CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Gemeente Leiden Commissie Onderwijs en Samenleving 23032021

raadscommissie Onderwijs en Samenleving 23 maart 2021, gemeente Leiden10.635 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeenteraad van Leiden Verslag van de vergadering van de raadscommissie Onderwijs en Samenleving, op dinsdag 23 maart 2021, digitaal gehouden via Microsoft Teams.

Aanwezig: Voorzitter:

Mevrouw Tiny Klever

Leden commissie:

De heer Houssam Boutaibi (GL), mevrouw Amela Halilović (D66), mevrouw Susannah Herman (D66), mevrouw Suzanne van der Jagt (PvdA), de heer Anandkoemar Jitan (LP), de heer Malcolm Jones (PvdD), de heer Pieter Krol (CU), de heer Martijn Otten (PvdA), de heer Rembrandt Rowaan (GL), de heer Tobias Sandoval Garcia (CDA), mevrouw Maaike van Vliet (VVD), mevrouw Alyssa Voorwald (VVD), de heer Thijs Vos (PS) en mevrouw Ries van Walraven (SP)

Leden college:

de heer Paul Dirkse (wethouder Kennis, Onderwijs, Sport en Financiën) en mevrouw Damen (wethouder Gezondheid, Jeugdzorg & Welzijn)

Griffier:

de heer Arjo Verweij

Verslag:

mevrouw Froukje Jellema (Notuleerservice Nederland)

Afwezig:

mevrouw Laura van Dijk (D66), mevrouw Alexandra van den Berg (SP), mevrouw Gebke van Gaal (GL), Famke Güler (PS), mevrouw Agnes Glastra (CU)

1.

Opening en vaststelling agenda

De voorzitter opent de vergadering om 20.00 uur. Ze heet iedereen hartelijk welkom en stelt het quorum vast. Ze laat weten dat mevrouw Van Dijk heeft aangegeven vanwege gezondheidsredenen te moeten stoppen met haar functie als duo lid en dus ook met haar woordvoerderschap in deze commissie. De voorzitter bedankt haar voor haar inzet en wenst haar sterkte en beterschap. Daarnaast verwelkomt de voorzitter de heer Houssam Boutaibi (GL) als nieuw lid van deze commissie. De heer Boutaibi introduceert zichzelf. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

2.

Burger aan het woord

Er hebben zich geen insprekers gemeld.

3.

Mededelingen, rondvragen en regionale aangelegenheden

Mededelingen Wethouder Dirkse geeft een update over de coronamaatregelen bij onderwijs en jeugd. Op een aantal plekken in de stad is een sneltestlocatie voor onderwijs gerealiseerd. Via de ‘Lekker Bezig Leiden’ campagne is er contact met de scholieren en studenten. Volgende week is er een bestuurlijk overleg met alle schoolbesturen, met als speerpunt het optuigen van een herstelplan. Rondvragen Mevrouw Van Vliet geeft aan dat Stichting Denksport Leiden al geruime tijd op zoek is naar een nieuwe locatie voor het Denksportcentrum. Op 17 september nam de raad met ruime meerderheid

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

1

een motie aan voor het realiseren van een sportcentrum op de plek van het gebouw van De Blauwkras. Er zijn echter nog geen concrete vorderingen gemaakt, terwijl de denksporters op 1 september uit hun huidige onderkomen moeten. De VVD heeft de volgende vragen: - Wat is de stand van zaken rond de uitvoering van de motie Realiseren van een nieuw denksportcentrum aan De Vliet. - Welke stappen heeft het college sinds het aannemen van de motie ondernomen - Heeft het college er vertrouwen in dat het nieuwe denksportcentrum ook daadwerkelijk in de Vlietzone gerealiseerd kan worden? - In hoeverre is het realistisch dat de denksporters voor september van dit jaar op hun nieuwe locatie terecht kunnen? Wethouder Dirkse antwoordt dat er aan de uitvoering van de motie wordt gewerkt. Naar verwachting komt hierover binnen twee weken een collegebrief. Hij vraagt mevrouw Van Vliet nog even geduld te hebben totdat het in het college is besproken. Hij merkt op dat hij niet wist dat de denksporters in september uit hun huidige onderkomen zouden moeten. Mevrouw Van Vliet zou toch graag van de wethouder weten of hij kan inschatten of het denksportcentrum in de Vlietzone terecht kan. Wethouder Dirkse zegt daar nog niets over te kunnen zeggen. Mevrouw Van der Jagt heeft een vraag over de watertappunten in het kader van de Gezonde Scholen.

In Leiden zijn nu tien Gezonde Scholen, waarvan drie met een vignet voor het onderdeel voeding. Dat moeten er meer worden. Daarbij is een watertappunt op het schoolplein heel belangrijk, ook om een grote groep te bereiken. Hiervoor bestaat een subsidieregeling, waarbij 75% van de kosten voor aanschaf, aanleg en onderhoud van een of twee nieuwe watertappunten wordt vergoed. In dat kader heeft mevrouw Van der Jagt de volgende vragen: - Deelt het college de mening dat het belangrijk is om vanuit de gemeente een gezonde leefstijl te stimuleren en dat dat in lijn is met het beleidsakkoord? - Deelt het college de mening dat de watertappunten een goede bijdrage kunnen leveren aan een gezonde leefstijl? - Is het college bereid deze subsidieregeling bij de scholen onder de aandacht te brengen en hen aan te moedigen daar gebruik van te maken? Wethouder Dirkse zegt het belang van een gezonde leefstijl te delen, het is ook een belangrijk speerpunt uit het beleidskader dat in 2019 is vastgesteld. Watertappunten op scholen kunnen een goede bijdrage leveren aan een gezonde leefstijl. Hij zegt toe de subsidieregeling voor de waterputten onder de aandacht te brengen en aan te moedigen er gebruik van te maken. Dit geldt overigens ook voor de andere regelingen. Regionale aangelegenheden Er zijn geen regionale aangelegenheden.

4.

Besluitenlijst van de commissie Onderwijs en Samenleving 2 maart 2021

De voorzitter geeft aan dat over de besluitenlijst geen opmerkingen zijn ontvangen, zodat deze kan worden vastgesteld.

5.

Lijst van toezeggingen en actiepunten

De lijst van toezeggingen is te vinden op politiek portaal. SPORT

6. Vliet

Raadsvoorstel aanbestedingsresultaat nieuwbouw binnenzwembad-ijshal De

De voorzitter geeft aan dat met dit raadsbesluit de raad over de nieuwbouw binnenbad-ijshal De Vliet wordt geïnformeerd over de ontwerpuitkeringen en het resultaat van de aanbesteding. Voorts wordt de raad voorgesteld een raadsbesluit op basis van het aanbestedingsresultaat vast te stellen met

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

2

bijbehorende dekking voor het bouwkrediet. De reacties op het raadsvoorstel staan bij de stukken op politiek portaal. Ten aanzien van de geheimhouding geeft ze aan dat er op 13 februari 2020 geheimhouding is opgelegd op twee bijlagen bij het eerdere raadsbesluit over de aanbesteding combi bad-ijshal (RV 20.0001). Op de raadsvergadering van 28 februari 2021 stemde de raad ermee in deze geheimhouding op te heffen op het moment dat het college over dit nieuwe raadsvoorstel zou besluiten. Dit is gebeurd op 2 maart 2021. De bijlagen zijn bij de vergaderstukken van de betreffende raadsvergadering op politiek portaal geplaatst. Verder is door de commissie OS op 14 en 30 januari 2020 deels besloten vergaderd over dat raadsvoorstel. De verslagen van deze besloten delen zouden geheim blijven totdat de geheimhouding over de bijlagen bij het raadsvoorstel door de raad zouden worden ingetrokken. Dat was per 2 maart 2021. Die verslagen zijn daarom bij de vergaderstukken van de betreffende commissievergadering op politiek portaal geplaatst. De LP, PvdA, CDA en VVD hebben technische vragen gesteld. Deze en de antwoorden staan op politiek portaal. Er zijn vooraf geen discussiepunten aangeleverd. De voorzitter brengt nogmaals onder de aandacht dat de griffier heeft gevraagd discussiepunten vooraf aan te leveren om vergaderingen niet onnodig lang te laten duren en beter te kunnen structureren.

