B.17 Bijlage Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht.pdf
Tekst van het document
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 57
Kwantificering risico Reizigersadvisering Op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie heeft een financiële kwantificering plaatsgevonden van het benoemde risico ten aanzien van de taak Reizigersadvisering. Dit leidt tot de volgende opstelling:
Nr
Categorie
Oorzaak
Impact/Risicobedrag
Actiepunt
Fluctuatie vraag vaccinatie. Onduidelijk welke impact op de vraag corona op lange termijn heeft. Door Cporona is omzet in 2020 en 2021 lager (vanwege Corona vergoed door VWS). Kans op risico is vanwege corona hoger ingeschat.
Structurele lasten bij fluctuatie opbrengsten
Aanhouden flexibele schil van medewerkers. Business case wordt uitgewerkt en bestuurlijk voorgelegd.
Benodigd weerstandsvermogen
Vorig jaar
48.000
30.000
A. INTERNE BEDRIJFSVOERING
RA1. Vraag naar reizigersvaccinatie
B. SAMENWERKING IN DE GR C. EXTERNE ONTWIKKELINGEN
€
48.000
€
30.000
Weerstandscapaciteit risico Reizigersadvisering De weerstandscapaciteit voor dit risico bestaat uit de bestemmingsreserve Reizigersadvisering. Per 31 december 2020 bedraagt de weerstandscapaciteit €0 vòòr resultaattoedeling. Benodigde weerstandscapaciteit risico Reizigersadvisering Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit €30.000. De beschikbare weerstandscapaciteit is €0. Omdat de weerstandscapaciteit €0 is kan geen verhouding (beschikbaar/nodig) worden berekend. Hiermee is het genoemde risico financieel niet afdoende afgedekt. In principe kan dan de algemene reserve als buffer fungeren.
Kwantificering risico GGiD Op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie heeft een financiële kwantificering plaatsgevonden van het benoemde GGiD-risico. Dit leidt tot de volgende opstelling:
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 58
Nr
Categorie
Oorzaak
Impact/Risicobedrag
Actiepunt
Benodigd weerstandsvermogen
Vorig jaar
320.000
320.000
A. INTERNE BEDRIJFSVOERING B. SAMENWERKING IN DE GR
B3.
Aanbesteding GGiD
Betreft de bouw van een nieuw digitaal dossier met twee andere Incidenteel hogere kosten in zowel GGD-en. Tests geven aan dat bouwfase als licentiekosten Afhankelijk van de ontwikkeling van software nog niet uitgerold kan bestaande software (verlengen van het GGiD worden vervolgstappen worden. Verwachte implementatie gebruik). Tevens later moment van geformuleerd medio 2021 (afhankelijk welke GGD realiseren ombuigingen. als eerste uitrolt).
C. EXTERNE ONTWIKKELINGEN
€
320.000
€
320.000
De afdekking van dit risico vindt plaats door ombuigingen op JGZ-taken, zoals opgenomen in het ombuigingsplan 2020-2024. De bestemmingsreserves DDJGZ/GGiD en JGZ (ten dele) worden hiervoor ingezet. Vanwege de afdekking via het ombuigingsplan is het niet nodig hiervoor een separate bestemmingsreserve aan te houden. Kengetallen Het BBV schrijft voor dat de financiële weerbaarheid en wendbaarheid zichtbaar worden gemaakt aan de hand van zes kengetallen. Daarvan hebben twee kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) geen betrekking op GGDrU. De overige vier kengetallen zijn hierna weergegeven. Per kengetal is daarna een toelichting opgenomen. BBV kengetallen 2019
Begroting 2020
Realisatie 2020
Netto schuldquote
10,0%
5,2%
3,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
10,0%
5,2%
3,7%
Solvabiliteitsratio
26,5%
17,3%
12,6%
Kengetal structurele exploitatieruimte
-1,5%
0,7%
-3,2%
Netto schuldquote (inclusief gecorrigeerd voor alle leningen) De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Volgens het BBV moeten twee ratio’s worden weergegeven, te weten de ‘netto schuldquote’ en ‘netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen’. Hoe hoger de schuld hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote per eind 2020 ligt procentueel lager dan in vergelijking met de begroting 2020 en jaarstukken 2019. Door een daling van de schuld vanwege aflossing loopt de ratio terug.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 59
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin GGDrU in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe beter GGDrU zijn verplichtingen kan voldoen en hoe gunstiger de financiële weerbaarheid is. De solvabiliteit wordt berekend als de verhouding tussen het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen. Bij een hoger eigen vermogen kan de ratio worden verbeterd. Solvabiliteit van GGDrU per eind 2020 is met 13,7% verslechterd ten opzichte van 2019 en 6,6% ten opzichte van de begroting. De vermindering is geheel toe te schrijven aan de rol van de GGD binnen de bestrijding van de coronavirus. De GGD kan de kosten niet uit eigen middelen betalen en is afhankelijk van de vergoedingen vanuit het VWS en het RIVM. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een neutraal of positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente van de langlopende leningen) te dekken. Eind 2020 is het percentage -5,9% wat als negatief kan worden bestempeld, 1,6% minder dan begroot was. Op basis van het geactualiseerde ombuigingsplan 20202024 wordt vanaf 2024 een positief percentage verwacht.
Toelichting op de ontwikkeling van de kengetallen Op basis van bovenstaande kengetallen kan worden opgemerkt dat de financiële positie van de organisatie zich negatief heeft ontwikkeld. Dit vooral als gevolg van de extra inspanning ter bestrijding van Covid 19. Het eigen vermogen is in 2020 sterk verbeterd als gevolg van de resultaatbestemming 2019 en anderzijds het positieve resultaat van 2020. Beleidsindicatoren Conform de regeling beleidsindicatoren gemeenten van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 maart 2016 moeten onderstaande beleidsindicatoren in de programmaverantwoording van GGDrU worden opgenomen. Jaar laatste meting
Meting begroting 2020
Taakveld
Naam indicator
Eenheid
Bestuur en Ondersteuning
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2020
0,34
Bestuur en Ondersteuning
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
2020
0,39
Bestuur en Ondersteuning
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
2020
94,17
Bestuur en Ondersteuning
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
2020
2,21%
0. Bestuur en Ondersteuning
Overhead
% van totale lasten
2020
9,50%
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 60
3.2
Bedrijfsvoering
Deze paragraaf geeft inzicht in de ontwikkelingen en de belangrijkste realisaties op het gebied van bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering bestaat uit alle beherende, verantwoordende en controlerende activiteiten die de organisatie in staat stellen om de voorgenomen activiteiten binnen de productgroepen en prestaties zo effectief en efficiënt mogelijk te realiseren. In deze paragraaf richten wij ons op de realisatie van zaken op het gebied van personeel en organisatie en planning & control (P&C). In paragraaf 2.6 ‘De organisatie op orde als ook paragraaf 2.7 ‘Een eigentijdse dienstverlening’ zijn ook aspecten van de bedrijfsvoering toegelicht. Derhalve wordt hier naar verwezen. Verzekeringen GGDrU voert het beheer van zijn verzekeringen in eigen beheer uit. Het pakket bestaat uit de volgende verzekeringen: • • • • • •
brand- en exploitatiekostenverzekering; aansprakelijkheidsverzekering; werkgevers aansprakelijkheidsverzekering bestuurder motorrijtuigen verzekering; wagenparkverzekering; rechtsbijstandverzekering; computer- en elektronicaverzekering.
