CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

DEF_Leusden-Uitnodigingskader_v06_LR.pdf

Raadsvergadering 3 oktober 2024, gemeente LeusdenBij agendapunt: 20: RV Aanpassingen Uitnodigingskader zonne-energie en onderzoek windenergie - TERUGGENOMEN15.100 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1 alinea's met “sessies”: 132

streefgetal. Naast de zonneladder voor het gebied buiten de bebouwde kom, is er ook een ambitie voor bebouwd gebied, ter grootte van minimaal 12 hectare aan zonnepanelen. Zoals in hoofdstuk 2.5 is toegelicht zetten we nu een eerste stap met het bieden van ruimte voor duurzame opwek. Dat is nodig om de energie en klimaatdoelen te halen. Dit houdt in dat de streefgetallen en het maximumgetal die nu in de zonneladder staan, gelden voor de komende twee jaar. We streven naar 5 hectare zonnepanelen in de trede ‘Ja, graag’ en 10 hectare in de trede ‘Ja, mits’. Voor de trede ‘Nee, tenzij’ zetten we het maximum op 5 hectare zonnepanelen. In de periode tot en met 2023 willen we dus graag 15 tot 20 hectare zonnepanelen realiseren. Een initiatief telt pas mee als Stedin heeft aangegeven het ook op het net aan te kunnen sluiten en er toestemming is gegeven vanuit de gemeente. Als een initiatiefnemer wacht met een goedgekeurd initiatief, omdat hij/zij niet kan terug leveren op het netwerk, telt dit initiatief niet mee in opgave tot en met 2023. Dit initiatief doet mee in de volgende tranche(s)/tijdvak(ken).

41

4.2 Ja, graag

42

Onder de trede ‘Ja, graag’ vallen de plekken waar het gewenst en (bijna) vanzelfsprekend is dat zonnepanelen geïntegreerd kunnen worden. Hierbij wordt ook buiten de bebouwde kom vol ingezet op het benutten van daken voor zonnepanelen. Het betreft daken van huizen, boerderijen, stallen en bedrijven. Bij agrarische bedrijven vallen alle zonnepanelen binnen het bouwvlak in deze trede. Tijdens alle gesprekken die we met inwoners en stakeholders voerden, werd altijd als eerste gezegd: ’Leg eerst al die daken vol met zonnepanelen’. Ook het overdekken van parkeerplaatsen met zonnepanelen is vaak genoemd, net als het benutten van geluidsschermen, geluidswallen en overkappingen langs de snelweg. Kortom, het draagvlak voor de trede ‘Ja, graag’ is hoog. Helaas is het aantal beschikbare hectares in deze trede beperkt. Welke gebieden vallen onder ‘Ja, graag’? • Daken van huizen, boerderijen, stallen en bedrijven buiten de bebouwde kom, inclusief alle zonnepanelen binnen het (agrarische) bouwvlak; • Overdekte parkeerplaatsen; • Langs infrastructuur: geluidsschermen, geluidswallen en overkappingen bij snelweg. • Langs infrastructuur: afslagen snelweg

43

Daken Zonnepanelen op daken en gevels is een hard uitgangspunt bij de ambitie om de klimaat- en energiedoelen te halen. Het streven is om op alle nieuwe gebouwen zonnepanelen te plaatsen en zoveel mogelijk op bestaande daken. Er is dan sprake van meervoudig ruimtegebruik. Bij het plaatsen van zonnepanelen is het creëren van een rustig beeld gewenst (indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte). Dit betekent over het algemeen een rechthoekig of vierkant patroon met geen of weinig onderbrekingen. Er zijn tegenwoordig ook mooie voorbeelden van nieuwbouw waarbij het gehele dak bestaat uit zonnepanelen in plaats van dakpannen of waarbij de zonnepanelen bijna onzichtbaar zijn

Parkeerplaatsen opgenomen in de dakpannen. Ook worden er steeds meer technologieën ontwikkeld om zonnepanelen op een fraaie manier te verwerken in gevels van gebouwen. De verwachting is dat binnen afzienbare tijd zonne-energie opwekkende zonnepanelen in gevels kunnen concurreren met de meest gangbare materialen in de bouw.

Parkeerplaatsen kunnen overkapt worden met zonnepanelen. Dit is een vorm van meervoudig ruimtegebruik. Het overkappen van parkeerplaatsen is daarnaast een win-win situatie: de auto’s staan droog en in de schaduw en er wordt duurzame zonneenergie opgewekt. De gemeente heeft hiervoor al veel locaties onderzocht. Het blijkt lastig hiervoor, onder de huidige condities, een haalbare businesscase te ontwikkelen. We zetten ons in dat dit voor zoveel mogelijk parkeerplaatsen haalbaar wordt.

