CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

hoofddocument ontwerp RPE april 2025

Raadsvergadering 14 juli 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Ontwerp regionaal programma energievoorziening27.563 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

98 alinea's met “ontwerp”: 1 2 4 32 44 50 125 160 215 247 274 283 313 354 400 407 409 412 441 458 510 524 527 530 570 583 586 620 623 625 665 673 723 746 752 803 877 903 906 914 …

Diepe geothermie, waterstof,

hoogspanningsnetten. Dat vermindert de overbelasting van biogas/groen gas en overige

ondernemers. Tegelijkertijd gaan we voortvarend aan de slag met de huidige uitgangspunten.

Totaal energieaanbod van binnen de regio ≈ 5,5 TWh Totaal energieaanbod van buiten de regio ≈ 2 TWh

≈ 80% zelfvoorzienend

het elektriciteitsnet en verlaagt de kosten. Op onderstations biobrandstoffen, lokaal:

0,5 TWh wordt hoogspanning omgezet in≈middenspanning, die naar de woonwijken en bedrijventerreinen gaat. De Totaal: ≈ 7,5** TWh

verzorgingsgebieden van de onderstations houden zich niet aan grenzen van gemeenten en regio’s. Dit betekent enerzijds dat het verstandig is om als gemeentes en regio’s met eenzelfde onderstation samen te werken. Anderzijds heeft iedere gemeente ook de opgave om de energievoorziening binnen haar eigen grondgebied in te richten en te optimaliseren.

33

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

Ons RPE past binnen (actualisaties van) het provinciaal beleid

Er ontstaan kansen als inwoners en lokale

Enerzijds binnen de provinciale omgevingsvisie en

organisaties zelf eigenaar worden van onderdelen van

de provinciale omgevingsverordening inclusief de

de energievoorziening

aangescherpte voorkeursvolgorde zon en de Aanvulling

o

ondernemers, overheden en maatschappelijke

Als we met investeringen onze eigen elektriciteit

beleidslijn Windenergie op en rondom de Veluwe.

opwekken, blijven onze energie-uitgaven veel

Anderzijds ook binnen het in ontwikkeling zijnde Provinciaal

meer in de lokale gemeenschap aanwezig. En

programma Energiesysteem en het Gelders Beleidskader

dat is de moeite waard. Want we geven in de

Energiesysteem, inclusief de daarin beschreven leidende

Stedendriehoek ieder jaar tussen de €1,5 miljard

principes:

en €2 miljard uit aan energie. Dat geld verdwijnt nu

• Energie bepaalt mede de inrichting van Gelderland

grotendeels uit de lokale economie.

(hoofdprincipe).

o

Zelf opgewekte duurzame energie geeft meer

• We besparen zoveel mogelijk energie.

prijszekerheid dan wanneer je afhankelijk bent van

• We organiseren het Gelderse energiesysteem zo veel

grote bedrijven of van import uit landen. Het kost

mogelijk decentraal met aandacht voor de combinatie van

namelijk veel minder om zelf energie op te wekken.

lokale opwek, lokale opslag en lokaal gebruik.

Daarnaast kun je de prijs vastzetten gedurende het hele project. En je kunt zelf bepalen voor welke

• We zetten in op een diverse energiemix.

prijs je die energie wilt verkopen.

• We stimuleren betrokkenheid van Gelderlanders bij de energietransitie, onder andere via participatie en de

o

krijgen inwoners en lokale ondernemers

mogelijkheid tot lokaal eigendom van opwek en opslag.

zeggenschap en regie over de eigen

Ook past ons RPE binnen (actualisaties van) nationaal en

energievoorziening.

Europees beleid.

Alle gemeenten van de regio Stedendriehoek gebruiken de uitgangs­ punten en afspraken uit dit regionale energieperspectief als basis voor door hen zelf vorm te geven gemeentelijk beleid

Met eigen windmolens of eigen zonnepanelen

o

Het gemeentebestuur heeft zelf invloed op de balans tussen energie opwekken en energie gebruiken, waardoor er minder snel netcongestie ontstaat.

o

Investeren in de lokale energievoorziening zorgt dat bedrijven in de eigen gemeente nieuwe kennis ontwikkelen. En dat er banen gecreëerd worden.

We sturen als RPE-partners op wat binnen onze rol past

Dit soort investeringen zijn dus waardevol voor de lokale economie.

Dat doen we door op gemeentelijk niveau beleid te ontwikkelen en door te zorgen voor samenwerking tussen onszelf, onze medeoverheden, maatschappelijke partners, ondernemers, agrariërs, energiecoöperaties en inwoners.

We ontwikkelen kennis en expertise zoveel mogelijk lokaal en regionaal

Wij kiezen zoveel mogelijk voor coöperatieve projecten Dat zijn collectieve projecten met een maatschappelijk doel

Daarmee vervolgen de RPE-partners en maatschappelijke

en een bedrijfsmatige aanpak. Ook proberen we, in lijn met

partners de constructieve samenwerking en

afspraken in het Nederlandse Klimaatakkoord, te zorgen

kennisontwikkeling waarmee dit document tot stand is

dat elk energieproject voor minimaal 50% in eigendom

gekomen.

komt van inwoners, lokale ondernemers, overheden of maatschappelijke organisaties. Op deze manier kunnen zij

We monitoren jaarlijks of wij op koers liggen om het bod en het einddoel in 2050 te halen

meebeslissen over het project, hebben zij de mogelijkheid

Daarvoor gebruiken we de cijfers uit het energieperspectief,

daardoor de energieprijzen lager en stabieler en voorkomen

van de energiestromen binnen onze regio en gemeenten

we een overvol elektriciteitsnet. Natuurlijk vraagt zo’n project

tussen 2019 en 2050.

om investeringen en brengt het daardoor risico’s met zich

te profiteren van de opbrengsten en hebben ze meer invloed op hun eigen lokale energievoorziening. Ook worden

mee.

34

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

3.4 Een handreiking bij het energie­­­perspectief Bij het energieperspectief hoort een handreiking. Die bestaat uit een overzicht van energiebronnen, energiedragers en mogelijkheden voor de opslag van energie. En in bijlage 1 is per energiebron, energiedrager en technologie voor opslag & buffering uitgewerkt wat de voordelen zijn en welke uitdagingen erbij komen kijken. Voor zonne-energie en windenergie is beschreven met welke wet- en regelgeving u op dit moment rekening moet houden. Zo kan de handreiking gebruikt worden door alle spelers in de energietransitie. En kan ieder vanuit de eigen rol meebouwen aan de energievoorziening van de toekomst.

Het toepassen van het energieperspectief zorgt voor uitdagingen

Gelukkig hebben we ook andere energiedragers ter

Het vormgeven van de energievoorziening van de toekomst

duur. Mede daardoor zijn die niet altijd geschikt voor elke

is geen eenvoudige puzzel. Zoals ook te zien is in bijlage 1

functie (wonen, werken, industrie) of op elke plek. Onze grote

hebben alle puzzelstukjes -de energietechnologieën-

uitdaging voor de komende jaren ligt dus in het vinden van

specifieke kenmerken die alleen in een goede

een goede energiemix:

combinatie leiden tot een betaalbare, betrouwbare en

• Grootschalig in combinatie met kleinschalig opgewekte

klimaatneutrale energievoorziening. Nog los van aspecten als maatschappelijk draagvlak en de geldende politiekbestuurlijke opvattingen. Niet alle elektriciteit die we nodig

beschikking dan elektriciteit, al zijn die vaak wel schaars en

energie; • Centraal opgewekte in combinatie met decentraal opgewekte energie;

hebben, kan immers worden aangevoerd uit een centraal

• Zonne-energie in de goede combinatie met windenergie

net. En het groeiende lokale aanbod van elektriciteit varieert

• Elektriciteit gecombineerd met andere energiedragers;

met het weer en het seizoen. Dat maakt dat de opslag van

• Vormen van opslag en buffering die aansluiten bij het

energie erg belangrijk wordt.

energieaanbod en de energievraag.

35

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

Een bijzondere uitdaging is de Dunkelflaute In deze donkere, windstille winterperiode is de energievraag groot en zijn de mogelijkheden klein om met zon en wind energie op te wekken. Niet alles kan in zulke periodes door de centrale netten en grote back-up centrales worden opgevangen. Dan zijn grote warmtebuffers en kleine elektriciteitscentrales op lokaal niveau waardevol. Zulke centrales kunnen warmte en elektriciteit produceren met duurzame brandstoffen, zoals bijvoorbeeld groen gas. Ze helpen ook om het centrale elektriciteitssysteem in dit soort situaties betrouwbaar te houden.

