CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2104_Bijlage 1 - Nota van beantwoording wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31-3-2021.pdf

Raadsvergadering 8 juni 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vrijgeven van de Regionale Energiestrategie 1.0 voor de energieregio Rotterdam Den Haag.80.497 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 8 van 9

Er wordt onderzocht welke instrumenten nodig zijn om de betaalbaarheid van de transitie te borgen. Kostenverdeling is op dit moment nog niet aan de orde. Wel wordt gekeken naar de totale maatschappelijke kosten en de verdeling over de keten, echter is dit algemeen van aard en bedoeld om een vergelijking tussen alternatieven te kunnen maken. De onderbouwing van de inschattingen van toekomstige energieverbruiken in de concept RES (het Energieperspectief Paragraaf 1.3 - 2.2 2050) is terug te vinden in het Energieperspectief zelf (zie www.resrotterdamdenhaag.nl). In de RES 1.0 zal het 3.2 - 8.2. toekomstig energieverbruik worden geactualiseerd op basis van de laatste kennis. Hierbij zal duidelijk worden Randvoorwaarden: aangegeven waar de toekomstige vraagcijfers op zijn gebaseerd, en worden verwezen naar de bronnen van deze 2.4 informatie. In elke volgende versie van de RES zal de nieuwste kennis over deze gegevens worden opgenomen. Om nog specifiek terug te komen op uw vraag over de besparing op de warmtevraag: In de regio Rotterdam Den Haag is in het Energieperspectief 2050 de ambitie uitgesproken dat woningen in de regio geïsoleerd moeten worden. Minimaal naar label C, maar als beter mogelijk is, of de verwarmingstechniek dit vereist, dan kan zwaarder worden geïsoleerd. CE Delft heeft berekend wat het uitvoeren van deze ambitie betekent voor de warmtevraag.

Een isolatie naar label C is technisch haalbaar. Bij het opstellen van de ambitie is niet gekeken naar de financiering van deze oplossing. Dit laatste is een terecht punt van aandacht, wat in de Transitievisie warmte, en in de nationale maatregelen, aandacht verdiend, maar ook aandacht heeft. Uiteindelijk is betaalbaarheid een randvoorwaarde van de energietransitie, en als zodanig ook opgenomen in de RES. Daar waar isolatiemaatregelen nog niet lonen, zal gekeken moeten worden hoe deze, eventueel met hulp van landelijke regelingen, toch lonend gemaakt kunnen worden Op hoofdlijnen is er inzicht in de vraag en aanbod van energie in deze regio en de verwachtte ontwikkeling van de 1.3 en 6.1 vraag hiernaar. De systeemstudie ZH geven aan de hand van vier scenario's inzicht in de systeemeffecten van de transitie. Deze uitkomsten zijn meegenomen in de RES 1.0. Dit zijn algemene bevindingen, er zijn geen aanvullende berekeningen uitgevoerd. In algemene - kwalitatieve - termen zal worden gekeken wat er nodig is voor een betrouwbaar, toekomstbestendig en efficiënt energiesysteem. Belangrijk is ook te beseffen dat niet de RES verantwoordelijk is voor het balanceren van het energiesysteem, zo is wettelijk geregeld dat voor elektriciteit die taak bij de netbeheerders ligt.

Wel zal de RES aangeven welke leidende principes van belang zijn, hierbij is ook aandacht voor de disbalans tussen vraag en aanbod. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en Komt op meerdere zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te plekken terug, lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). Draagkracht kan bijvoorbeeld ook groter toelichting vooral in worden door een combinatie van functies (zon op daken of op overkappingen van parkeerplaatsen). In tweede paragraaf 8.3. instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in bijv. Daarnaast ook ecologie of van juridische aard. De zoeklocaties worden lokaal verder onderzocht en getoetst op deze punten, waarbij genoemd in ook de onderwerpen participatie en draagvlak belangrijk zijn. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot paragraaf 2.1, 2.2, 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van 4.1, 4.2, en 7.3. de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten.

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

55

Wassenaar

Onderwerp / steekwoorden

Windenergie: Laat voldoende ruimte voor de lokale De Wassenaarse Structuurvisie 2025 geeft aan dat er geen ruimte is voor windmolens in het buitengebied. Wassenaar Elektriciteit eisen en wensen voor uitwerking van de geeft de voorkeur aan inpassing van energieopwekking met behoud van de culturele en landschappelijke waarden. zoeklocaties. Met name in haar buitengebieden. Uit de inpassingsinventarisatie binnen de RES naar mogelijke locaties voor windturbines binnen de zoeklocaties in de gemeente Wassenaar, is naar voren gekomen dat er nauwelijks locaties geschikt zijn voor windenergie. Mede door deze beperkte ruimte is er in de gemeente Wassenaar gering draagvlak voor windenergie. Een zoeklocatie zonder lokale randvoorwaarden is niet wenselijk.

56

Wassenaar

Maak een bijgewerkt Energieperspectief 2050

57

Wassenaar

Benoem expliciet andere opwekkingstechnologieën Hoewel de RES 1.0 zich met name richt op een haalbare energiestrategie voor 2030 ligt de focus wel degelijk op een Algemeen in relatie tot de huidige keuzes: energieneutrale samenleving in 2050. In de RES 1.0 zal meer aandacht besteed moeten worden aan andere technieken zoals (Thorium-) kernenergie, waterstofproductie en de toepassing hiervan en innovaties die ook na 2030 interessant worden en kunnen bijdragen aan de einddoelstelling voor 100% hernieuwbare energieopwekking. De focus ligt nu alleen op zon- en windenergie.

58

Wassenaar

Stem de uitwerking van de toekomstige warmtevoorziening af in de gemeentelijke Transitievisie Warmte en in de RES.

59

Wassenaar

Maak de rol van hernieuwbare brandstoffen Over productie en gebruik van hernieuwbare gassen is veel onbekend. Hierdoor is er geen beeld of dit noodzakelijk (waterstof en groen gas) duidelijk, zowel in kwaliteit gaat worden in de toekomst en hoeveel opwek hiervoor nodig zal zijn. Wij achten het wenselijk dat de RES 1.0 als in kwantiteit. duidelijker aangeeft waarvoor deze hernieuwbare gassen worden gebruikt ( = kwalitatief), hoeveel hiervan beschikbaar (=kwantitatief) is en welke eisen dit stelt aan het totale energiesysteem.

60

Wassenaar

61

Wassenaar

Communiceer en maak inzichtelijk wat bewoners en De gemeenten hebben vanuit de regionale samenwerking de taak om de lokale inwoners en ondernemers te Communicatie ondernemers kunnen doen en verwachten in het betrekken. De regio kan hierin een belangrijk toevoeging doen door helder aan te geven welk handelingsperspectief kader van de RES, voor nu en in de toekomst. bewoners en ondernemers nu en in de toekomst hebben. Hierin zijn we het eens met de regionaal vastgestelde eisen aan de communicatie(middelen) om begrijpelijk, laagdrempelig en doelgroepgericht te zijn. Dit neemt onder andere het gedragswetenschappelijke inzicht mee dat bij omgevings- en milieu gerelateerde vraagstukken, mensen zich minder laten leiden door kosten-batenanalyses, feiten en argumenten en meer door normen, waarden en gevoelens. Daarom staan we ook achter de aanpak om de draagkracht van het landschap als voorwaarde te verbinden aan de RES. We rekenen op de inzet van de RES om dezelfde boodschap aan alle inwoners in de regio goed te communiceren. Tegelijk zijn wij niet de enige regio die voor deze uitdaging staat. Daarom stellen wij voor ook het Rijk aan te schrijven op hun verantwoordelijkheid voor heldere en eenduidige communicatie van alle rijksdiensten ten aanzien van de energietransitie.