44

45

Langs infrastructuur: geluidsschermen, geluidswallen en overkappingen bij wegen Langs de A28 bevinden zich over bijna het gehele traject in en langs de gemeente Leusden geluidswallen en/of -schermen. In het bos- en heidegebied ligt aan weerszijden van de A28 een geluidswal met heide daarop. Dit beeld gaat wat verderop in oostelijke richting over in geluidswallen met daarop lage betonnen geluidsschermen en vervolgens in alleen lage betonnen geluidsschermen. Ter hoogte waar de bebouwing van Amersfoort dichter bij de snelweg staat, begint een hoger geluidsscherm dat begroeid is. Meer naar het noordoosten is het een hoog, glazen geluidsscherm. Langs het hele traject ligt de bebouwing van Amersfoort achter een geluidsscherm. Aan de kant van Leusden bevindt zich veelal een

groen beeld: een begroeide geluidswal, begroeiing of zicht op het landschap. Zicht op het landschap zien we met name in het noordelijke deelgebied: omgeving Hessenweg, maar ook bij het groene entreegebied tussen afslag 6 en 7. De geluidsschermen en -wallen bieden kansen voor een dubbelfunctie met zonnepanelen. Voor eventuele nieuwe geluidsschermen, geluidswallen en overkappingen geldt dat deze zeker kansrijk zijn voor het opwekken van zonne-energie. De mogelijkheden hiertoe worden door gemeente, provincie, Rijkswaterstaat en ministeries samen onderzocht.

Langs infrastructuur: afslagen snelweg De ruimte bij afslagen van de snelweg wordt door de meeste mensen als restruimte ervaren. Het draagvlak om hier zonnepanelen te plaatsen is groot. We zien ruimte om zonnepanelen te plaatsen tussen de wegen en de op- en afritten. Hierbij moet gelet worden op: de veiligheid, kabels en leidingen en een zo aantrekkelijk mogelijk beeld (een rustig beeld). Ook deze mogelijkheden worden door gemeente, provincie, Rijkswaterstaat en ministeries samen onderzocht.

4.3 Ja, mits

46

Onder de trede ‘Ja, mits’ vallen de plekken waar zonnevelden goed zijn in te passen, mits ze voldoen aan de opgestelde randvoorwaarden. Het betreft kleine zonnevelden van maximaal 1 hectare aan de rand van bedrijventerreinen en de zones rond de kernen met een menging van functies. Deze mengzones met sportvelden, bedrijven, volkstuinen, etc. worden over het algemeen als minder waardevol (of meer rommelig) ervaren en daardoor lager gewaardeerd door de inwoners van de gemeente. Ook kleine zonnevelden, die direct aansluiten op een agrarisch bouwblok en aanvullend zijn op zon op dak, behoren tot de ‘Ja, mits’ trede. Voor agrariërs kan de opwek van zonne-energie financieel aantrekkelijk zijn. Ook kan het voor een businesscase om aan te kunnen sluiten op het energienetwerk (overbruggen van de afstand met kabels) belangrijk zijn om een bepaalde omvang te realiseren. Als daarvoor een klein zonneveld aansluitend op het bouwblok nodig is, willen we die mogelijkheid bieden binnen deze trede 2. Welke gebieden vallen onder ‘Ja, mits’? • Kleine velden in de rand van een bedrijventerreinen (buiten de bebouwde kom); • Kleine velden in gemengde zones rond de kernen; • Kleine zonnevelden direct aansluitend op een agrarisch bouwblok, aanvullend op zon op dak.

47

Kleine zonnevelden aansluitend op agrarisch bouwblok, aanvullend op zon op dak en erf Aan de rand van bedrijventerreinen Veel bedrijventerreinen worden niet aantrekkelijk en zelfs storend gevonden. Zonnevelden aansluitend bij bedrijventerreinen worden daarom acceptabel gevonden. Zeker als het bedrijventerrein met behulp van zonnepanelen ingepakt wordt door een groene buffer. Door zonnepanelen te combineren met beplanting en water kan een aantrekkelijke groene buffer gemaakt worden. Over het algemeen geldt hoe steviger de bedrijven, hoe steviger de groene buffer.

We willen agrariërs de mogelijkheid geven om zonneenergie op te wekken met een zonneveld aansluitend op het agrarisch bouwperceel. Uiteraard in combinatie met zonnepanelen op het dak van de stallen. Alle andere zonnevelden in het agrarisch gebied vallen onder de trede Nee, tenzij.

Gemengde zones rond de kernen

48

De gemeente Leusden kent drie dorpen: Leusden, Achterveld en Stoutenburg. Stoutenburg kent echter geen gemengde zone in haar dorpsrand, Stoutenburg ligt echt in het landschap. Ook in Leusden en Achterveld zijn dorpsranden te vinden waar de woningen direct tegen het buitengebied liggen, maar hier zijn ook brede zones met gemengde functies aanwezig in de dorpsrand. Het gaat om sportvelden, volkstuintjes, bedrijven, etc. Kortom een dorpsrand is een zeer gevarieerd gebied. Het is belangrijk om te kijken wat voor soort karakter de dorpsrand heeft en of en hoe zonnepanelen daarin toe te passen zijn. Een voordeel van zonnepanelen in de dorpsrand is dat aanbod en vraag gekoppeld kunnen worden. We onderscheiden twee verschillende typen dorpsrand met mogelijkheden voor zonnevelden: gemengde zone met verschillende functies en (de reserveringsgebieden voor) toekomstige uitbreidingen. In een overgangszone met een variëteit aan functies (zoals sport, recreatie, volkstuinen, horeca, etc.) zijn koppelkansen met zonne-energie mogelijk. De zonnevelden moeten qua maat en schaal passen in de dorpsrand en altijd minimaal 50 meter van de woonhuizen staan. Door de optelsom van verschillende functies is de overgangszone meestal relatief kleinschalig van aard. Dit betekent dat het over kleine zonnevelden (tot 1 ha.) zal gaan.

