CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025-2028

Informatieavond 7 oktober 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Inleidende toelichting op de begroting23.958 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Niet gevonden in dit document.

3.442

3.442

Milieubeheer

1.042

1.333

2.002

1.510

1.360

1.360

261

140

139

139

138

138

9.076

10.338

11.038

10.181

9.998

10.176

152

189

157

110

-

-

Riolering

3.786

4.326

4.367

4.035

4.034

4.110

Afval

3.102

3.361

3.670

3.670

3.670

3.670

274

473

1.076

585

435

435

72

65

65

65

65

65

Totaal baten

7.387

8.413

9.335

8.466

8.204

8.280

Saldo van baten en lasten

-1.689

-1.925

-1.703

-1.715

-1.794

-1.896

Toevoegingen aan reserves

391

-

-

-

-

-

Onttrekkingen aan reserves

391

-

-

-

-

-

Begraafplaatsen en crematoria Totaal lasten

Baten Volksgezondheid

Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria

Saldo reservemutaties Resultaat

-

-

-

-

-

-

-1.689

-1.925

-1.703

-1.715

-1.794

-1.896

Relevante informatie Relevante beleidsstukken • Nota gezondheidsbeleid gemeente Maasdriel 2018-2022 • Water- en rioleringsplan 2022-2026 • Plan van aanpak Klimaatbestendig Maasdriel - Klaar voor extremer weer • Beheersverordening begraafplaatsen 2019 • Integrale nota samenleven 2022 (nog vast te stellen, november 2022) • Bommelerwaards Preventieakkoord (2021) • Visie zon en wind Maasdriel • Integrale Laadvisie en Plaatsingsbeleid

Programmabegroting 2025-2028 - 50

• Regionale Energie Strategie Betrokken verbonden partijen • GGD Gelderland-Zuid • Stadsgewest ’s-Hertogenbosch (1998) • Regio Rivierenland • Avri • Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) • Waterschap Rivierenland Indicator

Eenheid

Periode

Maasdriel

Bron

Omvang huishoudelijk restafval

Kg/inwoner

2021

53,0

CBS

Hernieuwbare elektriciteit

%

2022

19,8

RWS

Programmabegroting 2025-2028 - 51

Programma 9

Volkshuisvesting

Programmabegroting 2025-2028 - 52

Programma 9 Volkshuisvesting Taakvelden Ruimte en leefomgeving, Grondexploitaties (niet bedrijventerrein), Wonen en bouwen, Beheer overige gebouwen en gronden

Relevante ontwikkelingen Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Hiermee is de implementatiefase afgerond. We bevinden ons nu in de transitiefase die loopt tot 2032. Dat is de overgangsperiode die geldt om over te gaan naar de nieuwe gereedschapskist van de Omgevingswet en het op een nieuwe manier leren werken. In 2032 moeten we volledig voldoen aan alle nieuwe spelregels van de nieuwe wet. De wet bundelt wetgeving voor de fysieke leefomgeving en vervangt bestaande sectorale wetten op het gebied van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Gemeenten krijgen meer ruimte om in te spelen op de veranderende verhoudingen in de samenleving en de rol te kiezen die bij specifieke gebiedsopgaven past. Dit alles vraagt om een veelomvattende en complexe verandering waarbij het niet enkel gaat om het verbeteren of optimaliseren van de bestaande situatie en manier van werken, maar ook om het echt anders doen. Nieuwe Nota Ruimte Het nieuwe kabinet werkt aan een Nota Ruimte. Met deze 'nationale Omgevingsvisie' geeft het kabinet een lange termijnvisie op de ruimtelijke inrichting van Nederland. In deze Nota Ruimte worden grote ruimtelijke keuzes gemaakt die nodig zijn voor de ontwikkeling van heel Nederland.

Speerpunten zullen zijn: voldoende en passende woningen voor iedereen, verbeteren van de leefbaarheid, en gebiedsgerichte aanpak met oog voor ruimtelijke kwaliteit. Ontwikkelingen op de woningmarkt Er is al jaren een grote vraag naar woningen. Met name naar betaalbare woningen voor jongeren en ouderen en voor aandachtsgroepen. Naar verwachting stijgen de huizenprijzen in Nederland ook komend jaar. Marktkenners voorzien dat koopwoningen in 2025 ongeveer 4 procent duurder worden. Dit is enerzijds het gevolg van krapte in het aanbod. De gestegen kosten zetten de haalbaarheid van nieuwbouwplannen onder druk. En anderzijds een gevolg van dalende hypotheekrentes en stijgende lonen. Deze combinatie vergroot de leencapaciteit van kopers, waardoor de vraag blijft toenemen ondanks hogere prijzen.

Wat willen we bereiken? 9.1 Een fijne en gezonde leefomgeving, waarin het prettig wonen en werken is voor huidige en toekomstige inwoners;↵ 9.2 Ontwikkelen en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit bij de aanpak van maatschappelijke en ruimtelijke opgaven; 9.3 Voldoende, passende en duurzame woningen/woonvormen voor alle doel- en aandachtsgroepen.

Programmabegroting 2025-2028 - 53

Wat gaan we daarvoor doen? We zitten in de transitiefase van de Omgevingswet (9.1, 9.2) We bevinden ons nu in de transitiefase van de Omgevingswet die loopt tot 2032. Dat is de overgangsperiode die geldt om over te gaan naar de nieuwe gereedschapskist van de Omgevingswet en het op een nieuwe manier leren werken. In 2025 gaan we verder met de verplichte verhuizing van de regels uit onze bestemmingsplannen en losse regels over de leefomgeving in verschillende verordeningen naar het Omgevingsplan Maasdriel en doorontwikkeling van ons beleid voor de leefomgeving richting de Omgevingsvisie 2.0. We werken en voeren kerngerichte projecten en ideeën uit (9.1, 9.2) Eind 2024 werden de kernvisies voor Ammerzoden, Hedel en Kerkdriel vastgesteld. In de beleids- en particpatietrajecten voor deze kernvisies haalden we veel goede ideeën op voor kerngerichte/kernspecifieke maatregelen die aansluiten bij onze strategische beleidsdoelen en de lokale behoeften bij het realiseren van een prettige en gezonde leefomgeving. Met een deel van die ideeën en projecten gaan we komend jaar aan de slag in die kernen. Denk aan het maken of verbeteren van speelplekken voor jeugd, het realiseren van een jeugdontmoetingsplek, ontwikkeling van de Grote Ingh in relatie met ontwikkeling/verplaatsing van maatschappelijke voorzieningen, en het verkennen van een mogelijk evenemententerrein.

We ontwikkelen Maatschappelijk cluster De Woerd (9.1, 9.2) Op de locatie De Woerd in Hedel ontwikkelen we woningbouw met bijbehorende infrastructuur. Onderdeel van het plan is het verplaatsen en samenbrengen van de basisscholen en andere maatschappelijke functies in één gebouw op deze locatie. De totale inverstering bedraagt ca. 23,5 miljoen. Om commitment te tonen aan onze ketenpartners, sparen we in 2025 2.5M in een bestemmingsreserve, voortuitlopend op de realisatie. Bij de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen nemen we behoud en versterking van de omgevingskwaliteit steeds mee (9.2) Behoud en versterking van een 'goede omgevingskwaliteit' is opgenomen in de centrale doelstelling van de Omgevingswet. Dit geeft aan dat bijvoorbeeld cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap heel belangrijk zijn bij de afweging van ruimtelijke ontwikkeling. Op basis van artikel 5.130 Besluit kwaliteit leefomgeving (onderdeel Omgevingswet) is de gemeente bijvoorbeeld zelfs verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening houden met cultureel erfgoed. Dit is een verzwaring en vergelijkbaar hoe met archeologie omgegaan moet worden. Om hier aan te kunnen voldoen moet voldoende bekend zijn welk erfgoed aanwezig is binnen de gemeente.