Personeel & Organisatie Verzuim Het ziekteverzuimpercentage in 2020 was 4,3%. Het verzuim is hiermee ten opzichte van 2019 (4,8%) gedaald. In 2020 is de organisatie versterkt met een Verzuim- en inzetbaarheidsadviseur. Deze heeft actief gestuurd op het voorkomen en verlagen van het verzuim. Vertrouwenspersoon, agressiemeldingen en klachten ongewenst gedrag In 2020 heeft de vertrouwenspersoon twee meldingen ongewenst gedrag ontvangen. Met beide melders is telefonisch contact geweest en dit heeft niet geleid tot verdere acties. De afhandeling van de meldingen zijn naar tevredenheid afgehandeld door de vertrouwenspersoon. Boventalligen Er waren in 2020 geen boventalligen. Opleiding artsen Er waren in 2020 de volgende artsen in opleiding: • • • • •
13 AIOS 1e fase JGZ 9 AIOS 2e fase JGZ 4 AIOS 1e fase IZB 5 AIOS 2e fase IZB 2 AIOS 1e fase FOR
Omvang personeelsbestand Inclusief ingehuurde medewerkers waren er in 2020 in totaal 2.944 medewerkers
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 61
werkzaam bij GGDrU. Dit is een forse stijging ten opzichte van 2019. Dit komt door de inhuur van personeel ten behoeve van het Coronabedrijf (2.160 medewerkers). Vennootschapsbelasting (VPB) Voor het verzorgen van de aangifte vennootschapsbelasting 2020 wordt fiscale expertise ingehuurd. Hoewel de cijfers nog niet fiscaal zijn beoordeeld blijkt uit de voorlopige berekening dat er voor 2020 geen vennootschapsbelasting verschuldigd is. Datalekken In 2020 zijn 26 datalekken gemeld conform procedure. Het overgrote deel komt voort uit het bron- en contactonderzoek. Daarvan zijn 12 datalekken gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Voor elk van deze 26 meldingen is besproken welke maatregelen moeten worden genomen om dit in de toekomst te voorkomen, waarna deze maatregelen zijn geïmplementeerd. De twee bestuurlijke rapportages zijn de momenten, waarop de Functionaris Gegevensbescherming (FG) gedurende 2020 heeft gerapporteerd over incidenten/datalekken. Algemene Verordening Gegevensbescherming Medio 2020 is een Functionaris Gegevensbescherming (FG) geworven en in dienst genomen. Voor deze periode werd de FG ingehuurd. De FP heeft het afgelopen jaar veel tijd besteed aan de processen rondom Corona. Ook op het gebied van de AVG en de implementatie daarvan is de FG aan de slag gegaan met het verder professionaliseren van de processen.
Op dit moment beschikt GGDrU nog niet over een Chief Information Security Officer (CISO-functionaris). De werkzaamheden van Privacy Officer (PO) zijn niet separaat belegd maar worden door de FG opgepakt. De functie van Information Security Officer (ISO) is (nog) niet voorzien. De genoemde functies zijn overigens niet wettelijk verplicht maar gezien de risicoprofiel van een GGD wel aan te raden.
3.3
Verbonden partijen
Deze paragraaf geeft inzicht in ‘derde rechtspersonen’ waarin GGDrU een bestuurlijk en financieel belang heeft. Dit belang heeft zowel betrekking op privaatrechtelijke als publiekrechtelijke organisaties. Privaatrechtelijke organisaties zijn in het Burgerlijk Wetboek nader geregeld, en kunnen stichtingen, verenigingen, coöperaties, vennootschappen en deelnemingen zijn. GGD GHOR Nederland (Vereniging voor Publieke Gezondheid en Veiligheid (PGV)) GGD GHOR Nederland is de koepelorganisatie van de GGD-en en GHOR bureaus. Vanuit GGD GHOR Nederland wordt, voor en in samenspraak met de DPG-en, de lobby en belangenbehartiging voor de GGD-en en GHOR bureaus gedaan richting politiek en stakeholders. Daarnaast voert GGD GHOR Nederland projecten uit, die vanuit efficiency oogpunt centraal moeten worden uitgevoerd en die randvoorwaarden en producten opleveren waarmee de GGD-en hun werkzaamheden kunnen verrichten. Bestuurlijk en financieel belang Het hoogste orgaan van GGD GHOR Nederland is de Raad van DPG-en. Hierin worden de 25 GGD-en en GHOR-bureaus vertegenwoordigd door hun Directeur Publieke Gezondheid
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 62
(DPG). Het presidium bestaat uit vijf leden van het algemeen bestuur. GGDrU betaalt op jaarbasis een contributie aan GGD GHOR Nederland gebaseerd op een bijdrage per inwoner. Voor 2020 bedroeg deze contributie €215.359. Er is geen prognose bekend over het eigen vermogen aan het begin en einde van boekjaar 2020. Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Een beperkte mate van beïnvloedbaarheid in de bedrijfsvoering is mogelijk via de afvaardiging van de Directeur Publieke Gezondheid van GGDrU in zowel de vergadering van DPG-en als het presidium. Overigens is de zittingsperiode van de directeur Publieke Gezondheid per februari 2020 in het presidium beëindigd omdat de termijn van maximaal zes jaar is verstreken. Artikel 15 lid 2 van het BBV geeft aan dat per verantwoorde verbonden partij de omvang van het eigen en vreemd vermogen aan het begin en einde van het begrotingsjaar en het financiële resultaat over het begrotingsjaar moet worden verantwoord. In de begroting van deze verbonden partij zijn deze gegevens niet opgenomen. GGiD Coöperatief U.A. Op 2 maart 2020 is GGiD Coöperatief U.A. opgericht.
De coöperatie heeft haar zetel in de gemeente Utrecht en is opgericht door het openbaar lichaam Gemeentelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGD regio Utrecht), openbaar lichaam Regio Twente (GGD Twente) en openbaar lichaam Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Holland Noorden (GGD Holland Noorden). De coöperatie heeft ten doel te voorzien in behoeften van algemeen belang van de leden en meer in het bijzonder bestaande uit maatschappelijke, financiële en organisatorische behoeften op het gebied van Publieke Gezondheid. Het bedrijf van de coöperatie omvat uitsluitend het (doen) ontwerpen, (door)ontwikkelen, beheren, onderhouden en exploiteren van één of meerdere door haar leden te gebruiken digitale informatiesystemen voor medische dossiers en eventuele overige gegevensbestanden. De coöperatie heeft geen winstoogmerk. Bestuurlijk en financieel belang In 2020 vinden nog geen financiële transacties plaats in de coöperatie. De reeds gemaakte kosten voor de bouw van een nieuw digitaal dossier zijn vooralsnog geadministreerd bij GGDrU. Deze GGD voert het ‘penvoerderschap’ namens ook de twee andere deelnemende GGD-en. Het belang van elke GGD is gelijkwaardig ten opzichte van de andere deelnemende GGDen. Dit betekent dat GGDrU nu voor 1/3 eigenaar is van deze coöperatie en in deze verhouding ook zeggenschap heeft.
Zodra een of meer nieuwe GGD-en toetreden tot de coöperatie zal de omvang van het bestuurlijk en financieel belang wijzigen naar een gelijke deel ten opzichte van de andere deelnemende GGD-en. Dit tenzij andere afspraken worden gemaakt met de toetredende GGD of GGD-en.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 63
Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering GGDrU kan voor haar aandeel (zijnde 1/3) in de coöperatie invloed uitoefenen op de bedrijfsvoering van de coöperatie. Zodra een of meer nieuwe GGD-en toetreden tot de coöperatie zal de mate van beïnvloeding wijzigen naar een gelijke mate ten opzichte van de andere deelnemende GGD-en. Dit tenzij andere afspraken worden gemaakt met de toetredende GGD of GGD-en.