Fase 1

Fase 2

49

Door zonnevelden in de dorpsrand te plaatsen is het mogelijk om vraag en aanbod te koppelen. De kleinschalige zonnevelden wekken energie op voor woningen en sportlocaties. Ook de in of nabij de dorpsrand gepositioneerde boerderijen kunnen de lokaal opgewekte stroom gebruiken. Een mooie koppelkans is om de nieuwe zonnevelden te gebruiken als motor om het landschap in de dorpsrand toegankelijker, aantrekkelijker en groener te maken. De zonnevelden zorgen zo voor een kwaliteitsimpuls in de dorpsrand.

Ook in de gemeente Leusden gaan nog nieuwe woonwijken gebouwd worden. Bij de bouw van zo’n nieuwe wijk is een integraal ontwerp van woninguitbreiding met de duurzame energieopgave uitgangspunt. Denk hierbij aan nieuwe parken/ uitloopgebieden met zonnevelden. Op het moment dat een nieuwe woonwijk aangelegd wordt, behoort het gebied echter niet meer tot het buitengebied. Als opmaat naar een nieuwe woonwijk kunnen één of meerdere tijdelijke kleine zonnevelden aangelegd worden in het later te ontwikkelen gebied. Wanneer een functieverandering bij omvangrijke locaties speelt, staan we in principe positief tegenover de mogelijkheid om in een overgangsfase zonnevelden te realiseren.

Er ligt namelijk een kans om met behulp van deze zonnevelden alvast te investeren in groene en blauwe structuren, die later belangrijke waarden en dragers voor de nieuwe wijk zullen zijn. Andersom worden gereserveerde gronden goed benut met zonnevelden in de periode dat nog niet gebouwd wordt. Een deel van de zonnepanelen kan in de tweede fase blijven staan om de nieuwe woningen van duurzame energie te voorzien. Belangrijk aandachtspunt is wel de tijdsperiode waarin de tijdelijke zonnepanelen kunnen blijven staan. Zonnevelden mogen de voortgang van de woningbouw niet belemmeren.

4.4 Nee, tenzij De trede ‘Nee, tenzij’ bevat het grootste deel van het buitengebied. Eigenlijk zijn het alle gronden die niet onder de andere drie treden vallen. Voor de gebieden geldt dat ze niet de voorkeur hebben, maar dat er wel mogelijkheden zijn om zonnevelden in te passen mits aan de eisen wordt voldaan en de locaties voldoende scoren op de aanvullende beoordelingscriteria. Hierover meer in hoofdstuk 7. Welke gebieden vallen onder ‘Nee, tenzij’? • Goed ingepaste locaties in het overige buitengebied buiten de NNN en de kernen van landgoederen, maar inclusief de groene contour.

4.5 Nee, nooit De groene contourgebieden zijn gebieden waar kansen liggen om met behulp van zonnevelden natuurontwikkeling te realiseren. Deze groene contourgebieden sluiten aan op gebieden die in het NatuurNetwerk Nederland (NNN) liggen. Onderdeel van het “nee-tenzij” gebied Leusderheide is het militair oefenterrein. Defensie heeft aangegeven hier geen ruimte te zien voor windmolens, maar voor zonnevelden is dat nog niet duidelijk. Aangezien duurzame opwek hier een dubbelfunctie met het oefenterrein kan hebben, kan dit reden zijn om hier toch met voorkeur ruimte te willen bieden aan een zonneveld. Mits dit niet botst met aanwezige natuurwaarden. Dat vraagt om nader onderzoek.

50

51

Afbeelding 8. Nee, nooit gebieden in Leusden De trede ‘Nee, nooit’ bevat de gebieden waar zonnevelden zijn uitgesloten. De ruimtelijke, cultuurhistorische en/of ecologische waarden zijn hier dermate hoog, dat zonnevelden deze kwaliteiten teveel aantasten. Daarom zijn de grote en kleine natuurgebieden die tot het NatuurNetwerk Nederland (NNN) behoren uitgesloten. Hetzelfde geldt voor de kerngebieden van de landgoederen. Afbeelding 7. Nee, tenzij gebieden binnen de verschillende deelgebieden van Leusden

5 Omvang van zonnevelden Naast de vraag waar de opwek van zonne-energie op land kan worden ingepast, is het ook belangrijk te kijken naar de vraag hoe dit kan worden ingepast. Zo wordt er in dit hoofdstuk gekeken hoe het technisch werkt om zonnevelden op het elektriciteitsnetwerk aan te sluiten en hoe groot de zonnevelden mogen worden.

52

(Bron: Wirestock via Freepik.com)

53

5.1 Hoe werkt het aansluiten van een zonneveld op het energienetwerk? Elektriciteit wordt opgewekt in elektriciteitscentrales, wat vervolgens wordt getransporteerd via ondergrondse kabels en bovengrondse lijnen. Voordat de elektriciteit aangesloten kan worden op woningen, moet het op verschillende plekken in het net omgezet worden naar een lager spanningsniveau. Dit gebeurt in de verschillende stations, welke zijn afgebeeld in afbeelding x. Vervolgens kan het doorgestuurd worden naar de stroomkastjes die door de gemeente verspreid staan. Pas dan kan een aansluiting gemaakt worden met gebouwen. Een project voor herbruikbare energie kan op alle tussenstations worden aangesloten. De totaal mogelijke toevoer van herbruikbare energie is afhankelijk van het soort station. Zie afbeelding x, hoe verder naar rechts, hoe minder er op een station kan worden aangesloten. 54

Het aanleggen van zon op land kan theoretisch gezien op veel locaties. Wat een belangrijke ‘maar’ is, is de nabijheid van aansluitmogelijkheden op het elektriciteitsnet. Dit heeft een grote invloed op de financiële haalbaarheid. Rond zo’n aansluitingspunt kan een cirkel getrokken worden, de haalbaarheidscirkel. Voor de cirkel geldt de vuistregel: hoe groter het vermogen van een project, hoe groter de afstand tot een station kan zijn. Zo’n cirkel is indicatief. Veranderingen in subsidies, kosten van materiaal of energieprijzen kunnen de haalbaarheid van een initiatief beïnvloeden.

