CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

B.8 Jeugdhulp het moet anders maar hoe.pdf

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: 4: RV/RB Afhandeling ingekomen stukken32.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

27 alinea's met “politiek”: 14 33 34 45 57 101 110 115 116 117 118 129 133 134 141 142 145 203 233 284 334 442 443 451 463 471 491

19

Invulling toegang volgens het ‘first time right’-principe Niet alleen werd de toegang anders gepositioneerd. Ook de onderliggende filosofie is aangepast: volgens het 'first time right'-principe. Dit betekent dat in de toegang hoogwaardige professionals werkzaam zijn: de jeugd- en gezinsspecialisten (orthopedagogen en j-ggz-psychologen). Dit principe was in de jaren 10 van de eenentwintigste eeuw al ingevoerd bij ziekenhuizen. Daar werkten op de eerste hulp bij ziekenhuizen veel artsen in opleiding of beginnende artsen. De gedachte was dat dit goedkoper was dan het inzetten van meer ervaren medisch specialisten. Echter, uit onderzoek bleek dat bij meerdere vraagstukken de startende artsen onzeker waren. Om zekerheid te krijgen, werden meerdere aanvullende onderzoeken uitgevoerd. In veel gevallen gaf dat nog steeds voldoende zekerheid en moest vervolgens de medisch specialist alsnog betrokken worden. Vaak was de uitkomst dat een opname bij nader inzien niet nodig bleek. Deze manier van werken was uiteindelijk dus niet goedkoper én zorgde ook voor onnodige zorg én bezorgdheid bij de patiënt. Meerdere ziekenhuizen voerden daarom de praktijk in dat de medische specialist aan de voorkant gelijk meekijkt in situaties van twijfel. Het aantal onderzoeken nam drastisch af, de doorloopsnelheid ging omhoog en de waardering bij de patiënten ging omhoog.

Voor de toegang tot gezinszorg betekent dit het hierna omschreven: Op basis van het gesprek heeft de huisarts inmiddels grofweg drie wegen ter beschikking: 1. bij lichamelijke klachten zelf behandelen of een medisch specialist inzetten voor behandeling; 2. bij ggz-problematiek inzet van praktijkondersteuner jeugd-ggz of doorverwijzing naar 2e lijn jeugd-ggz; 3. bij vragen over opvoeden, opgroeien of ontwikkelen hetzij handelingsadvies geven of een jeugd- en gezinsspecialist inzetten voor begeleiding. Deze jeugd- en gezinsspecialist (orthopedagoog) kan samen met het gezin de tijd nemen om hun vraag te onderzoeken:

• Wat willen jullie? • Wat heb je daarvoor nodig? • Wat kan je daarin zelf doen? Soms was een gezin al geholpen met het helder krijgen van de vragen en konden zij daar zelf mee vooruit. Anders waren er twee mogelijkheden voor vervolg. 1. De vraag van het gezin was eenvoudig, maar extra begeleiding was wel nodig. In dit geval kan de jeugden gezinsspecialist het volgende doen: a. D  e vaardigheden van het kind vergroten: leren omgaan met anders zijn (ADHD, autisme, hoogbegaafdheid, handicap) en sociale vaardigheidstrainingen (weerbaarheid). b. De vaardigheden van de ouder vergroten: leren omgaan met bijzonder gedrag, leren omgaan met een handicap, Triple P, centrering. c. M  ocht blijken dat er toch ggz-behandelingen nodig waren, dan kon een jeugd- en gezinsspecialist deze expertise er alsnog bij halen.

2. Wanneer de vraag van een gezin complexer is, doordat er meerdere vraagstukken op meerdere leefgebieden waren (woonproblematiek, schulden, verslaving, etc.), schakelt de jeugd- en gezinsspecialist een gezins­ werker in (dit is een systemisch werkende therapeut) die het gezin intensief en over een langere periode kan begeleiden. Deze gezinswerker heeft een domeinoverstijgend mandaat van andere lokale en regionale partijen (gemeente, zorgaanbieders, UWV, Passend Onderwijs, SVB, Woningbouwvereniging) om benodigde zorg, expertise of dienstverlening in te zetten. Daarbij wordt gewerkt met 100% schone overdracht van informatie. Zo wordt dubbel werk voorkomen en worden zaken niet opnieuw uitgezocht of uitgevoerd. Ook is de afspraak gemaakt dat bij verschillende perspectieven tussen organisaties over financiering, er eerst hulp wordt verleend en dat er naderhand wordt bekeken uit welk of wiens budget het wordt betaald.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

