t NL.IMRO.0263.BP1238-VG01
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan - vastgesteld Rossum Noord 2023 Appelgaerde NL.IMRO.0263.BP1238-VG01
www.SPAWNP.nl
Toelichting bestemmingsplan - vastgesteld Rossum Noord 2023 Appelgaerde
BOUW-MILIEU-RUIMTE
NL.IMRO.0263.BP1238-VG01
Datum: 6 april 2024
Maasdriel Vastgesteld 28 maart 2024 SPA WNP ingenieurs 22000272 Rubens Ontwikkeling B.V.
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110
DENKKRACHTIN
Gemeente: Status: Datum: Opgesteld door: Projectnr.: Opdrachtgever:
info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl ISO 9001:2015
| kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01
SPA WNP ingenieurs
22000272
INHOUD
PAGINA
1
2
3
4
INLEIDING
7
1.1 Aanleiding
7
1.2 Plangebied
7
1.3 Vigerend bestemmingsplan
8
1.4 Leeswijzer
8
PLANBESCHRIJVING
9
2.1 Stedenbouwkundig plan 2.1.1 Ruimtelijke structuur en programma 2.1.2 Beeldkwaliteit 2.1.3 Verkeer en parkeren 2.1.4 Groen - blauw netwerk
9 9 10 10 11
BELEIDSKADER
12
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking
12 12 13 14
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland 3.2.3 Regionaal woningbouwprogramma
16 16 17 17
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Bommelerwaard 3.3.2 Woningbouwprogramma gemeente Maasdriel 2021-2030
18 18 19
OMGEVINGSASPECTEN
20
4.1 Bedrijven en milieuzonering 4.1.1 Conclusie
20 20
4.2 Spuitzones 4.2.1 Conclusie
21 22
4.3 Verkeer en parkeren 4.3.1 Verkeer 4.3.2 Conclusie 4.3.3 Nota Parkeernormen 4.3.4 Conclusie
23 23 23 23 24
4.4 Geluid 4.4.1 Wegverkeerslawaai 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Geluid parkeervoorzieningen
25 25 25 26 Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
4.4.4
5
Conclusie
22000272
26
4.5 Luchtkwaliteit 4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Conclusie
26 26 27
4.6 Geur 4.6.1
28 28
Conclusie
4.7 Externe veiligheid 4.7.1 Risicovolle bedrijven 4.7.2 Vervoer gevaarlijke stoffen 4.7.3 Buisleidingen 4.7.4 Conclusie
28 29 29 30 30
4.8 Wet natuurbescherming 4.8.1 Soortbescherming 4.8.2 Ecologisch vervolgonderzoek 4.8.3 Gebiedsbescherming 4.8.4 Conclusie 4.8.5 Gebiedsbescherming 4.8.6 Conclusie
30 30 31 31 32 33 33
4.9 Bodem 4.9.1 Onderzoek 4.9.2 Conclusie
34 34 35
4.10 Water 4.10.1 Beheer 4.10.2 Drooglegging 4.10.3 Conclusie
36 37 37 38
4.11 Archeologie 4.11.1 Conclusie
38 39
4.12 Cultuurhistorie 4.12.1 Toetsingskader 4.12.2 Conclusie
40 40 41
4.13 Besluit milieueffectrapportage
41
4.14 Klimaat en duurzaamheid
41
4.15 Niet gesprongen explosieven
42
4.16 Volksgezondheid Geitenhouderijen
43 43
JURIDISCHE TOELICHTING
48
5.1 Algemeen
48
5.2 Systematiek 5.2.1 Inleidende regels 5.2.2 Bestemmingsregels
48 48 48 Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
6
22000272
5.3 Toelichting per bestemming
50
UITVOERBAARHEID
52
6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Kostenverhaal 6.1.2 Financiële haalbaarheid
52 52 52
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Omgevingsdialoog 6.2.2 Vooroverleg 6.2.3 Inspraak 6.2.4 Vaststellingsprocedure
52 52 52 53 54
Pagina 5
SPA WNP ingenieurs
22000272
BIJLAGEN 1
Stedenbouwkundig plan
2
Beeldkwaliteitsplan
3
Akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai
4
Onderzoek bedrijven en milieuzonering
5
Onderzoek Geurhinder en Veehouderij
6
Quickscan Externe Veiligheid
7
Stikstofdepositie onderzoek
8
Bodem- en waterdoorlatendheidsonderzoek
9
Watertoets
10
Archeologisch onderzoek Bureau onderzoek Veldonderzoek
11
Ecologisch onderzoek Quickscan Nader onderzoek Aanvullend onderzoek steenuil
12
Verkeerstromenonderozek
13
Akoestisch onderzoek OBS
14
Onderzoek onontplofte explosieven
15
Nota van Inspraak
16
Nota beantwoording zienswijzen
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
Pagina 6
SPA WNP ingenieurs
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
22000272
Op 12 oktober 2020 hebben de gemeente Maasdriel en Rubens Ontwikkeling B.V. een anterieure- en vaststellingsovereenkomst getekend voor de ontwikkeling van het gebied Rossum-Noord. Met de ondertekening van deze overeenkomst is de eerste stap gezet voor de bouw van maximaal 120 woningen in het plangebied. De gemeente Maasdriel heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan deze ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling van maximaal 120 woningen is niet mogelijk op basis van het vigerend bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan biedt het benodigde juridisch-planologisch kader om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. Op 11 december 2022 heeft een informatieavond plaatsgevonden, waar de buurt en overige belangstellenden voor zijn uitgenodigd. De reacties zijn betrokken bij de verdere planuitwerking. Het voorontwerp van het bestemmingsplan heeft van 14 september tot en met 12 oktober 2022 ter inzage gelegen. De ingekomen inspraakreacties zijn opgenomen in de nota van inspraak (bijlage 15). Op 18 december 2023 is, ten tijde van de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan, een aanvullende inloopbijeenkomst geweest. De ingekomen zienswijzen zijn opgenomen in de nota beantwoording van zienswijzen (bijlage 16). 1.2
Plangebied Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van de kern Rossum, een kern aan de oever van de Waal, in de gemeente Maasdriel. De gemeente Maasdriel is in de zuidoosthoek van de Bommelerwaard gelegen. Rossum ligt in het noordoosten van Maasdriel en de Bommelerwaard. De kern telt per 1 januari 2021 2.794 inwoners. Het plangebied wordt in het noorden begrensd door de H.C. de Jonghweg en in het zuiden door de Hogeweg en ligt ten zuidwesten van de Kersenbogerd. Het plangebied bestaat momenteel uit agrarische percelen, die voor een deel in gebruik zijn als (fruit)boomgaard. Op de luchtfoto in figuur 1 is het te ontwikkelen plangebied rood omlijnd weergegeven. Het plan heeft de naam “Appelgaerde” gekregen. Afbeelding 1:
Plangebied rood omlijnd (bron: PDOK viewer)
Pagina 7