€

2 - 10 hectare

3 kilometer

0 - 2 hectare

In Leusden hebben we te maken met een Middenspanning station (MS-station). Stedin gaat er onder de huidige omstandigheden vanuit dat een businesscase tot ongeveer 3 kilometer van een MSstation financieel haalbaar moet zijn. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met de capaciteit voor de toevoer van elektriciteit naar ieder station. De beschikbaarheid van capaciteit op het bestaande elektriciteitsnet is namelijk maar beperkt. Het is daarom belangrijk om in het achterhoofd te houden dat bij een inpassing van zon op land in Leusden, vrijwel altijd gekeken moet worden naar (nieuwe) aansluitmogelijkheden op het net. Afhankelijk van de grootte van de inpassing, zal een nieuwe kabel aangelegd moeten worden. Dit kan echter de kosten van het aanleggen fors verhogen. Bij een kleinschalige inpassing van zonnepanelen is het mogelijk om een aansluiting te creëren op het bestaande elektriciteitsnet. Onder kleinschalig wordt

Afstand tot station

hier verstaan zonnepanelen op daken of velden van maximaal 2 hectare groot. Hiervoor hoeft dus geen nieuwe kabel gelegd te worden naar een MS-station. Om zonnevelden te kunnen plaatsen is ook de techniek van belang. Het energienetwerk bestaat lokaal uit een aantal stations. Aansluiting op netwerk Stedin • Een zonneveld van ongeveer 2-10 hectare krijgt een eigen unieke aansluiting op het MS station. • Een klein zonneveld (of zon op dak) tot 2 hectare wordt rechtstreeks op het zgn. op ringnet (paars) aangesloten. Voor een financiële haalbaarheid moet de aansluiting dichtbij zijn. Algemeen geldt: hoe verder weg van een station, hoe duurder de kabel wordt en hoe groter de oppervlakte van het zonneveld moet zijn om de aanleg rendabel te maken.

55

5.2 De omvang van een veld voor de opwek van zonne-energie Velden voor de opwek van zonne-energie kunnen een verschillende omvang hebben. In paragraaf 5.1. zagen we al dat de schaal invloed heeft op de mogelijkheden om aan te sluiten op het energienetwerk. We maken in Leusden onderscheid in kleinschalige en middelgrote velden voor de opwek van zonneenergie. Grootschalige velden sluiten we vanwege de kwaliteiten in ons landschap uit. Onder grootschalige velden verstaan we velden die groter zijn dan 10 hectare aaneengesloten terrein met zonne-panelen. We kiezen ervoor om een combinatie van kleinschalige en middelgrote velden voor de opwek van zonneenergie mogelijk te maken. Wat verstaan we onder een kleinschalig veld? 56

Onder een kleinschalig zonneveld verstaan we velden met oppervlaktes met maximaal 1 hectare zonnepanelen. Kleinschalige velden kunnen makkelijker worden gekoppeld aan een functie of een erf. De functie kan bijvoorbeeld natuurontwikkeling zijn, een sportveld, een bedrijventerrein, een woonwijk of de snelweg. Daarnaast is een koppeling mogelijk aan een agrarisch erf of een hergebruik van een vrijkomend agrarisch erf. Hoe dat er uit kan komen zien, is weergegeven in de afbeelding rechts. Aansluitend op een boerderij bestaat de mogelijkheid om landschapselementen na afloop te verwijderen, zodat de oorspronkelijke agrarische functie niet wordt belemmerd.

Wat verstaan we onder een middelgroot veld? Onder een middelgroot veld verstaan we een veld met een oppervlaktes van tussen de 1 en 10 hectare. Voor velden van deze omvang geldt dat ze niet zo makkelijk aan een functie gekoppeld kunnen worden. Voor deze velden is het dan beter om ze volledig uit het zicht te halen door de realisatie van houtwallen en singels. Deze strategie kan in de verschillende landschapstypes van Leusden worden toegepast. Hoe dat er uit kan komen zien, is weergegeven in de afbeelding rechts. Uit het participatieproces is gebleken dat de meeste inwoners een groot zonnepark niet inpasbaar vinden in het landschap van Leusden. Daarom gaat de voorkeur uit naar kleinschalige en middelgrote velden. Kleinschalige velden geven de mogelijkheid om functies te koppelen en ook een combinatie te vinden met projecten voor zon op dak en op het bouwblok van (agrarische) bedrijven. In hoofdstuk 4 gaven we al aan dat de combinatie van zon op dak, het bouwblok en direct aansluitend op het bouwblok in trede 1 en 2 vallen. Tegelijk vinden we dat middelgrote velden op een aantal plaatsen goed inpasbaar zijn. Door het realiseren van houtwallen en singels kunnen deze velden op lange termijn bijdragen aan een schaalverkleining van het landschap.

