CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpomgevingsvergunning

Raadsvergadering 28 september 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Afgeven verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning paardenstal Rinboomweg te Haelen12.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ontwerp OMGEVINGSVERGUNNING Beschikking van burgemeester en wethouders van Leudal op de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van en bouwwerk (vervangen van een schuilgelegenheid voor paarden). Naam aanvrager:

B. Jansen

Adres aanvrager:

Stationsplein 20 6081 AJ Haelen

Ontvangen op:

25 september 2020

Adres activiteit(en): Kadastrale gemeente:

Stationsplein 20 in Haelen Haelen, sectie C, nr. 682

Registratienummer OLO:

4948075

Dossiernummer:

WABO-2020-115

Beschikking Wij besluiten de gevraagde omgevingsvergunning onder de genoemde voorschriften te verlenen. Hierbij hebben wij de overwegingen gemaakt zoals opgesomd in de bijlage ‘overwegingen’. De door ons bijgevoegde en gewaarmerkte documenten maken deel uit van deze omgevingsvergunning. Dit besluit nemen wij op basis van de paragrafen 2.1 en 2.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Activiteiten: Deze omgevingsvergunning betreft de activiteit(en):  het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1.1.a Wabo);  het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (artikel 2.1.1.c Wabo); Procedure De omgevingsvergunning is met de uitgebreide procedure voorbereid zoals omschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Ondertekening Heythuysen, ……………………………. 2021 Hoogachtend, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN LEUDAL De gemeentesecretaris, De burgemeester,

mr. drs. J.J.Th.L. Geraedts

D.H. Schmalschläger

Datum

12 augustus 2021

Ons kenmerk

WABO-2020-115

Pagina

2 van 10

Bijlagen:  procedureel;  overwegingen;  voorschriften;  zienswijzen en standpunten;  informatie over beroep;  raadsbesluit d.d. 29 september 2021 tot verlening van een ontwerp- en een definitieve verklaring van geen bedenkingen.

Datum

12 augustus 2021

Ons kenmerk

WABO-2020-115

Pagina

3 van 10

Bijlage: PROCEDUREEL Bevoegd gezag Wij zijn het bevoegd gezag om de omgevingsvergunning te verlenen. Dit maken wij op uit bovenstaande projectbeschrijving en uit het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Ontvankelijkheid Er zijn regels die beschrijven op welke manier en met welke bijlagen u een aanvraag om omgevingsvergunning moet indienen zodat deze volledig is (artikel 2.8 van de Wabo). Uw aanvraag voldeed niet aan de hierin genoemde indieningsvereisten. Met onze brief van 21 januari 2021 hebben wij u gevraagd om de ontbrekende gegevens voor 17 februari 2021 aan te leveren. U heeft deze gegevens op 13 juli 2021 aangevuld. De aanvraag met de aanvulling bevat voldoende informatie en is daarom in behandeling genomen. Wet natuurbescherming (Wnb) Uw aanvraag of verzoek is getoetst aan de Beleidsregel categorieën stikstofdepositieberekeningen waarbij is gebleken dat geen stikstofdepositieberekening hoeft te worden ingediend. Wij hebben uw aanvraag of verzoek beoordeeld op de uitstoot van stikstofdepositie en de eventuele effecten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Uit de door u ingediende gegevens blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie op deze gebieden waardoor het onderdeel natuur geen belemmering vormt om de omgevingsvergunning te verlenen.

Mocht er een zienswijze of bezwaar worden ingediend met betrekking tot het onderwerp stikstof, dan verplichten wij u alsnog een stikstofdepositieberekening in te dienen. Als vervolgens blijkt dat sprake is van stikstofdepositie op een van de omliggende Natura 2000gebieden, dan verzoeken wij u uw project aan te passen of een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Verklaring van geen bedenkingen Op grond van artikel 2.27 Wabo wijst het Bor of een bijzondere wet categorieën van gevallen aan waarvoor geldt, dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend, dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard, dat het daartegen geen bedenkingen heeft. In artikel 5.6, lid 1 Bor is bepaald dat een omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de wet wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening, niet wordt verleend dan nadat de gemeenteraad van de gemeente waar het project geheel of in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. Ingevolge lid 3 van genoemd artikel 5.6 kan de gemeenteraad categorieën gevallen aanwijzen waarin een verklaring niet is vereist. Bij besluit van 25 september 2018 heeft de gemeenteraad van Leudal categorieën van gevallen aangewezen, waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist.

Uw (bouw)plan valt niet onder een van de in dit raadsbesluit genoemde categorieën. Dit betekent dat de gevraagde omgevingsvergunning uitsluitend kan worden verleend nadat de gemeenteraad de vereiste verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. Bij besluit van 29 september 2021 heeft de raad voor uw plan een ontwerp verklaring van geen bedenkingen afgegeven zoals bedoeld in artikel 2.27 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in samenhang met artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht. Daarbij heeft de raad op voorhand ook een definitieve verklaring van geen bedenkingen afgegeven, indien naar aanleiding van de terinzagelegging van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen en van de

Datum

12 augustus 2021

Ons kenmerk

WABO-2020-115

Pagina

4 van 10

ontwerp omgevingsvergunning geen zienswijzen worden ontvangen en de omgevingsvergunning niet wijzigt ten opzichte van de ontwerp omgevingsvergunning Zienswijzen Vanaf PM tot en met PM heeft het ontwerpbesluit van deze vergunning, samen met de ontwerp verklaring van de gemeenteraad, ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen tegen beide ontwerp besluiten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. of Tegen het ontwerpbesluit van deze vergunning zijn zienswijzen ingediend. Ons standpunt over deze zienswijzen is als bijlage ‘zienswijzen en standpunten’ bijgevoegd.

Datum

12 augustus 2021

Ons kenmerk

WABO-2020-115

Pagina

5 van 10

Bijlage: OVERWEGINGEN De overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen leest u hieronder. Het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1.1.a Wabo): Welstand De commissie ruimtelijke kwaliteit heeft op 9 juli 2020 een positief advies uitgebracht over het plan. Het plan voldoet aan de criteria van de welstandsnota Leudal en voldoet hiermee aan redelijke eisen van welstand. Wij nemen het advies van de commissie over. Bouwbesluit en Bouwverordening Met uw aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat het plan voldoet aan het Bouwbesluit 2012 en aan de gemeentelijke Bouwverordening. Archeologie Het besluitgebied is gelegen binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie-5’. Binnen deze dubbelbestemming is een archeologisch onderzoek niet vereist als de verstoring zich beperkt tot 40 cm onder het oppervlak en de grootte van de bodemingreep kleiner is dan 1.000 m². Omdat in dit geval het plaatsen van de paardenstal in de vorm van (aangepaste) zeecontainers niet leidt tot een verstoring van de bodem, is voor uw activiteit op grond van het bestemmingsplan geen archeologisch onderzoek vereist. Bodemverontreiniging Voor het bouwen van een bouwwerk is volgens artikel 8, lid 3 van de Woningwet geen onderzoek naar de verontreiniging van de bodem vereist omdat er geen sprake is van een bouwwerk waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven.

Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (artikel 2.1.1.c Wabo): Bestemmingsplan Het plan is gesitueerd in het bestemmingsplan ‘Woonkernen Leudal 2017’. Het perceel heeft de bestemming ‘Agrarisch’ en is tevens bestemd tot ‘Waarde – Archeologie-5’ (dubbelbestemming). Het plan is in strijd met artikel 3, lid 3.2.1, aanhef en onder a van het bestemmingsplan omdat gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen een bouwvlak en voor deze locatie geen bouwvlak is opgenomen op de verbeelding. Artikel 2.12, lid 1a, sub 3 van de Wabo geeft ons de mogelijkheid van het bestemmingsplan af te wijken indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Voor deze aanvraag is een goede ruimtelijke onderbouwing aangeleverd. Deze is geregistreerd onder IDN: NL.IMRO.1640.OV21HnStations20-ON01, welke tevens als bijlage bij dit besluit is gevoegd en geacht wordt onderdeel uit te maken dit besluit. Uit deze ruimtelijke onderbouwing blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hiermee kunnen wij met toepassing van artikel 2.12, lid 1, 3° van de Wabo voor uw activiteit afwijken van het bestemmingsplan. Zienswijzen Tegen het ontwerpbesluit zijn geen zienswijzen ingediend. Ons standpunt over deze zienswijzen is als bijlage ‘zienswijzen en standpunten’ bijgevoegd.

Dit standpunt maakt onderdeel uit van deze beschikking en moet u beschouwen als hier herhaald en ingelast.

Datum

12 augustus 2021

Ons kenmerk

WABO-2020-115

Pagina

6 van 10

Bijlage: VOORSCHRIFTEN Algemeen  u geeft uitvoering aan de activiteiten zoals omschreven in deze vergunning met bijlagen en de bijbehorende stukken;  de vergunning met bijlagen en bijbehorende stukken zijn aanwezig bij de uitvoering van de activiteiten. Alleen de door de gemeente goedgekeurde en gewaarmerkte exemplaren zijn geldig. Bouwen (artikel 2.1.1.a Wabo):  ten aanzien van de constructieve gegevens is het bouwplan op hoofdlijnen getoetst. De gedetailleerde constructieve gegevens dienen uiterlijk drie weken voor de aanvang van het desbetreffende onderdeel van het werk aan Team Vergunningen, Toezicht en Handhaving te worden overgelegd. Met de uitvoering van de desbetreffende en daarmee samenhangende onderdelen mag niet worden begonnen, voordat de constructieve tekeningen en berekeningen door Team Vergunningen, Toezicht en Handhaving zijn gezien;  na verlening van de vergunning dienen de 2 containers binnen 3 maanden omkleed te zijn met de aangegeven gevel en afdekkingsmaterialen. Uitvoering van werkzaamheden Melden einde bouwwerkzaamheden U heeft het (bouw)plan reeds geheel of gedeeltelijk gerealiseerd. U dient ons direct te laften weten dat u klaar bent met de bouwwerkzaamheden, inclusief het bekleden van de gevels met houten rabatdelen. Daarvoor levert u het formulier bij dit informatieblad bij ons in ter attentie van het Team Vergunningen, Toezicht en Handhaving.

Houtopstand vellen (kap) U mag geen bomen kappen en dergelijke in het broedseizoen van vogels (tussen 15 maart en 15 juli). Dit staat in de Wet natuurbescherming. Heeft u vragen hierover? Neem dan contact op met Team Vergunningen, Toezicht en Handhaving via telefoonnummer (0475) 85 90 00. Bronnering Als een bronbemaling noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden neemt u contact op met het Waterschap Limburg via telefoonnummer (088) 88 90 100 of via info@waterschaplimburg.nl Klic-melding Voert u mechanische grondwerkzaamheden uit? Ga dan na of hierdoor schade aan een kabel of leiding kan ontstaan. U moet daarvoor in ieder geval tekeningen hebben waarop de kabels en leidingen staan. Laat ook een zogenaamde klic-melding doen. Dit kan telefonisch via (0800) 0080 of via www.kadaster.nl/klic Graven Vindt u, of degene die graafwerkzaamheden uitvoert, een zaak, waarvan u weet of zou kunnen vermoeden dat het een monumentale vondst is (in roerende of onroerende zin), meldt dit dan zo spoedig mogelijk bij de gemeente. Meld dit tevens bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Gebruik openbare ruimte De openbare ruimte (trottoir, groenstrook en straat) moet vrij blijven van obstakels zoals bouwmaterialen, containers en bouwhekken. Dit om gevaar en hinder te voorkomen.

Wanneer u toch gebruik wil maken van de openbare ruimte meldt u dit bij Burgerbedrijvenplein Ruimtelijke Omgeving (BBP RO). Neem hiervoor contact op via telefoonnummer (0475) 85 90 00.

Datum

12 augustus 2021

Ons kenmerk

WABO-2020-115

Pagina

7 van 10

Aansluiting op riolering Als u een aansluiting moet maken op het openbaar rioleringsstelsel neemt u contact op met Team Vergunningen, Toezicht en Handhaving. U ontvangt dan een overzichtstekening waarop een aansluitpunt is aangegeven waarop u uw rioolstelsel kunt aansluiten. Nadat de aansluiting gerealiseerd is en voordat u deze afdekt met grond meldt u dit eerst weer bij het Team Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Zij kunnen de aansluiting eventueel controleren. Afdeling Ruimte is bereikbaar via telefoonnummer (0475) 85 90 00. Aansluitingen van elektra, gas, water en communicatie Voor aansluitingen van electra, gas en communicatie, kunt u contact opnemen met de Stichting Synfra, via www.synfra.nl Bouwafval Let u erop dat u het bouwafval scheidt. In ieder geval bent u verplicht chemisch en milieuschadelijk afval te scheiden van overige bouw- en sloopafval op de bouwplaats. Regels hiervoor vindt u in het Bouwbesluit. Rechten van anderen U mag de rechten van anderen niet benadelen. Die rechten staan in boek 5, titel 4, van het Burgerlijk Wetboek. Het kan zijn dat u uw omgevingsvergunning niet kunt gebruiken door de rechten van anderen. Ingebruikname Vóór ingebruikname moet er een eindcontrole plaatsvinden door Team Vergunningen, Toezicht en Handhaving. U dient hiervoor tijdig een afspraak te maken met de bouwinspecteur.

Bouwen op eigen risico Begint u met bouwen binnen zes weken nadat de vergunning aan u is verstuurd, dan is dat altijd op eigen risico. Er kan namelijk een verzoek om voorlopige voorziening ingediend worden bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. Deze voorzieningenrechter kan de vergunning (tijdelijk) schorsen of zelfs vernietigen. Dit houdt in beide gevallen in dat u niet verder kunt bouwen. Het is in de praktijk dus aan te bevelen deze termijn af te wachten. Toezicht en handhaving  Bouwt u anders dan in uw omgevingsvergunning staat?  Bouwt u in strijd met de voorwaarden van uw omgevingsvergunning? Dan kan onze bouwinspecteur de bouw of een deel daarvan stilleggen. Dat betekent dat u direct moet stoppen met alle bouwwerkzaamheden. U mag pas verder bouwen na toestemming van Team Vergunningen, Toezicht en Handhaving.

