CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting Bodemonderzoek

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023 Wellseindsestraat 522.708 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

RAPPORT:

Diverse (bodem)onderzoeken

Wellseindsestraat 5 te Well

PROJECTNUMMER: B22.8612 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well

PROJECTNUMMER: B22.8612 Versie: 01

OPDRACHTGEVER: Van Ooijen Bouwadvies

DATUM: 11 juli 2022

Auteur:

Autorisatie:

Ing. M. Hennekes Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B22.8612/R8612-01/MH

De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2

SAMENVATTING Van Ooijen Bouwadvies heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse (bodem)onderzoeken voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Wellseindsestraat 5 te Well. De aanleiding voor uitvoering van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen onroerend goed transactie, herontwikkeling (nieuwbouw van een woning) en bestemmingsplanwijziging van de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], NEN 5740/A1:2016 [2], de NEN 5707:2015/C2:2017 [3] en de NEN 5897/C2:2017 [4]. De onderzoeken hebben tot doel inzicht te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem / puinverharding (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie teneinde te bepalen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie, herontwikkeling (nieuwbouw) en bestemmingsplanwijziging. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.

Conclusies vooronderzoek en vervolgtraject Op basis van de beschikbare informatie blijkt het volgende:  Uit informatie van het digitale bodematlas van ODR en vanuit omgevingsrapportage van de provincie Gelderland blijkt dat van de onderzoekslocatie geen gegevens bekend zijn van de bodemkwaliteit;  Op de locatie zijn voor zover bekend geen boven- en/of ondergrondse opslagtanks aanwezig (geweest);  Uit www.topotijdreis.nl blijkt dat de locatie reeds lange tijd bebouwd is. Tevens is sprake van voormalige bebouwing in het verleden;  Daarnaast is het perceel en directe omgeving in het verleden in gebruik geweest als boomgaard;  Verder is zover als bekend een recent gedempte sloot aanwezig;  De locatie is verdacht op het voorkomen van asbest in verband met de (voormalige) bebouwing en verhardingen, waardoor puinbijmengingen / puinverharding worden verwacht en een regulier onderzoek naar asbest noodzakelijk is. Op de locatie lijkt vooralsnog geen sprake van asbestverdachte bebouwing die geen goede afwatering geeft, waardoor er geen druppelzones aan de orde zijn die extra moeten worden onderzocht op asbest(vezels);  Tijdens het locatiebezoek, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, is gebleken dat de locatie deels verhard is met grind en puin. De bebouwing van nummer 5 is nog aanwezig. Aan de noordzijde van nummer 5 is een deels ingegraven asbestplaat aangetroffen.

Daarnaast zijn asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen op het maaiveld ter plaatse van het voormalige schuurtje. De sloot aan de zuidzijde van de locatie, ter plaatse van het toekomstige bouwvlak, is reeds gedempt;  Aangezien tijdens voorliggende herontwikkeling vooralsnog geen afvoer van grond is voorzien, is nog geen onderzoek naar PFAS uitgevoerd.

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

3 Op basis van de reeds beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit uitgegaan van een verdachte hypothese met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Wel is het erf (voorterrein) hierin verdacht en het achtergelegen weiland minder verdacht, waardoor op het voorterrein meer boringen en analyses van toepassing zijn en aanvullende werkzaamheden worden uitgevoerd. Tevens is de (oorspronkelijke) teeltlaag verdacht op het voorkomen van OCB. Daarnaast betreffen de voormalige bebouwing en gedempte sloot aandachtspunten, waarvoor aanvullende werkzaamheden van toepassing zijn. Voor wat betreft asbest is de locatie eveneens verdacht in verband met de voormalige bebouwing, aangetroffen puinverhardingen te verwachten puinbijmengingen. Hiervoor is een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd te worden conform de NEN 5707/NEN 5897. Conclusies en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek voor- en achterterrein (inclusief bouwvlak) Voor het verkennend bodemonderzoek naar de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie. Wel maakten de diverse bijzonderheden hierin het voorterrein verdachter en het achterterrein minder verdacht. Tevens vormden de (oorspronkelijke) teeltlaag, puinverharding en huidige / voormalige bebouwing en gedempte sloot aandachtspunten.

Toekomstig bouwvlak Op basis van de analyseresultaten kan de verdachte hypothese worden verworpen, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters zijn aangetoond in de boven- en ondergrond en in het grondwater. De gedempte sloot heeft, ondanks de aanwezigheid van sliblagen, niet gezorgd voor een ernstige bodemverontreiniging. Overig terrein (te slopen bebouwing) Op basis van de resultaten dient, ons inziens, formeel gezien de verdachte hypothese te worden aangenomen, aangezien in de grond sterk verhoogde gehalte voor PAK zijn aangetoond ter plaatse van de boringen B03 en B04 (voormalige bebouwing). In de overige grond en in het grondwater zijn verder maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters (NEN en OCB) aangetoond, waarbij de gehalten voor zink de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek overschrijden. De aangetoonde gehalten aan PAK overschrijden de interventiewaarde en de gehalten voor zink overschrijden de indexwaarde van 0,5, waardoor vervolgstappen noodzakelijk zijn in het kader van de Wbb. De verontreinigingen bevinden zich echter niet ter plaatse van het toekomstige bouwvlak.