36

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

3.5 Het energie­ perspectief toegepast op windenergie en zonne-energie Het RPE bouwt voort op de RES 1.0. Deze paragraaf past het energieperspectief toe op de uitgangspunten van RES 1.0 met betrekking tot het grootschalig opwekken van windenergie en zonne-energie. Daarmee wordt de informatie die in de RES 1.0 stond aan de hand van de nieuwe werkelijkheid geactualiseerd en geconcretiseerd. Ook leest u welke gevolgen dat heeft voor grootschalige opwekking van zonne- en windenergie. 3.5.1 Windenergie Het energieperspectief helpt de ideeën over windenergie in de RES 1.0 te actualiseren en verder uit te werken

Voor actualisatie en verdere uitwerking van de ideeën over windenergie in de RES 1.0 gebruiken we de onderzoeksgebieden in het provinciale PlanMER Windbeleid en RES

Op pagina 24 van de RES 1.0 zijn drie gebieden aangewezen

De provincie Gelderland onderzoekt in dit PlanMER de

waarin nader onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn

milieueffecten van windenergie op de leefomgeving,

voor grootschalige opwekking van duurzame energie met

biodiversiteit, natuur en het landschap. Het ontwerp

windturbines:

PlanMER dat naar verwachting op 15 juli 2025

• De 8km zone rond de Veluwe;

wordt vastgesteld, is opgenomen in bijlage 5. De

• Het grondgebied van de gemeente Lochem;

onderzoeksgebieden in het PlanMER zijn de gebieden waar

• Het gebied ten noorden van Zutphen, waar al drie

vanuit milieukundig oogpunt geen harde belemmeringen

4

windmolens staan.

bestaan voor windturbines.4 Dit betekent niet dat op die plaatsen ook windturbines komen. Het PlanMER helpt om ruimtelijke keuzes af te wegen en te onderbouwen, ook in relatie tot andere programma’s voor bijvoorbeeld

4

Het ontwerp PlanMER, dat naar verwachting op 15 juli wordt vastgesteld, vindt u in bijlage 5a en 5b. U kunt de gebiedsindeling uit de RES 1.0 bekijken in figuur 2.1 op p.7 van de regionale aanvulling RES regio Stedendriehoek. De onderzoeksgebieden vindt u in figuur 3.2b op p.16.

37

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

woningbouw, landbouw, mobiliteit, werklocaties en/of natuur.

Daarop hebben de initiatiefnemers in maart 2024 een

Het PlanMER legt dus geen keuze op voor de invulling

principeverzoek ingediend bij de provincie, om de ruimtelijke

van bepaalde locaties en ook niet voor een bepaalde

procedure(s) voor windpark Papenslagweg zo snel mogelijk

hoeveelheid windturbines. Gesprekken over afwegingen

te starten. De provincie heeft dit verzoek in eerste instantie

en keuzes vinden op lokaal niveau plaats na afronding van

afgewezen, in navolging van de afspraak met de gemeente

het PlanMER en na vaststelling van het RPE. Bij het maken

Lochem. Na bezwaar van de initiatiefnemers en op advies

van die ruimtelijke keuzes spelen ook maatschappelijke en

van de commissie Rechtsbescherming om het besluit te

politieke-bestuurlijke afwegingen mee. Deze afwegingen

heroverwegen, heeft de provincie Gelderland in december

zorgen ervoor dat een aantal gemeenten verdere

2024 besloten te beginnen met de projectprocedure voor

verkenningen naar mogelijkheden voor grote windturbines

het windpark Papenslagweg.

nu direct oppakt, terwijl in andere gemeenten daarvoor het draagvlak op dit moment ontbreekt.

Het is nu aan de initiatiefnemers om het proces zorgvuldig te doorlopen, onder andere door het onderzoeken van geluid,

Voor het gebied ten noorden van Zutphen is het windpark IJsselwind gepland

slagschaduw, externe veiligheid en ecologie. De provincie wil

Binnen dit project is het voorstel om 3 windmolens van elk

om zodoende vraag en aanbod van energie aan elkaar te

4,3 MW te bouwen langs het Twentekanaal bij Zutphen en

koppelen.

daarin mogelijke afnemers van de energie in beeld brengen

Eefde. De provincie heeft daartoe een vergunning verleend, maar er wordt nog gewacht op een uitspraak van de Raad van State (status april 2025).

Op het grondgebied van Lochem is een initiatief voor het windpark Papenslagweg

In de 8 km-zone rond de Veluwe wordt nader gekeken naar de mogelijkheden voor windenergie Hiervoor is ten tijde van de RES 1.0 bovenregionaal bestuurlijk afgesproken dat de mogelijkheden voor de

Pure Energie, Walow BV (grondeigenaren) en

8 km-zone rond de Veluwe, voor windenergie in combinatie

energiecoöperatie LochemEnergie hebben het plan een

met de wespendief, nader zouden worden onderzocht. Dat

windpark te bouwen. Het voorstel bestaat uit drie grote

is gebeurd in de ‘Aanvulling Beleidslijn Windenergie op en

windturbines ten oosten van Exel, in de gemeente Lochem.

rondom de Veluwe’. Daarin staat dat er op de Veluwe en 1 kilometer daaromheen geen windturbines mogen komen.

38

De initiatiefnemers hebben in juni 2023 gevraagd of de

In de cirkel van 1 tot 8 kilometer rondom de Veluwe is geen

gemeente Lochem bereid is om de ruimtelijke procedure(s)

sprake van harde milieukundige belemmeringen, maar

voor het windpark te doorlopen. De gemeente Lochem

gelden op dit moment wel zeer strenge voorwaarden. Op dit

heeft toen aangegeven hiervoor open te staan, onder de

moment onderzoekt de provincie verschillende maatregelen

voorwaarde dat zij hiervoor eerst beleid wilde opstellen.

waardoor windturbines in de toekomst minder hoeven stil

In navolging van een aangenomen motie tijdens de

te staan. Zoals de inzet van camera’s die zien dat er vogels

raadsvergadering in december 2021, stelt het college dit

aankomen en de windturbines tijdig kunnen stilzetten.

beleid op en legt het, zo snel mogelijk na de inwerkingtreding

Het beleid van de provincie wordt mogelijk aangepast op

van de landelijke windturbinebepalingen, ter besluitvorming

basis van de uitkomsten. Dit wordt, voor zover mogelijk,

voor aan de raad. De inwerkingtreding van landelijke

meegenomen in de definitieve versie van het RPE en anders

windturbinebepalingen is ondertussen vertraagd.

in de volgende herijking.

Het energieperspectief helpt de ideeën over zonne-energie in de RES 1.0 te actualiseren en verder uit te werken

In de kern bevat de aangescherpte voorkeursvolgorde zon de volgende afspraken 1. Voor de aanleg van een zonnepark wordt de volgende voorkeursvolgorde voor de keuze van geschikte locaties

Net als voor windenergie is in de RES 1.0 voor zonne-energie

in acht genomen:

besloten om het landschap leidend te maken. Dat betekent

- trede 1: op daken en gevels;

dat op basis van de verschillende landschapstypen in onze

- trede 2: op terreinen en objecten binnen bebouwd

regio is gekeken of en hoeveel zonne-energie er op zo’n plek opgewekt kan worden, zonder het landschap of de natuur al te veel te veranderen en zodoende zorgvuldig om

gebied; - trede 3: op terreinen en objecten in het landelijk gebied; trede 4: op landbouw- en natuurgronden.

te springen met ons landschappelijk kapitaal. Gemeenten hebben de inspanningsverplichting op zich genomen om

2. De aanleg van een zonnepark op landbouwgronden is

de bestuurlijke afspraken in de RES 1.0 te verankeren in

niet mogelijk, tenzij:

het lokale omgevingsbeleid. Dit is gedaan op verschillende

a. in combinatie met een substantiële agrarische functie;

manieren: in uitnodigingskaders, gebiedsvisies en

b. op landbouwgrond die op basis van bestuurlijk

omgevingsplannen.