20

Geen leeftijdsgrens, maar continuïteit naar volwassenheid Op basis van het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving werd de Jeugdwet in 2023 aangepast op de leeftijdsgrens. De gezinszorg voor jongeren werd ingericht op continuïteit naar volwassen­ heid, ook na de 18e verjaardag. Omdat jongeren zich tot hun 25e kunnen ontwikkelen tot veerkrachtige volwassenen, werden leeftijdsgrenzen minder scherp en kunnen regelingen doorlopen. De 100% schone overdracht is ook van toepassing bij de overgang naar volwassenheid. We laten pas los als er sprake is van:

• een vrijwillig en onbetaald netwerk; • een passende en betaalbare woonplek; • een opleiding of werk dat basis biedt voor toekomst; • voldoende inkomen en een plan op het voorkomen of oplossen van schulden; • het zich fysiek en mentaal welbevinden, waarbij de jongere ook het vermogen heeft om disbalans te signaleren.

Gezinszorg en gezinsbescherming In 2021 werd al erkend dat de bescherming van kinderen en jongeren te complex georganiseerd was. Te veel organisaties en instituten met verschillende verantwoordelijkheden: Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming. Daarnaast kwamen de gevolgen van de bescherming vooral op het bord te liggen van de kinderen en jongeren in plaats van bij het gehele gezin. Het kind werd bijvoorbeeld uit huis geplaatst wegens bijzonder gedrag, terwijl dat gedrag voortkwam uit de context van het gezin. Daarom werd in 2022 in samenwerking met toenmalige ministeries van Justitie, VWS, VNG en de branche­organisaties een nieuw toekomstscenario opgesteld en versneld geïmplementeerd. In plaats van de verschillende organisaties werden er Regionale Veiligheidsteams samengesteld. Hierin werd alle benodigde expertise gebundeld op ontwikkelingsbedreiging en veiligheid. Die expertise werd vervolgens beschikbaar gesteld aan onder andere gezinnen en gezinswerkers, jeugd- en gezinsspecialisten.

Voor de transformatie van de bestaande organisaties naar de Regionale Veiligheidsteams werden transitiegelden beschikbaar gesteld en de Regionale Veiligheids­ teams werden verantwoordelijk voor het geven van informatie en advies op basis van meldingen, het uitvoeren van onderzoeken naar veiligheid en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Ook werd er een nieuwe en meer eenvoudigere definitie van voogdij gehanteerd:

• de opvoeders van de kinderen (daar waar de kinderen wonen) zijn altijd de Uitvoerend Voogd; • de ouders zijn altijd Toeziend Voogd, behalve wanneer een kinderrechter de uitspraak heeft gedaan dat dit niet mogelijk is, dan is er sprake van een Externe Voogd.

De Externe Voogd van het Regionale Veiligheidsteam is niet meer verantwoordelijk voor het organiseren van een woonplek voor het kind of het gezin. Dit is de verantwoordelijkheid van de gezinswerker in samenspraak met de jeugd- en gezinsspecialist. Hierdoor heeft de Externe Voogd meer tijd beschikbaar om door te brengen met het kind. Dit had groot positief effect op de kwaliteit van processen rondom waarheidsvinding en feiten­ onderzoek. De JeugdzorgPlus, zoals deze in 2021 nog bestond, is inmiddels opgeheven. Door de aandacht en kwaliteit die georganiseerd is in de keten rondom dwang worden onnodige ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen voorkomen. Hierbij is het adagium ‘Als het kind niets heeft gedaan, komt dwang niet bij het kind terecht’.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

21

7. Ruimte In deze dimensie wordt gekeken naar de invloed van ruimtelijke en fysieke omgevingsinvloeden binnen de wereld van de jeugdhulp.

Woningen als topprioriteit! Het bouwen van woningen werd bij de kabinetsformatie van 2021 een topprioriteit, net zoals dat was tijdens de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog. Dit betekende dat er allerlei maatregelen werden getroffen die het bouwen van betaalbare woningen stimuleerden. Zo werd bijvoorbeeld de landelijke subsidie Woningbouwimpuls voor gemeenten verlengd en uitgebreid met nog drie miljard euro extra. In de plannen voor bouwen werden nieuwe concepten voor wonen en zorg opgenomen en ook concepten van wonen voor jong­ volwassenen. Door de invoering van de Omgevingswet waren gemeenten vervolgens beter in staat om wijken en buurten in te richten op de behoeften van gezinnen. Gezondheid en ontmoeting waren belangrijke principes bij die inrichting, zodat samen bewegen en spelen beter mogelijk werd. De initiële druk op de beschikbare ruimte buiten de grote steden was bij de start hoog, maar deze is in 2041 gestabiliseerd. Door slimme innova­tieve concepten, zoals tiny houses, en het combineren van functies, zoals energie, micro-landbouw en vergroening, kon de groei worden opgevangen in de gebieden in de directe omgeving van de stad. Weliswaar verdwenen hiermee de harde grenzen tussen stad en platteland, maar werd gezonde recreatie in het buiten­gebied voor iedereen bereikbaar, ook bij verminderde mobiliteit.

