CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2027 - 2030 v20260528.pdf

Raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente LeusdenBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel Kadernota 2027-20309.250 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2027 – 2030

Gemeente Leusden

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

2.

Financiële uitkomsten kadernota 2027

5

3.

Financiële doorrekening bestaand beleid

6

3.1.

Inleiding

6

3.2.

Tussentijdse begrotingswijzigingen

6

3.3.

Voorjaarsnota 2026

6

4.

5.

6.

7.

Nieuw beleid

7

4.1.

Inleiding

7

4.2.

Programma Bestuur

7

4.3.

Programma Leefomgeving

8

4.4.

Programma Samenleving

9

4.5.

Programma Ruimte

11

4.6.

Overhead

11

4.7.

Algemene dekkingsmiddelen

12

Uitgangspunten begroting

13

5.1.

Inleiding

13

5.2.

Indexering

13

5.3.

Programma indeling

13

Algemene dekkingsmiddelen

15

6.1.

Inleiding

15

6.2.

Rijksbijdragen

15

6.3.

Woonlasten

17

Maatregelen

20

7.1.

Sluitende begroting 2027

20

7.2.

Sluitende begroting 2028 en verder

22

8.

Ontwikkelingen

23

9.

Conclusie

25

Kadernota 2027 – 2030

-2-

Inleiding

1.

Algemeen Hierbij presenteren wij, het college van burgemeester en wethouders van Leusden, u de kadernota 2027 – 2030. Op basis van deze kadernota wordt de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028 – 2030 vormgegeven. Nieuwe raadsperiode Deze kadernota is de eerste in de nieuwe raadsperiode. Deze kadernota is nog door het ‘oude’ college geschreven. De behandeling van de kadernota wordt echter door de nieuwe raad gedaan. Ten tijde van het schrijven van de kadernota vinden er onderhandelingen plaats over een nieuwe coalitie. Dit proces vraagt tijd en aandacht van de raadsleden en toekomstige bestuurders. De uitkomsten van dit proces zullen geen plek vinden in deze kadernota. De planning rondom het vaststellen van de kadernota en het aanleveren van deze kadernota aan de raad biedt hiervoor geen ruimte. Dit leidt ertoe dat er in deze kadernota beperkt nieuw beleid wordt voorgesteld. Het is aan een nieuw college om met voorstellen te komen. Wel zal een actueel inzicht in de begrotingspositie voor de komende jaren worden gegeven. Aangezien de gemeente verplicht is om voor 2027 een sluitende begroting te maken zullen er in deze kadernota maatregelen worden voorgesteld voor een sluitende begroting. Als er niet tijdig een nieuw coalitieakkoord is uitgewerkt komt er een begroting uitsluitend op basis van de uitgangspunten uit deze kadernota.

Voor beleid/uitvoering vanuit het coalitieakkoord komt dan later een begrotingswijziging. Bij een nieuwe raadsperiode is het gebruikelijk om te kijken naar de programma indeling. De voorgestelde wijziging in hoofdstuk 5 is beperkt van omvang. Wel wordt hier voorgesteld om het woord domein te vervangen door programma. In deze kadernota wordt daarom gesproken over programma’s en niet over domeinen. Financieel perspectief De begroting 2026 gaf voor de jaarschijf 2027 een bescheiden tekort in het (structureel) begrotingssaldo. Dit lijkt positief maar de realiteit is helaas minder rooskleurig. In de begroting 2026 waren de kosten voor het Meerjaren onderhoudsprogramme (MJOP) en het Dagelijks onderhoud Buitenruimte (DOBR) niet opgenomen. De begroting was daarmee niet compleet hetgeen heeft geleid tot een kritische opmerking van de provincie (in de rol van toezichthouder). Kijkend naar het huidige perspectief voorzien we voor 2027 een (structureel) begrotingstekort van € 4,2 miljoen. De belangrijkste oorzaken van deze verslechterde begrotingspositie zijn: ▪ ▪ ▪ ▪

Meerjaren onderhoudsprogramma Dagelijks onderhoud Buitenruimte Voorjaarsnota 2026 (effect jaarschijf 2027) Nieuw beleid

€ 357.000 € 603.000 € 2.230.000 € 425.000

Om tot een sluitende begroting te komen geeft het college scenario’s voor maatregelen. Het is van belang dat de raad een besluit neemt over deze maatregelen en deze niet doorschuift naar de behandeling van de begroting. Dat is voor de organisatie niet werkbaar en de provincie vraagt het gemeentebestuur om met een begroting te komen die reëel (compleet) en structureel sluitend is. Het perspectief voor de jaren vanaf 2028 is ruim € 4,5 miljoen negatief. Maatregelen van het Rijk hebben ertoe geleid dat het ravijnjaar 2026 is verschoven naar 2028. Voor het nieuwe college en de nieuwe raad is dit een serieuze uitdaging.

Kadernota 2027 – 2030

-3-

Plannen nieuwe coalitie Deze kadernota komt met maatregelen om tot een sluitende begroting te komen. Voor een toekomstige coalitie is er geen begrotingsoverschot waaruit nieuwe ambities kunnen worden gedekt. Dekking van nieuwe plannen moet worden gevonden in het opgeven van oude ambities (nieuw voor oud). Hiervoor kan worden gekeken naar de beleidsvrije ruimte zoals geïnventariseerd in het rapport ‘Inzicht in beleidsvrije ruimte in Leusden’ van bureau Berenschot. Een andere mogelijkheid is het realiseren van extra inkomsten. De mogelijkheden hiervoor zijn echter beperkt door het beperkte belastinggebied van de gemeente 1. Bij de nieuwe plannen moet ook rekening gehouden worden met (de dekking voor) toekomstige ontwikkelingen die reeds in gang gezet zijn. Zo heeft de raad in januari 2026 besloten tot de realisatie van een nieuw cultuurhuis en een nieuwe sporthal. De (extra) lasten die dit met zich meebrengt zijn nog niet opgenomen in de meerjarenraming. Ook is er nog geen rekening gehouden met extra lasten voor bijvoorbeeld de herinrichting van het Burgemeester Buiningpark en een toekomstig nieuw zwembad.

1

https://vng.nl/artikelen/belastinggebied

Kadernota 2027 – 2030

-4-

2.

Financiële uitkomsten kadernota 2027

De financiële uitkomsten van de kadernota 2027 zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Voor alle tabellen geldt dat een negatief getal een tekort of nadeel is en een positief getal een overschot of voordeel. Tabel 2-1: Saldo Kadernota 2027 (bedragen x € 1.000) 2027 Saldo begroting 2026-20291

2029

2030

-874

-1.003

-1.003

Saldo tussentijdse begrotingswijzigingen

-1.416

-1.303

-1.303

-1.303

Resultaat voorjaarsnota 2026

-2.231

-1.773

-1.625

-1.261

Startpositie kadernota 2027

-3.736

-3.949

-3.931

-3.566

Saldo nieuw beleid Saldo Kadernota 2027 1

2028 -90

-425

-576

-606

-606

-4.161

-4.524

-4.537

-4.172

Saldo vastgestelde begroting inclusief Amendement A.8.2

De tussentijdse besluiten en het resultaat voorjaarsnota 2026 worden nader toegelicht in hoofdstuk 3. Het voorgestelde nieuwe beleid wordt besproken in hoofdstuk 4. De gemeentelijke begroting wordt getoetst door de provincie op structureel begrotingsevenwicht. Het GTK2 stelt als voorwaarde dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Incidentele lasten mogen worden gedekt door structurele of incidentele baten. Om het overzicht eenvoudiger te maken kiezen we er in Leusden voor om incidentele lasten altijd te dekken door incidentele baten. Doorgaans is dit dan een onttrekking aan de algemene reserve. Hierdoor is het saldo van incidentele lasten en baten gelijk aan nul en is het begrotingssaldo gelijk aan het structurele saldo. Tabel 2-2: Structureel saldo Kadernota 2027 (bedragen x € 1.000) 2027 Saldo kadernota 2027 Saldo incidentele baten en lasten (incl. mutaties reserves) -/Structureel saldo Kadernota 2027

2028

2029

2030

-4.161

-4.524

-4.537

0

0

0

-4.172 0

-4.161

-4.524

-4.537

-4.172

Het verwachte structureel saldo voor 2027 is een tekort van € 4,2 miljoen. Ook voor 2028 en verder is er een structureel begrotingstekort. Om voor 2027 tot een structureel sluitende begroting te komen stelt het college diverse scenario’s voor. Deze scenario’s worden toegelicht in hoofdstuk 7. Ontwikkelingen na de kadernota Bij de voorjaarsnota van het Rijk worden er mogelijk nog maatregelen genomen die invloed hebben op het begrotingssaldo voor 2027 en verder. Deze maatregelen komen tot uiting in de meicirculaire. De meicirculaire is nog niet verwerkt in deze kadernota maar maakt wel deel uit van de begroting 2027. In paragraaf 6.2 wordt nader ingegaan op de algemene uitkering. Ook in de diverse programma’s zijn er ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het saldo van de begroting 2027 en de jaren daarna. Deze worden, voor zover bekend bij het schrijven van deze kadernota, toegelicht in hoofdstuk 8.