Maak een helder kosten-baten kompas om de In de Concept-RES wordt geen aandacht besteed aan de kosten en baten van het C02-neutraal maken van de Algemeen energietransitie betaalbaar te houden. samenleving. Wij achten het van belang om inzichtelijk te maken wat de kosten en baten zijn voor de transitie naar het toekomstige CCh-neutraal energiesysteem. Communicatie naar inwoners over de kosten en baten is belangrijk. Dit voorkomt onverwachte verrassingen achteraf en het eventueel verliezen van draagvlak voor deze energietransitie.

236

Wassenaar

326

Westland

Inleiding op wensen en bedenkingen van Wassenaar (filter op Wassenaar om deze te zien)

Korte formulering

Toelichting

Thema

De ontwikkelingen op het gebied van hernieuwbare energie gaan zeer snel en de kans is groot dat uitgangspunten snel achterhaald zijn. Het Energieperspectief 2050 is bij de vaststelling van de RES 1.0 alweer 2 jaar oud. In dat kader kan de regio de suggestie doen om naast de uitvoerbare stappen voor 2030 ook enkele pilots voor te stellen, die van betekenis kunnen zijn na 2030. De actualisatie van de RES in een versie 2.0 en verder vereist tevens dat de langetermijnvisie in de vorm van het Energieperspectief om de twee jaar wordt geactualiseerd.

Algemeen

De energievraag van de gebouwde omgeving zal duidelijker worden in de Transitievisie Warmte die elke gemeente Warmte voor einde 2021 gaat opleveren. Dan wordt duidelijk wat de energievraag is en welke techniek de voorkeur heeft. Anderzijds biedt de RES een kader waarbij de lokale warmte-invulling concreter kan worden uitgewerkt. Dit vergt goede afstemming tussen beide trajecten. In de huidige planning wordt de Transitievisie Warmte later opgeleverd dan de RES 1.0. Derhalve dient geborgd te worden dat afwijkingen als gevolg van de vastgestelde Transitievisie Warmte in de RES 2.0 opgenomen kunnen worden.

Brandstoffen

Als eerste onderschrijven wij graag de meerwaarde van Wassenaar voor de regio. Wassenaar kenmerkt zich door een rijke Algemeen geschiedenis waarbij architectonische en stedenbouwkundige elementen, (groen)structuren en recreatieve waarden haar identiteit bepalen. Naast een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en een woonklimaat met goede voorzieningen, draagt wassenaar bij aan een internationaal vestigingsklimaat. Ook de toeristische aantrekkingskracht van Wassenaar is groot. Onze nadrukkelijke wens is om deze waarden, die soms al eeuwenlang aanwezig zijn, ook voor toekomstige generaties zoveel mogelijk duurzaam te behouden. Naast de opgave om deze waarden te respecteren c.q. te behouden, dan wel te versterken, werken wij hard aan de opgave voor verduurzaming en het grootschalig opwekken van hernieuwbare energie. Ook Wassenaar wil in 2050 CO2 neutraal zijn. De gemeente is d.m.v. afspraken in het klimaatakkoord gecommitteerd aan het opstellen van de RES met de regionale partners. De regionale ambitie om te streven naar een samenleving met een betaalbare, betrouwbare en schone energievoorziening voor iedereen ondersteunen wij van harte. Vanuit deze constructieve opstelling hebben wij in reactie op het Energieperspectief 2050 al een motie ingediend met 6 aandachtspunten.

Eén fractie geeft expliciet aan de inhoud van de concept RES niet te steunen. De fractie betoogt dat het voorliggende concept voor het overgrote deel gebaseerd is op aannames van enkele jaren terug en dat de omstandigheden (Corona, lage olie- en gasprijzen, andere kijk op klimaat) geheel zijn gewijzigd. Daarom kunnen zij zich niet vinden in de voorliggende inhoud. Zij bevelen aan het hele stuk terug te nemen en te actualiseren.

39

Algemeen

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en Komt op meerdere zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te plekken terug, lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). Draagkracht kan bijvoorbeeld ook groter toelichting vooral in worden door een combinatie van functies (zon op daken of op overkappingen van parkeerplaatsen). In tweede paragraaf 8.3. instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in bijv. Daarnaast ook ecologie of van juridische aard. De zoeklocaties worden lokaal verder onderzocht en getoetst op deze punten, waarbij genoemd in ook de onderwerpen participatie en draagvlak belangrijk zijn. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot paragraaf 2.1, 2.2, 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van 4.1, 4.2, en 7.3. de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. Innovatie speelt een belangrijke rol in de regio en m.n. in de energietransitie. Dar geldt voor de periode tot 2030 maar Geen specifieke nog meer voor de periode daarna.

Dat wordt ook onderkend in de RES. Daarom lopen er twee sporen. Enerzijds wordt locatie in de tekst, ingezet op wat (qua technieken) nu al kan om dichter bij de doelstelling te komen en anderzijds wordt steeds inzicht is verweven. O.a. verkregen in welke technieken zich lenen voor opschaling. Betaalbaar, betrouwbaar, vellig en schoon zijn daarbij paragraaf 5.3, belangrijke criteria. Die kennis ontwikkelen we in de RES niet zelf maar benutten we vanuit de aangesloten partijen. paragraaf 8.4, Bijv. rond waterstof wordt de aansluiting met de partijen in de Economic Board Zuid-Holland, taskforce Energie (o.a. Economic Board TUDelft, Innovation Quarter, Havenbedrijf en Stedin) onderhouden om laatste inzichten mee te kunnen nemen. Per Zuid-Holland: uitvoeringslijn wordt aandacht gegeven aan innovatie'. Pilots kunnen zeker batig zijn om ervaringen op te doen met paragraaf 7.6 nieuwe technieken. De RES 1.0 legt de nadruk op de ontwikkelmogelijkheden die er vandaag de dag zijn en waarbij opschaling mogelijk is Geen specifieke op grote schaal. Die opgave ligt er vanuit het Klimaatakkoord. Realisatie dient voor 2030 gereed te zijn en locatie in de tekst, vergunningen zullen daarom in 2025 moeten zijn afgegeven. In die tijdshorizon kunnen dus enkel beproefde is verweven. O.a. technieken een betekenisvolle rol spelen. Daarnaast wordt nadrukkelijk de horizon 2050 in beeld gehouden.

Nieuwe paragraaf 5.3, technieken, maar ook ontwikkelingen zoals kernenergie of thorium worden nauwlettend gevolgd om wanneer paragraaf 8.4 daartoe aanleiding is deze op te nemen in de regionale aanpak en de energiemix. Daarvoor dient ook de tweejaarlijkse herziening van de RES. Voor wat betreft kernenergie ligt het primaat, zowel voor onderzoek als t.b.v. realisatie niet op regionaal niveau. Waterstof en groengas kennen een positie in de RES. De achtergrondnotitie Brandstoffen is met de RES 1.0 geactualiseerd. Het klopt dat er een goede afstemming benodigd is tussen de RES en de Transitievisie Warmte (TVW). De TVW en RES Paragraaf 2.2 - 2.3 worden dan ook zo goed mogelijk in samenhang met elkaar opgesteld. Tijdens het maken van RES 1.0 nemen we de 3 uitkomsten mee van de TVW die gemeenten gereed hebben. Wanneer uit de regionale analyse andere uitkomsten naar voren komen dan gaan we met elkaar kijken wat de meest gewenste warmte aanpak is. Uiteindelijk ligt de autonomie bij de gemeenten: zij besluiten over de warmtetechnieken in hun gemeente. Wanneer door de tijd heen gemeenten hun TVW gereed hebben zal deze meegenomen worden in volgende analyses (in de RES 2.0 e.v.). Tegelijkertijd kunnen gemeenten de onderzoeksresultaten uit de RES ook benutten voor de totstandkoming van hun TVW.