Kleinschalig woonaanbod in de wijken en buurten De traditionele grootschalige woonvoorzieningen voor kinderen en jongeren die echt niet meer thuis kunnen wonen bestaan in 2041 niet meer. Deze woonvoorzieningen lagen in 2021 nog vaak aan de rand van een dorp of stad, waardoor kinderen en jongeren niet alleen moesten verhuizen, maar dikwijls ook moesten veranderen van school, clubs en vrienden. Uit onderzoek bleek dat professionals in de specialistische jeugdhulp hun werk het beste konden doen op het niveau waar de zorg het meest effectief is; veelal de dagelijkse leefomgeving van gezinnen. Een omgeving waar de vertrouwde basisvoorzieningen bestaan en die gekoppeld is aan woonvoorzieningen. Met behulp van de transitiegelden vanuit het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties werd per regio een transformatieplan ontworpen en uitgevoerd om de afbouw van onwenselijke woonvoorzieningen te versnellen en gelijktijdig kleinschalige woonvoorzieningen op te bouwen. Omdat het aanvankelijk niet zeker was dat aanbieders met veel expertise zouden starten met kleinschalig woonaanbod, werd er ook een concentratiebeleid voor gespecialiseerde gezinszorg gevoerd, zodat capaciteit, kennis (ontwikkeling) en expertise beschikbaar bleven in regio’s (alsook landelijk een dekkend aanbod).

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

22

Ondersteund door het programma ‘Centraal het Decentrale versterken’ maakte elke regio van gemeenten inzichtelijk welke woonvoorzieningen zij in het kader van gezinszorg nodig achtte. Dat inzicht werd gemaakt op basis van drie mogelijke redenen waarom thuis wonen niet mogelijk was:

• Ouders kunnen (tijdelijk) de opvoeding van hun kinderen niet meer aan. • Kinderen of jongeren zijn wees geworden. • Kinderen of jongeren lopen thuis een zeer ernstig veiligheidsrisico.

Op basis van deze inzichten werd het duidelijk voor regio’s wat er nodig was op de drie woonvormen: 1. Pleeggezin: een geschikte woonplek voor wanneer kinderen of jongeren geen extra pedagogische begeleiding nodig hebben. 2. Gezinshuis voor maximaal zes kinderen en jongeren: een geschikte woonplek voor wanneer kinderen of jongeren wel extra pedagogische begeleiding nodig hebben. 3. Woongroep: een woonplek voor wanneer kinderen of jongeren wel extra pedagogische begeleiding nodig hebben. In 2041 is het gangbaar dat dit overzicht en behoefteanalyse periodiek wordt herijkt en gemonitord. Op deze wijze kan vraag en aanbod met elkaar in evenwicht blijven. Behandeling en wonen zijn van elkaar gescheiden In de voorbije decennia werd het normaal dat je als kind, jongere of gezin niet op een behandelplek kon wonen. Je woonde thuis, in een pleeggezin, in een gezinshuis of op een woongroep. Als je behandeling nodig had, dan kwamen de gezinszorgprofessionals naar je woonplek. Bij hoge uitzondering vond behandeling van kinderen of gezinnen met overnachting elders plaats. Analoog aan een behandeling in een ziekenhuis is dat echter geen wonen, maar een opname. Tijdens de opname blijft de woonplek (thuis, pleeggezin, gezinshuis of woongroep) bestaan, zodat het gezin of het kind daar altijd naar terug kan keren.

En net als in het ziekenhuis is alles erop gericht om dat zo snel als mogelijk voor elkaar te krijgen. Kleinschalige woonvoorzieningen staan midden in de wijk en zijn warm, sfeervol, overzichtelijk, veilig en stimulerend Door steeds meer te luisteren naar ervaringsverhalen van kinderen en jongeren die woonden op woongroepen en in gezinshuizen, werd duidelijk dat we waren doorgeschoten in de hygiëneregels en risicoprotocollen. Kinderen en jongeren vertelden over stalen bedden met plastic matrassen, geïmpregneerde blauwe gordijnen en ander hufterproof meubilair. Grote kilte die niet past bij aandacht, het aangaan van gelijkwaardige relaties of een ruimte om je te ontplooien. Binnen de transformatieplannen van het ministerie werd hiervan afscheid genomen door radicaal te kiezen voor een set van nieuwe designprincipes van kleinschalige en duurzame woonvoorzieningen. Risico’s waren niet meer leidend. Uiteraard werden ze wel geïnventariseerd en verkleind, maar risicoloze woonplekken, daar geloofde men niet meer in. Om te voorkomen dat elke regio van gemeenten zelf het wiel ging uitvinden voor het design van kleinschalig woonaanbod, werd landelijk expertise gebundeld om te komen tot meerdere designs die regio’s op lokale factoren konden aanpassen. De designs gingen uit van warme, sfeervolle huizen die ontwikkeling stimuleerden, maar tegelijkertijd overzichtelijk en veilig waren.

