Programmabegroting 2026-2029 geneente Maasdriel
Tekst van het document
500
een bepaald jaar onverwachts hogere bijdragen nodig hebben, bijvoorbeeld door tegenvallende exploitatie of
Programmabegroting 2026-2029 - 62
Benodigde weerstandscapaciteit
Risico incidentele financiële tekorten. Doordat de meeste verbonden partijen geen eigen weerstandsvermogen hebben, komen deze tekorten volledig voor rekening van de gemeente. De huidige economische situatie, waaronder stijgende kosten en mogelijke terugval in inkomsten, vergroot de kans op extra bijdragen. Het risico is ingeschat op €1,0 miljoen (4% van de totale bijdrage), met een kans van optreden van 50%. Beheersmaatregelen omvatten: jaarlijkse monitoring van financiële resultaten van verbonden partijen, het vaststellen van minimale weerstandsvermogenvereisten en het periodiek afstemmen van begrotingen en meerjarenplannen. 3. Hervormingsagenda jeugd Het tussentijdsonderzoek van de commissie Van Ark (rapport ‘Groeipijn’) benadrukt dat de Hervormingsagenda Jeugd noodzakelijk is, maar onvoldoende om de structurele problemen in de jeugdzorg volledig op te lossen. De financiële afspraken tussen het Rijk en gemeenten moeten mogelijk worden herijkt om toekomstige tekorten te beperken. Voor 2026 en 2027 is op basis van het rapport compensatie toegekend, maar vanaf 2028 komen de veronderstelde
500
besparingen door aanvullende maatregelen terug, wat onzekerheid creëert over de haalbaarheid van de opgave. Risico’s zijn onder andere dat de hervormingsagenda niet volledig of tijdig wordt geïmplementeerd, dat de zorgvraag hoger uitvalt dan begroot, of dat crisisplaatsingen onverwacht stijgen. Beheersmaatregelen omvatten: het opstellen van een meerjarenbegroting inclusief reserveringen, preventieve interventies, een actief outreachend beleid via het gebiedsteam, samenwerking met maatschappelijke partners, en het monitoren van landelijke beleidswijzigingen. 4. Wachtgeld wethouders Bij gemeenteraadsverkiezingen in 2026 kan de samenstelling van het college van burgemeester en wethouders wijzigen. Om wethouders te beschermen tegen inkomensverlies na beëindiging van hun functie geldt de Appawachtgeldregeling, waarbij een ontslaguitkering wordt verstrekt, tenzij de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt.
200
De regeling is onafhankelijk van de reden van aftreden. Het exacte financiële risico is pas bekend op het moment dat een wethouder daadwerkelijk aftreedt, maar de gemeente moet rekening houden met potentiële uitkeringen in de meerjarenbegroting. 5. Grondexploitaties De resultaten van grondexploitaties zijn gebaseerd op aannames over kosten, opbrengsten, bouwvolumes en fasering van projecten. Hoewel de uitgangspunten realistisch zijn, blijft er onzekerheid bestaan over toekomstige marktontwikkelingen, prijsstijgingen en vertragingen. Voor de lopende grondexploitaties wordt een vertraging als risico meegenomen. Daarnaast kunnen stijgende bouwkosten invloed hebben op het projectresultaat. Om risico’s te
250
beperken, worden bestaande en nieuwe plangebieden jaarlijks herijkt en worden kosten, opbrengsten en fasering aangepast aan actuele marktinformatie. Maximaal financieel risico op basis van interne analyse bedraagt €1.000.000, met een kans van optreden van 25%. Beheersmaatregelen: jaarlijkse herijking van planningen, nauwkeurige projectmonitoring, scenarioanalyses, en reserveringen voor onvoorziene tegenvallers. 6. PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) PFAS-vervuiling vormt een complex risico voor grondverzet en bouwprojecten. Nieuwe landelijke normen stimuleren veilig grondverzet, maar leiden tot hogere onderzoekskosten en extra afvoerkosten bij vervuilde locaties. De meerkosten zijn afhankelijk van factoren zoals locatie, concentratie PFAS, aanbesteding en mogelijkheden voor hergebruik van grond. Hoewel de meeste projecten beperkt worden getroffen, kunnen enkele specifieke locaties in
130
Maasdriel aanzienlijke extra kosten veroorzaken. Binnen onze grondexploitaties is het maximale financiële risico berekend op €1,3 miljoen, met een kans van 10%. Beheersmaatregelen omvatten: het systematisch monitoren van PFAS-concentraties, toepassen van hergebruik waar mogelijk en het afstemmen met landelijke richtlijnen en omgevingsdiensten om onverwachte meerkosten zoveel mogelijk te beperken. 7. Jeugd De belangrijkste financiële risico’s binnen de jeugdzorg zijn een hogere zorgvraag dan begroot, crisisplaatsingen, een vertraagde implementatie van de Hervormingsagenda Jeugd en beperkte verschuiving naar preventieve zorg. Ondanks structurele budgetten en bestemmingsreserves blijft er een kans op extra uitgaven. Beheersmaatregelen bestaan uit het inzetten van preventieve voorzieningen, een outreachende werkwijze van gebiedsteams, goede
500
samenwerking met maatschappelijke organisaties en onderwijsinstellingen, en het monitoren van landelijke beleidswijzigingen. Het extra risico wordt geraamd op €250.000 per jaar, wat over vier jaar neerkomt op €1 miljoen. De kans op optreden is gemiddeld. Deze aanpak zorgt ervoor dat de gemeente tijdig kan bijsturen bij onverwachte tekorten en complexe casuïstiek adequaat kan opvangen. 8. Volumegroei Wmo Het aantal maatwerkvoorzieningen in de Wmo blijft stijgen, met name huishoudelijke verzorging, hulpmiddelen en
250
Programmabegroting 2026-2029 - 63
Benodigde weerstandscapaciteit
Risico regionaal vervoer. Dit kan leiden tot hogere kosten, mede doordat sommige aanbieders financieel kwetsbaar zijn en hun tarieven mogelijk verhogen. De herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage kan het aantal voorzieningen verminderen. Daarnaast wordt een kostprijsonderzoek uitgevoerd om reële tarieven vast te stellen. Zorgverlening blijft een wettelijke verplichting. Het extra financiële risico wordt geschat op €125.000 per jaar, totaal €500.000 over vier jaar, met een gemiddelde kans van optreden. Beheersmaatregelen: monitoring van volumes en aanbiederstarieven en scenarioanalyses voor stijgende vraag. 9. Adequaat personeelsbestand Door de krappe arbeidsmarkt en schaarste aan geschikte kandidaten is het moeilijk om alle vacatures te vervullen. Inhuur van extern personeel is duurder en soms beperkt beschikbaar. Indien geen inhuur beschikbaar is, kan dit leiden tot het niet uitvoeren van geplande activiteiten, met bijkomende kosten voor alternatieve plannen of
500
communicatie. Risico: circa €1 miljoen extra nodig voor inhuur, kans 50%. Beheersmaatregelen: actief recruitmentbeleid, het behouden van personeel via goede arbeidsvoorwaarden, training en ontwikkeling, scenarioanalyses voor kritieke functies, en het plannen van activiteiten met flexibele inzet van personeel. Kwalitatieve HR-personeel is hierbij een vereiste. 10. Prijsstijgingen grondstoffen Sinds 2020 zijn de kosten voor lonen, materialen en materieel in GWW-projecten met circa 30% gestegen, met pieken tot 45% bij asfalteringsprojecten. Ook groenprojecten en overige objecten van de openbare ruimte zijn getroffen. De beschikbare begrotingsbuffers zijn onvoldoende om deze stijgingen volledig op te vangen. Voor 2026 wordt het
700
investeringsbudget bijgesteld; de effecten voor de meerjarenbegroting worden meegenomen in de volgende kadernota. Risico: bij een jaarlijks investeringsvolume van €7 miljoen kan dit leiden tot circa €700.000 extra kosten, kans 50%. Beheersmaatregelen: monitoring marktontwikkelingen, prijsindexering in contracten en scenarioanalyses bij projecten. 11. Algemene juridische bijstand De aansprakelijkheidsverzekering sluit een aantal situaties uit, zoals claims vanwege toezeggingen, contractbreuk, aanbestedingsfouten, nadeelcompensatie of oneerlijke concurrentie. Hierdoor blijft er een structureel risico bestaan
200
op juridische claims. Gemiddeld financieel risico: €100.000 per jaar, kans 50%. Beheersmaatregelen: periodieke beoordeling van verzekeringsdekking, proactief contractbeheer en juridische advisering vooraf. 12. Uitval ICT-systemen ICT-storingen hebben een grote impact op gemeentelijke dienstverlening. Risico ontstaat door druk op personele capaciteit, krapte op de arbeidsmarkt, vertragingen in projecten en beperkte innovatiekracht, waardoor de kwaliteit van de ICT-omgeving onder druk staat. Mogelijke gevolgen zijn uitval van netwerken of data en bijkomende kosten
250
