Verslag raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 141021
Tekst van het document
Gemeenteraad van Leiden Conceptverslag van de fysieke vergadering van de raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid, gehouden op donderdag 14 oktober 2021 in het Hoogheemraadschap De integrale gesproken tekst van de vergadering en die van eventuele insprekers is te beluisteren op www.leiden.raadsinformatie.nl Aanwezig: Voorzitter Commissieleden L&B
de heer E. Krijgsman de heer A. Brink, de heer M. Dirkse, mevrouw A. Jordan, de heer A. Jermoumi, de heer T. Leest, de heer W. van Peijpe (GL, agendapunt 5), mevrouw M. van Schaik-Gerritsen (PvdD), mevrouw M. Schreuder (GL), de heer R. Storm, de heer A. Theeuwen, de heer T. Vos (PS) en mevrouw F. Zeggelt
College
de heren P. Dirkse, A. North
Insprekers
De heer Omara (agendapunt 4 Uitvoeringsbesluit Veerplein) De heer Innemee (schriftelijke reactie bij agendapunt 4)
Overige aanwezigen
Mevrouw van den Berg en de heer Dister (Rekenkamercommissie LeidenLeiderdorp)
Commissiegriffier
mevrouw G. Haasnoot
Afmeldingen
mevrouw M. van den Berge (PvdD), mevrouw E. van Bree (GL), de heer M. Newsome (PvdA), de heer S. Sauvé (SP) en de heer A. Siwpersad (LP)
Notulist
mevrouw A. Vernooij (Notuleerservice Nederland)
OPENING
1.
Opening en vaststellen agenda
De voorzitter opent de extra (fysieke) vergadering om 20.00 uur. Mevrouw Van den Berge (PvdD), mevrouw Van Bree (GL), de heer Newsome (PvdA), de heer Sauvé (SP) en de heer Siwpersad (LP) zijn afwezig. De heren Dirkse en Leest (VVD) zullen later aanschuiven. Vaststellen van de agenda: Bij agendapunt 4 is een inspreker (en een schriftelijke inspraakreactie) en daarom wordt voorgesteld om agendapunten 3 en 4 om te draaien, zodat de inspreker eerder op de avond het woord krijgt. De agenda wordt gewijzigd vastgesteld. De voorzitter brengt de schriftelijke peiling vanuit de commissies ten aanzien van het Algemeen Bestuur Holland Rijnland 27 oktober 2021 onder de aandacht. De leden van de raad hebben de agenda van het AB Holland Rijnland ontvangen. Omdat er voor de vergadering geen reguliere commissieronde is, wordt schriftelijk gepeild bij de commissies of er zaken of vragen mee te geven
1
zijn. Het verzoek is om eventuele punten uiterlijk vrijdag 22 oktober a.s. bij de commissiegriffier aan te leveren. Een terugkoppeling van deze AB-vergadering volgt in de raad van 9 november. PRESENTATIE REKENKAMERCOMMISSIE LEIDEN-LEIDERDORP
2.
Presentatie ‘De werking van samenwerking’ (Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp)
De voorzitter deelt mee dat de Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp het onderzoeksrapport ‘De werking van samenwerking’ op maandag 11 oktober jl. aan de raden van Leiden en Leiderdorp heeft aangeboden, inclusief de bijbehorende rekenkamerbrief met aanbevelingen. Het voorstel is een korte presentatie door de leden van de Rekenkamercommissie en aansluitend ruimte te bieden voor informerende vragen. Op een later tijdstip volgt een reactie van het college en de inhoudelijke behandeling zal op 16 december a.s. in de commissie LB plaatsvinden. Voorafgaand hieraan is er gelegenheid om technische vragen te stellen. De heer Dister meldt dat de Rekenkamercommissie onderzoek heeft gedaan naar de informatiepositie van de raad bij verbonden partijen in de gemeente Leiden-Leiderdorp. Het onderzoek is uitgevoerd door PROOF-adviseurs en hierbij is onder meer gebruik gemaakt van de raad van Leiden. Op 16 juni jl. heeft een bijeenkomst plaatsgevonden met raadsleden uit de gemeente Leiden en Leiderdorp en hier zijn de bevindingen gepresenteerd. Ongeveer een kwart van de gemeentebegrotingen in Nederland wordt besteed via verbonden partijen of samenwerkingsverbanden. Leiden neemt deel aan 42 samenwerkingsverbanden. Van een verbonden partij wordt gesproken als een gemeente invloed heeft of als er een financieel belang is. Er is een zogenaamd doorwerkingsonderzoek gedaan.
In 2017 is al eerder onderzoek gedaan en er is gekeken wat met de aanbeveling van destijds is gedaan. Voor de toekomst is bekeken hoe de positie van de raad kan worden versterkt ten aanzien van de verbonden partijen. In 2017 werd gesteld dat de informatievoorziening van de raad beter zou kunnen. Dit is ook gebeurd, want de officiële informatievoorziening is prima op orde. De raad krijgt veel informatie, maar de vraag is of al deze informatie relevant is en op het juiste moment komt, zodat sturing kan worden gegeven. Het advies is om een gemeentelijk kader te maken van de informatie die de raad verwacht dat er wordt geleverd. Het is belangrijk dat de verschillende partijen als de raad, griffie, college en de ambtelijke organisatie elkaar ontmoeten om over de informatievoorziening te spreken. Het lijkt niet zinvol om aan alle 42 samenwerkingsverbanden evenveel aandacht te besteden en een aanbeveling is om de samenwerkingsverbanden te volgen die politiek bestuurlijke aandacht vergen en die impact hebben op de inwoners. Ook kan het goed zijn om aandacht te besteden aan organisaties waaraan grote financiële risico’s of uitvoeringsrisico’s verbonden zijn. Om de tijd beter te verdelen, zou gewerkt kunnen worden met raadsrapporteurs.
Dit betekent dat een lid uit de coalitie samen met een lid van de oppositie een samenwerkingsverband nauwgezet volgen en de andere raadsleden hierover zo objectief mogelijk informeren. Ook kan de invloed als raadslid groeien als krachten worden gebundeld met raadsleden uit andere gemeenten. Mevrouw Schreuder vraagt of andere gemeenten ook met rapporteurs werken. Mevrouw Jordan heeft het gevoel dat de gesprekken vaak over proces en procedures gaan in plaats van over de inhoud. Zij vraagt of hier ook naar gekeken is. Mevrouw Zeggelt is benieuwd of de Rekenkamercommissie kan aangeven welke van de 42 samenwerkingsverbanden heel belangrijk zijn. De heer Vos (PS) vraagt of er verschillen zijn in de mate waarin de informatievoorziening op orde is tussen de verschillende Gemeenschappelijke Regelingen waaraan wordt deelgenomen. Mevrouw Van Schaik begrijpt dat er wordt gepleit voor een actievere rol, maar de werkdruk is op dit moment al heel hoog en zij vraagt hoe een rapporteursrol in de praktijk vormgegeven zou moeten worden.