Door het uitvoeren van een cultuurhistorische inventarisatie kunnen we bij alle ruimtelijke plannen maximaal voldoen aan deze wettelijke verplichting en verkleinen we het afbreukrisico van ruimtelijke plannen bij de rechter. We werken aan de woningopgave (9.3) Onze opgave uit de Woondeal 1.0 is om in de periode 2022 t/m 2030 circa 1.450 nieuwe woningen te bouwen. In regionaal verband vinden de voorbereidingen plaats voor het actualiseren van de Woondeal die in 2025 moet worden gesloten. De planningshorizon van deze Woondeal 1.1 verschuift naar 2035 (2025 t/m 2035). Onze inspanningen zullen er dan op gericht moeten zijn circa 150 woningen per jaar te realiseren. Bij nieuwe woningbouwontwikkelingen vormt de Woonvisie het kader voor de differentiatie in het woningbouwprogramma voor de woningbouwontwikkeling. Enkel een woonvisie leidt nog niet tot het behalen van de gewenste doelen daaruit. Daar zijn andere instrumenten voor nodig, zodat de gemeente beter kan sturen op de belangrijkste doelstelling: voldoende en passende woningen/woonvormen voor alle doelgroepen. In 2025

Programmabegroting 2025-2028 - 54

stellen we een aantal van die nieuwe instrumenten en beleidskaders vast. Nieuwe woningen bouwen we vervolgens duurzaam, energieneutraal en de omgeving richten we klimaatbestendig in. We blijven continu de mogelijkheden voor nieuwe woningbouwlocaties verkennen. Hierbij wordt gekeken naar inbreidings- en uitbreidingsmogelijkheden en naar de kansen voor actieve grondpolitiek. Met het afwegingsinstrument ‘Kansrijk bouwen’ kan prioritering aangebracht worden tussen bestaande en nieuwe initiatieven op basis van scores op veel aspecten van ruimtelijke kwaliteit, op de mate waarin het plan voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte, en op voortgang en haalbaarheid. We werken aan voldoende en goede huisvesting van aandachtgroepen (9.3) Sinds 1 februari 2024 is de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet) van kracht. Sinds de invoering van deze wet hebben gemeenten een wettelijke taak om asielopvang mogelijk te maken. Omdat er in Nederland te weinig opvangplekken voor asielzoekers zijn, is er dringend behoefte aan extra opvangplekken en -locaties. Gemeente Maasdriel heeft de samenwerking met gemeente Zaltbommel en gemeente West Maas en Waal opgezocht om samen deze wettelijke taak op te pakken. De opvang van Oekrainers verloopt goed.

De Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) is verlengd tot 4 maart 2026, omdat het einde van de oorlog nog niet in zicht is. Met het verlengen van de Oekraïne-opvang blijven we ruim voldoen aan onze opgave voor de opvang van Oekraïense ontheemden. Twee keer per jaar bepaalt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de taakstelling voor gemeenten. Het ministerie berekent hoeveel statushouders er naar verwachting bijkomen en verdeelt deze over de Nederlandse gemeenten, op basis van het bestaande aantal inwoners. Door de toename van het aantal statushouders en de situatie op de huidige woningmarkt, blijft Maasdriel vooralsnog achterlopen op de taakstelling. Samen met de woningcorporaties, omliggende gemeenten en andere organisaties wordt hard gewerkt om het tij te keren. Voor de (middel)lange termijn zetten we een koers uit voor de huisvesting van ‘aandachtsgroepen’. Daarmee verbreden we onze aanpak. Onder aandachtsgroepen verstaan wij mensen die ondersteuning nodig hebben bij het vinden van huisvesting, denk aan: starters, spoedzoekers, woonwagenbewoners, statushouders, arbeidsmigranten, Oekraïners, asielzoekers / amv's. We kiezen bewust voor een integrale aanpak, waarbij we de beschikbare budgetten bundelen, om meer slagkracht hebben voor de doelen waarvoor we met de huisvesting van alle aandachtsgroepen gesteld staan. Gebiedsontwikkeling Alem en St.

Andries (9.3) In 2020 heeft de gemeenteraad het Masterplan Maas vastgesteld. Een van de uit te werken projecten in dit plan en een belangrijk onderdeel is de gebiedsontwikkeling Alem en St. Andries. Om vanuit het Masterplan tot een gebiedsontwikkeling te komen dienen verschillende fasen te worden doorlopen. Fase 1 omvatte het MIRTonderzoek naar de mogelijkheden voor een gebiedsontwikkeling rond Alem. Dit onderzoek is in 2023 afgerond. In 2024 en 2025 wordt fase 2 opgepakt. Fase 2 is een verkenning, waarbij verschillende alternatieven voor het gebied worden uitgewerkt en een keuze wordt gemaakt voor een voorkeursalternatief.

Programmabegroting 2025-2028 - 55

Programma 9 Wat mag het kosten? Programma 9 Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening (bedragen x € 1.000)

Werkelijk 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Lasten 2.426

2.209

2.174

2.166

1.998

1.998

1.019

-

4.159

4.090

5.544

5.057

1.178

1.554

1.707

1.608

1.607

1.607

337

381

345

344

343

340

4.960

4.144

8.384

8.208

9.492

9.003

709

371

91

91

91

91

1.827

9

4.219

4.139

5.584

5.080

1.123

1.052

1.164

1.164

1.164

1.164

570

256

258

258

256

256

Totaal baten

4.229

1.687

5.731

5.651

7.094

6.590

Saldo van baten en lasten

-731

-2.457

-2.653

-2.557

-2.399

-2.413

Toevoegingen aan reserves

3.310

71

-

-

-

-

Onttrekkingen aan reserves

2.017

20

-

-

-

-

Saldo reservemutaties

-1.293

-51

-

-

-

-

Resultaat

-2.024

-2.509

-2.653

-2.557

-2.399

-2.413

Ruimtelijke ordening Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen) Wonen en bouwen Beheer overige gebouwen en gronden Totaal lasten

Baten Ruimtelijke ordening Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen) Wonen en bouwen Beheer overige gebouwen en gronden

Relevante informatie Relevante beleidsstukken • Structuurvisie en plan-MER gemeente Maasdriel • Nota bovenwijkse voorzieningen • Nota Grondbeleid • Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 • Duurzaamheidsprogramma 2017-2020 • Programmaplan Omgevingswet Betrokken verbonden partijen • Projectbureau herstructurering Tuinbouw Bommelerwaard

Programmabegroting 2025-2028 - 56

• Regio Rivierenland • Omgevingsdienst Rivierenland • Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland Indicator

Eenheid

Periode

Maasdriel

Bron

Gemiddelde WOZ waarde

Duizend euro

2023

406

CBS

Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen

2022

12,3

Basisregistratie

Demografische druk

%

2024

69,2

CBS

Gemeentelijke woonlasten

€

2024

1003

COELO

€

2024

1.031

COELO

adressen en gebouwen

eenpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

Programmabegroting 2025-2028 - 57

Paragrafen De paragrafen geven een dwarsdoorsnede van de begroting op verschillende gebieden. De paragraaf bedrijfsvoering is als apart hoofdstuk opgenomen achter de programma’s. De volgende onderwerpen worden hierna behandeld. • Lokale heffingen • Weerstandsvermogen • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering • Bedrijfsvoering • Verbonden partijen • Grondbeleid

Programmabegroting 2025-2028 - 58

Paragrafen Lokale heffingen In deze paragraaf informeren wij u over het beleid en de ontwikkeling van de tarieven van lokale heffingen. Hierbij maken we een vergelijking met de buurgemeenten. Ook geven we een overzicht van de belastingopbrengsten, kostendekkendheid van de leges en tot slot vindt u informatie over het kwijtscheldingsbeleid. Alle genoemde tarieven in deze paragraaf zijn indicatief. Bij de vaststelling van de verordeningen in december worden de tarieven definitief bepaald op basis van de laatst bekende gegevens. 1. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen Lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente Maasdriel. De lokale heffingen en vooral de algemene dekkingsmiddelen zijn een belangrijk politiek instrument ter weging van beleidsbeslissingen. Ze maken integraal onderdeel uit van het gemeentelijk beleid. In deze paragraaf vermelden we de bestaande beleidsuitgangspunten en -voornemens en lichten we deze toe. Vervolgens analyseren we de uitkomsten. Hierbij vermelden we voor de woonlasten de tarieven.

