Onderzoekrapportage Stortplaats Avri
Tekst van het document
NAASDRIEL Raadsbesluit De raad van de gemeente Maasdriel,
overuegende dat de raad op 5 november 2020 een motie aannam waarin hij uitsprak een onderzoek te willen naar de feiten, omstandigheden en communicatie naar de raden rondom de overdracht van de Avri-stortplaats naar de provincie Gelderland; ovenruegende dat de raad op 10 december 2020 besloot over de kaders voor dit ondezoek; ovenaregende dat Necker van Naem de opdracht heeft gekregen dit onderzoek te gaan verrichten
onder begeleiding van een tijdelijke begeleidingscommissie bestaande uit vertegenwoordigers van de raden van de in Avri deelnemende gemeenten
besluit:
1' kennis te nemen van het onderzoeksrapport 'storten en tekorten. Gezamenlijk raadsonderzoek naar de stortplaats Avri;
2. in te stemmen met de conclusies: '1. De opvolging van het signaal over mogelijke rekenrenteverlaging en contact met de provincie bleef te lang en te veel een ambtelijke kwestie.
2. Het beeld van Avri en de provincie bij de uitgangspunten van het overlegtraject over de 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
rekenrenteverlaging verschilde. De bestuurlijke afstand tussen Avri en de provincie was groot. Avri is te weinig politiek-bestuurlijk sensitief geweest bij het inschatten van de gevolgen van het advies om de rekenrente te verlagen en het contact met de provincie. De gemeenteraden en het AB zijn stap voor stap geïnformeerd over ontwikkelingen rondom de verlaging van de rekenrente via P&C-documenten en platformbijeenkomsten, maar ook hierin heeft Avri te weinig politiek-bestuurlijke sensitiviteit laten zien. Het informeren van gemeenteraden na het besluit van GS om PS voor te stellen de rekenrente te verlagen, had in belangrijke mate tot doel hen te mobiliseren tot protest tegen de provincie. Dit heeft deels averechtse gevolgen gehad. Dé Avri bestaat niet. Gemeenten nemen verschillende diensten af en betrokkenheid van raden is verschillend georganiseerd. Dit bemoeilijkt het gezamenlijk en eensgezind tegemoet treden van Avri. Gemeenten geven beperkt invulling aan hun eigenaarschap van Avri. Meer aandacht voor die rol had kunnen bijdragen aan het tijdig signaleren van de urgentie van - toen nog mogelijke rekenrenteverlaging. De lijnen van informatievoorziening en sturing tussen gemeenteraden, colleges en Avri zijn niet eenduidig en lopen in de praktijk door elkaar. De rol van het AB is beperkt, in tegenstelling tot wat op basis van de GR Avri verwacht mag worden.
Gemeenteraden, colleges en ambtelijke organisaties van gemeenten zijn onvoldoende toegerust om adequaat tegenspel te bieden aan Avri.
L
NAASDRIEL
trnolrttlnr nldtool$d : Ondomrorp: Ondorzoeksrapport Avr¡€tortplaat¡
l(or¡r Yul h¡t voolürl: De acht Avrþgcmocntcn hebbon saman cen ondcrzook latcn verrlchtcn naar do foltcn, omstandlgheden on comrnunicatio rondom de ovordraeht van de stoftplaaB naar de provlncie Geldorland. Het onderzoeksrapport is nu bo¡ohikbaar. De radon wordon voorgestold hicr kennic van te ncmen en zich u¡t tc spreken over de
conclu¡les cn aanbevellngon
Pag,lna LvanT
NAASDRIET Raadsvoorstel Onderwcrp
: Ondcrzooksrapport overdracht Avri+tortplaats
Raadsvcr¡adcring d.d.
: 14 oktober 2021
Portefeulllehoudcr
: Burgcmeester Van Kooten
lnlichtingcn bij
: Griffie Maasdriel, Hermie van Ommeren
Voonûd
L. kennis te nemen van het onderzoeksrapport 'Storten en tekorten. Gczamenlijk raadsonderzoek naar de stortplaats Avri';
2. in te stemmon met de conclusies: L. De opvolglng van het signaal over mogelijke rekenrenteverlaglng en contact met de provincie bleef te lang en te veel een ambteliJke kwestie.