voor herstel en operationele continuïteit. Beheersmaatregelen: continue monitoring, investeringen in onderhoud en innovatie, back-ups en redundante systemen, en scenarioanalyses voor kritieke ICT-diensten. Financiële inschatting is afhankelijk van omvang en duur van een incident. 13. Datalek / informatiebeveiliging De gemeente is steeds afhankelijker van digitale systemen, wat de kans op datalekken of cyberaanvallen zoals hacking, ransomware of phishing vergroot. Oorzaken zijn onder meer verouderde systemen, onvoldoende toegangsbeheer en menselijke fouten. Een datalek kan leiden tot verlies of compromittering van persoonsgegevens en operationele data, met financiële gevolgen tot €1,7 miljoen bij maximale impact. Daarnaast kan een bestuurlijke 170
boete in het kader van de AVG oplopen tot meer dan €400.000 en kan de dienstverlening en reputatie van de gemeente worden aangetast. Dankzij uitgebreide beveiligingsmaatregelen is de kans op een groot incident zeer klein, terwijl een incident met gemiddelde impact wel mogelijk is. Beheersmaatregelen bestaan uit preventief onderhoud van systemen, toegangsbeperkingen, monitoring en detectie van aanvallen, back-ups en incidentrespons, trainingen van medewerkers en een communicatieplan bij incidenten. Verzekeringen en begrotingsposten helpen financiële gevolgen te beperken. Het risico blijft substantieel, maar wordt door deze maatregelen beheersbaar gehouden. 14. Integraal Huisvestingsplan / Woerd Het IHP biedt richting voor investeringen in school- en opvanggebouwen over de komende 15 jaar, met een indicatief budget van €18,5 miljoen voor 2022–2037 exclusief indexering. Begin 2026 ontvangen we een nieuwe IHP en de verwachting is dat de investeringskosten aanzienlijk zullen stijgen. Het plan is een koersdocument en geen
PM
blauwdruk, waardoor flexibiliteit blijft bestaan. Investeringen worden periodiek per vier jaar geëvalueerd en gefaseerd besloten, waarbij de gemeente in overleg met schoolbesturen en opvangorganisaties bepaalt welke projecten uitgevoerd kunnen worden. Financiële risico’s zijn momenteel nog niet exact te kwantificeren, maar komen
Programmabegroting 2026-2029 - 64
Benodigde weerstandscapaciteit
Risico voort uit mogelijke stijgingen van investeringskosten, vertragingen of onvoldoende middelen om geplande projecten volledig te realiseren. Beheersmaatregelen zijn het maken van een risico-inventarisatie bij elk investeringsvoorstel, scenarioanalyses, toetsing op haalbaarheid en noodzaak, en afstemming met betrokken partijen om onzekerheden en risico’s tijdig te identificeren en te beperken.
4.780
Beschikbare weerstandscapaciteit Rekening houdend met de vastgestelde nota reserves en voorzieningen is de beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Maasdriel als volgt opgebouwd: • Algemene reserve De algemene reserve wordt gebruikt voor het opvangen van risico’s in algemene zin. De algemene reserve is vrij aanwendbaar; • Algemene reserve bouwgrondexploitatie De reserve bouwgrondexploitatie is een vrij aanwendbare bestemmingsreserve die tot de weerstandscapaciteit wordt geteld; • Begrotingsresultaat Het begrotingsresultaat is vrij aanwendbaar en wordt tot de weerstandscapaciteit geteld; • Onvoorzien De post onvoorzien is vrij aanwendbaar en wordt tot de weerstandscapaciteit geteld.
Stand per 31-12- 2025
(Bedragen x € 1.000) Algemene reserve
11.345
Algemene reserve grondexploitatie
508
Resultaat (inclusief onvoorzien)
219
Beschikbare weerstandscapaciteit
12.072
Weerstandsvermogen Het is van belang te weten of sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Als het risicoprofiel bekend is, kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De berekeningswijze van de ratio weerstandsvermogen op basis van een gegeven zekerheidspercentage is als volgt: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit
(Bedragen x € 1.000)
Begroting 2026
Jaarrekening 2024
Beschikbare weerstandscapaciteit
12.072
11.419
Risico's
4.780
1.235
Minimaal benodigde weerstandscapaciteit conform ratio 1,65
7.887
2.038
Saldo vrije deel weerstandscapaciteit
4.185
9.381
Weerstandsvermogen
2,53
9,25
Programmabegroting 2026-2029 - 65
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risico-inventarisatie voortvloeit, zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen is groter dan 1,65. Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat gemeenten vijf financiële kengetallen opnemen in de begroting en jaarrekening. In een ministeriële regeling is een uniforme berekening van deze kengetallen voor alle gemeenten opgenomen. De invoering van de kengetallen is bedoeld om de gemeenteraad meer inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te bevorderen. De kengetallen worden geanalyseerd ten opzichte van de door de provincie Gelderland vastgestelde normenwaarden, waaraan een categorisering is gekoppeld. Meerjarenperspectief De jaarrekening 2024 en de meerjarenbegroting 2026-2029 leveren de volgende kengetallen op. Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
50,2%
101,4%
94,3%
100,5%
100,5%
90,0%
gecorigeerd
50,3%
101,5%
82,3%
88,3%
88,6%
78,6%
Solvabiliteit
34,6%
25,5%
24,9%
24,9%
24,9%
24,9%
Grondexploitatie
8,0%
7,9%
9,9%
9,3%
5,3%
-5,9%
exploitatieruimte
-2,9%
0,9%
1,1%
1,4%
0,7%
1,6%
Belastingcapaciteit
101,0%
104,2%
102,5%
102,5%
102,5%
102,5%
Maasdriel 2026
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Maasdriel categorie
94,3%
<90%
90-130%
>130%
leningen
82,3%
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
24,9%
>50%
20-50%
<20%
voldoende
Grondexploitatie
9,9%
<20%
20-35%
>35%
goed
Structurele exploitatieruimte
1,1%
>0
0
<0
Kengetallen Netto-schuld quote Netto-schuld quote
Structurele
Financiële gemiddelde kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle
Belastingcapaciteit
voldoende goed
102,5%
<95%
95-105%
>105%
goed voldoende
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen (opbrengsten in de begroting). Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote wordt berekend inclusief en exclusief uitgezette leningen aan derden (zie netto schuldquote en gecorrigeerde netto schuldquote). Hierdoor wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Als de netto schuldquote boven de 100% stijgt, betekent dit dat het betalen aan rentelasten en aflossingen meer is dan de totale inkomsten en deze uit de algemene reserve moeten komen. Boven de 130% is risicovol. Blijft de netto schuldquote stijgen, dan is er sprake van onhoudbare
Programmabegroting 2026-2029 - 66
gemeentefinanciën. Als de netto schuldquote na enkele jaren weer daalt, dan is er wel sprake van houdbare gemeentefinanciën. Vorig jaar bleef de netto schuldquote oplopen en was bijsturen noodzakelijk. De netto schuldquote laat nu een schommelend beeld zien, maar blijft binnen de bandbreedte die voldoende is. Bijsturen op basis van dit kengetal is niet nodig. Solvabiliteitsratio Solvabiliteit is het percentage hoeveel het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat. Een solvabiliteitsratio van 25% betekent dat 25% van het vermogen uit eigen geld bestaat, en 75% van de schulden zijn die nog moeten worden afbetaald. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Vorig jaar liep de solvabiliteitsratio richting risicovolle waarden (<20%). Nu blijft de solvabiliteitsratio stabiel op 25%, wat voldoende is. Bijsturen op basis van dit kengetal is niet nodig. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
Zolang het percentage boven 0% is, is dit het geval én is er - financieel - ruimte voor nieuw beleid zonder dat dit drukt op algemene reserve. Wordt hier geen aanspraak op gemaakt, kan de gemeente haar eigen vermogen laten groeien wat leidt tot een betere solvabiliteit en netto schuldquote. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten en uit te drukken in een percentage. Vorig jaar kromp de structurele exploitatieruimte naar -3%. Bijsturen was toen noodzakelijk. Nu blijft de structurele exploitatieruimte meerjarig positief. Voor de jaren 2026, 2027 en 2029 is dit zelfs in de bandbreedte “goed”. Voor 2028 is de structurele exploitatieruimte met +0.7% voldoende. Bijsturen op basis van dit kengetal is niet nodig. Grondexploitaties Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grondexploitaties zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting en uitgedrukt in een percentage.
