CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

11-8 Verordening Riool- en Waterzorgheffing 2023

Gemeenteraad 8 december 2022, gemeente Maasdriel1.336 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening Riool- en Waterzorgheffing 2023

äAASDRIEt

De raad van de gemeente Maasdriel;

gezien het voorstel van het college van l- november 2022; gelet op artikel 228avan de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van Riool- en Waterzorgheffing 2023

Artikel l-. Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder:

a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, b,

c.

verwerking, zuivering of transport van afualwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afualwater, bedrijfsafualwater, hemelwater of grondwater.

Artikel 2. Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afualwater en bedrijfsafualwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afualwater; en b. de inzameling van afuloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3. Belastbaar feit en belastingplicht

L. De belasting wordt geheven: a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel, verder te noemen: eigenarendeel; en van de gebruiker van een perceel van waaruit water, niet zijnde hemelwater, direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel, Voor het eigenarendeelwordt, als het perceel een onroerende zaak is, genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt de persoon d¡e bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat deze persoon op dat t¡jdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht ¡s. Voor het gebruikersdeel, wordt: gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231-, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruik door een persoon aan wie een deelvan een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de persoon die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

b.

2. 3.

a.

b.

c,

Artikel 4. Voon¡uerp van de belasting L. Voorwerp van de belasting is een perceel binnen de gemeentegrenzen van de gemeente, 2. Als perceel wordt aangemerkt: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk lll van de Wetwaardering onroerende

a. zaken; b. de roerende zaak, die duurzaam aan een plaats is gebonden;

L

,n

Verordening Riool- en Waterzorgheffing 2023

äAASDRIEt

c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheelte worden gebruikt; d. een samenstelvan twee of meer van de in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in e.

onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; het binnen de gemeente gelegen deelvan de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 5. Vriistellinoen De belasting wordt niet geheven van een perceel dat uitsluitend bestaat uit: a. openbare land- en wateMegen en banen voor openbaar vervoer per ra¡|, een en ander met inbegrip van kunstwerken; b. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten,van publiekrechtelijke rechtspersonen; werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afualwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen.

c.

Artikel 6, Maatstaf van heffing L. De belasting voor het waterketendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel De belasting voor het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd wordt gesteld op het aantal kubieke meters le¡dingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Als de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 4. Als gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van

2. 3.

een:

a. b.

watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.

De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enig andere wettelijke bepaling. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd,

5.

Artikel 7. Belastingtarieven L. Het tarief van het eigenarendeel bedraagt: Het tarief van het gebruikersdeel bedraagt bij een waterafuoer van a. 0 tot en met 200 kubieke meters water: b. 201tot en met l-.000 kubieke meters water: l-.001tot en met 5.000 kubieke meters water: meer dan 5.000 kubieke meters water:

€ 238,00

2.

c. d,

0-200 20r.-r..000 1001-5.000 > 5.000

€ 0,30 /m3 € 0,40 /m3 € 0,44 /m3 € 0,48 /m3

Artikel L Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar Artikel 9. Wijze van heffing De belasting wordt bijwege van aanslag geheven

2

Verordening Riool- en Waterzorgheffing 2023

nA sttntEt Artikel l-0. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang L. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht, lndien de belastingplicht voor het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel ¡ruaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle

2.

kalendermaanden overblijven.

3, lndien de belastingplicht voor het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.

5. Voor de toepassing van lid wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 11.. Termijnen van betaling L. ln afwijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. ln afwijking van het eerste lid geldt dat betaling via automatische incasso in acht termijnen 3,

mogelijk is, mots wordt voldaan aan de daaraan verbonden en in het lncasso Reglement Belast¡ngsamenwerking Rivierenland (BSR) opgenomen voonruaarden. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de ingestelde termijnen.

Artikel 12. Overgangsrecht De'Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2022'van 9 december 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, maar zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13. lnwerkingtreding L. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1- januari 2023. De datum van ingang van de heffing is l januari 2023.

2.

Artikel 1-4, Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening Riool- en Waterzorgheffing 2023" Aldus vastgesteld door de raad van Maasdriel in zijn vergadering van I december 2022. De gemeenteraad voornoemd, de griffier,

ß

V

S,Jry" d^,(

a.i. dhr. G.A,L, van Schijndel

itter

de

ê@ =d4*ËË

H. van Kooten

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12175634/1