Als je een deel van het groen, ook na het beëindigen van het zonneveld, wil laten staan , is dat bij een middelgroot veld eenvoudiger op te nemen in de businesscase omdat het rendement van dat veld door de jaren heen in veel gevallen groter is dan bij een klein veld.

Afbeelding 9. Voorbeeld van een kleinschalig veld 57

Afbeelding 10. Voorbeeld van een middelgroot veld

6 Inrichting, inpassing van en (financiële) participatie in een zonneveld Naast een locatie is ook de inrichting en wijze van inpassing van een zonneveld belangrijk. Uit gesprekken met stakeholders komt naar voren dat een zonneveld alleen van de grond komt als er voldoende rendement gehaald kan worden. Tegelijk wordt de kwaliteit van een zonneveld belangrijk gevonden.

58

Zowel de kwaliteit van de bodem, het landschap, het recreatief medegebruik, biodiversiteit en het belang van de grond voor de agrarische functie zijn veelgenoemde kwaliteiten, die bij de inrichting van een zonneveld belangrijk zijn. Om de aanleg van een zonneveld kwaliteit te geven en acceptabel te maken, stellen we een aantal eisen in en beoordelingscriteria. De eisen gelden voor elk zonneveld. Van de beoordelingscriteria moet de initiatiefnemer aantonen in welke mate hij daaraan tegemoet kan komen en beargumenteren als dit niet kan.

(Bron: Mg photo via Adobe Stock)

59

Deze combinatie geeft zekerheid voor omwonenden en andere belanghebbenden, maar biedt ook flexibiliteit en mogelijkheden om maatwerk te leveren. De in deze paragraaf genoemde eisen en beoordelingscriteria gelden voor alle initiatieven in trede 2 en 3. Initiatieven in trede 1 worden gerealiseerd op minder kwetsbare plekken en worden door de gemeente individueel beoordeeld. Afhankelijk van de locatie kunnen eisen worden gesteld. Als een locatie in het zicht valt, kan de gemeente eisen stellen aan de hoogte van de panelen en landschappelijke inpassing. Als er mensen direct omheen wonen, kan een dialoog worden vereist.

60

6.1 Hoe ziet een zonneveld eruit?

Opstelling zonnepanelen

Met een zonneveld bedoelen we een verzameling zonnepanelen die op een frame of ander soort drager rechtstreeks op de grond worden geplaatst. Dit kunnen ook drijvende panelen in het water zijn. Een zonneveld is het elektriciteit opwekkende deel van het zonnepark. Een zonneveld is een energiecentrale waarmee uit zonlicht elektriciteit wordt opgewekt met zonnepanelen, fotovoltaïsche panelen (pv-panelen), die aaneengeschakeld zijn en meestal in rijen staan opgesteld.

Bij de inrichting van een zonneveld zijn de oriëntatie, de hoogte en de dichtheid van de zonnepanelen van belang.

Zonnepanelen worden vaak zuid gericht, maar kunnen ook oost-west gericht worden geplaatst. De paneelopstellingen variëren qua hoogte meestal tussen 1 en 3 meter. Naast de panelen zelf horen bij een zonneveld in het algemeen de volgende verschillende technische voorzieningen: • Omvormers om de stroom om te zetten van gelijkstroom naar wisselstroom; • Transformatoren om laagspanning om te zetten naar midden- of hoogspanning; • Een hekwerk (verplicht voor de verzekering); • Camera’s. 1 hectare zonneveld heeft een opgesteld vermogen tussen de 0,8 MW tot 1,25 MW. Wanneer een zonneveld van 1 MW een uur elektriciteit produceert, wordt er 1 MWh aan elektriciteit op het net geplaatst. De energie kan geleverd worden aan het net of direct worden gebruikt in de omgeving. Bij grootschalige zonnevelden wordt de opgewekte energie in de regel geleverd aan het net. Op dit moment is het leveren aan het net geen vanzelfsprekendheid vanwege congestieproblemen bij TenneT (zie hoofdstuk 1 ).

Oriëntatie zonnepanelen Zuidgerichte panelen leveren meer opbrengst dan oost-west gerichte panelen. Een zuidgerichte opstelling heeft in het algemeen wel een ruimere opzet om te voorkomen dat de panelen schaduw werpen op de volgende rij panelen. Oost-west gerichte opstellingen hebben, hoewel de totaalopbrengst per paneel lager is, een hogere totaalopbrengst. Het aantal panelen per hectare kan hoger zijn en vanwege de verschillende oriëntatie kan per dag langer energie opgewekt worden. Hoogte van de zonnepanelen De hoogte heeft een belangrijk effect op de beleving. Opstellingen tot 1,5 meter hebben minder effect op de openheid van het landschap, omdat je er nog overheen kunt kijken. De hoogte van de panelen heeft in samenhang met de dichtheid ook effect op de bodemkwaliteit (waterhuishouding, lichtinval, bodemleven) en dus op de mogelijkheden voor ecologisch of agrarisch dubbelgebruik. Hogere opstellingen maken ondergroei en bijvoorbeeld begrazing mogelijk. Doordat weer en wind bij hoge en ruim opgezette panelen meer invloed hebben en regenwater onder de panelen waait, zijn de effecten op de waterhuishouding en bodemleven beperkter.