Datum

12 augustus 2021

Ons kenmerk

WABO-2020-115

Pagina

8 van 10

Bijlage: ZIENSWIJZEN EN STANDPUNTEN

Datum

12 augustus 2021

Ons kenmerk

WABO-2020-115

Pagina

9 van 10

Bijlage: INFORMATIE OVER BEROEP Rechtskracht besluit Begint u met uw activiteit binnen zes weken nadat de vergunning aan u is verstuurd, dan is dat altijd op eigen risico. Er kan namelijk een verzoek om voorlopige voorziening ingediend worden bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. Deze voorzieningenrechter kan de vergunning (tijdelijk) schorsen of zelfs vernietigen. Dit houdt in beide gevallen in dat u niet verder kunt gaan met uw activiteit. Het is in de praktijk dus aan te bevelen deze termijn af te wachten. Ingang beroepstermijn De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken en vangt aan na de bekendmaking. Dit is de dag na de dag waarop de vergunning op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Niet eens met het besluit? Als u het niet eens bent met dit besluit, kunt u beroep instellen bij de rechtbank in Roermond. Dat kan met een brief of digitaal: Schriftelijk: Rechtbank Limburg Sector Bestuursrecht Postbus 950 6040 AZ ROERMOND Digitaal: Via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht Hiervoor moet u wel een elektronische handtekening (DigiD) hebben. De voorwaarden vindt u op deze website. Zorgt u ervoor dat u het beroepschrift indient binnen zes weken na de datum van bekendmaking van het besluit. Daarmee voorkomt u dat de rechtbank uw beroepschrift niet meer kan behandelen.

Schrijf in uw beroepschrift in elk geval:  uw naam, adres, datum en handtekening;  een omschrijving van het besluit waar het beroepschrift tegen gericht is (stuur een kopie van het besluit mee);  de reden waarom u beroep instelt. Spoed Is uw beroep zo spoedeisend dat u de behandeling van uw beroepschrift niet kunt afwachten? Dan kunt u bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg een voorlopige voorziening aanvragen. Dat is een voorlopige beslissing om een handeling uit te stellen of juist door te laten gaan. Een voorlopige voorziening kunt u met een brief of digitaal aanvragen: Schriftelijk: De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg Sector Bestuursrecht Postbus 950 6040 AZ ROERMOND Digitaal: Via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht Hiervoor moet u wel een elektronische handtekening (DigiD) hebben. De voorwaarden vindt u op deze website.

Datum

12 augustus 2021

Ons kenmerk

WABO-2020-115

Pagina

10 van 10

Burgerlijk wetboek In het Burgerlijk Wetboek (boek 5, titel 4) staan rechten en plichten van burgers vermeld. Wij wijzen u erop dat er rechten van derden worden genoemd, die er mogelijk voor zorgen dat u geen gebruik kunt maken van uw omgevingsvergunning.

Gegevens bevoegd gezag Referentienummer

Formulierversie 2020.01

Datum ontvangst

Aanvraaggegevens Ingediende aanvraag/melding Aanvraagnummer

4948075

Aanvraagnaam

Paardenweide

Uw referentiecode

SLM006947

Ingediend op

25-09-2020

Soort procedure

Onbekend

Projectomschrijving

In opdracht van de heer B. Jansen wordt een aanvraag ingediend voor het afwijken van het bestemmingsplan in verband met het vervangen van de schuilgelegenheid voor paarden. Tevens wordt een aanvraag voor een bouwvergunning voor de schuilgelegenheid ingediend.

Opmerking

-

Gefaseerd

Nee

Blokkerende onderdelen weglaten

Ja

Persoonsgegevens openbaar maken

Nee

Kosten openbaar maken

Nee

Bijlagen die later komen

geen

Bijlagen n.v.t. of al bekend

geen

Bevoegd gezag Naam:

Gemeente Leudal

Bezoekadres:

Leudalplein 1 6093 HE Heythuysen

Postadres:

Postbus 3008 6093 ZG Heythuysen

Telefoonnummer:

0475 859000

Faxnummer:

0475 859922

E-mailadres:

info@leudal.nl

Website:

www.leudal.nl

Contactpersoon:

Gemeente Leudal

Bereikbaar op:

9.00 t/m 17.00 uur, vrijdag 9.00 t/m 13.00 uur

Datum aanvraag: 25 september 2020 Aanvraagnummer: 4948075

Pagina 1 van2

Overzicht bijgevoegde modulebladen

Aanvraaggegevens Aanvragergegevens Locatie van de werkzaamheden Werkzaamheden en onderdelen Bijbehorend bouwwerk bouwen • Bouwen Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening • Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Bijlagen Kosten

Datum aanvraag: 25 september 2020 Aanvraagnummer: 4948075

Pagina 2 van2

Aanvrager

Formulierversie 2020.01 1

Persoonsgegevens aanvrager/melder

Geslacht

2

3

Man Vrouw Niet bekend

Voorletters

B.

Voorvoegsels

-

Achternaam

Janssen

Verblijfsadres

Postcode

6081AJ

Huisnummer

20

Huisletter

-

Huisnummertoevoeging

-

Straatnaam

Stationsplein

Woonplaats

Haelen

Correspondentieadres

Adres

Stationsplein 20 6081AJ Haelen

4

Contactgegevens

Telefoonnummer

0031 6 53 40 32 18

E-mailadres

bart.jansen@bjevents.eu

Datum aanvraag: 25 september 2020 Aanvraagnummer: 4948075

Pagina 1 van1

Gemachtigde bedrijf

Formulierversie 2020.01 1

2

Bedrijf

KvK-nummer

30152124

Vestigingsnummer

000017715474

(Statutaire) naam

Lievense Milieu B.V.

Handelsnaam

Lievense Milieu B.V.

Contactpersoon

Geslacht

3

4

Man Vrouw

Voorletters

D.

Voorvoegsels

-

Achternaam

Boer

Functie

Jurist

Vestigingsadres bedrijf

Postcode

6229GS

Huisnummer

50

Huisletter

-

Huisnummertoevoeging

-

Straatnaam

Gaetano Martinolaan

Woonplaats

Maastricht

Correspondentieadres

Adres

Gaetano Martinolaan 50 6229GS Maastricht

5

Contactgegevens

Telefoonnummer

0622925225

Faxnummer

-

E-mailadres

FVanweert@Lievense.com

Datum aanvraag: 25 september 2020 Aanvraagnummer: 4948075

Pagina 1 van2

6

Akkoordverklaring

Akkoordverklaring

Datum aanvraag: 25 september 2020 Aanvraagnummer: 4948075

Hierbij verklaar ik dat ik de aanvraag/melding naar waarheid heb ingevuld, dat ik correspondentie over mijn aanvraag/melding wil ontvangen op het door mij opgegeven e-mailadres of op het door mij opgegeven adres van de berichtenbox en dat ik weet dat er kosten verbonden kunnen zijn aan het indienen van een aanvraag.