SPA WNP ingenieurs
1.3
22000272
Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeren twee bestemmingsplannen ‘Rossum en Hurwenen’ en ‘Buitengebied Herziening 2016’. De bestemmingsplannen zijn respectievelijk vastgesteld op 27 januari 2011 en op 26 juni 2019. Het plangebied heeft in beide plannen de bestemming ‘Agrarisch’. Tevens gelden er enkele paraplubestemmingsplannen: • • •
Parapluherziening verkamering woningen 2020 (regulering bewoning door meerdere huishoudens bijvoorbeeld studenten en arbeidsmigranten) Parapluherziening Parkeren 2022 (vastgesteld 11-5-2023) Parapluplan Klimaat (ontwerp 10-4-2023)
Het plangebied heeft de gebiedsaanduiding ‘wro-zone - bebouwd gebied’. Ter plaatse van het bestemmingsplan ‘Rossum en Hurwenen’. De beoogde ontwikkeling van maximaal 120 woningen is niet mogelijk op basis van de bestemmingsplannen ‘Rossum en Hurwenen’ en ‘Buitengebied Herziening 2016’. De parapluherziening Parkeren vervangt de bestaande regeling voor parkeren voor reeds vastgestelde bestemmingsplannen in het onderhavige plan is de nota parkeernormen 2020 verwerkt. Het parapluplan Klimaat geldt, nadat het definitief is vastgesteld, voor alle vastgestelde bestemmingsplannen binnen de gemeente Maasdriel. In dit paraplubestemmingsplan wordt de regeling inzake een uniforme en dynamische waterbergingsopgave, boomnorm en groennorm juridisch planologisch verankerd. De in het parapluplan opgenomen regels (voorwaardelijke verplichtingen) omtrent waterberging, te hanteren peilen, boom- en groennormen zijn reeds als uitgangspunten voor het onderhavige plan genomen. 1.4
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2, waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse omgevingsaspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Pagina 8
SPA WNP ingenieurs
2
PLANBESCHRIJVING
2.1
Stedenbouwkundig plan
2.1.1
Ruimtelijke structuur en programma
22000272
Het stedenbouwkundig plan voor ‘Appelgaerde’ (bijlage 1) is opgezet rond een centrale ontsluitingsweg die zich door het plangebied heen beweegt en waar het merendeel van de woningen op zijn georiënteerd. De weg wordt in de noord-zuid richting begeleid door een waterloop met groene bermen; in de oost-west richting loopt de weg door een groenstrook en wordt begeleid door bomenrijen. Een diversiteit aan woningbouwtypologieën en prijssegmenten geeft een afwisselend beeld langs de ontsluitingsweg die nu door het plan gaat. Rond deze centrale lijn is een groot deel van het openbare groen geordend. De aansluiting op de bestaande bebouwing wordt gemarkeerd door groene (speel-)plekken. Langs de rand vormt een doorlopende groen/blauwe structuur de overgang naar het open landschap. Dit maakt een groene omzoming mogelijk en water en groen bieden ruimte voor natuurontwikkeling en recreatieve uitloop. De ontwikkeling van Appelgaerde sluit aan op het bestaande schoolterrein, de tuinen van de woningen grenzen aan de tuin van de school. De school is voor de kinderen van de wijk Appelgaerde straks eenvoudig en veilig te bereiken via een voet- en fietspad dat aansluit op de reeds bestaande Kersenbogerd. De wijk vormt door zijn opzet een logische afronding van de bebouwde kern van Rossum.
De centraal gelegen weg vormt met de groene bermen en watergangen een aangesloten structuur, die het karakter van de woonomgeving bepaalt. In bijlage 1 is het stedenbouwkundig plan opgenomen. Afbeelding 2:
Stedenbouwkundig plan (bron: Lodewijk Baljon landschapsarchitecten)
Het plan voorziet in maximaal 120 woningen in de vorm van vrijstaande, twee-onder-één-kap, hoekwoningen, beneden- en bovenwoningen en rijwoningen. Tevens zijn er enkele vrije kavels beschikbaar. Pagina 9
SPA WNP ingenieurs
2.1.2
22000272
Beeldkwaliteit Er is een beeldkwaliteitsplan opgesteld met criteria en referentiebeelden voor de beoogde beeldkwaliteit van zowel de openbare ruimte, als de nieuwe bebouwing in Appelgaerde. Dit beeldkwaliteitsplan doorloopt een parallelle procedure. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd.
2.1.3
Verkeer en parkeren Paden voor voetgangers maken een fijnmazig netwerk, waarmee de groene ruimte goed is ontsloten. Voor de fietser is een aanknoping op de bestaande woonstraten voorzien. Voor de auto verloopt de ontsluiting via de hoofdwegen, HC de Jonghweg en Hogeweg. Parkeren gebeurt zowel op eigen terrein als in openbaar gebied. Buiten het plangebied wordt een aansluiting met de naastgelegen wijk (de Sterappel) gerealiseerd. De toerit van de woningen aan de zuidoostzijde van het plan is geregeld via de naastgelegen wijk. De toeritten van de woningen zijn aan de zuidoostzijde van het plan ontsloten op De Sterappel. De Sterappel zal hiervoor gewijzigd worden ingericht. Het voorstel dat hiervoor is gemaakt, bestaat uit het verleggen van de drie parkeerplaatsen aan het einde van de Sterappel en het toevoegen van enkele parkeerplaatsen in het plangebied. In afbeelding 3 zijn de toeritten en het herinrichtingsvoorstel weergegeven. Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan betreft dit een gewijzigd voorstel, waar ook de verbeelding van het bestemmingsplan op aangepast is. Afbeelding 3:
Toerit via naastgelegen wijk (bron: Lodewijk Baljon landschapsarchitecten).
Pagina 10
SPA WNP ingenieurs
22000272
Binnen het plan wordt gebruik gemaakt van groene parkeerplaatsen/grasbetontegels. Het gebruik van groene parkeerplaatsen/grasbeton vergroot de tijdelijke wateropvang. De aansluiting en de feitelijke inrichting van het plangebied op de Hogeweg, H.C. De Jonghweg en Kersenbogerd wordt in een later stadium, in overleg met de verkeerskundige en (weg)beheerder civieltechnisch, uitgewerkt. 2.1.4
Groen - blauw netwerk De uitbreiding van het stelsel van watergangen wordt begeleid door bomen, vooral karakteristieke knotwilgen, en grasrijke taluds. Op kenmerkende plekken vormen beplantingssingels, boomgaardje en speelparkjes (met ruimte voor oevervegetaties en spelaanleidingen) vitale knooppunten.