De gemeente Maasdriel heeft op dit moment twee grondexploitaties operationeel, die doorlopen in de toekomstige jaren (Kerkdriel, Paddenstoelenbuurt - Ammerzoden, Onderwaard). De grondexploitatie bevindt zich in bandbreedte “goed”. Bijsturen op basis van dit kengetal is niet nodig.
Programmabegroting 2026-2029 - 67
Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit is de verhouding tussen de woonlasten meerpersoonshuishouden het begrotingsjaar, ten opzichte van het landelijk gemiddelde in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. De woonlasten Maasdriel in 2026 worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde in 2025, uitgedrukt in een percentage. In de woonlasten worden de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing meegenomen. Vanwege de vergelijking met het Nederlands gemiddelde van vorig jaar, is de voorspellende waarde op belastingcapaciteit beperkt. Vorig jaar bleef de belastingcapaciteit klimmen tot een risicovolle hoogte. Echter verhoogden bijna alle Nederlandse gemeenten de OZB, waardoor het Nederlands gemiddelde meegroeide. Daardoor bleef de belastingcapaciteit van Maasdriel rond de 100%, wat voldoende is. Bijsturen op dit kengetal is nodig door goed in te schatten hoe Maasdriel kan blijven meegroeien en zodoende in de bandbreedte “voldoende” blijft. Investeringen en ambities In voorgaande begrotingen zijn de verschillen aangetoond tussen uitvoeringskracht, financiële kracht en onze ambities; projecten & investeringen. Vanaf nu wordt de financiële kracht, die groter was, bijgesteld op de uitvoeringskracht. Dit betekent dat we voortaan dat wat we lenen, ook kunnen realiseren. De projecten en investeringen zijn ook bijgesteld op de uitvoeringskracht.
Met meerjarenonderhoudsprogramma’s willen wij onze capaciteit beter inplannen op projecten wanneer onderhoud aan de beurt is.
Programmabegroting 2026-2029 - 68
Paragrafen Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen doen wij verslag over de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan wegen, straatverlichting, openbaar groen, speelvoorzieningen, water & riolering en gebouwen. Een groot vermogen is geïnvesteerd in de kapitaalgoederen in onze gemeente. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. De kapitaalgoederen zijn van groot belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van onze gemeente, onder meer op het gebied van de leefbaarheid, veiligheid, verkeer en vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Met het beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen is een grote inzet van onze middelen (personeel en financiën) gemoeid. Deze paragraaf geeft inzicht in de mate van onderhoud en de financiële lasten van de verschillende kapitaalgoederen. In het Jaarprogramma Openbare Ruimte (JOR) worden de middelen van de diverse disciplines bij elkaar gebracht, zodat voorbereiding en realisatie van projecten waar nodig integraal vorm krijgen. Gebouwenbeheerplan / MJOP gebouwenbeheer We werken in 2025/2026 aan de actualisatie van het gebouwenbeheerplan en bieden dit aan uw raad aan in het eerste kwartaal 2026.
Wegen en Gemeentelijk Mobiliteitsvisie (programma) In december 2025 bieden wij de visie Mobiliteit inclusief financien aan uw raad aan. Het programma wordt ter onderbouwing bijgevoegd. Het programma wordt beging 2026 door het college vastgesteld. In 2026 en verdere jaren geven we hier uitvoering aan. Areaal
Betreft
Aantal circa
Verharde rijbanen
1.246.000 m2
Fietspaden
154.200 m2
Voetpaden
250.100 m2
Parkeervak
147.400 m2
Overige verharding
136.300 m2
Beleidskader
Actueel beheerplan
Door de raad ingesteld in
Looptijd tot en met
Wegenbeleidsplan 2018-2021 (verlengd t/m 2024)
2018
2024
Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan
2019
2030
Programmabegroting 2026-2029 - 69
Doelstelling Wij streven naar een doelmatige ontwikkeling en instandhouding van wegen, fietspaden en trottoirs, zodat een veilige en comfortabele bereikbaarheid van woningen, bedrijven en voorzieningen wordt gegarandeerd, die bijdraagt aan een functionele leefomgeving. In 2026 beheren we het wegenareaal op basis van de keuzes die gemaakt worden over het gewenste beheerniveau en de daarbij behorende beheerkosten conform het nieuwe wegenbeleidsplan.
Financiële consequenties en vertaling in de begroting Wegen In het wegenbeheerplan zijn middelen opgenomen voor het dagelijks en planmatig wegonderhoud. De belangrijkste kostenposten zijn kosten voor groot onderhoud en de kapitaallasten die het gevolg zijn van investeringen. Levensduur verlengend onderhoud aan de wegen, reconstructies en bermverhardingen worden geactiveerd en afgeschreven over de levensduur. Deze kosten die voortvloeien uit de investeringen gaan als kapitaallasten mee in de exploitatie. Het wegenbeheerplan is geactualiseerd en krijgt u ter besluitvorming aangeboden in december 2025. In 2026 geven we hieraan uitvoering. Werkelijk 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Groot onderhoud
605
1.092
1.092
1.092
1.092
1.092
Overige exploitatielasten
472
475
475
475
475
475
1.077
1.567
1.567
1.567
1.567
1.567
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
(Bedragen x € 1.000)
Totaal lasten
Investeringen in 2026
Investeringen (Bedragen x € 1.000) Reconstructiebudget wegen 2026
1.873
-
-
-
Reconstructiebudget wegen 2027
-
1.873
-
-
Reconstructiebudget wegen 2028
-
-
1.873
-
Reconstructiebudget wegen 2029
-
-
-
1.873
1.873
1.873
1.873
1.873
Totaal investeringen
Kwaliteit en risico’s Op basis van inspecties worden de onderhoudsmaatregelen toegekend. De planning wordt integraal afgestemd met de disciplines riolering, verkeer en groen. Als gevolg van meldingen of eigen waarneming, voeren de medewerkers van de buitendienst aanvullend kleine herstelwerkzaamheden uit, zoals het herstraten van enkele tegels en het verhelpen van verzakkingen en wortelopdruk. Straatverlichting
Areaal
Programmabegroting 2026-2029 - 70
Betreft
Aantal circa
Lichtmasten
4.792
Armaturen
4.827
Beleidskader
Actueel beheerplan
Door de raad ingesteld in
Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Maasdriel 2016-2025
Looptijd tot en met
2016
2025
We actualiseren het Beleidsplan Openbare Verlichting Het Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Maasdriel 2026-2032 wordt geactualiseerd en aan u aangeboden in het eerste kwartaal 2026 ter vaststelling. Hierbij verwachten wij geen kostenstijging omdat we het tempo aanpassen aan het beschikbaar gestelde budget.
