CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Bezwaar inzake raadsbesluit 10-12-2020 Doornseweg 29b.pdf

Informatieavond 20 mei 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: 4b: RV Bezwaar inzake raadsbesluit 10-12-2020 bestemming perceel Doornseweg 29b3.540 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Raadsvoorstel Zaaknummer Datum raadsvergadering Portefeuillehouder

L268277 27 mei 2021 P.J. Kiel

Onderwerp

Advies commissie bezwaarschriften inzake het bezwaarschrift tegen het raadsbesluit van 10 december 2020, waarbij besloten is niet mee te werken aan het verzoek de aanduiding ‘camping toegestaan’ van de plankaart van het bestemmingsplan Buurtschappen te verwijderen zodat deze aanduiding niet meer geldt voor het perceel Doornseweg 29b

Voorstel Het college stelt u voor n.a.v. het bezwaarschrift van de heer R. Wouters en de heer H.M.J. Bruijns, directeur van ICTime Consulting & Training B.V., mede namens 31 omwonenden (bezwaarden), gericht tegen het raadsbesluit d.d. 10 december 2020: - de omwonenden die bezwaarden ad. 1 en ad. 2 gemachtigd hebben en woonachtig zijn aan de Waterlooweg niet-ontvankelijk te verklaren; - bezwaarde ad. 2 niet-ontvankelijk te verklaren voor zover op persoonlijke titel of namens de rechtspersoon waarvan hij directeur is bezwaar wordt gemaakt; - de bezwaren ongegrond te verklaren en het bestreden raadsbesluit in stand te laten, een en ander met inachtneming van de overwegingen van de commissie. Aanleiding Aanleiding voor dit voorstel vormt het bezwaarschrift d.d. 14 januari 2021, gericht tegen het raadsbesluit van 10 december 2020, waarbij besloten is niet mee te werken aan het verzoek de aanduiding ‘camping toegestaan’ van de plankaart van het bestemmingsplan Buurtschappen te verwijderen zodat deze aanduiding niet meer geldt voor het perceel Doornseweg 29b. Doel / Effect Het nemen van een beslissing op het bezwaarschrift. Argumenten De commissie adviseert de gemeenteraad van Leusden: - de omwonenden die bezwaarden ad. 1 en ad. 2 gemachtigd hebben en woonachtig zijn aan de Waterlooweg niet-ontvankelijk te verklaren; - bezwaarde ad.

2 niet-ontvankelijk te verklaren voor zover op persoonlijke titel of namens de rechtspersoon waarvan hij directeur is bezwaar wordt gemaakt; - de bezwaren ongegrond te verklaren en het bestreden raadsbesluit in stand te laten.

Zaaknummer L268277

Pagina 1

Ontvankelijkheid De omwonenden die bezwaarden gemachtigd hebben en woonachtig zijn aan de Waterlooweg, wonen allen op een kortste afstand van 293 m of meer van het perceel Doornseweg 29b, en hebben hier vanaf hun percelen door de aanwezige begroeiing (nagenoeg) geen zicht op. Naar het oordeel van de commissie kunnen zij niet als belanghebbenden bij het bestreden besluit worden aangemerkt. In dit verband overweegt de commissie het volgende. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271, geldt als uitgangspunt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die een besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium "gevolgen van enige betekenis" dat reeds is vermeld in de uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:737, dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt.

Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (onder andere geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn. Nu de woonpercelen van genoemde omwonenden aan de Waterlooweg niet aan of onmiddellijk nabij de ontsluitingsweg naar het perceel Doornseweg 29b zijn gelegen is ook niet aannemelijk dat zij gevolgen van enige betekenis zullen ondervinden van de met de camping verband houdende verkeersbewegingen. De conclusie van de commissie is dan ook dat de bezwaren van bovengenoemde omwonenden niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard De commissie heeft bezwaarde ad. 2 en de rechtspersoon waarvan hij directeur is gevraagd wat zijn concreet en actueel belang is bij het bestreden besluit; in hoeverre wordt zijn belang of het belang van de rechtspersoon waarvan hij directeur is rechtstreeks geraakt door het raadsbesluit voornoemd. Louter als gemachtigde hoeft hij geen belang te stellen, maar wel voor zover hij tevens op persoonlijke titel bezwaar maakt. Bezwaarde ad. 2 heeft geantwoord dat het bedrijf ICTime Consulting & Training B.V.