2
De heer Jermoumi ziet grote verschillen in de schaal van samenwerking tussen gemeenten. Welk effect heeft dit? Is er ook onderzoek gedaan naar of de raden goed aangehaakt zijn op de onderwerpen in de Gemeenschappelijke Regelingen met verbonden partijen? De heer Storm constateert dat er soms inzicht in de processen ontbreekt. Zouden de rapporteurs hier ook bij kunnen helpen? Hij vraagt zich af of de posities van de verschillende raden niet voorop zouden moeten staan in plaats van het gemak van het proces. Mevrouw Van den Berg zegt dat er zeker gemeenten zijn met dezelfde omvang als Leiden die ervaring hebben met rapporteurs. Zij meent dat deze achter in de bijlagen zijn opgenomen. Als dit niet het geval is, zullen deze worden nagezonden. Het onderzoek heeft zich echt op processen toegespitst. De onderzoekers hebben geconstateerd dat de informatievoorziening strakker kan zijn, maar er is niet ingegaan op de vraag of de informatie politiek helpt. Een advies is om hier als raad wel een uitspraak over te doen. De onderzoekers hebben ook gezien dat de raad “schiet op wat beweegt”. Het zou verstandig kunnen zijn om met elkaar te bepalen om te kijken naar een samenwerkingsverband dat niet heel hard beweegt. Welke samenwerkingsverbanden belangrijk zijn, is een politieke afweging. In Leiden wordt 18% van de begroting besteed via verbonden partijen.
De voorzitter dankt de Rekenkamercommissie voor de presentatie. Mevrouw Van den Berg biedt aan dat er altijd contact kan worden opgenomen ingeval van eventuele nadere vragen. BESPREEKSTUKKEN PROGRAMMA 5, OMGEVINGSKWALITEIT
3.
21.0077 Uitvoeringsbesluit Openbare Ruimte projecten Binnenstad: Havenplein
Agendapunt 3 wordt na agendapunt 4 behandeld. De voorzitter deelt mee dat de raad wordt gevraagd om het Uitvoeringsbesluit vast te stellen. Het doel van dit project is om de verkeersveiligheid en de verblijfskwaliteit van het Havenplein te verbeteren. De commissie kan vanavond advies uitbrengen aan de raad over vaststelling van het raadsvoorstel. Een voorstel is tevens om twee moties af te doen: ’Vergroenen Havenplein (uit 2017, van GL en CU) en Naar een aantrekkelijk Havengebied uit 2019. Er zijn geen technische vragen gesteld. Mevrouw Schreuder denkt dat er voor nu het maximale uit is gehaald, maar GL gaat ervan uit dat de ingetekende parkeerplaatsen worden vergroend. Wellicht kan de wethouder hier een termijn voor noemen en toezeggen om de commissie op de hoogte te houden. Mevrouw Jordan sluit zich aan bij voorgaande spreekster. De heer Storm vindt het een mooi plan dat goed voor de stad is. CDA zal voor stemmen. De heer Leest is blij dat de plek verkeersveiliger, gezelliger en groener wordt gemaakt. VVD is benieuwd naar de mogelijkheden voor het toegankelijk maken van het openbaar toilet op het Havenplein. Het Havenplein wordt aangepakt onder de noemer ‘verbeteren knelpunten in het wegennet’, maar het gaat ook om vergroening. In Leiden wordt 189 miljoen euro uitgegeven aan verkeersveiligheid en de vraag is of in dit bedrag ook veel vergroening is opgenomen.
De heer Jermoumi vindt het een mooi project dat goed is uitgewerkt. Wat betreft PvdA zijn de moties hiermee afgedaan. Wellicht is het een idee om in de afvalbak die terugkomt een klep te plaatsen, zodat zwerfafval makkelijker weggegooid kan worden. PvdA is akkoord met het voorstel.
3
Mevrouw Van Schaik is blij met de vergroening en de geplande plantvakken. Zij is wel benieuwd hoe wordt getoetst en wanneer wordt besloten dat het tijd is om een volgende stap te zetten. PvdD is positief over de werkwijze die zij ook graag in andere raadsvoorstellen zou terugzien. In dit geval lijkt het logisch om het zebrapad te schrappen, omdat de zebrapaden dicht bij elkaar liggen en de noordelijke zebra niet echt in een logische looprichting ligt. Voor de City Marketing banieren is nog geen geschikte locatie gevonden. De PvdD doet de suggestie om het gewoon niet te doen. De heer Theeuwen vindt meer dan € 600,000,-- voor twee bomen, een struik en wat straatwerk erg veel geld. Bovendien is het ook nog € 250.000,-- meer dan aanvankelijk geraamd. SP zal tegen stemmen. De heer Vos schaart zich in dit geval achter het college om de negen parkeerplaatsen te behouden. Met betrekking tot het terugbrengen van het aantal laad- en losplekken wijst hij erop dat auto’s soms meer dan één vak in beslag nemen. Is hier rekening mee gehouden in het ontwerp? De heer Brink vindt het een mooie combinatie van vergroenen en meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Het plein wordt overzichtelijker, maar vooral ook verkeersveiliger. In overleg met het Platform Gehandicapten is het plan geoptimaliseerd. Bovendien zijn door meer vergroening de moties afgedaan.
Hoewel het om veel geld gaat, worden hier meerdere problemen opgelost. Het is realistisch om vooralsnog de vijf parkeerplaatsen niet op te heffen en bovendien laat het plan de mogelijkheid open om de plekken op een later moment alsnog te vergroenen. Een dergelijke groeioptie zou wat CU betreft vaker gebruikt mogen worden in plannen. Wethouder North denkt dat de vergroening en het verkeersveilig maken van het Havenplein een optimalisatie is van het Kaderbesluit. Het college heeft inmiddels de plannen voor Noorderkwartier Oost, fase 2 aangenomen en hier wordt volgens een vergelijkbaar principe gewerkt; vergroenen waar mogelijk, maar als het niet direct mogelijk is, wordt er wel al in het ontwerp rekening gehouden dat meer vergroend kan worden als de parkeerdruk daalt. Bij de Parkeervisie zijn maximale parkeerdruknormen meegegeven. Voor de binnenstad zijn deze 90% en als de parkeerdruk onder de 90% komt, kan er worden vergroend. Hierover kan worden gerapporteerd via ‘Parkeren in cijfers’. Vanaf de Spanjaardsbrug, Lage Rijndijk is het de drukste fietsroute de stad in. Daarom is het belangrijk dat de verkeersveiligheid op het Havenplein wordt vergroot. De dekking komt uit hetzelfde programma als het Havenplein. In het oorspronkelijke plan zouden de zebrapaden beide verdwijnen. In overleg met Platform Gehandicapten is besloten om er een te behouden.
Het aantal laad- en losplekken wordt teruggebracht, omdat is gemeten dat deze plekken tussen 08.0015.00 uur heel weinig worden gebruikt. De heer Vos heeft een opmerking gemaakt over wagens die breder zijn dan één vak. Wethouder North denkt dat het met name gaat om de lengte en het is toegestaan om te laden en lossen op reguliere parkeerplaatsen en die zijn er ook. De voorzitter concludeert dat het als hamerstuk naar de raad gaat waarbij SP zal tegen stemmen. De voorzitter schorst de vergadering voor een korte pauze.
4.