Niet alles aan het design van de woonhuizen was af, met opzet. Kinderen en jongeren mochten ook zelf hun kamer mee inrichten. Huisdieren waren niet langer uitgesloten en droegen bij aan de gewenste warmte. Doordat kleinschalig woonaanbod werd gebouwd in wijken en buurten, konden kinderen en jongeren in de eigen leefomgeving opgroeien. Een plek dicht bij huis, zodat kinderen geen afscheid hoeven te nemen van familie, vrienden en andere vertrouwde gezichten. In 2041 is als gevolg van de bewegingen op het gebied van wonen een scherpe reductie in kosten gerealiseerd. Het vastgoed en ruimte die vrijvielen, zijn gebruikt voor andere doelen (zoals nieuwe woonconcepten). Meer nog is het aantal kinderen en jongeren dat zich geconfronteerd ziet met talloze doorplaatsingen of broers en zussen die gescheiden worden nagenoeg gereduceerd tot nul. Nagenoeg, omdat dit alleen nog gebeurt als dit aantoonbaar in het belang van het kind is. De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

23

8. Artistiek Creativiteit en vindingrijkheid hebben de menselijke ontwikkeling voortgedreven sinds het begin der tijden. In deze dimensie wordt bezien in hoeverre de dimensie artistiek deel uitmaakt van de wereld van aandacht.

Verbeeldingskracht voor een hoopvolle toekomst Een van de zaken die het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties zich al snel realiseerde, was dat een laagdrempelig aanbod van en waardering voor vormende jeugdactiviteiten, zoals (jeugd)cultuur, (jeugd)sport, etc. beschikbaar diende te zijn in de directe omgeving van het kind. Alleen op die manier konden positieve talentontplooiing, innovatiekracht en een nieuwe gemeenschapszin ontstaan. Samen met het onderwijs, culturele instellingen en gemeenten is in 2041 het streven om per 20.000 inwoners een laag­ drempelige culturele instelling beschikbaar te hebben waar dans, muziek, film en overige artistieke uitingen aangeboden worden. Binnen het vormende onderwijs is kennismaking met passieve en actieve cultuurbeleving en lichamelijke oefening nadrukkelijker aanwezig. Op deze manier wordt bewust ingezet op creativiteit en verbeeldingskracht. Het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties stelt ook middelen beschikbaar voor kunstuitingen over het leven en de zorg aan kinderen, jongeren en gezinnen. Wetenschap en creativiteit worden bewust gestimuleerd, omdat ze vragen stellen bij vanzelfsprekendheden, mensen doen verplaatsen in anderen en helpen daardoor de wereld anders te zien.

Hiermee is kunst dus niet zomaar mooi of leuk, maar is het een van strategische instrumenten om transformatie te versnellen: andere manieren van denken, doen en organiseren. Entertainment als instrument Sinds de vroege jaren 10 van deze eeuw heeft zingeving en mindfullness voor een deel de plek ingenomen van de traditionele godsdiensten. Maar met het succes van de tv-reality show ‘Heel Nederland balanceert’ over herstel van een groep mensen met burn-outverschijnselen werden in het midden van de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw de laatste taboes doorbroken. Vanuit de overheid worden nu regelmatig subsidies verstrekt voor populaire programma’s bij commerciële omroepen en streamingdiensten. Voorbeelden daarvan zijn programma’s als ‘Daar vraag je me zo wat?’ over wetenschappelijke vraagstukken (een remake van een format uit de jaren 80 van de vorige eeuw), ‘Ouderschap enzo’ voor ouders en het op pubers gerichte ‘F*** Y**’ over communicatie met je ouders. Dit alles maakt dat praten over opvoeden, opgroeien en leefproblemen veel gangbaarder is geworden en de ‘hulpverlegenheid’ veel minder is geworden.