Dichtheid van de zonnepanelen De dichtheid heeft effect op de licht- en regeninval en is daarmee van belang voor de biologische bodemkwaliteit en de mogelijkheden voor ecologisch en agrarisch dubbelgebruik. De dichtheid van de panelen is medebepalend voor de elektriciteitsopbrengst van een opstelling. De dichtheid hangt samen met de oriëntatie van de opstellingen. Bij zuidgerichte opstellingen is meer ruimte tussen de rijen panelen dan bij een oost-west gerichte opstellingen van de panelen. De opstelling van de panelen heeft dus effect op: • Landschapsbeeld en sfeer: zichtbaarheid in het landschap, effect op openheid en sfeer, maar ook de maat van een park in relatie tot zijn omgeving. • Ecologische bodemkwaliteit: licht- en waterinval op de bodem, met gevolgen voor vochthuishouding en leven in de bodem. • Mogelijkheden voor ecologisch en agrarisch dubbelgebruik: afhankelijk van het type opstelling en de hoogte groeit er onder de panelen meer of minder gras en/of andere vegetaties en/of teelten. De bodemkwaliteit, de waterhuishouding en het ecologisch en agrarisch dubbelgebruik zijn in het algemeen gebaat bij hoge opstellingen en een lage dichtheid. Hoge opstellingen hebben in het algemeen echter meer effect op de openheid en het landschap.

61

6.2 Hoe werkt het als een initiatief binnenkomt?

6.3 Eisen

Als een initiatief voor een zonneveld/zonnepanelen buiten de bebouwde kom binnenkomt bij de gemeente Leusden, zal dit initiatief beoordeeld worden op de eisen en beoordelingscriteria.

De eisen gelden voor elk zonneveld. Deze voorwaarden zorgen bij de aanleg van een zonneveld voor voldoende kwaliteit en het betrekken van de omgeving. Tegelijkertijd wordt ook rekening gehouden met het feit dat het initiatief (financieel) haalbaar moet (kunnen) zijn.

De praktijk leert dat het handig is om een vooroverleg met de gemeente te hebben alvorens een officieel verzoek voor een zonneveld/zonnepanelen buiten de bebouwde kom in te dienen. Tijdens dit informele vooroverleg wordt bekeken aan welke eisen en beoordelingscriteria wel/niet wordt voldaan en hoe dat eventueel mogelijk gemaakt kan worden. Ook kan worden toegelicht wat specifieke kenmerken van het betreffende landschapstype zijn.

62

Om de plannen/initiatieven te toetsen gaan we de onderstaande eisen en beoordelingscriteria concreet maken. Aan de eisen moet worden voldaan. Aan de hand van de beoordelingscriteria kan de gemeente maatwerk leveren. Een lagere score op een beoordelingscriterium kan worden gecompenseerd door een hogere score op een ander criterium. De gemeente beoordeelt het totaalresultaat.

Omgevingsdialoog 5. Omgevingsdialoog. De initiatiefnemer voor een zonneveld maakt een plan voor de inrichting in overleg met de buurt en de gemeente. Tot de buurt behoren alle woningen en bedrijven in de directe omgeving van het zonneveld, waarbij logische grenzen worden aangehouden. Als er een bebouwingslint in de directe omgeving ligt, worden mensen die verderop aan het lint wonen ook uitgenodigd. Ook dienen alle woningen en bedrijven waarvan het zonneveld in het zicht komt te liggen betrokken te worden. 6. Van de totale oppervlakte van een zonneveld in trede 3 is 25% landschappelijke inpassing en/ of natuurontwikkeling en dus niet met panelen bedekt. Van zonnevelden die binnen de Groene Contour liggen geldt het provinciaal beleid uit de Omgevingsverordening. De landschapselementen en -structuren moeten ook in stand blijven

nadat de zonnepanelen zijn opgeruimd. Bij zonnevelden in de andere ‘nee, tenzij’ gebieden moet de beplanting die rondom het veld is aangebracht ook in stand gehouden worden, behalve als een veld direct aansluit op een agrarisch bouwblok (zie hoofdstuk 5.2). Ook in trede 2 moet er sprake zijn van ruimte voor landschappelijke inpassing, maar dit percentage mag lager zijn. 7. Zonnepanelen zijn in principe tijdelijk. Na een periode van circa 25 jaar worden de zonnepanelen opgeruimd op kosten van de eigenaar of wordt er een nieuw besluit genomen. 8. De landschappelijke inpassing en/of natuurontwikkeling sluit altijd aan bij de kenmerken van het landschapstype, bijvoorbeeld historische kavelpatronen en inheemse boomsoorten. Zie hiervoor ook hoofdstuk 3. 9. De bodemkwaliteit (zowel bodemleven als chemische kwaliteit) moet behouden blijven of ontwikkeld worden. Dit vraagt om aandacht voor de materialen waarvan zonnepanelen worden gemaakt. Er is ook een minimum aan licht en water nodig op de bodem. 10. Minimaal 51% van de netto opbrengst van het zonneveld is bestemd voor lokale* eigenaren c.q.