3.4
Onderhoud kapitaalgoederen
GGDrU heeft kapitaalgoederen in de vorm van gebouwen, dienstauto’s, automatisering en (kantoor)inventarissen. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft aan dat gemeenten o.a. met betrekking tot wegen en gebouwen onderhoudsplanningen moeten hebben vanwege de soms grote bedragen en risico’s die aan kapitaalgoederen zijn verbonden. GGDrU heeft sinds 2004 het gebouw De Dreef 5 in Zeist in eigendom als hoofdgebouw. Toevoeging aan de voorziening voor onderhoud is onderbouwd door middel van een meerjaren onderhoudsplan (MJOP). Het meerjarenonderhoudsplan is in 2016 herzien. Op basis hiervan vindt een jaarlijkse storting in de voorziening groot onderhoud plaats van €60.000. Ten tijde van het opstellen van de jaarstukken zijn de eerste voorbereidingen getroffen voor de geplande renovatie aan De Dreef 5. Hiervoor is eerst nog bestuurlijke instemming nodig. In het 2e half jaar van 2021 wordt verwacht dat een actualisatie van het MJOP kan worden opgesteld. Dan kan ook bepaald worden wat hiervan de consequenties zijn voor het saldo van de voorziening voor onderhoud als ook de jaarlijkse storting.
3.5
Financiering en treasury
Inleiding In deze treasuryparagraaf worden aan de hand van de begrippen renteontwikkeling kasgeldlimiet, renterisico en financieringspositie de belangrijkste zaken beschreven, die zich het afgelopen jaar op het gebied van treasury hebben voorgedaan. Treasurystatuut GGDrU beschikt over een op 4 december 2014 vastgesteld Treasurystatuut. In dit statuut is onder meer opgenomen dat, door de invoering van het Schatkistbankieren, de verplichting geldt dat overtollig kasgeld dagelijks naar de staatskas moeten worden afgestort. Dit heeft in 2020 ook plaatsgevonden.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 64
Renterisiconorm Renterisico norm Bedrag x € 1.000 1a.Renteherziening op vaste schuld o/g 1b.Renteherziening op vaste schuld u/g 2. Renteherziening op vaste schuld 3a.Nieuw aangetrokken vaste schuld 3b.Nieuw uitgezette lange leningen 4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld 5. Betaalde aflossingen 6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7. Renterisico op de vaste schuld (2+6) 8. Renterisico-norm 9a.Ruimte onder renterisico-norm (8-7) 9b.Overschrijding renterisico-norm (7-8)
143 1.055 1.055 -
Berekening renterisico-norm 10.Stand van de vaste schuld 11.Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 12.Renterisico-norm (10 x 11 / 100)
5.276 20% 1.055
GGDrU blijft hiermee ruimschoots binnen de renterisiconorm. Renteontwikkeling GGDrU heeft op zijn twee eigendomspanden drie hypotheekleningen afgesloten. Van twee leningen ligt de rentevervaldatum in 2021. Van de derde lening valt de renteherzieningsdatum in 2024. Kasgeldlimiet Het renterisico op de korte financiering wordt wettelijk begrensd door de kasgeldlimiet. Hiertoe behoren alle rekening-courant saldi en kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De kasgeldlimiet wordt in de Wet Fido bepaald als percentage van de omzet in de begroting. De kasgeldlimiet voor 2020 bedroeg € 8.259.778 zijnde 8,2% van €100.729.000
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 65
kasgeldlimiet
Begroot
Realisatie
Omvang 1. Toegestane kasgeldlimiet in procenten van de grondslag in een bedrag
8,20% 10.403.504
2. Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden korter dan 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld
8,20% 8.259.778
29.483.562
3. Vlottende middelen C ontante in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar
5.562 234.339 30.780.767
4. Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende middelen Toegestane kasgeldlimiet Ruimte (+) c.q.overschrijding (-)
1.537.106 8.259.778 9.796.884
EMU saldo Conform de voorschriften nemen we een overzicht op van ons EMU-saldo. Het doel hiervan is om Europese vergelijkingen mogelijk te maken. Het EMU-saldo is het verschil tussen inkomsten en uitgaven van de overheid. EMU SALDO 1 2 3 4 5
6
7 8 9 10
11 a b
Begroting 2020-2
Realisatie 2020
Realisatie 2019
-1.603
910
715
1.065 79
784 82
1.401 79
3.350
800
1.199
0
0
-2
Bedragen X € 1.000 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?
Berekend EMU-saldo
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
ja
nee
-3.809
ja
nee
976
ja
nee
998
Pagina 66
3.6
Rechtmatigheid
De rechtmatigheid wordt op programmaniveau vastgesteld. GGDrU kent één programma: Publieke Gezondheid. Onderstaand wordt een analyse gemaakt op een eventuele begrotingsonrechtmatigheid. Tevens wordt bepaald in hoeverre sprake is van een begrotingsonrechtmatigheid, die de accountant in zijn oordeel over de rechtmatigheid dient mee te nemen. Uitgangspunten hiervoor zijn vastgelegd in het controleprotocol 2019 van GGDrU van 4 december 2019. Dit protocol is ook voor 2020 van toepassing. Het algemeen bestuur is hiervan in de vergadering van 2 december 2020 van op de hoogte gebracht. De begrote lasten exclusief mutaties in reserves, conform de begroting 2020 inclusief tweede wijziging, van dit programma (zijnde €126.834.000) worden met €26.142.000 onderschreden (zijnde de begrote lasten van €126.834.000 minus de werkelijke lasten van €100.692.000). De onderschrijding wordt met name veroorzaakt doordat vanaf het laatste kwartaal van 2020 de volume- en eurolaboratoria hun facturen direct aan het RIVM konden sturen (en niet meer via de GGD-en). Er is derhalve geen sprake van een begrotingsonrechtmatigheid ten aanzien van de lasten over 2020. De beschikbare kredieten voor investeringen zijn in 2020 niet overschreden. Derhalve is hier ook geen sprake van onrechtmatigheid.
Bestrijding pandemie ‘Corona’ In het jaar 2020 heeft GGDrU een substantiële bijdrage geleverd aan de bestrijding van de pandemie corona. Dit in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De uitgaven die GGDrU in 2020 heeft gedaan zijn daarmee sterk gestegen ten opzichte van 2019. In het kader van rechtmatigheid moet ook GGDrU zich houden aan de aan Europese aanbestedingsregels (van toepassing als de geraamde uitgaven per opdracht meer dan €214.000 bedragen). Uiteraard volgt GGDrU deze regels op. Voor de bestrijding van de crisis ‘corona’ heeft GGDrU gebruik gemaakt van diensten van derden. Dat betreft onder meer inhuur van personeel voor het klantcontactcenter, bemonsteren, bron- en contactonderzoek, inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen, inzet van verkeersregelaars, het laten testen van afgenomen samples. Daarbij was echter sprake van een crisis, waarbij het doen van aanbestedingen in een dergelijke situatie niet mogelijk was. De Europese aanbestedingsregels bieden ruimte om in uitzonderingssituatie van (Europese) aanbesteding van af te wijken; in geval een reguliere aanbesteding een dermate ongewenste vertraging geeft op de uitvoering van de werk kan gebruik gemaakt worden de uitzonderingsbepaling uit hoofde van “dwingende spoed in het geval van onvoorziene omstandigheden”.