Pagina 11
SPA WNP ingenieurs
3
BELEIDSKADER
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
22000272
In het kader van de nieuwe Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking treedt, is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door het rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: • • •
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal Afwentelen wordt voorkomen
Een goede indeling van het landelijk gebied is nodig om een vitaal platteland te behouden, waar het prettig is om te werken, wonen en recreëren. Zo moet voorkomen worden dat versnippering plaatsvindt door bedrijfsbeëindiging van landbouwbedrijven. Ook moet worden voorkomen dat 'verloodsing' en verrommeling plaatsvindt of dat vruchtbare landbouwgronden of gebieden met hoge landschappelijke of natuurlijke waarden worden bebouwd of vol gelegd met zonnepanelen. In gebieden, waar de druk vanuit de landbouw op de omgeving (natuur, volksgezondheid) te hoog is, wordt deze druk door gerichte inzet verminderd. Op regionaal niveau is hierbij een regierol weggelegd voor de provincies. In het regeerakkoord zijn maatregelen aangekondigd om gezondheids- en leefomgevingsrisico's in gebieden met zeer hoge vee-dichtheid te verminderen. Het Rijk faciliteert de omslag naar kringlooplandbouw, waarbij de huidige keten – met een begin, een einde en lekken in schakels – verandert in een systeem met minimale onnodige verliezen. Kringlopen van grondstoffen en hulpbronnen worden op een zo laag mogelijk schaalniveau gesloten. Akkerbouw, veehouderij en tuinbouw gebruiken in de eerste plaats grondstoffen uit elkaars ketens en reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie en voedingsketens.
Het behouden en ontwikkelen van onze landschappen vraagt extra aandacht van het Rijk, vanuit goede leefomgevingskwaliteit en het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Daarom maken Rijk en regio over nieuwe locaties afspraken in de Omgevingsagenda's. Doorwerking plangebied Het voornemen in dit voorliggend bestemmingsplan geeft invulling aan een toekomstbestendige inrichting van het gebied en aan een versterking van de regionale identiteit van het gebied. Het planvoornemen is daarmee in de geest van de Nationale Omgevingsvisie.
Pagina 12
SPA WNP ingenieurs
3.1.2
22000272
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, vastgesteld op 13 maart 2012, staan de plannen van de Rijksoverheid ten aanzien van aspecten op het gebied van ruimte en mobiliteit. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Tevens werkt het Rijk aan een eenvoudigere regelgeving. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een Rijk verantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: • • •
een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelrisico kent, ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op Rijksniveau relevant.
Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid en heeft daarom uit bovenstaande drie doelen slechts dertien nationale belangen naar voren laten komen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De dertien belangen van het Rijk zijn: • • • • • • • • • •
een excellent ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren; ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond; een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidoverlast en externe veiligheidsrisico’s; ruimte voor waterveiligheid en duurzame zoetwatervoorzieningen en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; Pagina 13
SPA WNP ingenieurs
• • •
22000272
ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van floraen faunasoorten; ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Doorwerking plangebied Het initiatief Appelgaerde speelt zich af op lokaal niveau en heeft geen herleidbare relatie met het ruimtelijke ordeningsbeleid op nationaal niveau. De woningbouwontwikkeling betreft een uitbreidingslocatie die grotendeels buiten het bestaand bebouwd gebied gelegen is. Geconstateerd kan worden dat het initiatief niet conflicteert met het nationaal ruimtelijk ordeningsbeleid en zelfs bijdraagt aan de doelstelling van intensief ruimtegebruik. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet toe op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De Ladder is een motiveringsinstrument, dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit, dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte, plus een motivering, indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Initiatiefnemer is voornemens op de locatie maximaal 120 woningen te ontwikkelen. Het initiatief bestaat uit de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk, die als “dorps” kan worden betiteld. Zoals het er nu naar uitziet, geldt de volgende verdeling naar type en prijssegment: • • • •
36 sociale huurwoningen/ sociale koopwoningen (rijwoningen en beneden-/bovenwoningen) 39 rij- en hoekwoningen (middelduur) 24 tweekappers (duur) 21 vrijstaande/vrijekavel woningen (duur)
1 Voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen geldt dat het een stedelijke ontwikkeling is, die ladderplichtig is. O.a. ABRS 1 juni 2016
(ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Pagina 14
SPA WNP ingenieurs
22000272
De beoogde doelgroepen bestaan naast lagere-inkomensgroepen, starters en jonge gezinnen uit ouderen/ senioren en de meer kapitaalkrachtige huishoudens voor de vrijesectorkoopwoningen. De woningen zijn op de bovenwoningen na grondgebonden. Het initiatief wordt naar verwachting in drie fasen uitgevoerd. De ontwikkeling is opgezet als een groeimodel, waarbij de nieuwe buurt op elk moment een veilige en aantrekkelijke woonomgeving vormt. Direct bij het begin wordt het landschappelijke kader opgebouwd met de aanleg van watergangen en beplantingen. Hierbinnen volgen geleidelijk de huizen en wordt Rossum afgerond op een landschappelijk verzorgde wijze. De locatie ligt buiten bestaand stedelijk gebied. In de structuurvisie van de gemeente Maasdriel (december 2011) is de planlocatie reeds opgenomen in het overzicht van woningbouwprojecten die in uitvoering/uitwerking zijn (paragraaf 7.2.1.) als project nummer 31 “Rubens”, waarbij het uitgangspunt was in 2011 tot 2013, 150 woningen te realiseren. In de woonvisie Bommelerwaard is de kwalitatieve woningbehoefte 2021-2025 weergegeven in de gemeente Maasdriel. In afbeelding 4 is dit weergegeven. Afbeelding 4:
Kwalitatieve woningbehoefte
Uit de regionale woonagenda rivierenland 2020 blijkt dat er in de regio een woningtekort is van gemiddeld 4,5 %. Het woningtekort (basisvariant) in de gemeente betreft minimaal 700 woningen en maximaal 1.250 woningen. In de gemeente Maasdriel is er met name behoefte aan versnelling van de eerdere ambities, focus op betaalbaarheid (uitgangspunt 30 % goedkoop, 25 % betaalbaar en 45 % overige). Daarnaast is een uitgangspunt van de woonvisie dat nieuwe woningen geschikt zijn (te maken) voor meerdere doelgroepen in verschillende levensfasen. Het plan voorziet in 12 levensloopbestendige woningen en 16 levensloopbestendig te maken woningen. De hoekwoningen van de rijen en de tweekappers hebben de mogelijkheid om te worden benut als levensloopbestendige woningen. Tevens wordt aangestuurd op kleinschalig en gefaseerd realiseren van woningbouw, zodat bijsturing en aansluiting op de vraag mogelijk blijft. De situatie is onderstaand weergegeven.