De heer Sandoval Garcia geeft aan dat het CDA volmondig ja zegt tegen de bouw van de ijsbaan en het zwembad. Zeker na de verhoging van de lokale belastingen hebben de Leidenaren recht op goede accommodaties. Daarnaast kan iedereen profiteren van dit soort gemeenschappelijke voorzieningen. Dat is het CDA heel wat waard. Spreker zegt nog enkele specifieke punten met betrekking tot de bouw mee te willen geven. - Het CDA ziet graag dat de daarvoor geschikte ruimten commercieel worden verhuurd, de huurinkomsten zijn hard nodig. - Waar mogelijk moeten kosten worden bespaard, minder poespas en meer functionaliteit. - Het is goedkoper om alles in één keer te bouwen dan de ijshal en het zwembad afzonderlijk te bouwen. Gelukkig herkent het college dit punt. Tot slot wil spreker weten of er nog regiogemeenten zijn die meebetalen aan dit project. Hij dringt er verder op aan nu snel te met de bouw te beginnen. Mevrouw Halilović zou graag van de heer Sandoval Garcia horen op welke manier hij nog verder kosten wil besparen. De heer Sandoval Garcia zegt dat het belangrijk is te kijken naar de functionaliteit van het gebouw. Hij wil dit meegeven aan de wethouder, bijvoorbeeld om te voorkomen dat er dure inrichtingen komen. Mevrouw Van Vliet vraagt hoe het CDA aankijkt tegen het feit dat dit plan weer 3,2 miljoen euro duurder is geworden dan een jaar geleden.

De heer Sandoval Garcia antwoordt dat het CDA daarom oproept bij dit project op de kosten te letten. Het feit dat iedereen in Leiden gebruik kan maken van deze faciliteiten maakt dat het CDA positief is over het voorstel. De heer Krol zegt zich af te vragen hoe het CDA denkt over de dekking. Er wordt gerekend met opbrengsten uit commerciële huur. Dat is een tamelijk onzekere dekking. Hij vraagt de heer Sandoval Garcia samen met hem een voorstel te doen voor een meer zekere dekking. De heer Sandoval Garcia is het daarmee eens: meer zekerheid is beter. Hij wil graag samen met de heer Krol kijken of er meer zekerheid binnen dit plan kan komen en de financiering te verbeteren. De heer Vos zegt de overschrijding en de hoge kosten jammer te vinden, maar is blij dat het plan eindelijk wordt uitgevoerd. Hij wil daarbij van de wethouder weten of de opstallen van GHC worden ingezet als bouwplaats voorziening of opslag bij de bouwwerkzaamheden. De heer Krol geeft aan dat de CU het mooie plannen vindt, maar ook zorgen heeft over de financiën. De dekking wordt deels geregeld via verwachte huuropbrengsten uit commerciële verhuur. Dat is niet zonder risico. Hij wijst naar de discussie over het extra krediet dat het college vroeg voor de

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

3

verbouwing van het stadhuis. Toen heeft de raad met grote meerderheid het college gevraagd op zoek te gaan naar een meer zekere dekking. Dat zou nu ook overwogen moeten worden. Tot slot zou de heer Krol van de wethouder de toezegging willen krijgen dat hij de raad periodiek informeert over het binnen de perken houden van het beschikbare budget. De heer Otten wijst erop dat het voorstel juist inhoudt dat er extra huurinkomsten komen. Slechts 45 procent daarvan is nodig om het raadsvoorstel te kunnen bekostigen. Dat is toch een hele grote zekerheidsmarge? De heer Krol antwoordt dat dat niet wegneemt dat er nu toch op voorhand wordt gerekend met opbrengsten uit commerciële verhuur. Als dit zo’n zekere dekking was, dan had dit al opgenomen kunnen worden toen de financiële kaders werden vastgesteld. Daar was toen geen aanleiding voor, maar nu wel. Dan is het in deze fase wel de moeite om te zoeken naar een iets zekerder dekking. De heer Otten merkt op dat het logisch is dat je pas verderop in het proces met verschillende partijen spreekt en een beter beeld krijgt van de mogelijke huurinkomsten. De heer Krol is het daar mee eens, maar ook aan het begin van de plannen was al uitgegaan van commerciële verhuur. Dan had men ook in die fase al kunnen rekenen met de mogelijke opbrengst daarvan. Dat is niet gedaan en nu blijkt het nodig. De heer Jitan zegt blij te zijn met de accommodatie.

Zeker in deze tijd van corona zijn de mensen eraan toe om te kunnen sporten. LP kijkt uit naar het moment dat de eerste paal in de grond gaat en hoopt dat het budget niet wordt overschreden. Mevrouw Halilović complimenteert de wethouder namens D66 met de resultaten van de aanbesteding. Het lang verwachte sportcomplex lijkt nu in zicht te komen. Er is geen twijfel meer om te kiezen voor plan A. Het is goed dat er waar mogelijk besparingen worden doorgevoerd. D66 staat positief tegenover de verhuur van ruimte. Het is mooi te zien welke betrokkenheid de Stichting IJshal had met de royale bijdrage. Tot slot zegt ze blij te zijn dat de duurzaamheidsambities zijn doorgezet gezien de lagere energiekosten. Al met al positief en geen bespreekpunten. De heer Boutaibi complimenteert de gemeente en andere partijen met het plan, dat ook qua duurzaamheid de doelstelling bereikt. Het is goed dat er is gekozen voor houtconstructie. Daarnaast spreekt hij de waardering uit dat de oorspronkelijke ambitie voor een combinatiegebouw, gecombineerd met circulair bouwen, overeind is gebleven en ook haalbaar bleek binnen de gestelde kaders. Ook is het mooi dat de toekomstige bestemming bouwen hand in hand kan gaan met het terugverdienen van investeringen. Hij sluit zich aan bij het verzoek van de heer Krol om regelmatig op de hoogte te worden gehouden van de stand van zaken.

Mevrouw Van Vliet geeft aan dat de VVD er geen voorstander van is om miljoenen aan belastinggeld uit te geven aan een regionaal ijspaleis, waar de buurgemeenten geen euro aan bijbetalen. De stekker mag eruit. Aanvankelijk ging het om een investering van 13 miljoen euro, maar nu, vijf jaar later, gaat het om ruim 19 miljoen euro. De nu gepresenteerde besparing van nog geen 1 procent van het totale bedrag wekt de indruk dat de wethouder nauwelijks pogingen doet binnen het budget te blijven. De VVD is ook niet te spreken over de financiering. Er wordt steeds meer geleend. Mevrouw Van Vliet wijst erop dat de inkomsten uit de verhuur mogelijk kunnen tegenvallen, ook omdat tussen de potentiële huurder organisaties zitten die hoge kosten helemaal niet kunnen betalen. Ze brengt de fouten bij andere bouwprojecten, zoals bij het stadhuis, in herinnering. Ook merkt ze op dat de hockeyers van Roomburg na bijna 20 jaar nog steeds in de kou staan, terwijl voor dit project miljoenen worden uitgegeven.