Voor de hoogte van de belastingen, rechten en tarieven gelden de volgende uitgangspunten: • Continu streven naar kostendekkendheid van leges, rechten en tarieven waartegenover concrete dienstverlening van de overheid staat; • De tarieven voor de belastingen en leges worden verhoogd met de prijsmutatie Bruto Binnenlands Product (BBP). Deze index wordt weergegeven in de circulaires van het Gemeentefonds. In deze begroting is de index uit de meicirculaire gebruikt (2,3%). Deze index wordt aangepast met de actuele gegevens uit de septembercirculaire bij de vaststelling van de belastingtarieven; • De waarde-ontwikkeling van de WOZ-taxatie corrigeren we in het tarief OZB. Het beleid van de lokale lasten nemen we op in de diverse belastingverordeningen: • Legesverordening; • Standplaatsvergoedingen en marktgeldenverordening; • Verordening lijkbezorgingsrechten; • Verordening onroerende-zaakbelasting; • Verordening rioolaansluitrechten; • Verordening verblijfsbelasting; • Verordening watertoeristenbelasting; • Verordening rioolheffing; • Verordening hondenbelasting • Verordening precariobelasting

Programmabegroting 2025-2028 - 59

2. Lokale lasten De lokale lastendruk is een indicator voor de mate waarin de inwoners van de gemeente Maasdriel worden belast met de vastgestelde heffingen. Anderzijds is het een indicator voor de financiële positie van de gemeente in het provinciaal toetsingskader. Voor het bepalen van de lokale lastendruk zijn de heffingen bepalend die onvermijdelijk gepaard gaan met het wonen in de gemeente Maasdriel. Dit zijn: de onroerendezaakbelastingen (OZB), de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Ondanks het feit dat de afvalstoffenheffing in Maasdriel wordt opgelegd door Avri, moet die heffing toch worden betrokken bij de bepaling van de lokale lastendruk. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de lokale lastendruk per woonruimte voor een eigenaar/bewoner. De hierbij gehanteerde uitgangspunten zijn: • Een huishouden, bestaande uit 3 personen; • De gemiddelde OZB lasten conform de Atlas van de lokale lasten van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden (Coelo). • Een waterverbruik als basis voor rioolrecht van 50 m3 per persoon; • Een standaardtarief afvalstoffenheffing. Deze uitgangspunten sluiten aan bij de gegevens die de provincie Gelderland gebruikt in provinciale databank en de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten van het Coelo. 2023

2024

2025

Onroerende zaakbelasting eigenaren

396

415

386

Rioolheffing eenpersoonshuishouding

258

260

255

Lokale lastendruk (bedragen in €) Lastendruk specifiek huishouden - eigenaar/bewoner

Rioolheffing meerpersoonshuishouding

275

277

288

Afvalstoffenheffing eenpersoonshuishouding

311

329

351

Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouding

330

340

362

Totaal eenpersoonshuishouding

966

1.003

992

Totaal meerpersoonshuishouding

1.001

1.031

1.036

247

223

nnb

Rangnummer*

* In de ranglijst van gemeenten staat Maasdriel op plek 227 in 2024 (plaats 1 = goedkoopste gemeente). 3. Vergelijking met buurgemeenten Voor een vergelijking met onze buurgemeenten maken we gebruik van de gegevens van Coelo. Coelo is een onderzoeksinstituut dat jaarlijks alle lokale lasten van alle gemeenten vergelijkt. Zij brengt jaarlijks een atlas hierover uit. De gegevens hieronder zijn gebaseerd op de gegevens van de 'Atlas van lokale lasten 2024'.

Programmabegroting 2025-2028 - 60

Vergelijking buurgemeenten (uit Coeloatlas 2024*)

Maasdriel

Zaltbommel

West Betuwe

Culemborg

Gelderland

Eénpersoonshuishouden

1.003

1.096

1.277

1.066

924

Meerpersoonshuishouden

1.031

1.121

1.289

1.090

994

223

278

322

265

nvt

Tarief woningen (%)

0,0882

0,0928

0,1033

0,1022

0,1046

Tarief eigenaar niet-woningen (%)

0,3018

0,2947

0,3074

0,3422

0,3006

Tarief gebruiker niet-woningen (%)

0,2371

0,2507

0,2576

0,2576

0,2152

Eénpersoonshuishouden

329

343

330

342

234

Meerpersoonshuishouden

340

368

342

367

275

Woonlasten

Rangnummer OZB

Afvalstoffenheffing

Rioolheffing woningen Eénpersoonshuishouden

260

349

443

264

214

Meerpersoonshuishouden

277

349

443

264

243

Nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 342 de hoogste. 4. Opbrengsten De gemeentelijke heffingen zijn te verdelen in de volgende twee categorieën: • Heffingen waarvan de opbrengst is gebonden (retributies en leges); • Heffingen waarvoor de opbrengst vrij besteedbaar is. De onderstaande tabel geeft de totaalopbrengst van de diverse gemeentelijke heffingen weer:

Programmabegroting 2025-2028 - 61

Overzicht lokale heffingen (bedragen x € 1.000)

Werkelijk 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

323

386

389

Gebonden heffingen •

Bevolkingsleges

•

Rioolheffing

3.464

3.493

3.564

•

Baatbelasting

-

-

-

•

Milieuvergunningen

-

6

6

•

Begraafrechten

72

65

65

•

Leges ruimtelijke ordening

52

371

91

•

Bouw- en welstandleges

1.025

1.049

1.161

•

Afvalstoffenheffing

3.102

3.361

3.670

•

Overige leges

41

54

54

8.079

8.785

9.000

Totaal gebonden heffingen Vrij besteedbaar •

Onroerende zaakbelastingen (OZB)

6.011

5.854

6.764

•

Watertoeristen- en verblijfsbelasting

650

241

541

•

Hondenbelasting

99

87

87

•

Precariobelasting

-

24

24

•

Marktgelden

27

7

7

•

Staangelden kermis

65

65

65

Totaal vrij besteedbaar

6.852

6.278

7.488

Totaal

14.931

15.063

16.488

5. Kostendekkendheid leges en heffingen Wij leveren op aanvraag van individuele inwoners een uiteenlopend pakket aan diensten. Door het heffen van leges verhalen we de gemaakte kosten op diegene die de dienst afneemt. De leges mogen maximaal kostendekkend zijn. Dit betekent dat per verordening het totaal van de legesinkomsten niet hoger mag zijn dan het totaal aan toerekenbare kosten. Deze toets geldt op het totaal 'Hoofdstuk' van de legesverordening. Beleid kostendekkendheid Ons beleidsuitgangspunt is kostendekkendheid van de leges, waarbij we alle toerekenbare kosten doorberekenen. Hiertoe behoren bijvoorbeeld ook de kosten voor overhead en de toerekenbare BTW. Op deze manier betaalt de aanvrager alle kosten die samenhangen met de dienstverlening, en komen deze kosten niet ten laste van onze algemene middelen. Wij hanteren hierbij het principe ‘de vervuiler betaalt’. Uitgangspunt is dat leges zoveel mogelijk op zichzelf kostendekkend moeten zijn. Afvalstoffenheffing Avri Avri verzorgt de inzameling van afval. Wij rekenen hieraan geen eigen kosten toe, met uitzondering van een bedrag voor zwerfvuil. De mate van kostendekkendheid wordt door Avri geborgd.

