Bijlage 3: Overzicht wijzigingen GR Baanbrekers
Tekst van het document
Overzicht van de wijzigingen in de Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers De wijzigingen betreffen: Artikel ‘Overwegende dat’
Besluiten
Gewijzigd De volgende passages worden toegevoegd: - De gemeenten al jaren samenwerken bij de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening en de Participatiewet in de vorm van de Gemeenschappelijke regeling uitvoeringsorganisatie Baanbrekers, laatstelijk gewijzigd en vastgesteld in april 2022; - het openbaar lichaam Baanbrekers functioneert als uitvoeringsorganisatie van de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk; - de deelnemende gemeenten een beleid voeren voor de hen toegewezen taken in het sociaal domein en de uitvoering van het participatiebeleid door Baanbrekers aan moet sluiten bij dit bredere beleid voor het sociaal domein; - door wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 er meer mogelijkheden zijn voor de raad om kaderstellende en controlerende taken uit te oefenen; - de aanpassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen een wijziging van de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers noodzakelijk maakt; Vervallen: - In de passage “deze deelnemende gemeenten … verwante wet- en regelgeving” vervalt “en uitvoering en richting geven aan”.
- De volgende passages vervallen volledig: Baanbrekers primair werkzaamheden op de terreinen van werk en inkomen uitvoert; Baanbrekers de deelnemende gemeenten in staat stelt om deze gemeenten, op sociaaleconomisch terrein te versterken; naar aanleiding van de uitgevoerde evaluatie van de gemeenschappelijke regeling uitvoeringsorganisatie Baanbrekers de gemeenschappelijke regeling op een aantal punten wordt gewijzigd; “13e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers” wordt vervangen door “14e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers”
Toelichting Actualisatie van de passages.
Geactualiseerd.
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 18
Artikel 19 Artikel 21a
Artikel 22
Artikel 24
In het tweede lid vervalt “, en zodanig tijdig dat deze in de begroting van Baanbrekers meegenomen kan worden”. Na het tweede lid wordt er, onder vernummering van het derde en vierde lid tot het vierde en vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende: “Het Algemeen Bestuur van Baanbrekers stelt op basis van de gewijzigde taakopdracht van de raden van de deelnemende gemeenten een koersdocument vast. Voorafgaand aan het vast te stellen koersdocument hebben de raden van de deelnemende gemeenten twaalf weken de tijd na ontvangst om hun zienswijze hierover kenbaar te maken.” In het tweede lid wordt “bepaalde taken” vervangen door “additionele taken”.
In het zesde lid wordt er een verwijzing opgenomen naar artikel 19 van de Gemeentewet. In het eerste lid wordt er een verwijzing opgenomen naar artikel 5.1 van de Wet open overheid (Woo). Het oude eerste lid luidde als volgt: 1. De leden van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur geven aan de raden, dan wel één of meer leden van die raad en aan de colleges van de gemeenten desgevraagd de informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. Het nieuwe eerste lid luidt als volgt: 1. Het Algemeen en het Dagelijks Bestuur geven aan de raden en colleges, dan wel één of meer leden van die raad of college gevraagd en ongevraagd de informatie, waaronder periodiek een bestuursrapportage (Berap) , die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. Het tweede lid is komen te vervallen. Er wordt een verwijzing opgenomen naar artikel 17 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 21a komt te luiden: Artikel 21a: Integriteit De huisregels en integriteitregels van Baanbrekers zijn op iedereen die bij, of voor Baanbrekers werkzaam is, medewerkers en bestuurders van Baanbrekers van toepassing. Aan het tweede lid is toegevoegd: “waarbij het voorzitterschap roulerend wordt ingevuld door één van de deelnemende gemeenten”.
In het eerste lid wordt “De verschillende bestuursorganen” vervangen door “Het Algemene Bestuur” en wordt na “kan advies
De aanpassing betreft de zienswijze die moet worden gevraagd aan de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan de vaststelling van het koersdocument door het AB.
Over de additionele taken (pluspakket) kunnen afspraken worden gemaakt in een dienstverleningsovereenkomst (DVO) tussen partijen. Geactualiseerd.
Geactualiseerd.
De voorheen geldende eerste twee leden zijn samengevoegd tot artikel 18, eerste lid, waarbij er gevraagd en ongevraagd informatie verstrekt kan worden aan zowel de raad als colleges. Tevens is toegevoegd in het kader van de actieve informatieplicht dat periodiek ook de Berap wordt toegestuurd.
Geactualiseerd. Formulering aangepast, strekking hetzelfde.
Conform de Wgr kan het Algemeen Bestuur commissie van advies instellen.