Pagina 15
SPA WNP ingenieurs
22000272
In de gemeente Maasdriel is de prognose dat er in 2020 – 2024 in totaal 415 woningen opgeleverd worden. En na 2025 nog eens 91. Er is dus nog ruimte voor minimaal 194 en maximaal 744 woningen. Het woningaantal van maximaal 120 past ruim binnen deze behoefte. De verdeling naar woningtypen (afgerond): 30 % sociaal, 19% rijwoningen, 13% hoekwoningen, 20 % tweekappers en 18 % vrijstaand is niet geheel in lijn met de vigerende woonvisie, echter is voor onderhavige ontwikkeling via een anterieure overeenkomst een andere woningbouwdifferentiatie afgesproken met ontwikkelaar Rubens Ontwikkeling B.V. De overeenkomst dateert van 12 oktober 2020. Destijds gold een eerdere woonvisie, op basis waarvan de afspraken zijn gebaseerd en worden nagekomen. Binnen het stedelijk gebied is geen ruimte voor grootschalige ontwikkeling. De vraag naar woonruimte is simpelweg te groot om hieraan te kunnen voldoen binnen het stedelijk gebied. Uitbreiding aan de rand van Rossum tegen het stedelijk gebied aan is daarom de meest logische optie. Conclusie In de gemeente Maasdriel is de prognose dat er in 2020 – 2024 in totaal 415 woningen opgeleverd worden. Het woningaantal van maximaal 120 past ruim binnen deze behoefte.
De verdeling naar woningtypen (afgerond): 30 % sociaal (beneden/bovenwoningen en rijwoningen), 19% rijwoningen, 13% hoekwoningen, 20 % tweekappers en 18 % vrijstaand is in lijn met hetgeen is vastgelegd in de overeenkomst die de gemeente Maasdriel met Rubens Ontwikkeling B.V. heeft gesloten. Het project voldoet aan de definitie van nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals beschreven in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Tevens draagt het plan bij aan de gestelde doelen in de woonvisie van de gemeente. 3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ is als doel benoemd: gezond, veilig, schoon en welvarend. De provinciale hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities: • • • • • •
energietransitie: van fossiel naar duurzaam klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer circulaire economie: sluiten van kringlopen biodiversiteit: werken met de natuur vestigingsklimaat: een krachtige duurzame topregio! woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam
De Omgevingsvisie beschrijft hoe de provincie Gelderland in de komende jaren wil omgaan met ontwikkelingen en initiatieven. In de visie is onder meer aangegeven dat de provincie streeft naar aanbod van woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag. Het streven is onder andere het benutten van bestaande bebouwde omgeving en het aardgasvrij aanleggen van alle nieuwbouw. Doorwerking plangebied De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels waaraan het voorliggend initiatief wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen die voor het voorliggende bestemmingsplan van belang zijn. Pagina 16
SPA WNP ingenieurs
3.2.2
22000272
Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten heeft op 14 januari 2023 de omgevingsvisie (versie 2023) vastgesteld. Deze heeft betrekking op wijzigingen op het gebied van drinkwatervoorziening. De wijzigingen hebben geen rechtstreeks effect op voorliggend plan. Het wijzigingsplan is nog niet vastgesteld. In de Omgevingsverordening staan de regels die horen bij de Omgevingsvisie. De Omgevingsverordening bestaat uit kaarten en regels die digitaal voor iedereen zijn ontsloten. Dit maakt het mogelijk dat iedereen voor elke locatie in Nederland kan zien welke mogelijkheden er zijn en welke beperkingen voor een locatie gelden. Iedereen weet daardoor welke regels op een bepaalde locatie gelden en waar men aan toe is. Voor onderhavige locatie zijn regels opgenomen over glastuinbouw. De Omgevingsverordening Gelderland bepaalt dat op de planlocatie ‘Appelgaerde’ een verbod geldt op het nieuw-vestigen, uitbreiden en her-vestigen van glastuinbouw. Deze bepalingen uit de Omgevingsverordening hebben geen effect op de planlocatie. Het beoogde plan voorziet niet in glastuinbouw. Het plan ligt met betrekking tot het Nationaal landschap buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In de Omgevingsverordening zijn voor de op onderhavige locatie gewenste ontwikkeling regels gesteld.
Het gaat om de regels in hoofdstuk 2 Ruimte, afdeling 2.1 Woonlocaties en recreatiewoningen, artikel 2.1 (regionale woonagenda) en 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda), die van toepassing zijn.
Daarnaast is artikel 2.65b van de omgevingsverordening ten aanzien van klimaatadaptatie. In de toelichting en de daarbij behorende onderzoeken is aandacht besteed aan de in artikel 2.65b van de verordening opgenomen aspecten: a. b. c. d. 3.2.3
Waterveiligheid, in paragraaf 4.10 en bijlage 9 de watertoets; Wateroverlast, eveneens in paragraaf 4.10 en bijlage 9; Droogte, in paragraaf 4.14 klimaat en duurzaamheid; Hitte, eveneens in paragraaf 4.14.
Regionaal woningbouwprogramma In de regels van de Omgevingsverordening wordt gesteld dat gemeentebesturen per regio een regionale woonagenda op moeten stellen. Nieuwe ontwikkelingen moeten daar binnen passen. Voor de regio Rivierenland zijn de volgende thema’s opgenomen in de regionale woonagenda 2020-2030: • • • • •
Continuiteit van de productie Betaalbaarheid woningen Flexibiliteit op de woningmarkt (waaronder Arbeidsmigranten) Wonen en zorg Duurzame woningvoorraad.