21.0086 Uitvoeringsbesluit Herinrichting Veerplein e.o. deelproject Singelpark
Agendapunt 4 wordt voor agendapunt 3 behandeld in verband met de inspreker. De voorzitter deelt mee dat de gemeente met de herinrichting van het Veerplein en omgeving het gebied zo veel mogelijk wil vergroenen, de verblijfskwaliteit wil verbeteren en de Singelparkroute op deze plek duidelijker wil maken. Aan de raad wordt gevraagd om in te stemmen met het uitvoeringsbesluit. De commissie wordt gevraagd om advies uit te brengen aan de raad over het raadsvoorstel. Vooraf zijn technische vragen gesteld door CU. Deze zijn beantwoord en staat in PP.
4
Inspreker De heer Omara heeft zijn zorgen gedeeld met een ambtenaar en de ontwerper. Er zijn een paar aanpassingen aan het plan doorgevoerd waar hij heel blij mee is. Hij voelt zich gehoord en is zeer positief over het plan. Mevrouw Schreuder vindt het leuk om te horen dat de heer Omara tevreden is en zij is benieuwd wat hij zo leuk aan het plan vindt. De heer Omara zegt dat het huidige plein heel erg verhard is en het nieuwe plan betekent een grote vergroening van het plein. Hij woont direct aan het plein en hij is hier blij mee. Mevrouw Van Schaik heeft begrepen dat de heer Omara in eerste instantie wat zorgen had over het plan. Kan hij deze toelichten? De heer Omara zegt dat er in het eerste plan een direct pad recht voor de gevel van zijn huis zou komen waardoor hij overlast vreesde. De horecabestemming direct naast zijn huis maakte zijn zorgen nog groter. Inmiddels is het pad voor zijn gevel niet meer aan de orde. Commissie De heer Brink vindt de vergroening van het plein mooi, de verbinding met de Plantage via de Veerstraat noemt hij wat vergezocht. Een verkeersluwe straat klinkt goed, maar deze was volgens hem al nooit heel erg druk. Uit de beantwoording van schriftelijke vragen van CU blijkt dat meer dan een derde van de totale investeringskosten naar de aanpassingen aan de Plantagelaan gaat.
Het is de vraag of € 350.000,-- voor een middenberm met een boom een verantwoorde uitgave is. De heer Jermoumi is positief over de plannen en hij denkt dat ook wat betreft de parkeerbehoefte het maximaal bereikbare is gerealiseerd. Wellicht kan het college nog een reactie geven op de inspraak. Mevrouw Schreuder (GL) is blij met het ontwerp voor het Veerplein, zowel met de vergroening als de verbeterde oversteekplaats. GL ziet in tegenstelling tot CU wel de meerwaarde van de logische looproute. De heer Theeuwen heeft moeite met het plan gezien de kosten die het met zich meebrengt; € 936.000. Het is in feite stadsverfraaiing en geen investering in duurzaamheid. De Plantage ziet er nu ook goed uit. Het Veerplein is niet zo mooi, maar om bijna een miljoen euro te investeren om zaken kunstmatig aan elkaar te verbinden, vindt SP zonde van het geld. Mevrouw Van Schaik is benieuwd hoeveel geld SP hier wel voor over zou hebben. De heer Theeuwen denkt dat de investering in het Veerplein nodig is en de herinrichting zal voor tussen de € 100.000 en € 200.000gerealiseerd kunnen worden. De heer Vos is tevreden over het toevoegen van het groen en het Veerplein bij het Singelpark betrekken, kan op steun van PS rekenen. In de participatie is goed tegemoetgekomen aan wensen van bewoners.
Is er met betrekking tot de fietsenrekken en de parkeerplaatsen naar aanleiding van de inspraakreactie gekeken naar alternatieven en waarom zijn deze afgevallen? Mevrouw Van Schaik is blij met de volgende stap in het Singelpark, dat er geen bomen worden gekapt en dat het om een nadrukkelijke wens van de bewoners gaat. De wethouder wordt gevraagd om een reactie naar aanleiding van de schriftelijke inspraakreactie. De heer Leest zegt dat het wat kost, maar het gaat ook om een belangrijke schakel in het Singelpark dat steeds belangrijker wordt voor de stad. VVD is ook blij met het plan en concludeert dat er realistisch is gekeken naar de parkeerplaatsen. De heer Storm kan zich in grote lijnen vinden in het plan, maar hij is net als CU benieuwd naar de hoge kosten voor aanpassing van de Plantagelaan.
5
Met opmerkingen [HG1]: Euro’s zijn geen guldens
Mevrouw Jordan is positief over het plan en sluit zich aan bij de gestelde vragen, met name over alternatieven voor de fietsparkeerplaatsen. College Wethouder North licht toe dat de Plantagelaan oorspronkelijk geen onderdeel zou vormen van de plannen, maar dit is voortgekomen uit participatie en uit de behoefte om de verkeersveiligheid te verbeteren. Vanuit de pioniers van het Singelpark die aan het begin van het jaar een vijftigpuntenplan hebben aangeleverd ter optimalisatie van het Singelpark, is deze schakel toegevoegd aan het project. Er werd aangegeven dat op de Singelparkroute de oversteekmogelijkheden te beperkt zijn. Uit de participatie bleek dat mensen het hiermee eens waren en hun argumenten hebben het college overtuigd dat het goed zou zijn om dit onderdeel te laten zijn van de Singelparkroute. De heer Brink heeft niet gesteld dat het geen onderdeel zou moeten zijn van de Singelparkroute, maar hij heeft de buitensporige kosten benoemd voor dit stukje. Wethouder North legt uit dat de Plantagelaan een koppeling heeft met het Levendaal waardoor wegen uitgebogen moeten worden. De ingreep is complexer dan puur het vergroenen van een plein. De intentie was om de twee parkeerplaatsen te vergroenen, omdat deze zeer onlogisch op de Singelparkroute liggen. De parkeerdruk is hier echter heel hoog en daarom was het niet wenselijk om deze op te heffen.
Hierdoor moesten de fietsklemmen opschuiven en de huidige locatie is eigenlijk de enige plek waar ze kunnen staan. Als de fietsklemmen niet geplaatst worden, gaat de ruimtelijke kwaliteit flink achteruit. Er is veel draagvlak voor het vergroenen van de parkeerplaatsen, voor het compenseren van de parkeerplaatsen en voor het verplaatsen van de fietsklemmen. Mevrouw Van Schaik neemt aan dat de fietsklemmen waartegen de bewoner in de schriftelijke reactie ageert, zich in de openbare ruimte bevinden. Wethouder North bevestigt dit. De heer Brink blijft het gevoel houden dat het verhoudingsgewijs om erg hoge kosten gaat. De heer Theeuwen vreest dat de meerderheid het niet eens is met CU en SP. SP heeft het Singelpark altijd gesteund en ook is het belangrijk om groen in de binnenstad te hebben, maar ook hij meent dat het verhoudingsgewijs om veel geld gaat en SP zal dit niet steunen. De heer Storm is overtuigd geraakt door de antwoorden van de wethouder. Het is goed dat het Singelpark leidt tot verbetering in de verkeersveiligheid. De voorzitter concludeert dat het Uitvoeringsbesluit als hamerstuk naar de raad zal gaan. De SP zal hiertegen stemmen. PROGRAMMA 1 BESTUUR EN DIENSTVERLENING
5.