Het klopt dat over de exacte rol van hernieuwbare brandstoffen onzekerheid bestaat, maar op basis van de Kwaliteit: 5.3, momenteel beschikbare toekomstscenario's is er een onderbouwde inschatting gemaakt. In de RES wordt hier zowel kwantiteit: 8.4 kwalitatief (ladder van inzet op p33 in deel A) als kwantitatief (deel B p26-28) inzicht in geboden. Inschattingen voor de toekomst blijven echter altijd een mate van onzekerheid houden. De effecten van de energietransitie, en het gebruik van andere energiedragers op het volledige energiesysteem word in de RES 1.0 kwalitatief in beeld gebracht. Dank voor de input. De regio communiceert in principe niet rechtstreeks met inwoners, dat is voorbehouden aan de geen verwijzing gemeenten. Echter in de communicatie, met secundair de doelgroep inwoners, dragen wij eenduidig deze boodschap nodig uit. Ook in contact met Nationaal Programma RES/Rijk wordt uw verzoek naar eenduidigheid nagestreefd. Tegelijkertijd blijft het omvangrijke en complexe materie die veelal nog een vertaalslag nodig heeft door de gemeenten indien gebruikt voor inwonerscommunicatie. De Regio onderschrijft het belang van eenduidige communicatie over alle overheidslagen heen.

Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor Paragraaf 2.4 en inwoners, voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht paragraaf 8.2.4 gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Wel wordt bij warmte onderzocht wat belangrijke instrumenten zijn om die betaalbaarheid te borgen. Dank voor uw reactie, u streeft een mooie ambitie na om Wassenaar in 2050 CO2-neutraal te willen zijn. Fijn om te Geen verwijzing. horen dat u de regionale ambitie ondersteunt en constructief bijdraagt aan de opgave. We onderkennen uw constructieve houding en zien uit naar de verdere toekomstige samenwerking!

Dank voor uw bedenking. De RES 1.0 is een actualisatie van de concept RES. Daarnaast is het proces zo ingericht dat de RES elke twee jaar wordt geactualiseerd, om nieuwe inzichten zodoende te kunnen meenemen.

Geen verwijzing.

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

327

Westland

Onderwerp / steekwoorden

Korte formulering

Toelichting

Thema

328

Westland

329

Westland

330

Westland

Wat betreft de inzet op zon ziet een meerderheid van de raad wel mogelijkheden voor zon op daken, met name op Elektriciteit bedrijventerreinen. Zonneweides worden echter niet als kans gezien. Er is weinig onbenutte ruimte in Westland en de ruimte die er is kan beter voor andere voorzieningen worden gebruikt. Ook is een meerderheid in de raad tegen de plaatsing van windmolens in Westland, ook niet aan de randen.

331

Westland

ln de raadsvergadering van 22 september is tevens een motie aangenomen met het verzoek om in de strategie 'het Brandstoffen uitfaseren van aardgas in de gebouwde omgeving'(vooralsnog) niet in gang te zetten. Het college beraadt zich op zijn reactie en verwerking van deze motie en zal hier later in een brief aan de stuurgroep op terugkomen

366

Westland

Er wordt wel steun uitgesproken voor de inzet op warmte. Geothermie biedt in Westland kansen.

325

Westvoorne

324

Westvoorne

323

Westvoorne

De andere fracties hebben allereerst een aantal opmerkingen over de randvoorwaarden. Veel aandacht is er voor de Algemeen betaalbaarheid en de acceptatie van de energietransitie. Dit zijn absolute randvoorwaarden en zouden als zodanig in de RES moeten worden opgenomen. Door meerdere fracties wordt aandacht gevraagd voor andere randvoorwaarden die de energietransitie niet moeten tegenwerken. Een concreet voorbeeld hiervan voor Westland is de ODE die veel tuinders weer doet overstappen naar WKK's. Hoewel belastingmaatregelen (ODE) geen onderdeel zijn van de RES, geven de fracties aan dat in de RES wel rekenschap gegeven moet worden van belastingeffecten op de energietransitie. Zowel de kansen als de bedreigingen. Verder moet er meer aandacht komen voor participatie, burgers moeten in staat worden gesteld mee te praten over belangrijke beslissingen. Dan een aantal andere elementen. Het belang van besparen mag meer benadrukt worden. Net als de mogelijkheden Algemeen van concrete toepassingen en maatregelen en het benutten van koppelkansen. Zo wordt gewezen op de mogelijkheid van een snellere energietransitie van oude wijken die langs nieuwbouwwijken liggen waar een duurzame warmte infrastructuur wordt aangelegd. Over het algemeen vraagt de raad aandacht voor de koppeling van de regionale strategie met de lokale plannen. Wat betreft de alternatieven voor aardgas het volgende.

ln onze raad staat een meerderheid sceptisch tegenover het Brandstoffen standpunt dat aardgas uitgefaseerd moet worden. Men is van mening dat aardgas ook in de toekomst een belangrijke rol zal blijven vervullen. Een meerderheid wil dan ook niet inzetten op volledig aardgasvrij. Er wordt ook op gewezen dat nog niet alle toekomstige technieken in beeld zijn. Twee grote fracties vragen nadrukkelijk de optie kernenergie niet uit te sluiten in de RES.

Opslag van energie en netwerk

Zon en wind zijn geen betrouwbare energiebronnen, zijn niet 24/7 beschikbaar. Dat is elektriciteit uit kernenergie wel. Daarin steunt de VVD Westvoorne de motie Dijckhoff zoals deze is bijgevoegd.

Warmte

Motie 27: Overwegende dat het voor de leveringszekerheid van belang is dat er naast weersafhankelijke Brandstoffen energiebronnen voldoende schone en regelbare energiebronnen beschikbaar zijn in Nederland; overwegende dat in ons dichtbevolkte land kernenergie vergeleken met andere energiebronnen relatief weinig ruimte gebruikt; overwegende dat naast conventionele kerncentrales er ook interessante ontwikkelingen zijn op het terrein van kleinere centrales en thorium; overwegende dat kernenergie een schone en regelbare energiebron is, maar dat kernenergie in tegenstelling tot andere schone vormen van energieopwekking niet financieel ondersteund wordt vanuit het Rijk en dat marktpartijen thans huiverig zijn te investeren in kerncentrales in Nederland; overwegende dat er diverse vormen denkbaar zijn waarin de overheid investeringen in kerncentrales kan ondersteunen; verzoekt de regering, een marktconsultatie te houden onder welke voorwaarden marktpartijen bereid zijn te investeren in kerncentrales in Nederland, te onderzoeken welke publieke ondersteuning daarvoor nodig is en te verkennen in welke regio's er belangstelling is voor de realisering van een kerncentrale, en gaat over tot de orde van de dag.