Verkennend onderzoek naar asbest voorterrein (erf en bouwvlak) Voor wat betreft asbest ter plaatse van voorterrein (erf en bouwvlak) is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese aangenomen te worden in verband met de aangetroffen asbestverontreiniging, echter bevindt de verontreiniging zich niet ter plaatse van het toekomstige bouwvlak. Toekomstig bouwvlak Ter plaatse van het toekomstige bouwvlak is zintuiglijk (> 20 mm) en analytisch (< 20 mm) geen asbest aangetroffen.

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

4 Overig terrein (te slopen bebouwing) Ter plaatse van de huidige bebouwing van nummer 5 is een berekend gehalte van 333,5 mg/kg d.s. voor asbest aangetroffen. Het gehalte is echter volledig gebaseerd op asbesthoudend plaatmateriaal in de grove fractie wat zich in de bovengrond bevindt, in de directe omgeving van de volledige asbestplaat in de grond. Naar verwachting is het asbesthoudend plaatmateriaal in de bodem afkomstig van de volledige asbestplaat. In de kleine fractie in de grond is namelijk geen asbestverontreiniging aangetroffen. Geadviseerd wordt dan ook om, tijdens de sloop van de bebouwing, direct de volledige asbestplaat te verwijderen en hierbij tevens het asbesthoudend plaatmateriaal in de bodem te verwijderen. Het is derhalve niet zinvol om hiervoor vooraf een afzonderlijk nader onderzoek naar asbest uit te voeren. De te verwijderen asbestplaat en asbesthoudende plaatmaterialen in de bodem betreffen daarnaast, ons inziens, geen belemmering voor de toekomstige nieuwbouw (bouwvlak), aangezien ter plaatse van het toekomstige bouwvlak zintuiglijk en analytisch geen asbest is aangetroffen. Ook in de overige grond- en puinmengmonsters zijn geen noemenswaardige asbestverontreinigingen aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V.

besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Algehele conclusies en aanbevelingen Middels de voorliggende onderzoeken is een indicatie verkregen van de van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem / puin (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie gelegen aan de Wellseindsestraat 5 te Well. Toekomstig bouwvlak Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan geen bezwaren bestaan tegen de toekomstige nieuwbouw. Voor wat betreft de onderzochte grond (NEN), grondwater (NEN) en asbest in grond is op basis van voorliggend onderzoek de milieuhygiënische kwaliteit in voldoende mate onderzocht en bestaan geen verdere belemmeringen tegen de voorgenomen nieuwbouw. Overig terrein (te slopen bebouwing) Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan vooralsnog bezwaren bestaan tegen de voorgenomen sloop van de bebouwing in verband met de aangetroffen asbestverontreiniging en PAKverontreiniging. De asbestresultaten geven formeel gezien aanleiding tot vervolg, aangezien een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in de bovengrond aanwezig is.

Formeel gezien dient een nader onderzoek naar asbest uitgevoerd te worden om de omvang van de asbestverontreiniging te bepalen. Aangezien duidelijk sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door asbesthoudend plaatmateriaal, hetgeen te relateren is aan de volledige asbestplaat in de bodem, wordt aangenomen dat de verontreiniging met asbest zich enkel ter plaatse van proefgat B11 bevindt. Geadviseerd wordt dan ook om, tijdens de sloop van de bebouwing, direct de volledige asbestplaat te verwijderen en hierbij tevens het asbesthoudend plaatmateriaal in de bodem te verwijderen. Het is derhalve niet zinvol om hiervoor vooraf een afzonderlijk nader onderzoek naar asbest uit te voeren. De te verwijderen asbestplaat en asbesthoudende plaatmaterialen in de bodem betreffen daarnaast, ons inziens, geen belemmering voor de toekomstige nieuwbouw (bouwvlak), aangezien ter plaatse van het toekomstige bouwvlak zintuiglijk en analytisch geen asbest is aangetroffen. Ook in de overige grond- en puinmengmonsters zijn geen noemenswaardige asbestverontreinigingen aangetroffen.

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

5 Voor wat betreft de ernstige grondverontreiniging met PAK is vastgesteld dat deze aanwezig is in de bovengrond van de boringen B03 en B04 (0,0-0,5 m-mv). Daarnaast is een verontreiniging met zink aanwezig die de indexwaarde van 0,5 overschrijdt. Deze verontreinigingen zijn in horizontale richting nog niet afgeperkt. In verticale richting zijn geen verhoogde gehalten voor PAK en zink aangetoond. Geadviseerd wordt om wel een nader onderzoek naar de aanwezigheid van PAK en zink uit te voeren rond de boringen B03 en B04. Daarnaast wordt geadviseerd om tegelijkertijd met het nader onderzoek een aanvullend PFAS onderzoek uit te voeren. Ook voor wat betreft de PAK- en zinkverontreiniging vormt deze, net als de asbestverontreiniging in de bodem, geen belemmering voor het toekomstige bouwvlak (nieuwbouw), aangezien ter plaatse van het bouwvlak en in het tussenliggende gebied geen noemenswaardige verontreinigingen zijn aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft slechts enkel een adviserende rol. Het bevoegd gezag dient uiteindelijk een definitieve uitspraak te doen over eventueel te nemen vervolgstappen. Voorgesteld wordt om de rapportage voor te leggen bij het bevoegd gezag zodat kan worden vastgesteld of zij het advies overnemen.