2

Gemeenschappelijk toezichtskader. Hierin is vastgelegd hoe door de provincie invulling wordt gegeven aan het financieel toezicht op gemeenten.

Kadernota 2027 – 2030

-5-

3.

Financiële doorrekening bestaand beleid

3.1.

Inleiding

Het startsaldo van de kadernota is gebaseerd op het saldo van de jaarschijven 2027 – 2029 uit de begroting 2026. Na het vaststellen van de begroting zijn er nog besluiten genomen die invloed hebben op het begrotingssaldo voor 2027 en verder. Ook de actualisatie van de begroting 2026 bij de voorjaarsnota 2026 is van invloed op de begroting voor 2027 – 2030. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste effecten toegelicht.

3.2.

Tussentijdse begrotingswijzigingen

De tussentijdse begrotingswijzigingen met een meerjarig effect vanaf 2027 bestaan uit de volgende besluiten: Tabel 3-1:Tussentijdse begrotingswijzigingen (bedragen x € 1.000) S/I

2027

2028

2029

2030

Najaarsnota 2025

S

-102

-77

-77

Hamersveld nieuw

S

-21

-21

-21

-21

MJOP 2025-2036

S

-357

-357

-357

-357

Dagelijks onderhoud buitenruimte

S

-602

-602

-602

-602

Kunstgrasveld Roda '46

S

-9

-9

-9

-9

Actualisatie uitvoeringsagenda mobiliteit

S

-4

-4

-4

-4

Huisvesting ambtelijke organisatie

S

-233

-233

-233

-233

Veiligheidsregio Utrecht

S

-88

0

0

0

-1.416

-1.303

-1.303

-1.303

Totaal

3.3.

-77

Voorjaarsnota 2026

In de Voorjaarsnota 2026 zijn de begrote meerjarige uitgaven en inkomsten voor het bestaand beleid geactualiseerd. Dit betreft de financiële vertaling van tussentijdse raads- en collegebesluiten en de effecten van autonome ontwikkelingen. Tabel 3-2:Voorjaarsnota 2026 (bedragen x € 1.000) S/I Voorjaarsnota 2026

2027

S

-2.231

2028 -1.773

2029 -1.625

2030 -1.261

De grootste afwijkingen zitten in de jeugdzorg (- € 1,4 miljoen), participatiewet (- € 500.000) en de algemene uitkering (- € 600.000). Voor verdere toelichting op de voorjaarsnota verwijzen we naar de voorjaarsnota 2026.

Kadernota 2027 – 2030

-6-

4.

Nieuw beleid

4.1.

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft nieuw beleid per programma en het budget dat hiervoor wordt gevraagd. Zoals in hoofdstuk 2 is weergegeven is het structureel begrotingssaldo voor de jaren 2027 en verder negatief. Ook is deze kadernota nog gemaakt door het ‘oude’ college. We zijn daarom terughoudend met het opvoeren van nieuw beleid. Toch vinden we het nodig om in deze kadernota nieuw beleid voor te dragen. Veranderde omstandigheden vragen om aanpassing van het bestaand beleid. Dit leidt tot een verslechtering van het begrotingssaldo waardoor extra maatregelen nodig zijn om de begroting sluitend te maken. Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het voorgestelde nieuw beleid per programma weer. Tabel 4-1: Financiële effecten nieuw beleid per programma (bedragen x € 1.000) Programma

FTE

2027

2028

2029

2030

Bestuur

0,00

-20

-20

-20

-20

Leefomgeving

1,18

-164

-184

-184

-184

Samenleving

0,80

-98

-194

-224

-224

Ruimte

0,00

35

0

0

0

Overhead

1,67

-178

-178

-178

-178

Algemene dekkingsmiddelen

0,00

0

0

0

0

Totaal

3,65

-425

-576

-606

-606

4.2.

Programma Bestuur

Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor het programma Bestuur weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-2: Financiële effecten nieuw beleid programma Bestuur (bedragen x € 1.000) Bestuur

FTE

Raadspagina Leusderkrant Totaal

S/I

2027

S 0,00

2028

2029

2030

-20

-20

-20

-20

-20

-20

-20

-20

Raadspagina Leusderkrant De pagina dient voor de raad als communicatie-instrument met de inwoners om duiding te geven aan actuele onderwerpen. Bij amendement op de Kadernota 2025 heeft de raad € 15.000 per jaar beschikbaar gesteld voor 2025 en 2026. Voorgesteld wordt de communicatie via de krant voort te zetten en hiertoe vanaf 2027 structureel € 20.000 in de begroting op te nemen. Het bedrag is gebaseerd op de werkelijke uitgaven in 2025.

Kadernota 2027 – 2030

-7-

4.3.

Programma Leefomgeving

Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor het programma leefomgeving weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-3: Financiële effecten nieuw beleid programma Leefomgeving (bedragen x € 1.000) Leefomgeving

FTE

Zware en woekerende onkruiden

I/S

2027

2028

2029

2030

S

-50

-50

-50

-50

Adviseur onderwijshuisvesting

0,30

S

-33

-33

-33

-33

Adviseur vastgoed

0,22

S

-26

-26

-26

-26

Adviseur duurzame leefomgeving

0,22

S

-26

-26

-26

-26

Technisch beleidsadviseur milieu

0,44

S

-49

-49

-49

-49

I

20

0

0

0

-164

-184

-184

-184

Dekking incidenteel vanuit algemene reserve Totaal

1,18

Zware en woekerende onkruiden Door de stikstofneerslag ontstaat een stikstofrijke bodem, waardoor stikstofminnende planten woekeren. Brandnetels, bramen, riet en hop groeien explosief en overwoekeren andere beplantingen, zowel kruiden als struikbeplantingen. Hierdoor neemt de biodiversiteit af. Vooral insecten vinden minder voedsel. Er ontstaat schade aan struikbeplantingen. Door gericht de relevante plekken extra te behandelen, houden we stikstofminnende planten op een aanvaardbaar niveau. Hiervoor is een structurele aanpak noodzakelijk. Adviseur onderwijshuisvesting Dit betreft een uitbreiding van de formatie van 24 naar 36 uur per week. Uit de jaarplanberekeningen blijkt een structureel formatietekort om de wettelijke taken uit te voeren (‘onontkoombaar’). NB de functie adviseur onderwijshuisvesting is destijds ingesteld zonder onderbouwing van de benodigde capaciteit en inpassing. Adviseur vastgoed Adviseur (Maatschappelijk) Vastgoed Dit betreft een uitbreiding van 28 naar 36 uur per week. Uit de jaarplan-berekeningen blijkt een structureel formatietekort om de wettelijke taken uit te voeren (‘onontkoombaar’). NB de functie adviseur maatschappelijk vastgoed is destijds ingesteld zonder onderbouwing van de benodigde capaciteit en inpassing.