voor lokale participatie; dit kan vorm krijgen door (een combinatie van): • Mede- eigenaarschap bijvoorbeeld via een lokale energie coöperatie • Financiële participatie via aandelen of obligaties door inwoners en/of bedrijven gevestigd in Leusden • Een omgevingsfonds, waarbij de financiële opbrengsten worden ingezet ten behoeve van de omgeving bijvoorbeeld voor natuurontwikkeling, voor buurthuizen of sportvoorzieningen. * lokaal is voor eigenaren gedefinieerd als woonachtig in Leusden en voor bedrijven als gevestigd in Leusden

Landschappelijke inpassing

63

Kenmerken landschapstype

50 m

Afstand tot woningen

11. De initiatiefnemer laat voor de vergunningverlening een haalbare businesscase zien. 12. De hoogte van de zonnepanelen is maximaal 1,5 meter (onder ooghoogte). Afwijking is alleen bespreekbaar als de extra hoogte ten goede komt aan een dubbelfunctie, bijvoorbeeld landbouwkundig gebruik of als er sprake is van hoogteverschillen binnen het perceel. 13. Een zonneveld (c.q. het dichtstbijzijnde paneel) moet minimaal 50 meter van woonhuizen vandaan staan. Tenzij het de woning van de (mede)initiatiefnemer betreft.

6.4 Beoordelingscriteria

• Stimuleren van lokale initiatiefnemers boven projectontwikkelaars van buiten de regio. • Stimuleren van de combinatie van kleine windmolen of erfmolen - en zonne-energie, omdat dit gunstiger is voor de netwerkcapaciteit. • De initiatiefnemer is aangesloten bij de ‘Gedragscode Zon op Land’ van Holland Solar en/of andere keurmerken. Hierin zijn waarborgen opgenomen over betrekken van omwonenden, locatiekeuze en grondgebruik. • Kwalitatief hoogwaardig alternatief voor hekken rondom het zonneveld. Bijvoorbeeld dichte hagen of waterpartijen (sloten) • Faunapassages in hekwerken.

6.5 Evaluatie Zoals aangegeven zetten we nu een eerste stap met het opwekken van zonne-energie buiten de bebouwde kom. Na deze eerste stap, zullen we ook de opgedane ervaring met de eisen en beoordelingscriteria evalueren en aanvullen, aanscherpen of wellicht juist wat versoepelen als dat nodig blijkt.

Van de beoordelingscriteria moet de initiatiefnemer aantonen in welke mate hij daaraan tegemoet kan komen en beargumenteren als dit niet kan. 64

Dubbelgebruik: recreatie

Nuttige bestemming na afloop: natuur

Hoe meer de initiatiefnemer de beoordelingscriteria tegemoet kan komen, hoe groter de kans dat het plan de goedkeuring van de gemeente krijgt. Op deze manier wordt zorgvuldig gewerkt, maar biedt het ook flexibiliteit en mogelijkheden om maatwerk te leveren. • Dubbelgebruik: het combineren van een zonneveld met bijvoorbeeld waterberging, biodiversiteit, landschapselementen, landbouw, geluidsscherm, recreatief medegebruik, etc. • Afspraken over een nuttige bestemming na afloop, die nu al wordt vastgelegd. Dit kan landbouw, natuur of groen zijn.

65

7 Windenergie

66

7.1 Inleiding, achtergrond en opgave voor wind

7.2 Onderzoek naar windmolens langs de A28

Naast zonnevelden is windenergie ook een manier om duurzame energie op te wekken. Zonnevelden en windmolens vullen elkaar aan. Beide hebben ze hun eigen piekmaanden. Dit zijn de maanden waarin ze het meeste energie leveren. Zonnepanelen produceren bijvoorbeeld meer energie in de zomer, terwijl windmolens meer energie leveren in de winter. Maar ook gedurende de dag kunnen daar verschillen in zitten. Bovendien waait het vaker dan dat de zon schijnt. Voor het optimaal gebruiken van de capaciteit van het elektriciteitsnet en om een stabieler energiesysteem te krijgen is een belans tussen de opwek van zonne-energie en windenergie het beste.

Grote windmolens zijn vanaf grote afstand zichtbaar en hebben tot grote afstand impact op hun omgeving. Daarom gelden voor windmolens veel eisen over waar deze wel en niet mogen komen. Eisen onder andere voor te hanteren afstanden tot bebouwing en ter bescherming van natuur. Dit leidt ertoe dat het overgrote deel van het buitengebied van Leusden geen mogelijkheden zijn voor grote windmolens. Daarnaast hebben inwoners van Leusden in de zomer van 2020 via een enquête aangegeven geen voorstander te zijn van een cluster van windmolens (14 molens) op de Leusderheide. Ook defensie, als gebruiker van de Leusderheide, heeft aangegeven dat niet te willen. In Leusden worden daarom alleen kansen gezien in een strook langs de A28. Globaal tussen de afrit Soesterberg en de kruising van de A28 met de Doornseweg (N227). Daarom wordt daar in de komende periode onderzoek verricht of er mogelijkheden zijn voor realisatie van grote windmolens (minimaal 4) langs de A28.

Type molens In het onderzoek naar windenergie onderscheiden we 2 categorieën molens om windenergie op te wekken: • Grote windmolens met een masthoogte van 100 meter of hoger. • Erfmolens: dit zijn kleine windmolens die op een (agrarisch) erf kunnen staan. Op basis van het huidige beleid mogen dit soort molens een maximale masthoogte van 25 meter hebben.