Programmabegroting 2025-2028 - 62

Kostendekkendheid afval

2025

Lasten per taakveld

3.386.919

Baten per taakveld

0

Netto kosten taakveld 7.3 Afval

3.386.919

Toegerekende overhead

68.101

Toegerekende BTW

708.418

Totaal toegerekende overhead en BTW

776.519

Totaal kosten toe te rekenen aan afval

4.163.438

Totaal begrote heffingen

3.670.252

Percentage kostendekkendheid

88,2%

Rioolheffing Via rioolheffing brengen we de kosten in rekening voor de “inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.” Hieronder valt ook de afzonderlijke riolering voor de Glastuinbouw die we via de rioolheffing in rekening brengen. 2025

Kostendekkendheid riolering Lasten per taakveld

3.499.217

Baten per taakveld (niet-heffingen)

-

Netto kosten taakveld 7.2 Riolering

3.499.217

Toegerekende overhead

256.730

Toegerekende BTW

547.488

Andere taakvelden: Taakveld 2.1: Straatreiniging vast bedrag

63.275

Totaal toegerekende overhead, BTW en overige kosten

867.492

Totaal kosten toe te rekenen aan riolering

4.366.709

Totaal begrote heffingen

3.563.765

Percentage kostendekkendheid

81,6%

Begraafrechten We hebben besloten dat de begraafplaatsen niet volledig kostendekkend geëxploiteerd hoeven te worden, aangezien er bij de begraafplaatsen ook sprake is van algemeen belang.

Programmabegroting 2025-2028 - 63

Kostendekkendheid begraafplaatsen

2025

Lasten per taakveld

138.887

Baten per taakveld

-

Netto kosten taakveld 7.5 Begraafplaatsen en crematoria

138.887

Toegerekende overhead

67.311

Toegerekende BTW

12.108

Totaal toegerekende overhead en BTW

79.419

Totaal kosten toe te rekenen aan begraafplaatsen

218.306

Totaal begrote heffingen

65.255

Percentage kostendekkendheid

29,9%

Legesverordening ↵ De Legesverordening bestaat uit drie hoofdstukken, met daaronder diverse paragrafen. De toets op kostendekkendheid vindt plaats per hoofdstuk. Bij het vaststellen van de legesverordening presenteren we de kostendekkendheid van 2025 op hoofdstukniveau conform onderstaand overzicht. Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening Hoofdstuk 2: Dientsverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Totaal

Lasten (inclusief toegerekende btw)

409.994

1.434.128

16.919

1.861.041

Overhead

322.659

76.122

24.102

422.883

Totale lasten

732.653

1.510.250

41.021

2.283.924

Baten

533.426

1.112.254

18.281

1.663.961

Percentage kostendekkendheid

72,8%

73,6%

44,6%

72,9%

Kostendekkendheid

Toelichting De lastenkant is opgebouwd uit directe kosten. Hiertoe behoren de salariskosten, kapitaallasten en materiële kosten die in direct verband staan met de specifieke dienstverlening, inclusief bijbehorende BTW (BCF) en overheadkosten. De kosten die niet rechtstreeks samenhangen met, of veroorzaakt worden door de dienstverlening, verhalen wij niet bij de inwoner. Dit betekent dat wij de kosten van beleidsvoorbereiding, handhaving en algemene inspraak-, bezwaren beroepsprocedures niet meenemen bij de berekening van de kostendekkendheid. De kostendekkendheid voor 2025 is 72,9%. Hiermee voldoen we aan de wet- en regelgeving dat de kostendekkendheid op basis van de begroting niet hoger mag zijn dan 100%. De totale kostendekkendheid is voornamelijk afhankelijk van de kostendekkendheid in Hoofdstuk 2 omdat hier het meeste geld in omgaat. De kostendekkendheid van Hoofdstuk 2 is berekend met het werkplan 2024 van de ODR. Het werkplan 2025 is bij het totstand komen van deze begroting nog niet beschikbaar. Indien nodig komen we met een actualisatie bij de vaststelling van de legesverordening in de raad van december 2024.

Programmabegroting 2025-2028 - 64

Overhead De overhead rekenen wij toe via een vaste opslag op de salariskosten. Hierbij zijn de totale personele en materiële overheadkosten berekend. Deze verdelen wij over het aantal productieve uren bij de taakvelden. Voor de berekening van de kostendekking wordt een gemiddeld uurtarief berekend. uitgaande van 1.471 productieve uren per jaar. Boven op de salariskosten belasten wij een opslag voor de overheadkosten door. Deze overhead is opgebouwd uit personele en materiële overhead. De overhead bevat de kosten van management, afdelingssecretariaat en OR. Maar ook de ondersteunende onderdelen van de gemeentelijke organisatie, zoals Juridische zaken, HRM, Informatievoorziening, Financiën, Facilitaire zaken en huisvesting, Informatie Dienstverlening, Communicatie, KCC en Bestuurssecretariaat vallen hieronder. Een deel hiervan brachten wij in 2017 onder in de Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard (BVEB). De verdeling over de diverse producten is gebaseerd op de personele verdeling per taakveld 6. Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet bevoegd om kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. De Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) voert een deel van de belastingen en heffingen voor de gemeente uit. Ook het kwijtscheldingsbeleid wordt uitegevoerd door BSR.

In Maasdriel kan er voor de volgende belastingen kwijtschelding worden aangevraagd: • Onroerende zaakbelasting eigenaren • Rioolheffing • Hondenbelasting • Afvalstoffenheffing • Waterschapsbelastingen De kwijtscheldingen zijn uitsluitend voor particuliere belastingplichtigen.

Programmabegroting 2025-2028 - 65

Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen vormt een belangrijk onderdeel van risicomanagement en wordt gedefinieerd als de mate waarin de gemeente in staat is onvoorziene tegenvallers op te vangen. Risicomanagement Op basis van risicomanagement wil de gemeente inzicht krijgen in de risico’s die zij loopt en daarmee eventuele risico’s afdekken. Risicomanagement wordt omschreven als het identificeren en kwantificeren van risico’s en het bepalen van activiteiten die de kans van optreden en/of de gevolgen van risico’s beheersbaar houdt. Om de risico’s inzichtelijk te krijgen, is het van belang dat er periodiek inzicht bestaat in de omvang, aard en ontwikkeling van de belangrijkste risico’s en de risicogebieden. Dit inzicht vormt de eerste aanzet om concrete beheersmaatregelen te treffen. Bewustwording van risico’s is een belangrijke stap in het beheersen van deze risico’s. Als gevolg van enkele mondiale oorzaken zijn de kosten in Nederland binnen een kort tijdsbestek extreem gestegen en momenteel nog aan het stijgen. Omstandigheden die daartoe bijdragen zijn onder meer de schaarste en prijsstijgingen door de oorlog in Oekraïne en bijbehorende sancties tegen Rusland. Onduidelijk is of en wanneer de kosten weer zakken naar het oude niveau. Dit brengt risico's en onzekerheid met zich mee voor zowel bestaande als ook nieuwte sluiten overeenkomsten.

Via het gemeentefonds wordt de gemeente gedeeltelijk gecompenseerd voor de prijsinflatie. In een aantal situaties is de compensatie van het Rijk niet voldoende om de prijsstijgingen op te vangen. De spanning op de arbeidsmarkt is fors opgelopen. Het aantal vacatures is toegenomen. Afgelopen jaren behaalt het spanningsniveau voor het eerst in de geschiedenis de typering zeer krap. Dit betekent dat er nu nog meer vacatures zijn dan werkzoekenden die deze kunnen vervullen. Personeelstekort op diverse functiegebieden zoals ruimtelijke ordening/milieu, realisatie en beheer en het sociaal domein, belemmeren de gemeente in de uitvoering van het werk. De verwachting is dat dit ook de komende jaren lastig blijft. Ook aannemers en leveranciers die gemeentelijke opdrachten uitvoeren hebben te maken met krapte op de arbeidsmarkt. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van de landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming. Daarvoor hebben wij de nodige interne maatregelen genomen. Risico-inventarisatie Ter voorbereiding op de begroting 2025 is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hierin zijn de risico’s van de gemeente in kaart gebracht en beoordeeld. In deze analyse houden we tevens rekening met de kans dat een risico zich voor kan doen.

Hierdoor wordt beter geanticipeerd op het implementeren van eventuele

Programmabegroting 2025-2028 - 66

beheersingsmaatregelen. Een deel van de risico’s wordt afgedekt door specifieke maatregelen zoals het afsluiten van verzekeringen en het inrichten van de interne controle. Naast de afgedekte risico’s, loopt de gemeente ook altijd risico’s die niet (kunnen) worden afgedekt. Om te voorkomen dat er ingrijpende beleidswijzigingen moeten worden doorgevoerd bij het voordoen van niet afgedekte risico’s, moet de gemeente over een financiële buffer (de beschikbare weerstandscapaciteit1) beschikken. De niet afgedekte risico’s worden meegenomen bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij de risico-inventarisatie wordt onderscheid gemaakt tussen algemene risico’s en specifieke risico’s. Weging risico's De risico’s worden in klassen ingedeeld naar kans dat een risico zich voor kan doen.