Artikel 24a (nieuw)
Artikel 25
Artikel 25a (nieuw)
Artikel 31
instellen” ingevoegd “ten behoeve van de aan hen overgedragen taken”. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 3. De commissie stelt bij instelling voor haar vergaderingen een reglement van orde vast over de werkwijze van de commissie van advies. Artikel 24a komt te luiden: Artikel 24a: Raadsadviescommissies 1. Het Algemeen Bestuur stelt, indien de raden van de deelnemende gemeenten hierom verzoeken, een commissie in als bedoeld in artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regeling. 2. Het Algemeen Bestuur kan voor de leden van commissies als bedoeld in dit artikel een vergoeding voor hun werkzaamheden en/of een tegemoetkoming in de kosten vaststellen. 3. De commissie stelt bij instelling voor haar vergaderingen een reglement van orde vast over de werkwijze van de raadsadviescommissie. Aan het eerste lid is toegevoegd: “Het Algemeen Bestuur stelt vooraf de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte en stelt hen in de gelegenheid hun zienswijzen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen.” Het derde lid (nieuw) luidt als volgt: 3. De commissie stelt bij instelling voor haar vergaderingen een reglement van orde vast over de werkwijze van de bestuurscommissie. Artikel 25a komt te luiden: Artikel 25a: Burger- en Cliëntenparticipatie 1.
Bij verordening stelt het Algemeen bestuur regels op over de wijze waarop ingezetenen die cliënt zijn, en andere belanghebbenden, bij de voorbereiding c.q. advisering van beleid worden betrokken. 2. Bij verordening stellen de raden van de deelnemende gemeenten regels op over de wijze waarop ingezetenen en andere belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding c.q. advisering van beleid aangaande het sociale domein. 3. Tijdens de vergadering van het Algemeen bestuur kunnen ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld het woord te voeren over onderwerpen die zijn geagendeerd voor de vergadering. In het vijfde lid wordt “periodiek” vervangen door “twee keer per boekjaar” en wordt aan het eind van de zin “met zowel financiële als inhoudelijke informatie die tevens wordt verstrekt ter informatie aan de raden en colleges van de deelnemende gemeenten.” toegevoegd.
Eerder stond vermeld dat dit de verschillende bestuursorganen zouden kunnen.
Artikel 24a biedt de mogelijkheid van het instellen van een regionale raadsadviescommissie. Deze wordt ingesteld door het AB op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten.
De toevoeging aan het eerste lid is gemaakt omdat de instelling van een bestuurscommissie een behoorlijk zwaar instrument is.
Toegevoegd aan de regeling conform de nieuwe Wgr waarin is bepaald dat moet worden geregeld hoe in burgerparticipatie is voorzien.
Conform de actieve informatieplicht in de nieuwe Wgr toegevoegd dat een rapportage op hoofdlijnen van de Berap door het DB ter informatie wordt verstrekt aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten.
Artikel 33
Artikel 36
Artikel 37
Artikel 40
Artikel 40a (nieuw)
In het eerste lid worden “minimaal twaalf” weken en “voor 30 april” ingevoegd. - In het tweede lid wordt “twaalf” weken ingevoegd. - In het derde lid wordt “1 augustus” ingevoegd. - In het vierde lid wordt “voor 31 augustus” ingevoegd. - In het vijfde lid wordt “voor 15 september” ingevoegd. - Aan het einde van het tiende lid wordt “Deze kunnen direct worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur”. In het derde en vierde lid wordt “eigen vermogen” vervangen door “algemene reserve”. Het vijfde lid vervalt.
Artikel 33 zijn de data van de begrotingsprocedure aangepast naar de data van de nieuwe Wgr. Deze data hebben directe werking en als zodanig wordt nu al gehandeld.
In het eerste lid wordt “voor 30 april” ingevoegd. - In het tweede lid wordt “voor 15 juli” ingevoegd. - In het vijfde lid wordt “voor 15 juli” ingevoegd. Artikel 40 komt te luiden: Artikel 40: Toetreding 1. Het bestuur van de gemeente die wenst toe te treden, richt het verzoek ter zake aan het Algemeen Bestuur. 2. Het Algemeen Bestuur zendt het verzoek als bedoeld in lid 1 binnen drie maanden door aan de besturen van de deelnemende gemeenten onder overlegging van zijn advies over de toetreding, de eventuele gevolgen en consequenties, en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden. 3. Toetreding vindt plaats indien twee derde van de raden van de deelnemende gemeenten daarmee instemmen. 4. Elk besluit tot toetreding van een gemeente wordt door het gemeentebestuur van de gemeente Waalwijk bekend gemaakt overeenkomstig artikel 47 van deze Regeling. Artikel 40a komt te luiden: Artikel 40a: Uittreding 1. Elke gemeente kan bij besluit van de raad bepalen dat de deelneming aan de regeling wordt opgezegd. 2. Het besluit als bedoeld in het voorgaande lid wordt uiterlijk drie kalendermaanden vóór het einde van het kalenderjaar toegestuurd aan het Algemeen Bestuur. 3. Het Algemeen Bestuur zendt een besluit tot uittreding door aan de besturen van de overige gemeenten. 4. De Raden van de overige gemeenten kunnen gedurende een periode van 3 maanden na de
In artikel 37 zijn opnieuw de data aangepast conform de nieuwe Wgr. Ook deze data hebben directe werking en als zodanig wordt nu al gehandeld.