2. Het beeld van Avri en de provincie bij de uitgangspunten van het overleg[raject over de rekenrentevcrlaglng verschilde. De bestuurlijke afstand tussen Avri en de provincie was groot.
3. Avri is te weln¡g politiek-bestuurlijk sensitief geweest bij het inschatten van de tevolgen van het advies om de rekenrente te verlagen en het contact met de provincie.
4. De gemeenteraden en het AB zijn stap voor stap geinformeerd over ontwikkelingen rondom de 5.
verlaging van de rekenrente via P&Cdocumenten en platformbijeenkomsten, maar ook hierin heeft Avri te weinig politiek-bestuurlijke sensitiviteit laten zien. Het informeren van gemeentefaden na het besluit van GS om PS voor te stellen de rekenrente te verlagen, had in belangrüke mate tot doel hen te mobiliseren tot protest tegen de provincie. Dit heeft deels averechtse gevolgen E¡ehad.
6. Dé Avri bestaat niet. Gemeenten nemen verschillende diensten af en betrokkenheid van raden is verschillend georganiseerd. Dit bemoeilijkt het gezamenlijk en eensgezind tegemoet treden van Avri.
7. Gemeenten geven beperkt invulling aan hun eigenaarschap van Avri. Meer aandacht voor die rol had
3.
kunnen bijdragen aan het tijdig signaleren van de urgentie van - toen nog - mogelijke rekenrenteverlaging. 8. De lijnen van informatievoorziening en stur¡ng tussen gemeenteraden, colleges en Avri zijn niet eenduidig en lopen in de praktijk door elkaar. De rol van het AB is beperkt, in tegenstell¡ng tot wat op basis van de GR Avri ven'vacht mag worden. 9. Gemeenteraden, colleges en ambtelijke organisaties van gemeenten zijn onvoldoende toegerust om adequaat tegenspel te bieden aan Avri. de aanbevelingen (lessen) over te nemen: L. Besef dat hoe technisch een ondenverp ook is, er altijd een politieke component bestaat die ineens urgent kan worden. Bestuutlijke betrokkenheid, of een systeem om indien nodig snel te kunnen opschakelen, is dan ook essentieel. 2. Aandacht vanuit de gemeenten voor de eigenaarsrol verdient versterking. Dat betekent onder meer een zichtbare en duidelijke rolvoor colleges (¡n ABIDB) en ambtelijk tegenspel vanuit gemeenten zelf.
3. Het goed betrekken en positioneren van gemeenteraden gaat niet vanzelf, maar vergt een stevige investering. Hielin hebben zowel Avri en colleges, als de gemeenteraden zelf een rol.
PaÉlna 2uan 7
TAASDRIET
4. Dat oon gocde ontsluiting van informatie belangrijk is in sturing op en verantwoording door een gemeenschappelijke regel¡ng spreekt voor zich. De asynchrone betrokkenheid van de verschillende spelers binncn de gemeenschappelüke regeling onderstreept het belang van dit punt echter extra.
lnlddln¡: De acht in Avri doclnomende gemeenten spraken ln het laatste kwartaal van 2020 per motie de wens uit voor
een onderzoek naar de gang van zaken rondom (het ontstaan van) een flnancieel tekort biJ de $emocnschappclijko rcgel¡ng Avri, samcnhangende met de overdracht van de stortp¡aats naar de provincie Geldcrfand, alsmcde de communicatie daarover naat de raden Begin 2021 namen de acht raden het besluit om dit onderzoek te laten verrichten door een extern bureau. DaarbiJ werd ook een kader voor de onderzoeksopdracht vastgesteld. Voor de begeleiding van het onderzoek uit de raden werd een tijdeliJke begeleidingscommissie ingesteld, waarin ult elke raad één raadslld werd
afgevaardisd. Het onderzoeksproces is inmiddels afgerond. Bijgevoogd vindt u het onderzoeksrapport 'storten en tekorten. Gezamenlijk raadsonderzoek naar de stortplaats Avri' (bijlage 1). De onderzoekers van Necker van Naem hebben op 13 septembe¡ 2O27- hun bevindingen toegel¡cht. Het rapport kan nu in de raden worden besproken.