Pagina 2 van2

Locatie

Formulierversie 2020.01 1

Kadastraal perceelnummer

Burgerlijke gemeente

Leudal

Kadastrale gemeente

Haelen

Kadastrale sectie

C

Kadastraal perceelnummer

682

Bouwplannaam

-

Bouwnummer

-

Gelden de werkzaamheden in deze aanvraag/melding voor meerdere adressen of percelen? 2

Ja Nee

Eigendomssituatie

Eigendomssituatie van het perceel

Datum aanvraag: 25 september 2020 Aanvraagnummer: 4948075

U bent eigenaar van het perceel U bent erfpachter van het perceel U bent huurder van het perceel Anders

Pagina 1 van1

Bouwen

Formulierversie 2020.01

Bijbehorend bouwwerk bouwen

1

Woning

Gaat het om de bouw van één of meer woningen? 2

Ja Nee

De bouwwerkzaamheden

Wat is er op het bouwwerk van toepassing? Eventuele toelichting

Het wordt geheel vervangen Het wordt gedeeltelijk vervangen Het wordt nieuw geplaatst Het betreft het vervangen van een schuilgelegenheid voor paarden.

Hebt u voor deze bouwwerkzaamheden al eerder een vergunning aangevraagd? 3

Plaats van het bouwwerk

Waar gaat u bouwen? 4

Ja Nee

Terrein

Bruto vloeroppervlakte bouwwerk

Verandert de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk door de bouwwerkzaamheden?

5

Ja Nee

Wat is de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk in m2 voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

46

Wat is de bruto vloeroppervlakte van het bouwwerk in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

323

Bruto inhoud bouwwerk

Verandert de bruto inhoud van het bouwwerk door de bouwwerkzaamheden?

Ja Nee

Wat is de bruto inhoud van het bouwwerk in m3 voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

137

Wat is de bruto inhoud van het bouwwerk in m3 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

85

Datum aanvraag: 25 september 2020 Aanvraagnummer: 4948075

Bevoegd gezag: Gemeente Leudal

Pagina 1 van3

6

Oppervlakte bebouwd terrein

Verandert de bebouwde oppervlakte van het terrein na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

7

8

9

Ja Nee

Wat is de bebouwde oppervlakte van het terrein in m2 voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

46

Wat is de bebouwde oppervlakte van het terrein in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

33

Seizoensgebonden en tijdelijke bouwwerken

Gaat het om een seizoensgebonden bouwwerk?

Ja Nee

Gaat het om een tijdelijk bouwwerk?

Ja Nee

Gebruik

Waar gebruikt u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor?

Wonen Overige gebruiksfuncties

Geef aan waar u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor gebruikt.

Schuilgelegenheid paarden

Waar gaat u het bouwwerk voor gebruiken?

Wonen Overige gebruiksfuncties

Geef aan waar u het bouwwerk voor gaat gebruiken.

Schuilgelegenheid paarden

Gebruiksfuncties

In onderstaande tabel staan in de eerste kolom mogelijke gebruiksfuncties die in een bouwwerk kunnen voorkomen. Vul voor alle gebruiksfuncties die voor u van toepassing zijn het aantal personen, de totale gebruiksoppervlakte en de totale vloeroppervlakte van het verblijfsgebied in m2 in hele getallen in. Gebruiksfunctie

Aantal personen

Gebruiksoppervlakte (m2)

0

33

Verblijfsoppervlakte (m2)

Bijeenkomst Cel Gezondheidszorg Industrie Kantoor Logies Onderwijs Sport Winkel Overige gebruiksfuncties

10 Uiterlijk bouwwerk/welstand

Beschrijf van de onderstaande onderdelen de materialen en kleuren die u voor het bouwwerk gebruikt. U mag het veld leeg laten als u materialen en kleuren in de bijlagen vermeldt

Datum aanvraag: 25 september 2020 Aanvraagnummer: 4948075

Bevoegd gezag: Gemeente Leudal

Pagina 2 van3

Onderdelen

Materiaal

Kleur

Gevels

metaal

groen

metaal

groen

metaal

groen

- Plint gebouw - Gevelbekleding - Borstweringen - Voegwerk Kozijnen - Ramen - Deuren - Luiken Dakgoten en boeidelen Dakbedekking

Vul hier overige onderdelen en bijbehorende materialen en kleuren in.

Het betreft groene zeecontainters

11 Mondeling toelichten

Ik wil mijn bouwplan mondeling toelichten voor de welstandscommissie/ stadsbouwmeester.

Datum aanvraag: 25 september 2020 Aanvraagnummer: 4948075

Ja Nee

Bevoegd gezag: Gemeente Leudal

Pagina 3 van3

Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening

Formulierversie 2020.01 1

Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening

Met welke regels voor ruimtelijke ordening zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd?

Bestemmingsplan Beheersverordening Exploitatieplan Regels op grond van de provinciale verordening Regels op grond van een AMvB Regels van het voorbereidingsbesluit

Beschrijf hoe en in welke mate de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met de regels voor ruimtelijke ordening.

Bouwvlak is niet ingetekend

Beschrijf het huidige gebruik van de gronden of het bouwwerk.

weiland (privé gebruik)

Beschrijf het beoogde gebruik van de gronden of het bouwwerk.

paardenschuilplaats (privé gebruik)

Beschrijf de gevolgen van het beoogde gebruik voor de ruimtelijke ordening.

zie ruimtelijke onderbouwing

Is het beoogde gebruik tijdelijk van aard?

Ja Nee

Hebt u een rapport nodig waarin de archeologische waarde van het terrein dat zal worden verstoord in voldoende mate is vastgelegd?

Ja Nee

Wordt er afgeweken van het exploitatieplan?

Ja Nee

Datum aanvraag: 25 september 2020 Aanvraagnummer: 4948075

Bevoegd gezag: Gemeente Leudal

Pagina 1 van1

Formulierversie 2020.01

Bijlagen Formele bijlagen Naam bijlage

Bestandsnaam

Type

Datum ingediend

Status document

getekende_machting_paardenstal_pdf

getekende machting paardenstal.pdf

Anders

2020-09-25

In behandeling

aanpassen_plan_ruimtelijke_kwaliteit_pdf

SLM006947.B001 aanpassen plan ruimtelijke kwaliteit.pdf

Welstand

2020-09-25

In behandeling

947_RO001_Jansen_prive_definitief_V3_pdf

SLM006947.RO001.Jansen prive definitief_V3.pdf

Gegevens Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening

2020-09-25

In behandeling

nstal_Bart_Janssen_Haelen-B01--200706_pdf

2006 - Paardenstal Bart Janssen HaelenB01-200706.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen

2020-09-25

In behandeling

eindadvies_conceptaanvraag-28aug2020_pdf

C-eindadvies conceptaanvraag-28aug2020.pdf

Welstand

2020-09-25

In behandeling

enstal_Bart_Jansen_Haelen-S01--200706_pdf

2006 - Paardenstal Bart Jansen HaelenS01-200706.pdf

Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen bouwen

2020-09-25

In behandeling

Datum aanvraag: 25 september 2020 Aanvraagnummer: 4948075

Pagina 1 van1

Formulierversie 2020.01

Kosten Bouwen Bijbehorend bouwwerk bouwen Wat zijn de geschatte kosten in 0 euro's (exclusief BTW)?

Projectkosten Wat zijn de geschatte kosten voor het totale project in euro's (exclusief BTW)?

Datum aanvraag: 25 september 2020 Aanvraagnummer: 4948075

8500

Pagina 1 van1

Ruimtelijke Onderbouwing Vervangen schuilgelegenheid paarden

Opdrachtgever: B. Jansen

Organisatie

Telefoon

Projectnummer

Lievense Milieu B.V.