Kans

Weging

Zeer klein

10%

Klein

25%

Gemiddeld

50%

Groot

70%

Zeer groot

90%

• Zeer klein: voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen. Het zijn bijvoorbeeld risico’s die zich 1x per 20 jaar voordoen. • Klein: dit zijn risico’s die zich gemiddeld genomen 1x per 4 jaar voordoen of waarvan de kans op optreden laag is. • Gemiddeld: voor risico’s die nog beide kanten op kunnen. Het kan zijn dat ze zich komend jaar voordoen of niet. Risico’s die 1x per 2 jaar voorkomen. • Groot: voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen of waarvan de kans op optreden groot is. • Zeer groot: voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich komend jaar voordoen of waarvan de kans op optreden zeer groot is. Ratio weerstandsvermogen Het uitgangspunt is om de impact van de risico’s te minimaliseren. Dit betekent dat het weerstandsvermogen ten minste voldoende moet zijn. De gemeenteraad heeft besloten in de vergadering van 4 september 2008 een ratio weerstandsvermogen van 1,5 keer het totaal van de geïnventariseerde financiële gevolgen van risico's aan te houden, met een marge van 10% naar boven en beneden. Dit komt overeen met het waarderingscijfer B = ruim voldoende (zie de volgende tabel uit nota risicomanagement).

1

Waardering

Ratio

Kostendekking

A

> 1,65

Uitstekend

B

1,35 – 1,65

Ruim voldoende

C

1,0 – 1,35

Voldoende

D

0,8 – 1,0

Matig

E

0,6 – 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

De weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de posten onvoorzien, de vrij aanwendbare reserves en de stille reserves.

Programmabegroting 2025-2028 - 67

Risico’s De gemeente Maasdriel hanteert voor de risico-inventarisatie de volgende twee categorieën: • Algemene risico’s; • Specifieke gemeente risico’s. De algemene risico’s zijn als volgt: Risico

Beheersmaatregelen

Algemene risico’s

•

Benodigde weerstands capaciteit

Voor elk risico wordt een keuze gemaakt uit de

Geen

volgende beheersmaatregelen: Dit betreft de risico’s die samenhangen met onze activiteiten, die aan weinig verandering onderhevig zijn.

•

Vermijden

Om deze risico’s te signaleren en te beperken zijn

•

Verminderen

beheersmaatregelen genomen in de processen.

•

Overdragen

•

Accepteren

Rekening houdend met de vastgestelde nota reserves en voorzieningen worden de algemene risico's gedekt door de stille reserves. De omvang van de stille reserves (bestaande uit gronden zonder boekwaarde ad circa 2,9 miljoen) is voldoende om de algemene risico’s die in het verleden becijferd waren op 2,0 miljoen op te vangen.

De specifieke risico’s zijn als volgt:

Beheers-maatregelen

Maximale risico en kans

De resultaten van de grondexploitaties zijn

Via herijking bestaande en

Het maximale risico op basis

gebaseerd op uitgangspunten en parameters die,

nieuwe plangebieden

van de interne analyse

Risico

Benodigde weerstandscapaciteit

1. Grondexploitaties

gelet op de huidige markt en de huidige inzichten, optimaliseren. In de herijking

bedraagt €576.000. De kans is

het meest reëel lijken voor de looptijd van het

van de grondexploitaties

klein dat het maximale risico

project. Deze inschattingen resulteren in één

worden kosten, opbrengsten

optreedt .

projectresultaat. Het is en blijft echter altijd een

en fasering jaarlijks herzien.

inschatting van de toekomst. Kansen en risico’s 144

binnen een project kunnen er voor zorgen dat het projectresultaat in de toekomst afwijkt. Als risico worden de volgende elementen meegenomen: - Een vertraging van drie jaar in de lopende grondexploitatie 'Paddenstoelenbuurt'. Deze BGE loopt door t/m 2028. De overige grondexploitaties worden op korte termijn afgerond. - Prijsstijgingen bouwkosten 2. Jeugd De belangrijkste financiële risico’s voor de

De belangrijkste

Zorg verlenen aan onze

jeugdzorguitgaven zijn:

beheersmaatregelen zijn:

inwoners is en blijft een

- Grotere zorgvraag dan waarmee rekening is

- Het inzetten op preventieve

wettelijke verplichting. De

gehouden;

voorzieningen zodat

budgetten zijn begroot op

500

Programmabegroting 2025-2028 - 68

Benodigde weerstandscapaciteit

Risico

Beheers-maatregelen

Maximale risico en kans

- Crisisplaatsingen jeugd;

individuele zorgvoorzieningen basis van ervaringcijfers.

- Hervormingsagenda Jeugd niet tijdig of volledig

niet nodig blijken te zijn of

Naast een structureel budget

geïmplementeerd;

kunnen worden uitgesteld;

hebben we ook een

- Beperkte kanteling naar preventief werken

- Een outreachende werkwijze bestemmingsreserve gevormd voor het gebiedsteam

voor specifieke, complexe

waardoor een vloeiende

jeugdcasuïstiek.

overgang ontstaat tussen 0de, 1ste en 2de lijnszorg;

Ondanks deze voorzichtige

- Goede

ramingen blijven we als

netwerksamenwerking met

gemeente risico lopen. We

maatschappelijke

houden daarom rekening met

organisaties op het terrein van een extra risico van €250.000 welzijn en leefbaarheid, met

euro per jaar. Voor de

onderwijsinstellingen en

meerjarenbegroting betekent

huisartspraktijken;

het in totaal €1.000.000 over

- Begroten op ervaringcijfers

de periode van 4 jaar. De kans

waarbij tevens nu gewerkt

dat het optreedt gezien de

wordt met een

interne

bestemmingsreserve

beheersingsmaatregelen die

specifieke casuïstiek jeugd.

we hebben getroffen wordt geacht als gemiddeld.

3. Volumegroei Wmo De belangrijkste financiële risico’s uit hoofde van

In de komende jaren zal de

Zorg verlenen aan onze

de Wmo zijn:

inkomensafhankelijke eigen

inwoners is en blijft een

- Een verdere stijging van het aantal

bijdrage voor

wettelijke verplichting. De

maatwerkvoorzieningen. In 2019 is de stijging

maatwerkvoorzieningen in de

budgetten zijn begroot op

begonnen en deze stijging zet zich jaarlijks door

Wmo weer ingevoerd worden.

basis van ervaringcijfers.

voor de huishoudelijke verzorging, hulpmiddelen

Dit zal naar verwachting

Ondanks deze voorzichtige

en het regiovervoer;

leiden tot een daling van het

ramingen blijven we als

- De financiële positie van aanbieders van onder

aantal

gemeente risico lopen omdat

meer huishoudelijke verzorging, wat mogelijk leidt maatwerkvoorzieningen.

we geen grip hebben op de

tot extra tariefsverhogingen.

aanzuigende werking van

Daarnaast wordt een

kostprijsonderzoek uitgevoerd bijvoorbeeld het om vast te stellen wat reële

abonnementstarief. We

tarieven zijn.

houden daarom rekening met

125

een extra risico van € 125.000 euro per jaar. Voor deze meerjarenbegroting betekent het in totaal € 500.000 over de periode van 4 jaar. De kans dat het optreedt gezien de interne beheersingsmaatregelen die we hebben getroffen wordt geacht als klein. 4. Afdekken voormalige stortplaatsen Vlagheide en AVRI Het grootste onvoorziene risico betreft het

Aandacht voor berekening

Op basis van de meest actuele

voornemen tot aanpassing van de rekenrente door toekomstige lasten en het t.z.t. geprognogtiseerde resultaten de provincie. De provincie voert elke vijf jaar

vormen van een voorziening.

