2025-06-04 Bijlage bij RIB - Concept Huisvestingsverordening Leusden_versie3_wijzigingen bijgehouden.pdf
Tekst van het document
de aanvrager niet economisch gebonden of maatschappelijk gebonden is aan de gemeente, voor zover het betreft een aanvraag om indeling in de in artikel 3.2.3 bedoelde urgentiecategorie; b. de aanvrager niet economisch gebonden of maatschappelijk gebonden is aan de woningmarktregio, voor zover het betreft een aanvraag om indeling in de in artikel 3.2.1 en 3.2.4 bedoelde urgentiecategorieën; c. het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van huisuitzetting in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag door overlast fraude of criminele activiteiten die zijn veroorzaakt door de aanvrager of een lid van diens huishouden; d. de positie op de woningmarkt van de aanvrager zodanig is dat deze zelf binnen een redelijke termijn een woonruimte via de reguliere weg binnen de regio kan vinden; e. de woningzoekende de mogelijkheid heeft om binnen een redelijke termijn het woonprobleem op te lossen door het al dan niet tijdelijk bewonen van onzelfstandige woonruimte; f. het huisvestingsprobleem is ontstaan of bestaat doordat de aanvrager of een lid van het huishouden een woningaanpassing als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 niet heeft uitgevoerd; g. de woningzoekende niet in staat is om langdurig zelfstandig te wonen; h.
de woningzoekende niet in het eigen bestaan of in de kosten voor de woning kan voorzien of de schulden niet geregeld zijn; of
Huisvestingsverordening Leusden 2025
21
i. de woningzoekende al is ingedeeld door een college van een andere gemeente binnen de woningmarktregio in de urgentiecategorie waarvoor de woningzoekende een aanvraag heeft ingediend. 3. In aanvulling op het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders een aanvraag om indeling in de in artikel 3.2.1 bedoelde urgentiecategorie weigeren indien de aanvraag is ingediend bij burgemeester en wethouders van de herkomstgemeente van aanvrager en: a. zwaarwegende, met persoonlijke omstandigheden van aanvrager samenhangende redenen redelijkerwijs in de weg staan aan terugkeer naar de herkomstgemeente; of, b. aanvrager gelet op het belang van een evenwichtige verdeling van specifieke categorieën woningzoekenden over de woningmarktregio, in een andere regiogemeente dan de herkomstgemeente gehuisvest dient te worden. Artikel 3.1.4. Inhoud van de urgentieverklaring 1. De urgentieverklaring vermeldt in ieder geval: a. de naam en contactgegevens van de woningzoekende; b. de datum per wanneer de urgentieverklaring in werking treedt; c. de urgentiecategorie waarin de houder van de urgentieverklaring is ingedeeld; d. het zoekprofiel, dat een beschrijving bevat van uitsluitend de vereiste eigenschappen die de te betrekken woonruimte moet hebben, om het woonprobleem van aanvrager op te lossen; en, e.
aan de urgentieverklaring verbonden of aan de houder van de urgentieverklaring opgelegde voorwaarden. 2. De urgentieverklaring vervalt wanneer aan de houder van de urgentieverklaring een huisvestingsvergunning wordt verleend, maar uiterlijk: a. op de datum van sloop van de huidige woonruimte in geval van urgentieverklaringen waarmee woningzoekenden zijn ingedeeld in de in artikel 3.2.8 genoemde urgentiecategorie; of, b. zes maanden na de datum waarop de urgentieverklaring is verleend voor de overige urgentieverklaringen. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de geldigheidsduur van de urgentieverklaring éénmaal met ten hoogste zes maanden verlengen indien: a. geen van in artikel 3.1.2 of artikel 3.1.3 intrekkingsgronden van toepassing is; en, b. geen sprake is van het door de houder van de urgentieverklaring niet-reageren op of weigeren van een via het aanbodmodel aangeboden woonruimte die overeenkomt met het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel. 4. In afwijking van het derde lid kunnen burgemeester en wethouders de geldigheidsduur van de urgentieverklaring met meer dan zes maanden verlengen indien dat naar hun mening noodzakelijk is gelet op de uitzonderlijke positie op de woningmarkt van de houder van de urgentieverklaring. Artikel 3.1.5. Werking van de urgentieverklaring 1.