Ze heeft voor de wethouder de volgende vragen: - Wat vindt de wethouder er zelf van dat het bedrag voor dit prestigeproject weer veel hoger is? - Heeft de wethouder zich voldoende ingezet om besparingen te realiseren? - Hoe gaat de wethouder er dan deze keer voor zorgen dat er ook echt geen euro meer naar dit project gaat? De heer Otten wijst erop dat er geen euro bij gaat als er op 8 april voor dit voorstel wordt gestemd. Het gaat om hetzelfde budget dat twee jaar geleden is vastgesteld.

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

4

Mevrouw Van Vliet is het niet met de heer Otten eens. Er komt nu 3,2 miljoen euro bij ten opzichte van het bedrag dat in 2020 is besproken. En toen was het bedrag ook al 2,5 miljoen euro boven het daarvoor besproken bedrag. De heer Otten merkt op dat er niet alleen naar de kosten maar ook naar de opbrengsten moet worden gekeken. Bij dit voorstel hoeft er geen euro extra bij. Hij vraagt nogmaals aan mevrouw Van Vliet of zij het met hem eens is dat er geen euro extra aan het project wordt toegevoegd, vergeleken met twee jaar geleden. Mevrouw Van Vliet antwoordt dat het college zich rijk rekent met inkomsten die nog helemaal niet gerealiseerd zijn. En er zijn nog veel meer risico’s. De heer Jones laat weten dat de PvdD akkoord gaat met het raadsvoorstel voor de financiering. Wel wil hij vermelden dat het faciliteren van een plek voor hengelaars wat de PvdD betreft niet goed is. Het voor vermaak pijnigen van deze dieren is niet nodig. Mevrouw Van Vliet herinnert de heer Jones eraan dat de PvdD een van de grootste tegenstanders was van het plan voor het Roomburgpark, mede door de kosten. Dit plan is zo’n 36 miljoen en hier is de PvdD blijkbaar wel enthousiast over. Waarom heeft de PvdD meer over voor een regionale voorziening dan voor een wijkvoorziening? De heer Jones verwijst voor het antwoord naar de website van ‘Vrienden van het Roomburgerpark’.

De heer Otten geeft aan dat de PvdA bijzonder blij is met het plan dat er nu ligt. Deze sportaccommodaties zorgen ervoor dat veel meer Leidenaren gaan sporten en dat al die kinderen die hopen ooit in de voetsporen van Kjeld Nuis en Iefke van Belkum te treden zich hier in Leiden kunnen ontwikkelen. Het wordt de eerste klimaat neutrale ijshal van Europa. De PvdA is ook erg blij met het feit dat de bouw van deze sportvoorziening een sociaal project is. Er wordt gebruik gemaakt van social return on investment en in de horeca zal ook aandacht zijn voor personeel met een afstand tot de arbeidsmarkt. Tot slot heeft de heer Otten nog een vraag aan de wethouder die in zijn antwoord op de technische vragen laat weten samen met de Stichting IJshal Leiden gekeken wordt naar een pachter en een aanbesteding daarvoor. Hij vraagt de wethouder of ook ZVL 1886 daarbij betrokken kan worden. Mevrouw Van Walraven zegt blij te zijn dat de aanbesteding is gelukt. Het is goed voor Leiden, sport is gezond en het werkt preventief. De SP hoopt dat er tijdens de bouw geen kostenoverschrijdingen meer komen en verwacht van het college voortdurend op de hoogte te worden gehouden van de gang van zaken tijdens de bouw. Mevrouw Van Vliet merkt op dat mevrouw Van Walraven een van de grote tegenstanders van een extra hockeyveld was. Ook die sportruimte was hard nodig.

Ze vraagt waarom mevrouw Van Walraven wel 36 miljoen euro wil uitgeven aan een ijspaleis en geen acht ton aan een nieuw hockeyveld, waar een heleboel jonge kinderen van kunnen profiteren. Mevrouw Van Walraven wijst erop dat het hier om meer sportvoorzieningen gaat. Er kunnen veel meer sporten plaatsvinden en dus zijn er ook veel meer mensen die daar gebruik van kunnen maken. Dat is een zinniger uitgave dan een uitgave voor één hockeyveld dat ten koste gaat van groen. Wethouder Dirkse zegt naar aanleiding van de vraag van het CDA over de regiogemeenten dat in de periode 2017-2018 nadrukkelijk is geprobeerd een regiobijdrage bij elkaar te brengen. Dat is niet gelukt, waarna de gemeente met goedkeuring van de raad haar verantwoordelijkheid als centrumgemeente heeft genomen. Daarna is aan de regiogemeenten niet nogmaals gevraagd mee te doen. Maar het blijft wel top of mind. De exploitatie ligt bij Stichting IJshal, die heeft zijn wortels volop in de regio. Iedereen tot voorbij Hillegom, Nieuwkoop en Leidschendam/Voorburg is welkom om hier te komen schaatsen en zwemmen. In antwoord op de vraag van de heer Vos over de opstallen van de GHC zegt de wethouder dat de aannemer klaar staat om een bouwplaats in te richten. Het is zijn verantwoordelijkheid of hij de opstallen wil gebruiken of dat hij gebruik maakt van zijn mobiele bouwplaats inrichting.

De wethouder belooft de commissie op de hoogte te houden over dit punt. De wethouder zegt toe de voortgang halfjaarlijks te zullen monitoren.

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

5

In antwoord op de vraag van mevrouw Van Vliet wat hij zelf vindt van de stijgende kosten, merkt de wethouder op dat het gaat om een complex project dat van grof naar fijn wordt uitgewerkt. Pas na een aanbesteding is duidelijk wat de werkelijke kosten zijn. Voor die tijd zijn het ramingen en prognoses. Er is nu een gerenommeerd aannemer met gerenommeerde installateurs die het voor deze prijs doen en geconstateerd is dat daar dekking voor is. Tot slot zegt de wethouder in antwoord op de vraag van de PvdA toe ZVL 1886 te betrekken bij de werving van de pachter. Mevrouw Van Vliet merkt op dat de wethouder eerder heeft gezegd dat hij alles eraan zou doen om ervoor te zorgen dat de kosten niet hoger zouden worden. Ze vraagt zich af of de wethouder dat echt heeft geprobeerd. Had dit echt niet beter gekund? Wethouder Dirkse antwoordt dat er voortdurend op de kosten is gelet. Er wordt voortdurend gerekend en getekend. Hij meent dat mevrouw Van Vliet de mensen die zich daar mee bezig houden geen recht doet als ze zegt dat deze geen oog hebben voor de kosten. Aan de totstandkoming van het huidige bedrag is een zorgvuldig proces vooraf gegaan. Er is altijd uitgegaan van sober en doelmatig ontwerpen.