28

van de stortplaatsen is het

Programmabegroting 2025-2028 - 69

Risico

Beheers-maatregelen

Benodigde weerstandscapaciteit

Maximale risico en kans

periodiek onderzoek uit, een zogeheten Asset

maximale risico € 55.800. We

Liability Management (ALM) studie. Daarbij wordt

achten de kans gemiddeld

vastgesteld of de gehanteerde rekenrente

(50%).

(momenteel 5,06%) en daarmee het gehanteerde doelvermogen passend is om aan haar eeuwigdurende nazorgverplichtingen te voldoen. Daarnaast hebben provincie en vergunninghouders een overeenkomst gesloten om onderzoek te doen naar duurzaam stortbeheer en/of technische ontwikkelingen/innovaties mogelijk kunnen leiden tot een beperking van de kosten van de nazorg. Onderdeel van deze overeenkomst is dat, zo lang dit onderzoek loopt, de vergunninghouders de stortplaatsen nog niet voor eeuwigdurende nazorg overdragen aan de provincie en dus zelf risicodrager blijven. Tegelijkertij handhaaft de provincie de rekenrente op het bestaande niveau. Zolang het doelvermogen niet definitef is vastgesteld lopen wij het risico dat het reeds in het nazorgfonds gestorte vermogen ontoereikend is. 5. Adequaat personeelsbestand Veel openstaande vacatures bij de gemeente

Door continue een goede

Risico is dat we circa € 500.000

kunnen niet ingevuld worden. Reden hiervan is dat werkgever te zijn en door

meer budget nodig hebben de

geschikte kandidaten zeer schaars zijn. Ook hebben goede inzet van het

komende 4 jaar voor o.a.

we vastgesteld dat inhuur nu ook moeilijk te krijgen recruitmentteam proberen we inhuur om voldoende

500

is en vaak veel duurder is dan de middelen die

zoveel mogelijk vacatures in te capaciteit te hebben om onze

beschikbaar zijn om personeel te werven.

vullen door vast personeel aan taken uit te voeren. We achten te nemen.

de kans 50% gemiddeld dat dit risico optreedt.

6. Algemene juridische bijstand De polisvoorwaarden van de aansprakelijkheids-

- Aandacht voor preventie en

We blijven juridische risico

verzekering sluiten een aantal zaken uit. Onder

het voorkomen van schade;

lopen de komende jaren.

andere claims ten gevolge van:

- Verzekeringsportefeuille

Voornaamste reden hiervan is

- Toezeggingen en gewekte verwachtingen

periodiek doorlichten.

dat we niet alles en/of willen

- Termijnoverschrijding;

verzekeren. Over de jaren heen

- Niet nakomen van contracten;

lopen we op basis van

- Aanbestedingen;

ervaringen uit het verleden

- Nadeelcompensatie;

(zowel financieel als

- Oneerlijke concurrentie;

inhoudelijk) een risico van

- Wet Markt en Overheid.

gemiddeld € 200.000 per jaar.

400

We achten de kans gemiddeld (50%) dat het risico zich voordoet. 7. Wet Kwaliteitsborging (Wkb) Voor het bevoegd gezag betekent de verandering

Onderzoek doen naar

met betrekking tot het toetsen en toezicht op de

structurele financiële effecten bedraagt circa € 97.000 euro

bouwtechnische kwaliteit, dat kosten kunnen dalen van de Wkb op eventuele als gevolg van veranderende taken en in het

Het totaal financieel risico over de periode 2025 t/m 2026.

68

meerkosten te kunnen

Programmabegroting 2025-2028 - 70

Benodigde weerstandscapaciteit

Risico

Beheers-maatregelen

Maximale risico en kans

verlengde daarvan verminderde legesinkomsten.

compenseren op andere

We achten de kans 70% dat dit

De gevolgen verschillen per gemeente en hangen

terreinen. Het rapport met de

risico optreedt.

veelal samen met de huidige kostendekkendheid en onderbouwde ramingen (o.a. werkwijze. Voor de gemeente Maasdriel is

op grond van verwachte

uitgegaan van de aangeleverde gegevens vanuit

ureninzet of verwachte

de ODR, ten aanzien van de Wkb en de wegvallende kosten/baten van de taken en leges. Hierbij is op basis van een extern

stelselwijziging) gebruiken we

onderzoek vastgesteld dat we een nadelig

de komende jaren om

financieel risico lopen bij de intreding van de wet.

financieel gezien de vinger aan de pols te houden.

8. Datalek / informatiebeveiliging Als overheid lopen we een reëel risico dat we te

We maken gebruik van een

In een cyber calculatie hebben

maken krijgen met een (poging tot ) cyber hack en reeks beheersmaatregelen die we begroot dat een schade van in het verlengde daarvan dat data van ons

‘de kans op’ en de ‘impact van’ € 1,7 miljoen bij een maximale

gecompromitteerd raakt dan wel verloren gaat. Als moet reduceren.

impact te verwachten is. Door

je kijkt naar Risico = Kans x Impact dan hebben we ‘De kans op’ wordt aangepakt

onze vergevorderde

met onze Heatmap informatiebeveiliging ingezet

door de mogelijkheden van

maatregelen wordt de kans dat

op reductie van de kans dat het optreedt en als

een hacker om over internet

we met dit maximale bedrag

het optreedt dat dan de impact zo klein mogelijk is. een aanval uit te voeren zo

geconfronteerd worden zeer

Waardering van het risico dat een poging tot hack

klein mogelijk te maken. Daar klein. Echter kan bij een

plaatsvindt: Als gemeente zijn we uitgebreid online heeft al veel aan verbeteringen datalek/hack alsnog sprake aanwezig. Het risico dat we geconfronteerd worden plaats gevonden. De ‘impact

zijn van een impact die te

met een hack (poging) is dan ook substantieel en

van’ wordt ook door diverse

kwalificeren is als gemiddeld.

niet aflatend.

maatregelen aangepakt. Hier

Deze calculatie is exclusief

zijn stappen gemaakt maar

kosten die voort kunnen

daar zijn nog verdere

vloeien uit een bestuurlijke

verbeteringen door te voeren.

boete of schadeclaims van

Opgemerkt moet worden dat

betrokkenen in het kader van

we de afgelopen jaren

privacywetgeving of overige

significante verbetering

wetgeving. Als er bijvoorbeeld

170

hebben gerealiseerd. Hiermee sprake is van onvoldoende kunnen wij niet uitsluiten dat

passende

wij kwetsbaar zijn voor een

beveiligingsmaatregelen dan

hack maar wel dat we de

kan in de praktijk afhankelijk

impact en het herstel daarvan van de constateringen een veel beter kunnen managen en bestuurlijke boete van > de schade een stuk beperkter

€400.000 worden opgelegd.

kunnen houden.

De kans dat dit voorkomt in Nederland wordt door experts als zeer klein (10%) beschouwd.

Totaal

1.935

Beschikbare weerstandscapaciteit Rekening houdend met de vastgestelde nota reserves en voorzieningen is de beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Maasdriel als volgt opgebouwd: • Algemene reserve De algemene reserve wordt gebruikt voor het opvangen van risico’s in algemene zin. De algemene reserve is vrij aanwendbaar;

Programmabegroting 2025-2028 - 71

• Algemene reserve bouwgrondexploitatie De reserve bouwgrondexploitatie is een vrij aanwendbare bestemmingsreserve die tot de weerstandscapaciteit wordt geteld; • Begrotingsresultaat Het begrotingsresultaat is vrij aanwendbaar en wordt tot de weerstandscapaciteit geteld; • Onvoorzien De post onvoorzien is vrij aanwendbaar en wordt tot de weerstandscapaciteit geteld.