Adviseur duurzame leefomgeving Uit de jaarplanberekeningen blijkt een structureel formatietekort om de wettelijke taken uit te voeren (‘onontkoombaar’). Tegelijk zijn opgaven met betrekking tot duurzaamheid niet belegd. Dit betreft de o.a. de thema’s duurzaam bouwen en circulaire economie. Circulaire economie is één van de belangrijkste thema’s om klimaatdoelen, energietransitie, grondstoffentransitie én een toekomstbestendige leefomgeving te realiseren. Vanuit de functie adviseur duurzaamheid raakt circulariteit bovendien aan vrijwel alle beleidsvelden binnen een gemeente. Technisch beleidsadviseur milieu De aanvraag heeft betrekking op de inbreng van milieu en leefomgeving in het kader van de Omgevingswet. De opgave ligt in het compleet maken van het milieubeleid voor het nog op te stellen integrale Omgevingsprogramma Milieu en Gezondheid en het opnemen van regels voor de milieuthema’s in het omgevingsplan. Deze opgave is groot en complex en vraagt een substantieel deel van de beschikbare tijd en aandacht. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet was onvoldoende beeld bij de omvang van de opgave. Een aantal keuzes moet door de gemeente zelf

Kadernota 2027 – 2030

-8-

worden gemaakt en kan niet extern worden belegd. Daarnaast is er samenloop met andere plannen, projecten en vraagstukken waar ook extra inzet van milieu wordt gevraagd. Deze aanvraag heeft betrekking op de uitvoering van wettelijke milieutaken. Dekking incidenteel vanuit algemene reserve Zoals vermeld in de inleiding willen we dat alle incidentele lasten worden gedekt vanuit incidentele baten. Er is vanuit de begroting 2025 nog een incidentele last waarvoor geen incidentele dekking was opgenomen. Daarom staat hier een incidentele post opgenomen.

4.4.

Programma Samenleving

Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuwe beleid voor het programma Samenleving weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-4: Financiële effecten nieuw beleid programma Samenleving (bedragen x € 1.000) Samenleving

FTE

Projecten sociale basis Lariks Buddy2buddy

I/S

2027

2028

2029

2030

S

-44

-140

-140

-140

S

-20

-20

-20

-20

I

-50

-50

0

0

I

-35

-35

0

0

Regievoerder inburgering

0,20

S

-19

-19

-19

-19

Ondersteuning leerplicht

0,60

S

-45

-45

-45

-45

I

115

115

0

0

-98

-194

-224

-224

Dekking incidenteel vanuit algemene reserve Totaal

0,80

Projecten sociale basis In de afgelopen jaren zijn binnen het Sociaal Domein in Leusden diverse projecten gestart die de sociale basis in Leusden versterken, vooral op het gebied van preventie rondom jeugd en ouders. Dit is in lijn met ons Beleidskader SD en in lijn met de landelijke opgaven die er liggen. Door deze vroegtijdige en lokaal aangeboden interventies, waar veel jeugd en ouders gebruik van maken, wordt zwaardere zorg waar mogelijk voorkomen of beperkt. Deze projecten zijn in de startjaren incidenteel gefinancierd met middelen uit het huidige Beleidskader dat in 2027 afloopt en/of van uit incidentele SPUK-middelen die ook per 2027 aflopen. In deze structurele aanvraag is de mogelijkheid verwerkt dat resterende incidentele middelen in het jaar 2027 worden ingezet, daarom is de aanvraag voor dat jaar lager. Lariks Lariks zet in de periode 2027-2031 in op de structurele inzet van AI en e-health als middel om de sociale basis te versterken. Deze inzet is gericht op het eerder bereiken van inwoners, het versterken van wijkgericht werken, het stimuleren van collectieve oplossingen en het verlagen van administratieve lasten. AI wordt vanaf 2027 gefaseerd ingevoerd, waarmee dit vanaf 2029 leidt tot efficiencywinst door automatisering van administratieve taken, betere triage en meer inzet op preventie en welzijn.

Hierdoor ontstaat meer ruimte voor direct contact met inwoners en het versterken van informele netwerken. Parallel hieraan wordt e-haelth (Gezondeboel) - na een lopende pilot - verder geïmplementeerd binnen de organisatie. Dit draagt bij aan zelfredzaamheid van inwoners, ondersteuning op afstand en het versterken van preventieve inzet. De inzet van AI en e-health leidt naar verwachting tot lagere administratieve lasten, efficiëntere inzet van professionals en een verschuiving van zorg naar welzijn en preventie. Buddy2buddy Project Buddy to Buddy is een project van een onafhankelijke stichting die statushouders koppelt aan inwoners, op basis van gelijkwaardigheid en gedeelde interesses. Zij worden gekoppeld voor vier

Kadernota 2027 – 2030

-9-

maanden om vriendschappen te stimuleren en integratie te bevorderen. Na deze vier maanden blijken statushouders en inwoners vaak ook op eigen gelegenheid contact te houden. Sinds 2023 is Buddy to Buddy actief in Leusden. Sindsdien zijn er ongeveer 111 koppelingen gemaakt tussen statushouders die in Leusden zijn komen wonen, en inwoners van Leusden. Bij de herinrichting van de uitvoering van de Inburgering (per september 2024) is een gedeelte van de totale kosten incidenteel gedekt, in afwachting van duidelijkheid van het Rijk over plannen rondom Asiel en Inburgering. Voor dit project zijn vanaf 2027 geen middelen meer beschikbaar. We stellen voor dit project nog voor twee jaar incidenteel te financieren om de volgende redenen: ▪ Het project draagt bij aan de (snelle) integratie van statushouders in Leusden, de vriendschappen helpen bij het thuis raken in Leusden en kunnen problematiek voorkomen. ▪ De maatschappelijke begeleiding van de statushouders (door Lariks) is nog volop in ontwikkeling en biedt nu nog onvoldoende ruimte voor het stimuleren van dit soort informele contacten. We gaan ervanuit dat deze situatie over twee jaar anders is en een apart project mogelijk niet meer nodig is. ▪ Het aantal statushouders is de afgelopen jaren hard gestegen. Naast een grote druk op de uitvoering, kan dit ook druk geven op het draagvlak in de samenleving.

Het stimuleren van deze positieve informele contacten met inwoners van Leusden kan deze druk beperken. Regievoerder inburgering Structureel budget van € 25.000 per jaar voor inhuur regievoerder inburgering bij piekmomenten caseload door instroom nieuwe statushouders en toename complexiteit casussen. De huidige caseload voor de 1,5 fte regievoerder inburgering is 156 inburgeraars. De instroom van nieuwe statushouders zal naar verwachting de komende tijd nog hoog blijven (taakstelling huisvesting statushouders is voor 1e helft 2026: 27). Ondersteuning leerplicht In de gemeente Leusden zien we bij leerplicht het aantal complexe casussen toenemen. De complexiteit die nu steeds meer voorkomt zit in de zorg die leerlingen nodig hebben. In veel casussen betreft het leerlingen die uitvallen van school door andere factoren dan simpel verzuim. Het gaat dan bijvoorbeeld over schooltrauma, andere mentale en/of fysieke problematiek. Sinds mei 2025 is tijdelijk administratieve ondersteuning ingehuurd om de leerplichtambtenaren te ondersteunen en te ontlasten waardoor zij meer tijd kunnen besteden aan leerlingen, ouders en scholen in plaats van administratieve taken. Bij het bepalen van de benodigde formatie zijn we uitgegaan van een landelijke vuistregel van 1,6 fte per 3.800 leerplichtigen voor het totale team.

Wanneer deze vuistregel wordt toegepast op 4.555 leerplichtigen in Leusden, komt de berekening uit op 1,92 fte. Op dit moment hebben wij een totale formatie op leerplicht van 1,3 fte. Het voorstel is om dit uit te breiden met 0.6 fte voor administratieve ondersteuning. Dekking incidenteel vanuit algemene reserve Zoals vermeld in de inleiding willen we dat alle incidentele lasten worden gedekt vanuit incidentele baten. Voor de incidentele posten van dit nieuw beleid halen we incidentele dekking door een onttrekking uit de algemene reserve. Ook is er vanuit de begroting 2025 is er nog een incidentele last waarvoor geen incidentele dekking was opgenomen. Daarom is het bedrag dat hier staat vermeld hoger dan de incidentele posten uit deze tabel.

Kadernota 2027 – 2030

- 10 -

4.5.

Programma Ruimte

Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor het programma Ruimte weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-5: Financiële effecten nieuw beleid programma Ruimte (bedragen x € 1.000) Ruimte

FTE

Dekking incidenteel vanuit algemene reserve Totaal

I/S

2027

I 0

2028

2029

2030

35

0

0

0

35

0

0

0

Dekking incidenteel vanuit algemene reserve Zoals vermeld in de inleiding willen we dat alle incidentele lasten worden gedekt vanuit incidentele baten. Er is vanuit de begroting 2025 nog een incidentele last waarvoor geen incidentele dekking was opgenomen. Daarom staat hier een incidentele post opgenomen.