Doelstelling Het doelmatig (werk met werk maken en wat is waar nodig), duurzaam (ledverlichting) en kwalitatief (normen) goed in stand houden van de openbare verlichting voor een veilige (sociale veiligheid en verkeersveiligheid) en comfortabele bereikbaarheid van woningen, bedrijven en voorzieningen.
Financiële consequenties en vertaling in de begroting Uit het Beleidsplan openbare verlichting volgt het onderhoudsbudget en de jaarlijkse investeringen voor vervanging van masten en armaturen. Door toenemende prijzen zijn onze doelstellingen op gebied van duurzaamheid nog niet allemaal gerealiseerd. Werkelijk 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Onderhoud
124
107
107
107
107
107
Energieverbruik
220
178
178
178
178
178
Totaal lasten
344
285
285
285
285
285
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
(Bedragen x € 1.000)
Investeringen (Bedragen x € 1.000) Straatverlichting armaturen 2026
295
-
-
-
Straatverlichting armaturen 2027
-
295
-
-
Straatverlichting armaturen 2028
-
-
295
-
Straatverlichting armaturen 2029
-
-
-
295
Straatverlichting masten 2026
140
-
-
-
Straatverlichting masten 2027
-
140
-
-
Straatverlichting masten 2028
-
-
140
-
Straatverlichting masten 2029
-
-
-
140
435
435
435
435
Totaal investeringen
Programmabegroting 2026-2029 - 71
Kapitaallasten investeringen verkeer en vervoer
Werkelijk 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Aanleg, reconstructie en onderhoud van verharde openbare ruimte; verkeersmaatregelen;
804
1.006
1.653
1.899
2.070
2.155
openbare verlichting; gladheidsbestrijding
Kwaliteit en risico’s Gestreefd wordt naar doelmatige, duurzame en kwalitatief goede verlichting. Lichtpunten daar waar niet noodzakelijk vervallen en lichthinder in het buitengebied wordt tegengaan. Bij vervanging wordt ledverlichting met een witte lichtkleur toegepast. Waar mogelijk en gewenst wordt de verlichting in de nachtelijke uren gedimd tot 70% van het oorspronkelijke lichtniveau. Zo wordt op energieverbruik bespaard en CO2-uitstoot gereduceerd. Vervangingen worden gecombineerd met andere werkzaamheden. Zo wordt efficiënt omgegaan met de budgetten en wordt de hinder voor omwonenden geminimaliseerd. Groen
Areaal
Betreft
Aantal
Gras- en kruidachtigen (gazon)
305.844 m2
Ruw gras (bermen)
757.140 m2
Hagen
21.716 m2
Bodembedekkende heesters
68.774 m2
Vaste planten
4.583 m2
Bosplantsoen
73.023 m2
Loofbos
61.638 m2
Asfalt
871.005 m2
Elementenverharding
1.010.208 m2
Afvalbakken
294 stuks
Hondenpoepbakken/hondentoiletten
82 stuks
Boombeheer (bomen)
16.193 stuks
Beleidskader
Actueel beheerplan Deelvisie Groen en Bomen
Door de raad ingesteld in
Looptijd tot en met
2019
nvt
Doelstelling De doelstelling die is opgenomen in de Deelvisie Groen & Bomen bestaat uit vier hoofdthema’s: Goede groenstructuur; Sterke lokale identiteit; Duurzaamheid; Duidelijke kaders en normen.
Programmabegroting 2026-2029 - 72
Financiële consequenties en vertaling in de begroting Werkelijk 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Openbaar groen
1.228
1.156
1.672
1.686
1.711
1.740
Bomen/beplanting
324
307
307
307
307
307
Landschapsbeheer
-3
11
11
11
11
11
1.549
1.474
1.990
2.004
2.029
2.058
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Vervangingsopgave groen 2026
334
-
-
-
Vervangingsopgave groen 2027
-
296
-
-
Vervangingsopgave groen 2028
-
-
296
-
Vervangingsopgave groen 2029
-
-
-
117
334
296
296
117
(Bedragen x € 1.000)
Totaal
Investeringen (Bedragen x € 1.000)
Totaal investeringen
Kwaliteit en risico’s Beheer: De deelvisie wordt uitgewerkt in een beleidsplan Natuur, biodiversiteit en groen, dat in december 2025 aangeboden wordt aan uw raad. De doelstellingen uit de deelvisie worden vertaald in praktische richtlijnen en werkwijzen. Uitvoering: Het openbaar groen wordt in alle kernen op niveau B onderhouden. Die ambitie is vertaald in het ontzorgingscontract voor groenonderhoud, het vegen van wegen, onkruidbeheersing op verhardingen en het legen van de prullenbakken. In 2026 loopt het huidige ontzorgingscontract af. De bomen worden op een programmatische aanpak beheerd (Stategisch Boombeheer), om efficiënt en effectief het bomenbestand te kunnen beheren binnen de kaders van de beschikbare tijd, geld en middelen. Incidentele servicewerkzaamheden naar aanleiding van klachten en meldingen in de openbare ruimte worden door de buitendienst of aannemer uitgevoerd. Speelvoorzieningen
Areaal
Betreft
Aantal
Speeltoestellen
428
Speeltuinen
67
Beleidskader
Programmabegroting 2026-2029 - 73
Actueel beheerplan
Door de raad ingesteld in
Kwaliteitseis voor spelen in de openbare ruimte 2021-2028
Looptijd tot en met
2021
2028
Speelvoorzieningen In de Kwaliteitseis voor spelen in de openbare ruimte staat beschreven welke kwaliteit de gemeente de komende jaren biedt voor spelen in de openbare ruimte. Hierbij gaat het onder andere over het beheer, onderhoud en vervanging. Het doel is het bieden van een veilig, gevarieerd, uitdagend en aantrekkelijk speelaanbod voor de kinderen in de gemeente Maasdriel. Sportvelden Binnen de gemeente zijn acht voetbalclubs actief. In het kader van het project 'kwaliteitszorg grassportvelden' worden de sportvelden iedere drie jaar beoordeeld. Daarbij wordt - op basis van de huidige bespelingintensiteit gekeken wanneer welk veld aan onderhoud of renovatie toe is.
Doelstelling Speelvoorzieningen Het aanbieden van gevarieerde en veilige speelvoorzieningen, met als doel dat kinderen en jeugd zich sociaal en fysiek kunnen ontwikkelen en ontspannen. Sportvelden Sport, spel en bewegen vervullen een belangrijke rol in de totale keten van gezondheid en zorg en dragen bij aan de vitaliteit en leefbaarheid binnen de kernen. Samenwerking tussen verenigingen wordt sterk gestimuleerd.