21.0098 Raadsvoorstel Onderzoek 'Participatie in Leiden Ontleed van Platform31'
De voorzitter heropent de vergadering. Alle commissies zijn voor dit onderwerp uitgenodigd. De heer Peijpe (GL) heeft gebruik gemaakt van deze uitnodiging. In het raadsvoorstel doet het college een voorstel aan de raad om de conclusies van het onderzoek vast te stellen en wordt aangegeven hoe men de lessen en aanbevelingen vanuit het onderzoek wil toepassen. De commissie LB is op 9 september jl. de inhoudelijke bespreking van het rapport en de reactie van de fracties gestart. Naast het raadsvoorstel worden ook enkele andere (praktische) discussiepunten die op 9 september zijn geïnventariseerd, besproken. Het is ook de bedoeling om duidelijkheid te krijgen over de wens van de commissie, over het vervolg na deze behandeling en specifiek of een gesprek met de stad gewenst is en zo ja, wanneer en hoe het verder vorm kan krijgen. Het college zal nog met een erratum komen waarbij de benoemde verbeter- en aandachtspunten uit de bijeenkomsten van raad en college over participatie (2019) geborgd zullen
6
worden. Er zijn technische vragen gesteld door LP en eerder ook door PS. Deze zijn beantwoord, doorgestuurd en staan in PP. Commissie De heer Dirkse kan zich vinden in het raadsvoorstel. Hij is blij dat het college aandacht heeft voor de toon in de discussies rond participatietrajecten. Er zou door het college nog wel iets meer flexibiliteit getoond kunnen worden. VVD praat graag mee in de discussie om de participatie laagdrempeliger te maken. De heer Jermoumi erkent dat participatie in de stad niet altijd goed gaat. PvdA noemt als grootste uitdaging dat participatie inclusief en representatief moet zijn. PvdA is geen voorstander van een gesprek in de stad in de vorm van een conferentie, uiteraard wel van een gesprek met de stad. PvdA wil het discussiepunt van wijkwethouders inbrengen. Een ander punt is dat het algemeen belang te allen tijde moet prevaleren en dit zou moeten terugkomen in het raadsvoorstel. Mevrouw Zeggelt is blij met de snelheid waarmee het college heeft gereageerd op de onderzoeksuitkomsten. Zij constateert dat het wel erg wordt toegespitst op processen en zij pleit ervoor om vormen uit te proberen. Morgen vindt het eerste gesprek met betrekking tot het stadsgesprek plaats en zij hoort graag de mening van andere partijen over de vorm hiervan. D66 wil aan de slag met omwonenden van het Diamantplein om iets moois te maken van het Denksportcentrum.
In een volgende periode zouden de commissies SO en LB thematisch op een meer integrale manier moeten samenwerken. D66 zal voor het raadsvoorstel stemmen. Mevrouw Van Schaik miste in het raadsvoorstel een aantal punten van Platform31, met name de 7 inzichten. Haar voorstel is om deze expliciet in het raadsvoorstel terug te laten komen. Deze zouden bijvoorbeeld gekoppeld kunnen worden aan besluitpunt 2. De heer Theeuwen kan instemmen met het raadsvoorstel, maar hij merkt op dat het toch nog vooral beperkt blijft tot theorie. Volgens SP wordt dit veroorzaakt door het coalitieakkoord, de uitnodigingsplanologie en de bestuursstijl. Hij denkt dat in de verkiezingscampagne duidelijk moet worden gemaakt waarvoor wordt gekozen. SP vindt een stadsgesprek zeker nuttig, maar ziet dit graag pas na de verkiezingen als er een nieuw bestuur zit. De heer Van Peijpe vraagt of de heer Theeuwen nader kan ingaan op het coalitieakkoord en de bestuursstijl als oorzaak voor het niet zetten van stappen inzake participatie. De heer Theeuwen legt uit dat bij een open bestuursstijl op zoek wordt gegaan naar draagvlak door problemen open voor te leggen. Daar tegenover staat een bestuursstijl die meer is geënt op gemandateerde besluitvorming. De heer Storm denkt dat het om een politiek probleem gaat en niet om een procesprobleem. In grote lijnen kan hij wat dit betreft aansluiten bij de vorige spreker.
CDA vond het onderzoek en de uitkomsten matig en hij vindt het raadsvoorstel ook vrij matig. Wel wordt ingestemd met het raadsvoorstel en besluitpunt 3 wordt van harte aanbevolen aan de volgende raad. Mevrouw Schreuder vraagt hoe CDA kan instemmen met het voorstel dat spreekt over rust brengen in het participatiedebat, ruimte geven en een rol voor de raad terwijl tegelijkertijd wordt gesteld dat het om een politiek probleem gaat. De heer Storm noemt het raadsvoorstel vrij inhoudsloos; ruimte geven, tweezijdigheid in communicatie, ontspanning in debat. Hier had geen onderzoek voor hoeven ingesteld. Maatwerk is sowieso altijd het antwoord als er geen oplossing is. Het zijn open deuren waar CDA achter staat, maar tegelijkertijd constateert hij dat deze het probleem niet gaan oplossen. Mevrouw Schreuder noemt als een van de belangrijkste conclusies uit het rapport dat er geen spoorboekje is. Denkt CDA dat dit er wel is?
7
De heer Storm zegt dat er wel een spoorboekje is, namelijk de participatieladder, maar de bewoners willen iets anders en op deze manier komt er geen oplossing. De heer Vos heeft twijfels bij beslispunt 1.3, ontspanning in debat, reductie van participatiestress. Dit komt over als een vorm van depolitisering van de politieke discussie over participatie. Beslispunt 2.2, scope en reikwijdte van participatieprocessen af te bakenen, zou nooit mogen betekenen dat de ruimte waarin burgers kunnen meepraten wordt beperkt. Er zou niet wanhopig vastgehouden moeten worden aan eerdere kaders. Voor de vergadering heeft hij iemand gesproken die vanavond graag had willen inspreken, maar hij wist niet dat de vergadering vanavond plaatsvond. Zijn de casusdeelnemers geïnformeerd over het feit dat het voorstel vanavond zou worden besproken? De voorzitter stelt dat de commissie zelf over de agenda gaat. Het is niet aan de wethouder om dit te delen. De heer Vos begrijpt de voorzitter, maar hij vindt het juist een onderdeel van de participatie dat mensen geïnformeerd blijven worden over wanneer iets in besluitvorming komt. Het college heeft het raadsvoorstel opgesteld. Mevrouw Schreuder wijst erop dat de agenda van de commissie openbaar is en voor iedereen is te raadplegen. Zij denkt niet dat het doorslaggevend moet zijn dat de heer Vos vanavond iemand heeft gesproken die niet op de hoogte was.