door hem op 13 december 2004 is opgericht als voertuig voor het vormgeven aan zijn maatschappelijke doelstellingen en ambities. In de loop van de jaren zijn zijn persoonlijke doelstellingen en ambities veranderd en daarmee ook de doelstellingen van ICTime Consulting & Training B.V.. Die omschrijft hij nu zo: 1. Bijdragen aan de ontwikkeling van innovatieve koolstofarme energiebronnen; 2. Opkomen voor het behoud en de uitbreiding van bosgebied (of 'houtopstand'); 3. Opkomen voor bestuurlijke kwaliteit. Bezwaarde ad. 2 stelt dat het bedrijf waarvan hij directeur is dus rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden raadsbesluit, omdat het behoud of de uitbreiding van bos/houtopstand in het geding is (doelstelling 2) en omdat er in zijn ogen een probleem is met bestuurlijke kwaliteit op het gebied van ruimtelijke ordening (doelstelling 3). Dat deze kwestie zich in Leusden afspeelt - dat is bepaald niet in de directe nabijheid van zijn woonplaats en vestigingsplaats van zijn bedrijf - acht hij niet van belang. Aan de doelstellingen van zijn bedrijf zijn geen locatiebeperkingen gekoppeld. Zijn persoonlijk belang, voor zover dat hier van belang is, is dat hij een liefhebber en genieter is van het bos op de Utrechtse Heuvelrug en dat hij graag een aaneengesloten stuk bos zou zien in dit zeer mooie deel van Leusden. Verder voelt hij zich als mens betrokken bij het

Zaaknummer L268277

Pagina 2

onrecht dat de omwonenden van het perceel in zijn ogen wordt aangedaan. Hij is sterk gemotiveerd om zich ervoor in te zetten dit ook voor hen recht te zetten. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de rechtspersoon overweegt de commissie het volgende: Uit artikel 1:2, derde lid, van de Awb volgt dat voor het opkomen in rechte ter behartiging van algemene en collectieve belangen de eis van rechtspersoonlijkheid geldt om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt. Voor het aanmerken van een rechtspersoon als rechtstreeks belanghebbende dient aan een aantal criteria te worden voldaan: • rechtspersoon moet zich in voldoende mate onderscheiden van anderen; • concreet collectief belang; • voldoende causaal verband tussen bestreden besluit en aantasting van haar materiële belangen. Blijkens het uittreksel uit het Handelsregister heeft de rechtspersoon voornoemd als activiteiten: Datum: 23 februari 2021 Pagina: 4/23 “SBI-code: 70221 - Organisatie-adviesbureaus - Het vestigen c.q. afsluiten van stamrechten, lijfrentes en kapitaalverzekeringen, het geven van adviezen en het verlenen van diensten op het gebied van productiviteitsverbetering mede door gebruik van ICT (Informatie en Communicatie Technologie)”. Uit genoemde activiteiten vloeit voor dat dat de rechtspersoon niet in haar eigen materieel belang wordt geraakt.

Rechtspersonen die niet in hun eigen materieel belang worden geraakt, kunnen toch als belanghebbende worden aangemerkt als zij voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. de rechtspersoon behartigt statutair een algemeen belang dat rechtstreeks bij de publiekrechtelijke bevoegdheidsuitoefening is betrokken; 2. dat algemene belang moet specifiek omschreven zijn en zich voldoende onderscheiden van andere algemene belangen; 3. de statutaire belangen moeten ook daadwerkelijk behartigd worden. Ook voor een rechtspersoon met een ideële doelstelling geldt dat zij zich alleen als belanghebbende kan opwerpen als het statutaire belang concreet en direct geraakt wordt bij de uitoefening van de publiekrechtelijke bevoegdheid door het bestuur. Nu geen sprake is van een rechtspersoon met een ideële doelstelling die aan bovengenoemde voorwaarden voldoet, is de rechtspersoon an sich volgens de commissie nietontvankelijk. Ten aanzien van de persoonlijke ontvankelijkheid van bezwaarde ad. 2 overweegt de commissie als volgt. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Persoonlijke betrokkenheid is volgens vaste jurisprudentie niet aan te merken als een rechtstreeks betrokken belang. Gezien de grote afstand (92,5 km) tussen de woonplaats van bezwaarde ad.