Financiële consequenties en vertaling in de begroting Werkelijk 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
54
54
54
54
54
54
151
123
123
123
123
123
-38
-
-
-
-
-
Kapitaallasten
163
161
352
347
343
339
Totaal
330
338
529
524
520
516
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
61
61
61
61
(Bedragen x € 1.000) Speeltuinen Exploitatielasten Sportvelden Exploitatielasten Specifieke uitkering Rijksoverheid
Investeringen (Bedragen x € 1.000) Speelruimteplan
Kwaliteit en risico’s Speeltuinen Het beschikbare budget voor speelvoorzieningen wordt ingezet voor regulier onderhoud en voor vervanging
Programmabegroting 2026-2029 - 74
speeltoestellen en valondergronden. Regulier onderhoud omvat onder andere wettelijk verplichte veiligheidsinspecties en het onderhoud als gevolg van vandalisme of slijtage. Ook is er ruimte voor suggesties voor nieuwe toestellen door de inwoners van Maasdriel. Sportvelden Het budget voor beheer van de sportvelden is voor dagelijks beheer en groot onderhoud. Op de sportaccommodaties van v.v. D.S.C. te Kerkdriel, v.v. Hedel en Jan van Arckel te Ammerzoden (SESAM) wordt het dagelijks beheer en grootonderhoud vanaf 2017 door de verenigingen uitgevoerd. SESAM heeft aangegeven daarmee te gaan stoppen in 2026. We onderzoeken de consequenties hiervan.
Areaal
Betreft
Aantal
Vuilwater Vrij verval riolering
117 km
Drukriolering
71 km
Persleiding
13 km
Gemalen
64 stuks
Installaties
471 stuks
Randvoorzieningen
7 stuks
Overstorten
33 stuks
IBA-systemen
67 stuks
Hemelwater Vrij verval riolering
36 km
Kolken
11.600 stuks
Hemelwateruitlaat
56 stuks
Hemelwaterberging
5 stuks
Wadi's
9 stuks
Oppervlaktewater A-watergangen
ca. 176 km
B-watergangen
ca. 151 km
C-watergangen
ca. 206 km
Beleidskader
Actueel beheerplan Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
Door de raad ingesteld in 2022
Looptijd tot en met 2026
Het beleid van dit product is bepaald in het Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026. In 2025 en 2026 werken we aan een nieuw Water- en Rioleringsplan.
Doelstelling Het kapitaalgoed ‘water en riolering’ bestaat uit vier onderdelen: stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater.
Programmabegroting 2026-2029 - 75
Stedelijk afvalwater Wij dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, dat vrijkomt binnen het grondgebied van de gemeente, door middel van een openbaar vuilwaterriool. Riolering dient drie belangen: bescherming van de volksgezondheid en volkshygiëne, bescherming van het milieu en het in stand houden van de kwaliteit van de leefomgeving. Hemelwater Wij zetten ons in voor terugdringing van vermenging van schoon hemelwater met stedelijk afvalwater. Wij hebben hierbij de voorkeur voor het bovengronds opvangen van hemelwater. Onze burgers sporen wij aan om waterbewust om te gaan met de inrichting van hun eigen perceel. Overlast, waarbij water in woningen stroomt en materiële schade optreedt, proberen wij te voorkomen. Komt bij herhalende extreme neerslag op dezelfde locatie vaker wateroverlast voor, dan beschouwen wij dit als een trend. Wij onderzoeken dan de mogelijkheden voor het treffen van maatregelen in de openbare ruimte. Grondwater Wij hebben de zorgplicht voor een doelmatige aanpak van structurele grondwateroverlast die het onmogelijk maakt om een perceel te gebruiken op de manier waarvoor het bedoeld is. Oppervlaktewater Watergangen en vijvers zijn van groot belang voor het bergen en de aan- en afvoer van water.
Bij hevige regenval en in situaties met veel kwel bij hoge waterstanden in de rivieren zorgen de watergangen en vijvers voor droge voeten. Door aanwezigheid van voldoende ruimte voor water in en nabij de woonkernen wordt structurele wateroverlast in de woonkernen en het buitengebied voorkomen.
Financiële consequenties en vertaling in de begroting Uit het WRP 2022-2026 volgen de benodigde budgetten investeringen. In de paragraaf lokale heffingen is de kostendekkendheid uiteen gezet. In het investeringsoverzicht staan de investeringen weergegeven. Werkelijk 2024
Begroting 2025
3.188
3.439
3.778
635
868
1.033
-
-
-
3.823
4.307
4.811
(Bedragen x € 1.000)
Werkelijk 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten uit rioolheffing
3.616
3.699
3.772
(Bedragen x € 1.000) Exploitatielasten Extracomptabele kosten (BTW, overhead, overigen) Storting in voorziening riolering Totaal lasten
Begroting 2026
Baatbelasting
6
-
-
Aansluitbijdragen
75
-
-
Onttrekking uit voorziening riolering
126
608
1.039
3.823
4.307
4.811
Totaal baten
Programmabegroting 2026-2029 - 76
Kwaliteit en risico’s Voor al onze zorgplichten moeten wij voldoen aan niveau Basis. De zorgplicht voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater is een resultaatsverplichting. De zorgplichten voor hemel- en het grondwater hebben het karakter van een inspanningsverplichting. Hierbij hebben wij de beleidsvrijheid de aanpak te kiezen die, gelet op de lokale omstandigheden, doelmatig is. Op onderdelen van de zorgplichten worden randvoorwaarden bepaald door wettelijke regels en verplichtingen. De zorgplicht voor oppervlaktewater is een gemeenschappelijke taak van gemeenten en waterschap. Water en riolering gaan over gemeentegrenzen heen. In regionaal verband wordt actief afgestemd in het Netwerk Waterketen regio Rivierenland (NWrR). Deze samenwerking speelt zich vooral af binnen planvorming, kennisdeling en een gezamenlijke uitvoeringsparagraaf. Dit leidt op den duur naar de meest efficiënte onderhoudsstrategie. Via het Watersysteemnetwerk wordt er in de regio kennis uitgewisseld over het watersysteem. Gebouwen
Areaal
Betreft
Aantal
Dorpshuizen
6
Gymzalen
4
Gemeentehuis
1
Gemeentewerf
1
Molen
1
Bergingen / baarhuisjes begraafplaatsen
4
Kinderopvang
1
Kasteelruïne
1
Oorlogsmonumenten
3
Graf en keermuur
1
Keermuur
1
Kerktorens
3
Kerk
-
Muziekkiosk
1
Prieeltje
1
Klokken/uurwerk
1
Sanitaire units
3
Woning – vast
1
Woning – tijdelijk
-
Sportkantine
-
Toanhutje
1
MFC (De Kreek, De Steen)
2
Beleidskader
Programmabegroting 2026-2029 - 77
Actueel beheerplan
Door de raad ingesteld in
Gebouwenbeheerplan 2023-2032
Looptijd tot en met
2023
2032
De gemeente heeft als taak het gemeentelijk vastgoed als goed huisvader te beheren en te onderhouden. Aan het bouwkundig en installatietechnisch onderhouden van de gebouwen ligt een meerjarig onderhoudsplan ten grondslag. Het gebouwenbeheerplan is vertaald naar een duurzaam meerjarenonderhoudsplan en is op 28 september 2023 vastgesteld in de raad. In 2026 actualiseren we het MJOP. Onder het gemeentelijke vastgoed vallen gebouwen voor de eigen dienst, kunst en cultuur, monumenten, binnensport, molens, kerktorens, multifunctionele centra en kunstwerken. In het plan is MFC De Kreek niet opgenomen. Verduurzamen gemeentelijk vastgoed Als gemeente hebben we een voorbeeldfunctie op het gebied van het verduurzamen van ons vastgoed. Het is een logische keuze om verduurzaming door te voeren op een natuurlijk vervangingsmoment, oftewel op het moment dat een verwarmingsketel, een dak etc. toch al aan vervanging toe is. Om de klimaatdoelen te halen moeten gebouwen duurzamer worden. Na 2030 wordt er landelijk een verplichte eindnorm bepaald waaraan de energieprestaties van alle gebouwen moeten voldoen in 2050. Op dit moment geldt als (vrijwillige) richtlijn de zogeheten Renovatiestandaard. Een gebouw dat aan deze renovatiestandaard voldoet is energiezuinig genoeg tot 2050.