Ervaringen creëren voor het vergroten van inlevingsvermogen Ramsey Nasr schreef in zijn boek de Fundamenten de volgende zin: ‘Het geweten is de enige plek in ons lichaam die zowel van ons is als van de ander, en die ook de eigen tijd overstijgt.’ Het gaf de inspiratie aan organisaties om, samen met musea voor conceptuele kunst, ervaringen te creëren waarin bezoekers de toekomst van onze wereld konden verkennen. In de vroege jaren 20 van deze eeuw namen nieuwe generatieontwerpers

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

24

bezoekers mee op een reis door de tijd van experimentele toekomsten door gebruik te maken van technologieën als augmented reality (toevoegen van elementen aan de analoge werkelijkheid). De ontwikkelingen gingen in de jaren daarna zo snel dat het al snel niet alleen mogelijk werd om de toekomst te visualiseren, maar ook te ervaren, door te voelen, horen en zelfs ruiken. Deze zogenaamde extended reality (XR) zorgde voor een naadloos overvloeien van de virtuele en de fysieke werkelijkheid. Hoewel het grote publiek deze technologieën in eerste instantie vooral door grote shows als het Eurovision Songfestival, de ‘hologramtour’ van bands als Abba in 2022 en films leerde kennen, werden deze methoden al snel gebruikt om ook mensen zelf ‘levensechte’ ervaringen te laten ondergaan. In 2041 is dit gangbaar in het onderwijs, maar ook in voorlichtingscampagnes. Uiteraard blijft hierbij ook de vrijetijdssector niet achter. In 2043 zal – zo kondigde een groot entertainment­ consortium in 2041 aan - zal het eerste belevenispark ‘Shogunworld’ in Japan worden geopend, waar bezoekers zichzelf in de wereld van Japan in 1500 kunnen onderdompelen, zoals films als ‘Total Recall’ en ‘Westworld’ in de jaren zeventig en negentig van de vorige eeuw voorspelden.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

25

Samen werken aan een klimaat van aandacht In de buurt Je thuis voelen doe je op een plek waar er aandacht

Op de school in de wijk zijn alle kinderen welkom en

voor elkaar is. Waar er steun is, waar samen gehuild en

is écht passend onderwijs mogelijk door kleinere

gelachen kan worden, waar we het dagelijkse leven

klassen en goed gefaciliteerde leraren. En ook in de

met elkaar delen. Dat klimaat van aandacht is wat

vrije tijd op de club of vereniging kunnen alle kinderen

kinderen zeker nodig hebben, thuis, in de wijk, op

meedoen. Er zijn geen (financiële) belemmeringen

school, op de club, kortom, overal. Samen versterken

voor een lidmaatschap. En coaches en begeleiders

we en werken we aan een omgeving die dat waar­

zien niet ‘die lastige gast’, maar focussen op de

maakt. In die buurt of wijk hebben we aandacht voor

kwaliteiten en talenten van de individuele kinderen.

elkaar. Daar bieden ouders elkaar een luisterend oor,

Ze krijgen daarvoor ook ondersteuning in de vorm

geven advies of bieden elkaar concrete steun.

van coaching.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

26

De huisarts, een vertrouwd gezicht in de wijk De huisarts als toegang tot hulp De huisartsenpraktijk is de logische plek voor gezinnen

Kinderen, jongeren en ouders geven niet alleen aan

om (hulp)vragen te stellen. De jeugd- en gezins­

wat voor hen belangrijk is, maar zij beslissen ook mee

specialist kan samen met het gezin de tijd nemen

in de gezinszorg die zij krijgen. Als er voor langere tijd

om hun vragen te onderzoeken: wat willen jullie;

meerdere vormen van ondersteuning nodig zijn, kan de

wat hebben jullie daarvoor nodig; wat kunnen jullie

gezinswerker hier het gezin bij begeleiden. Door samen

daarin zelf doen?

de (hulp)vraag op een hoogwaardige wijze te onder­ zoeken, wordt de inzet van onzinnige zorg voorkomen.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

27

Relatie, Ruimte en Reflectie als leidende principes Gezinszorg De gezinszorg richt zich niet alleen op bijzonder

De focus ligt dus niet op een snelle, goedkope oplos­

gedrag van kinderen of jongeren, maar juist op de

sing, maar op de optimale ontwikkeling van het kind.

gehele omgeving. Immers, gedrag is vaak het gevolg

Om dit te kunnen waarmaken hebben de professionals

van onze interactie met onze omgeving. Ouders,

de tijd en ruimte voor profes­sionele reflectie, coaching

broers, zussen, vrienden, klasgenoten, buren, het is

en ontwikkeling. Dit investeren in de kwaliteit van

maar net om wie het gaat. Gezinszorgprofessionals

de relatie, zelfsturing én de kennis en kunde van de

werken via en investeren in de relatie met de gezinnen,

professionals draagt bij aan meer tijd voor gezinnen

kinderen, jongeren en hun omgeving. Hierbij hanteren

en minder onnodige gezinszorg.