4.6.

Overhead

Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor Overhead weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-2: Financiële effecten nieuw beleid Overhead (bedragen x € 1.000) Bestuur

FTE

S/I

Functioneel beheerder ICT

1,00

S

Participatieadviseur

0,67

S

Totaal

1,67

2027

2028

-103

2029

-103

2030

-103

-103

-75

-75

-75

-75

-178

-178

-178

-178

Functioneel beheerder ICT Momenteel beschikken we over drie fulltime functioneel beheerders, aangevuld met enkele collega’s die deze taken gedeeltelijk uitvoeren. De informatiesystemen binnen de gemeente worden echter steeds uitgebreider en complexer, waardoor de huidige capaciteit onvoldoende is om deze systemen effectief te beheren. Functioneel beheerders zijn essentieel voor de optimale afstemming tussen de gebruikerswensen en de technische inrichting van de systemen. Dit leidt tot een betere dienstverlening aan zowel onze burgers als interne afdelingen. Door de toevoeging van één extra functioneel beheerders kunnen we de continuïteit van het beheer beter waarborgen, bijvoorbeeld bij ziekte of verlof, en kunnen incidenten sneller worden opgelost. Bovendien digitaliseren we steeds meer processen, zoals het e-loket en andere digitale diensten. Functioneel beheerders spelen een cruciale rol in het begeleiden van deze veranderingen en zorgen ervoor dat de systemen hierop aansluiten. Participatieadviseur Om participatie een vaste plek te geven in beleid en projecten hebben we een participatieadviseur nodig binnen de gemeente Leusden. Als gemeente is het essentieel de verbinding goed te leggen met de inwoners en ondernemers en ook om aan onze verplichting te voldoen (omgevingswet) is het van belang dat we hier een goede basis voor gaan leggen.

De adviseur adviseert en ondersteunt collega's bij participatieprocessen en draagt bij aan een effectieve participatie binnen de gemeente. De adviseur wordt onderdeel van de afdeling communicatie maar heeft daarin een eigen expertise die die uitdraagt in de hele organisatie. In een notendop de werkzaamheden: Ondersteunen en adviseren van beleidsmedewerkers en projectleiders ; Ontwerpen, begeleiden en evalueren van participatietrajecten ; Ontwikkelen van een keuzehulp en participatie tool box op basis van het reeds vastgestelde participatiebeleid ; Het meenemen van de organisatie d.m.v. het organiseren workshops, intervisies en leersessies

Kadernota 2027 – 2030

- 11 -

4.7.

Algemene dekkingsmiddelen

Binnen Algemene dekkingsmiddelen is er geen nieuw beleid.

Kadernota 2027 – 2030

- 12 -

5.

Uitgangspunten begroting

5.1.

Inleiding

Dit hoofdstuk bespreekt de financiële uitgangspunten voor de begroting. De hoogte van de indexering en de onderbouwing staan toegelicht in paragraaf 5.2. Paragraaf 5.3 bespreekt de programma indeling zoals die voor de komende periode wordt gehanteerd.

5.2.

Indexering

Ieder jaar wordt in de kadernota de indexering bepaald voor de begroting. De berekening vindt plaats via een vaste rekenmethode waarbij wordt gerekend met ramingen van het CPB. Behalve naar de verwachting voor volgend jaar wordt er ook gekeken naar de prognose van dit jaar en de realisatie van afgelopen jaar. Dit resulteert in een percentage van 2,75% voor 2027. Voor 2026 was dit 5,00%. Deze index wordt toegepast bij de subsidies (tenzij anders afgesproken), lokale belastingen, heffingen en bij sommige verhuurcontracten. Alle overige budgetten worden reëel geraamd en bijgesteld indien nodig. Het financieel effect wordt verwerkt in de begroting of via de voor- of najaarsnota.

5.3.

Programma indeling

Het is gebruikelijk om aan het begin van een nieuwe raadsperiode te kijken naar de programmaindeling van de P&C documenten. Kijkend naar de afgelopen jaren constateren we dat de bestaande programma-indeling goed werkt. We stellen voor om de bestaande programma-indeling ook voor de komende raadsperiode vast te houden. In het BBV wordt gesproken over programma’s en overzichten. De programma’s gaan over de beleidsterreinen en de overzichten over de algemene dekkingsmiddelen en overhead. In Leusden wordt gesproken over domeinen in plaats van programma’s. Om meer aansluiting te krijgen met het BBV willen we met ingang van de begroting 2027 spreken over programma’s. De programma-indeling wordt hierdoor als volgt: Programma Bestuur Dit programma omvat de onderdelen bestuur, burgerzaken, crisisbeheersing en openbare orde en veiligheid. Programma Leefomgeving Het programma Leefomgeving omvat het beheer en onderhoud van de fysieke ruimte. Hieronder vallen de volgende onderwerpen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

wegen inclusief parkeren openbaar vervoer alle gemeentelijke gebouwen, exclusief het gemeentehuis en de milieustraat sportvelden openbaar groen afval en riool milieubeheer en duurzaamheid begraafplaatsen

Programma Samenleving Het programma Samenleving gaat over jeugd en onderwijs, zorg en welzijn, werk en inkomen, sport en cultuur en opvang van vluchtelingen. Hierbij gaat het over beleid en uitvoering. Gebouwen voor de uitvoering vallen hierbuiten, deze zijn onderdeel van het programma Leefomgeving.

Kadernota 2027 – 2030

- 13 -

Onderstaande onderwerpen vallen binnen dit programma: ▪ Jeugd en onderwijs Preventieve ondersteuning voor de jeugd, de samenwerking met het onderwijs, inclusief passend onderwijs, de inzet van leerlingenvervoer en leerplicht, en de inzet van ingekochte Jeugdhulp. ▪ Zorg en welzijn Preventieve ondersteuning voor m.n. volwassenen, volksgezondheid, de inzet van vrijwilligers, mantelzorgondersteuning, initiatieven vanuit de samenleving, vervoer, en de inzet van ingekochte maatschappelijke ondersteuning en zorg. ▪ Werk en inkomen Arbeidsintegratie, integratie van statushouders, armoedebeleid en schuldhulpverlening ▪ Sport en cultuur Stimuleren van een gezonde leefstijl en verbeteren van fysieke en mentale gezondheid van inwoners. ▪ Opvang van vluchtelingen Programma Ruimte Binnen het programma Ruimte werken we aan de beleidsterreinen wonen, economische zaken, buitengebied (w.o. natuur en landschap), recreatie & toerisme en cultureel erfgoed (exclusief de gebouwen). De implementatie van de omgevingswet, ruimtelijke plannen en grondbeleid alsmede omgevingsvergunningen en toezicht maken ook deel uit van dit programma. Overhead Tot overhead rekenen we alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen.

Algemene dekkingsmiddelen De belangrijkste onderwerpen binnen de algemene dekkingsmiddelen zijn de algemene uitkering en de belastingen. Ook treasury (rentebaten en -lasten) vallen onder algemene dekkingsmiddelen.

Kadernota 2027 – 2030

- 14 -

6.

Algemene dekkingsmiddelen

6.1.

Inleiding

De belangrijkste inkomsten voor een gemeente komen uit de rijksbijdragen en de lokale belastingen en heffingen. Deze twee bronnen van inkomsten worden in dit hoofdstuk nader toegelicht.

6.2.