Wat deze renovatiestandaard technisch en financieel betekent voor de verduurzaming van onze gebouwen wordt in beeld gebracht en vervolgens vertaald in een actualisatie van het huidige gebouwenbeheerplan.
Doelstelling Het beheren en onderhouden van gemeentelijk vastgoed.
Financiële consequenties en vertaling in de begroting
Programmabegroting 2026-2029 - 78
Onderhoudslasten ten laste van voorziening(en) (Bedragen x € 1.000)
Werkelijk 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Onderhoud gemeentewerf
20
53
18
17
61
26
Onderhoud gemeentehuis
79
55
103
63
64
81
3
-
-
-
-
-
Onderhoud kerktorens
27
14
23
8
12
12
Onderhoud molen
8
28
8
3
22
2
35
83
31
20
38
21
-
2
4
1
5
1
6
5
3
2
2
1
92
18
52
27
94
21
11
8
25
8
56
10
25
16
20
40
26
12
13
14
15
51
84
12
6
7
44
7
7
7
1
19
1
1
2
1
61
113
73
236
26
17
4
23
23
23
32
9
391
458
443
507
531
233
Werkelijk 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
De Kreek
34
82
82
82
82
82
Totaal
34
82
82
82
82
82
Onderhoud gemeentegebouwen algemeen
Onderhoud overige gemeentegebouwen Onderhoud gemeentewoning Alem Onderhoud bergingen begraafplaatsen Onderhoud dorpshuizen niet in eigen exploitatie Onderhoud Hooge Wal Hedel Onderhoud De Treffer Ammerzoden Onderhoud De Bogerd Rossum Onderhoud De Muggenheuvel Velddriel Onderhoud het Knuffelhuske Kerkdriel Onderhoud brede scholen / kinderopvang Onderhoud MFC De Steen Totaal
Onderhoudslasten De Kreek (Bedragen x € 1.000)
Kwaliteit en risico’s De gebouwen worden bouwkundig en installatietechnisch onderhouden op basis van de meerjarige onderhoudsplanning.
Programmabegroting 2026-2029 - 79
Paragrafen Financiering In de paragraaf Financiering geven wij inzicht en leggen wij verantwoording af over de activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van: • De financiële vermogensvoorwaarden; • De financiële stromen; • De financiële positie en de hieraan verbonden risico’s. In het kort noemen we de bovengenoemde drie punten ook wel treasury.
Beleidskader Afhankelijk van de hoogte en de verwachte duur van het liquiditeitstekort of –overschot, wordt vermogen tijdelijk of langdurig aangetrokken of uitgezet (vnl. Schatkist). Het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt en zoveel mogelijk kort vermogen wordt aangetrokken. De centrale doelstelling van ons treasurybeleid is het beheren van de financiële geldstromen en het beperken van de financiële risico’s voor onze gemeente. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) regelt de uitvoering van treasury. Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de gemeente uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Om inzicht te geven in de wijze waarop wij dit doen en om een beeld te geven van de stand van zaken gaan wij in deze paragraaf in op het risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), de financierings- en schuldpositie, het kasbeheer en de informatievoorziening.
Recente ontwikkelingen Voor 2026 en verder verwachten we dat de rentes verder zullen dalen of stabiel zullen blijven. De rente voor de langlopende lening is relatief beweeglijk. De marktverwachting is dat de rente voor de langlopende leningen het komend jaar zich zal bewegen rond de 3%.
Risicobeheer financieringsportefeuille Voor het beheersen van het renterisico maken we gebruik van de financieringsstrategieën: • De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform Wet Fido ; • De renterisiconorm wordt niet overschreden conform Wet Fido; • Nieuwe leningen stemmen wij af op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; • De rentetypische looptijd en het renteniveau van de desbetreffende lening stemmen wij zoveel mogelijk af op de actuele rentestanden en rentevisie.
Programmabegroting 2026-2029 - 80
Renterisico Dit is het risico dat wij lopen op sterke rentestijgingen voor bestaande geldleningen. In zijn algemeenheid blijft dit risico beperkt door het afsluiten van leningen met een lange looptijd en een vast rentepercentage. Renterisico’s kunnen vanuit Wet Fido-optiek worden bezien op de korte en op de langere termijn.
Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote schommelingen in de rentelasten. Juist voor kortere financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten. Om een grens te stellen aan de korte financiering is in de Wet Fido een kasgeldlimiet opgenomen. Deze kasgeldlimiet wordt berekend als een vast percentage (8,5%) van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het begrotingsjaar. Voor het jaar 2026 bedraagt de kasgeldlimiet € 7,1 miljoen. Dat betekent dat de gemeente maximaal € 7,1 miljoen euro mag lenen met kortlopende geldleningen (< 1 jaar) .
Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. Dit is te bereiken door een limiet te stellen aan een deel van de vaste schuld. Het rentepercentage moet op een bepaald moment worden aangepast aan de op dat moment geldende markttarieven. De bedoelde aanpassingen van rentepercentages doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening: • Herfinanciering is het afsluiten van nieuwe leningen en vervanging van bestaande leningen; • Renteherziening doet zich voor wanneer de geldgever het percentage van een lening gedurende de looptijd herziet. De (wettelijke) formulering van de renterisiconorm nieuwe norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen voor gemeenten niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De omvang van de renterisiconorm voor het komende begrotingsjaar geven wij als volgt weer: Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
1a Renteherziening op vaste schuld o/g
-
-
-
-
1b Renteherziening op vaste schuld u/g
-
-
-
-
Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
-
-
-
-
2a Te betalen aflossingen schuld o/g
1 Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
4.811
4.478
4.478
4.358
2b Te ontvangen aflossingen schuld u/g
-415
-215
85
85
2 Netto te betalen aflossingen (2a-2b)
5.226
4.692
4.392
4.272
3 Renterisico (1+2)
5.226
4.692
4.392
4.272
4a Begrotingstotaal
84.224
82.260
83.688
86.415
20%
20%
20%
20%
4 Renterisiconorm (4a x % van 4b)
16.845
16.452
16.738
17.283
5a Ruimte onder renterisiconorm (4>3)
11.619
11.760
12.345
13.011
5b Overschrijding renterisiconorm (4<3)
-
-
-
-
4b Renterisiconorm % cfm regelgeving
Programmabegroting 2026-2029 - 81
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat onze gemeente ruim binnen de grenzen van de renterisiconorm opereert. Kredietrisico Dit is het risico dat wij lopen wanneer rechtspersonen aan wie een lening is verstrekt in financiële problemen komen. Onderstaand een overzicht (gesplitst naar risicogroep) van door ons verstrekte leningen en gerealiseerde beleggingen.
Risicogroep (bedragen x €1.000)
Saldo 1-1-2026
%
Gemeenten / provincies
-
Overheidsbanken
-
Woningcorporaties met garantie Wsw
-
Semi overheidsinstellingen
-
Financiële instelling (A en hoger)
-
Overige toegestane instellingen, volgens treasurystatuut
96
3%
Niet toegestane instellingen, volgens treasurystatuut
-
Starters/duurzaamheidsleningen/enz.
2.830
97%
Totaal
2.926
100%
Leningenportefeuille In totaal staan er in 2026 gemiddeld € 3,3 miljoen aan leningen uit. Het gemiddelde percentage van de geldleningen is 2%.