Booo¡d ofñct: De raad kan zich u¡tspreken over de conclusies en aanbevelingen
Ar¡pmonton:
7.7 Het onderzoek is binnen de door de raden yastEesterde kaderc verrìcht De vragen van de taden gingen over twee sporen: 'waarheidsvinding' en 'communicatie'.
Bij het spoor 'waarheidsvinding' gaat het om de volgende onderzoeksvragen, zowel vanuit het perspectief van de Avri, als het pelspectief van de provincie Gelderland: Wanneer werd voor het eerst duidelijk dat er aanleiding was voor bijstelling van de rente van het nazorgifonds? Wat is met deze informatie gedaan? Wanneer bereikte deze informat¡e het algemeen bestuur van de Avri? Wanneer en op welke wijze is de discussie over de rente van het nazorglfonds vervolgens inhoudelijk $evoerd tussen de Avri en de provincie Gelderland (zowel ambtelijk als bestuurlijk)? Wanneer en op welke wijze zijn de financiële consequenties van de voorgenomen besluiten van de provincie voor de Avri en deelnemende gemeenten (colleges en raden) duidelijk geworden?
1'.
2. 3. 4. 5.
Bij het spoor'communicatie' gaat het om de volgende onderzoeksvragen: Wanneer en hoe zijn de gemeenteraden ingel¡cht over de consequenties van de (voorgenomen) provinciale besluitvorming voor de gemeentelijke financiën? ln hoeverre is dit regionaal Sebeurd en in hoeverre hebben afzonderlijke colleSes dit gedaan? Wanneer hadden de gemeenteraden hierover ¡ngelicht kunnen c.q. moeten worden? Op welke wijze zijn de gemeenteraden c.q. de gemeenteraadsleden hierover ¡ngel¡cht? 10. Hoe is de communicatie naar de gemeenteraden te duiden in het licht van de act¡eve informatieplicht van de colleges?
6.
7. 8. 9.
Pagina 3 van 7
Voor de bevindingen wordt verwozen naar het bijgevoegde rapport.
TAASDRIEL
7.2 De befclcldlngscomml3sie ls van aordeel dat hct onderzoel<sproces ls afgerond De tijdelijke bcgeleidingscommissie kreeg van de raden onder meer als taak mee om te beoordelen of het onderzook voldoet aan de uitgangspunten zoals de raden dic vaststelden. De commissie is hier positief over.
2.7 Dc andenoekers komen tot ncgcn conclusies; 1. De opvolging van hct si¡naal over mogelüke rekenrcnteverlag¡ng en contact met de provincie bleef te lang on te vccl oon ambtclfko kwestlc.
2. Hct beeld van Avri en de provlncie bij de u¡tgang$punten van het overlegtraject over de rckonrenteverlaging vcrschilde. De bestuurlfike afctand tussen Avri en de provlncie was Elroot.
3. Avri ls te weinig polltlek-bestuurlilk sensitlef geweest bij het inschatten van de gevolgen van het advies om de rekcnrente te verlagen en het contact met de provincie.
4. De Semeenteraden en hot AB zijn stap voor stap geïnformeerd over ontwikkelingen rondom de verlaging 5. 6. 7.
van de rekenrente via P&Gdocumenten en platformbijeenkomsten, maar ook hierln heeft Avri te weinig polltiek-bestuurliJke sensitlvlteit laten zien. Het informeren van gemeenteraden na het beslult van GS om PS voor te stellen de rekenrente te vcrlagen, had in belangruke mate tot doel hen te mobiliseren tot protest tegen de provincie. Dlt heeft deels averechtse gevolgen gehad. Dé Avri bestaat niet. Gemeenten nemen verschillende diensten af en betrokkenheid van raden is verschillend georganiseerd. Dit bemoeilijkt het gezamenlijk en eensgezind tegemoet treden van Avri. Gemeenten gleven beperkt ¡nvull¡ng aan hun eigenaarschap van Avri. Meer aandacht voor die rol had kunnen bijdragen aan het tijdig sisnaleren van de urgentie van - toen nog - mogelijke
rekenrenteverlaging.