De heer Brink kan zich vinden in het raadsvoorstel, maar hij constateert ook dat veel in het proces blijft hangen. De komende verkiezingstijd zal er voldoende mogelijkheid zijn om met de stad van gedachten te wisselen. CU wil vooral overgaan tot actie en pleit voor het experimenteren met verschillende vormen. Als iets niet blijkt te werken, moet gewoon voor een andere vorm worden gekozen. In het coalitieakkoord wordt wel gesproken over scenario's, maar dit gaat over raadsvoorstellen terwijl CU scenario’s aan inwoners wil voorleggen. Mevrouw Schreuder is blij met het rapport en kan zich goed vinden in de aanbevelingen. Voor GL is rust in het debat en geen participatiestress belangrijk. Een sterke rol voor de gemeenteraad is essentieel evenals het respectvol met elkaar omgaan. Verder is het goed om ervoor te zorgen dat iedereen in beeld is, weten wie wie vertegenwoordigt en dat jongeren in de stad worden bereikt. Door te experimenteren en te leren worden stappen gemaakt, dus GL steunt het handelingsperspectief. Een extra platform voor een stadsgesprek is op dit moment niet nodig. De heer Theeuwen vraagt wat GL verstaat onder participatiestress. Hij heeft mevrouw Schreuder gehoord over populistische leuzen en vraagt wat zij hiermee bedoelt. Mevrouw Schreuder heeft populaire leuzen gezegd.
Hiermee doelt zij erop dat het verleidelijk kan zijn om een stelling naar voren te brengen die door een kleine groep wordt vertegenwoordigd, maar niet het hele verhaal vertelt. Het is belangrijk om transparant te zijn over waar bepaalde belangen en belangenvertegenwoordiging vandaan komen. Een voorbeeld van participatiestress is als zich bijvoorbeeld één persoon meldt en dat het idee wordt gewekt dat er sprake is van een groot onrecht. Dit komt het grote plaatje niet altijd ten goede. De heer Vos vraagt of het stellen van een vraag aan de wethouder volgens mevrouw Schreuder onderdeel is van participatiestress. Mevrouw Schreuder zegt dat dit geen participatiestress is. Er zijn echter wel patronen te zien in de manier waarop vragen worden gesteld en terugkerende zaken die voorbijkomen. Zij heeft het als voorbeeld genoemd en niet als een persoonlijke aanval. College Wethouder North voelt wel voor het voorstel van PvdA om een beslispunt op te nemen over de weging van het algemeen belang. Het college heeft ook willen aanmoedigen om naar verschillende vormen te kijken en dit is opgenomen als besluitpunt 3. Wel merkt hij op dat er de afgelopen
8
raadsperiode is geëxperimenteerd met veel verschillende vormen. Voorbeelden zijn participatie door loting, burgerfora voor de energietransitie, wijkvervangingen worden samen met mensen ontworpen, stadsgesprekken hebben de basis gevormd onder het nieuwe duurzaamheidsbeleid en het nieuwe mobiliteitsbeleid. Dit college streeft volgens de wethouder wel degelijk een open bestuursstijl na. In de vorige bestuursperiode stond participatie op een veel lager pitje en was het lastig om een fenomeen als jongerenparticipatie van de grond te krijgen. De heer Theeuwen vraagt of er in de deze of in de vorige periode meer boze burgers hun beklag hebben gedaan over het feit dat ze niet gehoord werden? Wethouder North heeft in alle periodes die hij heeft meegemaakt boze burgers gezien en burgers die blij waren met de investeringen in de stad. In 2010 is gestart met een open bestuurscultuur op initiatief van D66 en CDA en hier wordt nog steeds naar gehandeld. Naar aanleiding van de punten die PS aan de orde heeft gesteld, zegt hij dat beide punten zijn gevolgd uit onderzoek. Het college is gevraagd om de brief over het onderzoek te vervatten in een raadsvoorstel en dit is gedaan. Vanzelfsprekend is het niet de bedoeling om de invloedssfeer van inwoners in te perken. Wel is het reduceren van participatiestress goed, omdat dit ertoe leidt dat er een debat vanuit rede kan worden gevoerd.
Scenario’s presenteren gaat eigenlijk vooraf aan nieuwe beleidsuitgangspunten en het college heeft ermee geëxperimenteerd om tijdens besluitvorming scenario’s toe te voegen. Met inwoners wordt altijd vanuit scenario’s gewerkt. De reden dat inwoners wat meer zichtbaar zijn, is wellicht omdat ze eerder gefaciliteerd worden om mee te denken over plannen en om kritiek te uiten als ze het er niet mee eens zijn. Er is niets op tegen om de 7 inzichten toe te voegen aan de besluittekst. Discussiepunten Stadsgesprek De heer Dirkse wil het stadsgesprek graag vorm geven en spreekt hier morgen met twee andere partijen over. Mevrouw Zeggelt zegt dat een aantal partijen een mening heeft gegeven over het idee en stelt voor om nu te wachten op het plan dat naar aanleiding van het gesprek van morgen komt en de discussie hierna nog een keer te voeren. De voorzitter wil eerst peilen of er een meerderheid is van de commissie om een stadsgesprek te organiseren. Het is mevrouw Schreuder niet duidelijk of het een discussiepunt is waarover de commissie spreekt of dat de partijen los hiervan bezig zijn met een voorstel. De voorzitter memoreert dat naar aanleiding van het onderzoek in de vorige vergadering is aangegeven dat er wordt gedacht aan een stadsgesprek. Buiten de vergadering is een groepje ontstaan dat hiervoor een aanzet wil geven. Er wordt nu gepeild of hier een ruime meerderheid voor is.
De heer Storm stelt dat het CDA zich erin kan vinden dat het een aanzet voor het handelingsperspectief is, maar CDA wil niet een enorm stadsgesprek. De heer Jermoumi is ook niet enthousiast over een conferentie, maar in deze vorm kan PvdA zich erbij aansluiten. De heer Theeuwen wijst erop dat de verkiezingen al in maart zijn en een stadsgesprek laten organiseren door de gemeente is iets anders dan dat politieke partijen het organiseren. SP is geïnteresseerd in deze laatste variant.
9
Mevrouw Schreuder sluit zich aan bij voorgaande sprekers die geen groot platform voor zich zien, omdat er al een behoorlijke opdracht ligt voor de organisatie in verband met de verkiezingen. De heer Vos vond het in eerste instantie een uitstekend idee vooruitlopend op het raadsvoorstel. Tegenover de koppeling met het handelingsperspectief staat hij ook wel positief. Het lijkt hem wel goed om dit na de verkiezingen te doen, mede gezien de organisatorische capaciteit. De voorzitter heeft steun gehoord voor het vinden van een vorm. --Het structureel verhogen van het niveau van participatie (PS) Het gebruik maken van een zo hoog mogelijke trede van de participatieladder (PvdD) De heer Vos licht toe dat participatie zich op dit moment vaak beperkt tot informeren en consulteren, de twee laagste treden van de participatieladder. PS vindt dat structureel moet worden gekozen voor hogere treden zoals adviseren, coproductie en meebeslissen zodat burgers een veel sterkere stem in het proces hebben. Mevrouw Van Schaik pleit niet zozeer voor een structureel hogere trede op de participatieladder, omdat niet alle situaties dit toelaten, maar wel een zo hoog mogelijke. Mevrouw Zeggelt denkt dat dit punten zijn die te zijner tijd in het handelingsperspectief vastgelegd moeten worden en niet in het raadsvoorstel.