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

3.5.2 Zonne-energie

bindende afspraken in transitie is; of c. het zonnepark betekenisvol bijdraagt aan de

De uitgangspunten met betrekking tot zonneparken

vermindering van de netcongestie of aan vergroting

op daken en op land, zijn na de vaststelling van RES 1.0

van een efficiënter netwerkgebruik.

aangescherpt door de invoering van de regels in de Aangescherpte Voorkeursvolgorde Zon. Deze staan

3. De uitzonderingsmogelijkheden hebben alleen betrekking

uitgewerkt in Artikel 5.90 van de omgevingsverordening

op landbouwgronden en niet op natuurgronden. Voor

van provincie Gelderland. Net als tijdens de RES 1.0 maken

natuurgronden geldt een beschermingsregime, waarop

we in het RPE de afspraak dat gemeenten het Regionaal

geen uitzondering voor zonneparken mogelijk is.

Programma Energievoorziening (en dus ook de regels van de Aangescherpte Voorkeursvolgorde Zon) gebruiken als

Deze voorkeursvolgorde houdt geen volgtijdelijkheid in. Na

basis voor (de actualisatie van) hun gemeentelijk beleid.

het verkennen van mogelijkheden voor het toepassen van zonnepanelen, kan worden begonnen met het gelijktijdig

Deze actualisatie op gebied van zonneenergie betekent dat zonnepanelen op daken (en gevels) nog steeds de voorkeur hebben

benutten van gekozen mogelijkheden. Uit de verkenning

Landschappelijke inpassing, ruimtelijke kwaliteit en dubbel

Er zijn gronden die planologisch als landbouwgrond zijn

grondgebruik zijn nog steeds essentieel. En zonnepanelen

bestemd, die in de praktijk niet meer als zodanig worden

op landbouwgrond zijn alleen mogelijk onder aangescherpte

gebruikt. Indien deze gronden gedurende een ruime periode

voorwaarden.

niet meer gebruikt worden als landbouwgrond, ondanks dat

moet gemotiveerd blijken dat hogere treden onvoldoende ruimte bieden om de doelstelling te halen.

ze wel als zodanig zijn bestemd, dan vallen deze niet onder trede 4.

Deze aanscherping op gebied van zonneenergie werkt concreet door in het RPE In aansluiting op ons energieperspectief is de belangrijkste voorwaarde hierbij dat aanleg van een zonnepark op landbouwgronden niet mogelijk is, tenzij: “het zonnepark betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of aan vergroting van een efficiënter netwerkgebruik.” Dit betekent dat er mogelijkheden liggen als er bijvoorbeeld sprake is van combinatie met een energievrager, met opslag en/of van koppeling met een bestaand windpark.

39

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp 40

04. Hoe brengen we de vraag naar energie en het aanbod van energie met elkaar in balans?

naar energiestromen. Vervolgens beschrijft het de vraag naar energie in de regio Stedendriehoek. Met een toelichting op het Ontwikkelperspectief en de warmtetransitie belicht het twee belangrijke componenten van die vraag. Daarna stappen we over naar het aanbod van energie en wordt beschreven welke energiemix in de toekomst de vraag naar energie van de regio Stedendriehoek kan opvangen. Vervolgens vindt u een schets van het eindbeeld van de energievoorziening van de toekomst: vraag en aanbod in balans in 2050. Tot slot belicht dit hoofdstuk het bod, als mijlpaal onderweg naar ons einddoel in 2050.

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

Dit hoofdstuk licht eerst toe hoe de uitgangspunten uit het energieperspectief vertaald worden

41

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

4.1 Van uitgangspunten naar energiestromen en cijfers Als we het hebben over energiestromen, hebben we het over de manier waarop energie vanuit een bepaalde bron naar de gebruiker stroomt. Hoe wordt de energie gewonnen of opgewekt? Hoe wordt hij verwerkt, opgeslagen, getransporteerd en verdeeld? En wie gebruikt uiteindelijk de energie op welk moment?

Het energieperspectief maakt toekomstige ontwikkelingen in energiestromen zichtbaar en concreet door ze te vertalen naar cijfers

die er ligt om onze doelen voor 2050 te halen. Ook maakt

Die cijfers laten zien hoe de energiestromen binnen onze

En welke uitdagingen dat geeft voor energieopslag en de

regio en in onze gemeenten zich tussen 2019 en 2050 naar

energietransport-infrastructuur.

verwachting ontwikkelen. Dat geeft richting aan de uitdaging

42

het ons mogelijk om eerste inschattingen te maken van de hoeveelheid duurzame energie die we in de periode vanaf nu tot 2050 op enig moment als regio willen kunnen opwekken.

Deze paragraaf schetst hoe in de regio Stedendriehoek de vraag naar energie zich de komende jaren naar verwachting ontwikkelt. De vraag naar energie ontstaat op vier verschillende terreinen: in de gebouwde omgeving, in de landbouw, in de industrie en in verkeer & vervoer

Van dat totale energieverbruik in 2050 vullen we ongeveer 5 TWh in met elektriciteit

Op al deze terreinen is energie nodig voor verduurzaming

dagen, weken en seizoenen. Om toch altijd voldoende

van bestaande processen, gebouwen en voertuigen. En

energie te hebben, slaan we gedurende het jaar ongeveer

er is energie nodig voor het ontwikkelen en produceren

50% van alle elektriciteit voor kortere of langere tijd op,

van nieuwe duurzame woningen, nieuwe industriële

voordat we die gebruiken. Daarvoor zijn allerlei verschillende

processen, nieuwe machines en nieuwe auto’s en overige

vormen van opslag nodig. Bij het opwekken en opslaan van

transportmiddelen. De hoeveelheden energie die hierbij

energie maken we onderscheid in het deel dat we als regio

horen in 2019 en in 2050 zijn te zien in afbeelding 5.

zelf gaan opwekken en het deel waarvoor wij het centrale

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

4.2 De omvang van onze energievraag

Tegelijkertijd variëren vraag en aanbod sterk gedurende

net blijven gebruiken.

Een belangrijke prognose is dat de vraag naar energie in de regio daalt van ongeveer 10 TWh in 2019 naar ongeveer 7 TWh per jaar in 2050 steeds meer elektrische systemen en apparaten gebruiken,

4.2.1 Onze energievraag en de relatie met het Ontwikkelperspectief

die efficiënter zijn dan systemen op basis van fossiele

In de regio wordt het Ontwikkelperspectief uitgewerkt.

brandstoffen. Aan de andere kant daalt de energievraag door

Het Ontwikkelperspectief is het vervolg van de eind

energiebesparende acties. Denk bijvoorbeeld aan isolatie

2024 vastgestelde Contourenschets 2050 voor de

van woningen en kantoorgebouwen, of een efficiënter

Stedendriehoek, waarin vier denkrichtingen staan voor

productieproces in de industrie.

een verstedelijking in balans in de regio Stedendriehoek.

Die daling wordt aan de ene kant veroorzaakt doordat we

Dit Ontwikkelperspectief schetst hoe onze groeiambities op gebied van woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit en de bijbehorende energievoorziening een plek kunnen krijgen in de schaarse ruimte. Met behoud en versterking van onze natuur en ons landschappelijk kapitaal. Het gaat om de ontwikkeling van de hele regio met oog voor de mens en focus op versterking van de kwaliteit van leven. Een andere term voor die kwaliteit van leven is ‘brede welvaart’. Het Ontwikkelperspectief brengt daarmee ook een deel van de nieuwe energievraag in beeld.

43

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

De verwachte ontwikkeling van de vraag naar energie in de regio Stedendriehoek verdeeld naar sectoren gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit en landbouw 2019

2022

≈ 10 TWh

≈ 9 TWh

in een mix van elektriciteit, gas en andere fossiele brandstoffen

+

2050

≈ 7 TWh

in een mix van duurzame elektriciteit en omgevingsenergie

3,7 TWh

3,1 TWh

2,5 TWh

2,2 TWh

3,5 TWh

1,8 TWh +

0,5 TWh

0,5 TWh

Afbeelding 5: De verwachte ontwikkeling van de vraag naar energie in de regio Stedendriehoek. Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 en Regionale Klimaatmonitor We gebruiken 2019 als referentiejaar, omdat dat het laatste jaar voor corona en de oorlog in Oekraïne was.