(Bedragen x € 1.000)

Stand per 31-12- 2024

Algemene reserve

10.497

Algemene reserve grondexploitatie

830

Resultaat (inclusief onvoorzien)

169

Beschikbare weerstandscapaciteit

11.497

Weerstandsvermogen Het is van belang te weten of sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Als het risicoprofiel bekend is, kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De berekeningswijze van de ratio weerstandsvermogen op basis van een gegeven zekerheidspercentage is als volgt: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit

(Bedragen x € 1.000) Beschikbare weerstandscapaciteit

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

11.497

11.694

Risico's

1.935

4.534

Minimaal benodigde weerstandscapaciteit conform ratio 1,65

3.193

7.481

Saldo vrije deel weerstandscapaciteit

8.304

4.213

Weerstandsvermogen

5,94

2,58

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risico-inventarisatie voortvloeit, zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen is groter dan 1,65. Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat gemeenten vijf financiële kengetallen opnemen in de begroting en jaarrekening. In een ministeriële regeling is een uniforme berekening van deze kengetallen voor alle gemeenten opgenomen. De invoering van de kengetallen is bedoeld om de gemeenteraad meer inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te bevorderen. De kengetallen worden geanalyseerd ten opzichte van de door de provincie Gelderland vastgestelde normenwaarden, waaraan een categorisering is gekoppeld. Meerjarenperspectief De jaarrekening 2023 en de meerjarenbegroting 2025-2028 leveren de volgende kengetallen op.

Programmabegroting 2025-2028 - 72

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

45,8%

51,8%

101,4%

98,2%

98,0%

97,2%

gecorigeerd

45,9%

52,1%

101,5%

98,3%

98,1%

97,3%

Solvabiliteit

36,1%

30,6%

25,5%

25,0%

25,0%

25,3%

Grondexploitatie

8,1%

9,2%

7,9%

5,8%

0,1%

0,0%

exploitatieruimte

-0,9%

0,2%

0,9%

-2,6%

-3,1%

-3,5%

Belastingcapaciteit

102,2%

112,8%

104,2%

104,2%

104,2%

104,2%

Maasdriel 2025

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote

101,4%

<90%

90-130%

>130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen

101,5%

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

25,5%

>50%

20-50%

<20%

Grondexploitatie

7,9%

<20%

20-35%

>35%

Structurele exploitatieruimte

0,9%

>0

0

<0

104,2%

<95%

95-105%

>105%

Kengetallen Netto-schuld quote Netto-schuld quote

Structurele

Financiële gemiddelde kengetallen

Belastingcapaciteit

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen (opbrengsten in de begroting). Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote wordt berekend inclusief en exclusief uitgezette leningen aan derden. Hierdoor wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding van het eigen vermogen ten opzichte van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserve) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. sructurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten en uit te drukken in een percentage. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grondexploitaties zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting en uitgedrukt in een percentage.

Programmabegroting 2025-2028 - 73

De gemeente Maasdriel heeft één grondexploitatie die doorloopt in de toekomstige jaren (Kerkdriel, Paddenstoelenbuurt). Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit is de verhouding tussen de woonlasten meerpersoonshuishouden het begrotingsjaar, ten opzichte van het landelijk gemiddelde in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. De woonlasten Maasdriel in 2025 worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde in 2024, uitgedrukt in een percentage. In de woonlasten worden de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing meegenomen.

Programmabegroting 2025-2028 - 74

Paragrafen Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen doen wij verslag over de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan wegen, straatverlichting, openbaar groen, speelvoorzieningen, water & riolering en gebouwen. Een groot vermogen is geïnvesteerd in de kapitaalgoederen in onze gemeente. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. De kapitaalgoederen zijn van groot belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van onze gemeente, onder meer op het gebied van de leefbaarheid, veiligheid, verkeer en vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Met het beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen is een grote inzet van onze middelen (personeel en financiën) gemoeid. Deze paragraaf geeft inzicht in de mate van onderhoud en de financiële lasten van de verschillende kapitaalgoederen. In het Jaarprogramma Openbare Ruimte (JOR) worden de middelen van de diverse disciplines bij elkaar gebracht, zodat voorbereiding en realisatie van projecten waar nodig integraal vorm krijgen. De marktsituatie in de gww- en bouwsector is momenteel ongunstig. De prijsstijgingen zijn fors en soms wordt er door een beperkt aantal aannemers of helemaal niet ingeschreven op werken.

Wij monitoren dit alles en passen onze werkwijzen hierop zoveel mogelijk aan. Wegen en Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP)

Areaal

Betreft

Aantal circa

Verharde rijbanen

1.271.144 m2

Fietspaden

101.124 m2

Voetpaden

289.737 m2

Parkeervak

148.837 m2

Overige verharding

119.839 m2

Beleidskader

Actueel beheerplan

Door de raad ingesteld in

Looptijd tot en met

Wegenbeleidsplan 2018-2021 (in 2024 door de raad verlengd t/m 2024)

2018

2024

Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan

2019

2030

Doelstelling Wij streven naar een doelmatige ontwikkeling en instandhouding van wegen, fietspaden en trottoirs, zodat een

Programmabegroting 2025-2028 - 75

veilige en comfortabele bereikbaarheid van woningen, bedrijven en voorzieningen wordt gegarandeerd, die bijdraagt aan een functionele leefomgeving. Vanaf 2025 beheren we het wegenareaal op basis van de keuzes die gemaakt worden over het gewenste beheerniveau en de daarbij behorende beheerkosten conform het nieuwe wegenbeleidsplan.

Financiële consequenties en vertaling in de begroting Wegen In het wegenbeheerplan zijn middelen opgenomen voor het dagelijks en planmatig wegonderhoud. De belangrijkste kostenposten zijn kosten voor groot onderhoud en de kapitaallasten die het gevolg zijn van investeringen. Levensduur verlengend onderhoud aan de wegen, reconstructies en bermverhardingen worden geactiveerd en afgeschreven over de levensduur. Deze kosten die voortvloeien uit de investeringen gaan als kapitaallasten mee in de exploitatie.

GVVP, uitvoering 2e fase Met de uitvoering van het GVVP en het daaraan gekoppelde uitvoeringsprogramma kunnen de wegen in Maasdriel toekomstgericht worden verbeterd volgens het landelijke programma Duurzaam Veilig Wegverkeer. In 2024 is een nieuw verkeerscirculatieplan opgesteld van de gemeente. Op basis hiervan zal het GVVP in 2025 geheel geactualiseerd worden.

Werkelijk 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Groot onderhoud

917

1.092

917

917

917

917

Overige exploitatielasten

495

470

470

470

470

470

1.412

1.562

1.387

1.387

1.387

1.387

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

(Bedragen x € 1.000)

Totaal lasten

Investeringen in 2025

Investeringen (Bedragen x € 1.000) Reconstructiebudget wegen 2025

1.873

-

-

-

Reconstructiebudget wegen 2026

-

1.873

-

-

Reconstructiebudget wegen 2027

-

-

1.873

-

Reconstructiebudget wegen 2028

-

-

-

1.873

1.873

1.873

1.873

1.873

Totaal investeringen

Kwaliteit en risico’s Op basis van inspecties worden de onderhoudsmaatregelen toegekend. De planning wordt integraal afgestemd met de disciplines riolering, verkeer en groen. Als gevolg van meldingen of eigen waarneming, voeren de medewerkers van de buitendienst aanvullend kleine herstelwerkzaamheden uit, zoals het herstraten van enkele tegels en het verhelpen van verzakkingen en wortelopdruk.

Programmabegroting 2025-2028 - 76

Straatverlichting

Areaal

Betreft

Aantal circa

Lichtmasten

4.792

Armaturen

4.827

Beleidskader

Actueel beheerplan

Door de raad ingesteld in

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Maasdriel 2016-2025

Looptijd tot en met

2016

2025

Het Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Maasdriel 2016-2025 is gebaseerd op de richtlijnen Openbare Verlichting 2011 (ROVL-2011).

Doelstelling Het doelmatig (werk met werk maken en wat is waar nodig), duurzaam (ledverlichting) en kwalitatief (normen) goed in stand houden van de openbare verlichting voor een veilige (sociale veiligheid en verkeersveiligheid) en comfortabele bereikbaarheid van woningen, bedrijven en voorzieningen.