De bestrijding van de pandemie corona in 2020 valt, wat betreft GGD-en en daarmee ook GGDrU, hieronder. De inzet van de bestrijding van het corona virus loopt ook in 2021 door. Daarbij blijven bestaande afspraken met leveranciers in tact, indien het disproportioneel is om een aanbesteding op te starten (continuïteit in gevaar komt) of als GGDrU geen invloed heeft op de aangeleverde goederen of diensten (te denken valt aan bijvoorbeeld de levering
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 67
van vaccins of het gebruik van de laboratoria voor de corona-testen). Dit zal door GGDrU duidelijk worden gedocumenteerd. De laatste tijd worden er – landelijk – door deskundigen in het aanbestedingsrecht vragen gesteld of er, met name voor latere uitgaven, zoals die voor het callcenter voor de vaccinatielijn, voldoende hard kan worden gemaakt dat sprake was van dwingende spoed en dat daarmee gekozen is voor de meest passende aanbestedingsvorm. Vooralsnog is dit niet door een rechter getoetst en is dus ook niet bekend wat de uitkomst zou zijn. GGDrU is van mening dat niet anders gehandeld had kunnen worden, dan zij in 2020 heeft gedaan en er voor die gevallen sprake is van dwingende spoed. Voor het jaar 2021 is GGDrU kritisch waar aanbesteding wel mogelijk is omdat er niet of in mindere mate sprake is van dwingend spoed. Daarbij zal in voorkomende gevallen een goede, juridisch getoetste, onderbouwing gedocumenteerd worden als wordt afgeweken van de Europese aanbestedingsregels.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 68
4.
JAARREKENING 4.1
Balans Balans per 31 december 2020
Balans per 31 december 2019
€
9.627.540
€
9.612.125
€
9.627.540
€
9.612.125
2. Financële vaste activa a. Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd > 1 jaar
€
18.900
€
18.900
Subtotaal Financiële vaste Activa
€
18.900
€
18.900
Totaal vaste activa
€
9.646.440
€
9.631.025
3. Voorraden a. Gereed product en handelsgoederen
€
66.835
€
73.299
Subtotaal Voorraden
€
66.835
€
73.299
4. Uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar a. Vorderingen op openbare lichamen
€
5.136.927
€
2.012.700
€
173.243
€
164.227
Subtotaal uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar
€
5.310.170
€
2.176.927
5. Liquide middelen
€
239.901
€
199.220
20.594.908
€
107.375
547.692
€
557.675
ACTIVA Vaste activa 1. Materiële vaste activa a. Investeringen met een economisch nut Subtotaal Materiële Vaste Activa
Vlottende activa
b. Overige vorderingen
6. Overlopende activa a. De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen de ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen
b. Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.
€
4.261.163
€
3.234.690
Subtotaal overlopende activa
€
25.403.762
€
3.899.740
Totaal vlottende activa
€
31.020.668
€
6.349.186
TOTAAL GENERAAL ACTIVA
€
40.667.108
€
15.980.211
PASSIVA
Balans per 31 december 2020
Balans per 31 december 2019
Vaste passiva 7. Eigen vermogen a. Algemene reserve
€
2.598.516
€
2.379.894
b. Overige bestemmingsreserves
€
279.961
€
1.220.010
c. Gerealiseerde resultaat
€
2.264.263
€
632.803
Subtotaal Eigen Vermogen
€
5.142.740
€
4.232.707
8. Voorzieningen
€
764.498
€
682.878
9. Vaste schulden a. Onderhandse leningen binnenlandse banken en overige financiële instellingen
€
5.276.308
€
5.419.639
Subtotaal Vaste Schulden
€
5.276.308
€
5.419.639
Totaal vaste passiva
€
11.183.546
€
10.335.224
10. Netto-vlottende schulden met rentetypische looptijd < 1 jaar a. Overige schulden
€
20.177.069
€
3.942.676
Subtotaal Netto-vlottende schulden met rentetypische looptijd < 1 jaar
€
20.177.069
€
3.942.676
€
6.911.403
€
797.786
€ €
347.811 2.047.279
€ €
185.046 719.478
€
9.306.494
€
1.702.311
Vlottende passiva
11. Overlopende passiva a. Overlopende passiva verplichtingen opgenomen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. b. Overlopende passiva opgenomen van de van Europese en/of Nederlandse overheidslichamen (vooruit)ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen Subtotaal overlopende passiva Totaal vlottende passiva
€
29.483.562
€
5.644.987
TOTAAL GENERAAL PASSIVA
€
40.667.108
€
15.980.211
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 69
4.2
Gerealiseerd resultaat op hoofdlijnen
Het resultaat van het programma Publieke Gezondheid is als volgt:
Het programma geeft een positief resultaat van €2.264.000. Dit betreft hoofdzakelijk een incidenteel resultaat. In het volgende overzicht is het resultaat per ambitie inclusief de mutaties in de reserves opgenomen.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 70
4.3
Overzicht van baten en lasten en de toelichting
Het positieve jaarresultaat van GGDrU over 2020 bedraagt €2.264.000. Dit komt voort uit €23.878.000 lagere baten dan begroot en €26.142.000 lagere lasten in vergelijking met de begroting. De belangrijkste verklaring voor zowel de lagere lasten als de lagere baten zijn de fors lagere laboratoriumkosten voortkomend uit de PCR-testanalyses en eenzelfde bedrag aan lagere RIVM-baten voortkomend uit de declaratie van de gemaakte kosten. De lagere laboratoriumkosten ter hoogte van €28.468.000 worden veroorzaakt doordat vanaf het laatste kwartaal van 2020 de volume- en eurolaboratoria hun facturen direct aan het RIVM konden sturen waardoor alleen nog de facturen van medisch microbiologische laboratoria via GGDrU zijn verwerkt. Daartegenover staat dat de corona-meerkosten en gederfde inkomsten gesaldeerd met minder uitgaven €4.688.000 hoger zijn uitgevallen dan begroot (dit bedrag is inclusief €735.000 aan zorgbonuskosten). De ruim vier en een half miljoen euro aan hogere kosten in vergelijking met begroot zijn in zijn geheel declarabel bij het ministerie van VWS en leiden dan ook tot €4.688.000 aan hogere baten in vergelijking met de begrote baten. Exclusief Corona-gerelateerde lasten en baten resteren €2.362.000 lagere lasten en €97.000 lagere baten in 2020. Exclusief mutaties in de reserves komen de baten €152.000 hoger uit dan begroot.
Door de wel begrote maar niet gerealiseerde onttrekking van €249.000 uit de algemene reserve komen de baten inclusief reservemutaties €97.000 lager uit. Conform de verslaggevingsregels (BBV) mag de onttrekking niet in de gerealiseerde cijfers plaatsvinden.
4.4
Toelichting exploitatieverschillen per ambitie
Ambitie “Een veiligere leefomgeving”
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 71
Resultaatsanalyse Ambitie ‘een veiligere leefomgeving’ laat een positief saldo van €28.048.000 zien, voortkomend uit €28.028.000 lagere lasten en €20.000 hogere baten. Het voordelig resultaat wordt onderstaand nader toegelicht.