2 en het perceel Doornseweg 29b acht de commissie deze bezwaarde, voor zover hij op persoonlijke titel bezwaar mocht maken, niet-ontvankelijk nu hij niet aan het belanghebbendebegrip voldoet.

Zaaknummer L268277

Pagina 3

Overwegingen Algemeen De Wro kent geen voorbereidingsprocedure voor de beheersverordening. Het vaststellen van een beheersverordening is een besluit tot vaststelling van algemeen verbindende voorschriften. Op een dergelijk besluit is hoofdstuk 3 Awb van toepassing, met dien verstande dat afdeling 3.2 Awb ingevolge artikel 3:1, eerste lid, van de Awb alleen van toepassing is voor zover de aard van de algemeen verbindende voorschriften zich niet tegen toepassing van de in die afdeling opgenomen voorschriften betreffende zorgvuldigheid en belangenafweging verzetten. Tegen het besluit tot vaststellen van een beheersverordening kan geen bezwaar bij de gemeenteraad of beroep bij de bestuursrechter worden aangetekend (zie artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb). De beheersverordening moet conform artikel 139 Gemeentewet bekend worden gemaakt. Dit is in casu geschied op de gemeentepagina van de Leusder Krant van 4 december 2013. Een beheersverordening is een beheerregeling en heeft betrekking op een gebied waarin geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien. Een beheersverordening legt de bestaande situatie vast. De Wro geeft niet aan wat een ruimtelijke ontwikkeling is. De Minister van VROM heeft naar aanleiding van diverse vragen hierover een omschrijving van dit begrip gegeven (Kamerstukken II 2007-2008, 30218, nr, 24, p. 7).

Van een ruimtelijke ontwikkeling is sprake als het gaat om ruimtelijk relevante veranderingen in het planologische toegestane gebruik van gronden en opstallen. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben betrekking op de periode na het vaststellen van de beheersverordening. Bij een beheersverordening zal het veelal om gebieden gaan die ‘af’ zijn, zoals bestaande woonwijken, bedrijventerreinen, recreatieterreinen, natuurgebieden en meren. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 3.38 van de Wro (Kamerstukken II, 2005-2006, 28916, nr. 26) volgt dat het instrument van de beheersverordening is bedoeld om voor gebieden met een lage ruimtelijke dynamiek te kunnen voorzien in een passende planologische bescherming. Dit betekent niet dat er geen enkele ontwikkeling in een dergelijk gebied mag plaatsvinden, maar dat het bestaande gebruik ten tijde van de vaststelling van de beheersverordening als uitgangspunt dient en dat ten opzichte van dit gebruik geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien, die niet reeds op grond van het voorheen geldende regime waren toegestaan.

De commissie overweegt onder verwijzing naar onder meer de uitspraak van de Afdeling van 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:741, verder dat de tekst van artikel 3.38 van de Wro niet uitsluit dat onder bestaand gebruik, naast het gebruik dat op het moment van vaststelling van de beheersverordening al dan niet in strijd met het op dat moment geldende planologische regime feitelijk plaatsvindt, tevens dient te worden verstaan het planologisch toegestane gebruik dat op het moment van de vaststelling van de beheersverordening nog niet het feitelijk gerealiseerde gebruik is. De commissie overweegt voorts dat de raad voorziene ruimtelijke ontwikkelingen onder meer kan afleiden uit gemeentelijk, provinciaal of rijksbeleid. Daarbij is van belang of er beleidsdocumenten zijn waaruit volgt dat voor het desbetreffende gebied ontwikkelingen wenselijk worden geacht en voorzien. De raad heeft volgens de commissie aan de hand van beleidsstukken aannemelijk gemaakt dat er geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied zijn voorzien die niet reeds op grond van het voorheen geldende regime waren toegestaan. Het begrip ‘bestaand’ kan zowel ‘eng’ als ‘ruim’ worden uitgelegd. Bij bestaand gebruik in enge zin worden alleen de bestaande feitelijk aanwezige functies en bebouwing vastgelegd met eventuele ruimte voor kleine uitbreidingsmogelijkheden.