Alle sanerende maatregelen dienen plaats te vinden conform de beoordelingsrichtlijnen SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering en nazorg” en SIKB 7000 “Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem”. Voor de werkzaamheden dient een V&G-plan te worden opgesteld in verband met de aangetoonde gehalten voor asbest. Op basis van de CROW is bij de graafwerkzaamheden in de met asbest verontreinigde grond sprake van de veiligheidsklasse ‘Zwart niet vluchtig’. Voorafgaand dient een BUS-melding/saneringsplan opgesteld en ingediend te worden bij het bevoegd gezag. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat, buiten de bekende verontreinigingen, rekening moet worden gehouden met de overige resultaten van voorliggend onderzoek en dienen bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit te worden gevolgd.

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

6 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 7

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 7

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 7 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 7 3.2. RESULTATEN HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK (NEN 5725:2017) ..................................... 7

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE......................................................................................... 10 4.1. BODEMOPBOUW ........................................................................................................................................ 10 4.2. GEOHYDROLOGIE ..................................................................................................................................... 10

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................. 10

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................................... 11 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE ONDERZOEKEN ............................................................................ 11 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 12

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 14 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 14 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 15

8.

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 16 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 16 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 16 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 19

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 21 9.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK VOOR- EN ACHTERTERREIN (INCLUSIEF BOUWVLAK) .................... 21 9.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST VOORTERREIN (ERF EN BOUWVLAK) .................................... 21 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 22

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 24 BIJLAGEN

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Situering in de regio Situatieschets met geplaatste boringen, proefgaten en peilbuis Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Berekening asbestconcentratie Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest (incl. foto’s) Revelante gegevens historisch onderzoek

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

7

1.

INLEIDING Van Ooijen Bouwadvies heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse (bodem)onderzoeken voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Wellseindsestraat 5 te Well. De aanleiding voor uitvoering van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen onroerend goed transactie, herontwikkeling (nieuwbouw van een woning) en bestemmingsplanwijziging van de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], NEN 5740/A1:2016 [2], de NEN 5707:2015/C2:2017 [3] en de NEN 5897/C2:2017 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel inzicht te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem / puinverharding (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie teneinde te bepalen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie, herontwikkeling (nieuwbouw) en bestemmingsplanwijziging.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Wellseindsestraat 5 te Well en staat kadastraal bekend als de gemeente Ammerzoden, sectie L, nummers 2, 18 en 134 (allen ged.). De locatie betreft een erf met boerderijwoning met tuin en braakliggend weiland, en heeft een oppervlakte van circa 1.500 m2. Rond de bebouwing zijn diverse verhardingen aanwezig. Het voornemen bestaat om de huidige woning te slopen en ten zuiden daarvan een nieuwe woning te realiseren. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Resultaten historisch onderzoek en locatiebezoek (NEN 5725:2017)

Algemeen Voorafgaand aan de diverse onderzoeken is een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017. Door VMT zijn de relevante gegevens van de websites van de provincie Gelderland (omgevingsrapportage), omgevingsdienst Rivierenland (ODR), www.bodemloket.nl, www.topotijdreis.nl, www.kadaster.nl en de BAG viewer van het kadaster bestudeerd. Daarnaast is door de opdrachtgever een ingevulde historische vragenlijst aangeleverd en een asbestinventarisatie. Alle beschikbare informatie is door een medewerker van VMT bestudeerd en in onderstaande tekst verwerkt. De meest relevante informatie is opgenomen in de bijlagen. Bodemkwaliteitsgegevens Uit informatie van het digitale bodematlas van ODR en vanuit omgevingsrapportage van de provincie Gelderland blijkt dat van de onderzoekslocatie geen gegevens bekend zijn van de bodemkwaliteit. Van de locatie aan de Wellseindsestraat 9 en Lenshoek zijn wel bodemkwaliteitsgegevens bekend, die zijn verwerkt in voorliggende rapportage. Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

8 Interactieve bodemkwaliteitskaart ODR (Grondverzetviewer Rivierenland) Uit informatie van het digitale bodematlas van ODR en vanuit de omgevingsrapportage van de provincie Gelderland blijkt dat van de onderzoekslocatie geen gegevens bekend zijn van de bodemkwaliteit. Van de locatie aan de Wellseindsestraat 9 en Lenshoek zijn wel bodemkwaliteitsgegevens bekend, die onderstaand kort zijn samengevat. Uit het BSB-onderzoek op de locatie aan de Wellseindsestraat 9 (Verhoeve Milieu, kenmerk 79200-44, d.d. 6 oktober 1999) blijkt dat in de grond maximaal licht verhoogde gehalten voor PAK, cadmium en minerale olie zijn aangetoond. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond. Uit het nulsituatie onderzoek op de locatie aan de Lenshoek (SGS Ecocare, kenmerk 50051, d.d. 24 januari 2002) blijkt dat bij locatie C (voormalige HBO-tank) een matig verhoogd gehalte voor minerale olie is aangetoond in de grond. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde paramaters aangetoond. In de grond en het grondwater van de overige deellocaties zijn eveneens geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond. (Voormalige) boven-/ondergrondse opslagtanks Op de locatie zijn voor zover bekend geen boven- en/of ondergrondse opslagtanks aanwezig (geweest).