Extra toelichting/context: Ook wordt de motie Dijckhoff over het onderzoek naar de mogelijkheden van kernenergie ondersteund (motie 8 en 27). Kwaliteit van het Geen wind / zon in natuur, open landschap, Motie 26: Elektriciteit landschap en bebouwde omgeving, en recreatie gebieden. landschappelijke ruimte Draagkracht van het landschap is een nietszeggende Extra toelichting/context: kreet, door plaatsen windmolens en zonnevelden In het kader dat gaat over landschappelijke inpassing van de energietransitie lijkt te worden gesteld dat de opwek van kan landschap nooit behouden blijven laat staan duurzame energie het landschap kan verrijken. Waarschijnlijk is bedoeld dat duurzame energie zorgvuldig moet versterkt worden. Het realiseren van duurzame worden ingepast in het landschap en daarbij extra investeringen in groen nodig zijn ter compensatie. Westvoorne wind en zonnen-energie gaat niet samen met roept op om dit te herformuleren (motie 26); versterking van het landschap, de natuur en recreatie. Zon op land De focus voor zon als opwekker van elektrische Motie 25: Elektriciteit energie ligt bij de VVD van Westvoorne alleen bij Extra toelichting/context: zon op daken en niet bij opwekking van elektrische De gemeenteraad van Westvoorne heeft nadrukkelijk de wens geuit om zo min mogelijk zonnevelden en windmolens energie door middel van uitgebreide velden met te plaatsen.

Dit door optimale benutting van daken en gevels, de zonneladder te volgen (motie 6 en 25) zonnepanelen. Daarnaast is een biomassacentrale niet gewenst.

40

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

Een algemene inventarisatie van de randvoorwaarden die nodig zijn voor de realisatie van de energietransitie, geldt Paragraaf 2.4, breed. Eventueel wordt dit ook opgenomen in een risicoparagraaf. Voor wat betreft uitvoeringslijn Warmte; de paragraaf 2.3, benodigde randwoorden zijn onderdeel van het RSW traject. Hierin komt ook naar voren welke onwenselijk zijn voor paragraaf 2.4, de transitie. De ODE-belastingmaatregelen kunnen eventueel wel worden benoemd en worden opgenomen in een paragraaf 3.3, lobby. Voor wat betreft de participatie, inwonersparticipatie wordt volgens afspraak niet door de regio uitgevoerd paragraaf 7.1, maar is in eerste instantie een aangelegenheid van de gemeenten zelf. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk figuur 8.1, met kennisoverdracht en breed bruikbare producten. Participatie op bestuurlijk vlak wordt wel door de RES paragraaf 8.2.4 georganiseerd, zie de bijeenkomsten en webinars die hebben plaatsgevonden. Dank voor uw onderschrijving. Energiebesparing en koppelkansen hebben onze aandacht. De koppelkansen op lokaal Paragraaf 3.2, niveau zullen op gemeentelijk niveau uitgewerkt moet worden. Zo zal in de WTV de afweging worden gemaakt waar paragraaf 6.1, de eerste wijken van aardgas gaan en met welke oplossing. Deze keuze zal plaatsvinden op basis van de lokale paragraaf 7.3.4, ontwikkelingen en koppelkansen.

Energiebesparing speelt een belangrijke rol. Dat zal ook in de RES 1.0 nadrukkelijker paragraaf 7.3.5, benoemd worden. paragraaf 8.2.1 De regio gaat uit van een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen in de regio 2.2.1 Rotterdam Den Haag in 2050. Uiteindelijk is het aan de gemeente hoe zij invulling geven aan hun ondertekening van het klimaatakkoord, waar het doel is om in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving hebben. Dit doet de gemeente in hun TVW. In de RES wordt aangegeven welke rol bovenregionale warmtebronnen kunnen hebben in de lokale transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. De mogelijkheid om te kiezen voor kernenergie is in de RES buiten beschouwing gelaten. Het besluit om een kernenergiecentrale te bouwen hangt af van landelijke besluitvorming. In de RES regio RDH zijn door de Rijksoverheid geen locaties aangewezen voor de plaatsing van Kerncentrales. Zelfs als hier daadwerkelijk toe wordt besloten zal de bouw zeker 10 jaar vergen, en daarmee niet in 2030 (=focus RES) gerealiseerd zijn. In de RES 1.0 is de inzet van zon op daken, en bedrijfsgebouwen nadrukkelijk voorzien. Daarnaast worden er diverse paragraaf 8.3.4 verhaallijnen uitgelicht waarin inzicht wordt gegeven in type landschappen en in welke mate deze zich lenen voor verhaallijn energieopwekking.

In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke glastuinbouw, zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de paragraaf 8.3.3 ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. In de nota van beantwoording worden geen uitspraken gedaan over specifieke locaties. De regio gaat uit van een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen in de regio 2.2.1 Rotterdam Den Haag in 2050. Uiteindelijk is het aan de gemeente hoe zij invulling geven aan hun ondertekening van het klimaatakkoord, waar het doel is om in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving hebben. Dit doet de gemeente in hun TVW.

In de RES wordt aangegeven welke rol bovenregionale warmtebronnen kunnen hebben in de lokale transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Geothermie is, tezamen met restwarmte een belangrijke bron voor de invulling van de Regionale Strategie Warmte Paragraaf 3 (RSW). In het kader van de voorbereiding van de RES 1.0. is onderzoek gedaan om een zo actueel mogelijk beeld te verkrijgen van de beschikbaarheid van deze beide grootschalige bronnen voor de warmtebehoefte van onze gemeenten. De mogelijkheid om te kiezen voor kernenergie is in de RES buiten beschouwing gelaten. Op dit moment is er in Paragraaf 1.3 Nederland geen sprake van uitbreiding van de rol van kernenergie en de discussie hieromtrent is momenteel te weinig concreet om dit als serieuze optie in de RES op te nemen. Het besluit om een kernenergiecentrale te bouwen hangt af van landelijke besluitvorming en indien hier daadwerkelijk toe wordt besloten zal de bouw zeker 10 jaar vergen, en daarmee niet in 2030 (=focus RES) gerealiseerd zijn. In de RES regio RDH zijn door de Rijksoverheid geen locaties aangewezen voor de plaatsing van Kerncentrales. In de RES 1.0 zal hierover een tekst worden opgenomen.

In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en Paragraaf 7.3, zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te paragraaf 8.3 lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Afhankelijk van het type landschap kunnen bijvoorbeeld lijnen visueel worden benadrukt, of kunnen er opbrengsten gebruikt worden voor natuurontwikkeling. Ook kunnen ontwikkelingen van zon bijvoorbeeld gebruikt worden om stadsranden te verzachten of juist te versterken. Dit kan gezien worden als verrijking.

Zon op daken is in de regio de grootste bron voor elektriciteitsproductie. Alleen met die inzet volstaat het niet om de paragraaf 8.3.3 ambitie te realiseren. Er wordt derhalve ook gezocht naar andere vormen van energieopwekking, dat is mede ingegeven vanuit de netimpact van de balans van zonne-energie t.o.v. windenergie. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. In de nota van beantwoording worden geen uitspraken gedaan over specifieke locaties.

