CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

APV 2021-1 Verordening

Gemeenteraad 14 oktober 2021, gemeente Maasdriel20.998 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Aîdeling 6. Openbaar water Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water L. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben. 2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op voorvverpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 3. Het is verboden op, in of boven openbaar water vooruerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

4

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpol¡tiereglement, de Waten¡ret, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommu nicatieverordeni ng.

Artikol 5:25 Ligplaats woonschcpGn Gn ovcrigc vaârtu¡gcn

L. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

2. l'.let college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel

3.

voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Einnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaaruegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.

Artikol 5:26 Aanwijzingcn ligplaats

1. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot 2. 3.

het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Watenruet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.

Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde. Arti kel 5:28 Beschadi gen van waterstaatswerken Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Watenruet of de Provinciale vaarwegenverordening.

1. 2.

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschiK te maken.

Artikel 5:30 Veiligheid op het water

L. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Bin nenvaartpolitiereg lement, de Wateruet of de Provinciale vaan¡vegenverordenin g.

Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen L. Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartu¡g in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Atdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiteruerkeer in natuurgehieden

Artikel 5:31a Definities (Vervallen)

Artikel 5:32 Crossterreinen

1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te 2.

3.

crossen buiten wedstrijdverbod, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doeldaartoe aanwezig te hebben. Het college kan terreinen aanwijzen waarop het verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het Eebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de bescherming van flora en fauna; d. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Artikcl 5:33 Bcpcrking verkcer in natuurgebicden

t.

2.

3.

4.

5. 6.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreat¡ef gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. Het college kan terreinen aanwijzen waarop het verbod in het eerste lid niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten ; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor hetverkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing: a.

op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden'aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als'toestel'. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod, Op de aanvraag om een ontheff¡ng is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Afdeling 8. Verbod vuur te stoken Artikel 5:34 Verbod afualstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

L. Het ¡s verboden in de openlucht afualstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

a. verlichting door middelvan kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afualstoffen worden verbrand; c. vuurvoor koken, bakken en braden.

3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen mits:

a. wordt voldaan aan de voorschriften zoals beschreven in het bele¡d 'Resthout beheerst verbranden' van Regio Rivierenland; of

b. bij het organiseren van een vreugdevuur geen gevaar kan ontstaan voor personen en de omgeving.

4. De ontheffing wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. 7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Aîdoling 9. Vcrstrooiing van as

Artik¡l 5:35 Dcfinitic ln deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5:36 Verbodcn plaatsen

1. lncidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen;

2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van 4.

bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod u¡t het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraaf plaatsen. Op de aanvraag om een onthetfing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:37 llinder of overlast lncidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaal<tvoor derden. HOOFDSTUK 6. STRAF., OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 6:1 Strafbepaling

L. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften of beperkingen 2.

wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. ln afwijking van het eerste is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:11, eerste lid en 4:17, eerste lid.

Artikel 6:2 Toezichthouders

1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast politieambtenaren en gemeentelijke opsporingsambtenaren. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten

Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Artikol 6:4 lntrekking oude verordcning De Algemene Plaatselijke Verordeni ng 2O2L wordt ingetrokken. Artikol 6:5 Ovorgangsbcpaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Artik¡l C.G lnwcrkingtroding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking daarvan.

Artikol 6:7 Gitcortitcl Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Maasdriel2O2L-L

Aldus bes/oten in de openbare raadsvergadering van 74 aktober 2027

De raad voornoemd

de griffier ;' H.P. van Ommeren

êt devoorzitter Æ H. van Kooten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10685515/1