Financieringsbehoefte De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkelingen in de investeringen en grondexploitaties en de mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Hierdoor hebben we een beter inzicht in onze financieringsbehoefte. In onderstaand overzicht wordt de financieringsbehoefte weergegeven. De gemeente investeert in haar kapitaalgoederen. Er staan investeringen voor het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan, het wegbeheerplan, de Zuidelijke Ontsluitingsroute (ZOR) en het water- en rioleringsplan gepland. De bezittingen van de gemeente nemen hierdoor toe. Deze kapitaalgoederen worden gefinancieerd. De financieringsbehoefte wordt ingevuld door het aantrekken van kasgeldleningen (kortlopende leningen korter dan een jaar met een maximum van 8,5% van het begrotingstotaal) en vaste geldleningen. De gemeente Maasdriel moet de komende jaren de kapitaalmarkt op om in haar financieringsbehoefte te voldoen. We gaan uit van een toename van de leningenportefeuille met de reële financieringsbehoefte zoals opgenomen in onderstaande tabel. Dit is verwerkt in de geprognotiseerde balans .
Programmabegroting 2026-2029 - 82
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
111.882
115.514
118.661
121.841
9.882
8.315
7.687
4.405
121.764
123.829
126.349
126.247
Geldleningen
51.883
47.073
42.595
38.118
Reserves
36.651
35.835
35.427
34.760
Voorzieningen
10.152
9.193
8.133
6.908
Financieringstekort/overschot (bedragen x € 1.000) Boekwaarde kapitaaluitgaven (per 31-1) Vaste activa Voorraad gronden Totaal te financieren kapitaalgoederen Boekwaarde financieringsmiddelen (per 31-1)
Totaal financieringsmiddelen
98.687
92.101
86.155
79.786
Financieringstekort/overschot
23.077
31.728
40.194
46.461
Reële financieringsbehoefte
15.000
20.000
30.000
35.000
Financieringstekort/overschot
8.077
11.728
10.194
11.461
Renteomslag Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Met onderstaand overzicht geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rente toerekening. Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 25 % (positief of negatief) mag afwijken van de berekende omslagrente. De renteomslag bedraagt 1,5%. Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
1.762
1.807
2.007
2.056
104
112
117
115
1.658
1.695
1.890
1.941
203
179
170
121
taakveld moet worden toegerekend
-
-
-
-
Saldo door te rekenen externe rente
1.455
1.515
1.720
1.820
Schema rentetoerekening (bedragen x € 1.000) De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende
Rente over eigen vermogen
-
-
-
-
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
-
-
-
-
De aan taakvelden toe te rekenen rente
1.455
1.515
1.720
1.820
De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
1.678
1.733
1.780
1.828
Renteresultaat op het taakveld treasury
-223
-218
-60
-8
Programmabegroting 2026-2029 - 83
Paragrafen Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de gemeentelijke bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma’s te realiseren. De bedrijfsvoeringstaken op het gebied van I&A, Financiën, HRM en JZ worden sinds 2017 uitgevoerd door de Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard (BVEB). Voor die bedrijfsvoeringstaken verwijzen we naar de begroting 202 van de BVEB. In deze paragraaf richten wij ons op de overige bedrijfsvoering die van toepassing is op de organisatie van de gemeente Maasdriel. Vergroten van de uitvoeringskracht van de organisatie Als overheidsinstantie heeft de gemeente Maasdriel een maatschappelijke functie. Deze uit zich in de dienstverlening naar onze burgers toe. Hierbij interpreteren we het begrip 'dienstverlening' breed: Van het
verstreken van paspoorten enerzijds, de uitvoering van grote infrastructurele projecten anderzijds en alle andere activiteiten die daar tussenin vallen. Daarvoor het is belangrijk dat we als gemeentelijke organisatie hier voldoende voor toegerust zijn. Dit verstaan we onder het vergroten van onze uitvoeringskracht en is daarmee ook gelijk een belangrijke opdracht voor de organisatie. Personeel vast in dienst Onze organisatie bestaat uit gemotiveerde medewerkers die trots zijn om in Maasdriel te werken. Zij vormen de spil in de uitvoering van onze dienstverlening. Ondanks het feit dat de huidige arbeidsmarkt lastig is om vast personeel te werven, is ons streven om personeel zo veel als mogelijk in vaste dienst te nemen. Binnen de teams Ruimtelijke Ontwikkeling (RO) en Realisatie & Beheer (R&B) is de afgelopen jaren sprake van een structurele toename in het werkvolume. Waar deze toename aanvankelijk als tijdelijk werd beschouwd en met externe inhuur werd opgevangen, is inmiddels duidelijk dat het gaat om duurzame en blijvende werkzaamheden, waaronder vergunningverlening, planbegeleiding en technische projectuitvoering. Op verschillende sleutelposities – zoals projectleiders en werkvoorbereiders – wordt al jarenlang structureel externe capaciteit ingezet.
Hoewel de bijbehorende kosten structureel worden gedekt uit bestaande middelen (zoals leges, projectbudgetten en grondexploitaties), waren de benodigde formatieplaatsen nog niet formeel opgenomen in de gemeentelijke begroting. Het college heeft daarom besloten om een deel van deze structurele externe inhuur om te zetten naar vaste formatieplaatsen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de uitgangspunten van goed werkgeverschap, duurzame personeelsinzet en een toekomstbestendige organisatie. Deze maatregel draagt bij aan: • structurele kostenbesparing;
Programmabegroting 2026-2029 - 84
• het behoud van kennis en expertise binnen de organisatie; • het versterken van de kwaliteit en continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening; • en het verminderen van de afhankelijkheid van de externe arbeidsmarkt. Het nieuwe verhaal van Maasdriel In 2025 zijn we gestart met het nieuwe verhaal van Maasdriel. Dit is het ambitiedocument voor Maasdriel, waarin staat beschreven hoe het Maasdriel van de toekomst eruit ziet en op welke wijze Maasdriel huidige en toekomstige opgaven oppakt. Daarmee heeft het nieuwe verhaal heeft invloed op de bedrijfsvoering van de organisatie. Hierin ligt namelijk ook besloten op welke wijze de gemeentelijke organisatie in contact staat met de Maasdrielse samenleving en op welke wijze zij te werk gaat. Waarbij ook betekenis wordt gegeven aan onze nieuwe kernwaarden: betrouwbaarheid, toegankelijkheid en wendbaarheid. Speerpunten voor 2026 In de afgelopen twee jaren hebben we stevig geïnvesteerd in het versterken van onze bestuurskracht. In 2026 bouwen we hierop voort door de Ontwikkelagenda verder te implementeren. Deze agenda bevat strategische opgaven die we op afdelingsniveau én organisatiebreed zullen aanpakken, zoals: • Introductie van een nieuwe domeinstructuur We schakelen over op een organisatie-indeling per domein en breiden ons team uit met strategen. Hiermee vergroten we onze strategische slagkracht.
• Implementatie van de 'Maasdrielse Manieren' We zetten deze lokale werkwijze integraal in binnen onze dagelijkse werkzaamheden. • Voortzetting transformatie sociaal domein De ingezette vernieuwingen in het sociaal domein zetten we onverminderd door. • Ontwikkeling van een visie op dienstverlening We formuleren een heldere en samenhangende visie op hoe we als gemeente willen werken aan dienstverlening. • Verfijning van de werkwijze met programma’s en projecten De inzet op programma’s, projecten en een portfoliotafel ruimte krijgt verdere vorm en uitvoering.
Programmabegroting 2026-2029 - 85
Grondbeleid In de paragraaf grondbeleid bij de programmabegroting wordt een kort inzicht gegeven van het huidige grondbeleid. De grondexploitaties worden eenmaal per jaar geactualiseerd bij de jaarrekening. In deze programmabegroting worden enkel tussentijdse afwijkingen op de grondexploitaties opgenomen. Actualiteiten grondbeleid In de gemeentelijke omgevingsvisie, die op 22 oktober 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld, zijn keuzes gemaakt voor de toekomst van de gemeente Maasdriel op het gebied van woningbouw, duurzaamheid, economie, recreatie et cetera. Het grondbeleid wordt als instrument ingezet om deze doelen te bereiken. De omgevingsvisie biedt daarnaast een basis voor het stellen van locatie-eisen, het verhalen van bovenwijkse kosten en eventueel het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht. In de woonvisie 2021-2025 en het addendum op de Woonvisie van december 2024 en de Woondeal Rivierenland (begin 2023) heeft de gemeente de ambitie uitgesproken om te willen groeien in woningaantal. In het addendum op de woonvisie is de ambitie opgenomen om te groeien met 3.145 woningen in de periode tot en met 2040. De beoogde ontwikkellocaties worden – voor zover al niet in de omgevingsvisie vermeld – in de actualisatie van de Omgevingsvisie opgenomen.