Aan de houder van een urgentieverklaring wordt overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.3 van deze verordening voorrang gegeven bij de verlening van huisvestingsvergunningen. De voorrang vangt aan zodra de urgentieverklaring in werking treedt.
Huisvestingsverordening Leusden 2025
22
2. De houder van de urgentieverklaring zoekt gedurende de geldigheidsduur van de urgentieverklaring zelfstandig naar en reageert op woonruimte: a. die te huur wordt aangeboden op het platform, als bedoeld in artikel 2.3.5, eerste lid; b. die past binnen het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel; en, c. waarvoor geldt, dat aan houders van een urgentieverklaring gelet op het bepaalde in paragraaf 2.3 voorrang gegeven wordt bij het verlenen van een huisvestingsvergunning. 3. Aan de houder van een urgentieverklaring kan via directe bemiddeling woonruimte, die voldoet aan het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel, te huur aangeboden worden. 4. De urgentieverklaring vervalt als de houder ervan met een daartoe verleende huisvestingsvergunning een woonruimte betrekt die voldoet aan het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel. Artikel 3.1.6. Intrekken en wijzigen van een urgentieverklaring 1. Dit artikel is niet van toepassing op een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende ingedeeld is in een urgentiecategorie bedoeld in de artikelen 3.2.1, 3.2.2, 3.2.3 of 3.2.4. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring intrekken als de woningzoekende: a. een woonruimte betrekt; b. niet langer behoort tot de urgentiecategorie waarin hij of zij was ingedeeld; c.
bij de aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan de woningzoekende wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren; d. één of meerdere malen een passende woning heeft geweigerd; of, e. daartoe verzoekt. 3. Burgemeester en wethouders kunnen een woningzoekende, al dan niet op zijn of haar verzoek, in een andere urgentiecategorie indelen als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. Indien zij daartoe overgaan, verstrekken burgemeester en wethouders de woningzoekende dan een nieuwe urgentieverklaring. Artikel 3.1.7. Specifieke gronden voor intrekking en wijziging van een urgentieverklaring Burgemeester en wethouders kunnen een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende is ingedeeld in één van de in de artikelen 3.2.1, 3.2.2, 3.2.3 of 3.2.4 bedoelde urgentiecategorieën uitsluitend intrekken als: a. er sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 3.1.3 nadat de indeling in een urgentiecategorie heeft plaatsgevonden; b. de woningzoekende niet meer in aanmerking komt voor indeling in de urgentiecategorie waarin hij met de in hiervoor bedoelde urgentieverklaring is ingedeeld; c. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; of d. de aanvrager één of meerdere malen een passende woning heeft geweigerd.
Paragraaf 3.2. Urgentiecategorieën Huisvestingsverordening Leusden 2025
23
Artikel 3.2.1. Uitstroom naar zelfstandig wonen 1. Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘uitstroom naar zelfstandig wonen’ in aanmerking indien: a. burgemeester en wethouders de aanvraag om indeling in deze urgentiecategorie niet met toepassing van artikel 3.1.3 afwijzen; en b. de woningzoekende economisch gebonden of maatschappelijk gebonden is aan de woningmarktregio en tot een van de in het volgende lid genoemde categorieën behoort. 2. Tot de in het vorige lid bedoelde categorieën behoren woningzoekenden: a. aan wie in ieder geval wegens dakloosheid een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend en deze opvang verlaten; b. aan wie wegens huiselijk geweld of mensenhandel een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend en deze opvang verlaten; c. die een voorziening voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten; d.
die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten; e. die de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar hebben bereikt en die een accommodatie of gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten; of, f. die na een verblijf van tenminste drie aaneengesloten maanden een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaten. 3. Bij de indeling van de in het eerste lid bedoelde urgentiecategorie kunnen burgemeester en wethouders één of meer van de volgende voorwaarden opleggen: a.
de woningzoekende ontvangt begeleiding voor een door burgemeester en wethouders te bepalen duur van een instelling in de regio, indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende; b. de woningzoekende neemt de woonruimte in gebruik van een zorginstelling, indien dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende; c. de indeling in de urgentiecategorie beperkt zich tot een woonruimte in een gebied met kenmerken die structureel bijdragen aan de deelname van de woningzoekende aan de maatschappij. Deze beperking maakt deel uit van het in het in de urgentieverklaring op te nemen zoekprofiel. 4. De in het vorige lid bedoelde voorwaarden worden in de urgentieverklaring vermeld.