Rijksbijdragen

Inleiding De inkomsten van de gemeente Leusden komen voor ongeveer 70% van het Rijk. Het grootste deel hiervan betreft de algemene uitkering. Overige inkomsten van het Rijk betreffen specifieke uitkeringen (SPUK) waaronder de Gebundelde uitkering (BUIG)3, voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet. De algemene uitkering maakt een groot deel uit van de totale inkomsten en is daarmee van groot belang voor de gemeente. De hoogte fluctueert behoorlijk en als gemeente hebben we hier nauwelijks invloed op. In deze paragraaf bespreken we de in het voorjaar van 2026 bekende ontwikkelingen. Algemene uitkering Het Rijk stelt een totaalbudget beschikbaar voor de algemene uitkering. De middelen uit de algemene uitkering worden verdeeld over alle gemeenten aan de hand van maatstaven (verdeelsleutels). Dit leidt ertoe dat een grotere gemeente meer middelen krijgt dan een kleinere gemeente maar ook dat een gemeente met meer draagkrachtige inwoners minder geld uit het gemeentefonds krijgt dan een gemeente met minder draagkrachtige inwoners. De maatstaven hebben een drukkend effect op de algemene uitkering voor de gemeente Leusden. Dit komt met name door: ▪ ▪ ▪ ▪

Goede ondergrond Goede sociale structuur Geen centrumfunctie Hoge gemiddelde WOZ-waarde

Als het volume van het gemeentefonds verandert dan heeft dat direct gevolgen voor de hoogte van de algemene uitkering voor Leusden. Aan de hand van de maatstaven en de verwachte ontwikkeling van het gemeentefonds is de hoogte van de algemene uitkering voor Leusden weergegeven in tabel 6-1. Tabel 6-1: Algemene uitkering voor Leusden (bedragen x € 1.000) 2026 Algemene uitkering

2027

52.522

52.874

2028 52.298

2029 53.472

2030 54.302

In bovenstaande tabel is te zien dat de algemene uitkering voor Leusden in 2027 ongeveer € 350.000 hoger is dan in 2026. In het jaar 2028 zien we een daling met ca. € 600.000. De belangrijkste oorzaak is de daling van het gemeentefonds; het zgn. ravijnjaar. WOZ-waarde De (gemiddelde) WOZ-waarde is een zgn. negatieve maatstaf in het verdeelmodel. Gemeenten met een hogere gemiddelde WOZ-waarde krijgen een lagere algemene uitkering. De gedachte hierachter is dat deze gemeenten meer OZB opbrengsten kunnen realiseren. Het is een lokale keuze of een gemeente dat ook doet.

3 Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten als bedoeld in art. 69 van de Participatiewet.

Kadernota 2027 – 2030

- 15 -

Bij de jaarlijkse actualisatie van het de eenheden en gewichten voor de maatstaven worden de gestegen WOZ-waardes gecompenseerd door het gewicht van de maatstaf te verlagen. Dit gebeurt aan de hand van de landelijke gemiddelde stijging van de WOZ-waarden. De landelijke stijging van de gemiddelden WOZ-waarde in 2026 is 10,6%. De gemiddelde WOZ-waardestijging in Leusden is 13,1%. Doordat de stijging in Leusden hoger is dan het landelijk gemiddelde heeft Leusden een nadeel op de hoogte van de algemene uitkering. Het negatieve effect van de lagere algemene uitkering is niet verrekend in de OZB-tarieven maar dit komt ten laste van het begrotingssaldo. Plafond BTW-Compensatiefonds Het BTW-compensatiefonds is een regeling waarbij gemeenten BTW die zij niet kunnen terugvorderen bij de belastingdienst vergoed krijgen. Hiervoor is een budget beschikbaar. Als gemeenten een lager bedrag claimen dan het beschikbare budget wordt het resterende deel uitgekeerd aan de gemeenten via de algemene uitkering. Gemeenten mogen deze baten op voorhand inrekenen in hun begroting voor maximaal het bedrag dat is uitgekeerd in het jaar 2 jaar voor het begrotingsjaar. Voor de begroting 2027 betekent dit dat het maximale bedrag gelijk is aan de uitkering over 2025. In het kader van scherper begroten houden we in de begroting rekening met dit bedrag.

Doordat het bedrag in 2025 lager was dan in 2024 moeten we de begroting voor 2027 met ca. € 185.000 neerwaarts bijstellen. Dat is via de voorjaarsnota 2026 gedaan. Hervormingsagenda jeugd De Hervormingsagenda Jeugd is ingevoerd in 2023 en bevat een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. De kosten voor de jeugdzorg zouden door de maatregelen dalen en daarom is de algemene uitkering gekort. De doelen zijn echter niet geheel gehaald waardoor er voor de gemeenten een tekort is ontstaan. In de meicirculaire van 2025 heeft het Rijk de gemeenten extra middelen gegeven om de tekorten (deels) te compenseren. Dat is gedaan voor 2 jaar (2026 – 2027) waardoor het Ravijnjaar feitelijk 2 jaar is opgeschoven. Als de kosten van de jeugdzorg ondanks de maatregelen in 2028 niet zijn gedaald, dan leidt dit (alsnog) tot een tekort in de begroting 2028. Herijking gemeentefonds In 2023 is het nieuwe verdeelmodel voor het gemeentefonds ingevoerd. Voor Leusden geeft het nieuwe model een nadeel van € 2,3 miljoen (€ 73 per inwoner). Conform de wettelijke bepalingen wordt een korting trapsgewijs ingevoerd. Daarnaast heeft het Rijk eerder besloten het herverdeeleffect t/m 2026 te maximeren op € 37,50 per inwoner.

Dat heeft ertoe geleid dat er in onze huidige begroting een nadeel is verwerkt van € 1,2 miljoen De grote gevolgen voor een aantal gemeenten heeft ertoe geleid dat het herverdeeleffect voor 2026 is bevroren op de huidige stand. Dit geeft tijd om te kijken naar een aangepast model, met mogelijk minder grote effecten. Het is Binnenlandse zaken nog niet gelukt om met een beter model te komen. Dit zou betekenen dat het herverdeeleffect met ingang van 2027 verder wordt doorgevoerd. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft recent een advies uitgebracht aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) om de herverdeling in 2027 nog een jaar te bevriezen. Of de minister dit advies overneemt wordt uiterlijk bij de meicirculaire duidelijk. Ervan uitgaande dat het Rijk het advies van de ROB overneemt hebben we de herverdeling niet meegenomen in het saldo van deze kadernota. Als het Rijk de herverdeling wel doorzet dan heeft dat een negatief effect op onze algemene uitkering. Dit is weergegeven in tabel 6-2.

Kadernota 2027 – 2030

- 16 -

Tabel 6-2: Algemene uitkering na doorvoeren herverdeeleffecten (bedragen x € 1.000) 2026 Algemene uitkering Herijking gemeentefonds Totaal algemene uitkering incl. herijking

2027

2028

2029

2030

52.522

52.874

52.298

53.472

54.302

0

-480

-960

-1.200

-1.200

52.522

52.394

51.338

52.272

53.102

Conclusie De afhankelijkheid van de algemene uitkering voor de gemeentefinanciën is groot. Het verschuiven van het Ravijnjaar heeft voor enige verlichting gezorgd in 2026 en 2027 maar vanaf 2028 zien we een daling van de algemene uitkering met € 600.000. Verder hebben we in Leusden te maken met de effecten van het verder doorvoeren van de herijking van het gemeentefonds. Als dit effect al met ingang van 2027 wordt ingevoerd dan loopt de algemene uitkering trapsgewijs af met een bedrag dat oploopt tot € 1,2 miljoen in 2029. Als het effect nog niet in 2027 wordt doorgevoerd blijft het risico bestaan dat het (in gewijzigde vorm) later nog wordt doorgevoerd.

6.3.

Woonlasten

Inleiding Naast de algemene uitkering vormen de lokale belastingen en heffingen een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. De algemene uitkering houdt rekening met deze lokale belastingen. Het gemeentefonds gaat ervan uit dat er meer inkomsten kunnen worden gehaald uit lokale belastingen als de gemiddelde WOZ-waarde van de gebouwen in de gemeente hoger is. Dit leidt daarmee tot een lagere algemene uitkering. In deze paragraaf maken we een vergelijking van de woonlasten in Leusden ten opzichte van de andere Utrechtse gemeenten en ten opzichte van alle gemeenten in Nederland. Voor het vergelijk gaan we uit van een meerpersoonshuishouden met een koopwoning met een gemiddelde WOZwaarde (voor Leusden € 615.0004). Het vergelijk kijkt naar de woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing). De gegevens zijn gebaseerd op data van het Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden (COELO) voor het jaar 2026. In onderstaande tekst staan de getallen voor 2025 tussen haakjes. Landelijke woonlasten In vrijwel alle gemeenten zijn de lokale woonlasten vorig jaar gestegen. De gemiddelde stijging per gemeente bedroeg 4,0%. Dit is inclusief de inflatiecorrectie. De gemiddelde lasten in Leusden zijn met 7,4% gestegen. De gemiddelde woonlasten per gemeente in Nederland bedragen in 2026 € 1.095 (€ 1.052). De gemiddelde woonlasten in Leusden bedragen € 1.048 (€ 976).