Bij gebruik in ruime zin worden het vigerende bestemmingsplan en de verleende omgevingsvergunningen voor planologisch

Zaaknummer L268277

Pagina 4

afwijken als uitgangspunt genomen. Dit kunnen dus ook ontwikkelingen zijn die ten tijde van het vaststellen van de beheersverordening nog niet zijn gerealiseerd. Daarvan is in casu sprake, getuige paragraaf 1.3 van de toelichting van de Beheersverordening. Gebruik in ruime zin kan worden uitgelegd in een beperkte en een brede variant. Deze varianten onderscheiden zich hierin dat in de beperkte variant, met het bestemmingsplan in overeenstemming zijnde bestaande gebruik en bebouwing wordt vastgelegd met daarin opgenomen (al dan niet gerealiseerde) kleine uitbreidingsmogelijkheden, terwijl in de brede variant alle nog niet gerealiseerde gebruiks- en bouwmogelijkheden van een bestemmingsplan kunnen worden opgenomen. De commissie leidt uit het verweerschrift af dat in casu gekozen is voor de beperkte variant van het begrip ‘gebruik in ruime zin’. Ingevolge artikel 3.39, eerste lid, van de Wro vervalt op het tijdstip van inwerkingtreding van een beheersverordening voor een gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt, het bestemmingsplan voor zover het op dat gebied betrekking heeft. In paragraaf 1.1 van de toelichting op de Beheersverordening krijgt de beheersverordening voor Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen een tijdelijk karakter.

De beheersverordening zal namelijk gevolgd worden door reguliere bestemmingsplanherzieningen, zodat het besluitgebied van nieuwe actuele bestemmingsplannen worden voorzien. Ingevolge artikel 3.1 van de Beheersverordening voornoemd zijn op de onderhavige beheersverordening de voorschriften/regels en bijbehorende plan-kaart(en)/verbeelding(en) van onder meer het bestemmingsplan Buurtschappen, alsmede de verleende vrijstellingen/ontheffingen/afwijkingen van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het bepaalde in deze beheersverordening. In het bestemmingsplan ‘Buurtschappen’ 2003 zijn de gronden aangewezen voor de bestemming ‘Bos met meervoudige doelstelling’. Ingevolge artikel 10, eerste lid, aanhef en onder d, van de voorschriften van het bestemmingsplan Buurtschappen zijn de op de plankaart voor “Bos met meervoudige doelstelling” aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding “camping toegestaan” bestemd voor een camping met ten hoogste 50 standplaatsen voor kampeermiddelen en 6 standplaatsen voor stacaravans. Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de planregels mogen op en in de gronden als bedoeld in lid 1, uitsluitend worden gebouwd: maximaal vier gebouwen met een gezamenlijke maximale oppervlakte van 400 m² uitsluitend ten dienste van en ter plaatse van de aanduiding “camping toegestaan”.

Ingevolge artikel 10, vierde lid, van de planregels zijn burgemeester en wethouders bevoegd de bestemming “bos met meervoudige doelstelling” zodanig te wijzigen dat de aanduiding “camping toegestaan” komt te vervallen, mits vaststaat dat: a. het gebruik als camping is of zal worden beëindigd, en b. de ter plaatse voorkomende bebouwing en verhardingen zullen worden verwijderd. In de plantoelichting is op blz. 16, onder ad. 2, laatste alinea, het volgende gesteld: “In het zuidelijke deel van dit bos ligt een kleine camping van de stichting VAFAMIL. VAFAMIL staat voor Stichting Vakantie Faciliteiten Militairen, ofwel een besloten camping

