zie ook paragraaf 3.4.3 voor de woonzorgvisie. Verder zijn de programmatische eisen uit de Woonvisie enkel van toepassing bij nieuwe ontwikkelingen van 10 woningen of meer. Nu met onderhavig plan slechts twee reguliere woningen mogelijk worden gemaakt, zijn deze eisen niet van toepassing. Verder, voor wat betreft levensloopbestendigheid, wordt in de Woonvisie als kwalitatief uitgangspunt benoemd dat tenminste 25% van de nieuwe woningen levensloopbestendig zijn. Een groot deel van onderhavige ontwikkeling wordt gevormd door de realisatie van een dubbel woonhuis met 48 onzelfstandige wooneenheden met 24-uurszorg welke (uiteraard) levensloopbestendig zijn. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan het kwalitatieve uitgangspunt. Conclusie Het initiatief draagt bij aan de in de woonvisie beschreven ambities en past daarmee binnen het beleidskader. Het planvoornemen past binnen de doelstellingen van de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025.

3.4.3 Woonzorgvisie

Bommelerwaard

2020-2024

De gemeente Maasdriel heeft samen met de gemeente Zaltbommel en drie woningcorporaties de Woonzorgvisie Bommelerwaard 2020-2024 opgesteld. Dit betreft een actualisatie van de woonzorgvisie uit 2013. De visie is op 7 november 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. De belangrijkste thema’s in de Woonzorgvisie zijn nog steeds langer zelfstandig thuis wonen en werken vanuit woonservicepunten. Door landelijke ontwikkelingen komt daar een belangrijke doelgroep bij: kwetsbare mensen die zo zelfstandig mogelijk in de wijk wonen en zorg nodig hebben. De verwachting voor inwoners die steeds ouder worden is dat de zorgvraag door de jaren heen toeneemt. Voor beide partijen is het van belang dat ook lichte eerstelijnszorg vanuit de zorgverzekeraar beschikbaar is. Gewenst is een combinatie van eerstelijnszorg zoals: Huisarts Gebiedsteam & Buurtteam Fysiotherapie Wijkverpleging Verzorging En tweedelijnszorg zoals; Ambulante begeleiding Huishoudelijke hulp FACT-team (behandelteam met psychiater) Behandeling (zorgverzekeraar) Opgemerkt wordt dat de bovenstaande voorzieningen op dit moment in voldoende mate aanwezig in alle woonservicepunten. Echter, bij een aantal van de genoemde voorzieningen ontstaat druk door een dreigend personeelstekort. Er is geen noodzaak tot het aantrekken van meer zorg dichtbij, maar wel moet overwogen worden om nabije zorg anders in te vullen en te organiseren.

Hierbij kan gedacht worden aan 24-uurs beschikbaarheid voor ggz omdat deze zorg op een laagdrempelige manier vaak nodig is buiten kantooruren. De Woonzorgvisie gaat ook in op de beschikbaarheid van een variatie en woningen en contracten. Uitgangspunt is dat de inwoner kan (blijven) wonen waar hij wil. Hierbij moet de zorgvraag niet leidend zijn, de zorg moet in principe naar de zorgvrager toe komen. Als het voor de cliënt passend is, moet het mogelijk zijn om wonen en zorg te combineren. Hierbij kan gedacht worden aan instellingszorg met 24-uurs zorg en toezicht. Ten aanzien van soorten woningen woningen wordt gewezen het feit dat het niet alleen gaat om een uitbreiding van het aantal woningen, maar ook om een kwaliteitsslag. Daarbij wordt ook opgemerkt dat een zelfstandige woonruimte in een woonwijk niet voor iedereen die uitstroomt uit een instelling