Reikwijdte RES 1.0 ten opzichte van het Regionaal Programma Energievoorziening

Energievraag Energieaanbod Transport, opslag en Met het Ontwikkelperspectief bewaken we Op plekken waar flexibel het elektriciteitsnet minder geschikt is, gebruik Warmtetransitie: Opwekking zonne-energie, de ruimtelijke balans binnen de regio kunnen beter netvriendelijke woningen komen en bedrijven bestaande woningen en grootschalig

Transport: De vraag om ruimtevan is immers meer woningen, meer die minder energie gebruiken. Dit is een voorbeeld van werklocaties het gasgroot: af Opwekking windenergie, Energie-infrastructuur woningen grootschalig werk,Nieuwe meer mobiliteit en een decentraler energiesysteem. hoe het Regionaal Programma Energievoorziening Nieuwe Opwekking Terwijl we de werklocaties komende jaren nog te maken hebben met zonne-energie, invloed kan hebben op keuzes in ruimtelijke ordening Opslag: Verduurzaming mobiliteit kleinschalig Batterijen een overbelast elektriciteitsnet en de uitdaging om de hele en hoe het samenhangt met het bredere ruimtelijke Verduurzaming industrie Opwekking windenergie, Warmtebuffers energievoorziening geven, moeten ontwikkelperspectief. en landbouw toekomstgericht vorm tekleinschalig Omgevingsenergie maatschappelijke ontwikkelingen wel doorgaan. Dat vraagt Flexibel gebruik: (lucht, water en ondiepe Gebruik buitenwerkt Het team dat werkt van aanenergie het RPE in de openbare ruimte dus om afgewogen keuzes.

Keuzes ondergrond) de piekmomenten ook mee aan de totstandkoming van het die bijdragen aan het eindbeeld dat wij hebben voor onze Restwarmte (uit de industrie) Slimme meters/slim laden regio en de energievoorziening die we daarvoor nodig (diepe Ontwikkelperspectief Geothermie Flexibele energieprijzen ondergrond) Daarmee wordt de integratie van de energievoorziening van hebben. Biogas de toekomst in het Ontwikkelperspectief geborgd. Andersom Waterstof Het thema energie is daarbij mede krijgen uitgangspunten uit het Ontwikkelperspectief een plek Kernenergie bepalend in de ruimtelijke ordening in het RPE. Daar waar het toekomstige elektriciteitsnet geschikt is voor groei van bedrijven die veel energie gebruiken, is het logischer om ruimte te maken voor deze bedrijven.

44

Een onderdeel van de energietransitie dat extra aandacht

De gemeente regisseert de planning en uitvoering van de overstap van aardgas naar duurzame warmtebronnen in de gebouwde omgeving

vraagt, is de warmtetransitie. De warmtetransitie is de

Daarvoor stellen gemeenten een warmteprogramma op.

overstap van het verwarmen van onze gebouwde omgeving

In die warmteprogramma’s brengen zij op basis van lokale

met aardgas, naar het verwarmen met energie uit duurzame

afwegingen in kaart wat per buurt of gebied duurzame

bronnen. Dit volgt uit de afspraak met het Rijk dat alle

alternatieven zijn voor verwarmen met aardgas. De

sectoren in Nederland in 2050 klimaatneutraal zijn. Ook in de

warmteprogramma’s zijn een vervolg op de transitievisies

warmtetransitie gaat het over de vraag naar energie.

Warmte en moeten uiterlijk eind 2026 zijn vastgesteld. Elke 5 jaar worden de warmteprogramma’s herijkt.

Met de gebouwde omgeving bedoelen we de

In de warmteprogramma’s krijgt ook de lokale isolatieaanpak een plek

door de mens gemaakte omgeving, waar mensen

Hierbij worden de uitgangspunten en actielijnen vanuit het

samenkomen om te leven en te werken. Het gaat

Nationaal isolatieprogramma gevolgd. Op deze manier is het

dan bijvoorbeeld om woningen, bedrijfsgebouwen,

thema isolatie geborgd in onze aanpak voor de energie- en

parken en zwembaden. Maar ook om de

warmtetransitie. Op regionaal niveau werken de mensen

ondersteunende infrastructuren, zoals transport,

die zich bezig houden met de warmtetransitie nauw samen

water en energienetwerken.

met het Regionaal Programma Energievoorziening. Er

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

4.2.2 Onze energievraag en verwarmen zonder aardgas

wordt samen kennis ontwikkeld en gedeeld, waardoor ook isolatie en energiebesparing onderdeel zijn van de plannen voor de toekomstige energievoorziening van de regio Stedendriehoek.

ZUTPHEN

LOKAAL ENERGIE-INITIATIEF

Warmtenet Componistenbuurt In Zutphen zijn er plannen om 731 woningen in de

De IJssel. Dat biedt kansen om warmte uit de IJssel te

Componistenbuurt aan te sluiten op een collectief

halen en te gebruiken om woningen te verwarmen. Zo

warmtenet. De Componistenbuurt ligt aan de rivier

gebruiken we een lokale en duurzame warmtebron.

45

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

Aardgas kan vervangen worden door een warmtebron, gecombineerd met een warmtepomp en eventuele warmteopslag

De oplossingen voor warmte worden nu uitgewerkt in de warmteprogramma’s van de gemeenten

De temperatuur van warmtebronnen als water en lucht is

Zonder daarop vooruit te willen lopen, geeft dat de volgende

te laag om direct in te kunnen zetten. Om die temperatuur

richtingen:

te verhogen, worden warmtepompen ingezet. Zo’n

• Als er een warmtebron beschikbaar is die mogelijk

warmtepomp kan individueel of collectief gebruikt worden.

in aanmerking komt voor een collectieve oplossing,

Aangezien warmtepompen werken op elektriciteit, zorgt dat

moet worden onderzocht of deze daarvoor geschikt is.

voor een toename van het elektriciteitsgebruik. Aardgas kan

Dit hangt af van hoeveel warmte de bron kan leveren,

in principe ook vervangen worden door een duurzaam gas:

hoe hoog de temperatuur is en of we de bron goed

groen gas of waterstof bijvoorbeeld. In de praktijk zal dat

kunnen ontsluiten. Ook is het belangrijk dat er eventuele

in de gebouwde omgeving bijna altijd onaantrekkelijk zijn

alternatieve warmtebronnen beschikbaar zijn, mocht een

door hoge kosten of beperkte beschikbaarheid. Duurzame

oorspronkelijke bron wegvallen.

gassen worden naar verwachting vooral ingezet om pieken

• Hoeveel huizen er in een gebied staan, is ook belangrijk.

in de vraag naar elektriciteit en warmte op te vangen en

Hoe meer huizen, hoe makkelijker het is om de

bij bedrijven voor productieprocessen met zeer hoge

warmtebron efficiënt te gebruiken, bijvoorbeeld met

temperaturen.

een warmtenet. Als er minder huizen zijn, is een groot collectief systeem vaak moeilijker. Dan kunnen kleine

Aardgasvrij verwarmen van de gebouwde omgeving kan niet zonder elektriciteit

collectieve systemen met warmteopslag een oplossing

Met de uitwerking van de energievoorziening van de

warmtepomp hoeft te hebben. In gebieden met weinig

toekomst legt de regio de verbanden tussen de lokale

huizen is er vaak geen gezamenlijke warmtevraag. In deze

warmteprogramma’s en de hoeveelheid hernieuwbare

gevallen is het logisch om individuele oplossingen te

elektriciteit die daarvoor nodig is.

gebruiken om van het gas af te komen.

zijn. Dit betekent dat niet elk huis een eigen elektrische

Als we het hebben over elektriciteits­gebruik, zijn warmtenetten vaak efficiënt

De Regionale Structuur Warmte onderzoekt of bovenlokale warmtebronnen gebruikt kunnen worden

Dat komt omdat grote industriële warmtepompen in een

In de RES 1.0 is voor onze regio een uitgebreide analyse

warmtenet efficiënter zijn dan de warmtepompen die aan

gemaakt waar bovenlokale bronnen aanwezig zijn en

consumenten worden verkocht. Hoe efficiënt het warmtenet

op welke plekken in de regio een hoge energievraag

is, hangt sterk af van de warmtebron, de hoeveelheid

bestaat. Hieruit is gebleken dat er twee grote bronnen

aangesloten gebouwen en de onderlinge afstanden. Het

van restwarmte zijn: het rioolwater van Friesland Campina

elektriciteitsverbruik is in een warmtenet eenvoudiger te

(gemeente Lochem) en de papierindustrie in Eerbeek

reguleren. Dat komt omdat warmtenetten vaak grote buffers

(gemeente Brummen). Het gebruik van de restwarmte uit

hebben en altijd over een reserve- of piekvoorziening

het rioolwater van de fabrieken van Friesland Campina

beschikken. In het kader van de energietransitie, de

is door de gemeentes Lochem, Zutphen en Berkelland

netcongestie en met een vraag naar elektriciteit die niet altijd

onderzocht. Op basis van dit onderzoek is het gegund

past bij het aanbod, onderzoeken we daarom bij voorkeur

aan kleinschalige lokale projecten in Berkelland en een

altijd eerst met inwoners en ondernemers de mogelijkheid

grootschalig warmtenet in Zutphen. Voor de restwarmte uit

van een warmtenet.

de papierindustrie doet de gemeente Brummen onderzoek naar een eerste toepassing in Eerbeek. Het ligt op dit moment nog niet voor de hand deze bron op andere plekken in te zetten.