In elke fase is de afweging gemaakt op welke manier kosten kunnen worden bespaard zonder dat schade oplevert voor de functionaliteit of zonder dat het in de exploitatie uiteindelijk een hogere prijs oplevert. Daarbij werd gebruik gemaakt van de kennis van de klankbordgroep bestaande uit experts op het gebied van schaatsen en op het gebied van zwemmen en waterpolo. De heer Jitan geeft aan dat het antwoord op een van de technische vragen die hij had gesteld niet duidelijk was. Er is niet aangegeven of onafhankelijk is vastgesteld dat het coronaproof is. Dat zou behoorlijke consequenties kunnen hebben, zoals hogere bouwkosten. Hij pleit alsnog voor een onafhankelijk onderzoek. Wethouder Dirkse antwoordt dat voldaan wordt aan de wettelijke eisen van het bouwbesluit. Er is geen specifieke coronaproof keuring nodig. Dat werkt alleen maar kostenverhogend. De heer Jitan herhaalt zijn wens om als preventieve maatregel een onafhankelijk onderzoek te doen. De voorzitter inventariseert of er steun is voor een dergelijk voorstel. De heer Otten zegt dit voorstel niet te steunen, omdat er aan alle richtlijnen wordt voldaan. De heer Vos zegt het voorstel niet te begrijpen. Het duurt nog een tijd voordat het project gerealiseerd is en dan is er misschien geen corona meer. De heer Sandoval Garcia sluit zich aan bij de woorden van de heer Otten.

De voorzitter concludeert dat er weinig tot geen steun is van de overige fracties voor het voorstel van de heer Jitan. De heer Jitan zegt het voorstel terug te nemen naar de fractie. De voorzitter geeft de heer Krol het woord om zijn discussiepunt toe te lichten. De heer Krol heeft twijfels over de verwachte opbrengsten uit commerciële verhuur die het plan financieel zouden moeten dekken. Hij zou middels een motie het college willen oproepen op zoek te gaan naar een alternatieve dekking en deze niet in de toekomst maar in de lopende begroting te vinden. De heer Otten zegt de voorgestelde dekking prima te vinden. Het gaat om een deel van het plan, naast de inkomsten die Stichting IJshal Leiden in de komende jaren gaat betalen. Er zijn best veel geïnteresseerde partijen. Van de wethouder zou hij graag horen hoe hij aankijkt tegen die mogelijke huurders. Mevrouw Van Vliet laat weten dat ook de VVD kritisch is wat de dekking betreft en positief staat tegenover het voorstel van de CU. Ze kijkt graag mee bij het opstellen van de motie.

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

6

De heer Vos zegt er eveneens welwillend tegenover te staan. Hij zou echter nog wel van de heer Krol horen welke alternatieve dekking hij als mogelijkheid ziet. Wethouder Dirkse wijst erop dat het gaat om een bedrag van 72 duizend euro, waarvan er 33 duizend nodig is voor de dekking van het gebouw. Het gaat het om 2,4 procent van de totale dekking die voor het hele project nodig is. Het gaat hier om een zeer aantrekkelijke plek en een combinatie van allerlei sportfuncties. Partijen blijken dat interessant vinden. Mochten het niet lukken om er met de commerciële partijen uit te komen, dan is er ook nog een andere mogelijkheid om de verhuur aan te gaan. Dit risico is dus heel goed te verdedigen, meent de wethouder. Het is niet ongebruikelijk dat een gemeente bezittingen in de verhuur doet en het is heel normaal dat dat een dekking is voor een project. Er is ook gekeken of er een andere dekking gevonden zou moeten worden, maar de huidige inzet is tot nu toe altijd vrij safe geweest. De wethouder belooft de commissie op de hoogte te houden van de vorderingen rond de intentieovereenkomst. De heer Krol beaamt dat deze dekking niet ongewoon is, maar er zit volgens hem een mate van wensdenken in. Hij noemt het een wat ongelukkige framing van de wethouder als die zegt dat het maar gaat om 2,4 procent van het totale budget.

Het gaat precies over het gedeelte van het budget dat er nog niet is. Het gaat om het extra budget van ruim drie miljoen euro. Dat moet nog gedekt worden en daar worden deze zogenaamde huuropbrengsten voor gebruikt. Dat is wel degelijk een groter risico. In antwoord op de vraag van de heer Vos of de CU een heeft voor een alternatieve dekking, zegt de heer Krol dat een reserveafschrijving investeringen een mogelijkheid zou zijn. Maar het is primair aan het college is om met een goede dekking te komen. Mevrouw Halilović is van mening dat het risico op dit moment goed gedekt is, vooral omdat er al in de pre-fase al belangstelling voor is. Met een intentieverklaring is dat goed vast te zetten. Ze zegt echter wel open te staan voor een ander voorstel, maar vindt dat het dan aan de raad is om met een antwoord te komen. De heer Otten vindt dat er een duidelijke dekking is. Het is logisch dat er inkomsten komen uit de verhuur van de ruimtes. Hij vraagt zich af wat er volgens de CU dan met dat geld gedaan moet worden, als de dekking op een andere manier wordt geregeld. De heer Krol benadrukt dat hij juist heeft gezegd dat deze dekking wel mogelijk is, maar dat hij hem niet verstandig vindt. Eventuele positieve opbrengsten uit de huur komen in het normale exploitatieresultaat. Dat kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor het onderhoud, of terug naar de algemene reserve.

Het gaat erom dat er in deze fase niet al te zeer gerekend moet worden op huurinkomsten die hoogst onzeker zijn. De heer Boutaibi laat weten dat GL de dekking solide vindt. Er lijkt al een intentieovereenkomst te zijn en de wethouder heeft aangegeven dat hij de raad op de hoogte houdt. Over een half jaar is de wens van de heer Krol misschien al niet meer nodig. De heer Sandoval Garcia zegt nogmaals dat hij graag met de heer Krol wil kijken naar zijn voorstel. De heer Krol zou graag de politieke verhoudingen verder verkennen. Hij neemt het voorstel mee terug naar de fractie en acht de kans vrij groot dat hij alsnog met een voorstel komt. In antwoord op de opmerking van mevrouw Halilović dat het primair aan de raad is om met een alternatieve dekking te komen, wijst hij erop dat ook de fractie van D66 in december heeft ingestemd met een motie die precies hetzelfde voorstelde als wat hij nu voorstelt. In dat licht is het wel logisch om primair aan het college te vragen om met een goede dekking te komen. Dat is het uitvoerend orgaan. De voorzitter concludeert dat dit stuk een bespreekstuk in de raad wordt als meneer Krol met een motie komt. Voordat er wordt overgegaan naar het volgende agendapunt last de voorzitter een pauze van 5 minuten in. Ze vraagt de aanwezigen op verzoek van de Rekenkamercommissie het bestand van de presentatie van de RKC alvast te openen.

MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING

7.

Startgesprek onderzoek Rekenkamer verwijzingen jeugdzorg

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

7

De voorzitter heet mevrouw Janneke Jansen en mevrouw Beatrice Snel van de Rekenkamer welkom. Beiden zullen een toelichting geven op de brief van 16 februari 2021 waarin werd aangekondigd dat men onderzoek zal doen naar de veranderingen in de verwijzingen in de jeugdzorg voor zowel Leiden als Leiderdorp. De voorzitter geeft mevrouw Jansen het woord. Mevrouw Jansen verwijst naar de presentatie van de QuickScan in juni 2020, die aanleiding was voor een vervolgonderzoek. Toen bleek dat de kosten, maar ook de hulpvraag voor Jeugdhulp aanzienlijk waren gestegen, meer dan elders. Met name de categorie Jeugdhulp ‘geen verwijzer’ is in deze regio sterk gestegen. Dit betreft de vrij toegankelijke hulp. Dit leidde tot veel vragen. Mevrouw Snel geeft een toelichting op het onderzoek, dat als centrale vraag heeft: ‘Wat zijn de veranderingen in de categorie verwijzing naar Jeugdhulp sinds 2015, vooral in de categorie ‘geen verwijzer’ en wat is daarvoor de verklaring. Was dit een bewust beleidsdoel en zo ja, in hoeverre? Het uiteindelijke doel van het onderzoek is een zo toegankelijk mogelijk rapport met informatie en inzichten te presenteren waarmee de raad gerichter kan sturen en beter de discussie kan voeren over de verantwoordelijkheid van de gemeente voor verschillende typen zorg. De voorzitter bedankt de beide dames voor de presentatie en geeft de fracties gelegenheid te reageren.