+31 (0)88 910 20 00

SLM006947.RO001.DB

Adres

Datum

Versie

Gaetano Martinolaan 50 6229 GS Maastricht

2 maart 2021

04.1

Colofon

Contactgegevens Dr. Franci Vanweert 06 22 92 52 25 FVanweert@lievense.com

Autorisatie Projectnummer

Versie

Status

SLM006947.RO001.Jansen privé

04.1

definitief

Paraaf

Opgesteld door

Functie

Datum

Dilly Boer

Jurist omgevingsrecht

21 februari 2020

Raymond Bouman

Adviseur Stedelijke

24 september 2020 (v3)

ontwikkeling

2 februari 2021(v4.1)

Geverifieerd door

Functie

Datum

Franci Vanweert

Senior consultant

2 maart 2021

Akkoord projectleider

Functie

Datum

Franci Vanweert

Senior Consultant

2 maart 2021

2/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

Paraaf

Paraaf

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 7

2

Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Beoogde ontwikkeling

8 8 8

3

Relevant beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie infrastructuur en ruimte 3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening - Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan 2014 3.2.2 Provinciale Omgevingsvisie (ontwerp augustus 2020) 3.2.3 Geconsolideerde versie (GC08) van de Omgevingsverordening Limburg 2014 3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regiovisie 2008 – 2028: Het oog van Midden-Limburg 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.3 Welstandsnota

10 10 10 10 11 11 12

4

Sectorale aspecten 4.1 Geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid 4.2 Bodem, archeologie, cultuurhistorie 4.3 Milieuaspecten hobbymatig houden van paarden 4.4 Water 4.5 Ecologie 4.6 Verkeer en parkeren 4.7 Milieu Effect Rapportage

20 20 20 20 21 21 22 22

5

Uitvoerbaarheid 5.1 Kostenverhaal 5.2 Economische uitvoerbaarheid 5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid - omgevingsdialoog 5.4 Procedure 5.5 Belangenafweging

23 23 23 23 24 24

Overzicht bijlage(n) Bijlage 1

3/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

14 15 15 15 19

- Fotobijlage

4/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

De heer B. Jansen, Stationsplein 20 in Haelen, gemeente Leudal heeft het perceel kadastraal bekend als HLN02 C 682 in Haelen, Rinboomweg ongenummerd, aangekocht om zijn paarden daar te weiden. De schuilplaatsen worden gerealiseerd op een weiland dat in privé-eigendom is en dat nadrukkelijk géén onderdeel van de inrichting van het naastgelegen BJ Events (enkel het correspondentieadres is gelijk). Op het perceel staat een dierenverblijf in zeer slechte staat. De heer Jansen wil de bestaande bouwvallige stal vervangen door twee paardenschuilplaatsen van beperkte omvang welke geschikt zijn voor maximaal 5 paarden. Het perceel ligt in het bestemmingsplan ‘Woonkernen Leudal 2017’ en heeft de bestemming ‘Agrarisch’. De schuilplaatsen worden beschouwd als een gebouw (elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, artikel 1.54 vigerend bestemmingsplan). Gebouwen mogen volgens de planregels (artikel 3) alleen binnen een bouwvlak worden gebouwd. Op het perceel is geen bouwvlak aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling past niet in het vigerende bestemmingsplan. Door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan wordt de ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt. 1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de rand van de woonkern Haelen. Ten noorden van het perceel ligt de Rinboomweg. Ten zuiden van het perceel ligt het bedrijfsterrein van BJ Events.

Figuur 1-1 luchtfoto met rood omlijnd het plangebied (perceel)

5/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Figuur 1-2 uitsnede verbeelding bestemmingsplan Woonkernen Leudal 2017

Het perceel ligt in het bestemmingsplan Woonkernen Leudal 2017 en heeft daarin de bestemming Agrarisch. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor de uitoefening van een volwaardig agrarisch bedrijf binnen een bouwvlak, agrarisch grondgebruik enz. Gebouwen en overkappingen mogen alleen binnen een bouwvlak worden gebouwd. Het gebruik van de gronden voor het beweiden van eigen paarden is een vorm van agrarisch grondgebruik en daarmee in overeenstemming met het bestemmingsplan. Op het perceel is geen bouwvlak ingetekend. Het oprichten van gebouwen is daardoor niet rechtstreeks toegestaan. Het bestemmingsplan biedt ook geen andere – binnenplanse – mogelijkheden om de schuilplaatsen te vergunnen. In artikel 3.4.5 is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het oprichten van schuilgelegenheden buiten een bouwvlak, maar de voorwaarden die hieraan zijn verbonden maken dat dit geen optie is (maximaal 3 wanden). De twee schuilplaatsen worden tegen de zuidelijke erfgrens van het perceel geplaatst, binnen de aanduiding ‘veiligheidszone – plasbrandaandachtsgebied’. Binnen deze zone mogen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden opgericht. Een dierenverblijf valt hier niet onder. De aanvraag om omgevingsvergunning omvat daarom naast de activiteiten ‘bouwen’ (oprichten van de twee schuilplaatsen) ook de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’.

Bij een dergelijke aanvraag hoort een ‘Goede Ruimtelijke Onderbouwing’; dit document bevat deze onderbouwing.

6/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

1.4

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk wordt het initiatief kort beschreven. In hoofdstuk 3 komt het relevante beleidskader op verschillende niveaus aan de orde. In hoofdstuk 4 komende relevante milieuen andere aspecten aan de orde en in hoofdstuk 5 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

7/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

2 Planbeschrijving 2.1

Bestaande situatie

Het perceel waarop de ontwikkeling is beoogd heeft een agrarische bestemming en wordt gebruikt voor het weiden van paarden. De bestaande schuilgelegenheid is volledig vervallen en onveilig voor het schuilen van paarden.

Figuur 2-1 foto bestaande situatie (zicht vanuit zuidoostelijke richting)

2.2

Beoogde ontwikkeling

De heer Jansen wil op min of meer dezelfde locatie in het zuidelijkste gedeelte van het perceel twee schuilplaatsen, waarin hij zijn paarden kan stallen. De twee schuilplaatsen komen op bestrating te staan. De afmetingen per schuilplaats zijn: hoogte ca 3,00 meter, oppervlakte van beide schuilplaatsen gezamenlijk is ca. 36,25 m 2 (exclusief oversteek van ca. 1,5 meter als bescherming tegen inregenen). De gevels van de schuilplaatsen zullen worden afwerkt met houten rabatdelen die (donker)groen (RAL6009) van kleur zullen zijn. De boeibetimmering en de deur zullen ook deze kleur groen krijgen en het dak zal van antracietkleurig golfplaten worden gemaakt. Hierdoor zullen de schuilplaatsen in de omgeving opgaan De schuilplaatsen worden geplaatst tegen het bestaande geluidscherm van BJ Events, de voor en zijkanten van de schuilplaatsen zijn daardoor niet zichtbaar.

8/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

De twee schuilplaatsen worden achter op het perceel geplaatst, dus in de zuidelijke grens, met de achterzijde tegen de erfgrens met het meer zuidelijk perceel. Op deze manier zijn ze min of meer volledig aan het zicht van omwonenden op naast gelegen percelen onttrokken.