D66 gaat niet met PS mee, maar wel met PvdD omdat per casus moet worden bekeken welke trede wordt ingezet. Mevrouw Schreuder sluit zich aan bij voorgaande spreekster. De heer Storm meent ook dat deze discussie in het handelingsperspectief past en het zou zijn voorkeur hebben om het vanuit de nieuwe raad te bekijken. De heer Brink heeft juist zorgen over het weer naar achteren schuiven, terwijl er nu iets moet gebeuren. Bestaat het risico niet dat van uitstel afstel komt? De heer Storm is hier niet bang voor, omdat er een handelingsperspectief gaat komen en CDA ziet het als een politiek probleem en wil daarom eerst de verkiezingen afwachten. De inhoud van het coalitieakkoord zal van grote invloed zijn op participatie. Mevrouw Van Schaik stelt dat op dit moment vaak raadplegen en informeren worden gebruikt terwijl de participatieladder ook hogere treden heeft. Deze is er al, het is alleen een instrument dat actiever ingezet moet worden. De heer Storm wijst erop dat de mate van participatie afhankelijk is van de inhoud. De heer Leest zegt dat per opgave moet worden bekeken welke trede van toepassing is. VVD denkt wel dat aan de voorkant een politieke keus kan worden gemaakt over het participeren op een hogere trede. Hierbij neemt de gemeente voor lief dat er wat minder controle is en dat bewoners meer vrijheid hebben om hun invloed aan te wenden.
Wethouder North stelt dat er veel voorbeelden zijn waarbij in de praktijk een hoger participatieniveau wordt toegepast dan raadplegen. Structureel inzetten op een hoger niveau betekent dat ook veel meer van inwoners wordt gevraagd, omdat zij een veel grotere verantwoordelijkheid op zich moeten nemen. Dit zou er juist toe kunnen leiden dat alleen mensen die er tijd voor hebben of voldoende vermogend zijn, zich kunnen organiseren om structureel op een hoger niveau deel te nemen en dat anderen er niet aan toe zullen komen. De wethouder kan zich wel voorstellen dat het bij het handelingsperspectief wordt meegenomen. Daarnaast zou erover nagedacht kunnen worden welke trede wanneer wordt toegepast. Het gaat echter over politieke keuzes die inhoudelijk verschillen en ook hij pleit ervoor om het in de nieuwe periode te doen. Hij kan zich voorstellen dat dit uitgewerkt zou kunnen worden in een amendement op besluitpunt 3.
10
De heer Theeuwen vindt dat er sprake is van een structureel probleem dat zich met name manifesteert in de portefeuille Ruimtelijke Ordening. Er worden intentieovereenkomsten gesloten met projectontwikkelaars en pas dan start het participatietraject. Het is inderdaad een politiek verhaal, maar hij ziet geen beletsel om er nu een uitspraak over te doen. De formulering van de PvdD lijkt hiervoor de beste formulering. Het handelingsperspectief kan in de nieuwe raad verder uitgewerkt worden. Mevrouw Van Schaik zal met een voorstel richting raad komen en zal hiervoor contact opnemen met de heer Vos. Wethouder North zegt dat het college wel een duidelijk onderscheid ziet tussen het betrekken bij het handelingsperspectief en hoe treden vaker ingezet kunnen worden en het standpunt van PS waar het college faliekant tegen is, omdat dit leidt tot meer kansenongelijkheid. De heer Vos heeft het woord structureel gebruikt terwijl hij eigenlijk het woord vaker bedoelde en samen met PvdD zal hij een voorstel formuleren. --Bij elk participatietraject heldere en concrete afspraken maken en vastleggen in een convenant dat door een onafhankelijk bemiddelaar wordt bewaakt De heer Vos licht toe dat een convenant dat door een onafhankelijke bemiddelaar wordt bewaakt twee voordelen biedt. Het versterkt het de positie van de participatiedeelnemers en het biedt duidelijkheid voor alle partijen.
Hij stelt voor om met een pilot te starten. De heer Jermoumi denkt dat de heer Vos met zijn voorstel het gevoel van onbehagen bij sommige participatiedeelnemers wil verwoorden. Hij hoopt dat dit met het handelingsperspectief zal worden verbeterd. Het voorstel zal hij niet steunen. De heer Brink zegt dat met het starten met convenanten al wordt uitgegaan van mogelijke conflicten. Vanzelfsprekend kunnen aan het begin van een traject afspraken worden gemaakt die op papier worden gezet. Wel kan hij zich iets voorstellen bij een onafhankelijk orgaan waar burgers in geval van problemen advies kunnen ophalen. CU is geen voorstander van het op voorhand zaken dichttimmeren middels een convenant. De heer Van Peijpe is benieuwd wanneer een onafhankelijke bemiddelaar in actie zou moeten komen. Een convenant aan de voorkant en een onafhankelijke bemiddelaar vindt hij geen gezond uitgangspunt. De heer Leest heeft ook twijfels over het dichttimmeren van afspraken. Als burgers zich onheus bejegend voelen door de overheid kunnen zij zich wenden tot een Ombudsman of op andere manieren klachten indienen. De heer Storm zegt dat op voorhand duidelijk is dat besluiten worden genomen die ontevredenheid zullen opwekken. CDA zou burgers in een vroeg stadium bij besluiten willen betrekken met een veel breder kader dan nu het geval is.
Mevrouw Zeggelt stelt voor om eerst de aanbevelingen ruimte en ontspanning de kans te geven om in te zetten. De heer Theeuwen wijst erop dat het burgers altijd vrijstaat om bij ontevredenheid contact op te nemen met raadsleden. Mevrouw Van Schaik kan zich wel iets voorstellen bij een onafhankelijke bemiddelaar als het gaat om het proces doorlichten. Voor de raad is dit lastig.
11
Wethouder North benoemt de mogelijkheden voor burgers die ontevreden zijn over participatietrajecten of zich onheus bejegend voelen. De gemeente heeft een klachtenpersoon, er is een Ombudsman, er is een bezwarencommissie en daarnaast is er de raad. De heer Vos denkt niet dat hij met een voorstel zal komen. --Het beperken van externe inhuur bij participatietrajecten De heer Vos zegt dat het onderzoek terecht spreekt over een lerende overheid. Bij participatie wordt regelmatig externe inhuur ingezet en volgens PS belemmert dit de overheid om als organisatie te leren. Daarom pleit hij ervoor om de capaciteit voor participatie meer in de eigen organisatie te borgen dan nu het geval is. De heer Storm heeft de ervaring dat burgers het heel prettig vinden als er een andere partij dan de gemeente participatietrajecten trekt. De heer Vos erkent dat een externe partij onafhankelijker kan zijn. Tegelijkertijd denkt hij dat deze onafhankelijkheid ook binnen de organisatie kan worden geborgd. Een voorbeeld hiervan is de Referendumkamer. De heer Theeuwen meent dat bij participatie over Ruimtelijke Ordening is afgesproken dat ingeval van initiatieven van derden, deze de participatie regelen. Mevrouw Van Schaik vindt het voorstel van PS wel goed. Participatie is een belangrijk thema en vraagt bepaalde skills van ambtenaren.