Historisch kaartmateriaal / BAG viewer / google Uit www.topotijdreis.nl blijkt dat de locatie reeds lange tijd bebouwd is. Tevens is sprake van voormalige bebouwing in het verleden. Daarnaast is het perceel en directe omgeving in het verleden in gebruik geweest als boomgaard. Verder is zover als bekend een gedempte sloot aanwezig die onlangs gedempt is. Asbest De locatie is verdacht op het voorkomen van asbest in verband met de bebouwing en verhardingen, waardoor puinbijmengingen worden verwacht en een regulier onderzoek naar asbest noodzakelijk is. Op de locatie lijkt vooralsnog geen sprake van asbestverdachte bebouwing die geen goede afwatering geeft, waardoor er geen druppelzones aan de orde zijn die extra moeten worden onderzocht op asbest(vezels). Wel is een puinverharding aanwezig. Daarnaast is in april 2022 een asbestinventarisatie uitgevoerd ter plaatse van de bebouwing van nummer 5 (Asbest Advies Brabant, kenmerk 220242 v1.0, d.d. 11 april 2015). Inpandig is op diverse plaatsen asbestplaatmateriaal aangetroffen. Uit de inventarisatie blijkt dat achter de woning een schuurtje aanwezig is geweest, die in de periode na de inventarisatie is gesloopt. De asbestinventarisatie is toegevoegd in de bijlage. Locatiebezoek Tijdens het locatiebezoek, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, is gebleken dat de locatie deels verhard is met grind en puin.

De bebouwing van nummer 5 is nog aanwezig. Aan de noordzijde van nummer 5 is een deels ingegraven asbestplaat aangetroffen. Daarnaast zijn asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen op het maaiveld ter plaatse van het voormalige schuurtje. De sloot aan de zuidzijde van de locatie, ter plaatse van het toekomstige bouwvlak, is reeds gedempt. Verder zijn geen bijzonderheden waargenomen tijdens het locatiebezoek. PFAS Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het (tijdelijk) handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard. Dit handelingskader (geactualiseerd d.d. 13 december 2021) en het directe ingangstermijn hiervan heeft de markt niet voorzien, maar heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers. Dus zodra er grond van de locatie moet worden afgevoerd en elders toegepast, dient onderzoek plaats te vinden naar PFAS (28 parameters) en/of GenX. GenX betreft geen verdachte parameter voor deze regio. Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

9

Aangezien tijdens voorliggende herontwikkeling vooralsnog geen afvoer van grond is voorzien en geen puntbronnen voor PFAS bekend zijn, is nog geen onderzoek naar PFAS uitgevoerd. Conclusies vooronderzoek en vervolgtraject Op basis van de beschikbare informatie blijkt het volgende:  Uit informatie van het digitale bodematlas van ODR en vanuit omgevingsrapportage van de provincie Gelderland blijkt dat van de onderzoekslocatie geen gegevens bekend zijn van de bodemkwaliteit;  Op de locatie zijn voor zover bekend geen boven- en/of ondergrondse opslagtanks aanwezig (geweest);  Uit www.topotijdreis.nl blijkt dat de locatie reeds lange tijd bebouwd is. Tevens is sprake van voormalige bebouwing in het verleden;  Daarnaast is het perceel en directe omgeving in het verleden in gebruik geweest als boomgaard;  Verder is zover als bekend een recent gedempte sloot aanwezig;  De locatie is verdacht op het voorkomen van asbest in verband met de (voormalige) bebouwing en verhardingen, waardoor puinbijmengingen / puinverharding worden verwacht en een regulier onderzoek naar asbest noodzakelijk is.

Op de locatie lijkt vooralsnog geen sprake van asbestverdachte bebouwing die geen goede afwatering geeft, waardoor er geen druppelzones aan de orde zijn die extra moeten worden onderzocht op asbest(vezels);  Tijdens het locatiebezoek, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, is gebleken dat de locatie deels verhard is met grind en puin. De bebouwing van nummer 5 is nog aanwezig. Aan de noordzijde van nummer 5 is een deels ingegraven asbestplaat aangetroffen. Daarnaast zijn asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen op het maaiveld ter plaatse van het voormalige schuurtje. De sloot aan de zuidzijde van de locatie, ter plaatse van het toekomstige bouwvlak, is reeds gedempt;  Aangezien tijdens voorliggende herontwikkeling vooralsnog geen afvoer van grond is voorzien, is nog geen onderzoek naar PFAS uitgevoerd. Op basis van de reeds beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit uitgegaan van een verdachte hypothese met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Wel is het erf (voorterrein) hierin verdacht en het achtergelegen weiland minder verdacht, waardoor op het voorterrein meer boringen en analyses van toepassing zijn en aanvullende werkzaamheden worden uitgevoerd. Tevens is de (oorspronkelijke) teeltlaag verdacht op het voorkomen van OCB.

Daarnaast betreffen de voormalige bebouwing en gedempte sloot aandachtspunten, waarvoor aanvullende werkzaamheden van toepassing zijn. Voor wat betreft asbest is de locatie eveneens verdacht in verband met de voormalige bebouwing, aangetroffen puinverhardingen te verwachten puinbijmengingen. Hiervoor is een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd te worden conform de NEN 5707/NEN 5897.