8. De lijnen van informatievoorziening en sturing tussen gemeenteraden, colleges en Avri zijn niet 9.
eenduidig en lopen in de praktijk door elkaar. De rol van het AB is beperkt, in tegenstell¡ng tot wat op basis van de GR Avri ven'vacht mag worden. Gemeentcraden, colletes en ambtelijke organisaties van gemeenten zijn onvoldoende toegerust om adequaat tegenspel te bieden aan Avri.
3.7 De onderzoekers komen tot vier aanbevelin(en ltessen); L. Besef dat hoe technisch een onderwerp ook is, er altijd een politieke component bestaat die ineens urgent kan worden. Bestuurlijke betrokkenheid, of een systeem om indien nodig snel te kunnen opschakelen, is dan ook essentieel. 2. Besef dat hoe technisch een onderwerp ook is, er altijd een polit¡eke component bestaat die ineens urgent kan worden. Bestuurlijke betrokkenheid, of een systeem om indien nodis snel te kunnen opschakelen, is dan ook essentieel. 3. Het goed betrekken en positioneren van gemeenteraden gaat niet vanzelf, maar vergt een stevige investering. Hierin hebben zowel Avri en colleges, als de gemeenteraden zelf een rol. 4. Dat een goede ontsluiting van informat¡e belangrflk is in sturing op en verantwoording door een gemeenschappelijke regel¡ng spreekt voor zich. De asynchrone betrokkenheid van de verschillende spelers binnen de gemeenschappelijke regel¡ng onderstreept het belang van dit punt echter extra.
Kanttckcnln¡tn: Niet van toepassing. Flnanclãn: De voorgestelde beslispunten hebben geen financiële consequenties.
PaE¡na 4 van 7
Communleth
MAASDRIEL
Het ondorzookorapport wordt bosprokcn in de radon van de acht gemeenten.
lbr.voflfhgprn! De uitkomst van do bc¡l¡¡itvorminÍlvan do raden van de acht Semccnton zal worden gepubliceerd op de wcbsito www.zienswiizenrivieren land.n l.
lUllür:
1. 2.
Rapport 'Storton cn tekorton. Gczamcnlfik raad¡onderzoek naar dc atortplaats Avrl' Aanbiodlngsbr¡cf bogolcidlngsgrocponderzock
Pagina 5 van 7
3. de aanbevelingen (lessen) over te nemen: 1. Besef dat hoe technisch een onderwerp ook is, er altijd een politieke component bestaat 2. 3.
die ineens urgent kan worden. Bestuurlijke betrokkenheid, of een systeem om indien nodig snelte kunnen opschakelen, is dan ook essentieel. Aandacht vanuit de gemeenten voor de eigenaarsrol verdient versterking. Dat betekent onder meer een zichtbare en duidelijke rol voor colleges (in AB/DB) en ambtelijk tegenspel vanuit gemeenten zelf. Het goed betrekken en positioneren van gemeenteraden gaat niet vanzelf, maar vergt een stevige investering. Hierin hebben zowel Avri en colleges, als de gemeenteraden zelf een rol.
4. Dat een goede ontsluiting van informatie belangrijk is in sturing op en verantwoording door een gemeenschappelijke regeling spreekt voor zich. De asynchrone betrokkenheid van de verschillende spelers binnen de gemeenschappelijke regeling onderstreept het belang van dit punt echter extra.
Aldus vastgesteld door de raad van Maasdriel in zijn vergadering van 14 oktober 2021 De gemeenteraad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
r
mw. drs. H.P. van Ommeren
-._-rFt-
H. van Kooten
2