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

322

Westvoorne

Onderwerp / steekwoorden Controle door de gemeenteraad

321

Westvoorne

Opgave

320

Westvoorne

319

Korte formulering

Toelichting

Thema

Weinig tot geen controle door gemeenteraad, er zijn diverse informatie bijeenkomsten geweest. Inbreng van raadsleden tijdens deze informatieavonden zijn niet terug te vinden in concept RES 1.0

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

Motie 23: Algemeen Extra toelichting: Besluitvorming. De gemeente Westvoorne maakt zich zorgen over de invloed van de volksvertegenwoordiging op het proces. Meedoen in een regio met 23 andere gemeentes maakt dat de individuele inbreng en invloed opgaat in een groter geheel. Daarnaast wijst de raad nadrukkelijk op de bevoegdheden van (elke) gemeente voor wat betreft eigen grondgebied. Uit motie (23) spreekt zorg over de democratische sturing (motie 23). Er is daarbij ook behoefte aan meer transparantie (motie x). Voor een relatief kleine regio (3% van Motie 22: Algemeen grondoppervlakte van Nederland) zet MRDH in op 8- Extra toelichting/context: De gemeente Westvoorne roept op tot een eerlijke verdeling, zowel binnen de regio als 9% van de nationale opgave. Als alle 30 RES regio’s tussen de regio’s, en de verdeling met betrekking tot de opgave wind-op-zee. Motie 7 en 22 gaan hier over. Het bod dit zouden doen dan zouden we 84 TWh opwekken van de energieregio Rotterdam – Den Haag is in lijn met het energiegebruik van de bebouwde omgeving, maar komt i.p.v. de 35 TWh. Evenwichtige verdeling van door de hoge bevolkingsdichtheid in vergelijking met andere regio’s hoog uit in verhouding tot de beschikbare ruimte. opgave per regio is gewenst, bv 35 TWh/30 = 1,17 Uit motie 22 spreekt de verwachting dat wordt ingegrepen wanneer regio’s onevenredig weinig bijdragen en dit ten TWh/regio.

goede komt aan de regio’s die relatief veel bijdragen;

In een grote regio als Rotterdam Den Haag zijn er vele spelers. Door middel van onder andere een zorgvuldige Paragraaf 7.1 Wensen- en Bedenkingenprocedure worden de meer lokale en individuele inzichten afgewogen. Daarmee erkennen we dat elke gemeente eigen bevoegdheden heeft op haar grondgebied. De RES is een regionale weergave en kan niet op elke lokale aangelegenheid inzoomen. Wel wordt er in de RES 1.0 rekening gehouden met duidelijkere kaarten en een zo helder mogelijk taalgebruik.

Wind op land -wind op zee

Ook de mogelijkheid bieden dat er voor wind op zee Motie 21: Elektriciteit kan worden gekozen en niet bij voorbaat nu al Extra toelichting/context: De opgave wind-op-zee staat náást de opgave op land. Gemeente Westvoorne wil dat wordt uitsluiten. bekeken hoe het realiseren van een groter aantal windmolens op zee dan bij aanvang van het RES traject werd verwacht, ervoor zou kunnen zorgen dat er minder molens op land nodig zijn. En vraagt de mogelijkheid te onderzoeken om daar zelf actief aan bij te kunnen dragen, bijvoorbeeld door mee te doen in een ‘Zee-concessie’ (motie 21);

Westvoorne

Inzet van warmte

Restwarmte uit de industrie wordt als niet haalbaar gezien voor Westvoorne. De inzet van nieuwe ontwikkelingen zoals aardwarmte dienen wel in de energieopgave voor Westvoorne meegerekend te worden. De focus van wind en zon alleen, is een verkeerde aanname.

318

Westvoorne

Zoekgebieden windmolens Westvoorne

Het toewijzen van het zoekgebied voor plaatsing van windmolens aan de Noordzeeboulevard.

317

Westvoorne

Biomassa

Biomassa centrales zijn uitgesloten voor energieproductie

316

Westvoorne

Isolatie

De grootste energiebesparing wordt bereikt door Motie 12: De opmerking dat woningisolatie in relatie tot ventilatie een negatief effect op de gezondheid van de het isoleren van de woning. Indien dit goed gebeurt bewoners kan hebben is vreemd. Waarschijnlijk voert het terug op 6 nieuwbouwprojecten uit het verleden die gaat dit niet ten koste van bewoners. misschien niet goed doordacht waren. Goed uitgevoerde isolatie in combinatie met een uitgebalanceerd ventilatiesysteem voorkomt problemen, zeker bij nieuwbouw. De nieuwe BENG normen van de RVO zijn hierin ook duidelijk.

De RES geeft invulling aan de nationale klimaatdoelstelling van 35 TWh hernieuwbare energie op land. Op zee is die paragraaf 4.1 doelstelling 49TWh. Daarvoor is reeds voorzien in een ambitieuze ontwikkelagenda die wordt getrokken op Rijksniveau. Daarnaast is er geen noodzaak via het Klimaatakkoord om te voorzien in de eigen opgave. De opdracht voor 'elektriciteit' aan de regio's is om te komen tot een aanbod grootschalige hernieuwbare energieopwekking op land dat passend is bij de regio en afgewogen wordt aan de hand van de criteria: ruimtelijk inpassing, netimpact, draagvlak en bijdrage aan het nationale doel per 2030. Hernieuwbare energie op zee is dus niet in de scope van de RES. Die is in de regio ook niet beïnvloedbaar. Dank voor uw toelichting. Besparing en isolatie zijn ook in de RES 1.0. de belangrijkste eerste stappen bij de aanpak Paragraaf 2 - 8.2 van de warmtetransitie. De inzetbaarheid van zonnewarmte wordt in de RES primair als lokale bron beschouwd, waaraan in de RES 1.0. geen uitwerking is gegeven. Geothermie is, tezamen met restwarmte één van de bronnen dat in de RES 1.0, in het specifiek de Regionale Strategie Warmte (RSW) belicht wordt, omdat beide kunnen voorzien in de warmtebehoeften van ook gemeenten die zelf niet of onvoldoende over lokale warmtebronnen kunnen beschikken.

Zeker voor uw gemeente en de andere gemeenten op Voorne-Putten geldt dat er goede kansen zijn om juist geothermie ook in de gebouwde omgeving te benutten. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en paragraaf 4.2 zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. In de nota van beantwoording worden geen uitspraken gedaan over specifieke locaties. Dank voor het toezenden van uw motie. De RES regio initieert geen warmteprojecten. De verantwoordelijkheid voor Geen verwijzing. goedkeuring van projecten ligt bij de gemeenten of de provincie. In de RES schetst de regio de mogelijkheden voor een regionaal warmtesysteem.

Het verstoken van houtige biomassa is geen onderdeel van het onderzoek dat hiervoor in uitvoering is. Op nationaal niveau is ook aandacht voor de inzet van houtige biomassa voor warmteprojecten. Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/16/duurzaamheidskaderbiogrondstoffen). Dank voor uw aandachtspunt. We onderschrijven uw inzicht dat isolatie en energiebesparing belangrijke Paragraaf 3.2, aandachtspunten zijn. In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen paragraaf 6.1, (minimaal label C). In de berekeningen rondom warmte is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. paragraaf 8.2.1 27% energiebesparing. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. Tegelijkertijd merken wij een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio hierbinnen kan vervullen.

In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A-label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen. Voor meer informatie over labelplichtige gebouwen: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/energielabel-woningen-en-gebouwen/vraag-en-antwoord/wanneer-ishet-energielabel-voor-woningen-verplicht.

Motie 19: Warmte Extra toelichting/context: Het spoor warmte is nog niet in zijn geheel uitgewerkt. De gemeente maakt echter van de mogelijkheid gebruik om op een aantal vlakken richting te geven. Zet in op isolatie en energiebesparing en benut zonnewarmte. Westvoorne zet in op gebruik van de warmte van geothermie, en ziet vooralsnog geen mogelijkheden voor toepassing van restwarmte van de industrie. Mocht dit in de toekomst toch efficiënt blijken, kan dit worden heroverwogen. Betaalbaarheid voor de inwoners staat voorop. (motie 9,11, 12 en 19) Motie 14: Elektriciteit Binnen Westvoorne is de locatie aan de Noordzeeboulevard geschikt. - Andere locaties zijn niet opportuun.