Huisvestingsverordening Leusden 2025
24
Artikel 3.2.2. Mantelzorg Een woningzoekende die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verleent of ontvangt komt in aanmerking voor indeling in de urgentiecategorie ‘mantelzorg’ indien: a. burgemeester en wethouders de aanvraag niet met toepassing van artikel 3.1.3 afwijzen; b. de mantelzorg in de drie maanden voorafgaande aan het moment van de aanvraag tenminste acht uur per week is verleend of ontvangen; c. de in onderdeel b bedoelde acht uur mantelzorg per week is verleend gedurende ten minste vier dagen per week, tenzij de medische problematiek zoals Alzheimer, schizofrenie of andere chronische psychische aandoeningen 24 uur per dag nabijheid vereisen en de hulp op onverwachte momenten wordt geboden; d. de mantelzorgsituatie naar verwachting nog minstens één jaar zal voortduren; e. de relatie tussen mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger gebaseerd is op familiebanden of langdurige sociale omgang; f. de mantelzorgontvanger of mantelzorgverlener niet in een intramurale instelling wonen; g. de mantelzorgverlener medisch, fysiek en psychisch in staat is mantelzorg te verlenen; h. het betrekken van een woonruimte in de woningmarktregio de meest passende manier is om ervoor te zorgen dat de mantelzorgontvanger zelfstandig kan blijven wonen; en i.
de mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger op ten minste vijf kilometer afstand van elkaar wonen of een gemiddelde reistijd heeft van een half uur. Artikel 3.2.3. Ernstige chronische medische problematiek 1. Een woningzoekende komt in aanmerking voor indeling in de urgentiecategorie ‘ernstige en chronische medische problematiek’ indien: a. de woningzoekende economisch gebonden of maatschappelijk gebonden is aan de gemeente; b. burgemeester en wethouders de aanvraag om indeling in deze urgentiecategorie niet met toepassing van artikel 3.1.3 afwijzen; c. de woningzoekende kampt met ernstige en chronische medische problematiek, waarbij de huidige woonsituatie levensontwrichtend is omdat de woningzoekende niet meer in staat is zelfstandig te functioneren in de huidige woonruimte, dan wel de behandeling van het probleem aantoonbaar in hoge mate ongunstig door de woonsituatie wordt beïnvloed; d. een zelfstandige woonruimte een substantieel deel van de oplossing voor het probleem van de woningzoekende vormt; en e.
de woningzoekende met ernstige en chronische problematiek van psychische aard op het moment van aanvraag ten minste twaalf maanden onder behandeling is of is geweest voor het betreffende medische probleem bij een specialistische, tweedelijns instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg voor geneeskundige geestelijke zorg of instelling voor geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in verband met zorg zoals
Huisvestingsverordening Leusden 2025
25
psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden, of vrijgevestigd psychiater in Nederland. 2. Burgemeester en wethouders kunnen zich bij de beoordeling of de in het vorige lid, onder b tot en met e genoemde, omstandigheden zich voordoen, laten adviseren door een ter zake deskundige medische of sociaal-medische adviseur die geen behandelrelatie heeft met de in het eerste lid bedoelde woningzoekende. 3. Bij indeling in de in het eerste lid bedoelde urgentiecategorie van een woningzoekende op grond van ernstige en chronische problematiek van psychische aard kunnen burgemeester en wethouders de voorwaarde opleggen dat de woningzoekende of een lid van diens huishouden psychiatrische zorg of begeleiding aanvaardt. De voorwaarde wordt dan in de urgentieverklaring vermeld. Artikel 3.2.4. Deelname aan overheidsprogramma 1. Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘deelname overheidsprogramma’ in aanmerking indien: a. de woningzoekende economisch gebonden of maatschappelijk gebonden is aan de woningmarktregio; b. burgemeester en wethouders de aanvraag om indeling in deze urgentiecategorie niet met toepassing van artikel 3.1.3 afwijzen; en, c. de woningzoekende deelneemt aan een overheidsprogramma gericht op duurzaam uitstappen waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van werk of dagbesteding buiten de seksbranche. 2.
Indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende, kan bij de indeling in de in het eerste lid bedoelde urgentiecategorie de voorwaarde opgelegd worden dat de woningzoekende voor een door burgemeester en wethouders te bepalen duur begeleiding ontvangt van een instelling in de regio indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende. Artikel 3.2.5. Vergunninghouders 1. Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘vergunninghouder’ indien: a. de woningzoekende een vergunninghouder is; en b. zijn of haar huisvesting naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt in het voorzien in de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling. 2. De woningzoekende wordt bij de verlening van de in het eerste lid bedoelde urgentieverklaring ingeschreven als woningzoekende. Artikel 3.2.6. Sociale problematiek Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘sociaal’ indien: a. aanvrager en de leden van diens huishouden economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente; b.
aanvrager naar het oordeel van burgemeester en wethouders ernstige sociale problemen heeft, dan wel naar het oordeel van burgemeester en wethouders
Huisvestingsverordening Leusden 2025
26
buiten zijn of haar eigen schuld geconfronteerd wordt met een grote achteruitgang van het huishoudinkomen; c. aanvrager als gevolg van de onder b. bedoelde omstandigheden naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijkerwijs niet anders kan, dan de huidige woonruimte binnen drie maanden te verlaten en verhuizing naar een nieuwe woonruimte in substantiële mate blijvend bijdraagt aan het wegnemen van deze problemen; en, d. aanvrager naar het oordeel van burgemeester en wethouders aantoonbaar een maximale inspanning heeft geleverd om zelf nieuwe woonruimte te vinden. Artikel 3.2.7. Relatiebeëindiging 1. Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘relatiebeëindiging’ indien: a. aanvrager zijn of haar samenwoonrelatie niet langer dan drie maanden voor het aanvragen van de urgentieverklaring heeft beëindigd; b. aanvrager en de leden van het huishouden waarmee hij of zij de nieuwe woonruimte wenst te betrekken, economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente; c. aanvrager zorg draagt voor tenminste één tot zijn of haar huishouden behorend minderjarig kind; d. beide ouders niet in de woonbehoefte van het kind kunnen voorzien; en, e. het bepaalde in het tweede lid niet aan verlening van de urgentieverklaring in de weg staat. 2.
Indien beide voormalige partners een in dit artikel bedoelde urgentieverklaring aanvragen, wordt slechts aan één van de aangevraagde urgentieverklaringen verleend: a. de urgentieverklaring wordt verleend aan de voormalige partner die voor meer dan de helft van de tijd zorgdraagt voor de in het eerste lid bedoelde minderjarige kinderen; b. indien beide voormalige partners de zorg voor de in het eerste lid bedoelde minderjarige kinderen gelijk verdelen, wordt de urgentieverklaring verleend aan de voormalige partner met het laagste inkomen. Artikel 3.2.8. Stadsvernieuwing 1. Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘stadsvernieuwing’ indien: a. de woningzoekende zijn of haar huidige, binnen de gemeente gelegen, woonruimte moet verlaten in verband met sloop of renovatie vanwege stadsvernieuwing; b. de woningzoekende zijn of haar huidige woonruimte voor onbepaalde tijd huurt van een woningcorporatie; c. het huishouden van de woningzoekende blijkens de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens in de huidige woonruimte woonachtig is; en, d. de woningcorporatie met de huurder overeenstemming heeft bereikt over een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten die tenminste gelijkwaardig is aan de tegemoetkoming op grond van het Sociaal Plan dat ten
Huisvestingsverordening Leusden 2025
27
behoeve van de wijkontwikkelingsplannen door woningcorporaties, huurdersorganisaties en burgemeester en wethouders is overeengekomen. 2. Burgemeester en wethouders verlenen de in het vorige lid bedoelde urgentieverklaring in beginsel tenminste 18 maanden voorafgaand aan de verwachte datum van sloop van de huidige woonruimte van de woningzoekende. Artikel 3.2.9. Multiproblematiek Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘stadsvernieuwing’ indien op basis van onderzoek door het Multidisciplinair Overleg Wonen geconcludeerd wordt dat: a. aanvrager en de leden van diens huishouden economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente; b. er sprake is van meervoudige problematiek (combinatie van bijvoorbeeld financiële, psychische, sociale problemen) waarbij andere woonruimte een voorwaarde is voor het oplossen van de problematiek; c. er sprake is van een ernstige ontwrichting van een duurzaam te voeren huishouden of van een situatie waarbij kinderen onaanvaardbaar ernstig in hun ontwikkeling worden belemmerd; d. en er aantoonbaar hulpverlening en begeleiding is geaccepteerd om de problematiek op te lossen. Artikel 3.2.10.
Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen bij een beslissing op een aanvraag om een urgentieverklaring afwijken van het bepaalde in artikel 3.1.2, eerste lid, of artikel 3.1.3, eerste lid, voor zover toepassing van die bepalingen gelet op de in artikel 2 van de wet genoemde belangen of gelet op het belang om dringend te voorzien in de behoefte aan woonruimte van woningzoekenden met een huisvestingsprobleem naar hun oordeel leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Hoofdstuk 4. Standplaatsen voor woonwagens Paragraaf 4.1. Huisvestingsvergunning voor standplaatsen Artikel 4.1.1. Reikwijdte van dit hoofdstuk 1. Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op binnen de gemeente gerealiseerde en nog te realiseren standplaatsen. 2. Het bepaalde in hoofdstuk 2 is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde standplaatsen. Artikel 4.1.2. Aanvullende begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. inschrijfduur: de aaneengesloten periode dat een woningzoekende is ingeschreven in het in artikel 4.3.1 bedoelde digitale platform als woningzoekende die in aanmerking wil komen voor een standplaats; b. locatie: een terrein bestemd voor één of meer standplaatsen.
Huisvestingsverordening Leusden 2025
28
Artikel 4.1.3. Vergunningplicht Het is ingevolge artikel 8 van de wet verboden een standplaats in gebruik te nemen of te geven als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend.
Paragraaf 4.2. Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning voor standplaatsen Artikel 4.2.1. Aanvraag van de huisvestingsvergunning 1. De huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders. Zij kunnen een aanvraagformulier vaststellen. 2. Bij de aanvraag worden tenminste de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, contactgegevens en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager en de leden van diens huishouden; b. de omvang van het huishouden dat de standplaats in gebruik gaat nemen; c. de beoogde datum waarop het huishouden van aanvrager de standplaats in gebruik gaat nemen; d. de naam en het adres van de verhuurder van de standplaats; en, e. de schriftelijke verklaring van de verhuurder van de standplaats dat deze bereid is de standplaats aan de aanvrager te verhuren. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in het aanvraagformulier aangeven, welke gegevens bij het indienen van de aanvraag voorts nog moeten worden verstrekt. 4. Voor het indienen of behandelen van een aanvraag om een huisvestingsvergunning worden geen leges in rekening gebracht. Artikel 4.2.2. Woningzoekenden die in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning Om in aanmerking te komen voor een huisvestingsvergunning voldoet een woningzoekende aan de volgende voorwaarden: a.