De woonagenda 2020-2030 is afgestemd met de regio Rivierenland. Het woningbouwproject aan de H.C. de Jonghweg is eerder onderdeel geweest van het regionaal programma 2021- 2030. Er is geen aanleiding geweest voor een herijking en het project past binnen het regionaal woningbouwprogramma. Pagina 17
SPA WNP ingenieurs
22000272
Doorwerking plangebied Het plangebied ligt grotendeels buiten bestaand stedelijk gebied. Het plangebied sluit aan op een aantal stedelijke functies, zoals een school en woningen. Tevens ligt de aanduiding ‘Wro zone – bebouwd gebied’ in het vigerend bestemmingsplan ‘Rossum en Hurwenen’, waarin is aangegeven dat uitbreiding van bebouwing is toegestaan. Omdat de locatie deels buiten bestaand stedelijk gebied ligt, is in de Laddertoets gekeken naar alternatieve locaties binnen bestaand stedelijk gebied in de kernen en de gemeenten van de regio Bommelerwaard. Na een ruimtelijke studie blijkt, dat er geen locaties zijn die op dit moment voorzien in de uitbreidingsopgave van maximaal 120 woningen in een “dorps” woonmilieu. Met de ligging van de locatie omsloten door stedelijke functies en het hoofdwegennetwerk van de kern Rossum is de locatie geschikt om aan de behoefte voor woningbouw te voldoen. Conclusie Het plangebied ligt buiten bestaand stedelijk gebied, de behoefte voor woningen is voldoende onderbouwd en heeft de ladder voor duurzame verstelijking doorlopen. Het plan voldoet aan het regionale en gemeentelijk woonprogramma en beantwoordt aan de actuele woningbouwbehoefte (zie hiervoor ook paragraaf 3.1.2, ladder voor duurzame verstedelijking). Het plan ligt buiten de Groene ontwikkelingszone, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Voorliggend initiatief is derhalve in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Bommelerwaard Op 30 augustus 2022 is de omgevingsvisie Bommelerwaard vastgesteld. In deze visie worden de grote opgaven waar de Bommelerwaard voor staat, zoals toename vraag naar woningen, vermindering CO2 uitstoot, veranderende bevolkingssamenstelling. De aanwezige waarden zijn weergegeven op een waardenkaart. Voor het plangebied is opgenomen: • •
Groei van het dorp Rossum Versterken/ontwikkelen bovenlokale voorzieningen
Pagina 18
SPA WNP ingenieurs
22000272
Afbeelding 5: Uitsnede van de BommelerVisiekaart
Centraal staat het behouden en versterken van een aantrekkelijk woonklimaat in de Bommelerwaard. De gemeente vindt het van belang de kernwaarden en identiteit van de gemeente in stand houden. Doorwerking plangebied In de omgevingsvisie is rekening gehouden met deze woningbouwontwikkeling. 3.3.2
Woningbouwprogramma gemeente Maasdriel 2021-2030 In december 2020 is het woningbouwprogramma 2021-2030 vastgesteld. Dit woningbouwprogramma is gebaseerd op de nieuwe woonagenda regio Rivierenland 2020-2030, waarin de woningbouwopgave voor de gemeente Maasdriel is bepaald binnen de bandbreedte van 700-1250 woningen en het woningbehoefteonderzoek Bommelerwaard 2018, waarin de behoefte per cluster is berekend. Doorwerking plangebied In het gemeentelijke ‘Woningbouwprogramma 2021-2030’ is rekening gehouden met deze woningbouwontwikkeling (vastgesteld 10 december 2020). Het aantal woningen dat op basis van het stedenbouwkundige voorstel in het bestemmingsplan is vastgelegd, betreft maximaal 120 woningen. De beoogde doelgroepen bestaan naast lagere-inkomensgroepen, starters en jonge gezinnen uit ouderen/ senioren en de meer kapitaalkrachtige huishoudens voor de vrijesectorkoopwoningen. De woningen zijn grondgebonden, variërend van vrijstaand, rijwoningen, hoekwoningen, gestapelde en twee-onder-één- kap. De behoefte aan het aantal en type te bouwen woningen, die met dit plan mogelijk wordt gemaakt, is aangetoond in paragraaf 3.1.2.
Pagina 19
SPA WNP ingenieurs
4
OMGEVINGSASPECTEN
4.1
Bedrijven en milieuzonering
22000272
Bij het realiseren van woningen dient rekening gehouden te worden met (mogelijke) milieuaspecten van bedrijven in de nabijheid. Voor het waarborgen of realiseren van een goed woon- en leefklimaat wordt milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven (milieubelastend) een passende locatie in omgeving van woningen (milieugevoelig) krijgen en dat ze op een verantwoorde manier van elkaar gescheiden worden. Bij nieuwe ontwikkelingen dienen twee doelen: • •
Het voorkomen van of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen. Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven, dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Een hulpmiddel voor milieuzonering is de VNG-handreiking “Bedrijven en milieuzonering” waarvan de laatste versie stamt uit 2009. Deze handreiking gaat uit van de hinderaspecten geur, stof, geluid en veiligheid. Bij het bepalen van richtafstanden is het omgevingstype van belang. Er zijn voor milieuzonering drie omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’, ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Een ‘rustige woonwijk’ is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Naast de wijk gebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor en er is weinig verstoring door verkeer. Omgevingstype ‘rustig buitengebied’ is vergelijkbaar. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is er sprake van functiemenging en/of ligging nabij drukke wegen. De richtafstanden mogen bij ‘gemengd gebied’ met één stap verlaagd worden. 4.1.1
Conclusie Ten behoeve van het plan is een onderzoek Bedrijven en milieuzonering uitgevoerd. Dit is als bijlage 4 toegevoegd. Hieronder wordt daarop ingegaan. Op basis van de VNG-richtlijnen Bedrijven en milieuzonering dienen richtafstanden te worden gehanteerd tussen milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen. Bij het realiseren van plannen dient hier rekening mee te worden gehouden. De te hanteren richtafstanden zijn echter algemeen van aard en gebaseerd op gemiddelde bedrijven. Om de locatie-specifieke situatie te bepalen, zijn de voor de relevante bedrijven geldende vergunningen en meldingen opgevraagd bij de gemeente en de omgevingsdienst. In de omgeving bevinden zich enkele milieubelastende bestemmingen, een basisschool, een paardenfokkerij, enkele geitenhouderijen en een bedrijfsbestemming milieucategorie 2. Ten behoeve van het bepalen van de hinder van de basisschool is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit is toegevoegd als bijlage 13. Op basis van deze documenten is onderzoek uitgevoerd naar het aspect Bedrijven en milieuzonering. Uit het onderzoek blijkt, dat geen hinder te verwachten is en dat ter plaatse van de te realiseren woningen een goed woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden. Ook in de maximaal mogelijke planologische situatie is geen hinder te verwachten.
Uit het onderzoek blijkt dat bij de te realiseren woningen geluidhinder niet te verwachten is.
