Brief aan de raad over evaluatie en doorontwikkeling omgevingsvisie
Tekst van het document
Aan: de gemeenteraad
Onderwerp
: Evaluatie en doorontwikkeling Omgevingsvisie
Datum
: 12 november 2024
Zaaknummer
: 1095035
Geachte raadsleden, In 2022 heeft u de Omgevingsvisie Bommelerwaard vastgesteld, waarbij de nadruk lag op het integreren van bestaand beleid. Doorontwikkeling en actualisatie van de visie in de jaren na vaststelling was daarbij het uitgangspunt. U verzocht ons om de visie in de periode 20232024 te evalueren. Naar aanleiding van deze opdracht evalueerden wij: 1. het proces van totstandkoming van de visie; 2. de inhoud en vorm van de omgevingsvisie; 3. de mate waarin het beleid wordt uitgevoerd als gepland. Met deze brief willen we de belangrijkste conclusies met u delen die voor u relevant zijn, maar ook vooral vooruitkijken naar hoe wij de aanbevelingen uit de evaluatie verwerken in het proces van actualisatie van de omgevingsvisie. Samenvatting van de evaluatie voor uw raad Uit de evaluatie kwamen de volgende hoofdpunten naar voren: 1. Proces van totstandkoming van de visie: Het opstellen van de Omgevingsvisie Bommelerwaard heeft laten zien dat er voordelen waren op het gebied van (ambtelijke) kennisdeling tussen Maasdriel en Zaltbommel. Tegelijkertijd bleek dat één gezamenlijke visie voor beide gemeenten, ondanks de gedeelde gebiedskenmerken, niet altijd tot schaalvoordelen leidde en bestuurlijke afstemming complex maakte. Ook is de samenwerking aan opgaven/ambities niet geïntensiveerd door samen één visie uit te werken.
De aanbeveling is dan ook om de actualisatie van de visie los van Zaltbommel te realiseren, maar wel in afstemming met (alle relevante) buurgemeenten bij gedeelde opgaven en ambities. 2. Proces van totstandkoming van de visie: Uit de evaluatie bleek dat inwonerparticipatie op een strategisch en hoog abstractieniveau en kijkend naar de (verre) toekomst lastig is. De aanbeveling is om bij de actualisaties van de omgevingsvisie minder uitgebreide participatie in te richten, maar participatie vooral te richten op meer tactisch-operationele beleidskeuzes. Denk daarbij aan omgevingsprogramma’s, waar inwoners meer directe invloed kunnen uitoefenen op concrete maatregelen. Dit zorgt ervoor dat de betrokkenheid van inwoners groter is, omdat het beter aansluit op hun belevingswereld. 3. Inhoud en vorm van de visie: Hoewel de huidige visie een goede basis biedt, kwamen er thema's naar voren die onvoldoende of niet zijn behandeld, zoals verkeer/mobiliteit, bodem en beheer en inrichting van de openbare ruimte. Daarnaast bleek dat de visie teveel operationeel beleid bevatte, wat niet aansluit bij de wettelijke eisen dat een omgevingsvisie vooral kaderstellend moet zijn op hoofdlijnen. De aanbeveling is dan ook om de visie aan te vullen en te actualiseren
door de hoofdlijnen duidelijker te formuleren en aan te vullen met ontbrekende thema’s, en verdere uitwerking daarvan in aparte omgevingsprogramma’s onder te brengen. 4. Uitvoering van het beleid: Hoewel sommige delen van het beleid wel zijn uitgevoerd, toont de evaluatie aan dat de (planning van de) uitvoering over het algemeen beter kan. Het bleek dat sommige actiepunten in de visie meer beleidsuitspraken zijn dan concrete maatregelen. En voor de uitvoering van sommige maatregelen was sprake van een tekort aan middelen, capaciteit en een duidelijke verantwoordelijke waarbij het eigenaarschap was belegd (zowel ambtelijk als bestuurlijk). De aanbeveling is dan ook om beleidsuitspraken (hoofdlijnen) een plek te geven in de omgevingsvisie, terwijl concrete acties worden opgenomen in specifieke omgevingsprogramma’s van het college. Het is vervolgens essentieel om de overgang van beleidscyclus naar uitvoeringscyclus beter te organiseren, zodat er capaciteit en middelen ingezet worden om de maatregelen daadwerkelijk te kunnen plannen en uitvoeren. 5. Uitvoering van het beleid: Uit de evaluatie bleek dat de huidige visie lastig te gebruiken en te lezen is voor zowel initiatiefnemers als ambtenaren, wat de uitvoering en toetsing van initiatieven bemoeilijkte. Ook bleken beleidsuitspraken uit de visie onvoldoende richtinggevend/kaderstellend om er conclusies uit te trekken.