Binnen ambitie ‘Een veilige leefomgeving’ steekt categorie Infectieziektebestrijding er met kop en schouders bovenuit. De Corona-kosten zijn voor het overgrote deel onder deze categorie geadministreerd. De baten ter hoogte van exact dezelfde bedragen staan geregistreerd onder de categorie ‘Algemene dekkingsmiddelen’. Naast de coronagerelateerde lasten valt categorie ‘publieke gezondheid asielzoekers’ op. De per ultimo 2020 resterende middelen van het statushouders-project (€129.000) zijn overgeheveld naar het volgende jaar. Voor Reisadvies geldt dat de verwachte omzet in de begrotingswijziging al fors naar beneden was bijgesteld, maar dat de daadwerkelijk gerealiseerde omzet nog daaronder is uitgekomen. De gederfde inkomsten zijn opgenomen in de VWS-declaratie. Bij team MMK is sprake van een incidentele onderschrijding in de lasten. In de begroting was rekening gehouden met een afname van tweedelijns MMK-werkzaamheden vanaf 2020, maar dit is per 1-1-21 geworden.
Ambitie “Minder kwetsbaren”
Resultaatsanalyse Ambitie ‘minder kwetsbaren’ laat een positief saldo van €155.000 zien, voortkomend uit €153.000 lagere lasten en €2.000 hogere baten. Het voordelig resultaat wordt onderstaand nader toegelicht.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 72
In 2020 heeft de uitvoering van de werkzaamheden rondom de Wet verplichte GGZ die per 1 januari 2020 is ingegaan plaatsgevonden. Gedurende het jaar bleek dat het verkennend onderzoek ruim kleiner van omvang was dan vooraf begroot. De opbrengsten OGGZ (geregistreerd onder de algemene dekkingsmiddelen) zijn met name door die reden circa €250.000 lager uitgevallen dan ingeschat. De kosten zijn ruim €150.000 lager uitgekomen waardoor er een negatief resultaat van €100.000 resteert. Dit resultaat is als incidenteel te kenmerken aangezien het feit dat de kosten niet evenredig lager dan de opbrengsten zijn uitgevallen wordt verklaard doordat er veel personele wisselingen hebben plaatsgevonden gedurende het jaar leidend tot tijdelijke extra kosten.
Ambitie “Gezondere wijken en scholen”
Resultaatsanalyse Ambitie ‘gezondere wijken en scholen’ laat een positief saldo van €93.000 zien, voortkomend uit €93.000 lagere lasten. Het voordelig resultaat wordt onderstaand nader toegelicht.
Voor beide onderliggende categorieën (gezondheidsbevordering en gezondheids-advies en beleid) van deze ambitie geldt dat in 2020 een groot deel van het begrote maatwerk uitgevoerd is waarbij geldt dat dat heeft plaatsgevonden met minder externe personele inzet dan begroot. Ook incidenteel is dat er in 2020 minder is uitgegeven aan extern advies en overige personeelskosten leidend tot een positief resultaat op deze ambitie in 2020.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 73
Ambitie “Een goede start voor ieder kind”
Resultaatsanalyse Ambitie ‘een goede start voor ieder kind’ laat een positief saldo van €317.000 zien, voortkomend uit €176.000 lagere lasten en €141.000 hogere baten. Het voordelig resultaat wordt onderstaand nader toegelicht.
De meerkosten Corona bij de ambitie ‘Een goede start voor ieder kind’ komen deels voort uit vervang van inzet van personeel dat werkzaam in het coronabedrijf is geweest op het moment dat de reguliere taken weer waren opgeschaald en deels uit extra kosten voortkomend uit nieuwe hygieneregels waardoor er meer personeel dan normaal nodig is om hetzelfde aantal kinderen te vaccineren. Voor het GGiD geldt dat conform Ombuigingenplan er in de begroting 2020 rekening was gehouden met substantiële kosten die gedekt zouden worden via een onttrekking uit de bestemmingsreserve. Door het opschuiven van de opleverdatum zijn er in 2020 minder kosten gemaakt. Daartegenover staat dat de benodigde onttrekking uit de bestemmingsreserve voor hetzelfde bedrag lager nodig was. Echter, de BBV schrijft voor dat begrote onttrekkingen uit bestemmingsreserves ook als zodanig onttrokken dienen te worden ook als dit in de praktijk niet nodig is. Om deze reden is bij de mutaties reserves bij ambitie ‘Een veilige start voor ieder kind’ geen verschil tussen begroting en realisatie te zien. Verder is er in 2020 sprake geweest van hogere kosten externe personele inhuur van met name artsen. Het saldo van de diverse baten en lasten heeft betrekking op voorgaande jaren (o.a. afwikkeling vaccinaties, kosten consultatiebureaus en maatwerk binnen de jeugdgezondheid).
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 74
Ambitie “Voorkomen van gezondheidsproblemen en -risico’s”
Resultaatsanalyse Ambitie ‘voorkomen van gezondheidsproblemen en -risico’s’ laat een negatief saldo van €204.000 zien, voortkomend uit €204.000 hogere lasten. Het nadelig resultaat wordt onderstaand nader toegelicht.
Het merendeel van de hogere lasten komt voort uit de meerkosten Corona bij met name Toezicht en in mindere mate Epidemiologie. Deze kosten worden gedekt door de vergoeding vanuit het ministerie van VWS waarvan de vergoeding bij de Algemene dekkingsmiddelen staat opgenomen. De lagere lasten bij ‘Epidemiologie’ worden verklaard doordat een klein deel van de kosten van de monitor volwassenen en senioren pas in 2021 zullen vallen. Daardoor was in 2020 ook een iets lagere onttrekking uit de bestemmingsreserve nodig, maar aangezien de BBV voorschrijft dat onttrekkingen uit de bestemmingsreserves conform begroot moeten worden onttrokken leidt dat tot een positief resultaat in 2020. Voor Toezicht Kinderopvang was in de begrotingswijziging 2020 rekening gehouden met fors lagere opbrengsten, maar door de inzet van extra personeel na de zomervakantie hebben er meer inspecties plaatsgevonden dan begroot. De extra kosten die dat met zich mee heeft gebracht worden gedekt door extra opbrengsten. Bij Toezicht Wmo zijn minder kosten gemaakt aan het maatwerk (signaalgestuurd toezicht en calamiteitentoezicht); daartegenover staan ook lagere opbrengsten.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 75
Overhead
Resultaatsanalyse ‘Overhead’ laat een negatief saldo van €2.326.000 zien, voortkomend uit €2.104.000 hogere lasten en €221.000 lagere baten. Het nadelig resultaat wordt onderstaand nader toegelicht.
De lagere baten worden met name verklaard door de niet gerealiseerde (maar ook niet benodigde) onttrekking uit de algemene reserve van €249.000. Conform de verslaggevingsregels (BBV) mag de onttrekking niet in de gerealiseerde cijfers plaatsvinden. De hogere overheadlasten worden volledig verklaard doordat de coronameerkosten nog hoger zijn uitgevallen dan ingeschat in de laatste begrotingswijziging. De meerkosten zijn gedekt door hogere rijksbijdragen. Tegenover de hogere coronalasten dan begroot staat een reeks van lagere overheadlasten niet zijnde corona. Er is in 2020 veel minder uitgegeven aan externe advieskosten bij directie en de algemene bedrijfsondersteuning. Ook is bij diverse teams die onder de overhead vallen sprake van tijdelijke lagere personele kosten met name door vacatureruimte. In 2021 zal dat naar verwachting niet of beperkt het geval zijn door de invulling van diverse benodigde functies bij facilitaire zaken, Informatisering & automatisering, financiën en communicatie. De overheadkosten bij teams IZB, MMK en TBC zijn in 2020 tijdelijk lager uitgevallen door het vertrek van de manager IZB en MMK medio 2020 en de gedeeltelijke invulling van die rol door de manager TBC.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 76
Ten slotte is net als voorgaand jaar ook in 2020 door GGDrU niet gebruik gemaakt van de post ‘onvoorzien’ van en is bij Facilitair de jaarlijkse budgetruimte niet ingezet. In 2021 zal de inzet van dit budget wel van toepassing zijn, mits er definitief besloten wordt tot de verbouw van het hoofdkantoor op De Dreef 5 in Zeist.