46

10000

Een i onze van 2 Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

Energieverbruik van woningen in de regio Stedendriehoek in TJ

12 TWh

bron voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Via

Het aardgasverbruik in de gebouwde 9000 omgeving in de Stedendriehoek daalt

de volgende link komt u bij een artikel terecht over kansen

Dat is8000 vooral te danken aan hoge prijzen en zachte

10 TWh

voor het verwarmen van huizen met water uit de IJssel en de

winters en -in mindere mate- aan isolatie. Tegelijkertijd is 7000 elektriciteitsverbruik in de gebouwde omgeving tussen 2012 6000 en 2022 slechts licht gestegen. Dat komt doordat er veel

8 TWh

De regio onderzoekt ook de mogelijkheden van de IJssel als

samenwerking in Zutphen waar concrete stappen worden gezet om aquathermie in te zetten voor een warmtenet: regio Stedendriehoek | Huizen verwarmen met water uit de IJssel . Daarnaast kijken we in de regio naar mogelijkheden voor geothermie, biogas (door mono-mestvergisting) en restwarmte op bedrijventerreinen. De keuzes in de lokale warmteprogramma’s hebben veel consequenties voor de energievoorziening van de toekomst De keuzes hebben namelijk invloed op de vraag naar elektriciteit. Zowel gemeentelijk als regionaal is de zoektocht naar voldoende duurzame elektriciteit om die warmte uit de omgeving te kunnen halen een belangrijk onderwerp. Het is daarom belangrijk dat het RPE, de lokale warmteprogramma’s en de plannen van de netbeheerders goed op elkaar aansluiten.

energiezuinige apparatuur is ontwikkeld en veel mensen 5000 zonnepanelen hebben aangeschaft. De grote stijging van 4000 de elektriciteitsvraag komt nog, als meer cv-ketels worden

6 TWh

4 TWh

vervangen door warmtepompen en benzineauto’s door 3000 elektrische auto’s. Wat niet in de grafiek te zien is, maar goed2000 om te vermelden: er zijn wel meer pieken in het

2 TWh

elektriciteitsgebruik op de momenten dat ze niet gewenst 1000 zijn. In de winter bijvoorbeeld, als de warmtepomp harder 0 maar er minder duurzaam opgewekte moet werken, 2012 2015 2020 2023 elektriciteit geproduceerd wordt.

0 TWh

1 TWh

Stadswarmte

Du

Houtkachels

(Di

Totaal elektriciteitsverbruik woningen incl. zonnestroom achter de meter

Om

Ele

Aardgas

Bra

Aa

Energieverbruik van woningen in de regio Stedendriehoek in TJ

Gemiddeld energieverbruik per Een indruk van de verandering van woning in de regio onze regionale energiedragers Stedendriehoek in TJ van 2019 naar 2050

10000 9000

120,07 TWh

8000

0,06 10 TWh

7000 6000

0,05 8 TWh 0,04

5000

60,03 TWh

4000

40,02 TWh

3000

0,01 2 TWh 0

2000

1 TWh

1000

Scen

Scenario 1

Scenario 2

2012

2015

2020

2023

0 TWh

0 2012

2015

2020

2019

2023

2050

Stadswarmte

Duurzame gassen en brandstoffen

Houtkachels

(Diepe) geothermie

Totaal elektriciteitsverbruik woningen incl. zonnestroom achter de meter Aardgas

Omgevingsenergie (bodem, lucht, water, rest) Afbeeldingen 6a en 6b: Verloop van het energieverbruik in woningen in de Elektriciteit regio Stedendriehoek Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek

Brandstoffen (benzine, diesel, LPG)

Aardgas

47

Energieprofiel van een huishouden op een januaridag

Hoogte van de energievraag

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

4.3 De energie­voorziening van de regio Stedendriehoek in 2050 Deze paragraaf schetst de verwachte energievraag in de regio Stedendriehoek in 2050 en met welke 1 2 3 4 aan 5 6die 7 vraag 8 9 10 11 12 13 kan 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 energiemix voldaan worden. Uren van de dag

In 2050 kan ongeveer 80% van de energie voor de regio Stedendriehoek in de regio zelf geproduceerd worden

Kijkend naar het aandeel elektriciteit, wekken we in de

Afbeelding 1 laat zien hoe dat eindbeeld er in 2050 uit kan

gebruiken we het centrale net. Van de elektriciteit die we

zien. Het totale aanbod van energie is op dat moment

nodig hebben, wekken wij in 2050 dus ongeveer 60% zelf

7,5 TWh. Daarvan bestaat 5,0 TWh uit elektriciteit en

op. Daarbij maken we slim gebruik van de beschikbare

2,0 TWh uit omgevingsenergie. De overige 0,5 TWh komt

omgevingsenergie en andere lokale duurzame bronnen.

uit andere duurzame bronnen binnen de regio, zoals diepe

Daardoor kunnen we binnen de regio 5,5 TWh van de

geothermie, duurzame gassen en biobrandstoffen.

7 TWh die we nodig hebben, zelf opwekken. Hiermee kan

regio 2050 3,0 TWh lokaal en regionaal op met behulp van zonne- en windenergie. Voor de overige 2,0 TWh

ons niveau van dus oplopen tot 80%. Mogelijk eindbeeld van de energievoorziening inzelfvoorziening de regio Stedendriehoek in 2050

Energieaanbod Elektriciteit van binnen de regio: ≈ 3 TWh Elektriciteit van buiten de regio: ≈ 2 TWh Totale energievraag binnen de regio ≈ 7 TWh

Lokale omgevingsenergie: ≈ 2 TWh Diepe geothermie, waterstof, biogas/groen gas en overige biobrandstoffen, lokaal: ≈ 0,5 TWh

Totaal energieaanbod van binnen de regio ≈ 5,5 TWh Totaal energieaanbod van buiten de regio ≈ 2 TWh

≈ 80% zelfvoorzienend

Totaal: ≈ 7,5** TWh Afbeelding 1: Mogelijk eindbeeld van de energievoorziening in de regio Stedendriehoek in 2050 Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 * aanname dat de helft van de duurzame gassen en biobrandstoffen van buiten de regio wordt geïmporteerd. ** met de getallen die de gemeenten in de regio Stedendriehoek hebben aangeleverd, komen we uit op een aanbod dat hoger is dan de vraag. Die getallen worden de komende jaren preciezer.

48

elektriciteit. De voorspellingen van de netbeheerders en

Hiervoor ontbreekt op dit moment bij gemeenten politiek-

verwerkt. De resultaten zijn vervolgens vergeleken met de

bestuurlijk draagvlak. Op de lange termijn zijn kleinschalige

nationale plannen van de netbeheerders en de ministeries.

kernenergie en andere vormen van kleinschalige regelbare

Die uitkomsten kwamen goed met elkaar overeen. Het jaar

energieopwekking niet uitgesloten. De provincie Gelderland

2050 is nog ver weg, maar op basis van de analyses ligt er

onderzoekt de mogelijkheden voor kleine kerncentrales, de

een goed eindbeeld, inclusief een behoorlijk nauwkeurig

zogenaamde Small Modular Reactors (SMR’s). We blijven

beeld van de verwachte energievraag.

plannen van de gemeenten voor woningbouw, bedrijvigheid en ruimtelijke ontwikkeling en verduurzaming zitten daarin

hierover met elkaar in gesprek en volgen de ontwikkelingen richting 2050 op dit gebied.