het huishouden van de woningzoekende heeft tenminste één lid dat niet minderjarig als bedoeld in artikel 233 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is; en b. de woningzoekende: i. is op het moment waarop de huisvestingsvergunning wordt aangevraagd, woonachtig op een locatie; ii. heeft eerder in een woonwagen gewoond; of iii. heeft een ouder of een grootouder die in een woonwagen woont of heeft gewoond. Artikel 4.2.3. Beslissing op de aanvraag om een huisvestingsvergunning 1. Burgemeester en wethouders beslissen tot verlening, weigering, wijziging en intrekking van de huisvestingsvergunning. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 15 van de wet weigeren burgemeester en wethouders een aangevraagde huisvestingsvergunning in ieder geval indien: a. de aanvrager gelet op artikel 10, tweede lid, van de wet of het bepaalde in artikel 4.2.2 niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt; b. de aanvrager heeft zich niet ingeschreven als woningzoekende als bedoeld in artikel 4.3.1;
Huisvestingsverordening Leusden 2025
29
c. een andere woningzoekende dan aanvrager die voor de standplaats in aanmerking wenst te komen, gelet op het bepaalde in paragraaf 4.4 eerder dan aanvrager voor verlening van de huisvestingsvergunning in aanmerking komt; of, d. de standplaats niet overeenkomstig artikel 4.3.2 is aangeboden. Artikel 4.2.4. Inhoud van de huisvestingsvergunning 1. De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: a. het adres van de standplaats waarop de vergunning betrekking heeft; b. aan wie de vergunning is verleend; c. het aantal personen dat de standplaats in gebruik neemt; en d. de voorwaarde dat de houder van de huisvestingsvergunning de standplaats binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik dient te nemen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een binnen hun gemeente werkzame woningcorporatie het mandaat verlenen om namens hen te beslissen op aanvragen om een huisvestingsvergunning. Het mandaat beperkt zich tot aanvragen die betrekking hebben op standplaatsen die verhuurd wordt door de gemandateerde woningcorporatie.
Paragraaf 4.3. Inschrijving van woningzoekenden en bekendmaken van het aanbod Artikel 4.3.1. Inschrijving van woningzoekenden 1. Woningzoekenden die in aanmerking willen komen voor een standplaats, kunnen zich inschrijven als woningzoekenden. 2. De in het eerste lid bedoelde inschrijving vindt plaats in een door burgemeester en wethouders daarvoor ingericht digitale platform. 3. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels over: a. de wijze waarop de in dit artikel bedoelde inschrijving als woningzoekende geschiedt; b. de in verband met die inschrijving gevoerde registratie van gegevens; c. de opschorting en beëindiging van die inschrijving; en, d. dat een woningzoekende die zich binnen 12 maanden nadat aan hem of haar een huisvestingsvergunning is verleend, weer in het in dit artikel bedoelde digitale platform inschrijft als woningzoekende, 75 % van zijn of haar direct voorafgaand aan verlening van de huisvestingsvergunning opgebouwde inschrijfduur behoudt. 4. De in dit artikel bedoelde inschrijving van woningzoekenden vervalt niet in de gevallen bedoeld in de artikelen 11a, 1b en 11c van de wet. Artikel 4.3.2. Bekendmaken van het aanbod 1. Standplaatsen die voor verhuur beschikbaar zijn of komen, worden minimaal drie werkdagen te huur aangeboden op het in artikel 4.3.1 bedoelde digitale platform. 2.
De in het vorige lid bedoelde bekendmaking is voor eenieder via internet toegankelijk en bevat in ieder geval: a. de huurprijs van de standplaats en de eventuele bijkomende kosten zoals servicekosten; b. het adres; c. de oppervlakte van de standplaats; Huisvestingsverordening Leusden 2025
30
d. de toepasselijke voorwaarden ten aanzien van de standplaats en eventuele bijbehorende bouwwerken; e. indien van toepassing, de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; f. een beschrijving van de wijze waarop met toepassing van de wet en deze verordening bepaald wordt, aan welke woningzoekende de huisvestingsvergunning wordt verleend; en, g. de mogelijkheid voor woningzoekenden om hun belangstelling voor te huur aangeboden standplaats kenbaar te maken. 3. De in het eerste lid genoemde termijn is de termijn bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet.
Paragraaf 4.4. Volgorde waarin woningzoekenden voor een standplaats in aanmerking komen Artikel 4.4.1. Voorrang vanwege economische en maatschappelijke gebondenheid 1. Bij de verlening van huisvestingsvergunningen kan voorrang verleend worden aan woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente. 2. Toepassing van de in het vorige lid bedoelde voorrang blijft achterwege indien verlening van een huisvestingsvergunning tot gevolg zou hebben dat meer dan 50 % van de huisvestingsvergunningen met voorrang zouden worden verleend aan woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn. Artikel 4.4.2. Algemene volgordebepaling 1. Indien bij het verlenen van een huisvestingsvergunning op grond van artikel 4.4.1 voorrang wordt gegeven, komen achtereenvolgens voor de huisvestingsvergunning in aanmerking: a. woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4.4.1; b. de overige woningzoekenden. 2. Indien op grond van het vorige lid meerdere woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, komen achtereenvolgens voor een huisvestingsvergunning in aanmerking: a.