Zaaknummer L268277

Pagina 5

speciaal voor (oud) militairen. De camping biedt ruimte aan 50 standplaatsen voor kampeermiddelen en 6 standplaatsen voor stacaravans. De camping wordt in het bestemmingsplan positief bestemd door middel van een aanduiding in het bos ter plaatse van de bestaande camping. Er bestaat echter een redelijke kans dat de camping binnen de planperiode zal worden opgeheven. Gezien de landschaps- en natuurwaarden van het betreffende gebied en omgeving, wordt bij vertrek van deze camping voor een specifieke doelgroep, via wijziging de aanduiding van de plankaart gehaald”. Op 10 december jl. heeft de raad besloten niet mee te werken aan het verzoek voornoemd. Reden voor deze afwijzing is dat de wijzigingsbevoegdheid van artikel 10, vierde lid, van het bestemmingsplan Buurtschappen is komen te vervallen met inwerkingtreding van de Beheersverordening in 2013. Tevens ging het om een bevoegdheid, niet om een verplichting. De toelichting bij een bestemmingsplan is niet bindend en in dit geval verwijst de toelichting bij het bestemmingsplan Buurtschappen naar een bepaling die niet meer van toepassing is. De raad is vooralsnog niet voornemens om een nieuw bestemmingsplan in procedure te brengen. Het bestemmingsplan Buurtschappen, waarin de wijzigingsbevoegdheid was opgenomen, dateert uit 2003.

Destijds was er geen aanleiding om, na vertrek van de militairen, een camping op deze plek voort te zetten. Inmiddels zijn deze inzichten gewijzigd. In februari 2018 is de omgevingsvisie Landelijk gebied door de raad vastgesteld. Het perceel is gelegen in het deelgebied 'Iandgoederenzone'. Een kleinschalige camping met 56 plekken past binnen de kaders van de omgevingsvisie Landelijk gebied. In maart 2020 is de visie Recreatie & Toerisme vastgesteld door de raad. In de recreatievisie wordt gestreefd naar meer ruimte voor logiesaccommodatie. Een kleinschalige camping met goede en een toekomstbestendige diversiteit aan accommodaties, sluit hier goed op aan. Bezwaarden stellen dat het bestemmingsplan Buurtschappen vigerend en actueel is, door de van toepassing verklaring ervan in de Beheersverordening ‘Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen’. In tegenstelling tot hetgeen bezwaarden stellen, is het bestemmingsplan Buurtschappen gezien het gestelde in artikel 3.39, eerste lid, van de Wro niet meer vigerend en actueel, maar zijn de voorschriften/regels en bijbehorende plan-kaart(en)/verbeelding(en) door de van toepassing verklaring ervan in de Beheersverordening voornoemd van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het bepaalde in deze beheersverordening. Blijkens o.a.

de uitspraak van de ABRvS van 16-3-2016, ELCI:NL:RVS:2016:682, heeft de toelichting van een bestemmingsplan weliswaar geen bindende kracht, maar kan de toelichting wel van belang zijn om de bedoeling van de planwetgever te achterhalen. De niet bindende toelichting bij het bestemmingsplan heeft in zoverre betekenis dat deze over de bedoeling van de planwetgever meer inzicht kan geven als de bestemming en de bijbehorende planregels waaraan moet worden getoetst, op zichzelf noch in samenhang duidelijk zijn. Volgens de commissie kan redelijkerwijs niet gesteld worden dat de bestemming en de bijbehorende planregels onduidelijk zijn. De bestemming is Bos met meervoudige doelstelling met de aanduiding ‘camping toegestaan’ op de plankaart. In artikel 10, vierde lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan Buurtschappen is vermeld dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn de bestemming “bos met meervoudige doelstelling” zodanig te wijzigen dat de aanduiding “camping toegestaan” komt te vervallen, mits vaststaat dat: a. het gebruik als camping is of zal worden beëindigd, en

Zaaknummer L268277

Pagina 6

b. de ter plaatse voorkomende bebouwing en verhardingen zullen worden verwijderd. Vorengenoemd artikellid rept over een bevoegdheid, geen verplichting. Bovendien is aan de voorwaarde onder b niet voldaan. Overigens zijn ingevolge artikel 3.2 van de Beheersverordening voornoemd van de regels van de bestemmingsplannen als opgenomen in de tabel in lid 3.1 de wijzigingsbevoegdheden en de uitwerkingsregels uitgesloten. Nu de bestemming en bijbehorende planregels duidelijk zijn, kan gesteld worden dat aan de niet bindende toelichting in zoverre geen betekenis meer toe komt. Dat de planwetgever destijds mogelijk heeft beoogd om bij vertrek van camping VaFaMil de aanduiding ‘camping toegestaan’ van de plankaart te halen, wat daarvan ook zij, leidt derhalve niet tot een ander oordeel. De bedoeling van de planwetgever kan volgens eveneens vaste rechtspraak van de Afdeling niet afdoen aan hetgeen in de planregels ondubbelzinnig is bepaald. Hiervan is sprake als een planregel duidelijk is en niet voor meerdere uitleg vatbaar. Overigens wordt in de plantoelichting een wijzigingsbevoegdheid toegelicht die inmiddels niet meer van toepassing is. Specifiek Bezwaarden bouwen hun betoog op aan de hand van 9 punten, ontleend aan het bestreden raadsbesluit: 1. Het bestemmingsplan zou rechtmatig en rechtsgeldig gewijzigd zijn; 2.