-
-
Artikel 36, vijfde lid is komen te vervallen daar de evaluatie van de GR in een separaat artikel is opgenomen in de regeling conform de nieuwe Wgr.
Artikel 40 is geactualiseerd conform de nieuwe Wgr. Het eerdere artikel 40 bevatte bepalingen over toe- en uittreding in 1 artikel. Nu zijn hiervoor 2 separate artikelen in de regeling opgenomen nl. artikel 40 ‘toetreding’ en artikel 40a ‘uittreding’. Artikel 40a is nieuw en bevat naast procesafspraken over uittreding nu ook voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden.
Zie opmerking bij artikel 40.
Artikel 41
toezending als bedoeld in het vorige lid een zienswijze toezenden aan het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur betrekt de zienswijzen bij het opstellen van het uittredingsplan. 5. De uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin het Algemeen Bestuur het besluit genoemd in lid 2 heeft ontvangen. 6. Het Algemeen Bestuur stelt een uittredingsplan vast waarin de financiële systematiek, de juridische- personele- en organisatorische consequenties, evenals eventuele overige gevolgen van de uittreding, worden geregeld. 7. Het uittredingsplan bevat een financiële systematiek ter bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 8. Uiterlijk 6 maanden na het moment van uittreding stelt het Algemeen Bestuur de definitieve uittreedsom vast. De uittredende gemeente is verplicht tot betaling van deze definitieve uittreedsom. 9. Baanbrekers, alsmede de uittredende gemeente is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan, respectievelijk bepaald zijn voorafgaand aan het moment van ontvangst van het besluit tot uittreding door het Algemeen Bestuur. 10.
De uittredende gemeente is gehouden zich in te spannen om de formatie van Baanbrekers die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te houden. De waarde die de uittredende gemeente overneemt van Baanbrekers wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 11. Het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van Baanbrekers die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden. 12. Elk besluit tot uittreding van een gemeente wordt door het gemeentebestuur van de gemeente Waalwijk bekend gemaakt overeenkomstig artikel 47 van deze Regeling. - In het eerste lid wordt na de raden ingevoegd “en colleges”. - In het tweede lid wordt artikel “40a” ingevoegd. - In het zesde lid wordt “artikel 47” ingevoegd.
Artikel 41 lid 1 geeft aan dat voor wijziging van de GR niet alleen 2/3 van de raden maar ook 2/3 van de colleges van de deelnemende gemeenten daartoe moeten besluiten. Beide bestuursorganen tekenen ook bij wijziging van
Artikel 43
Artikel 44 (nieuw)
In de aanhef vervalt “en liquidatie” Onder vernummering van het tweede tot en met het achtste lid tot het derde tot en met het negende lid wordt een lid ingevoegd: 2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid kan niet worden genomen dan nadat het Algemeen Bestuur daarover is gehoord. - In het vijfde lid wordt “financiële gevolgen” vervangen door “financiële en andere gevolgen”. - In het achtste lid wordt artikel “47” ingevoegd. Onder vernummering van artikel 44 tot en met 49 tot artikel 45 tot en met 50 wordt er een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 44: Evaluatie 1. Evaluatie van de regeling vindt plaats in opdracht van het Algemeen Bestuur indien ontwikkelingen of omstandigheden dit noodzakelijk achten. Hierbij kan worden uitgegaan van een periodiciteit van één keer per vijf jaren na inwerkingtreding van de (gewijzigde) regeling. 2. Het Algemeen Bestuur rapporteert aan de raden van de deelnemende gemeenten de resultaten van de uitgevoerde evaluatie onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies. -
de GR. Tevens zijn in dit artikel de verwijzingen naar artikelen geactualiseerd. Artikel 43, tweede lid is toegevoegd dat over een voorgenomen besluit tot opheffing van de regeling het AB eerst hierover dient te worden gehoord.
Conform de nieuwe Wgr is een nieuw artikel 44 in de regeling opgenomen over het evalueren van de regeling. Daarbij is uitgegaan van de mogelijkheid dat evaluatie altijd mogelijk is als ontwikkeling of omstandigheden hiertoe noodzaken, waarbij als richtlijn om de 5 jaren na wijziging is aangegeven.