De aanbeveling is om de visie 2.0 beter te laten aansluiten bij de behoeften van de hoofdgebruikers en om richtinggevender/kaderstellender te zijn om initiatiefnemers en de uitvoering beter op weg te helpen. Blik op de toekomst – Omgevingsvisie Maasdriel (visie 2.0) In het proces van actualisatie van de omgevingsvisie verwerken wij de belangrijkste aanbevelingen uit de evaluatie. Met als eindresultaat dat de Omgevingsvisie 2.0 een sterker beleidsinstrument wordt dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Hieronder lichten we de belangrijkste punten voor uw raad toe. 1
Voldoen aan wettelijke verplichtingen: De evaluatie maakte duidelijk dat de huidige omgevingsvisie nog niet volledig voldoet aan de eisen van de Omgevingswet, zowel qua inhoud als vorm. In de actualisatie zorgen we ervoor dat de nieuwe visie aan alle wettelijke vereisten voldoet, waaronder de strategische focus op hoofdlijnen en het verplichte gebruik van de nieuwe digitale standaard (TPOD). Bovendien wordt een milieueffectrapportage (MER) uitgevoerd, zoals wettelijk vereist.
2
Meer richting en kaderstelling: Uit de evaluatie bleek dat de huidige visie onvoldoende richting geeft op strategisch niveau en soms operationeel beleid bevat dat niet thuishoort in een omgevingsvisie. De evaluatie benadrukte ook het belang van een expliciete sturingsfilosofie om duidelijk te maken welke rol de gemeente speelt bij verschillende beleidsdoelen. Denk daarbij aan regisseren, faciliteren, stimuleren, reguleren, realiseren of loslaten. De nieuwe visie zal zich daarom meer richten op het geven van duidelijke kaders op hoofdlijnen, wat helpt bij de uitvoering van ambities en het beoordelen van initiatieven. Per beleidsdoelstelling (hoe willen we een doel bereiken) werken we ook een sturingsfilosofie concreet uit, waarbij wordt aangegeven welke rol de gemeente inneemt. Verdere uitwerking van de hoofdlijnen en maatregelen worden ondergebracht in aparte omgevingsprogramma’s van het college.
2
3
Integratie van ontbrekende thema’s: De evaluatie wees op belangrijke thema's die onvoldoende aan bod kwamen in de huidige visie, zoals openbare ruimte (beheer en inrichting), verkeer/mobiliteit en bodem. Deze thema's worden nu verwerkt in de Omgevingsvisie 2.0, waardoor de visie beter aansluit op de inhoudelijke eisen van de wet.
4
Intrekken en integreren van beleidsdocumenten in omgevingsvisie (raad) en/of omgevingsprogramma’s (college): In aanvulling op het vorige punt wees de evaluatie ook op de versnippering van beleidsstukken in het fysieke domein, waarbij meer dan 100 beleidsnota’s naast elkaar bestaan. Veel van deze documenten zullen worden ingetrokken, waarbij alleen hoofdlijnen in de omgevingsvisie landen en operationele uitwerkingen plaatsvinden in specifieke omgevingsprogramma's van het college. Dit draagt niet alleen bij aan overzichtelijkheid voor ons allen (behapbaar maken van ons beleidshuis). Het versterkt ook de bestuurlijke slagkracht omdat we stapeling van beleidsambities voorkomen en tegenstrijdigheden en koppelkansen van beleidskeuzes inzichtelijk maken. Ook brengen we hiermee een rolverdeling aan bij beleidsontwikkeling- en uitvoering die passend is bij onze Maasdrielse manieren. In de omgevingsvisie krijgt uw raad de verantwoordelijkheid om richtinggevende en kaderstellende keuzes te maken over de hoofdlijnen, terwijl het college verantwoordelijk is voor de verdere uitwerking, implementatie en uitvoering via omgevingsprogramma’s. Het college en de ambtelijke top kan de uitvoering hierdoor beter plannen (capaciteit en middelen). En uw raad kan hierdoor efficiënter controleren op de uitvoering door het college.
Uiteraard behoudt uw raad hierbij ook uw instrumentarium uit de Gemeentewet waarmee u invloed kan uitoefenen op de uitvoering (budgetrecht, stellen van vragen, moties/amendementen etc.).
5
Heldere en leesbare structuur: Eén van de aanbevelingen uit de evaluatie is om de visie toegankelijker en leesbaarder te maken voor verschillende doelgroepen, zoals uw raad, initiatiefnemers en de ambtelijke organisatie (behandelaren van initiatieven). We willen de nieuwe visie beknopter, to-the-point en zonder overbodige details schrijven. Dat maakt het document overzichtelijker en gemakkelijker te gebruiken in de praktijk. Analyses, details en onderbouwingen voor beleidskeuzes nemen we op in de bijlage(n) als achtergrondinformatie bij het beleid.
Afsluiting Het is waardevol dat we als lerende organisatie de tijd hebben genomen om de omgevingsvisie te evalueren en lessen te trekken van het werken met de omgevingsvisie 1.0. Het college kijkt ernaar uit om, met de input van uw raad aan de slag te gaan met het traject van actualisatie. We zijn ervan overtuigd dat met de voorgenomen verbeteringen ons beleidshuis behapbaarder wordt voor ons allen én de realisatiekracht van het beleid aanzienlijk toeneemt. Met een verbeterde omgevingsvisie 2.0 kunnen we effectief inspelen op de aanpak van opgaven/ambities en tegelijkertijd zorgen voor een efficiëntere uitvoering. Met als centraal doel het gezamenlijk werken aan een prettige leefomgeving voor Maasdriel.
3
Het college van Maasdriel,
de secretaris,
de burgemeester
S.M.A. de Croon
A.A.M.J. Walraven
4