Vervolgens is bekeken hoeveel energie we in de regio kunnen produceren. De energiemix voor 2050 is gebaseerd

Het eindbeeld helpt om de ontwikkeling van duurzaam opgewekte elektriciteit te volgen

op regionale vertalingen van het energieperspectief naar

Het eindbeeld voor 2050 en de cijfers die daaraan ten

en hoeveel omgevingsenergie en energie uit andere duur-

grondslag liggen, kunnen gebruikt worden om jaarlijks te

zame bronnen we lokaal kunnen gebruiken, in 2050 en in de

monitoren of we op koers liggen om het einddoel te halen.

periode onderweg daar naartoe. Hierbij is zowel grootscha-

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

Kleinschalige kernenergie maakt vooralsnog geen onderdeel uit van de regionale energiemix

onze toekomstige energievoorziening. Er is een inschatting gemaakt hoeveel elektriciteit we lokaal kunnen produceren

lige als kleinschalige energieopwekking meegenomen. Ook

Het eindbeeld is na uitgebreid onderzoek en analyse tot stand gekomen

de gemeentelijke warmteplannen zijn onderdeel van deze

Er is gekeken hoeveel energie we in de regio nodig hebben

-projecten meegenomen. Naarmate prognoses gaan over

voor bedrijvigheid, mobiliteit en gebouwen. Daarbij is

de periode 2040-2050 krijgen deze meer het karakter van

gerekend met conservatieve aannames voor de effecten

ambities.

analyse. Tot 2030-2035 zijn bekende gebiedsprocessen en

van de overgang van fossiele brandstoffen op duurzame

LOCHEM

LOKAAL ENERGIE-INITIATIEF

Biogashub in Lochem Het Achterhoekse landschap leent zich uitstekend

Lochem zet de Stichting Stimulering Biogas Lochem

voor een biohub, een kleinschalige biogasinstallatie

en Omgeving zich in voor een uitbreiding van deze

gekoppeld aan een leidingnetwerk. Dit systeem valt

duurzame vorm van energieopwekking.

nauwelijks op in het coulisselandschap. In de gemeente

Zie ook: Biogas - gemeente Lochem

49

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

4.4 Het bod in het RPE: de eerste mijlpaal op weg naar 2050 Elke regionale energiestrategie bevat een bod: een belofte om ons best te doen om vanaf een bepaald moment jaarlijks een bepaalde hoeveelheid duurzame energie op te wekken. Het bod in het RPE is gebaseerd op de energievoorziening zoals we die als regio in 2050 voor ons zien. Daarbij is het een voortzetting van het RES 1.0 bod. In het RPE blijft ons bod 1,07 TWh; we willen dit zo snel mogelijk na 2030 en uiterlijk in 2035 bereiken

Tenslotte speelt met name bij zonne-energie de uitdaging

Het bod zien wij als mijlpaal voor het grootschalige gedeelte

zonne-elektriciteit wordt dus steeds minder waard. Dat

van de energieopwekking, op weg naar ons einddoel: een

probleem kan grotendeels worden opgelost met batterijen.

klimaatneutrale energievoorziening in 2050.

Die inhaalslag komt, maar het zal enkele jaren duren voordat

dat er onvoldoende vraag naar elektriciteit is op het moment dat alle zonnepanelen maximaal leveren. Die

batterijen net zo normaal zijn als zonnepanelen. Op dat

Er zijn verschillende redenen voor het feit dat 2030 te vroeg komt om het bod te bereiken

moment ontstaat ook economisch weer ruimte voor meer zonne-energie.

Ten eerste de netcongestie: het verschijnsel dat er op momenten regelmatig meer elektriciteit geproduceerd of gevraagd wordt dan de elektriciteitsnetten aankunnen.

Meer informatie over het RPE en wat de

Daardoor is het op veel plekken nu niet mogelijk om

aanleidingen waren om de RES 1.0 te actualiseren,

zonnevelden, windmolenparken en afnemers aan te sluiten

vindt u in de bijlage ‘Van RES 1.0 naar het Regionaal

op het elektriciteitsnet, of bestaande aansluitingen te

Programma Energievoorziening: toelichting en

verzwaren.

verantwoording’.

Ten tweede zijn de mogelijkheden voor het halen van de RES 1.0 doelen de afgelopen jaren beperkt. Dit is het gevolg van aangescherpte normen voor het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie op land. En van de beperkingen voor windenergie door de beschermde status van de wespendief, een roofvogel die onder meer leeft op en rond de Veluwe.

50

2023

Brandstoffen (benzine, diesel, LPG) Aardgas

Twee scenario’s laten zien wanneer we het bod kunnen halen

Windenergie is in de beschreven scenario’s niet meegenomen

We kijken hierbij alleen naar het grootschalig opwekken

Daar is voor gekozen omdat het aandeel windenergie in

van elektriciteit, want dat is waar ons bod in de RES 1.0 op

ons bod in absolute zin klein is: 0,11 TWh/jr. En omdat de

gebaseerd is. In de voortgangsrapportage van 1 juli 2025 is

mogelijkheden voor nieuwe wind-initiatieven om uiterlijk in

Scenario RES 1.0-bod te zien dat dit in onzem.b.t. regio om 0,4 TWh per jaar gaat.

2035 energie te produceren, beperkt zijn, dus hierin geen verschil te maken is voor de scenario’s.

Bod bereikt in 2039

Scenario 1 2025

2030

2040

0,4 TWh

0,57 TWh

1,2 TWh

In de toekomst werken we dit soort scenario’s graag uit samen met het Rijk, de provincie en andere regio’s De scenario’s die we nu beschreven hebben, zijn vooral

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

per

Elektriciteit

gebaseerd op de groei van de hoeveelheid zonne-energie Bod bereikt in 2035

Scenario 2 2025

2030

2040

0,4 TWh

0,67 TWh

2,0 TWh

Afbeelding 7: Scenario’s voor het grootschalig opwekken van energie ten behoeve van het bod in het RPE Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 Met aannames van IJsselwind online in 2027, wind Lochem online in 2031 en repowering oude turbines Zutphen in 2032

vanaf 2021. Die lag rond of boven de 30% per jaar. Door netcongestie, aangescherpte regels, onzekere business cases en beperkte opslagmogelijkheden zien we dat tempo duidelijk teruglopen. Door gegevens van andere overheden mee te nemen in de uitwerking, vergroot dat de betrouwbaarheid van toekomstige scenario’s.

Het bod is een mijlpaal en geen doel op zich Omdat we nu de hele energievoorziening bekijken, verandert er alleen wel iets. We beschouwen het bod niet langer als doel op zich, maar als een eerste mijlpaal op weg naar dat eindbeeld in 2050. En dan specifiek voor het gedeelte

Scenario 1 - gaat uit van het huidige tempo van netversterking

grootschalige energieopwekking. Dat doen we in het

Elk jaar groeit het percentage zonne-energie dat op daken

toekomst. We kijken naar de hoeveelheid energie die wij als

wordt opgewekt met 10% en het percentage zonne-energie

regio nodig hebben en maken onderscheid in het deel dat

dat op land wordt opgewekt met 5%. Het RES 1.0-bod wordt

we zelf gaan opwekken en het deel waarvoor wij het centrale

bereikt in 2039. In dit scenario komt de groei van het aandeel

net gaan gebruiken.

bredere perspectief van de energievoorziening van de

duurzaam opgewekte energie langzaam weer op gang. Dat komt doordat de netversterkingen en de implementatie van mogelijkheden tot energieopslag tijd nodig hebben.