Algemene dekkingsmiddelen
Resultaatsanalyse ‘Algemene dekkingsmiddelen’ laat een negatief saldo van €23.820.000 zien, voortkomend uit €23.820.000 lagere baten. Het nadelig resultaat wordt onderstaand nader uitgesplitst.
De algemene dekkingsmiddelen betreffen het totaal aan baten van GGDrU exclusief de omzet van Reizigersadvisering en exclusief reservemutaties. De algemene dekkingsmiddelen laten een negatief resultaat van €23.820.000 zien. In de toelichtingen bij de ambities is hier nader op ingegaan. Derhalve wordt hier ook naar verwezen.
4.5
Uitleg ontwikkeling inwoner- en kindbijdrage
De inwoner- en kindbijdrage op basis van de primitieve begroting 2020 was in juni 2019 vastgesteld op €30.676.603 (exclusief de liaisonbijdragen van de gemeente Utrecht voor epidemiologie €55.166 en gezondheidsbevordering €55.166). In de herziene begroting 2020-1 is (vanwege de indexatie) de inwoner- en kindbijdrage verhoogd tot €31.698.980 en de liaisonbijdrage voor de gemeente Utrecht voor epidemiologie verhoogd tot €57.005 voor zowel de liaisonbijdrage gezondheidsbevordering als de liaisonbijdrage epidemiologie. In de herziene begroting 2020-2 heeft geen mutatie plaatsgevonden in de
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 77
inwoner- en kindbijdrage ten opzichte van begroting 2020-1. De bijdragen conform de herziene begroting zijn ook daadwerkelijk in 2020 afgerekend.
4.6
Overzicht van de aanwending van het bedrag onvoorzien
In de begroting 2020 is rekening gehouden met een post ‘Onvoorzien’ van €95.439, deze is niet gebruikt.
4.7
Overzicht van incidentele baten en lasten
Op grond van artikel 28, onderdeel c, van het BBV dient een overzicht van de incidentele baten en lasten per programma in de jaarrekening te worden opgenomen. Op basis hiervan wordt in onderstaand overzicht weergegeven welke incidentele baten en lasten zich hebben voorgedaan. Hierbij worden de, in de begroting, opgenomen incidentele posten als ook de afwikkelingsverschillen voorgaande jaren opgenomen.
Toelichting incidentele posten
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 78
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 79
4.8
Overzicht mutaties reserves
In artikel 19 van het BBV is de verplichting opgenomen dat een overzicht in de jaarrekening dient te worden opgenomen van de beoogde, respectievelijk gerealiseerde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. In de begroting 2020-2 zijn de volgende mutaties in de reserves via het programma Publieke Gezondheid opgenomen (die ook in de realisatie cijfers van 2020 zijn verwerkt): 1. Algemene reserve (€38.000 / baten) Betreft een begrote onttrekking van €37.500 ten behoeve van de Health Hub. 2. Aanbesteding GGiD / Digitaal Dossier JGZ (€377.000 / baten) Betreft een begrote onttrekking uit de bestemmingsreserve GGiD voor de dekking van de niet-activeerbare programma/projectkosten van de bouw van het nieuwe GGiD ad €377.465. 3. Jeugdgezondheidszorg (€494.000 / baten) Betreft een begrote onttrekking uit de bestemmingsreserve JGZ voor de dekking van de niet-activeerbare programma/projectkosten van de bouw van het nieuwe GGiD ad €494.349. 4. Ombuigingen (€212.000 / baten) Betreft een begrote onttrekking uit de bestemmingsreserve Ombuigingen voor de dekking van het voor 2020 verwachte negatieve saldo tussen intensiveringen en besparingen conform het Ombuigingenplan ad €212.000. 5.
Monitor volwassenen (€229.000 / baten) Betreft een begrote onttrekking uit de bestemmingsreserve Monitor Volwassenen en senioren ter dekking van de kosten van de uitvoering van de monitor ad €229.013. 6. Monitor volwassenen (€37.500 / lasten) Om één keer in de vier jaar een monitor volwassenen te houden wordt elk jaar een bedrag van €37.500 gestort in de hiervoor beschikbare bestemmingsreserve. 7. Frictiekosten JGZ-medewerkers Vijfheerenlanden (€20.000 / baten) Betreft een begrote onttrekking uit de bestemmingsreserve Frictiekosten JGZmedewerkers Vijfheerenlanden ter dekking van de meerkosten van de van Rivas overgenomen medewerkers ad €19.703.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 80
8. Reserve garantiesalarissen (€21.700 / baten) Bij de overname van medewerkers van de voormalige GG&GD zijn enkele medewerkers overgekomen, waarvan het feitelijke salaris hoger was dan van reguliere medewerkers bij GGDrU. Voor 2020 is een onttrekking uit deze bestemmingsreserve van €21.700 begroot ter dekking van de meerkosten De reservepositie wijzigt daarnaast als gevolg van de resultaatverwerking inzake het boekjaar 2019 in de jaarstukken 2020 met €632.803 (zijnde een bedrag van €256.122 toe te voegen aan de algemene reserve, een bedrag van €256.966 aan de bestemmingsreserve GGiD, een bedrag van €233.767 aan de bestemmingsreserve JGZ, een bedrag van €60.330 aan de bestemmingsreserve Frictiekosten JGZ-medewerkers Vijfheerenlanden en een bedrag van €174.382 te onttrekken aan de bestemmingsreserve Reisadvies)
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 81
4.9
Wet Normering Topinkomens
Conform de wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector dient GGDrU in de jaarstukken van iedere topfunctionaris een aantal gegevens te vermelden. Deze zijn in de navolgende tabel opgenomen: Gegevens 2020 bedragen x € 1
N.A.M. Rigter
Functiegegevens
DPG
DPG
01/01 – 31/12
01/12 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
Dienstbetrekking?
ja
ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
173.725
174.356
Beloningen betaalbaar op termijn
21.737
21.558
Subtotaal
195.462
195.914
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
201.000
201.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
N.v.t.
Bezoldiging
195.462
195.914
Aanvang en einde functievervulling in 2020
J.R. Donker
Bezoldiging9
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Gegevens 2019 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2019
N.A.M. Rigter DPG 01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
130.842
Beloningen betaalbaar op termijn
19.968
Subtotaal
150.810
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
194.000
Bezoldiging
150.810
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 82
De conform de WNT geldende beloningsnorm voor 2020 is €201.000. Deze wordt niet overschreden. Voor 2019 was de norm €189.000. In het navolgende overzicht zijn alle algemeen bestuur (AB) leden als de toezichthouders (conform Wgr) opgenomen. De toezichthoudende taak hebben zij onbezoldigd uitgeoefend. Tevens is in de tabel opgenomen welke topfunctionarissen naast AB ook DB-lid zijn. Gegevens 2020 NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE GGDrU
GEMEENTE
FUNCTIE gemeente
dhr
M.
Tigelaar
DB / AB-lid
Gemeente Amersfoort
wethouder
mw.
J.
Vissers
AB-lid
Gemeente Baarn
wethouder
mw
M.C.T.