ze geen dichtgetimmerde (be)handelprotocollen, maar nemen de ruimte om datgene te doen dat zorgt voor een duurzame en stabiele situatie.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

28

Centraal het decentrale versterken Het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties Het leven van kinderen en jongeren speelt zich af in

Ook ondersteunt het ministerie door het gebruik

de wijken en buurten van gemeenten. Dáár wonen

van heldere definities en standaarden binnen

familie, vrienden, buren en daar worden diepe relaties

inkoop­processen, zoals facturatie en verantwoording.

opgebouwd. Het is ook daar waar gebruik wordt

Deze standaardisering geeft gemeenten ruimte en

gemaakt van zogenaamde basisvoorzieningen, zoals

capaciteit om zich te focussen op inhoudelijke

de school, verenigingen, clubs en de huis­artsen­prak­tijk.

samen­werking in het primaire proces en het biedt

Een gemeente is dan ook het beste in staat om op

het professionele veld de ruimte voor de focus op

domeinoverstijgende wijze gezinszorg te organiseren.

effectieve gezinszorg.

Het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties faciliteert regio’s en gemeenten met standaarden voor kwaliteit die recht doen aan de diversiteit van gezinszorg.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

29

Veiligheid 2.0 Nieuwe kijk op veiligheid en voogdij Bescherming van kinderen en jongeren door lokaal

Daarnaast zijn de ouders altijd Toeziend Voogd,

werkende SAVE-teams. De verantwoordelijkheden en

behalve wanneer een kinderrechter de uitspraak

functies van Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen en

heeft gedaan dat dit niet mogelijk is, dan is er sprake

de Raad voor de Kinderbescherming worden gebun­

van een Externe Voogd.

deld in Regionale Veiligheidsteams. Hierdoor wordt het systeem vereenvoudigd en is het mogelijk dat alle

De Externe Voogd is niet meer verantwoordelijk voor

benodigde expertise op het gebied van ontwikke­lings­

het organiseren van een woonplek voor het kind of het

bedreiging en veiligheid beschikbaar wordt gesteld

gezin. Dit is de verantwoordelijkheid van de gezins­

aan gezinnen en gezinswerkers, jeugd- en gezins­

werker, samen met de jeugd- en gezinsspecialist.

specialisten in de vorm van lokale SAVE-teams.

Hierdoor heeft de Externe Voogd meer tijd beschik­ baar om door te brengen met het kind en het gezin.

Ook hanteren we een nieuwe, eenvoudigere defi­nitie

En kan de Externe Voogd eventuele veranderingen

van voogdij. De opvoeders van de kinderen (daar waar

met betrekking tot de veiligheid van het kind en gezin

de kinderen wonen) zijn altijd de Uitvoerend Voogd.

beter inschatten.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

30

Wonen doe je op een plek die je thuis noemt Transitie Wonen We investeren in de professionals in de ambulante

Het wonen en behandelen is van elkaar gescheiden.

zorg, die weer investeren in de relatie en samenwer­

Als er behandeling nodig is, dan komt die naar de plek

king met ouders. Zo kunnen we veel uithuisplaatsingen

waar het gezin of kind woont. Wanneer - bij hoge

voorkomen. Wanneer kinderen en jongeren écht

uitzondering – behandeling op een andere plek nodig

(tijdelijk) niet thuis kunnen wonen, is er geen gesloten

is, dan noemen we dat geen wonen, maar een opname.

jeugdzorg nodig. Ze kunnen blijven wonen in de eigen

Waarom zou het immers anders zijn dan bij een

vertrouwde omgeving op een plek dicht bij huis.

behandeling in het ziekenhuis? Tijdens de opname

Zo hoeven ze geen afscheid te nemen van familie,

blijft de woonplek bestaan, zodat het gezin of het

vrienden, de leraar en andere vertrouwde gezichten.

kind daar altijd naar terug kan keren. En net als in

Geen grootschalige kille woonplekken met hufter­

het ziekenhuis is alles erop gericht om dit zo snel als

proof meubilair en strikte hygiëneprotocollen, maar

mogelijk voor elkaar te krijgen.

een kleinschalig, warm en sfeervol gezinshuis in de wijk. Hier mogen de kinderen en jongeren ook hun eigen kamer inrichten en knuffelen met huisdieren, net als thuis.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