Hiermee staat Leusden op de 139e (103e) plaats. Er zijn dus 138 (102) gemeenten in Nederland waar de gemiddelde lastendruk lager is dan in de gemeente Leusden en 203 (239) gemeenten waar de woonlasten hoger zijn dan in Leusden. Woonlasten in de provincie Utrecht In de provincie Utrecht zijn de gemiddelde woonlasten per gemeente € 1.216 (€ 1.170), een stijging van 3,9% en daarmee 11,0% hoger dan het landelijk gemiddelde. Onderstaande tabel geeft de lastendruk weer in alle gemeenten in de provincie Utrecht. De tabel is gesorteerd op de hoogte van de gemiddelde woonlasten in 2026.

4

Dit bedrag is de gemiddelde waarde van de woningen in bezit bij de bewoner. De waarde van huurwoningen is hierin niet meegenomen.

Kadernota 2027 – 2030

- 17 -

Uit onderstaande tabel blijkt dat Leusden op de 6e (5e) plaats staat wat betreft de woonlasten. In 5 (4) Utrechtse gemeenten zijn de gemiddelde woonlasten lager. De grafiek geeft de woonlasten in Leusden (en de andere Utrechtse gemeenten) weer ten opzicht van het landelijk en het provinciaal gemiddelde. Tabel 6-3: Gemiddelde woonlasten per gemeente in de provincie Utrecht in 2026 Gemeente

OZB

Afval

Riool

Totaal

t.o.v. 2025

Rang

Veenendaal

458

317

151

926

1

Renswoude

373

308

280

961

2

●

Nieuwegein

359

427

203

990

3

▲1

Bunschoten

445

363

190

998

4

▼1

Soest

396

390

243

1.029

5

▲1

Leusden

597

277

174

1.048

6

▼1

Woudenberg

537

325

261

1.123

7

▲3

De Ronde Venen

480

396

259

1.134

8

▲3

Vijfheerenlanden

448

502

190

1.140

9

●

Houten

628

326

189

1.143

10

▼3

Zeist

462

493

199

1.154

11

▲1

Wijk bij Duurstede

577

356

246

1.178

12

▲3

Amersfoort

576

416

191

1.183

13

●

IJsselstein

345

572

277

1.194

14

●

Rhenen

582

384

247

1.213

15

▼7

Stichtse Vecht

513

477

290

1.280

16

▲1

Woerden

620

335

336

1.291

17

▼1

Utrecht

550

528

247

1.325

18

●

De Bilt

695

408

239

1.342

19

●

Oudewater

607

303

444

1.354

20

●

Montfoort

598

428

335

1.361

21

●

Utrechtse Heuvelrug

655

305

405

1.365

22

▲3

Baarn

529

559

292

1.380

23

▼1

Eemnes

696

431

259

1.386

24

▲1

Lopik

718

344

368

1.430

25

▼3

Bunnik

818

435

303

1.556

26

●

Kadernota 2027 – 2030

- 18 -

●

Figuur 6-1: Gemiddelde woonlasten per gemeente in de provincie Utrecht

1.800 1.600 1.400

1.200 1.000 800 600 400 200 0

OZB

Afval

Riool

Landelijk

Prov.

Conclusie De gemiddelde woonlasten in Leusden liggen onder het provinciaal en onder het landelijk gemiddelde. Dit ondanks het feit dat de algemene uitkering rekening houdt met een relatief hoge belastingcapaciteit (OZB) vanwege hoge WOZ-waarden, en daardoor omlaag wordt bijgesteld. In welke mate een gemeente de hoge belastingcapaciteit benut is een lokale keuze. De werkelijke gerealiseerde OZB-inkomsten hebben geen invloed op de algemene uitkering. Het verschil in gemiddelde woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde is € 47 (€ 76). Het verschil in woonlasten ten opzichte van het Utrechts gemiddelde is € 163 (€ 194). De geraamde OZB opbrengsten voor 2026 bedragen ongeveer € 12 miljoen, waarvan ca. € 7,4 miljoen voor woningen en € 4,6 miljoen voor niet-woningen. Het verschil ten opzichte van andere gemeenten is afgelopen jaar iets kleiner geworden. De stijging van de woonlasten in Leusden is 7,4%. Landelijk is dit 4,0% en in de provincie 3,9%. Tabel 6-4: Gemiddelde woonlasten in Leusden – landelijk – provincie Utrecht Leusden

Landelijk

Prov. Utrecht

Gemiddelde woonlasten

1.048

1.095

1.216

Verschil t.o.v. landelijk

-47

0

+121

Verschil t.o.v. Provincie Utrecht

-168

-121

0

Kadernota 2027 – 2030

- 19 -

7.

Maatregelen

7.1.

Sluitende begroting 2027

Inleiding Het begrotingstekort voor 2027 bedraagt € 3,8 miljoen (structureel). In de periode tussen deze kadernota en de begroting kunnen er nog ontwikkelingen zijn die invloed hebben op het (structureel) begrotingssaldo. Ook is de meicirculaire nog niet verwerkt. Deze maakt deel uit van de begroting en hierin wordt ook duidelijk wat er gebeurd met de herijking gemeentefonds. Bij de behandeling van deze kadernota in de raad is hier naar verwachting wel duidelijkheid over. Om tot een sluitende begroting te komen hebben we 3 scenario’s uitgewerkt. Hiermee willen we de raad en een eventueel toekomstig college meer ruimte geven om keuzes te maken. De scenario’s bestaan uit een mix van de volgende maatregelen: ▪ Bijdrage vanuit de algemene reserve ▪ Bezuinigingen ▪ Verhogen van de OZB-opbrengsten Bijdrage vanuit de algemene reserve In het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen 5 van november 2023 zijn afspraken gemaakt over het benutten van de algemene reserve. Hierdoor kunnen gemeenten een deel van het surplus in de algemene reserve (de reserve waar geen bestemming aan is gegeven) aanwenden om het (structureel) begrotingstekort te dekken. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk is dan 20%, en dat ook blijft. Dit deel wordt dan tot ‘structurele baat’ bestempeld.

Het surplus betreft dat deel van de algemene reserve dat niet nodig is voor de dekking van risico’s. Daarom moet het weerstandsvermogen naar het oordeel van de toezichthouder (de provincie) voldoende zijn, gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie. Deze maatregel heeft een tijdelijk karakter, al is er nog geen einddatum bekend. Ook is het geen structurele oplossing omdat het leidt tot een lagere algemene reserve. Wel kan het worden ingezet om ‘tijd te kopen’ om maatregelen te nemen. Om dit instrument in te kunnen zetten is er een prognose gemaakt van de algemene reserve per einde 2025. Deze prognose geeft een vrije reserve ten bedrage van ca. € 19 miljoen en een solvabiliteit van ruim 50%. Op basis van deze analyse mag Leusden maximaal een bedrag van € 1,9 miljoen inzetten. In alle scenario’s stellen we een maximale inzet van de algemene reserve voor. Hierdoor ontstaat er maximaal ruimte voor een toekomstig bestuur om zelf keuzes te maken. Bezuinigingen Het rapport ‘Inzicht in beleidsvrije ruimte in Leusden’ van Berenschot geeft inzicht in de beleidsvrije ruimte. Dit rapport kan gebruikt worden om te kijken naar mogelijke posten voor bezuinigingen. Er staan geen maatregelen in het rapport. Het advies van Berenschot is om eerst te bepalen waar de gemeente naartoe wil. Door nu al keuzes te maken wordt daar aan voorbij gegaan.