Zij kan zich voorstellen dat deze mensen worden geworven en getraind en dat hier extra aandacht aan wordt besteed. Mevrouw Zeggelt is het enerzijds eens met voorgaande spreekster. Anderzijds is de uitspraak van SP ook terecht. Er kunnen meerdere redenen zijn waarom het toch handig kan zijn om het met externe inhuur of gezamenlijk te doen. Zij zal het niet steunen om dit in het raadsvoorstel op te nemen. Mevrouw Schreuder denkt dat er al heel veel participatie binnen de organisatie wordt gedaan en dat deze kennis zeker aanwezig is. Desondanks wordt in bepaalde gevallen een bewuste keuze gemaakt om het extern te doen. Het voorstel is niet nodig, omdat er volgens haar al een goede balans is. De heer Brink sluit zich aan bij de opmerking van de SP dat eerder is afgesproken dat participatie in bepaalde projecten wordt belegd bij projectontwikkelaars. Het is echter de vraag of dit altijd verstandig is. Het gaat wel om de eigenaar van de grond, maar de ruimte is van de stad. Bij nader inzien vraagt hij zich af of de gemeente hier niet de regie in moet nemen. De heer Jermoumi verwijst naar het onderzoek waarin is gesteld dat het met externen ook niet altijd goed gaat, omdat deze vaak de geschiedenis van een project niet kennen. Wellicht moet deze informatie worden meegegeven aan de externen. Als de heer Vos het voorstel op deze manier insteekt, kan PvdA het steunen.
De heer Leest wacht het voorstel af. Ambtenaren goed opleiden zodat ze een deel zelf kunnen doen is positief, maar VVD ziet ook de meerwaarde van externen in complexere participatieprocessen. Hij denkt overigens niet dat de gemeente de regie hoeft te verliezen. Mevrouw Schreuder sluit zich aan bij deze laatste woorden. Zij wijst er nog op dat er extra kosten zullen komen als alles intern moet worden gedaan en dat ambtenaren minder tijd aan de inhoud kunnen besteden. Participatie geeft op dit moment al zeer veel werkdruk. Wethouder North heeft het idee dat externe inhuur appelleert aan een onderbuikgevoel van angst voor mensen van buiten. Hij heeft veel gesprekken gevoerd met de wijkverenigingen de afgelopen maanden en hier hoort hij ook geluiden dat externen niet betrokken zijn bij de stad. Dit beeld bestrijdt hij door voorbeelden te noemen van het Singelpark, de wijkvervangingen, de Centrumroute die
12
allemaal zijn gedaan door externe inhuur die nodig is omdat anders de ambities van de raad niet uitgevoerd kunnen worden. Externe inhuur zorgt er ook voor dat nieuwe kennis wordt opgedaan en dat de organisatie in aanraking komt met nieuwe vaardigheden. De gemeente moet willen blijven leren, zeker ook op het gebied van participatie en zijn overtuiging is dat externe inhuur hier juist bij kan helpen. De heer Vos neemt het mee terug naar zijn fractie. Hij weerspreekt dat er sprake is van een onderbuikgevoel jegens externe partijen. --In participatie meer werken met scenario's De heer Brink denkt dat grote plannen voorgelegd kunnen worden aan de burger, zodat deze iets te kiezen heeft en duidelijk wordt van de voor- en nadelen van verschillende varianten zijn. Als voorbeeld noemt hij de kruising van de Plesmanlaan/Vondellaan waarbij wellicht gestemd had kunnen worden over twee of drie varianten waarbij inzichtelijk wordt gemaakt welke consequenties een bepaalde variant heeft. De heer Van Peijpe vraagt of het voorstel beoogt om drie varianten aan de burgers of aan de raad voor te leggen. De heer Brink geeft als voorbeeld dat aan burgers kan worden voorgelegd om op een bepaalde locatie 500 woningen te ontwikkelen waarbij kan worden gekozen voor twee lagere torens, een hoge of nog een andere variant.
De heer Van Peijpe kent het voorbeeld van de 5 Meilaan waar met betrekking tot nieuwbouw bewoners een aantal varianten is voorgelegd. In alle gevallen vonden de participanten het aantal woningen teveel. Hoe wordt dit probleem opgelost? De heer Brink zegt dat de raad de kaders meegeeft en als dat in zijn voorbeeld 500 woningen zijn, dan is dit het vertrekpunt van de discussie. Mevrouw Zeggelt is een voorstander van scenario's, zowel voor de raad als voor de burgers. Zij vindt echter dat dit in het handelingsperspectief thuishoort en niet moet worden opgenomen in het raadsvoorstel. Wethouder North kan zich voorstellen dat dit wordt meegegeven voor het handelingsperspectief. Hij zou in dat geval wel een open formulering gebruiken, omdat het er ook te maken heeft of de scenario’s worden voorgelegd bij Kaderbesluiten of bij Uitvoeringsbesluiten. Zijn voorkeur zou de eerste zijn. Het zou voor een volgende raad nuttig kunnen zijn als nu wordt geformuleerd dat scenario’s moeten terugkomen in het handelingsperspectief, wellicht middels een amendement. De heer Brink zal met een voorstel komen.
--Iemand bij de afdeling Communicatie bij de gemeente verantwoordelijk te maken voor heldere communicatie en terugkoppeling van participatie trajecten De heer Brink heeft in het rapport gelezen dat er vaak wel sprake is van terugkoppeling, maar dat deze soms niet helder is of niet kan worden gevonden. Het voorstel is dat de afdeling Communicatie meer aandacht heeft voor het afhechten. De heer Jermoumi vindt het een goed punt. Participanten mogen zeker horen dat de gemeenteraad heel positief is geweest over een plan. Hij denkt dat er meer mag worden gecommuniceerd over goede zaken. De heer Vos sluit zich aan bij het punt van CU.
13
Wethouder North stelt dat het communiceren vanuit de afdeling al volop gebeurt. Het is wel iets wat nog verder wordt doorontwikkeld. Het college wil ook uitgebreider beargumenteren waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en hoe met bepaalde inspraak wordt omgegaan. De heer Brink begrijpt van de wethouder dat er volop wordt gewerkt aan communicatie en hier vertrouwt hij op. --Burgers huis-aan-huis te informeren over bewonersavonden in plaats van uitnodigingen sturen De heer Brink stelt dat bepaalde groepen niet op informatieavonden komen. Naast huis-aan-huis kunnen ook lotingen worden gedaan om meer een dwarsdoorsnede van de stad krijgt en mensen uitgedaagd worden om in gesprek te gaan over een voorstel. De heer Leest vindt het een goed voorstel dat al voor een deel wordt gedaan. De heer Jermoumi sluit zich hierbij aan. Hij denkt dat nog meer kan worden gedaan om mensen te bereiken. Mevrouw Schreuder denkt dat het doel moet zijn om mensen te ontmoeten die niet op een informatieavond aanwezig zijn. De gemeente doet dit al, maar er zijn meer creatieve manieren te verzinnen om dit te doen. Mevrouw Zeggelt bevestigt wat de heer Brink zelf ook al aangaf, dat het een plek in het handelingsperspectief moet krijgen. Wethouder North zegt dat veel vormen worden uitgeprobeerd om het aantal deelnemers te vergroten en te verbreden. De aanmoediging van de raad kan hierbij behulpzaam zijn.