ruimte voor ontwikkeling

27

geschikt is. Er moet dan ook gekeken worden naar de mogelijkheid van vormen van zelfstandig wonen aan de rand van een woonwijk of in het buitengebied. Woonzorgvraagstukken worden gebiedsgericht benaderd. Daarbij wordt een indeling gehanteerd in woonservicepunten. Onderhavige planlocatie in Rossum behoort daarbij tot Woonservicepunt Zuidoost Bommelerwaard. Voor dit woonservicepunt wordt onder meer opgemerkt dat het theoretische overschot van onzelfstandige plekken voor inwoners met een somatische vraag uit match Vraag & Aanbod wordt betwijfeld door de betrokken organisaties. Er is in ieder geval ook behoefte aan kleinschalige huisvesting voor inwoners met psychische problematiek en/of een licht verstandelijke beperking. Doorwerking

in het onderhavige

plan

Onderhavige ontwikkeling ziet op het realiseren van een collectieve voorziening voor wonen met zorg in aansluiting op de bebouwde dorpskern van Rossum. Het beoogde, gevarieerde programma bestaat uit een dubbel woonhuis met 48 onzelfstandige wooneenheden met 24-uurszorg ten behoeve van mensen met dementie, een kleinschalig medisch centrum met acht behandelkamers en op de verdiepingen twaalf wooneenheden voor huisvesting van een specifieke doelgroep en tenslotte een tweetal vrijstaande woningen in het bebouwingslint van de Hogeweg. Gelet op de specifieke doelgroep van dementerenden is een afzonderlijke woonzorgvoorziening in een vertrouwde omgeving gewenst. Met de woningen voor een bijzondere doelgroep kan afhankelijk van de actuele behoefte een kwetsbare doelgroep (nagenoeg) zelfstandig, lokaal woonruimte worden geboden. Ten aanzien van het medisch centrum wordt opgemerkt dat het hier gaat om eventuele verplaatsing van bestaande praktijk(en) om zo met clustering tot efficiëntere zorg te komen. Met het programma sluit het plan aan bij de voorgenoemde specifieke gemeentelijke ambities op gebied van wonen en zorg. Verder biedt de bestemmingsregeling voor zowel de woonzorgvoorziening als de woningen voor de bijzondere doelgroep de mogelijkheid om gemeenschappelijke ruimte(s) te realiseren.

Indien dagbesteding niet op de planlocatie wordt georganiseerd, is externe dagbesteding beschikbaar, onder andere in het nabijgelegen Zaltbommel. Ten slotte bevindt de kern van Rossum zich op loopafstand van de planlocatie, met voorzieningen zoals een bushalte en een supermarkt. Conclusie Het initiatief draagt bij aan de in de woonzorgvisie beschreven ambities en past daarmee binnen het beleidskader. Het planvoornemen past binnen de doelstellingen van de Woonzorgvisie Bommelerwaard 2020-2024.

3.4.4 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan

(GVVP)

De gemeenteraad van Maasdriel heeft in april 2009 het Mobiliteitsplan Maasdriel 2020 vastgesteld. Ter actualisatie van dit plan is in 2019 het Gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan Maasdriel (GVVP) vastgesteld. Hiermee werkt de gemeente aan een uniforme basiskwaliteit van het verkeer- en vervoerssysteem. Het document bevat een beeld van de huidige stand van het verkeers- en vervoersysteem, een nieuwe visie op de toekomstige mobiliteit en een daarbij behorend uitvoeringsprogramma. Specifiek wordt onder meer ingegaan op de categorisering van wegen en mobiliteit binnen woongebieden en werkgebieden, met bijbehorende opgaven en basis(inrichtings)principes. Conclusie De verdere (civieltechnische) uitwerking van de plannen zal plaatsvinden in afstemming met de gemeente. Hierbij zal het gestelde in het GVVP worden meegenomen. Zie voor de toelichting op het aspect verkeer en parkeren paragraaf 4.5.

28

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Hoofdstuk 4

Uitvoeringsaspecten

In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid.

4.1

Flora en fauna

4.1.1 Wettelijk kader Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.

Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de planten- en diersoorten die in het plangebied voorkomen. Zorgplicht Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.

Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten. Stikstofdepositie

ruimte voor ontwikkeling

29

Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), welke in juli 2015 van kracht werd, berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit tot een significante toename leidde van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden. Deze waarden bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunning plichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb).

Dit betekent dat ook relatief kleinschalige projecten zorgvuldig dienen te worden getoetst op hun stikstofdepositie, om zo aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Met de meest recente versie van AERIUS Calculator kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de gebruikersfase als de realisatiefase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie.

4.1.2 Gebiedsbescherming Door Bureau Buitenwaard is een ecologische quickscan uitgevoerd (Bijlage 3). Ten aanzien van gebiedsbescherming luidt de conclusie: "Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Gelet op de ligging van het plangebied en aard van de voorgenomen ontwikkeling worden geen negatieve effecten van bijvoorbeeld licht, trillingen of geluid op Natura 2000-instandhoudingsdoelen of habitatrichtlijnsoorten verwacht. Om inzicht te verkrijgen in eventuele stikstof emissie kan indien nodig een AERIUS-calculatie uitgevoerd worden. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Nader onderzoek en/of toetsing in het kader van het NNN zijn daarom niet van toepassing. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig waardoor het onderdeel bescherming van houtopstanden in de Wnb niet van toepassing." Stikstofdepositie Sinds 2015 was het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht. Het programma bevatte een integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen werden getroffen in en nabij de Natura 2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) geldt het PAS voor geen enkel Natura 2000-gebied meer.

Dit betekent ook dat de collectieve passende beoordeling via het PAS door de uitspraak is komen te vervallen. Met de AERIUS Calculator kunnen de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden worden bepaald. Door de uitspraak is in het kader van dit bestemmingsplan ook gekeken naar de mogelijk te verwachten effecten. Er is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met de AERIUS-calculator. In de berekening zijn zowel de realisatiefase als de nieuwe gebruikersfase meegenomen. De rapportage is opgenomen als Bijlage 4. Uit 30

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

de berekening blijkt dat er voor wat betreft het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.

4.1.3 Soortenbescherming Door Bureau Buitenwaard is een ecologische quickscan uitgevoerd (Bijlage 3). Ten aanzien van soortbescherming luidt de conclusie: "Het onderdeel soortbescherming is voor een aantal soort(groep)en van toepassing bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling. Er kunnen negatieve effecten optreden voor de in tabel 2 genoemde beschermde soorten en/of functies.

Er is geen nader onderzoek naar de aanwezigheid van de in tabel 2 genoemde soort(groep)en noodzakelijk. Wel zijn in het kader van de algemene zorgplicht, in verband met mogelijk aanwezige beschermde gebiedsfuncties rondom het plangebied en om vestiging van beschermde soorten te voorkomen onderstaande voorzorgsmaatregelen van toepassing: Voorzorgsmaatregelen vleermuizen Om verstoring van eventueel rondom het plangebied aanwezige vliegroutes te voorkomen dient tijdens de bouw en in de toekomstige situatie terughoudend te worden omgegaan met verlichting. Wanneer verlichting gebruikt wordt dient deze object gericht te zijn zodat uitstraling naar de omgeving wordt voorkomen. Voorzorgsmaatregelen broedvogels (inclusief categorie 5) Bij uitvoering van werkzaamheden tijdens het broedseizoen (globaal 15 maart – 15 augustus) dient vestiging van algemene broedvogels te worden voorkomen door regelmatige verstoring, het plaatsen van afschrikmiddelen en/of het kort houden van de vegetatie noodzakelijk. Voor aanvang van de werkzaamheden (tijdens het broedseizoen) dient vooraf door een ecologisch deskundige een broedvogel controle te worden uitgevoerd. Hierbij dient aandacht te zijn voor de aanwezigheid van territoriale akkervogels en eventuele broedvogels in de randen van het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14061193/1