Financiële consequenties en vertaling in de begroting Uit het Beleidsplan openbare verlichting volgt het onderhoudsbudget en de jaarlijkse investeringen voor vervanging van masten en armaturen. De investeringen in de openbare verlichting worden ingezet om de nodige achterstallige masten en armaturen te vervangen en op energiekosten te besparen door in de komende jaren ledverlichting toe te passen. Hiermee is in 2025 alle conventionele verlichting vervangen door duurzame ledverlichting. De investeringen leiden tot kapitaallasten. Werkelijk 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Onderhoud

144

118

106

106

106

106

Energieverbruik

330

198

89

89

89

89

Totaal lasten

474

316

195

195

195

195

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

(Bedragen x € 1.000)

Investeringen (Bedragen x € 1.000) Straatverlichting armaturen 2025

289

-

-

-

Straatverlichting armaturen 2026

-

289

-

-

Straatverlichting armaturen 2027

-

-

289

-

Straatverlichting armaturen 2028

-

-

-

289

Straatverlichting masten 2025

138

-

-

-

Straatverlichting masten 2026

-

138

-

-

Straatverlichting masten 2027

-

-

138

-

Straatverlichting masten 2028

-

-

-

138

427

427

427

427

Totaal investeringen

Programmabegroting 2025-2028 - 77

Kapitaallasten investeringen verkeer en vervoer

Werkelijk 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Aanleg, reconstructie en onderhoud van verharde openbare ruimte; verkeersmaatregelen;

654

804

1.721

1.808

1.896

1.982

openbare verlichting; gladheidsbestrijding

Kwaliteit en risico’s Gestreefd wordt naar doelmatige, duurzame en kwalitatief goede verlichting. Lichtpunten daar waar niet noodzakelijk vervallen en lichthinder in het buitengebied wordt tegengaan. Bij vervanging wordt ledverlichting met een witte lichtkleur toegepast. Waar mogelijk en gewenst wordt de verlichting in de nachtelijke uren gedimd tot 70% van het oorspronkelijke lichtniveau. Zo wordt op energieverbruik bespaard en CO2-uitstoot gereduceerd. Vervangingen worden gecombineerd met andere werkzaamheden. Zo wordt efficiënt omgegaan met de budgetten en wordt de hinder voor omwonenden geminimaliseerd. Groen

Areaal

Betreft

Aantal

Gras- en kruidachtigen (gazon)

306.000 m2

Ruw gras (bermen)

757.000 m2

Hagen

22.000 m1

Bodembedekkende heesters

123.000 m2

Vaste planten

4.600 m2

Bosplantsoen

73.000 m2

Loofbos

61.638 m2

Asfalt

870.580 m2

Elementenverharding

1.010.208 m2

Afvalbakken

301 stuks

Hondenpoepbakken/hondentoiletten

78 stuks

Boombeheer (bomen)

16.000 stuks

Beleidskader

Actueel beheerplan Deelvisie Groen en Bomen

Door de raad ingesteld in

Looptijd tot en met

2019

nvt

Doelstelling De doelstelling die is opgenomen in de Deelvisie Groen & Bomen bestaat uit vier hoofdthema’s: Goede groenstructuur; Sterke lokale identiteit; Duurzaamheid; Duidelijke kaders en normen.

Programmabegroting 2025-2028 - 78

Financiële consequenties en vertaling in de begroting Werkelijk 2023

Begroting 2024

Openbaar groen

1.002

1.017

817

Bomen/beplanting

357

307

205

Landschapsbeheer

23

49

23

1.382

1.373

1.045

(Bedragen x € 1.000)

Totaal

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

817

817

817

205

205

205

23

23

23

1.045

1.045

1.045

Kwaliteit en risico’s Beheer: De deelvisie wordt uitgewerkt in een beleidsplan Natuur, biodiversiteit en groen, dat in 2025 aangeboden wordt aan uw raad. De doelstellingen uit de deelvisie worden vertaald in praktische richtlijnen en werkwijzen. Uitvoering: Het openbaar groen wordt in alle kernen op niveau B onderhouden. Die ambitie is vertaald in het ontzorgingscontract voor groenonderhoud, het vegen van wegen, onkruidbeheersing op verhardingen en het legen van de prullenbakken. De bomen worden op een programmatische aanpak beheerd (Stategisch Boombeheer), om efficiënt en effectief het bomenbestand te kunnen beheren binnen de kaders van de beschikbare tijd, geld en middelen. Incidentele servicewerkzaamheden naar aanleiding van klachten en meldingen in de openbare ruimte worden door de buitendienst of aannemer uitgevoerd. Speelvoorzieningen

Areaal

Betreft

Aantal

Speeltoestellen

367

Speeltuinen

60

Beleidskader

Actueel beheerplan Kwaliteitseis voor spelen in de openbare ruimte 2021-2028

Door de raad ingesteld in 2021

Looptijd tot en met 2028

Speelvoorzieningen In de Kwaliteitseis voor spelen in de openbare ruimte staat beschreven welke kwaliteit de gemeente de komende jaren biedt voor spelen in de openbare ruimte. Hierbij gaat het onder andere over het beheer, onderhoud en vervanging. Het doel is het bieden van een veilig, gevarieerd, uitdagend en aantrekkelijk speelaanbod voor de kinderen in de gemeente Maasdriel. Sportvelden Binnen de gemeente zijn acht voetbalclubs actief. In het kader van het project 'kwaliteitszorg grassportvelden'

Programmabegroting 2025-2028 - 79

worden de sportvelden iedere drie jaar beoordeeld. Daarbij wordt - op basis van de huidige bespelingintensiteit gekeken wanneer welk veld aan onderhoud of renovatie toe is. In 2024 zijn we gestart met het opstellen van een beheerplan sportvelden, waaruit blijkt wat de kosten van regulier onderhoud en de renovatiekosten zijn van alle (natuur- en kunstgras) velden. Ook brengen we daarmee in beeld wanneer welk veld vervangen moet worden.

Doelstelling Speelvoorzieningen Het aanbieden van gevarieerde en veilige speelvoorzieningen, met als doel dat kinderen en jeugd zich sociaal en fysiek kunnen ontwikkelen en ontspannen. Sportvelden Sport, spel en bewegen vervullen een belangrijke rol in de totale keten van gezondheid en zorg en dragen bij aan de vitaliteit en leefbaarheid binnen de kernen. Samenwerking tussen verenigingen wordt sterk gestimuleerd.

Financiële consequenties en vertaling in de begroting Werkelijk 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

58

66

66

66

66

66

140

105

90

90

90

90

-23

-

-

-

-

-

Kapitaallasten

158

163

378

374

369

364

Totaal

333

334

534

530

525

520

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

61

61

61

61

(Bedragen x € 1.000) Speeltuinen Exploitatielasten Sportvelden Exploitatielasten Specifieke uitkering Rijksoverheid

Investeringen (Bedragen x € 1.000) Speelruimteplan

Kwaliteit en risico’s Speeltuinen Het beschikbare budget voor speelvoorzieningen wordt ingezet voor regulier onderhoud en voor vervanging speeltoestellen en valondergronden. Regulier onderhoud omvat onder andere wettelijk verplichte veiligheidsinspecties en het onderhoud als gevolg van vandalisme of slijtage. Ook is er ruimte voor suggesties voor nieuwe toestellen door de inwoners van Maasdriel. Sportvelden Het budget voor beheer van de sportvelden is voor dagelijks beheer en groot onderhoud. Op de sportaccommodaties van v.v. D.S.C. te Kerkdriel, v.v. Hedel en Jan van Arckel te Ammerzoden (SESAM) wordt het dagelijks beheer en grootonderhoud vanaf 2017 door de verenigingen uitgevoerd. Bij voetbalvereniging D.S.C.

Programmabegroting 2025-2028 - 80

in Kerkdriel is in 2024 de toplaag van de beide kunstgrasvelden vervangen om te kunnen blijven voldoen aan de gebruikersnorm van NOC*NCF-KNVB. Water en riolering

Areaal

Betreft

Aantal

Vuilwater Vrij verval riolering

117 km

Drukriolering

71 km

Persleiding

13 km

Gemalen

64 stuks

Installaties

471 stuks

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14593969/1