Motie 13

Brandstoffen

Algemeen

Extra toelichting/context: Het spoor warmte is nog niet in zijn geheel uitgewerkt. De gemeente maakt echter van de mogelijkheid gebruik om op een aantal vlakken richting te geven. Zet in op isolatie en energiebesparing en benut zonnewarmte. Westvoorne zet in op gebruik van de warmte van geothermie, en ziet vooralsnog geen mogelijkheden voor toepassing van restwarmte van de industrie. Mocht dit in de toekomst toch efficiënt blijken, kan dit worden heroverwogen. Betaalbaarheid voor de inwoners staat voorop. (motie 9,11, 12 en 19)

315

314

Westvoorne

Westvoorne

Zonnewarmte

Waterstof productie

De mogelijkheden die de opwekking van Motie 11: De RES benoemt hoofdzakelijk de opwekking van elektriciteit middels windmolens en zonnepanelen. Ruim zonnewarmte bieden, moeten beter benut worden. de helft van de energiebehoefte van een woning is voor verwarming en warm water. Zonneboilers bieden hiervoor goede mogelijkheden en worden niet voor niets nog steeds gesubsidieerd. De collectoren voor een zonneboiler nemen minder ruimte in vergelijking tot PV-panelen en besparen meer CO2.

Voorzie in waterstofproductie als energiedrager voor Westvoorne door het plaatsen van 1 windmolen met waterstofproductie.

Warmte

Extra toelichting/context: Het spoor warmte is nog niet in zijn geheel uitgewerkt. De gemeente maakt echter van de mogelijkheid gebruik om op een aantal vlakken richting te geven. Zet in op isolatie en energiebesparing en benut zonnewarmte. Westvoorne zet in op gebruik van de warmte van geothermie, en ziet vooralsnog geen mogelijkheden voor toepassing van restwarmte van de industrie. Mocht dit in de toekomst toch efficiënt blijken, kan dit worden heroverwogen. Betaalbaarheid voor de inwoners staat voorop. (motie 9,11, 12 en 19) Motie 10: Het produceren van waterstof direct aan de windmolen als energiedrager voor de inwoners van Brandstoffen Westvoorne.

41

Dank voor uw aandachtspunt. Met de RES geven we invulling aan de nationale klimaatdoelstelling van 35 TWh hernieuwbare energie, en de wijze waarop wij daar als regio aan kunnen bijdragen vanuit de draagkracht van het landschap. Uit dat onderzoek (in het proces naar de RES 1.0) is dit bod van 3,2 - 2,8 TWh gedistilleerd, waar we nu verdere concretisering in aanbrengen. Er zijn verschillende verdeelsleutels om naar de opgave te kijken.

Paragraaf 2.2, paragraaf 7.3.1, paragraaf 8.3.1 en paragraaf 8.3.4 (frame 1 ruimtelijke kwaliteit).

Dank voor uw aandachtspunt, u heeft daarmee een goed punt. De focus van de RES richt zich echter op grootschalige Paragraaf 4.2 - 8.3 opwek, zonneboilers biedt een alternatief voor de meer kleinschalige en lokale opwek.

Dit is een mooi idee. De RES gaat niet over de concrete wijze van realisatie van windmolens, deze wens kan de Geen verwijzing. gemeente zelf meenemen bij toekomstige windmolenontwikkelingen. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke locaties voor wind- en zonenergie. Als uw gemeenteraad niet in wil zetten op windenergie binnen uw grondgebied is dat een heldere keuze. Wij constateren dat u wel inzet wilt plegen op zon langs infra zodat u alsnog een aandeel levert in een deel van de regionale benodigde extra hernieuwbare opwek. Het RES-proces is een traject waar door de jaren heen kennis en innovatie kan worden verwerkt. Voor de RES 1.0 worden technisch haalbare methoden meegenomen, zodat we niet voor verassingen komen te staan. Als er onderweg toch nieuwe kennis wordt gevonden kan dit worden meegenomen in RES 2.0 en verder.

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

313

Westvoorne

312

Westvoorne

311

Westvoorne

310

Westvoorne

309

Westvoorne

Onderwerp / steekwoorden Financiën

Nieuwe technieken

Korte formulering

Toelichting

Thema

Antwoord

Er zal meer concretere invulling richting RES1.0 moeten komen, waarbij ook de financiële haalbaarheid voor burgers mee moet worden genomen. Niet voldoende concreet uitgewerkt: geen idee van financiële consequenties voor 5 overheden en burgers, geen concrete maatregelen voor besparen, geen duidelijke opgave voor gemeente.

Motie 9: zie korte formulering

Algemeen

Wij nemen kennis van uw standpunt. Betaalbaarheid en besparing spelen een belangrijke rol en zullen om die reden nadrukkelijker in de RES 1.0 benoemd worden.

Extra toelichting/context: − Het spoor warmte is nog niet in zijn geheel uitgewerkt. De gemeente maakt echter van de mogelijkheid gebruik om op een aantal vlakken richting te geven. Zet in op isolatie en energiebesparing en benut zonnewarmte. Westvoorne zet in op gebruik van de warmte van geothermie, en ziet vooralsnog geen mogelijkheden voor toepassing van restwarmte van de industrie. Mocht dit in de toekomst toch efficiënt blijken, kan dit worden heroverwogen. Betaalbaarheid voor de inwoners staat voorop. (motie 9,11, 12 en 19)

Het uitwerken van mogelijkheden ten opzichte van Motie 8: alternatieve energiebronnen • Deze energiebronnen als volledige vervanging te zien voor zon en wind energie • Hier planmatig rekening mee te houden met het plaatsen van wind en zonne-energie • Onderzoek alternatieve energieopslag.

Extra toelichting/context: − De gemeenteraad van Westvoorne hee nadrukkelijk de wens geuit om zo min mogelijk zonnevelden en windmolens te plaatsen. Dit door optimale benutting van daken en gevels, de zonneladder te volgen (motie 6 en 25) en door innovatie in het voordeel van de energietransitie te laten werken (motie 4 en 8). Ook wordt de motie Dijckhoff over het onderzoek naar de mogelijkheden van kernenergie ondersteund (motie 8 en 27). Energieneutraal De maximale energieopgave mag voor Westvoorne Motie 7: / Voorne niet verder gaan dan wat noodzakelijk is voor de eigen energiebehoefte. Alle vormen van Extra toelichting/context: De gemeente Westvoorne roept op tot een eerlijke verdeling, zowel binnen de regio als energie moeten meegeteld worden. De techniek tussen de regio’s, en de verdeling met betrekking tot de opgave wind-op-zee. Motie 7 en 22 gaan hier over. Het bod gaat razend snel vooruit en om die reden mag het van de energieregio Rotterdam – Den Haag is in lijn met het huidig document niet te terughoudend zijn. energiegebruik van de bebouwde omgeving, maar komt door de hoge bevolkingsdichtheid in vergelijking met andere regio’s hoog uit in verhouding tot de beschikbare ruimte. Maak instrumentarium Maximaal inzetten van daken en zo min mogelijk Motie 6: beschikbaar om zonnevelden.