Pagina 20
SPA WNP ingenieurs
4.2
22000272
Spuitzones In verband met de risico’s voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift, is aandacht voor spuitzones nodig. Dit geldt bij het mogelijk maken van een nieuwe ‘voor drift gevoelige bestemming’ in de nabijheid van bestemmingen die het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet uitsluiten,. Omgekeerd geldt dit ook bij realisatie van bijvoorbeeld een boomgaard. Bij het voorontwerp van het bestemmingsplan heeft tevens een spuitzone-onderzoek ter inzage gelegen. De resultaten van het onderzoek waren verwerkt in het ter inzage gelegde plan. Op 19 oktober 2022 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan met betrekking tot de in het uitgevoerde spuitzone-onderzoek gehanteerde rekenmethode EFSA. Deze methode is volgens de RvS niet aan te merken als een algemeen aanvaardbaar model om in het kader van ruimtelijke ordening voor spuitzones de afstand te bepalen. Er moet dus teruggevallen worden op de spuitvrijezone van 50 meter, zoals die op basis van eerdere rechtspraak is vastgesteld. Ten noorden van het plangebied zijn percelen aanwezig waar boomgaarden zijn toegestaan, in afbeelding 6 zijn deze percelen aangegeven met A en B. Afbeelding 6:
Huidige situatie plangebied (globaal omlijnd)
Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld, die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging, waardoor mens en dier in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden. In afbeelding 7 is de te hanteren spuitvrijezone in het plan aangegeven.
Pagina 21
SPA WNP ingenieurs
Afbeelding 7:
22000272
spuitzone (rode stippellijn) over het plan
Er zijn op het gebied van spuitvrijezones diverse ontwikkelingen die in de toekomst tot een kleinere te hanteren afstand tussen fruitboomgaarden en boomkwekerijen en gevoelige bestemmingen kunnen leiden. Enerzijds wordt het toepassen van biologische beschermingsmiddelen steeds meer verplicht, anderzijds blijft er onderzoek plaatsvinden naar mogelijkheden tot driftreductie. Daarnaast kan natuurlijk in de loop van de bestemmingsplan periode (10 jaar) de bestemming van de relevante percelen wijzigen. Om het mogelijk te maken dat op den duur gevoelige functies gerealiseerd kunnen worden binnen de spuitvrijezone, is in het bestemmingsplan een afwijkingsbevoegdheid opgenomen binnen de bestemming milieuzone-spuitzone. De binnen de zone geplande woningen en speelterrein kunnen dan onder voorwaarden, middels een omgevingsvergunning, worden toegestaan. 4.2.1
Conclusie Er dient rekening te worden gehouden met een spuitvrije zone. Binnen deze zone zijn alleen gevoelige bestemmingen mogelijk indien voldoende is aangetoond dat er geen risico is voor gevoelige bestemmingen. In het bestemmingsplan is middels een wijzigingsbevoegdheid eventuele vestiging van gevoelige bestemmingen onder voorwaarden mogelijk.
Pagina 22
SPA WNP ingenieurs
4.3
Verkeer en parkeren
4.3.1
Verkeer
22000272
Ten behoeve van het voorontwerp bestemmingsplan was op basis van de tool verkeersgeneratie van het CROW de te verwachten hoeveelheid verkeer, als gevolg van het plan, berekend. Uit de berekening bleek dat er per etmaal in het totaal circa 900 verkeersbewegingen per dag te verwachten zijn (circa 23 zwaar verkeer, circa 17 middelzwaar verkeer en 860 lichtverkeer). Naar aanleiding van inspraakreacties omtrent het voorontwerp is de te verwachten verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling nader onderzocht. En tevens is beoordeeld of de relevante wegen de verkeersstromen aankunnen. Uit het verkeersstromen-onderzoek komt naar voren dat het bouwplan naar verwachting tot een verkeergeneratie van 988 verkeersbewegingen per etmaal (werkdag) zal leiden. 4.3.2
Conclusie Het naar aanleiding van inspraakreacties uitgevoerde verkeersstromenonderzoek is opgenomen als bijlage 12. Uit het onderzoek en de uitgevoerde verkeerstellingen blijkt dat de toekomstige verkeersintensiteiten lager zijn dan de maximale streefwaarden in de landelijke verkeersveiligheidsvisie Duurzaam Veilig. De verkeersintensiteit op de Hogeweg (buiten de bebouwde kom) is in de toekomst hoger dan de maximale streefwaarde in het bermschadecriterium van het CROW. Hierdoor is de kans op toekomstige bermschade groot en kan deze weg de toename van het verkeer door het bouwplan Appelgaerde niet voldoende verkeersveilig verwerken. Daarom zijn verkeersmaatregelen noodzakelijk op dit deel van de Hogeweg. Te weten: • • • •
het plaatsen van borden met een geslotenverklaring, uitgezonderd (brom)fietsers en bestemmingsverkeer aan de Hogeweg (buiten de bebouwde kom) het monitoren van de staat van de bermen ter hoogte van de aansluitingen van het bouwplan op de H.C. de Jonghweg en de Hogeweg (binnen de bebouwde kom) worden snelheid remmende maatregelen gerealiseerd in de Hogeweg (binnen de bebouwde kom) wordt een voetpad aangelegd, zodat er een veilige verbinding voor voetgangers vanuit het bouwplan naar het centrum ontstaat.