Verhogen van de OZB-opbrengsten Bij de algemene uitkering is toegelicht dat de algemene uitkering lager is bij een hogere gemiddelde WOZ-waarde. Daarbij is de gemiddelde WOZ-waarde in Leusden meer gestegen dan landelijk, waardoor Leusden een nadeel heeft. Dit nadeel is niet doorberekend in de OZB-tarieven. De woonlasten in Leusden liggen onder het landelijk en provinciaal gemiddelde. Voor 2027 verwachten we echter wel een stijging van de afvalstoffenheffing. Hierbij houden we rekening met een

5

Overleg tussen het Rijk en medeoverheden over de financiële verhoudingen

Kadernota 2027 – 2030

- 20 -

stijging van de afvalstoffenheffing van € 9 omdat dit een eenmalige verlaging van het tarief in 2026 is geweest6. Vanwege de overgang naar een andere afvalinzamelaar wordt een hogere stijging verwacht maar we hebben nog geen indicatie van het werkelijke bedrag. Scenario 1: Behoud van voorzieningen In dit scenario zitten geen bezuinigingen. Hierdoor houden we de voorzieningen in stand. Dat heeft wel tot gevolg dat de lasten worden gedekt door de inzet van de algemene reserve en verhoging van belastingen. De OZB-opbrengsten worden in dit scenario verhoogd tot een bedrag waarmee de gemiddelde woonlasten stijgen tot € 1.170 (rekening houdend met € 9 stijging van de afvalstoffenheffing). Dit is € 15 boven het midden van het landelijke en het provinciaal gemiddelde. Dat is een stijging van gemiddeld € 120 per huishouden per jaar. De stijging van de OZB bedraagt in dit scenario 18,8% (exclusief indexering). Tabel 7-1: Maatregelen voor begroting 2027 – 2030 scenario Behoud van voorzieningen (bedragen x € 1.000) 2027 Bijdrage vanuit de algemene reserve

2028

2029

2030

1.900

0

0

0

0

0

0

0

Verhoging van de onroerende-zaakbelasting (OZB)

2.261

2.261

2.261

2.261

Totaal

4.161

2.261

2.261

2.261

Bezuinigingen

Scenario 2: Beperkte bezuinigingen Vanuit het rapport ‘Inzicht in beleidsvrije ruimte in Leusden’ van Berenschot staat vermeld dat het mogelijk is om in 1 jaar een besparing te realiseren van € 670.000 met een lage impact. Door hierop in te zetten kan worden volstaan met een lagere verhoging van de OZB-opbrengsten. In dit scenario stijgen de OZB-opbrengsten met 13,3% (exclusief indexatie). De gemiddelde woonlasten stijgen dan met € 88 naar ca. € 1.136 (rekening houdend met € 9 stijging van de afvalstoffenheffing). Dit is een bedrag van 3,8% boven het landelijk gemiddelde. Tabel 7-2: Maatregelen voor begroting 2027 – 2030 scenario Beperkte bezuinigingen (bedragen x € 1.000) 2027 Bijdrage vanuit de algemene reserve

2028

2029

2030

1.900

0

0

0

670

670

670

670

Verhoging van de onroerende-zaakbelasting (OZB)

1.591

1.591

1.591

1.591

Totaal

4.161

2.261

2.261

2.261

Bezuinigingen

Scenario 3: Geen verhoging van de OZB Dit scenario zet in op het indexeren van de OZB-opbrengsten maar deze niet verder te verhogen. Dat vraagt om stevigere bezuinigingen. Het bestuur (college en raad) moet hierbij bij deze kadernota richting kiezen en de maatregelen moeten bij de vaststelling van de begroting voldoende zijn uitgewerkt om als realistisch te worden bestempeld door de provincie. Het opnemen van een taakstelling is daarbij niet toereikend.

6 Zie raadsvoorstel begroting 2026

Kadernota 2027 – 2030

- 21 -

Tabel 7-3: Maatregelen voor begroting 2027 – 2030 scenario Geen verhoging OZB (bedragen x € 1.000) 2027

2028

2029

2030

Bijdrage vanuit de algemene reserve

1.900

0

0

0

Bezuinigingen

2.261

2.261

2.261

2.261

Verhoging van de onroerende-zaakbelasting (OZB) Totaal

0

0

0

0

4.161

2.261

2.261

2.261

Voorstel college Als college onderschrijven we het belang van een sluitende kadernota als basis voor de begroting 2027. De ontwikkelingen in het sociaal domein maken het noodzakelijk om maatregelen te nemen. Het rapport ‘Inzicht in beleidsvrije ruimte in Leusden’ is een eerste stap in de inventarisatie van mogelijke maatregelen. In het rapport wordt geadviseerd om het niet te gebruiken als ‘keuzemenu’ maar als startpunt van een volgende fase waarin de gemeente richting kiest voor de toekomst. Het college adviseert het nieuwe bestuur om deze volgende fase te starten. Daarom stellen we nu geen bezuinigingen voor. Het begrotingstekort wordt dan gedicht door de inzet van de algemene reserve en een verhoging van de onroerende-zaakbelasting (scenario 1 - Behoud van voorzieningen). Dit brengt de gemiddelde woonlasten in Leusden boven het landelijk gemiddelde maar onder het provinciaal gemiddelde. Deze keuze ligt ook in lijn met de uitkomsten van het onderzoek ‘Leusden in Balans’ waarbij een groot deel van de inwoners heeft aangegeven dat zij de voorzieningen wil behouden. Hiermee krijgt een nieuwe coalitie de ruimte om te komen met eigen voorstellen om het begrotingstekort voor 2027 (en de jaren daarna) op te lossen. Indien deze al bij de behandeling van deze kadernota in de raad al bekend zijn dan kunnen deze door een amendement al worden meegenomen in de besluitvorming.

Onderstaande tabel geeft het saldo van de kadernota weer inclusief de voorgestelde maatregelen. Tabel 7-4: Saldo Kadernota 2027 na maatregelen (bedragen x € 1.000) 2027 Saldo begroting 2026-20291

2028

2029

2030

-90

-874

-1.003

-1.003

Saldo tussentijdse begrotingswijzigingen

-1.416

-1.303

-1.303

-1.303

Resultaat voorjaarsnota 2026

-2.231

-1.773

-1.625

-1.261

Startpositie kadernota 2027

-3.736

-3.949

-3.931

-3.566

Saldo nieuw beleid

-425

-576

-606

-606

Saldo Kadernota 2027 voor maatregelen

-4.161

-4.524

-4.537

-4.172

Maatregelen Scenario 1: Behoud van voorzieningen

4.161

2.261

2.261

2.261

0

-2.264

-2.276

-1.911

Saldo Kadernota 2027 na maatregelen

7.2.

Sluitende begroting 2028 en verder

Bovenstaande scenario’s leiden tot een sluitende begroting voor 2027. Voor de jaren daarna is er nog steeds een begrotingstekort. Om ook de begroting voor deze periode sluitend te krijgen is het nodig om te aanvullende maatregelen te treffen. Aangezien er een nieuw college aankomt wordt hier in deze kadernota niet op vooruit gelopen.

Kadernota 2027 – 2030

- 22 -

8.

Ontwikkelingen

Inleiding Deze kadernota geeft een beeld over de financiële vooruitzichten voor de komende 4 jaren. We proberen een realistisch beeld te geven van de verwachte baten en lasten. Dus niet op voorhand baten laag en lasten hoog ramen. Ook is het financieel perspectief gebaseerd op de kennis van nu en de reeds genomen besluiten. Er zijn in de gemeente ambities bekend waarover nog geen besluit is genomen. Ook zijn er risico’s bekend waarvan het nog onzeker is of deze zich voor zullen doen. In dit hoofdstuk kijken we naar deze ambities en risico’s. Stelpost herijking gemeentefonds Zoals vermeld in paragraaf 6.2 is er een kans dat de herijking gemeentefonds verder wordt doorgevoerd. Dit geeft voor de Leusdense begroting een nadeel oplopend tot € 1,2 miljoen. De Nieuwe Korf In januari 2026 zijn er voorbereidingskredieten vastgesteld voor de ontwikkeling van De Nieuwe Korf en een nieuwe sporthal op het Burgemeester Buiningpark. De beslissing om tot realisatie over te gaan is op dit moment nog niet genomen. De lasten die hierbij horen zijn ook nog niet opgenomen in de begroting. Op basis van de huidige inzichten zal de realisatie van het cultuurhuis en de sporthal leiden tot een structurele lastenverzwaring van ca. € 700.000. Als we de investering niet doen, en de huidige voorzieningen behouden, is de verwachting dat dit tot hogere lasten zal leiden.