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

10

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale geologie en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

Op de locatie is een circa 5 meter slecht doorlatende deklaag aanwezig, behorend tot de afzetting van het Holoceen. De deklaag bestaat uit een afwisseling van zandige klei en midden tot fijne zanden. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerend pakket is circa 60 meter dik en bestaat voornamelijk uit midden en grof zand van de Formaties van Boxtel, Kreftenheye, Sterksel en Stramproy. Onder het eerste watervoerend pakket is een scheidende laag aanwezig van circa 25 meter die voornamelijk bestaat uit zandige klei, klei en midden zand behorend tot de Formaties van Waalre. 4.2.

Geohydrologie

De regionale grondwaterstroming is globaal noordelijk gericht. Naar verwachting wordt de stromingsrichting van het freatisch grondwater grotendeels beïnvloed door de aanwezigheid van de omliggende perceelsloten, de nabijgelegen Hoofdwetering (ten noorden) en de Afgedamde Maas, ten westen van de locatie. De locatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.

HYPOTHESE Voor de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt uitgegaan van een verdachte hypothese met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Tevens is de (oorspronkelijke) teeltlaag verdacht op het voorkomen van OCB. Wel maken de diverse bijzonderheden hierin het voorterrein verdacht en het achterterrein onverdacht. Daarbij betreffen de gedempte sloot, puinverharding en huidige / voormalige bebouwing op het voorterrein aandachtspunten, waarvoor aanvullende werkzaamheden van toepassing zijn. Voor wat betreft asbest wordt alleen uitgegaan van een verdachte locatie voor wat betreft het voorterrein (erf en bouwvlak), waarbij momenteel ervan uit wordt gegaan dat afgezien van algemene verdachtheid van het voorterrein, geen aanvullende werkzaamheden voor druppelzone(s) van toepassing zijn. Er is dus geen sprake van een slechte afwatering op onverhard maaiveld. Wel worden aanvullende proefgaten en asbestanalyses ingezet in verband met de diverse bijzonderheden (gedempte sloot, puinverharding, asbestplaat in de bodem en asbestverdachte plaatmaterialen op maaiveld). Voor wat betreft het achterterrein bestaat vanuit het historisch onderzoek geen verdachtheid op het voorkomen van asbestverontreiniging.

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

11

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken

Verkennend bodemonderzoek voor- en achterterrein Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet voor het volledig bodemonderzoek naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 1.500 m2. Wel is het erf (voorterrein) hierin verdacht en het achtergelegen weiland minder verdacht, waardoor op het voorterrein meer boringen en analyses van toepassing zijn en aanvullende werkzaamheden worden uitgevoerd. Voor de onverdachte ondergrond wordt, conform de NEN 5740:2009/A1:2016 voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL), minimaal 1 analyse ingezet. Alle boringen worden uitpandig geplaatst en doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv in verband met de voormalige bebouwing. Tevens zijn diverse extra boringen/proefgaten geplaatst in verband met de diverse bijzonderheden. Ter plaatse van de reeds gedempte sloot worden 2 raaiboringen van 3 boringen tot 2,0 m-mv geplaatst, dwars op de gedempte sloot. Vooralsnog wordt één extra NEN-analyse ingezet.

Teeltlaagonderzoek Aanvullend wordt een teeltlaagonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740:2009/A1:2016 met de onderzoeksstrategie voor een ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 1.500 m2. Hierbij worden werkzaamheden gecombineerd met de algemene kwaliteit. Verkennend onderzoek naar asbest voorterrein (erf en bouwvlak) Het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van erf en bouwvlak wordt uitgevoerd conform de NEN 5707/C2 (asbest in bodem) en NEN 5897/C2 (asbest in puin). Voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld en/of ‘open halfverharding’ met een oppervlakte van maximaal 500 m2. Op basis van de diverse bijzonderheden (puinverharding, asbest op maaiveld, asbestplaat in de bodem) worden aanvullende proefgaten en asbestanalyses uitgevoerd. Tevens worden ter plaatse van het toekomstig bouwvlak proefgaten gegraven en een asbestanalyse ingezet om in ieder afzonderlijk voor de toekomstige nieuwbouw te kunnen bepalen of belemmeringen van toepassing zijn voor wat betreft asbest, losstaand van het huidige erf. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd.

De meest verdachte grond- en puinlagen worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin (< 20 mm). De werkzaamheden van het onderzoek naar asbest worden zoveel als mogelijk gecombineerd uitgevoerd met het verkennend bodemonderzoek. Met het plaatsen van de boringen, proefgaten en peilbuis is rekening gehouden met de bekende gegevens. Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

12

6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPRnormen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De volledige bodemvreemde lagen op de onderzoekslocatie betreffen geen bodem en zijn derhalve niet conform protocol 2018 onderzocht. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde en opgegraven materiaal zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 15 juni 2022