31

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’ | November 2021

Utrecht, 3 december 2021

Jeugdhulp. Het moet anders, maar hoe? Woensdag 16 maart 2022. Het is een datum die waarschijnlijk met een rode cirkel gemarkeerd staat in uw agenda; de gemeenteraadsverkiezingen. Het lijkt voor menigeen nog ver weg, maar u bent waarschijnlijk in volle voorbereiding. Het moet anders, maar hoe? Een van de zaken die uw directe aandacht zal vragen na die datum is de jeugdhulp en hoe u hier op lokaal en regionaal niveau vorm aan geeft. Een kleine blik op recente cijfers maakt duidelijk dat de nood hoog is. In 2020 maakte ruim 400.000 kinderen gebruik van jeugdhulp. Dat is ruim 12% van alle minderjarigen. Wanneer een kind door omstandigheden écht niet meer thuis kan wonen, dan krijgt een kind vaak te maken met meerdere woonplekken. Uit ons onderzoek bleek: gemiddeld maar liefst vijf doorplaatsingen. Daarnaast is de wachttijd voor jeugdhulp op dit moment gemiddeld 44 weken. Door de coronapandemie worden de wachtlijsten alleen maar langer. Dit alles is helaas niet nieuw, maar een beeld dat al jaren bestaat. Het moet anders, maar vooral beter en niet duurder. Daar zijn we het allemaal wel over eens, maar hoe dan? Om deze kloof tussen weten en doen te overbruggen hebben wij – als Stichting Het Vergeten Kind – de Wereld van Aandacht ontwikkeld.

De Wereld van Aandacht De Wereld van Aandacht -die u in de bijlage vindt- is een toekomstperspectief, dat wij hebben opgesteld als inspiratie voor de transformatie van de Jeugdhulp. Door verbeeldingskracht te combineren met trends, ontwikkelingen, literatuuronderzoek, ideeën en adviezen van (ervarings)deskundigen, kennisinstituten en baanbrekers, hebben wij een nieuwe wereld gecreëerd, die wij onze jeugdigen en hun omgeving gunnen. Een betere wereld voor jeugdigen, waarin elk kind in Nederland zich gehoord en gezien voelt, op een veilige plek woont en zich positief kan ontwikkelen, zodat het zijn/haar eigen plek vindt in de maatschappij. Afgelopen dinsdag, 30 november, is de Wereld van Aandacht overhandigd aan Leonard Geluk, Algemeen Directeur VNG, en aan Marieke Pondman, plaatsvervangend directeur bij de directie Jeugd van VWS. Leonard Geluk heeft hier het volgende over gezegd: “Wij onderschrijven dit inhoudelijke appèl. De VNG staat ook voor een betere wereld voor jeugdigen. De Wereld van Aandacht biedt een concreet toekomstperspectief op de jeugdzorg vanuit de inhoud.

De lessen hieruit willen wij betrekken bij de totstandkoming van de Hervormingsagenda.” Dromen is mooi, maar wat kunt u concreet doen? Op basis van de Wereld van Aandacht hebben wij een viertal beknopte handvatten voor u opgesteld, waarmee u eenvoudig en handzaam kunt zien, wat u -vanuit uw rol als gemeenteraadslid of (toekomstig) wethouder- kunt doen als u straks na de verkiezingen de koers voor de komende jaren gaat vastleggen voor uw gemeente.

Handvat 1: Actie: Hoe:

Waar: Handvat 2: Actie : Hoe:

Waar: Handvat 3: Actie: Hoe:

Waar:

Thuis voelen doe je op een plek waar er aandacht voor elkaar is. Versterk de pedagogische omgeving en werk samen aan een “klimaat van aandacht” Door gerichte activiteiten zoals oudercursussen, ontmoetingsplekken, pedagogische cursussen voor vrijwilligers en te sturen op samenwerking tussen scholen, jeugdgezondheidszorg en jeugdhulp versterken en werken we aan het klimaat van aandacht in onze wijken en buurten. Zo ontstaat een omgeving waar we aandacht hebben voor elkaar. Daar bieden ouders elkaar een luisterend oor, geven advies of bieden elkaar concrete steun. Daar zijn alle kinderen welkom op de school in de wijk en is écht passend onderwijs mogelijk door kleinere klassen en goed gefaciliteerde leraren. En ook in de vrije tijd op de club of vereniging kunnen alle kinderen meedoen. Coaches en begeleiders zien niet “die lastige jongere”, maar focussen op de kwaliteiten en talenten van de individuele kinderen. En weten ook hoe ze dat kunnen doen. En dat alles wordt ondersteund door een actief armoedebeleid, zodat er geen (financiële) belemmeringen zijn voor een lidmaatschap.