Er zijn vele, mogelijk geschikte daken kleinschalige opwekking die onbenut blijven voor zonne-energie. Het Extra toelichting/context: van zonne-energie op aanbrengen van zonnepanelen op eigen dak wordt − De gemeenteraad van Westvoorne hee nadrukkelijk de wens geuit om zo min mogelijk zonnevelden en daken te stimuleren, door belastingvoordeel en gemeentelijke windmolens te plaatsen. Dit door optimale benutting van daken en gevels, de zonneladder te volgen (motie 6 en 25) geef als gemeente het duurzaamheidsleningen gestimuleerd, maar vergt en door innovatie in het voordeel van de energietransitie te laten werken (motie 4 en 8). Voor daken wordt dan ook goede voorbeeld en stel alsnog een eigen investering. De gemeente kan (en opgeroepen om inwoners en bedrijven hierin te ondersteunen met tools en daarbij ambitieuze maar wil) het aanbrengen van zonnepanelen op handreikingen (motie 6). realistische particuliere 4 woningen niet verplichten. De doelstellingen brancheorganisatie van Nederlandse experts in zonne-energie heeft een Handreiking Versnelling Zon op Dak uitgebracht, die het instrumentarium beschrijft voor het stimuleren voor zonne-energie op daken. Klare taal Voer de discussie op een voor iedereen Motie 5: De concept RES is moeilijk leesbaar. De opgave is abstract. De kaarten zijn onduidelijk.

toegankelijke wijze - Maak de RES 1.0 voor iedereen toegankelijk - Gebruik begrijpelijke taal en maak (meer) gebruik van andere communicatiemiddelen dan geschreven tekst - Maak dat iedereen de kaarten begrijpt - Maak de opgave voor Voorne-Putten concreet - Onderwerpen die we missen zijn de o koelte behoefte, o het stimuleren van innovatie o hoe efficiëntie winst wordt benut, o opslag o de rol van waterstof en kernenergie Extra toelichting/context I: Er is daarbij ook behoefte aan meer transparantie (motie x). Die kan worden verbeterd door de opgave per gebied (in ons geval op de niveaus Voorne–Putten, Voorne en Westvoorne) concreet te maken, duidelijke kaarten te presenteren die niet open staan voor verschillende interpretaties, en taalgebruik dat voor iedereen begrijpelijk is. De concept-RES spreekt wellicht experts aan die het bod moeten duiden maar is voor raadsleden en inwoners (direct belanghebbenden) te abstract (motie 5); Extra toelichting/context II: Hoe innovatie, andere energiebronnen en efficiëntiewinst gaan helpen om het bovenstaande doel te ondersteunen is nog te onduidelijk omschreven in de concept RES. Westvoorne hoopt dat dit beter wordt uitgewerkt en dat handreikingen worden geboden om deze winst te verzilveren (motie 4 en 5).

42

Algemeen

Verwijzing RES 1.0

Paragraaf 2.4, paragraaf 3.3, paragraaf 6.2, paragraaf 8.2.1, 8.2.3 (o.a. ad. 2 economische analyse) en paragraaf 8.3.4 (frame 2 haalbaarheid en doelbereik) Op dit moment kijken we naar de invulling van de klimaatdoelstelling vanuit beproefde technieken. Innovaties worden O.a. paragraaf 1.1, vanzelfsprekend in de RES meegenomen zodra deze beproefd bijdragen aan opwekking van duurzame energie. paragraaf 6.1, paragraaf 8.2.2, paragraaf 8.3.1, paragraaf 8.3.2

Algemeen

Het principe 'eerlijke verdeling' is vertaald in de RES in het publieke belang "rechtvaardigheid" waarbij het onder andere gaat om de eerlijke verdeling van de lusten en de lasten. In de plannen van de RES is in de afweging gekeken naar het borgen van de publieke belangen (die naast rechtvaardigheid ook betaalbaarheid, duurzaamheid, betrouwbaarheid en vertrouwen bevatten).

Paragraaf 2.4, paragraaf 3.2, paragraaf 3.3

Elektriciteit

In de RES 1.0 is de inzet van zon op daken, en bedrijfsgebouwen nadrukkelijk voorzien. Daarnaast worden er diverse verhaallijnen uitgelicht waarin inzicht wordt gegeven in type landschappen en in welke mate deze zich lenen voor energieopwekking. De inzet zon op daken is regionaal groot en samenwerking tussen gemeenten is in de afgelopen periode opgestart. De regio zoekt hierbij naar mogelijkheden om kennis en instrumentarium te delen. De wijze waarop de potentie van zon op daken en bedrijfsgebouwen uiteindelijk wordt gerealiseerd, blijft een lokale aangelegenheid.

paragraaf 4.3 en paragraaf 8.3

Communicatie

Dank voor uw heldere signaal. Leesbaarheid en duidelijkheid kaarten zijn meegenomen bij het schrijven en opmaken Geen verwijzing van de RES 1.0. In antwoord op de onderwerpen die nog missen: - Waterstof en kernenergie: In de concept RES is gesteld dat waterstof een zeer nuttige energiedrager is, die echter ook gewenst is voor andere toepassingen, zoals de industrie. Om deze reden is een ladder opgesteld. Afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare waterstof kan deze ook worden ingezet in de gebouwde omgeving. Dit is naar verwachting van netbeheerders, de Rijksoverheid en deze RESregio echter niet voor 2030 het geval. De mogelijkheid om te kiezen voor kernenergie is in de RES buiten beschouwing gelaten. Op dit moment is er in Nederland geen sprake van uitbreiding van de rol van kernenergie en de discussie hieromtrent is momenteel te weinig concreet om dit als serieuze optie in de RES op te nemen. Het besluit om een kernenergiecentrale te bouwen hangt af van landelijke besluitvorming en indien hier daadwerkelijk toe wordt besloten zal de bouw zeker 10 jaar vergen, en daarmee niet in 2030 (=focus RES) gerealiseerd zijn. - Koelte: Koeling is een onderbelicht onderwerp in de RES, terecht dat u dit onderwerp aankaart. Het staat voor de RES 2.0 op de agenda. - Opslag: De provincie Zuid-Holland voert een systeemstudie uit (a.d.h.v. 4 scenario's).

Dit geeft enkele inzichten geven over vraag en aanbod en de gevolgen op het energiesysteem. Deze uitkomsten zijn opgenomen in de Systeemanalyse van de RES. De RES 1.0 bevat geen aanvullende berekeningen op dit punt, daarvoor is er nog te veel in ontwikkeling. In de uitvoeringslijn Warmte is wel gekeken naar de wijze waarop piekvraag bediend kan worden, dit is echter een deel van de totale disbalans. Er is gekeken op hoofdlijnen wat de gevolgen zijn van de keuzen die er worden gemaakt. - Innovatie: Vanuit het Klimaatakkoord/ Nationaal Programma RES is bepaald dat de RES zich richt op grootschalige bewezen opwek- technieken. Dat is nu voor elektriciteit zon en wind. De RES wordt elke twee jaar herzien. Op deze wijze kunnen we ook bepalen hoe innovaties zich ontwikkelen en welke plek ze binnen de RES krijgen.

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

308

Westvoorne

307

Westvoorne

Onderwerp / steekwoorden Opslag van energie en netwerk / energiemix opnemen in het programma en nieuwe technieken

Korte formulering

Landschappelijke inpassing

Het realiseren van duurzame wind- en zonenergie gaat samen met versterking van het landschap, de natuur en de recreatie

Toelichting

Thema

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

Motie 4: Weinig tot geen controle door gemeenteraad, er zijn diverse informatie bijeenkomsten geweest. Inbreng van Systeemanalyse raadsleden tijdens deze informatieavonden over genoemde onderwerpen zijn niet terug te vinden in concept RES 1.0. Extra toelichting/context: I: De gemeenteraad van Westvoorne heeft nadrukkelijk de wens geuit om zo min mogelijk zonnevelden en windmolens te plaatsen. Dit door optimale benutting van daken en gevels, de zonneladder te volgen (motie 6 en 25) en door innovatie in het voordeel van de energietransitie te laten werken (motie 4 en 8). II: Hoe innovatie, andere energiebronnen en efficiëntiewinst gaan helpen om het bovenstaande doel te ondersteunen is nog te onduidelijk omschreven in de concept RES. Westvoorne hoopt dat dit beter wordt uitgewerkt en dat handreikingen worden geboden om deze winst te verzilveren (motie 4 en 5).