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker De heer M.A.H. van Baal

23 juni 2022

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer J.B. Koppelman

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Verkennend bodemonderzoek voor- en achterterrein Grond Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 12 boringen (B01 t/m B12) geplaatst. Ter plaatse van de gedempte sloot (toekomstig bouwvlak) zouden 2 raaiboringen worden geplaatst. Aangezien in deze boringen / peilbuis B08 en PB05 gelijk slib is aangetroffen, bleek het niet noodzakelijk om hier nog raaiboringen van te maken. Boring B07 is tevens ter plaatse van toekomstige bouwvlak geplaatst. Boring PB05 (bouwvlak) is dieper doorgezet en afgewerkt als peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. De boringen B09 en B10 zijn op het achterterrein geplaatst. De overige boringen (B02 t/m B04, B06, B11 en B12) zijn op het voorterrein geplaatst, rekening houdend met de huidige en voormalige bebouwing, asbest op maaiveld en asbestplaat in de bodem en de puin-/grindverharding. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen tot circa 1,0 m-mv B01 t/m B04, B06, B07, B09, B11, B12

Boringen/peilbuizen Boringen tot circa 2,0 m-mv B08, B10

Peilbuis (filterstelling m-mv) PB05 (1,90-2,90)

Grondwater Het grondwater uit peilbuis PB05 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 23 juni 2022 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

13 Verkennend onderzoek naar asbest voorterrein (erf en bouwvlak) Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld ter plaatse van locatie deels begroeid was met vegetatie > 2 cm en deels bedekt was met verhardingen (totaal circa 60 %). Ondanks de aanwezige belemmeringen heeft wel een efficiënte maaiveldinspectie (> 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld ter plaatse van boring B03 (voormalige bebouwing) zijn hierbij asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Daarnaast is een deels ingegraven asbestplaat aangetroffen ter hoogte van nummer 5, Tevens is de aanwezigheid van de puin-/grindverharding bevestigd. Op basis van deze bijzonderheden zijn direct extra proefgaten gegraven en puin-/grondmengmonsters samengesteld. Ten behoeve van de onderzoeksopzet, diverse bijzonderheden en op basis van de waarnemingen in het veld zijn op het voorrterrein (inclusief bouwvlak) uiteindelijk in totaal 10 proefgaten (B01 t/m B06, B08, B11, B12 en AB13) gegraven met een afmeting van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 mmv. Op het achterterrein zijn zintuiglijk geen puinhoudende materialen waargenomen op maaiveld en in de bodem (boringen B09 en B10). Op basis hiervan behoeft ter plaatse van het achterterrein geen verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd.

Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm tot in de ongeroerde ondergrond (gecombineerd met boringen). Om een (bodem)verontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij is in de bovengrond van proefgat B11 asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen ter plaatse van de asbestplaat in de bodem. In het veld zijn, op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de onderzoeksopzet, totaal 6 grond-/puinmonster(s) samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde grond-/puinmonster(s) en beschrijving met bijbehorende analyses is in tabel 8.3 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 7. De situatieschets met de geplaatste boringen, proefgaten en peilbuis is opgenomen als bijlage 2.

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

14

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een verkennend bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

15 Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [5] tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd. In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5] en bedraagt in beide gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd.

Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

16

8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld/onderzijde verharding tot de maximale boordiepte van circa 2,9 m-mv voornamelijk uit matig siltige, zwak tot matig humeuze, zwak tot matig zandige klei. Lokaal is vanaf maaiveld tot circa 0,5 m-mv matig fijn, kleiig, matig humeus zand aanwezig. Ter plaatse van de boringen B02 en B06 is een volledige puinlaag aanwezig van maaiveld tot 0,5 m-mv. Van circa 1,5 m-mv tot maximaal 2,1 m-mv is lokaal een sliblaag aanwezig ter plaatse van het toekomstig bouwvlak. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boringen en/of proefgaten zintuiglijk diverse bodemvreemde bijmengingen en volledige bodemvreemde lagen aangetroffen. De diverse bijmengingen en bodemvreemde lagen zijn samengevat in tabel 8.1. Tabel 8.1 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring B01 B02 B03 B04 B06 B11

Proefgat Diepte boring (m -mv) Ja 1,00 Ja 0,55 Ja 1,00 Ja 1,00 Ja 1,00 Ja 1,00

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

+ + Zand Zand + Zand

Volledig grind Volledig puin Matig puinhoudend Matig puinhoudend Volledig puin Matig puinhoudend, circa 104 gram asbestverdacht plaatmateriaal Volledig puin

B12 Ja 1,00 0,00 - 0,50 + Toelichting bij de tabel: Matig ≥ 5 < 10 % bodemvreemd materiaal; Volledig > 50 % bodemvreemd materiaal; + Betreft geen bodem (> 50 % bodemvreemd materiaal).

In de bovengrond van proefgat B11 is zintuiglijk circa 104 gram asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen in directe omgeving van de volledige asbestplaat. Tijdens de visuele inspectie van het maaiveld is zintuiglijk circa 99 gram asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen, nabij proefgat B03 (voormalige bebouwing). In de opgeboorde grond / bodemvreemde lagen zijn verder geen asbestverdachte materialen, aanwijzingen van slootdempingen, of overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Ter plaatse van het toekomstige bouwvlak zijn zintuiglijk, afgezien van de sliblagen in de ondergrond (gedempte sloot) geen bijzonderheden waargenomen. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn grond(meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. In verband met de waarnemingen is een extra grondmengmonster geanalyseerd op een standaard NEN-pakket. Tevens is een teeltlaagonderzoek naar OCB uitgevoerd middels diverse teeltlaagmengmonsters. Naar aanleiding van de tussentijdse analyseresultaten is het mengmonster MM01 uitgesplitst en de individuele monsters zijn separaat geanalyseerd op lood, zink en PAK. Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