(Bron: Animaflora PicsStock via Adobe Stock)

67

Het onderzoek zal zich richten op aspecten als vliegverkeerveiligheid, radarverstoring, en de externe veiligheid op kwetsbare objecten (woningen) en transport- en energie infrastructuur worden eisen gesteld voor afstanden. Bij de afweging om windturbine(s) ergens ruimtelijk mogelijk te maken, speelt ook een rol de hoeveelheid geluid die een windmolen toevoegt aan de omgeving.

68

Om te bepalen of de kans die langs de A28 wordt gezien ook haalbaar is gaan we uiterlijk in het eerste kwartaal van 2022 nader onderzoek doen, samen met de gemeenten Soest, Amersfoort, defensie en provincie Utrecht. Eerste stap daarin is het in beeld brengen van onderzoeksaspecten die bepalend zijn voor de (on) mogelijkheden voor realisatie van windmolens. Dat richt zich onder andere op aanwezige natuurwaarden (o.a. vogels), afstand tot en hinder op omliggende woningen en bebouwing (o.a. geluid, slagschaduw), defensiegebruik (o.a. radarverstoringsgebied Soesterberg, helikoptergebruik Leusderheide). Uitkomst van het onderzoek moet input leveren om te bepalen of een vervolg van het onderzoeksproces voor windmolens aan de orde is. Met het vaststellen van dit document wordt dus geen besluit genomen of er grote windmolens langs de A28 komen. Als er in Leusden ruimte geboden wordt voor initiatieven voor windmolens, dan moeten deze voldoen aan alle laatste eisen qua veiligheid en afstandsmaten met het oog op gezondsheidsrisico’s. Mede in het licht van de uitspraak van de Raad van State op 30 juni 2021 waarin zij heeft geoordeeld dat het Europees recht Nederland er toe dwingt voor de Nederlandse windturbinenormen een milieubeoordeling te maken. Voor de rijksregels is niet de juiste procedure gevolgd. De Raad van State heeft hiermee geen oordeel over de normen zelf.

Het gevolg van de uitspraak is dat overheden de windturbinenormen in het Activiteitenbesluit milieubeheer niet mogen gebruiken voor windturbineparken totdat een milieuboordeling is gemaakt. De regering is nu aan zet om zo’n milieubeoordeling (plan-MER) te maken. Zodra duidelijk is dat de regelgeving over windmolens zal veranderen nemen we dit in Leusden uiteraard over. De gemeente volgt de ontwikkelingen hierop nauwgezet.

7.3 Onderzoek naar mogelijkheden erfmolens en verruimen van maximale hoogte Kleine windmolens met een masthoogte van 25 tot of 40 meter Naast de zoektocht naar locaties voor de opwek van zonne-energie en het onderzoek naar de mogelijkheden voor windenergie met grote windmolens langs de A28 in de gemeente willen we ook de mogelijkheid voor kleine windmolens bij (agrarische) erven in het buitengebied onderzoeken. Op dit moment staat het provinciale beleid voor dit soort erfmolens een maximale masthoogte toe van 25 meter. Uit een haalbaarheidsonderzoek, die een agrariër in Leusden liet uitvoeren blijkt dat het rendement van een dergelijke kleine windmolen in Leusden niet hoog is. Door de ligging in de luwte van de Utrechtse Heuvelrug en de vele bomen in het veld, is de windkracht op lage hoogte gemiddeld lager dan in andere delen van Nederland. Een hogere windmolen met een hogere masthoogte levert meer energie op en verdient zich daardoor beter terug. Dit is echter een ashoogte die maakt dat een natuurlijke afscherming lastig of niet mogelijk is en dat betekent weer iets

voor de impact op het landschap. Dat vraagt daarom om een nader onderzoek om te bepalen welke impact dat zal hebben op het landschap van Leusden en of en waar dat, onder voorwaarden (bijvoorbeeld combi met zon op daken), acceptabel is. De gemeente wil samen met de provincie onderzoeken of dit wenselijk en haalbaar is. Waarom kan een erfmolen interessant zijn? Het voordeel van een dergelijke erfmolen is dat een agrariër of andere ondernemer door een combinatie van zon op dak en op het erf en deze windmolen voldoende energie kan opwekken om de investering rendabel te maken. De ondernemer moet namelijk ook investeren in een kabel om aan te kunnen sluiten op het energienetwerk en dat wordt bij projecten, die meer energie opleveren, beter betaalbaar. Door een erfmolen op te nemen in een project kan een ondernemer zo een energieproject oppakken, zonder dat er een weiland hoeft te worden ingezet. Ook levert de combinatie van de opwek van zonne-energie en windenergie een meer constante aanvoer van energie op het netwerk op.

69

8 Vervolg • Publicatie uitnodigingskader • Verwerking uitnodigingskader in omgevingsvisie (proces actualisatie start 2e kwartaal 2022) • Opzetten taskforce zon-op-boerendak (start 1ste kwartaal 2022) • Onderzoek erfmolens bij (agrarische) bedrijven (start 1ste kwartaal 2022) • Onderzoek en beleid ontwikkelen tuin-/ erfzonneveldjes en nieuw ontwikkelde kleine windmolens (1ste kwartaal 2022).

70

• Evaluatie en bijstelling uitnodigingskader en routekaart naar energieneutraal Leusden eind 2023

(Bron: LOS Stadomland)

71

LOS stadomland B.V.

Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Telefoon: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3718/documents/43052