Wereld van Aandacht- Daar en dan, deel 2 Hoofdstuk 6: Sociaal, bladzijde 18 & 19 Hulp vragen doe je aan mensen die je kent en vertrouwt Vereenvoudig de weg naar hulp via de huisarts, een vertrouwd gezicht in de wijk Wij stellen voor de weg naar hulp (de toegang) eenvoudiger vorm te geven via een plek die mensen kennen en vertrouwen. De huisartsenpraktijk is zo’n logische en vertrouwde plek voor gezinnen om (hulp)vragen te stellen. Door deze te versterken met een holistisch, hoogopgeleide jeugd- en gezinsspecialist kan samen met het gezin de tijd worden genomen om hun vraag te onderzoeken. Kinderen, jongeren en ouders geven niet alleen aan wat voor hen belangrijk is, maar zij beslissen ook mee in de gezinszorg die zij krijgen. Door samen de (hulp)vraag op een hoogwaardige wijze onderzoeken, wordt de inzet van onzinnige zorg en onnodige wisselingen van hulpverlener voorkomen. Wereld van Aandacht - Daar en dan, deel 2 Hoofdstuk 6: Sociaal, bladzijde 19 & 20 Geen jeugdhulp, maar gezinszorg De hulp is niet alleen gericht op het kind of de jongere, maar juist op het gezin en hun omgeving Bijzonder gedrag van een kind of jongere komt vaak voort uit de interacties in het gezin en zijn omgeving.

Chronische stress kan bijvoorbeeld ontstaan uit het opgroeien in kwetsbare en traumatische omstandigheden: depressies, stress of verslavingen bij ouders, vechtscheidingen of situaties van bestaansonzekerheid. De hulp moet zich dan ook niet alleen richten op het bijzondere gedrag van het kind of de jongere, maar juist op de gehele omgeving. Dat noemen we gezinszorg. Als er voor langere tijd meerdere vormen van ondersteuning nodig zijn, kan een gezinswerker hier het gezin bij begeleiden. Hierbij wordt samengewerkt met de jeugdigen, ouders en hun omgeving. Samen wordt tot besluiten gekomen. Daarbij wordt altijd uitgegaan van het versterken en opbouwen van een sociaal netwerk: mensen die er vrijwillig en onbetaald zijn ook na een eventueel (hulp)traject. Om dit te kunnen bereiken worden wisselingen van hulpverleners vermeden, zodat er continuïteit, verbinding, contact en vertrouwen kan ontstaan. Hierdoor voelen de professionals “dichtbij”, kan er een gelijkwaardige relatie ontstaan en krijgen kinderen en jongeren het gevoel dat er wordt geloofd in hun kwaliteiten en toekomst. Wereld van Aandacht - Daar en dan, deel 2 Hoofdstuk 2: Filosofie + Hoofdstuk 4: Economie

Handvat 4: Actie: Hoe:

Waar:

Wonen doe je op een plek die je thuis kunt noemen Kleinschalig wonen in de eigen gemeente/ wijk actief mogelijk maken Wanneer kinderen en jongeren pedagogische hulp nodig hebben en écht (tijdelijk) niet thuis en ook niet bij familie terecht kunnen, stellen wij voor dat ze blijven wonen in de eigen vertrouwde omgeving op een plek dichtbij huis. Zo hoeven ze geen afscheid te nemen van familie, vrienden, de leraar en andere vertrouwde gezichten. Wij investeren daarom in voldoende pleeggezinnen, gezinshuizen en kleinschalige, warme en sfeervolle woonvoorzieningen in de wijk. En afhankelijk van de situatie van het kind, wordt bepaald waar het kind het beste kan wonen. Grootschalige kille woonplekken met hufterproof meubilair en strikte hygiëne protocollen zijn dus niet meer aan de orde. Dit is geen utopisch beeld, maar haalbaar, zoals al is aangetoond in enkele innovatieve projecten. Wereld van Aandacht - Daar en dan, deel 2 Hoofdstuk 7: Ruimte, bladzijde 22 + 23:

Tot slot We nodigen u graag uit om de Wereld van Aandacht in zijn geheel te lezen en geïnspireerd te raken voor een toekomst die we samen kunnen maken. Mocht u meer willen weten over de handvatten die we beschreven hebben of bent u op zoek naar concrete instrumenten om deze vorm te geven, neem dan contact met ons op via wereldvanaandacht@hetvergetenkind.nl

Over Stichting Het Vergeten Kind Stichting Het Vergeten Kind heeft als doel ervoor te zorgen dat alle kinderen zich gehoord en gezien voelen, zij op een veilige en stabiele plek wonen en zich positief kunnen ontwikkelen, ook als ze door omstandigheden tijdelijk niet thuis kunnen wonen. Opdat ze hun eigen plek vinden in de maatschappij. Om onze missie te realiseren en kinderen nu, maar ook structureel te helpen, ontwikkelen wij impactvolle programma’s en campagnes die ervoor zorgen dat kwetsbare kinderen niet vergeten worden en mee kunnen doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/2966/documents/31407