De heer Rowaan zegt blij te zijn met de effectieve onderzoeksopzet. GL zou graag zien dat naast de interviews met ambtenaren ook zorgaanbieders of andere professionals werden geïnterviewd. De heer Jones zegt zich af te vragen of de stijging van de vraag mogelijk te maken met leeftijd, etniciteit of regio? Er moet meer inzicht komen in wie die kinderen zijn die hulp vragen. Mevrouw Voorwald kan zich heel goed vinden in de onderzoeksvragen. Ze zou graag een paar voorbeelden krijgen van vrij toegankelijke Jeugdhulp. Hoe komt men bij deze hulp terecht? Voorts wil ze weten of er in andere gemeenten verklaringen zijn voor de stijging van Jeugdhulp zonder verwijzer. Worden die gevallen ook meegenomen in het onderzoek? De heer Sandoval Garcia geeft aan dat ook het CDA erg blij is met dit onderzoek. Hij sluit zich aan bij de punten die mevrouw Voorwald en de heer Rowaan hebben genoemd. Hij merkt op dat het onderzoek wordt stopgezet als blijkt dat de registratie niet klopt. Hij zou graag zien dat er uitgezocht zou worden waarom de registratie verkeerd is en wat er gedaan kan worden om die te verbeteren. De heer Krol is eveneens blij met het onderzoek, maar heeft wel enkele kritische kanttekeningen. Het onderzoek gaat nu vooral over de Jeugdhulp zelf. Hij pleit daarnaast voor verbreding.

Welke maatschappelijke factoren spelen een rol in de toegenomen vraag naar Jeugdhulp? Daarnaast kan in dit bestek ook de vraag worden gesteld of de Jeugdhulp misschien ook té toegankelijk wordt. Ook zou ingegaan kunnen worden op de vraag wat er eigenlijk onder Jeugdhulp wordt verstaan. Het voordeel van een betere definiëring is dat inzichtelijk wordt gemaakt wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van alle mensen die betrokken zijn bij de Jeugdhulp. Mevrouw Halilović zegt eveneens blij te zijn met het onderzoek. Ze sluit zich aan bij de vragen van voorgaande sprekers. Daarnaast wil ze weten of het onderzoek alleen over Leiden gaat of over de hele Leidse regio. Mevrouw Van der Jagt heeft eveneens nog enkele opmerkingen. Zo zou ze graag toegevoegd zien de vraag hoeveel jongeren uit de categorie ‘geen verwijzer’ binnen één of twee jaar opnieuw Jeugdhulp nodig hebben. Voorts is ze van mening dat het belangrijk is case studies toe te voegen. Tot slot vraagt ze zich af of het mogelijk is tussentijds toetsingsmomenten in te bouwen waarbij ook enkele raadsleden worden betrokken. Mevrouw Van Walraven zegt helemaal achter het onderzoek te staan. Ze vraagt zich af wat de categorie ‘zonder verwijzers’ inhoudt.

Zijn dat mensen die op basis van een PGB bij een instelling terecht komen? Dat er geen verklaringen zouden zijn voor de stijging van de vraag naar Jeugdhulp is haars inziens onterecht. In het rapport van het Jeugdinstituut staat duidelijk dat daarvoor

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

8

maatschappelijke oorzaken zijn aan te wijzen. Voor de rest sluit ze zich aan bij de andere vragen. Met name bij de vraag van GL over het interviewen van professionals. De heer Jitan zegt uit te kijken naar de resultaten van het onderzoek. Hij wil nog van de onderzoekers weten in hoeverre de invloed van corona wordt meegenomen in het onderzoek. De heer Vos vindt dat de onderzoeksopzet er prima uitziet. Hij wenst de RKC veel succes bij het onderzoek. Wethouder Damen zegt benieuwd te zijn naar de uitkomsten. Ze hoopt op concrete handvatten die kunnen helpen om beter te sturen, zowel op de kwaliteit als op de beheersbaarheid van de kosten van de Jeugdhulp. Ze wenst de onderzoekers veel succes. Mevrouw Jansen bedankt de commissieleden voor alle positieve woorden. De commissie voelt zich daardoor gesteund in haar werk. In antwoord op de vragen van de heer Rowaan over het interviewen van professionals wijst ze naar pagina 9 van de onderzoeksopzet. Daar staat dat niet alleen ambtenaren worden geïnterviewd. De heer Rowaan zegt dat hij bedoelde de professionals in het veld. De zorgaanbieders. Mevrouw Jansen zegt dit als aandachtspunt voor de onderzoekers zeker mee te zullen nemen. In antwoord op de vraag van de heer Jones of er ook wordt gekeken naar de oorzaken, geeft ze aan dat de onderzoekers zeker kijken naar de kenmerken van de gemeenten, naar de problematiek die daar heerst.

In antwoord op de opmerking van mevrouw Voorwald over voorbeelden van de vrije toegankelijkheid en vergelijking met elders zegt mevrouw Jansen dit ook aan de onderzoekers te zullen meegeven. Uiteraard worden resultaten in de onderzoeken afgezet tegen andere gemeenten in Nederland. In antwoord op de vraag van de heer Sandoval Garcia ten aanzien van het stopzetten van het onderzoek als de registratie niet goed blijkt te zijn, zegt mevrouw Jansen dat dan uiteraard wordt verwacht dat de onderzoekers aangeven wat daar dan mis mee is en wat er verbeterd moet worden. Het heeft geen zin om door te gaan als de basis waarop je je vervolgonderzoek doet niet deugt. De heer Sandoval Garcia vraagt of dan wel onderzocht wordt wat er dan mis is met de registratie. Het kan niet zo zijn dat uit het onderzoek komt dat de registratie niet klopt en dat het daarmee ophoudt. Mevrouw Jansen zegt dat dat buitengewoon zorgelijk zou zijn als dat zo was. Uiteraard moeten de onderzoekers kunnen aangeven wat er niet klopt als uit het onderzoek komt dat het niet klopt. Ze belooft daar extra alert op te zijn. In antwoord op de vraag van de heer Krol naar verbreding met maatschappelijke factoren, zegt mevrouw Jansen dat deze opzet voorlopig de voorkeur heeft. Eerst moet gekeken worden hoe het zit met die grote categorie die zo enorm stijgt.