Figuur 2-2 links impressiefoto’s beoogde paardenschuilplaatsen en rechts de globale locatie van de beide schuilplaatsen. De schuilplaatsen zijn niet zichtbaar achter bestaand geluidscherm BJ Events

De beoogde bebouwing wordt ruimtelijk aanvaardbaar geacht omdat de oppervlakte vergelijkbaar is met de reeds toegestane schuilgelegenheden (de oppervlakte wordt zelfs beperkt kleiner). De locatie sluit direct aan op een perceel waar het houden van paarden is toegestaan en waar de noodzakelijk voorzieningen voor het houden van paarden (zoals stalling, rijbak en stapmolen) aanwezig zijn.

9/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

3 Relevant beleidskader In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid, als en voor zover dat relevant is voor de beoogde ontwikkeling. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie infrastructuur en ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vormt de overkoepelende Rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. De SVIR is op 13 maart 2012 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Milieu. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: • het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; • het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; • het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen.

De juridische doorwerking van de Structuurvisie infrastructuur en Ruimte is opgenomen in het Besluit en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische hoofdstructuur), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Geen van deze nationale belangen spelen een (relevante) rol in of rond het plangebied. 3.1.2

Besluit ruimtelijke ordening - Ladder voor duurzame verstedelijking

De SVIR introduceert een zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' met als doel een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten die zien op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. De ladder is verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In het Bro is

10/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Het vervangen van de oude schuilgelegenheid door nieuwe schuilplaatsen van beperkte omvang is naar aard en omvang niet te beschouwen als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan 2014 In het POL2014 staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op klimaatverandering. Kwaliteit staat centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', in het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. In POL2014 wordt onderscheid gemaakt tussen ‘bebouwd gebied’ en ‘landelijk gebied’. Daarbinnen gelden de volgende zones: • bebouwd gebied: o stedelijk centrum, o bedrijventerrein, o overig bebouwd gebied • landelijk gebied: o goudgroene natuurzone, o zilvergroene natuurzone, o bronsgroene landschapszone en o buitengebied. Het plangebied ligt binnen de aanduiding ‘Buitengebied’.

11/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

Figuur 3-1 uitsnede POL 2014

Het behouden en versterken van een voortreffelijk vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven vormt een belangrijke uitdaging in Midden-Limburg. De focus in POL2014 is gericht op de fysiek-ruimtelijke opgaven en keuzen. Het verder versterken van de economische structuur met focus op voor de regio krachtige sectoren zijnde maakindustrie, agribusiness, logistiek, leisure&retail, zorg, het bevorderen van innovaties, het benutten van de cross-overs tussen deze sectoren en andere sectoren zijn belangrijke opgaven voor de regio. In zijn algemeenheid kunnen de bedrijven voldoende uit de voeten met het bestaande aanbod aan vestigingscondities (infrastructuur en werklocaties). Voor het benutten en versterken van de regionale economie, is een goede ruimtelijke infrastructuur belangrijk. De aandachtspunten liggen in het regionaal ontsluiten en het (inter)nationaal verbinden. De voorgenomen ontwikkeling past in dit type gebied. De aard van de ontwikkeling is verder zodanig dat geen provinciale belangen worden geraakt. 3.2.2 Provinciale Omgevingsvisie (ontwerp augustus 2020) Op 25 augustus 2020 is het ontwerp van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld.

Hierin is voor de periode 2021 tot 2030-2050 aangegeven hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en hoe daarbij naar een balans wordt gezocht tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Limburg vervangt (na definitieve vaststelling) het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semioverheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld.

12/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

Deze visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes, op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt. De provincie heeft drie hoofdopgaven geformuleerd: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving, in stedelijk/bebouwd en landelijk gebied; 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie, inclusief landbouw-transitie; 3. Klimaatadaptatie en energietransitie.

Figuur 6 uitsnede POVI ontwerp 08-2020

Het provinciaal belang voor het onderwerp ‘natuur’ ligt bij: • Het in stand houden van de biodiversiteit;’ • Het realiseren van een robuust natuur-, bos- en waternetwerk en een groen dooraderd landelijk gebied; • De maatschappelijke verankering en beleefbaarheid van natuur. Inhoudelijk is het beleid in de nieuwe Omgevingsvisie niet of nauwelijks gewijzigd.

13/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

Figuur 7 uitsnede POVI ontwerp 08-2020 Het provinciaal belang voor het onderwerp ‘Landschap’ ligt bij: • Het behouden en versterken van kenmerkende kwaliteiten en afwisseling van het Limburgs landschap, waaronder de groen- blauwe mantel, (verbrede) Nationale Parken, Nationaal Landschap-Zuid Limburg en stad-landzones. Ook hier is het inhoudelijk is het beleid in de nieuwe Omgevingsvisie niet of nauwelijks gewijzigd. 3.2.3 Geconsolideerde versie (GC08) van de Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg (geconsolideerde versie d.d. 22 november 2019) bevat de juridische doorwerking van het provinciale beleid in POL2014. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In de verordening is onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaande stedelijk gebied (overeenkomstig de Ladder voor duurzame verstedelijking). Herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen krijgt hierbij bijzondere aandacht.

Zoals al aangegeven is de ontwikkeling niet te beschouwen als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling past binnen de eisen die de Verordening stelt.

14/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regiovisie 2008 – 2028: Het oog van Midden-Limburg In de 'regiovisie Het oog van Midden-Limburg' is de gebiedsvisie uitgewerkt in een achttal beleidsthema's. Dit zijn: ‘Toerisme en Recreatie’, ‘Maasplassen’, ‘Natuurontwikkeling’, ‘Landschap en Ecologie’, ‘Landbouw’, ‘Bedrijvigheid’, ‘Wonen’, ‘Zorg en Mobiliteit’. Vervolgens zijn deze thema's in het najaar van 2008 verdiept en verder uitgewerkt in de programmalijnen: ‘Maasplassen’, ‘Ontwikkelingsas N280 Weert-Roermond’, ‘Wonen’, ‘Landbouw, Natuur en Recreatie’. Over de gemeente Leudal is het volgende opgenomen: ‘De gemeente Leudal vormt het hart van Midden-Limburg. Het bestaat uit zestien dorpen en een groot buitengebied dat wordt geroemd om z'n ruimte, kwaliteit en woonklimaat. Heythuysen vormt een subregionale kern met een sterke centrumfunctie voor een groot verzorgingsgebied. Het is van belang dat deze centrumfunctie wordt versterkt en het voorzieningenniveau op peil blijft. Daarnaast heeft Leudal diverse dorpskernen waar de voorzieningen onder druk staan. Een actief kleine kernenbeleid is noodzakelijk waarin aandacht gegeven wordt aan de leefbaarheid en een adequate woningvoorraad’. Het bestemmingsplan is niet in strijd met het regionale beleid. 3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Leudal De structuurvisie Leudal is vastgesteld op 2 februari 2010. Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. De gemeente wil ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren kunnen faciliteren en stimuleren. De gemeente Leudal wil een economisch sterke gemeente in de regio zijn. Er is ruimte voor dynamiek en ruimtelijke ontwikkelingen die gericht zijn op het op peil houden van het aantal arbeidsplaatsen. Voor de lokale werkgelegenheid zijn zowel bedrijven gericht op andere bedrijven en bedrijven gericht op consumenten van belang. Het beleid is gericht op het behoud van dergelijke bedrijven. Om dit te bereiken heeft de gemeente de volgende aandachtspunten geformuleerd: • Faciliteren van het zittende bedrijfsleven en mogelijk maken van groei binnen ruimtelijke- en milieuhygiënische kaders; • Startende ondernemers op maat ondersteunen; • Bevorderen multifunctionele en duurzame bedrijfsgebouwen; • Gericht locatiebeleid milieuhinderlijke bedrijvigheid; • Verdichten en herstructurering bestaande bedrijventerreinen. 3.4.2 Nota kwaliteit In de ‘Structuurvisie Leudal’ is de ‘Nota kwaliteit’ opgenomen. De Nota Kwaliteit is van toepassing op ontwikkelingen buiten de zogenaamde kwaliteitscontour rondom de woonkernen.