Bakker-Smit
AB-lid
Gemeente De Bilt
wethouder
mw
A
Dekker
AB-lid
Gemeente Bunnik
wethouder
dhr.
J.
Rensen
AB-lid
Gemeente Bunnik
wethouder
dhr.
P.
van Asselt
AB-lid
Gemeente Bunschoten
wethouder
dhr.
S.
Lankreijer
AB-lid
Gemeente Eemnes
wethouder
mw
W.A.
de Boer-Leijsma
AB-lid
Gemeente Eemnes
wethouder
mw
J.
Smit
AB-lid
Gemeente Houten
wethouder
dhr.
J.
Overweg
AB-lid
Gemeente Houten
wethouder
dhr.
P.J.
Kiel
AB-lid
Gemeente Leusden
wethouder
dhr.
J.R.C.
van Everdingen
AB-lid
Gemeente Lopik
wethouder
mw.
Y.
Koster
AB-lid
Gemeente Montfoort
wethouder
dhr.
J.
Kuiper
AB-lid
Gemeente Nieuwegein
wethouder
dhr.
W.J.P.
Kok
AB-lid
Gemeente Oudewater
wethouder
dhr.
A
Wijs
AB-lid
Gemeente Renswoude
wethouder
mw.
S.J.H.M.
Veldboer
AB-lid
Gemeente Rhenen
wethouder
dhr.
B.
van Eeten
AB-lid
Gemeente Rhenen
wethouder
mw.
A.G.
Schuurs-Jensema
AB-lid
Gemeente De Ronde Venen
wethouder
mw.
L.
Aalst-Veldman
DB / AB-lid
Gemeente Soest
wethouder
mw.
H.J.
Veneklaas
DB (vanaf 4/3) / AB-lid
Gemeente Stichtse Vecht
wethouder
dhr.
E.
Eerenberg
DB / AB-lid
Gemeente Utrecht
wethouder
dhr.
H.
Waaldijk
AB-lid
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
wethouder
dhr.
M.R.
Beek
DB / AB-lid
Gemeente Veenendaal
wethouder
dhr.
M.F.M.
Verweij
DB / AB-lid
Gemeente Vianen
wethouder
mw.
A.
Noordhoek
AB-lid
Gemeente Woerden
wethouder
mw.
M.H.
Treep-Wolfswinkel
AB-lid
Gemeente Woudenberg
wethouder
mw.
W.A.J.
Kosterman
AB-lid
Gemeente Wijk bij Duurstede
wethouder
dhr.
B.
Roks
AB-lid
Gemeente IJsselstein
wethouder
mw.
E.J.M.
Schell
AB-lid
Gemeente IJsselstein
wethouder
dhr.
M.C.M.
Fluitman
DB / AB-lid
Gemeente Zeist
wethouder
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 83
4.10
Begrotingsrechtmatigheid
In het jaarverslag 2020 is onder het hoofdstuk 3.6 Rechtmatigheid ingegaan op de rechtmatigheidstoets. Hiernaar wordt verwezen. Conclusie is dat er geen overschrijdingen in de exploitatie zijn, die als onrechtmatig moeten worden bestempeld. Ook ten aanzien van de kredieten van de investeringen zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd.
4.11
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
4.11.1
Algemeen
De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. De verantwoording van het programma Publieke Gezondheid vindt plaats via zeven ambities: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Een veiligere leefomgeving Minder kwetsbaren Gezondere wijken en scholen Een goede start voor ieder kind Voorkomen van gezondheidsproblemen en -risico’s De organisatie op orde Een eigentijdse dienstverlening
Bij de tussentijdse financiële rapportages over de eerste vier en eerste acht maanden is de indeling voor de verantwoording ook gemaakt naar de ambities. De cijfers van de begroting 2020 (na tweede wijziging), zoals opgenomen in de jaarstukken 2020, sluiten aan op de formeel vastgestelde begrotingen. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 84
zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegelden verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting te worden gevormd.
4.11.2
Vaste activa
Artikel 35 BBV beschrijft het onderscheid tussen investeringen met uitsluitend maatschappelijk nut in de openbare ruimte en investeringen met een economisch nut. GGDrU kent enkel investeringen met een economisch nut. Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Op grondbezit met economisch nut wordt niet afgeschreven. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. Op grond van artikel 65 van het BBV wordt bij de waardering van de vaste activa rekening gehouden met een vermindering van hun waarde, indien deze vermindering naar verwachting duurzaam is. Op 7 december 2017 is de nota “Waarderings- en afschrijvingsbeleid Gemeentelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht 2017” vastgesteld. De waardering van de (materiële) vaste activa vindt als volgt plaats: -
Er wordt afgeschreven in het eerstvolgende jaar op het jaar waarin de investering geheel is opgeleverd. Activa met een aanschafwaarde/verkrijgingsprijs van € 10.000 of hoger worden geactiveerd. De afschrijvingstermijnen zijn als volgt:
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 85
De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Soort actief
Sub-indeling soort actief
Afschrijvingstermijn
Gronden en terreinen
Gronden en terreinen
Bedrijfsgebouwen
Nieuwbouw
40 jaar
Renovatie en verbouwing (inclusief
25 jaar
Geen
reconstructie en verbetering) Investeringen in panden van derden
Afhankelijk van de verwachte gebruiksduur 10 tot 25 jaar.
Inventaris en installaties
Kantoormeubilair
Afhankelijk van de verwachte gebruiksduur 3 tot 10 jaar
Automatisering
Inventaris (gebouwen)
10 jaar
Technische installaties
10 en 15 jaar
Hardware
Afhankelijk van de verwachte gebruiksduur 3 tot 10 jaar
Software
Afhankelijk van de verwachte gebruiksduur 3 tot 5 jaar
Vervoersmiddelen
Personenauto, lichte motorvoertuigen
Apparatuur
Medische Apparatuur (waaronder gehoorscreening, bloeddrukmeters, weegschalen en visuskasten)
5 jaar Afhankelijk van de verwachte gebruiksduur 5 tot 10 jaar
Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g (=uitstaande leningen bij bijvoorbeeld gemeenten) en overige uitzettingen zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 86
4.11.3
Vlottende activa
Voorraden Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde, indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
4.11.4
Vaste passiva
Reserves De reserves worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. Als gevolg van de afspraken in de CAO gemeenten is in 2018 de voorziening WW derde jaars gevormd. Hiermee wordt het risico van een eventuele aanspraak van een uitkering derde jaars WW gedekt. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer.
4.11.5
Vlottende passiva
De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
4.11.6
Overige grondslagen
Waarderingsgrondslagen WNT Voor de uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de (semi)publieke sector (WNT) is gewerkt conform de Beleidsregel toepassing WNT.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 87
5.