Scenario 2 - gaat uit van een versnelling in de implementatie van energieopslag

Met de voortgangsrapportage monitoren we of we koers liggen om het bod te realiseren Het Nationaal Programma RES (NPRES), heeft met alle energieregio’s afgesproken dat vanaf 2023 iedere twee

Elk jaar groeit het percentage zonne-energie dat

jaar op 1 juli de voortgang wordt gerapporteerd in een

grootschalig op daken wordt opgewekt met 15% en het

voortgangsrapportage. Daarmee monitort NPRES de

percentage zonne-energie dat op land wordt opgewekt met

landelijke voortgang. Tegelijkertijd beantwoorden deze

8%. Het RES 1.0-bod wordt bereikt in 2035. In dit scenario

voortgangsrapportages voor onszelf de vraag of de regio

komt de groei van het aandeel duurzaam opgewekte energie

Stedendriehoek op koers ligt om haar bod tijdig te realiseren.

sneller weer op gang, vooral doordat de implementatie

Ook levert de voortgangsrapportage inzicht in de bijdrage

van mogelijkheden tot energieopslag versnelt. Die trend

per gemeente. Op 1 juli 2025 verschijnt de volgende

is in de praktijk zichtbaar en wordt ook onderschreven

voortgangsrapportage.

door onderzoeksbureau Ecorys en brancheorganisatie we ons op scenario 2 en geven onszelf beredeneerd de

Ons bod blijft een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting

uitdaging om het bod van 1,07 TWh zo snel mogelijk na 2030,

Dit bod sluit aan bij de energiebehoefte die we als regio

en uiterlijk in 2035, te realiseren.

in de toekomst hebben. Daarom stimuleert het ons om

EnergyStorageNL. Als regio Stedendriehoek baseren

dit bod ook daadwerkelijk te halen. Toch is het geen resultaatsverplichting, maar een inspanningsverplichting. 51

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

Daar zijn meerdere redenen voor:

2. De omvang en vorm van de energiestromen ontwikkelt zich nog verder. Dit heeft te maken met voortschrijdend

1. De dynamiek in de energietransitie is groot Zo hebben we te maken met:

inzicht. De uitgangspunten geven al wel veel houvast voor de energievoorziening van de toekomst.

• De stand van de technische mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan: - De kansen en uitdagingen die batterijen bieden. Dit

3. De maatschappelijke ontwikkelingen zijn maar beperkt te beïnvloeden door de gemeenten, de provincie,

wordt een belangrijke technologie, maar we weten niet

de waterschappen en de netbeheerder binnen onze

wanneer die echt doorbreekt, en hoe de regels vorm

energieregio. Terwijl ze wel mede bepalend zijn voor

krijgen om ze netvriendelijk in te zetten.

de richting en het tempo van de energietransitie.

- Innovaties als efficiëntere windmolens, windmolens die

Voorbeeld van een maatschappelijke ontwikkeling is

minder geluid produceren met betere vogeldetectie.

dat ondernemers eigen batterijsystemen aanschaffen

- Keuzes rond het al dan niet distribueren van waterstof naar de regio en de mogelijkheid die dat bijvoorbeeld

en inwoners overgaan tot de installatie van een warmtepomp.

biedt voor het kleinschalig opwekken van energie met behulp van regelbare stroomgeneratoren. - Ontwikkelingen rond SMR’s (kleine kerncentrales). • Wet- en regelgeving die nog relatief nieuw is of in

4. De energietransitie concurreert met andere opgaven om een plek in de fysieke leefomgeving Denk bijvoorbeeld aan afstandsnormen voor windmolens

ontwikkeling is en waar de komende jaren ongetwijfeld

terwijl er plannen zijn voor een nieuwe woonwijk in

toevoegingen en wijzigingen in gaan komen. Zoals

hetzelfde gebied. Of aan de keuzes in aantrekken en

bijvoorbeeld de Omgevingswet, de aangescherpte

behouden van energie-intensieve bedrijvigheid. Deze

voorkeursvolgorde zon, de landelijke normen voor

keuzes maakt onze regio de komende jaren binnen het

het opwekken van windenergie op land, de nieuwe

Ontwikkelperspectief. Dit heeft vanzelfsprekend zijn effect

Energiewet en de regels en normen voor netbeheerders

op de inrichting van onze energievoorziening van de

vanuit de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Meer

toekomst.

informatie over de Energiewet vindt u in bijlage 4. • De nu en straks geldende marktordening. Denk

5. De vertraging die kan optreden in de projecten voor de

bijvoorbeeld aan het feit dat we op dit moment overal

versterking van het elektriciteitsnetwerk

in Nederland merken dat de elektriciteitsnetten tegen

Bijvoorbeeld door een tekort aan personeel bij de

hun grenzen aanlopen. En we tegelijkertijd nauwelijks

netbeheerders. Of doordat regelgeving op het gebied van

de mogelijkheid hebben om daar, bijvoorbeeld met

stikstofuitstoot de uitbreiding van elektriciteitsnetwerken

prijsprikkels of dynamische tarieven voor iedereen, iets

belemmert.

aan te doen. • Geopolitieke ontwikkelingen die kunnen leiden tot bepaalde prioritering.

Het RPE is opgesteld met de kennis van nu De vijf punten hiervoor werken door op de hele energievoorziening van de toekomst. Daarom is het energieperspectief ook nooit af en wordt dit RPE herijkt op het moment dat de ontwikkelingen in de energietransitie daar aanleiding toe geven.

52

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

05. Samen werken en samen uitwerken

53

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

54

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

5.1 Wie er heeft bijgedragen aan het RPE Het RPE is een document, waarin de gezamenlijke keuzes beschreven staan. Maar het is ook een manier om in de regio samen te werken aan de energietransitie. Dat proces van samen ontwikkelen is onmisbaar voor het bereiken van ons doel: een betaalbare, betrouwbare en klimaatneutrale energievoorziening voor inwoners, ondernemers en bezoekers van de gemeenten in onze regio: Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen. De stuurgroep is bestuurlijk opdrachtgever voor het RPE

Het programmateam werkt nauw samen met een ambtelijke coördinatiegroep

De stuurgroep wordt gevormd door bestuurders van de

In deze coördinatiegroep -ook wel de cogro genoemd-

7 gemeenten, de waterschappen, de provincie, Liander en

zitten de beleidsadviseurs energie van de 7 gemeenten,

een vertegenwoordiger van de Adviestafel.

de provincie, de waterschappen, Liander en het Nationaal Programma RES. De cogro is verantwoordelijk voor de

Voor de ontwikkeling en uitwerking van het RPE is bij de regio Stedendriehoek een werkorganisatie ingericht met een eigen programmateam

voorbereiding van de stuurgroepvergaderingen en de stukken die daar besproken worden.

een projectleider RPE, twee energietransitie-planologen,

Om ook maatschappelijke partners te betrekken, is op regionaal niveau de Adviestafel ingericht

de projectleider voor het energieperspectief, een expert op

Aan de Adviestafel zitten de energiecoöperaties, VNO-NCW,

gebied van lokaal eigendom, een communicatieadviseur, een

Jong Regio, LTO Noord, Natuur en Milieu Gelderland, de

secretaris en een tekstschrijver.

Rabobank en Saxion. De Adviestafel is in het hele proces

Het programmateam bestaat uit de programmamanager,

nauw betrokken bij de totstandkoming van het RPE en geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de stuurgroep. Een vertegenwoordiger van de Adviestafel is lid van de stuurgroep.

55

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

Communicatie is een belangrijk aandachtspunt

er webinars georganiseerd voor volksvertegenwoordigers,

Er is een vast periodiek overleg ingericht met de

plaatsgevonden en gaat die nog plaatsvinden bij Provinciale

communicatieadviseurs van de gemeenten. De

Staten. Raden en staten krijgen de mogelijkheid om op het

communicatieadviseurs doen gezamenlijk voorstellen aan

ontwerp RPE te reageren.

hebben er opiniërende besprekingen bij de gemeenteraden

de programmamanager over de regiobrede communicatie. communicatie tijdens het proces van totstandkoming van

Elke gemeente organiseert zelf de participatie met inwoners en ondernemers

het RPE.