Bij dergelijke ontwikkelingen moet volgens de Nota worden gezorgd voor aanvullende

15/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

kwaliteitsverbetering en een landschappelijke inpassing. De paardenschuilplaatsen liggen buiten de kwaliteitscontour en dus is de Nota hierop van toepassing. Aanvullende kwaliteitsverbetering Voor wat betreft de aanvullende kwaliteitsverbetering wordt in de Nota Kwaliteit aangesloten bij de modules uit het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). Het LKM bevat niet echt een module voor de voorliggende situatie, waardoor maatwerk nodig is. In dit geval is de ontwikkeling op zichzelf al een ruime kwaliteitsverbetering. De eerder aanwezige, sterk vervallen, paardenstalling is gesloopt, het perceel is ontdaan van opgeschoten struiken/beplanting en rommel en de nieuwe paardenschuilplaats biedt voor wat betreft locatie én vormgeving/uitstraling een veel beter aanzicht dan voorheen. De nieuwe locatie sluit direct aan op het bedrijfsperceel aan het Stationsplein 20 en ligt op grotere afstand van omliggende woningen. De nieuwe schuilplaats is ook te bereiken vanaf het bedrijfsperceel, waardoor ook nauwelijks (eventuele) verkeersbewegingen aan de zijde van de Rinboomweg plaatsvinden.

Figuur 3-2 oude situatie paardenstalling

16/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

principe aanzicht: in werkelijkheid worden de rabatdelen en de overige houten onderdelen aan de buitenzijde groen geschilderd (RAL 6009)

Situering paardenschuilplaats

groen inrichting rondom paardenschuilplaats

Figuur 3-3 nieuwe situatie paardenschuilplaats en perceel

17/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

Landschappelijke inpassing Landschappelijke inpassing van de locatie van het initiatief vormt volgens de Kwaliteitsnota altijd een voorwaarde naast de kwaliteitsverbetering. Landschappelijke inpassing is het aanbrengen van streekeigen en inheemse erfbeplanting zoals het aanbrengen van bomen, grote struiken en hagen op of rondom het erf van het initiatief. Dit past in de strategische visie van Leudal en de structuurvisie die inzet op een versterking van de groene en ruimtelijke kwaliteiten in de gemeente. In dit kader is een landschapsinpassingsplan nodig, dat moet voldoen aan enkele specifieke indieningsvereisten. Dit inpassingsplan moet voor advies worden voorgelegd aan de Kwaliteitscommissie. De indieningsvereisten die de kwaliteitscommissie hanteert voor het kunnen beoordelen van een landschappelijk inpassingsplan zijn: 1. Een concept ruimtelijke onderbouwing (toelichting, regels (optioneel) en verbeelding); 2. Het voor het plan benodigde deel van het geldende bestemmingsplan: een uitsnede van de plankaart en relevante planvoorschriften; 3. Schetsplan met situering bestaande en nieuwe gebouwen; 4. Luchtfoto’s van het perceel (1:1000 of 1:2000) en met omgeving (1:5000); 5. Foto’s van omgeving en bestaande gebouwen; 6. Landschappelijke inpassing (Inpassingsplan); 7. De redenen die hebben geleid tot het plan: maatschappelijk gewenste/vereiste ontwikkelingen.

In deze ruimtelijke onderbouwing zijn de punten 1 – 5 en 7 beschreven, dan wel als beeldmateriaal te vinden . Voor onderdeel 6 Landschapsinrichtingsplan geldt het volgende. • De materialisatie en kleur van de zichtbare gevels van de paardenschuilplaats passen geheel in het landschap: de gevels worden bekleed met houten rabatdelen en uitgevoerd in een groene kleur (RAL 6009). • De paardenschuilplaats zelf is vanuit de omgeving (door locatie en kleurstelling) niet of nauwelijks zichtbaar; de achterzijde grenst aan het perceel van het bedrijf op het Stationsplein 20 in Haelen en is vanaf die zijde helemaal niet te zien; • Het perceel bij de paardenschuilplaats dient als paardenwei. Er zijn al enkele bomen aanwezig. Gezien de functie van het perceel is het aanplanten van meer bomen of grote struiken niet wenselijk. • Eventueel kunnen hagen worden toegevoegd. Aan de westzijde van het perceel, op het buurperceel direct achter de erfafscheiding, bevindt zich al een dichte haag. Het toevoegen van een haag aan die zijde heeft daarom geen meerwaarde. • Het buurperceel aan de oostzijde en de percelen aan de overzijde van de Rinboomweg worden ook gebruikt als weide voor paarden en andere dieren. Rondom deze percelen bevindt zich een erfafscheiding in de vorm van gaas, net als rondom het perceel van inititatiefnemer.

Daarmee gaat het perceel als het ware al op in het omringende landschap en is de nieuwe situatie al een vorm van landschappelijke inpassing. Het toevoegen van

18/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

hagen, enkel rondom een deel van het perceel van initiatiefnemer leidt juist tot een afwijkende situatie, die niet in het landschap rondom het perceel past. De situatie is naar aard en omvang voldoende landschappelijk ingepast en er zijn geen aanvullende maatregelen nodig. Eventuele suggesties van de kwaliteitscommissie zullen worden afgewogen. 3.4.3 Welstandsnota De locatie van de schuilplaatsen ligt in een ‘welstandsvrij’ gebied (kern Haelen) volgens de Welstandsnota. In de nota is een excessenregeling opgenomen, als vangnet. Hiermee kan de gemeente, ook in welstandsvrije gebieden, optreden tegen excessen in stedenbouwkundig of architectonisch opzicht. Het eerste ontwerp ging uit van twee stalen prefab (zeecontainer) paardenschuilplaats. De welstandcommissie heeft per brief van 29 mei 2020 geoordeeld dat dit ontwerp een exces op redelijke eisen van welstand was en daarom negatief op het plan geadviseerd. Het plan is aangepast en zal in hout worden uitgevoerd. Dit ontwerp heeft de commissie ruimtelijke kwaliteit op 9 juli 2020 getoetst aan de welstandsnota Leudal. De commissie heeft positief geadviseerd over dit plan. Het plan voldoet hiermee aan redelijke eisen van welstand.