Bevoegdheid tot verwijderen ‘camping toegestaan’ zou geen verplichting zijn voor college; 3. Tekst over Perceel in Toelichting zou niet bindend zijn voor college; 4. Nieuw bestemmingsplan zou nodig zijn voor verwijderen aanduiding ‘camping toegestaan’; 5. Huidige inzichten zouden aanleiding geven tot het toestaan van een camping; 6. Een nieuwe camping zou in lijn zijn met Omgevingsvisie; 7. Een nieuwe camping zou passen bij bestemming en is toegestaan; 8. Een nieuwe camping zou in lijn zijn met Visie Recreatie en Toerisme; 9. Aanduiding ‘camping toegestaan’ zou niet verwijderd hoeven te worden, mag zelfs niet. Na punt 4 volgt een ‘intermezzo raadsvoorstel’ en na punt 9 een verhandeling over tunnelvisie, casus Doornseweg 20, aangetast vertrouwen en afsluiting. De commissie heeft in haar advies vanaf blz. 8 chronologisch op bovengenoemde 9 punten gereageerd. Vanwege de omvang van dit advies, zij dit als hier herhaald en ingelast te beschouwen. De commissie is van oordeel dat de raad een correcte belangenafweging heeft gemaakt en in redelijkheid tot het besluit van 10 december 2020 heeft kunnen komen.

De conclusie van de commissie is dan ook dat bezwaarmakers deels niet-ontvankelijk zijn in hun bezwaren zoals in het dictum van dit advies is aangegeven, dat de bezwaren tegen het raadsbesluit van 10 december 2020 ongegrond dienen te worden verklaard en dit besluit in stand kan blijven. Tegenargument / Alternatieve scenario’s n.v.t. Risico’s n.v.t.

Zaaknummer L268277

Pagina 7

Plan van aanpak / Tijdsplanning Het versturen van de beslissing op bezwaar aan bezwaarden zodra de raad heeft besloten.

Bijlagen • Advies commissie Doornseweg 29b d.d. 17 maart 2021; • Verslag commissie Doornseweg 29b d.d. 17 maart 2021.

Het college van de gemeente Leusden,

H.W. de Graaf – Koelewijn directeur-secretaris

Zaaknummer L268277

G.J. Bouwmeester burgemeester

Pagina 8

Raadsbesluit De raad van de gemeente Leusden: Besluit op basis van het voorstel van het college van 30 maart 2021, nummer L268277. b e s l u i t:  Naar aanleiding van het bezwaarschrift van de heer R. Wouters en de heer H.M.J. Bruijns, directeur van ICTime Consulting & Training B.V., mede namens 31 omwonenden (bezwaarden), gericht tegen het raadsbesluit d.d. 10 december 2020: - de omwonenden die bezwaarden ad. 1 en ad. 2 gemachtigd hebben en woonachtig zijn aan de Waterlooweg niet-ontvankelijk te verklaren; - bezwaarde ad. 2 niet-ontvankelijk te verklaren voor zover op persoonlijke titel of namens de rechtspersoon waarvan hij directeur is bezwaar wordt gemaakt; - de bezwaren ongegrond te verklaren en het bestreden raadsbesluit in stand te laten, een en ander met inachtneming van de overwegingen van de commissie. Besloten in de openbare raadsvergadering van 27 mei 2021

I. Schutte - van der Schans griffier

Zaaknummer L268277

G.J. Bouwmeester voorzitter

Pagina 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3093/documents/27554