Visie op grondbeleid De huidige Nota grondbeleid dateert van maart 2009, terwijl de Nota bovenwijkse voorzieningen is vastgesteld op 24 juni 2010. De ontwikkelingen in de afgelopen jaren en de inwerkingtreding van de Omgevingswet vragen om een actualisatie van de Nota grondbeleid en de Nota bovenwijkse voorzieningen. Het is de bedoeling van beide nota’s binnen afzienbare termijn een nieuwe versie vast te stellen. Op dit moment hanteert de gemeente in feite een situationeel grondbeleid, waarbij soms actief grondbeleid word toegepast en in andere gevallen faciliterend grondbeleid. Zowel bij actief grondbeleid als bij faciliterend grondbeleid is de inzet er op gericht bij het sluiten van koopovereenkomsten (actief) en anterieure overeenkomsten (faciliterend) zoveel mogelijk het gemeentelijke beleid, zoals opgenomen in onder meer de omgevingsvisie, vorm te geven. Uitvoering van grondbeleid
Parameters bij actualisatie grondexploitaties bij jaarrekening 2025 Binnen de gemeentelijke grondexploitaties wordt gebruik gemaakt van verschillende parameters (rente, discontering en kosten- en opbrengstenstijging) De parameters worden jaarlijks geactualiseerd op basis van marktontwikkelingen. Deze parameters worden gehanteerd voor de actualisatie van de grondexploitaties bij de jaarrekening 2025. De BBV-regels schrijven voor dat de rente in de BIE gelijk is aan de gemeentelijke omslagrente, op dit moment 1,5%. Op basis van de BBV-regels bedraagt de disconteringsvoet 2,0%. Voor het bepalen van de kosten- en opbrengstenstijging wordt aangesloten bij ervaringscijfers vanuit projecten en bronnen (bijvoorbeeld de Outlook Grondexploitaties van Metafoor). Voor kostenstijging wordt uitgegaan van 3,0% en voor opbrengstenstijging wordt 2,0% gehanteerd, tenzij hier contractueel andere afspraken over gemaakt zijn.
Programmabegroting 2026-2029 - 86
Grondprijzen Jaarlijks worden de grondprijzen voor het opvolgende jaar middels de grondprijzenbrief door het college vastgesteld. De grondprijzenbrief vormt de basis voor de grondwaarden die worden opgenomen in de grondexploitaties. De opgenomen grondwaarden zijn min of meer richtinggevend. In de praktijk zullen grondprijzen vaak afwijken doordat grondverkoop doorgaans zal plaatsvinden middels tenders (openbare aanbesteding), waarbij ontwikkelaars worden uitgedaagd enerzijds kwalitatief goede plannen in te dienen en anderzijds een zo hoog mogelijke bieding te doen.
Stand van zaken portefeuille grondbeleid De gemeente Maasdriel heeft een tweetal grondexploitaties, namelijk Paddenstoelenbuurt in Kerkdriel en Onderwaard in Ammerzoden. Naar verwachting wordt in 2026 ook de grondexploitatie Hart van Hurwenen vastgesteld. De grondexploitatie Paddenstoelenbuurt is geactualiseerd bij de jaarrekening 2024. Op 5 juni 2025 heeft de raad gelijktijdig bij de vaststelling van het bestemmingsplan Onderwaard de (eerste) grondexploitatie Onderwaard vastgesteld. In onderstaand overzicht is de financiële stand van zaken van de grondexploitaties opgenomen. In deze tabel zijn opgenomen de huidige boekwaarde op het project, het resultaat van het project en indien het een verlieslatend project betreft de getroffen verliesvoorziening. Deze cijfers zijn opgenomen conform de jaarrekening 2024. De boekwaarde van ‘Onderwaard’ bevat de aangekochte grond en het saldo van het voorbereidingskrediet per ultimo 2024. Zowel de grond als het saldo van het voorbereidingskrediet worden in 2025 in de Grondexploitatie Onderwaard opgenomen. (Bedragen X € 1.000) Project
Boekwaarde
Voorzien tekort
Voorzien overschot
Onderwaard
€ 498
€ 0.00
€ 0.00
Paddenstoelenbuurt
€ 10.462
€ 3.645
€ 0.00
Totaal
€ 10.960
€ 3.645
€ 0.00
Overzicht grondexploitatiebegrotingen De gemeente hanteert een reserve grondexploitaties om de risico’s op de grondexploitaties af te dekken en ten behoeve van voorbereidingskredieten voor nieuwe ontwikkelingen. Eventuele positieve resultaten op grondexploitaties worden gestort in de reserve grondexploitaties. De stand van de reserve grondexploitaties wordt jaarlijks op basis van de actualisaties van de grondexploitaties bij de jaarrekening bijgewerkt en bij tussentijdse mutaties (zoals aanpassingen in plannen en/of openen en sluiten van grondexploitaties) aangepast. Per eind 2023 had de reserve grondexploitaties een omvang van € 830.000,-. Op 13 februari 2025 heeft de raad besloten een voorbereidingskrediet voor het project Poort van Maasdriel ter beschikking te stellen ter hoogte van € 500.000,- ten laste van de reserve. Vervolgens is bij de jaarrekening 2024 een bedrag ter hoogte van € 323.000,onttrokken aan de reserve ter dekking van het opgelopen tekort van de grondexploitatie Paddenstoelenbuurt. Daardoor bedraagt de vrije reserve op dit moment nog slechts € 7.000,-.
Risicobeheersing De risico’s ten aanzien van de grondexploitaties zijn opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Gezien de stand van de reserve grondexploitaties is er vrijwel geen risicoreserve meer ten
Programmabegroting 2026-2029 - 87
aanzien van de grondexploitaties, waarmee de tegenvallers op verlieslatende projecten direct ten laste van de algemene middelen komen.
Vennootschapsbelasting De gemeente heeft een fiscale openingsbalans per 1 januari 2016 opgesteld ('nulmeting') en ingediend bij de Belastingdienst. Middels een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst, in 2019, is deze fiscale openingsbalans goedgekeurd en zijn verdere afspraken over de fiscale verwerking van de exploitaties gemaakt. Elke verandering ten opzichte van de openingsbalans leidt tot fiscale winst of verlies, dit wordt jaarlijks op basis van de jaarrekening geactualiseerd.
Programmabegroting 2026-2029 - 88
Paragrafen Verbonden partijen Tevens register als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Omschrijving In deze paragraaf staan de “verbonden partijen” van de gemeente Maasdriel. Verbonden partijen zijn volgens artikel 1 lid b BBV privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Volgens artikel 1 lid c BBV is een financieel belang gedefinieerd als: “Een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt”. In artikel 1 lid d BBV tenslotte wordt bestuurlijk belang gedefinieerd als: “Zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht”. Beleid Maasdriel staat open voor intergemeentelijke en regionale samenwerking. Een samenwerking wordt alleen aangegaan als daar een publiek belang bij betrokken is en/of daarmee een doelstelling, zoals opgenomen in de begroting, wordt gerealiseerd. Inmiddels wordt in de regio het belang van monitoring en sturing op verbonden partijen breed gedragen. Een steeds groter deel van gemeentelijke (beleids)doelstellingen worden extern gerealiseerd. Onder meer door de Kring van gemeentesecretarissen Rivierenland en de Griffierskring.