17 De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) Omschrijving monster Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: matig puinhoudend (voormalige bebouwing) MM02 Bovengrond, klei Zintuiglijk: (bouwvlak en achterterrein) MM03

MM04

Ondergrond, klei Zintuiglijk: (grondlagen direct onder puinverharding en -bijmengingen) Ondergrond, klei Zintuiglijk: -

MM05

Ondergrond, slib Zintuiglijk: (gedempte sloot) Uitsplitsing MM01 (voormalige bebouwing) B03-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: matig puinhoudend B04-1 Bovengrond, zand Zintuiglijk: matig puinhoudend Teeltlaagonderzoek MMOCB01 (Oorspronkelijke) teeltlaag, klei Zintuiglijk: MMOCB02

Teeltlaag, klei Zintuiglijk: -

MMOCB03

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket

B03 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50)

NEN

Cd, Cu, Pb#, Ni, Zn*

PAK

B07 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) PB05 (0,00 - 0,50) B01 (0,50 - 1,00) B03 (0,50 - 1,00) B06 (0,50 - 1,00) B12 (0,50 - 1,00) B07 (0,50 - 1,00) B08 (1,00 - 1,50) B10 (0,50 - 1,00) B10 (1,50 - 2,00) PB05 (1,00 - 1,50) B08 (1,50 - 2,00) PB05 (1,80 - 2,00)

NEN

MO

-

NEN

-

-

NEN

Ni

-

PAK

Ni

-

B03 (0,00 - 0,50)

Pb, Zn, PAK

Pb, Zn*

PAK

B04 (0,00 - 0,50)

Pb, Zn, PAK

Pb, Zn*

PAK

B01 (0,50 - 0,80) B03 (0,50 - 0,80) B04 (0,50 - 0,80) B06 (0,50 - 0,80) B07 (0,00 - 0,30) B08 (0,00 - 0,30) PB05 (0,00 - 0,30) B09 (0,00 - 0,30) B10 (0,00 - 0,30)

OCB

-

-

OCB

-

-

> AW < I

Resultaten >I

Teeltlaag, klei OCB Zintuiglijk: Toelichting bij tabel 8.2: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen inclusief organische stof (humus); Pb, Zn, PAK Lood, zink en PAK inclusief lutum en organische stof (humus); * Gehalte overschrijdt de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek; # gehalte benaderd de indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek; AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets waargenomen/aangetoond.

Grondwater Het grondwatermonster met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten is in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Peilbuis met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte (m-mv) 1,90 - 2,90

GWS (m-mv) 1,41

pH

EC (µS/cm) 1095

Troebelheid (NTU) 262

Analysepakket NEN

Resultaten >S<I >I Ba, naftaleen, dichloormethaan

PB05 6,4 (toekomstig bouwvlak en slootdemping) Toelichting bij de tabel 8.3: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

18 De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het genomen grondwatermonster uit peilbuis PB05 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (<10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Asbest Op het maaiveld nabij boring/proefgat B03 en in de bovengrond van boring/proefgat B11 zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. De deels ingegraven asbestplaat nabij boring/proefgat B11 is niet meegenomen in verband met het grote formaat van de plaat. Tabel 8.4: Asbestverdacht (plaat)materiaal en percentage asbest conform analysecertificaat Proefgat B03

Monstercode ASB-MVB03

B11

ASB-B11

Massa (gram) 19,06

Materiaal Asbestboard

Hechtgebonden Ja

77,66 97,78

Plaat Golfplaat

Ja Ja

Type* Chrysotiel/ crocidoliet Chrysotiel Chrysotiel Amosiet

Schatting gewichtspercentage (%) 2-5 0,1-2 10-15 10-15 0,1-2

Gemiddeld gewichtspercentage (%) 35 10,5 12,5 12,5 10,5

Toelichting bij de tabel: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd; 1 Conform de BRL2018 is per materiaalmonster circa 700 gram geanalyseerd Voor de in het veld vastgestelde massa wordt verwezen naar tabel 7.2 en de veldwerkformulieren in bijlage 7.

Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn in totaal zes grond-/puinmengmonster(s) samengesteld, waarvan conform onderzoeksopzet in eerste instantie vier monsters zijn aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform NEN 5898:2015 (asbest in grond of puin in de fractie < 20 mm). Ondanks dat ter plaatse van het toekomstige bouwvlak geen puinhoudende bijmengingen en/of asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen, is er toch voor gekozen om hiervan ook een mengmonster te selecteren voor een asbestanalyse (NEN 5898), zodat voor wat betreft het bouwvlak een goede uitspraak kan worden gedaan of het wel of niet aanwezig zijn van een asbestverontreiniging. De samenstelling van de onderzochte mengmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Samenstelling grond-/puinmengmonster(s) asbest Monstercode

Proefgaten

Zintuiglijke waarnemingen

Traject (m -mv)

Algemene kwaliteit MMASB01 B01 Volledig grind 0,00-0,50 MMASB02 B02, B06, B12, B13 Volledig puin 0,00-0,50 MMASB03 B03 Matig puinhoudend 0,00-0,50 MMASB04 B04 Matig puinhoudend 0,00-0,50 MMASB06 B11 Matig puinhoudend 0,00-0,50 Toekomstig bouwvlak MMASB05 B05, B08 0,00-0,50 Toelichting bij de tabel 8.5: Niets waargenomen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond < 20 mm.