19/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

4 Sectorale aspecten De afwijking van het bestemmingsplan ziet op het realiseren van gebouwen (in de vorm van schuilplaatsen voor paarden) buiten een bouwvlak. Het gebruik van het perceel voor het beweiden van paarden past op zichzelf binnen de agrarische bestemming. Er is verder geen sprake van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Een onderzoek naar een goed woon- en leefklimaat bij omliggende woningen is niet aan de orde. 4.1

Geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid

Dit betekent dat aspecten als geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid in ieder geval geen rol spelen bij de afweging over de afwijking van het bestemmingsplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bouwwerken veroorzaken geen uitstoot en zijn niet als kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aan te merken. 4.2

Bodem, archeologie, cultuurhistorie

De aspecten bodem, archeologie en cultuurhistorie spelen evenmin een rol, nu de schuilplaatsen op de bodem worden geplaatst en de bodem niet geroerd wordt. De bodemkwaliteit is verder in beginsel geschikt voor het agrarische gebruik in de vorm van het beweiden van paarden. Deze activiteit zorgt ook niet voor bodemverontreiniging. 4.3

Milieuaspecten hobbymatig houden van paarden

De schuilplaatsen worden gerealiseerd op een weiland dat in privé-eigendom is en dat nadrukkelijk géén onderdeel van de inrichting van het naastgelegen BJ Events (enkel het correspondentieadres is gelijk). De schuilplaatsen worden gebruikt in het kader van het hobbymatig houden van paarden. Het hobbymatig houden van paarden (maximaal 5) is geen activiteit waarvoor in het kader van de Wet milieubeheer een omgevingsvergunning dient te worden verleend, noch is een melding in het kader van het Activiteitenbesluit noodzakelijk. Er is bij het hobbymatig houden van paarden immers niet sprake van een inrichting zoals bedoeld in de milieuwetgeving (zijnde ‘elke door de mens bedrijfsmatige of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht’). Gezien de geringe omvang van de activiteit zijn er derhalve geen milieunormen of afstandseisen waaraan getoetst dient te worden. Het hobbymatig houden van paarden is een activiteit die vanwege de milieu-invloed en beperktheid van de omvang geen significante invloed op de omgeving heeft en is voorts geen milieugevoelige activiteit waardoor de bedrijfsvoering van nabij gelegen bedrijven niet wordt belemmerd. Om overlast als gevolg van het hobbymatig houden van paarden te beperken wordt dagelijks de mest opgeruimd, wordt gesproeid over de urine en is een flybuster aanwezig.

20/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

4.4

Water

De twee schuilplaatsen zijn samen kleiner in oppervlak dan de bestaande stal op het perceel. De plaatsing van de schuilplaatsen leidt dan ook niet tot een toename (zelfs een beperkte afname) van verhard oppervlak, waarmee rekening zou moeten worden gehouden. Afstromend hemelwater loopt af op de bodem van het perceel, infiltreert daar in de bodem en komt dus niet in de gemeentelijke riolering terecht. 4.5

Ecologie

Soortenbescherming Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden bepaalde beschermde planten- en diersoorten te verstoren. Het is niet ongebruikelijk om bij ruimtelijke ontwikkelingen een quick scan uit te voeren, om te bepalen of de kans bestaat dat beschermde soorten in het plangebied voorkomen. In het geval de kans aanwezig is, is nader onderzoek nodig om vast te stellen of de beschermde soorten ook daadwerkelijk aanwezig zijn en of er risico bestaat op verstoring. Het plangebied is agrarisch en bestaat hoofdzakelijk uit grasland. De kans dat beschermde plantensoorten aanwezig zijn, is uitgesloten. Ditzelfde geldt voor beschermde diersoorten; het gebruik van het plangebied verandert niet. Ter plaatse van de locatie van de schuilplaatsen worden geen bomen gekapt. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de voorgenomen wijzigingen leiden tot verstoring van soorten. Een onderzoek, in de vorm van bijvoorbeeld een quickscan, is daarom niet aan de orde. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming biedt bescherming aan bepaalde natuurgebieden, waaronder Natura2000-gebieden. Gebieden binnen het Nationaal Natuur Netwerk worden planologisch beschermd mede op basis van provinciaal beleid. Het plangebied zelf heeft geen status in het kader van de Wet Natuurbescherming (Natura 2000-gebied en/of NNN.

Wel zijn dergelijke beschermde gebieden aanwezig in de omgeving; binnen 1,5 kilometer ten noordwesten van het plangebied bevindt zich het gebied ‘Leudal’. In de ‘Beleidsregel Categorieën Stikstofdepositieberekening’ van de gemeente Leudal is het oprichten van schuilgelegenheden voor paarden niet expliciet beschreven. Wel is het woningbouw op meer dan 1 km van het dichts bij gelegen Natura2000 gebied beschreven. Hiervoor is het aanleveren van een Aeriusberekening niet noodzakelijk. De stikstofemissie van de plaatsing van de paardenschuilplaatsen lager is dan de bouw van een woning en dus op basis van beleid Leudal geen stikstofdepositieonderzoek nodig is. De plaatsing van de schuilplaatsen zorgt niet voor significante effecten (in de vorm van bijvoorbeeld verstoring of stikstofdepositie) op het Natura 2000 gebied, noch tijdens de aanlegfase, noch tijdens de gebruiksfase.

21/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

4.6

Verkeer en parkeren

Het perceel wordt gebruikt voor het beweiden van paarden waarvoor ten behoeve van het beweiden een schuilvoorziening wordt gerealiseerd. De paarden die van de wei gebruik gaan maken, zijn al aanwezig op het naastgelegen perceel. Het beweiden van de paarden leidt niet tot extra verkeersbewegingen. Het hobbymatig houden van eigen paarden leidt niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen of tot een extra parkeerbehoefte. Op eigen terrein is overigens ruim voldoende parkeergelegenheid aanwezig. 4.7

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.- beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn de kenmerken van het project, de plaats van het project en de potentiële effecten. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.

is onder D14 opgenomen: ‘de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren’ met een drempelwaarde van 100 stuks paarden of pony’s waarbij het aantal bijbehorende dieren in opfok jonger dan 3 jaar niet wordt meegeteld. De schuilplaatsen zijn geen installatie voor het houden van dieren. Tevens is er geen sprake van een milieueffect van enige omvang. Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is daarom niet noodzakelijk.

22/24 — SLM006947.RO001.DB — Ruimtelijke Onderbouwing — 04.1 —

5 Uitvoerbaarheid 5.1

Kostenverhaal

Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) rust op de gemeente de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan als sprake is van bouwplannen, aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De gemeente kan afzien van het vaststellen van een exploitatieplan als:

• • •

het verhaal van de kosten van de grondexploitatie op een andere manier is verzekerd; het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, het inrichten van de openbare ruimte en woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is.

De ontwikkeling voorziet in de realisering van bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1.a van het Bro. Het vaststellen van een exploitatieplan is echter niet noodzakelijk, omdat er een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer wordt gesloten. 5.2

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 3.1.6 Bro bepaalt dat de economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht. In dit geval levert het onderzoek het volgende op. De risico's verbonden aan de realisering van het project liggen bij de initiatiefnemende partij. Dit wordt vastgelegd in de (anterieure) overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. Ter beperking van eventuele risico's, waaronder planschade, voor de gemeente wordt in deze overeenkomst bovendien een garantiestelling opgenomen. De economische uitvoerbaarheid is verzekerd. 5.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=8e3c1c9f-cd07-4c6a-901a-284bfe390d1b