kinderen en kleinkinderen van de bewoner die de standplaats achterlaat, voor zover zij bij de bewoner woonachtig waren op het moment dat die de standplaats achterliet; b. bewoners van andere standplaatsen op de locatie waarop de standplaats gelegen is; c. bewoners van andere locaties binnen de gemeente Leusden; d. woningzoekenden die op enig moment gewoond hebben op de locatie waarop de standplaats gelegen is en woningzoekenden van wie de ouders of grootouders op enig moment gewoond hebben op die locatie; e. woningzoekenden die op enig moment gewoond hebben op een andere locatie binnen de gemeente Leusden en woningzoekenden van wie de ouders of
Huisvestingsverordening Leusden 2025
31
grootouders gewoond hebben op een andere locatie binnen de gemeente Leusden; f. woningzoekenden die op enig moment gewoond hebben op een locatie in de woningmarktregio en woningzoekenden van wie de ouders of grootouders gewoond hebben op een locatie binnen de woningmarktregio; g. overige woningzoekenden. Artikel 4.4.3. Specifieke volgordebepaling Indien gelet op artikel 4.4.2 meerdere woningzoekenden in gelijke mate in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de volgorde waarin zij voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komen, bepaald op basis van hun inschrijfduur. Daarbij komt de woningzoekende met de langste inschrijfduur als eerste in aanmerking en de woningzoekende met de kortste inschrijfduur als laatste.
Hoofstuk 5. Overige bepalingen Paragraaf 5.1. Bestuurlijke boete Artikel 5.1.1. Bestuurlijke boete 1. Overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8 van de wet kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2. De in het vorige lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt: a. voor overtredingen van het verbod bedoeld in artikel 8, eerste lid, €515; b. voor overtredingen van het verbod bedoeld in artikel 8, tweede lid, €25.750. 3. In afwijking van het vorige lid, onder b, bedraagt de bestuurlijke boete voor een overtreding van het verbod bedoeld in artikel 8, tweede lid, €103.000 indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan een constatering door een toezichthouder van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.
Paragraaf 5.2. Slotbepalingen Artikel 5.2.1. Overgangsrecht huisvestingsvergunning en urgentieverklaring 1. Indien op het moment waarop deze verordening in werking treedt nog niet besloten is op een voorafgaand aan dat moment ingediende aanvraag om een huisvestingsvergunning of een aanvraag om een urgentieverklaring, wordt op die aanvraag beslist overeenkomstig het bepaalde in deze verordening. 2. Indien op het moment waarop deze verordening in werking treedt: a. nog niet besloten is op een bezwaar dat voorafgaand aan dat moment is ingesteld tegen een besluit op een aanvraag om een huisvestingsvergunning of een aanvraag om urgentieverklaring, wordt op dat bezwaar beslist met toepassing van het recht zoals dat gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening;
Huisvestingsverordening Leusden 2025
32
b. een beroep of hoger beroep is ingesteld tegen een besluit op een aanvraag om een huisvestingsvergunning of een aanvraag om een urgentieverklaring, blijft het recht van toepassing zoals dat gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening 3. Urgentieverklaringen die zijn afgegeven voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van deze verordening, zijn gelijkgesteld met urgentieverklaringen die zijn afgegeven met toepassing van deze verordening. Artikel 5.2.2. Intrekking vorige huisvestingsverordening De Urgentieverordening huisvesting Leusden 2023 wordt ingetrokken. Artikel 5.3.3. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening Leusden 2025. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die waarop zij is bekendgemaakt. 3. Deze verordening vervalt vier jaar na het tijdstip van haar inwerkingtreding.
Huisvestingsverordening Leusden 2025
33
Bijlage 1 Woningen die buiten de reikwijdte van de huisvestingsverordening vallen zijn opgenomen in onderstaande tabel. Dit zijn woningen waarbij toewijzing buiten de regels van de verordening om wenselijk is. Naam complex De Grasboom Hendrik van Viandenstraat 15
Huisvestingsverordening Leusden 2025
Kern Leusden Achterveld
34