Het ontwerp Regionaal Programma Energievoorziening

Ook organiseren ze binnen de eigen organisatie de

wordt bij de zeven betrokken gemeenten en de provincie

Volksvertegenwoordigers worden betrokken bij de totstandkoming van het RPE

Gelderland ter inzage gelegd. Op die manier hebben

De Raadsadviescommissie en de griffierskring van de

deel van de gemeenten ervoor om fysieke informatie- en

regio hebben geadviseerd over de manier waarop we

inloopmomenten te organiseren. Zo informeren zij inwoners

dat het beste konden doen. Dat heeft ertoe geleid dat

en ondernemers, gaan met hen in gesprek en halen input op

raadsleden, provinciale staten en de algemene besturen

voor het Regionaal Programma Energievoorziening.

alle mensen die wonen of werken binnen onze regio de kans om een zienswijze in te dienen. Daarbij kiest een

van de waterschappen de mogelijkheid hebben gehad om informatie te vergaren en input te geven op het RPE. Zo zijn

LOCHEM

LOKAAL ENERGIE-INITIATIEF

Local4local LochemEnergie zet zich sinds 2024 in voor

werken aan duurzaamheid. Het Lochemse Almen wil

Local4Local: een systeem waarmee buurten,

energieneutraal worden en start met een onderzoek

kernen en andere gemeenschappen zelf opgewekte

naar energieverbruik. Het dorp denkt vervolgens

energie logischer, socialer en goedkoper verdelen

aan toepassingen zoals biogas, windenergie en

onder deelnemers. Met de zogenaamde circus-

warmtekrachtkoppeling.

methode kunnen de deelnemers kiezen hoe zij gaan

56

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

5.2 Energie­ gemeenschappen: de motor van het lokale energiesysteem Met de inwerkingtreding van de Energiewet kent Nederland vanaf 1 januari 2026 een nieuwe juridische entiteit in de energiemarkt: de energiegemeenschap. Binnen een energiegemeenschap kunnen inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen, agrariërs en overheden in een gebied samen energie opwekken, opslaan, delen of leveren

opgaven. Het coöperatieve model Local4Local is daarin

Bijvoorbeeld in coöperatieve projecten. Daarmee zijn zij de

zoveel mogelijk energie te delen.

een belangrijk onderdeel. Met behulp van Local4local zijn energiegemeenschappen in staat om energie te leveren tegen een eerlijke en stabiele prijs. Ook ondersteunen de energiegemeenschappen inwoners en ondernemers om

motor van het lokale energiesysteem van de toekomst. Zo zorgen we samen voor een betrouwbare, betaalbare en

Het doel van energiecoöperaties blijft om te zorgen

klimaatneutrale energievoorziening voor onze woon- en

voor duurzaam opgewekte energie in lokaal eigendom.

werkgebieden.

Zij kunnen deze rol alleen maar goed invullen als zij structureel kunnen samenwerken met gemeenten en

De energiecoöperaties in de regio Stedendriehoek willen samen doorgroeien naar energiegemeenschappen op gemeentelijk niveau

de regio Stedendriehoek. Die samenwerking verloopt in het algemeen positief en blijven we de komende jaren ontwikkelen.

Elke coöperatie doet dat op eigen wijze en in een tempo dat past bij de lokale situatie. Daarnaast faciliteren en ondersteunen de energiecoöperaties de ontwikkeling van

Zie voor meer informatie over de Energiewet

buurt- en wijkenergiegemeenschappen. Dit geldt zowel

bijlage 4.

voor bestaande bouw als voor nieuwbouw. Zij richten zich daarbij op het hele energiesysteem: elektriciteit, warmte, koeling, opslag en conversie. Dit doen zij via een buurtof wijkaanpak, waarbij ook ruimte kan zijn voor andere

57

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

58

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

06. Hoe verder vanaf nu?

59

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

6.1 Hoe het RPE in de praktijk te gebruiken is Ons doel voor de komende jaren is de kaders van het Regionaal Programma Energievoorziening in de praktijk te gaan gebruiken. Onze ambitie is om van papier naar praktijk te komen. Onder andere door samen met de netbeheerder en de andere partners in de energietransitie de plannen voor de energievoorziening van de toekomst verder uit te werken en te realiseren. Hoe gaan we dat doen?

Het energieperspectief helpt bij het maken van afwegingen in concrete ruimtelijke ontwikkelingsprocessen, gebiedsprocessen en samenwerkingsprojecten

Het energieperspectief ontwikkelt door

Met de inzet van het Ondersteunings- en Kenniscentrum

aandachtspunt. Ook brengt het programmateam meer

voor Energie-initiatieven (OKE) gebruiken we het

verdieping en detailniveau aan in de analyses en visie op

energieperspectief voor praktische ondersteuning. Maar

de energievoorziening van de toekomst. Daarbij wordt in

ook door de inzet van energietransitie-planologen, die zowel

beeld gebracht hoe in de regio Stedendriehoek de energie-

op gemeentelijk als op regionaal niveau direct een bijdrage

infrastructuur zijn plek krijgt in de fysieke ruimte. Dat doet de

leveren aan beleid, projecten en processen.

programma-organisatie in nauwe samenwerking met het

De energietransitie is nog volop in beweging. Daarom gaan we in regionaal verband de komende jaren verder met de ontwikkeling van het energieperspectief. In die doorontwikkeling zijn opslag en buffering een belangrijk

Rijk, de provincie en de netbeheerder en met behulp van een modelmatige aanpak. Tot slot gaan de gemeenten in de regio Stedendriehoek door met het uitwerken van hun eigen Meer informatie over het OKE vindt u in

lokale energiebeleid, op basis van het energieperspectief.

paragraaf 2.3.

Met behulp van het energieperspectief kunnen zij afwegingen en keuzes maken die zijn toegesneden op hun specifieke lokale situatie. De gemeentelijke organisatie zal tijd nodig hebben voor de omschakeling naar de energievoorziening van de toekomst en de lokale betekenis daarvan. De regio ondersteunt daarbij.

60

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

6.2 Het RPE: een programma onder de Omgevingswet De Omgevingswet kent kerninstrumenten: vormen om visie, beleid, regels en maatregelen vast te leggen als basis voor vergunningverlening. Het omgevingsprogramma is zo’n kerninstrument. Vaak worden die kerninstrumenten ingezet door het Rijk, provincies of gemeenten. Maar ook regionaal kan een programma ontwikkeld worden. Het RPE is een vrijwillig programma in de zin van de Omgevingswet. Het vormt daarmee het herijkte regionale kader voor onze energievoorziening van de toekomst. Bij het vaststellen van een programma onder de Omgevingswet is het verplicht om toe te lichten hoe is afgewogen of sprake is van een PlanMER plicht en op welke wijze de participatie heeft plaatsgevonden. Voor het RPE geldt alleen een PlanMERplicht voor het onderdeel grootschalige opwekking van duurzame energie met windturbines het provinciale PlanMER Windbeleid en RES. We maken

De Omgevingswet vraagt bij een programma toelichting over de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken

daarbij gebruik van artikel 16.37 van de Omgevingswet.

Participatie speelt dus een belangrijke rol. De manier waarop

Daarin is het hergebruik van plan-MER’en vastgelegd. We

deze verschillende stakeholders hebben bijgedragen

zorgen ervoor dat het RPE pas wordt vastgesteld, nadat het

aan de totstandkoming van het Regionaal Programma

provinciale PlanMER is vastgesteld. Dat is nu gepland op

Energievoorziening, is toegelicht in paragraaf 5.1. Bij

15 juli 2025. Daarna wordt het een bijlage van het definitieve

een vrijwillig programma, zoals in dit geval, geldt geen

RPE. De ontwerp-PlanMER is bijgevoegd in bijlage 5a en 5b

verplichting om het ontwerp ter inzage te leggen. De regio

bij het ontwerp Regionaal Programma Energievoorziening.

Stedendriehoek kiest ervoor dit wel te doen.

Daarvoor gebruiken we, zoals beschreven in paragraaf 3.5.1,

Zienswijzen op het RPE kunnen geen betrekking hebben op het ontwerp PlanMER, omdat dit al van 20 januari tot en met

Het RPE wordt na vaststelling beschikbaar gesteld in

3 maart 2025 ter inzage heeft gelegen.

het Omgevingsloket, onderdeel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

61

Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp

6.3 Nieuwe interbestuurlijke afspraken over de energievoorziening In navolging van het Klimaatakkoord bereiden de ministeries van KGG en BZK, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen in samenwerking met Netbeheer Nederland nieuwe interbestuurlijke afspraken voor over de samenwerking rond de energievoorziening. Met een interbestuurlijke samenwerkingsagenda gaan we op weg naar een meer samenhangende aanpak voor de energievoorziening energieprogramma’s elkaar overlapt en vaak niet

De Interbestuurlijke samenwerkingsagenda energiesysteem gaat ook gevolgen hebben voor de uitvoeringspraktijk van gemeenten, energieregio’s, waterschappen, provincies en netbeheerders

volledig dekkend is. Dat leidt op sommige plekken tot

Die gaan namelijk op een andere manier door de

ambtelijke of bestuurlijke drukte. De ‘Interbestuurlijke

rijksoverheid ondersteund worden. Per 1 januari 2026

samenwerkingsagenda energiesysteem’ geeft in grote lijnen

is er voor de interbestuurlijke ontwikkeling van het

aan hoe betrokken partijen samen willen optrekken op weg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15581610/2