Met inachtneming van bovenstaande maatregelen kan de toename van het verkeer ten gevolge van het plan op goede en veilige wijze afgewikkeld worden. De bestaande wegen H.C. de Jonghweg en Hogeweg hebben voldoende capaciteit om het extra verkeer op te vangen. 4.3.3
Nota Parkeernormen Door de gemeente Maasdriel is de Nota Parkeernormen 2020 vastgesteld op 12 januari 2021. Deze norm wordt gebaseerd op de CROW-normen en beleidsafwegingen voor maatwerk. Het doel van deze Nota Parkeernormen is het vastleggen van actuele en eenduidige parkeernormen bij (ruimtelijke) ontwikkelingen, waarbij evenwicht wordt gezocht tussen de vraag naar en het aanbod van parkeren enerzijds en de kwaliteit van de openbare ruimte anderzijds. De nota heeft betrekking op zowel het parkeren van auto, als van fiets. Het doel van het parkeerbeleid en parkeernormen is om een juiste parkeerbalans op te kunnen stellen, zodat bij ontwikkelingen en wijzigingen in gebruik en bij (ver-)bouwen, de (parkeer)leefbaarheid gewaarborgd is. Voor het onderhavige plan zijn met name de uitgangspunten met betrekking tot woningen van belang. Pagina 23
SPA WNP ingenieurs
22000272
Basisuitgangspunt is zoveel mogelijk parkeren op eigen terrein, parkeren voor bezoekers wordt in de openbare ruimte gerealiseerd. Er zijn twee parkeerplaatsen per woning beschikbaar en 0,3 voor bezoek. De gemeente hanteert een parkeernorm: twee bewonersparkeerplaatsen per woning, ongeacht het type woning. Voor de vrijstaande en de twee-onder-een-kapwoningen is altijd een brede kavel voorzien, zodat voor het parkeren naast elkaar altijd zes meter beschikbaar is. Dat biedt dus ruim plaats aan twee auto’s naast elkaar. Conform gemeentelijk beleid wordt de CROW-berekening parkeren op eigen erf gevolgd. Bij de parkeerbalans is rekening gehouden met de factor 1,8 voor de twee eigen parkeerplaatsen. Op straat is dus gerekend met 0,2 bewoners- en 0,3 bezoekersplaatsen per vrijstaande of 2-onder-1-kapwoning. Ook voor de kleine benedenwoning in de Bebo’s zijn twee parkeerplaatsen in de parkeerkoffers voorzien, plus 0,3 voor parkeerbezoek op straat. Ten aanzien van fietsparkeren is in de nota voor woningen opgenomen dat dit in het gebouwontwerp moet worden meegenomen. Ook wordt in de nota aandacht besteed aan de ontwikkelingen op het gebied van het autobezit, zoals elektrische auto’s, deelauto’s, MaaS (een regionaal initiatief van deelfiets/deelauto en OV) en het nieuwe werken.
Op basis van de parkeernorm en het type woningen is berekend dat er in het totaal 276 parkeerplaatsen nodig zijn, deze worden gerealiseerd. In onderstaande tabel is de parkeerbalans berekening opgenomen. Tabel 1: Parkeerbalans Appelgaerde
Door het toenemende aantal elektrische auto’s is er een toenemende vraag naar laadpunten. Op basis van de gestelde parkeernorm wordt tevens rekening gehouden met (openbare) laadpunten voor elektrische voertuigen. Er komen vier laadpunten (twee elektrische laadpalen met elk twee aansluitpunten), het aantal is gebaseerd op de kencijfers van het CROW: Tabel 2: CROW norm elektrische laappalen Type woning
Parkeerplaatsen
Goedkoop Middelduur Duur
36 38 46
Kencijfer CROW (% waarmee is gerekend) 0,05-0,15 % (0,15 %) 0,2 – 0,35 % (0,35 %) 0,6 – 1,2 % (1,2%) Totaal
Aantal laadpalen 0,054 0,133 0,552 0,739
De parkeernota van de gemeente Maasdriel en diens rechtsopvolger zijn van toepassing en hier wordt op aangesloten. 4.3.4
Conclusie Er zijn voldoende parkeerplaatsen voorzien in het plan om aan de parkeernorm te voldoen. Om zeker te stellen dat de parkeerplaatsen op eigen terrein ook als zodanig behouden blijven, is hiervoor een verplichting in de regels opgenomen. Aan de CROW-norm voor elektrische laadpalen wordt voldaan.
Pagina 24
SPA WNP ingenieurs
4.4
Geluid
4.4.1
Wegverkeerslawaai
22000272
Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: • • •
de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg.
In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient middels een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld. 4.4.2
Onderzoek Voor het plan is een Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 3 bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt het navolgende. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, in de geluidzones van de nabij gelegen wegen, die buiten de bebouwde kom liggen, oftewel de Hogeweg, de H.C. de Jonghweg en de Maarten van Rossumweg. Voor de nieuwe ontsluitingsweg, en de volgende wegen binnen de bebouwde kom: de Hogeweg, de H.C. de Jonghweg, de Maarten van Rossumweg, de Burchtstraat en Weteringshoek, De Kersenbogerd en De Kievit, geldt een maximale rijsnelheid van 30 km/uur. Ondanks het feit dat er geen sprake is van een geluidzone langs deze wegen, is in het voorliggende onderzoek de geluidbelasting vanwege deze wegen toch berekend. Dit omdat: • •
de gemeente in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing de belangen van het realiseren van het bouwplan af moet wegen tegen de mogelijke hinder door de geluidbelasting; bij het realiseren van de woningen deze geluidbelasting meegenomen kan worden bij de beoordeling van de geluidwering in het kader van een goed woonklimaat.
De overige wegen liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze wegen niet relevant zijn met betrekking tot de geluidbelasting. Uit de resultaten blijkt dat de nieuwe woningen een geluidbelasting zullen ondervinden van maximaal: • • • • • • • • • • •
36 dB vanwege het verkeer op de Hogeweg (60 km/uur deel); 35 dB vanwege het verkeer op de H.C. de Jonghweg (60 km/uur deel); 31 dB vanwege het verkeer op de Maarten van Rossumweg (60 km/uur deel); 49 dB vanwege het verkeer op de Hogeweg (30 km/uur deel); 46 dB vanwege het verkeer op de H.C. de Jonghweg (30 km/uur deel); 25 dB vanwege het verkeer op de Maarten van Rossumweg (30 km/uur deel); 22 dB vanwege het verkeer op de Burchtstraat (30 km/uur-weg); 25 dB vanwege het verkeer op de Weteringshoek(30 km/uur-weg); 36 dB vanwege het verkeer op De Kersenbogerd (30 km/uur-weg); 30 dB vanwege het verkeer op De Kievit (30 km/uur-weg); 37 dB vanwege het verkeer op de Wetering; Pagina 25
SPA WNP ingenieurs
•
22000272
48 dB vanwege het verkeer op de nieuwe ontsluitingsweg (30 km/uur-weg).
Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelastingen vanwege het verkeer op de: • •
gezoneerde 60 km/uur wegen, ruim lager zal zijn dan de voorkeurswaarde van 48 dB. De Wet geluidhinder vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van de nieuwe woningen en de gemeente hoeft geen hogere waarden vast te stellen; niet-gezoneerde 30 km/uur wegen, lager zal zijn dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder, zoals deze geldt voor gezoneerde wegen. Alleen ten gevolge van het verkeer op de Hogeweg, zal de geluidbelasting op één woning hoger zijn dan de voorkeurswaarde van 48 dB, maar ruim lager dan de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 63 dB zoals deze geldt voor gezoneerde wegen. Op basis hiervan wordt gesteld dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de 30 km-wegen aanvaardbaar is. Gezien de situatie en de berekende waarden zijn er binnen het bouwplan geen reële maatregelen mogelijk om de geluidbelasting bij de meest zuidwestelijke woning langs de Hogeweg te reduceren tot maximaal 48 dB (de voorkeurswaarde). Verder wordt opgemerkt dal alle nieuwe woningen meerdere geluidluwe gevels hebben en één of meerdere buitenruimten aan een geluidluwe gevel.