De hypothese daar achter is dat er een verband is tussen de hoge kosten en een enorm gestegen vraag. Dit sprong er zo uit dat dit als concreet kort onderzoek eerst wordt gedaan. Wat betreft de genoemde maatschappelijke factoren merkt ze op dat de onderzoekers ook de kenmerken van de Leidse samenleving zullen meenemen. De heer Krol zegt het toch belangrijk te vinden dat juist de maatschappelijke aspecten worden onderzocht. Zijn hypothese is dat de toegenomen vraag naar Jeugdhulp niet zozeer zit in de Jeugdhulp zelf, maar komt door een verandering in de maatschappij. Die ontwikkelingen zou hij graag onderzocht zien. Met deze vragen bestaat het risico dat er alsnog een onvolledig beeld komt van de precieze oorzaken van de sterke stijging van de vraag naar Jeugdhulp. Mevrouw Jansen zegt het een terechte vraag te vinden. Het kan de tijdgeest zijn, maar de vergelijking met de rest van Nederland leidt zeker tot de vraag waarom het in Leiden anders is. Ook werd gevraagd of duidelijk zou kunnen worden of de hulp misschien té toegankelijk is. En hoe het zit met taken en verantwoordelijkheden. Mevrouw Jansen zegt te hopen dat de commissie die antwoorden uit het onderzoek kan halen. Het is aan u de te bepalen wiens verantwoordelijkheid het is. De heer Jones merkt op dat een aantal leden van de raad ook tussentijds kunnen monitoren. Hij zou daar bij kunnen aansluiten.

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

9

Mevrouw Snel antwoordt op de vraag van D66 dat het onderzoek in principe Leiden en Leiderdorp betreft. Omdat Jeugdhulp ook regionaal georganiseerd is zullen er zo nu en dan ook uitstapjes naar de regio zijn. Maar het gaat in eerste instantie om de Leidse cijfers. Ten aanzien van de vraag van mevrouw Van der Jagt over het tussentijds erbij betrekken van de raadsleden, geeft mevrouw Snel aan dat dat lastig is, maar te zullen kijken of het mogelijk is. Afgesproken is dat eerst de feiten worden gecheckt met hoor en wederhoor. Het hanteren van termijnen voordat er verder kan worden gegaan kan leiden tot vertraging. Maar de vraag wordt in ieder geval meegenomen. In antwoord op de vraag of corona ook in het onderzoek meegenomen kan worden, geeft mevrouw Snel aan dat dat niet een expliciet onderdeel van het onderzoek is. Analyse van de cijfers van het type zorg zou daar misschien iets over kunnen zeggen. Maar het wordt niet meegenomen als onderzoeksvraag. Mevrouw Van der Jagt herhaalt haar suggestie om te kijken welke jongeren binnen een bepaalde tijdsperiode opnieuw Jeugdhulp krijgen. Mevrouw Snel zegt dit een goede suggestie te vinden. Gekeken wordt of dit binnen het plan past. De voorzitter bedankt beide dames voor het beantwoorden van de vragen van de commissieleden en wenst hen veel succes bij de uitvoering van het onderzoek.

8.

Prognose en ontwikkelingen Jeugdhulp 2021

De voorzitter verwijst naar de brief van de wethouder op 12 februari waarin de commissie wordt geïnformeerd over de financiële prognose Jeugdhulp. Op verzoek van GL, PS, SP en de PvdA wordt deze brief in de commissie besproken. Het gaat hier om mening vormende discussie. De door genoemde partijen gestelde technische vragen en de antwoorden staan op politiek portaal. De discussie is bedoeld om helderheid te krijgen over de politieke standpunten van de diverse partijen, zodat de partijen kunnen beslissen wat ze in de toekomst met dit onderwerp willen doen en welke instrumenten ze daarbij in willen gaan zetten. Eventuele politieke vervolgacties zijn hier niet aan de orde. Ze geeft als eerste de heer Rowaan het woord. De heer Rowaan wijst op het verwachte tekort van 5 miljoen euro voor Jeugdzorg in Holland Rijnland, met bijna 1 miljoen voor Leiden, zoals in de brief wordt gemeld. GL vraagt samen met de PvdA, SP en PS aandacht voor dit thema en is benieuwd hoe de commissie denkt over de volgende zaken: - Krijgen cliënten wel echt de hulp die ze nodig hebben.

Crisishulp, maar ook overbruggingshulp voor kinderen op de wachtlijst? - Komen cliënten die lang op de wachtlijst staan niet vanzelf in een crisissituatie terecht? - Waarom is de motie ‘Bestrijd wachtlijsten in de SGGZ’ die in september in de raad is aangenomen, nog niet uitgevoerd? Er is wel een taskforce ingesteld, maar er is geen voorstel, zoals gevraagd. Bij de begrotingsbehandeling van vorig jaar had de raad daarover kunnen praten. Dat is voor GL een cruciaal punt. Is het college bereid die motie alsnog, en dan zo snel mogelijk, uit te voeren? De heer Vos wil weten waarom het college de maximale bestedingsruimte van nieuwe aanbieders op nul wil stellen. Is de wethouder op de hoogte van het feit dat nieuwe aanbieders zich nog steeds kunnen inschrijven voor een contract voor Jeugdzorg, maar dat ze geen budget krijgen? Er zijn aanbieders die afgelopen juli al een contract kregen voor Jeugdzorg, terwijl er geen budget beschikbaar is. Dit zou hoogstwaarschijnlijk pas in januari 2022 worden aangepast. Dit betekent dus dat als er Jeugdhulp wordt gevraagd bij een zorgaanbieder die geen budget heeft gekregen of bij een zorgaanbieder bij wie het budgetplafond is bereikt, vrije zorgkeuze dus eigenlijk niet van toepassing is. Bij deze zorgaanbieders is er geen sprake van een wachtlijst, zij weten helemaal niet of en wanneer er een budget wordt afgegeven.

Uit een antwoord op de technische vragen blijkt dat de taskforce nadenkt over een nadere inkadering van de inzet van Jeugdhulp vanuit de PGB. Wat wordt daarmee bedoeld? De PGB kan juist zorgen voor meer vrije keuze van aanbieders. Hiermee kunnen wettelijke vertegenwoordigers van kinderen juist efficiënter zorgen voor hulp en zijn ze niet afhankelijk van zorg in natura, waar vaak grote wachtlijsten een rol spelen. Tenslotte is PS het er helemaal mee eens dat er een plan moet komen dat voor een betere samenwerking tussen aanbieders zorgt, en budgetplafonds en dus lange wachtlijsten

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

10

kan voorkomen. Aanbieders moeten financieel gestimuleerd worden klanten over te dragen als het plafond bereikt is. Mevrouw Van Walraven zegt de opmerkingen van GL en PS te steunen. De SP mist eigenlijk de integrale benadering van de Jeugdhulp. Veel problemen komen bijvoorbeeld voort uit armoede. Dat betekent vaak een slechte gezondheid, lagere schoolprestaties, lager betaalde banen, kindermishandeling. Mede daarom moeten er andere keuzes worden gemaakt ten aanzien van het minimabeleid. Zolang deze kwesties geen voorrang krijgen, blijft het dweilen met de kraan open in de Jeugdhulp. Er moet beter samengewerkt worden tussen consultatiebureaus, voorschoolse voorzieningen, onderwijs, gezondheidszorg en huisartsen. En zal een plan moeten komen voor betere samenwerking tussen aanbieders in verband met budgetplafonds. Aanbieders moeten financieel gestimuleerd worden om klanten over te dragen als er een plafond bereikt is. Er zal meer gebruikt gemaakt moeten worden van ervaringsdeskundigen. En er zal creatiever naar woonruimte moeten worden gekeken. Ook moet de zorgbehoefte per gemeente goed in kaart gebracht worden en moeten perverse financiële prikkels voorkomen worden.