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

Soort

Analysepakket

Grond Puin Grond Grond Grond

Niet geanalyseerd Asbest in puin (> 25 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1 Niet geanalyseerd Asbest in grond (> 10 kg)1

Grond

Asbest in grond (> 10 kg)1

19 De resultaten van de geanalyseerde grond-/puinmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Overzicht onderzochte monsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaten Monstercode

Soort

Hechtgebonden -

Type*

Gemeten < 20 mm (mg/kg d.s.) < 2,0 < 2,0 < 2,0 < 2,0

Totaal gewogen < 20 mm (mg/kg d.s.) < 2,0 < 2,0 < 2,0 < 2,0

MMASB02 MMASB03 MMASB05 MMASB06 Toelichting bij de tabel 8.6: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd; Niets aangetoond.

Aan de hand van de analyseresultaten in de tabellen 8.46 en 8.6 en de waarnemingen in het veld (o.a. afmetingen proefgat, hoeveelheid asbesthoudende materialen fractie > 20 mm, fractie puin > 20 mm) is de totaal gewogen asbestconcentraties in proefgat B11 berekend. De complete berekening is opgenomen in bijlage 9 en de resultaten zijn beknopt weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 8.7: Totale asbestconcentratie Proefgat (traject in m-mv) B11 (0,00-0,50)

8.3.

Gewogen asbestconcentratie fractie > 20 mm (mg/kg d.s.) 333,46

Gewogen asbestconcentratie fractie < 20 mm (mg/kg d.s.) 0

Totaal gewogen asbestconcentratie (mg/kg d.s.) 333,5

Interpretatie analyseresultaten

Grond Algemene kwaliteit In mengmonster MM01 van de matig puinhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand, voormalige bebouwing) is een sterk verhoogd gehalte voor PAK aangetoond. Daarnaast zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, koper, lood, nikkel en zink aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde, waarbij het gehalte voor zink de index van 0,5 voor nader onderzoek overschrijdt en het gehalte voor lood de index van 0,5 benadert. Naar aanleiding van de verhoogde gehalten voor lood, zink en PAK in mengmonster MM01 zijn de deelmonsters, waaruit dit mengmonster bestaat, separaat geanalyseerd op lood, zink en PAK. Hieruit blijkt dat in de matig puinhoudende bovengrond van beide boringen B03 en B04 (beide 0,0-0,5 m-mv, zand) een sterk verhoogd gehalte voor PAK is aangetoond. Daarnaast zijn licht verhoogde gehalten voor lood en zink aangetoond, waarbij de gehalten voor zink de index van 0,5 overschrijden. In mengmonster MM02 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei, toekomstig bouwvlak en achterterrein) is een licht verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde. De overige parameters zijn niet verhoogd aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.

In mengmonster MM03 van de zintuiglijk schone ondergrond (0,5-1,0, klei, grondlagen onder puinverharding / puinhoudende grondlagen) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.

Diverse (bodem)onderzoeken, Wellseindsestraat 5 te Well Rapportnr.: B22.8612 versie: 01 datum: 11 juli 2022

20 In de mengmonsters MM04 (0,5-2,0 m-mv, klei) en MM05 (slib, 1,5-2,0 m-mv) van de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten voor nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. De overige parameters zijn niet verhoogd aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Teeltlaagonderzoek In de mengmonsters MMOCB01 t/m MMOCB03 (0,5-0,8 / 0,0-0,3 m-mv, kleilagen) van de (oorspronkelijke) teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB05 zijn licht verhoogde gehalten voor barium, naftaleen en dichloormethaan aangetoond. De aangetoonde licht verhoogde gehalten overschrijden de betreffende streefwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden alsmede onder de index van 0,5. Asbest Tijdens het onderzoek naar asbest is op het maaiveld, ter plaatse van voormalige bebouwing, circa 96,72 gram asbesthoudend (plaat)materiaal (> 20 mm) aangetroffen. In het vrijkomende materiaal van de bovengrond uit proefgat B11 is circa 97,78 gram aan asbesthoudend materiaal (> 20 mm) aangetroffen. In MMASB06 van de matig puinhoudende bovengrond ter plaatse van proefgat B11, waar tevens 97,78 gram asbesthoudend materiaal is aangetroffen nabij de asbestplaat in de bodem, is analytisch geen asbest (< 2,0 mg/kg d.s. aangetoond.

Het berekende gehalte bedraagt 333,5 mg/kg d.s., wordt alleen veroorzaakt door de grove fractie en overschrijdt daarmee ruimschoots de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. In monster MMASB02 van de volledige puinlaag uit de proefgaten B02, B06, B12 en B13 is analytisch geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.). In monster MMASB03 van de matig puinhoudende bovengrond uit proefgat B03 (voormalige bebouwing), waar tevens asbesthoudend materiaal is aangetroffen op maaiveld is analytisch geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.). In monster MMASB05 van de zintuiglijk schone bovengrond uit de proefgaten B05 en B08, ter plaatse van het toekomstige bouwvlak, is analytisch geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14061078/1