De heer Brink zal gebruik maken van de suggestie van de wethouder. --Een zo open mogelijke vraagstelling rond participatietrajecten Mevrouw Van Schaik heeft dit betekenisvolle participatie genoemd, omdat mensen graag willen meepraten over punten die net buiten de kaders worden geplaatst. In besluitpunt 2.2 staat scope en reikwijdte van participatieproces afbakenen. Het moet inderdaad helder zijn waarover wel en niet kan worden geparticipeerd, maar de oproep is om de kaders niet te strak te maken omdat hierdoor al onvrede ontstaat voor aanvang van het eigenlijke proces. De heer Leest twijfelt, omdat zijn ervaring bij participatie is dat de pijn al beter vroeg genomen kan worden en dit gebeurt wel door de kaders heel strak te maken. De heer Vos vindt het punt van PvdD zeer terecht en een zo open mogelijke vraagstelling kan helpen bij aansluiting bij bewoners. De heer Jermoumi denkt dat het punt van PvdD goed wordt vervat in punt 2.2. Hij sluit zich aan bij VVD over het feit dat de raad beslissingen moet nemen over onderwerpen waarbij het algemeen belang zwaarder weegt. Mevrouw Zeggelt vindt dat de manier waarop het is geformuleerd in punt 2.2. alle ruimte biedt voor open formuleringen. De heer Van Peijpe sluit zich bij voorgaande spreekster aan. Hij denkt dat deze formulering ervoor zorgt dat er geen verkeerd verwachtingsmanagement ontstaat.
14
Mevrouw Van Schaik merkt op dat het onderwerp samenhangt met het aangekondigde amendement over een zo hoog mogelijke trede op de participatieladder. Zij neemt het mee terug naar de fractie. --De 7 inzichten toevoegen aan het raadsvoorstel Mevrouw Van Schaik zou deze inzichten willen toevoegen, zodat helder blijft dat deze inzichten uit het onderzoek naar voren zijn gekomen. Als dit via een erratum kan, is dat prima. De heer Storm vraagt waar het concreet toe leidt als deze inzichten worden opgenomen. Mevrouw Van Schaik zegt dat de conclusies van het onderzoek zijn gebaseerd op 7 inzichten. Deze zijn de gedetailleerde uitwerking van de conclusies en zij zou deze graag zo veel mogelijk benutten. De heer Van Peijpe leest deze inzichten vooral als constateringen en niet als aanbevelingen. De aanbevelingen zijn opgenomen in het raadsvoorstel. Hoe ziet mevrouw Van Schaik bijvoorbeeld inzicht 7, over tempo en snelheid, terug in het raadsvoorstel? Mevrouw Van Schaik stelt dat besluitpunt 2 van het raadsvoorstel over investeren in de kwaliteit en modernisering van participatieprocessen gaat. Zij kan zich voorstellen dat de 7 inzichten ook in dit rijtje worden opgenomen. De heer Storm vraagt wat er met de 7 inzichten wordt besloten. Mevrouw Van Schaik zegt dat het besluitpunt 2 wordt aangevuld, maar niet verandert.
De inzichten worden vertaald naar een modernisering van de participatieprocessen. Mevrouw Zeggelt heeft er niets op tegen om de 7 inzichten op te nemen. Deze liggen dan voor de komende jaren vast in het raadsvoorstel. De heer Brink heeft er niets op tegen, maar hij vreest dat de 7 inzichten uitgelegd moeten worden waardoor het een onleesbaar voorstel wordt. Mevrouw Van Schaik zal met een voorstel komen. --wijkwethouders De heer Jermoumi roept op om richting het nieuwe bestuursakkoord een plan uit te werken om in de volgende periode weer met wijkwethouders te werken. Per wethouder zouden dan wijken worden toegewezen, zodat de lijnen korter zijn met betrekking tot alle projecten die in een wijk spelen. Wethouder North vindt dat dit aan de formerende partijen is en wil hier op dit moment geen uitspraken over doen. De heer Jermoumi bevestigt dat het een thema voor de verkiezingen kan zijn en voor PvdA is dit belangrijk. Hij zal op dit moment niets doen met het idee. --Algemeen belang opnemen als beslispunt De heer Jermoumi heeft een positieve reactie van de wethouder gehoord. Hij zal met een voorstel komen. Mevrouw Van Schaik heeft het idee dat de afweging algemeen belang altijd wordt gemaakt. De heer Jermoumi vindt dat de raad moet uitspreken dat altijd het algemeen belang wordt gediend en dat dit wordt verdedigd in de raad en het college.
15
De heer Theeuwen vraagt wie PvdA vertegenwoordigt. De heer Jermoumi antwoordt dat uiteindelijk alle Leidenaren worden gediend. De heer Theeuwen concludeert dat het algemeen belang het belang is van de mensen die op politieke partijen stemmen. Kunnen dit ook mensen zijn van buitenaf? De heer Jermoumi bevestigt dit laatste. De heer Theeuwen ziet hiermee dat het algemeen belang wel zeer breed wordt. Hij denkt dat een raadslid de stad dient. De heer Jermoumi wijst naar de universiteit. Deze trekt studenten aan uit het buitenland en mensen buiten de stad die graag naar Leiden willen komen. Dit is ook een algemeen belang. De heer Theeuwen vraagt of wel wordt gedefinieerd wat onder algemeen belang wordt verstaan. De heer Jermoumi zal duidelijk maken wat wordt bedoeld met algemeen belang. Dit zal gaan richting mensen voor wie het wel geldt, maar die niet gehoord worden. De heer Vos vraagt zich af of kan worden gesproken over één uniform algemeen belang. Is dit niet afhankelijk van politieke opvattingen en overtuigingen? Wel is hij met PvdA eens dat meer gericht moet worden op groepen die ondervertegenwoordigd zijn. De heer Storm constateert dat het grotere belang een politieke afweging is. Het algemeen belang kan niet worden gedefinieerd, omdat alle partijen dit anders zien. De heer Leest erkent dat raadsleden het algemeen belang dienen, maar zij maken hierin hun eigen afwegingen.
Het is wel positief om te kijken naar groepen die niet aan tafel zitten. Mevrouw Zeggelt zegt dat algemeen belang moeilijk te definiëren is, maar het gaat om alle belangen en daarin gaat zij mee met PvdA en zij wacht een voorstel af. Mevrouw Schreuder sluit zich aan bij voorgaande spreekster. Wethouder North denkt dat het raadsvoorstel aan kracht wint als de raad hier een uitspraak over doet. De heer Jermoumi zal met een voorstel komen waarin hij de input van de collega’s meeneemt. De voorzitter concludeert dat het raadsvoorstel als bespreekpunt naar de raad gaat. Hij verzoekt op voorhand om het in de raad concreet bij de in te dienen voorstellen te houden.
6.
Sluiting
De vergadering wordt om 00.28 uur beëindigd.
16