Samengevat zijn de wensen van de SP: betere basisvoorzieningen, armoedebestrijding, een betere samenwerking tussen de aanbieders, zoeken naar alternatieve specialistische Jeugdhulp en een dwingende lobby ten opzichte van de landelijke overheid . Mevrouw Van Walraven zegt de discussie te willen afwachten om te kijken of ze met een voorstel komt, of een motie VOD, of eventueel een initiatiefvoorstel bij de kaderbrief. Mevrouw Van der Jagt benadrukt het belang van discussie over dit thema. Het gaat om een ontzettend kwetsbare doelgroep en de huidige ontwikkelingen zijn zorgelijk. Niet alleen vanwege de tekorten, maar vooral omdat dat betekent dat zoveel meer jongeren hulp nodig hebben en dat ze ook langer hulp krijgen. Naast de schriftelijk gestelde vragen wil ze twee punten nog expliciet benoemen. Tijdens het rondetafelgesprek bleek dat vier op de vijf jongeren ook geholpen zou zijn zonder Jeugdzorg. Dat betekent in ieder geval dat voor één op de vijf jongeren die Jeugdhulp ontzettend hard nodig is. Het college heeft in antwoord op de technische vragen al geantwoord dat in acute situaties altijd hulp wordt gegeven. Ook de Nee-Tenzij regeling helpt hier bij. Een ander belangrijk aandachtspunt is de vraag of er voldoende wordt gedaan om de uitstroom te bevorderen? Graag daarover ook de discussie. Wethouder Damen schetst de context van de brief.

Na de ronde tafelgesprekken zijn punten vastgesteld die nodig zijn om als bestuurders en ambtenaren aan de slag te kunnen met partners om dit voor elkaar te krijgen. Er is een visiedocument vastgesteld waarbij uitgegaan wordt van het kind, dus niet meteen individuele Jeugdhulp inzetten, maar kijken wat er in het gezin, op school of in de wijk georganiseerd kan worden. De toegang is opnieuw aanbesteed. De bestaande partijen zijn nu in een nieuw jasje druk bezig om daarmee aan de slag te gaan. Er wordt hard gewerkt aan het inkoopplan. Terwijl die plannen er al waren, nam de afgelopen jaren de druk op de Jeugdhulp toe, vooral veroorzaakt doordat de uitstroom stagneert. De Portefeuillehouders in Holland Rijnland hebben in juli al aangegeven dat er versnelling de maatregelen moest worden aangebracht. Er worden nieuwe contracten afgesloten met de aanbieders, wel via het bestaande model van bestuurlijk contracteren. Dat is dat puntenplan waarover u bent bijgepraat in de sessie, waarbij gekeken wordt wat er collectief kan worden aangeboden, bijvoorbeeld op de scholen, op welke wijze er afspraken gemaakt kunnen worden over individuele begeleiding, wat er wel en niet wordt betaald en hoe lang mag het duren. Nadat in oktober bleek dat de kosten nog sneller opliepen is er een taskforce opgericht. Er zijn extra ambtenaren ingezet om de afspraken te gaan maken.

De bestuurders hebben besloten om zelf met de zorgaanbieders om de tafel te gaan. Er is gekozen voor strategisch partnerschap en een aantal hoofdaanbieders. Dit vraagstuk kan de gemeente niet alleen oplossen. Vooral de uitstroom moet worden versneld en de wachtlijsten korter. Er moet goed samengewerkt worden. Als er elders nog wel capaciteit is, dan moet er worden doorverwezen. Daarvoor is er de beschikbaarheidswijzer. Een goed voorbeeld daarvan is de samenwerking tussen Rivierduinen en Prodeba. In antwoord op de vraag van GL waarom er nog geen voorstel ligt, geeft de wethouder aan dat er wel wordt gewerkt aan de motie. Er worden gesprekken gevoerd met de top tien van de jeugdaanbieders om te kijken hoe de uitstroom versneld kan worden. Er is een Nee-Tenzij regeling gekomen. En met de andere doorverwijzers wordt gezorgd voor overbruggingshulp als niet meteen de gewenste Jeugdhulp beschikbaar. De wethouder zegt de raad vóór de begroting te zullen informeren waartoe dit heeft geleid. Er moet goede Jeugdhulp komen, waarbij duidelijk moet zijn wat precies Jeugdhulp wordt genoemd om daarmee de budgetten beheersbaar te maken. In antwoord op de vraag van PS omtrent het ontbreken van een budget voor nieuwe aanbieders geeft de wethouder aan dat dat inderdaad klopt. Dat is één van de negen punten die in juli zijn afgesproken,

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

11

omdat de gemeente niet meer met 160 aanbieders in zee wil. De versnippering moet worden teruggedrongen. Er wordt toegewerkt naar strategisch partnerschap, dat is een van de uitkomsten van het AEF onderzoek. Het feit dat er teveel aanbieders zijn is een belangrijke factor voor het stijgen van de kosten voor Jeugdhulp. Gezien het financiële tekort is ervoor gekozen nieuwe aanbieders niet toe te laten als er al andere aanbieders zijn die dat aanbod ook hebben en waar al budget voor gegeven is. Dat budget is nog niet overal op. De heer Vos vraagt zich af waarom er dan voor gekozen is om geen budget beschikbaar te stellen aan de zorgaanbieders waarmee in de zomer een contract is gesloten. Dan was het toch logischer geweest om daarmee geen contract af te sluiten. Wethouder Damen zegt dat dat juist is. Er is een ‘open house’, er zijn op dit moment weinig mogelijkheden om het anders te doen. Er zijn inderdaad verwachtingen gewekt die niet waargemaakt kunnen worden. Maar dit is nodig om betere afspraken met de aanbieders te kunnen maken en de kwaliteit van zorg en aanbod, de gewenste samenwerking en de uitgaven tegelijkertijd beheersbaar te maken. Mevrouw Van Walraven wil weten of de wethouder dan helemaal opnieuw gaat bekijken met welke van de 160 aanbieders de gemeente wel contracten wil hebben en welke niet.

Of worden de contracten, die er nu zijn, aangehouden? In de vorige collegeperiode is een motie van GL aangenomen ‘Kleine aanbieders, grote prestaties’. Die hebben vaak geen wachtlijsten en kunnen vaak veel sneller optreden. Hoe gaat de wethouder daar mee om? Wethouder Damen geeft aan dat nu allebei wordt gedaan. 160 is het maximum. Er wordt per segment gekeken. Met de meeste aanbieders is al een contract. Met de hoofdaanbieders worden samenwerkingsafspraken gemaakt en er blijft ruimte voor de kleinere aanbieders. Er wordt aan de voorkant geselecteerd op kwaliteit. Daarmee wordt het zorglandschap beperkter zodat daar makkelijker op gestuurd kan worden. Daarnaast moet gekeken worden wat er nog wel en niet wordt verstaan onder Jeugdhulp. Er moet een betere afbakening komen. In het verleden zijn er wel verkapte vormen van huiswerkbegeleiding betaald onder het mom van Jeugdhulp. In de Sterke Sociale Basis is geregeld dat er voor iedereen, ongeacht inkomen, huiswerkbegeleiding beschikbaar is. Zaken die op een andere manier en collectiever en goedkoper geregeld kunnen worden moeten in de Sterke Sociale Basis gedaan worden. Zodat voor de kinderen die het echt nodig hebben voldoende geld beschikbaar blijft.