Nieuwbouw zwembad De raad heeft in april 2024 een besluit genomen om een traject te starten gericht op nieuwbouw van het zwembad met recreatievariant. De geschatte kapitaallasten, gebaseerd op een investering van ca. € 15 miljoen, bedragen jaarlijks € 1 miljoen. De exploitatiekosten kunnen worden gedekt door de reeds in de begroting geraamde exploitatielasten. Waarschijnlijk zal hier nog een voordeel uitkomen. ICT Er wordt een IT-audit uitgevoerd vanwege veranderende wet- en regelgeving, zoals NIS2 en BIO en de toenemende digitale dreigingen. Dit onderzoek brengt onder andere de huidige digitale weerbaarheid en compliance van de gemeente in kaart. Het levert inzicht in risico’s, kwetsbaarheden en prioriteiten binnen de IT-organisatie en informatiebeveiliging. De financiële gevolgen zijn nog niet bekend, maar er wordt een stijging van de kosten verwacht. De resultaten vormen een belangrijke basis voor verdere beleidsontwikkeling en investeringsbeslissingen. Vooralsnog rekenen we met een bedrag van € 500.000 per jaar. Dit is een schatting met een hoge mate van onzekerheid. Ambtelijke organisatie Op 26 februari is er tijdens een raadsbijeenkomst gesproken over het in balans brengen van de werkzaamheden en de (ambtelijke) capaciteit.

Er moet – mede afhankelijk van de ambities van de gemeente in de komende bestuurlijke periode – rekening worden gehouden met een substantiële uitbreiding van de omvang van de formatie, waarbij elke toegevoegde FTE een toename van de structurele exploitatielast van gemiddeld € 100.000 geeft. Gemeentelijk vastgoed De gemeente heeft een wettelijke opgave om het vastgoed te verduurzamen. Deels zal dit gebeuren door panden te vervangen (nieuwbouw) waarbij wordt gekeken of dit efficiënter en voordeliger kan door functies samen te voegen. Denk hierbij aan De Nieuwe Korf.

Kadernota 2027 – 2030

- 23 -

Voor andere panden geldt dat deze moeten worden verduurzaamd. Hiervoor wordt vastgoedbeleid opgesteld. De verwachting is dat de kosten van de verduurzaming (grotendeels) worden terugverdiend door lagere exploitatielasten. Burgemeester Buiningpark en Jan Banninkpark Vanuit het project De Nieuwe Korf is de wens gekomen om de nieuwe sporthal op het Burgemeester Buiningpark te realiseren. Dit kan, in combinatie met het nieuwe zwembad en andere ontwikkelingen, leiden tot herinrichting van het Burgemeester Buiningpark en Jan Banninkpark. Dit is nog in een verkennende fase en daarom is het nog niet mogelijk om hier al kosten voor te ramen. Jeugdzorg De maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd (2023) moeten uiteindelijk tot een kostenbesparing gaan leiden. De besparing die beoogd werd vanaf 2026 is door een verlichting van de taakstelling vanuit het Rijk opgeschoven naar 2028. Dat betekent dat nog steeds maatregelen, veelal conform dezelfde uitgangspunten, nodig zijn om besparingen in de toekomst te realiseren. De mogelijke invoering van een systematiek van eigen bijdragen door het Rijk zal een impact hebben op zowel de financiële positie van gemeenten (tegenover de inning van eigen bijdragen staat een korting op het gemeentefonds) als op de gewenste kwaliteit van de zorg waarbij het belangrijk is om de juiste zorg op de juiste plek te waarborgen.

Wmo De dubbele vergrijzing zal leiden tot een toenemend aantal ouderen dat vraagt om meer ondersteuning. De nadruk op het vinden van de balans tussen maatwerk en standaardvoorzieningen of -diensten zal toenemen. De landelijke ambitie is om het aantal plekken ‘Beschermd wonen’ af te bouwen en dat met name jongvolwassenen zoveel mogelijk zelfstandig en in hun eigen omgeving kunnen (blijven) wonen. Daarbij zal begeleiding nodig zijn rondom meer zelfstandig leven en meedoen in de samenleving. De exacte definiëring over de inzet van begeleiding zal bepalend zijn voor de inzet door aanbieders en de begeleiding door Lariks. Ook hier geldt dat invoering het besluit van het Rijk om een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo in januari 2028 in te voeren impact heeft op zowel de financiering als de kwaliteit van zorg en ondersteuning. Opvang vluchtelingen De huisvesting van vluchtelingen vraagt om een structurele oplossing i.p.v. tijdelijke huurcontracten. Er zijn ontwikkelingen die hiervoor zorgdragen, zoals de flex-woningen op de Buitenplaats voor ontheemde Oekraïners. De financiële gevolgen worden veelal vergoed vanuit het Rijk. Nieuwbouwlocaties In het programma ruimte is er de komende jaren veel aandacht voor de ontwikkeling van nieuwe wijken in Achterveld en in Leusden.

Dit is nog steeds een grote uitdaging, omdat er onder meer eisen worden gesteld aan de betaalbaarheid van de woningen, netcongestie en ecologie. Deze eisen zetten de financiële haalbaarheid van de projecten onder druk. Deze omstandigheden zullen een grote inspanning van de gemeente vragen om de huisvestingsbehoefte te kunnen faciliteren. Implementatie Omgevingswet De implementatie van de Omgevingswet heeft betrekking op veel beleidsgebieden. Dit vraagt een andere manier van werken en heeft impact op de gehele organisatie. De transitie naar een integrale aanpak en beleidsdoorwerking van ambities (omgevingsvisie) naar beleidsuitwerking (omgevingsprogramma’s) en uitvoering (o.a. via het omgevingsplan) binnen het fysieke domein zal nog de komende jaren in beslag nemen. Daarbij kan de besluitvorming op onderdelen anders gaan lopen en vraagt het mogelijk dat jaarstukken, qua indeling, hierop aangepast moeten worden, om de monitoring en evaluatie van het beleid beter in te richten. Kadernota 2027 – 2030

- 24 -

9.

Conclusie

De kadernota 2027 – 2030 toont een (structureel) begrotingstekort voor alle jaren. Het saldo was al ruim € 1,5 miljoen negatief en vanuit de voorjaarsnota komt daar voor 2027 nog eens meer dan € 2,2 miljoen bij en vanuit deze kadernota een bedrag van € 425.000 in 2027 oplopend tot iets meer dan € 600.0000. Om tot een sluitende begroting voor 2027 te komen moeten er voor een bedrag van € 4,2 miljoen maatregelen worden genomen. Deze kadernota geeft meerdere scenario’s om tot een sluitende begroting te komen. De scenario’s zijn een combinatie van: ▪ Bijdrage vanuit de algemene reserve ▪ Bezuinigingen ▪ Verhogen van de OZB-opbrengsten De bijdrage uit de algemene reserve is een maatregel met een beperkte impact. Ook is het voor een toekomstige coalitie eenvoudig om deze maatregel ongedaan te maken, indien zij dat wenst. Met de inzet van deze maatregel kan 50% van het geschatte tekort worden opgevangen. Om bezuinigingen door te voeren is meer tijd nodig. Het rapport ‘Inzicht in beleidsvrije ruimte in Leusden’ is een eerste stap in dit proces. Om vanuit deze aanzet te komen tot maatregelen adviseert het college om als gemeente eerst richting te kiezen. Daarom stelt het college nu geen bezuinigingen voor. Daarmee moet het resterende deel van het begrotingstekort worden gedicht door het verhogen van de onroerendezaakbelasting.

Dit leidt tot een stijging van de woonlasten met gemiddeld € 120 tot een gemiddelde van € 1.170 voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning (exclusief indexering). Dit is boven het landelijk gemiddelde maar nog steeds onder het provinciaal gemiddelde. Hiermee kiest het college voor ‘Scenario 1: Behoud van voorzieningen’. Met deze mix van maatregelen worden de kaders gesteld voor een sluitende begroting. Als een nieuwe coalitie bij de behandeling van deze kadernota het begrotingstekort op andere wijze wenst te overbruggen dan kan dit middels een amendement worden verwerkt in de besluitvorming. De scenario’s kunnen hierbij worden benut. Voor de periode na 2027 staat de gemeente Leusden nog voor uitdagingen. De ambities die er zijn en de risico’s voor toekomstige baten vragen om scherpe keuzes. In deze kadernota zijn wel het financieel perspectief, de ambities en de risico’s benoemd maar worden deze keuzes niet gemaakt. Dit is aan een volgend college.

Kadernota 2027 – 2030

- 25 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/4392/documents/52238