Door de minimale geluidwering, die volgt uit de vereisten van het bouwbesluit, zijn geen extra voorzieningen nodig om een aanvaardbaar binnenniveau te realiseren van 33 dB(A). Ten gevolge van de verkeersgeneratie, vanwege het bouwplan, zal de geluidbelastingen bij de bestaande woningen toenemen met maximaal 2,1 dB. Onder normale omstandigheden is een verschil van 3 dB net waarneembaar en is er vanaf 5 dB verschil pas sprake van een duidelijk hoorbaar verschil. Een verschil van 10 dB wordt ervaren als een halvering c.q. een verdubbeling van het geluid. 4.4.3
Geluid parkeervoorzieningen Naar aanleiding van de inspraakreacties ingediend op het voorontwerp bestemmingsplan omtrent eventuele geluidshinder afkomstig van het parkeren van auto’s, worden kokowall geluidschermen geplaatst. In de regels van het bestemmingsplan is deze verplichting opgenomen.
4.4.4
Conclusie Uit het onderzoek blijkt, dat de toename van de geluidbelasting door realisatie van het bestemmingsplan zeer gering is. Op basis hiervan is de verwachting dat het extra verkeer ten gevolge van het nieuwe bestemmingsplan, niet leidt tot extra geluidhinder bij de bewoners van de bestaande woningen. Dit omdat de toename van de geluidbelasting onder normale omstandigheden niet of nauwelijks waarneembaar is. Binnen het plan zijn alleen 30 km-wegen aanwezig en is een goed woon- en leefklimaat te realiseren.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: Pagina 26
SPA WNP ingenieurs
• • • •
22000272
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.
Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld, waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: • •
het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2µg/m3).
Sinds 2009 beperkt het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Woningen zijn geen gevoelige bestemmingen met betrekking tot luchtkwaliteit, zodoende levert dit geen probleem op. Voor het plangebied is een Worst-case luchtkwaliteit berekening uitgevoerd, ten gevolge van de toename in verkeer. Deze berekening is weergegeven in afbeelding 8. Afbeelding 8:
4.5.2
Worst-case luchtkwaliteitsberekening
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate, waardoor nader onderzoek niet nodig wordt geacht aan de hand van de worst-case berekeningen voor de bijdrage van extra verkeer.
Pagina 27
SPA WNP ingenieurs
4.6
22000272
Geur Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur, vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). Bij nieuwe planologische projecten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening, dient te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. In de Wgv zijn voor verschillende dieren geuremissienormen opgenomen, die de maximale geurbelasting op een gevoelig object bepalen. Als de geuremissie van een dier niet bekend is, stelt de wet minimumafstanden tussen een veehouderij en een geurgevoelig object. Als die geuremissie wel bekend is, dan moet de geurbelasting worden berekend. De emissie van geurstoffen uit een veehouderijbedrijf wordt uitgedrukt in geureenheden. De berekende geurbelasting wordt getoetst aan de norm (de maximale belasting die het bedrijf mag veroorzaken). Gemeenten mogen, binnen bepaalde bandbreedten, van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastgesteld. De gemeente Maasdriel heeft een geurverordening. Ten behoeve van het plan is een onderzoek Geurhinder en veehouderij uitgevoerd. Dit is als bijlage 5 toegevoegd aan deze toelichting.
Uit het onderzoek is naar voren gekomen, dat op beperkte afstand alleen een paardenfokkerij aanwezig is. Tevens is in het kader van het geuronderzoek de achtergrondbelasting berekend.
4.6.1
Conclusie Voor de realisatie van het woningbouwplan Appelgaerde in Rossum, is een onderzoek naar de geurbelasting vanwege diverse, in de omgeving aanwezige, veehouderijen uitgevoerd. Op basis van de resultaten wordt het volgende geconcludeerd: •
• •
4.7
Wat betreft de voorgrondbelasting op het plangebied, is de veehouderij aan de H.C de Jongweg 18 maatgevend. De geurconcentratie, die veroorzaakt wordt door deze veehouderij, voldoet op alle zijden van het plangebied aan de wettelijke- en gemeentelijke norm. Om die reden schaadt de realisatie van de geplande woningen de veehouderij niet in haar belangen. Uit de berekening van de achtergrondbelasting volgt, dat er geen berekenbare achtergrondbelasting is. Een verklaring hiervoor kan worden gevonden in het feit dat er maar een beperkt aantal veehouderijen in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Op basis van de voorgrondbelasting volgt, dat ter plaatse van de nieuwbouw binnen het plangebied, een goed woon- en verblijfsklimaat gerealiseerd kan worden. De berekende geurbelasting bij de geurgevoelige locatie is als een ‘zeer goed’ woon- en verblijfsklimaat aan te merken. Gelet op het voorgaande, kan geredeneerd worden dat de veehouderijen in kwestie, door realisatie van het plan, niet in hun ontwikkelingen en/of belangen worden geschaad.
Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met:
Pagina 28
SPA WNP ingenieurs
• • •
22000272
activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen; transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water.
Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Bij het groepsrisico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Ten behoeve van het plan is een Quickscan Externe Veiligheid uitgevoerd. Deze is als bijlage 6 toegevoegd aan deze toelichting. Hieruit blijkt het navolgende. 4.7.1
Risicovolle bedrijven Binnen de beoogde bestemming ‘wonen’ passen geen risicovolle activiteiten, zoals Bevi-activiteiten. Uit de signaleringskaart externe veiligheid blijkt, dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting of de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen. Hierdoor vormt het plaatsgebonden risico van stationaire risicovolle activiteiten geen belemmering voor de planontwikkeling en is geen verantwoording van het groepsrisico nodig.
4.7.2
Vervoer gevaarlijke stoffen Uit de signaleringskaart externe veiligheid blijkt, dat het aspect externe veiligheid wel relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal. Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroute, waarbij personen kunnen overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen. Het plangebied ligt echter buiten een veiligheidszone, een plasbrandaandachtsgebied en de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 meter zones). Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in ieder geval worden ingegaan op de mogelijkheden voor: • •
de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute; de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied.
Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen. Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op 30 augustus 2021 aangegeven dat in dit geval onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van een (nog niet aanwezig) "zeer kwetsbaar gebouw", bestemd voor verminderd zelfredzame personen.