Uw wens/bedenking is tweeledig. Allereerst over de primaire inzet op zon op daken (en gevels): in de RES is de inzet Paragraaf 8.3 (en van zon op daken nadrukkelijk voorzien. Dit is zelfs een aanzienlijk aandeel van het bod. Wanneer er alleen wordt 7.3 voor het gekeken naar nieuwe projecten (dus naast de bestaande en pijplijnprojecten), dan is 50% van de energie voorzien op doorlopen proces) daken (0.724 TWh in gebouwde omgeving versus 0.683 TWh in zoekgebieden). De gemeenten gaan echter zelf met zoeklocaties aan de slag. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in bijv. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt voor het vervolg een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. Voor wat betreft het tweede punt; in het Klimaatakkoord staat omschreven dat deze RES invulling moet geven aan de doelstelling van CO2-besparing tot 2030.

Het te schetsen tijdpad houdt rekening met innovatie, waarbij in de lokale aanpak wordt gestart met de meest toegankelijke, bewezen maatregelen en grotere systeeminnovaties na 2030 komen. De RES wordt elke twee jaar geactualiseerd, en dat maakt het mogelijk om innovaties (tijdig) een plek te geven mochten grotere systeeminnovaties eerder dan 2030 komen. Om realisatie binnen de gestelde termijn te waarborgen, moeten de projecten vergunbaar zijn in 2025. Daarom kan zeker rekening gehouden worden met de efficiëntiewinst van bijvoorbeeld zonnepanelen. Ontwikkelaars hebben hier zelf ook baat bij.

Motie 3: Elektriciteit Energieprojecten gaan de inwoners raken in de beleving van hun omgeving. We willen voorwaardes stellen aan energieprojecten; • uitgangspunt blijft dat zoveel als mogelijk de opgave moet worden gezocht op daken en mogelijk in de toekomst het gebruik van gevels kan worden ingezet. • Ga bij de restopgave zoveel mogelijk uit van dubbel ruimtegebruik (zoals stortplaatsen, water retentie bekkens etc.) en zoek de gebieden op die geen goede economische dragers hebben • Zoek mogelijkheden langs infrastructuur, dijken en het integreren van zon in geluidswallen. • Omschrijf in de Regionale Energiestrategie hoe wordt omgegaan met temporisatie en fasering, waarbij innovatieve mogelijkheden voor verduurzaming optimaal worden gestimuleerd en toegepast. Zorg daarbij dat door fasering, innovatie en efficiëntie winst het landschap ook weer kan worden ontlast. • Zonnevelden worden enkel toegepast wanneer zij door opgaand groen worden omzoomd. Daarbij wordt rekening gehouden met gebiedseigen flora en waar mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke mogelijkheden voor extra CO2-opslag op langere termijn • Borg biodiversiteit ter plekke en dat de bodem vitaal blijft • Limiteer de opgave binnen de zoekgebieden Waar windturbines en zonneweides worden ontwikkeld in het landschap, worden natuur en recreatie versterkt.

Zoek ook daarbij naar hoogwaardige natuur die ook mee kan werken in extra CO2 opslag op langer termijn Zo worden de projecten geen kale elementen in het landschap, maar onderdeel van het landschap.

De RES 1.0 gaat in op het proces om te komen tot een regionale invulling van de nationale klimaatdoelstelling. Het is paragraaf 8.3, aan de gemeente op welke wijze daar nadere invulling aan wordt gegeven. Hierbij onderschrijft de gemeente verhaallijn Westvoorne diverse belangrijke uitgangspunten voor kwaliteit. De integraliteit en afwegingen die beschreven is zal recreatief voornamelijk op lokaal niveau plaatsvinden en zijn weg moeten vinden binnen gebiedsprocessen die leiden tot landschap, integrale afwegingen over ontwikkeling van energieprojecten. De integrale aanpak wordt in de RES onderschreven via paragraaf 4.1 de verhaallijnen en aanzet tot gebiedsprocessen, ruimtelijke kwaliteit is leidend, dat weerspiegelt de visie van de gemeente. Voor wat betreft uw punt over innovatie: op dit moment is invulling aan die doelstelling gegeven o.b.v. beproefde technieken. Vanzelfsprekend houdt de regio technische ontwikkelingen in de gaten die de impact op het landschap kunnen minimaliseren. Dit zal een landelijk aandachtspunt zijn/blijven. Die innovaties vinden hun weg in actualisaties van de RES 1.0.

Extra toelichting/context: Als er dan toch zonnevelden en windmolens moeten worden geplaatst, roept de raad in Westvoorne op om dit kleinschalig te doen, dubbel ruimtegebruik uit te nutten en daar strikte eisen aan te stellen. Opwek van wind- en zonneenergie in het landschap betekent een inbreuk op de kwaliteit van het landschap en moet gepaard gaan met investeringen in de directe omgeving die landschap, natuur en/of recreatie versterken (motie 3)

306

Westvoorne

Energie corporatie

305

Westvoorne

Participatie

359

WSHD

Inleiding W&B 379 t/m 384 hoort bij elkaar

Iedere inwoner is financieel belanghebbende met het realiseren van de uitwerking van de energiestrategie

Iedere inwoner wordt uitgedaagd om mee te doen met het realiseren van de uitwerking van de energiestrategie

Motie 2: •de baten van zon- en windenergie opgewekt binnen de gemeente Westvoorne toebehoort aan de burgers van gemeente Westvoorne • iedere inwoner binnen de gemeente lid is van de energiecoöperatie; • iedere inwoner binnen de gemeente aandelen verkrijgt en kan aanschaffen van de coöperatie. • verdeling van de opbrengsten naar rato worden uitgekeerd; • een minderheidsbelang van aandelen beschikbaar is voor deelnemers buiten de gemeente.

Elektriciteit

Extra toelichting/context: Zorg voor goede en tijdige participatie, waarbij groepen inwoners (en andere belanghebbenden) op een passende wijze worden betrokken bij de inpassing van de energietransitie en profiteren van de opbrengsten (motie 1 en 2); Motie 1: Bij deze transitie is betrokkenheid van inwoners essentieel. Neem de volgende uitgangspunten voor Communicatie participatie mee: - Gebruik diverse participatie instrumenten - Benader (soorten) inwoners op een bij hun passende wijze - Zoek mogelijkheden om inwoners die zich niet laten horen te betrekken - Begin tijdig / zo vroeg mogelijk - Maak de participatie concreet en duidelijk - Streef naar een hoog niveau op de participatieladder - Westvoorne werkt samen met Voorne Putten - Zorg dat de inwoners begrijpen wat de impact voor hen betekent - Maak participatie COVID -proof Extra toelichting: Zorg voor goede en tijdige participatie, waarbij groepen inwoners (en andere belanghebbenden) op een passende wijze worden betrokken bij de inpassing van de energietransitie en profiteren van de opbrengsten (motie 1 en 2); Zoals overeengekomen in het klimaatakkoord wil Waterschap Hollandse Delta graag samen met de gemeenten en de Algemeen provincie verantwoordelijkheid nemen voor de regionale energiestrategie (RES).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=b10a2be8-379d-441e-b118-7e456b5654a3