Toelichting op de balans per 31 december 2020 5.1
Vaste activa
Immateriële vaste activa GGDrU heeft geen immateriële vaste activa per 31 december 2020. Materiële vaste activa De materiële vaste activa betreffen activa met een economisch nut. Het verloop van boekwaarden van de materiële vaste activa is als volgt: Materiële vaste activa Omschrijving
Boekwaarde 1 Invesjanuari 2020 teringen 2020
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Vervoermiddelen Investeringen maatschappelijk nut
3.211.500 2.820.613 141.236 3.434.168 4.608
13.061 2.169.584 105.814
-1.306
-166.648 -31.996 -581.577 -3.302
Totalen
9.612.125
2.288.458
-1.306
-783.523
Bijdragen van derden
Afwaarde- Boekwaarde 31 ringen december 2020
3.211.500 2.653.965 122.301 3.533.961 105.814
-1.488.215
-1.488.215
-
9.627.540
De in het boekjaar gedane investeringen staan in onderstaand overzicht vermeld. Hierin is de besteding ten laste van de kredieten inzichtelijk gemaakt. De investeringen in het verslagjaar 2020 betroffen: Gebruik van kredietfaciliteiten Omschrijving
Krediet 2020 inclusief wijziging 0
Investeringen 0
Saldo
Bedrijfsgebouwen Utrechtseweg 3-5/Velduil Amersfoort Totaal bedrijfsgebouwen
41.799 41.799
0 0
41.799 41.799
41.799 41.799
Machines, apparaten en installaties Echoscreen/gehoorscreen Audio- en bloeddrukmeters, weegschalen Totaal machines, apparaten en installaties
183.000 151.550 334.550
0 13.061 13.061
183.000 138.489 321.489
Overige materiële vaste activa Programma/projectkosten GGiD Stoelen/tafel/kasten Bureaustoelen Koelkasten Diverse inventaris ICT beheerstools & security ICT netwerk & connectivteit ICT hardware & printers ICT aanschaf ivm corona (declarabel VWS) ICT telefonie ICT projectkosten Totaal overige materiële vaste activa
1.140.377 160.187 19.000 104.272 40.000 70.000 25.000 74.369 2.500.000 43.215 133.461 4.309.881
370.910 38.541 7.665 57.033 0 22.999 45.655 1.488.215 26.321 112.245 2.169.584
130.000 130.000 -
Gronden en terreinen
Vervoermiddelen Logistiek voertuig Totaal voertuigen Investeringen maatschappelijk nut Totalen
4.816.230
Rechtmatig Af te sluiten in 2020 ja
ja
0 0
ja
nee
183.000 138.489 321.489
0 0 0
ja ja
nee nee
769.467 121.646 11.335 47.239 40.000 70.000 2.001 28.714 1.011.786 16.894 21.216 2.140.297
769.467 121.646 11.335 47.239 40.000 70.000 2.001 28.714 1.011.786 16.894 21.216 2.140.297
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
ja ja ja
nee nee nee
ja ja ja ja
nee nee nee nee
ja ja ja ja
nee nee nee nee
105.814 105.814
24.186 24.186
24.186 24.186
0 0
ja ja
nee nee
-
-
-
2.288.458
0
Onder- Over-schrijding schrijding 0 0
2.527.772
2.527.772
-
De bovenstaande kredieten zijn conform de begrotingswijziging 2020-2. Deze begrotingswijziging is in de vergadering van het algemeen bestuur van 2 december 2020 vastgesteld.
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 88
In de jaarrekening 2019 is aangegeven dat het project Basis op Orde een vervolg kent in de o.a. de vervanging van de telefooncentrale. Dit is in 2020 niet gerealiseerd en zal een vervolg krijgen in 2021. In verband met de extra inzet van extern personeel ten behoeve van de bestrijding Covid19 is er door de GGDrU een flinke investering gedaan in de aanschaf van hardware (devices, headsets,beeldschermen e.d.). Tegenover deze investeringen staat een vergoeding van het VWS. Ten tijde van het opstellen van de jaarstukken 2020 wordt de business case van de renovatie/herinrichting van het pand aan De Dreef 5 uitgewerkt (inclusief financiële paragraaf). Indien het bestuur positief instemt met de voorgestelde renovatie, dan zal dit kunnen leiden tot het afwaarderen van een aantal investeringen (verbouwing) ten tijde van de aanschaf van het pand ‘De Dreef 5’ in Zeist (globale inschatting circa €0,4 miljoen). Op dit moment is onduidelijk wat de impact van de renovatie is op deze in eerdere jaren geactiveerde verbouwingen. Dit betekent dat onzeker is in welke mate investeringen in één keer moeten worden afgewaardeerd. Het is de verwachting dat dit na april 2020 duidelijk wordt. Dit zal verwerkt worden in de begroting 2020 en in de jaarrekening 2020. Financiële vaste activa Het verloop van de financiële vaste activa gedurende het jaar 2020 wordt in onderstaand overzicht weergegeven.
De overige uitzettingen met een looptijd langer dan een jaar hebben betrekking op de waarborgsommen bij: - PostNL (conform overeenkomst met Post NL is een bedrag in ‘depot’ gestort als waarborg ingeval facturen van Post NL niet worden voldaan). €18.900. Financiële vaste activa Omschrijving
Boekwaarde 1 januari 2020
Investeringen
Desinvesteringen
Aflossingen/ afschrij-vingen
Afwaarde- Boekwaarde 31 ringen december 2020
Kapitaalverstrekkingen aan Deelnemingen Overige verbonden partijen
-
-
Leningen aan Deelnemingen Overige verbonden partijen
-
-
Overige langlopende leningen Overige uitzettingen met een looptijd > 1 jaar Bijdragen aan activa in eigendom van derden
18.900
-
-
-
Totalen
18.900
-
-
-
Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
18.900
-
18.900
Pagina 89
5.2
Vlottende activa
Voorraden De voorraden kunnen als volgt worden gespecificeerd. Voorraden Saldo 31 December 2020
Saldo 31 December 2019
Grond- en hulpstoffen Onderhanden werk Gereed product/handelsgoederen
66.835
73.299
Totalen
66.835
73.299
Omschrijving
De voorraad ‘Gereed product/handelsgoederen’ op 31 december 2020 heeft betrekking op de reizigersvaccinaties. Afhankelijk van de lengte van de coronacrisis zal deze voorraad in 2020 gebruikt worden. Eventuele verliezen door overschrijding van de houdbaarheidsdatum als gevolg van de coronacrisis kunnen bij het VWS gedeclareerd worden. Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt worden gespecificeerd. Uitzettingen korter dan 1 jaar Saldo 31 December 2020
Saldo 31 December 2019
Vorderingen op openbare lichamen Uitzetting in 's Rijks schatkist
1.037.035 4.099.893
1.687.700 325.000
Totaal vorderingen op openbare lichamen
5.136.927
2.012.700
Overige vorderingen voorziening oninbaar
175.478 -2.235
183.933 -19.706
Totaal overige vorderingen
173.243
164.227
5.310.171
2.176.927
Omschrijving
Totalen
Vorderingen op openbare lichamen De post vorderingen op openbare lichamen heeft betrekking op vorderingen op gemeenten binnen de regio Utrecht. Dit betreft onder meer afrekeningen van gemaakte huisvestingskosten, inwonerbijdrage, inspecties en afwikkeling van maatwerk. Daarnaast bevat het afrekeningen met andere GGD-en.
Uitzetting in ‘s Rijks Schatkist Per 31 december 2020 heeft GGDrU een bedrag van € 4.099.893 bij het Rijk uitstaan. Het ‘schatkistbankieren’ houdt in dat GGDrU op de gezamenlijke bankrekeningen niet meer dan € 951.540 (0.75% van het begrotingstotaal van € 126.872.000) gemiddeld per kwartaal mag hebben staan. Het resterende saldo wordt ondergebracht bij het Rijk. Dagelijks wordt gecontroleerd of het drempelbedrag wordt overschreden. Jaarstukken 2020 GGD regio Utrecht – maart 2021
Pagina 90
Saldotoets Schatkistbankieren per kwartaal Gemiddeld saldo Saldo banken kwartaal 1 Saldo banken kwartaal 2 Saldo banken kwartaal 3 Saldo banken kwartaal 4