In antwoord op de vraag op meer sturing op de PGB’s zegt de wethouder dat er kritisch gekeken zal worden of een PGB nodig is of dat er hulp geboden kan worden binnen de afspraken met de Jeugdhulpaanbieders. De PGB blijft altijd een mogelijkheid om iets te doen, maar er wordt kritisch gekeken of die betere zorg oplevert voor het kind in kwestie, vooral omdat het een van de redenen was voor de groei van de Jeugdhulp. Als er een strengere afbakening komt voor Jeugdhulp en daarbij niets aan de PGB’s wordt gedaan, dan wordt dat een alternatieve route om toch dingen voor elkaar te krijgen. Er zal iets aan de keuzevrijheid gedaan moeten worden willen we de budgetten kunnen beheersen. De heer Vos wil weten of een PGB is uitgesloten bij een zorgaanbieder die een zorg in natura contract heeft. Wethouder Damen geeft aan dat een PGB aanvraag wordt afgewezen als de verwijzer oordeelt dat er al een goede vorm van zorg is waarvoor de gemeente al betaald heeft. Mevrouw Halilović wil weten of er een tijdslijn is wat betreft de gesprekken die worden gevoerd. Wethouder Damen antwoordt dat op dit moment gesprekken worden gevoerd over de mogelijkheid om de uitstroom te bevorderen, de wachtlijsten te beperken en te voorkomen dat er aan het begin van het jaar al een tekort op het budget is. Ze wil vóór de kaderbrief duidelijkheid hebben of met de huidige begroting lukt.

Het gaat om geprognosticeerde tekorten. Met het TWO wordt gekeken naar een manier om de bedrijfsvoering zo in te richten dat er meer actuele informatie komt over de het beschikbare budget bij de aanbieders. Dat zou vóór de kaderbrief inzicht moeten bieden. De wethouder wijst erop dat ook de andere wethouders in de regio hebben aangegeven dat het zo niet meer gaat, het geld is op. Er moet echt pas op de plaats worden gemaakt, anders komt dit probleem ieder jaar terug.

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

12

De voorzitter geeft vervolgens de overige partijen de gelegenheid voor het geven van een reactie op het voorstel van GL, PS, SP en PvdA. Mevrouw Voorwald merkt op dat de problemen met de wachtlijsten in de jeugdzorg al lange tijd groot zijn. Er zijn kinderen met ernstige psychische problematiek die soms wel een jaar moeten wachten op hulp met alle gevolgen van dien. Voor henzelf, maar ook voor hun ouders en broertjes en zusjes. Dat is precies de reden waarom het terugdringen van wachtlijsten dé prioriteit moet zijn. Daar is vaak over gesproken, maar in de praktijk is nog weinig veranderd. Nu wordt gehoopt dat de nieuwe aanbesteding verbetering gaat brengen. De jeugd zit nog steeds te wachten. Hopelijk komt daar een eind aan met de afspraken die er bij de aanbesteding worden gemaakt. Het is goed dat de wachtlijsten nu weer op de agenda staan. De VVD is voor de uitvoering van deze motie, maar mevrouw Voorwald vraagt zich wel af waarom dit nu wordt geagendeerd. Heeft de PvdA er weinig vertrouwen in dat de wethouder er alles aan doet om dit op te lossen? Ook zou de VVD graag weten welke oplossingen de indieners voor dit probleem zien.

Zijn de coalitiepartijen bereid om de daad bij het woord te voegen door keuzes te maken binnen het sociaal domein? Zo niet, welk voorstel komt er dan? De VVD wil in ieder geval niet bezuinigen op de wachtlijsten voor Jeugdhulp, want hoe langer er wordt gewacht, hoe groter het probleem. Wethouder Damen benadrukt dat er niet opnieuw wordt aanbesteed als het gaat om de inkoop van specialistische Jeugdhulp. Er worden nieuwe contracten afgesloten binnen het huidige systeem. Er wordt nu al binnen die contracten gestuurd op versneld uitstromen. De heer Jones zegt dat de PvdD zich aansluit bij de inhoud van de brief en de aanvulling van de SP. In de discussie zijn goede dingen gezegd over huiswerkbegeleiding voor iedereen en dat er wordt gewerkt aan de PGB. Dat is prima. Er wordt met belangstelling gekeken naar een eventuele motie VOD van de SP. De focus moet op de oorzaak liggen, om vandaaruit gericht actie te kunnen ondernemen. De heer Sandoval Garcia laat weten dat het CDA de zorgen van de linkse partijen deelt dat de jongeren die hulp nodig hebben dat ook moeten krijgen. Hij is blij met de aanvullende maatregelen van Holland Rijnland om de kosten in de bedrijfsvoering te drukken, zodat meer geld vrij komt voor de zwaardere gevallen binnen de jeugdzorg. De komende maanden zal er ongetwijfeld nog veel informatie op de commissie afkomen.

Er zijn schriftelijke vragen gesteld, er komen nog onderzoeken. Het CDA wil wachten op de informatie die bij de begrotingsbehandeling zal worden gegeven. Tot slot sluit spreker zich aan bij de vragen van mevrouw Voorwald aan de PvdA en zegt hij uit te kijken naar de discussie. De heer Krol is blij met het feit dat deze brief nu wordt geagendeerd. Het is hard nodig. De financiële zorgen voor gemeenten, en ook voor Leiden, zijn groot. De discussie kan nu gaan over de financiën, maar het grootste probleem is voor de jongeren zelf. Er moet meer gekeken worden naar de maatschappelijke oorzaken voor aan het feit dat de vraag naar Jeugdhulp zo groot is. Dat vraagt wel politieke moed. Dan gaat het om vragen als: wat voor gevolgen gaat corona hebben, wat betekent het dat kinderen opgroeien in gebroken gezinnen, wat betekent het dat prestatiedruk op jonge leeftijd al hoog kan zijn, wat betekent het voor kinderen als hun ouders hard werken en daardoor misschien niet altijd thuis zijn. Maatschappelijke problemen waarover, ook landelijk, de discussie gevoerd zou moeten worden. Dat is de warme aanbeveling die de CU aan het college wil meegeven. Het is de vraag of we het echte probleem oplossing door de huidige aanpak. Een fundamentele aanpak is nodig. De heer Jitan zegt dat LP blij is met de behandeling van dit thema. Jongeren die hulp nodig hebben, hebben daar recht op.

De huidige situatie is erg voor deze jongeren. Vooral voor de doelgroep waarover we nu spreken. LP hoopt dat er wat wordt gedaan aan de langere wachtlijsten. Deze jongeren moeten een beter perspectief voor de toekomst krijgen. LP steunt de motie en heeft verder geen discussiepunten. Mevrouw Halilović meent dat de indieners van het voorstel de vinger op de zere plek hebben gelegd. Het is een heel urgent probleem dat al lange tijd speelt. Het is wel goed om de acties en de plannen van de wethouder af te wachten en tegelijkertijd wel breder maatschappelijk te kijken. Kan het probleem ook vanuit een andere invalshoek worden aangevlogen? De reden voor de wachtlijst ligt niet enkel bij de Jeugdzorg. Die discussies moeten gevoerd worden. Verder is mevrouw Halilović benieuwd naar de oplossing die de partijen zelf in gedachten hebben.

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

13

Mevrouw Van Walraven zegt zich door de heer Krol gesteund te voelen in de maatschappelijke benadering. Er is duidelijk een aantal oorzaken voor de gestegen vraag naar Jeugdhulp. Daarover is reeds een rapport verschenen. Ze biedt aan dit naar de heer Krol te mailen. Van de commissie zou mevrouw Van Walraven graag weten of men, naast wat de wethouder nu terecht doet, wil kiezen voor een meer integrale benadering van de Jeugdzorg. Ze vraagt of er partijen zijn die met haar willen samenwerken om daar een plan voor te maken. De voorzitter vraagt mevrouw Van der Jagt te reageren op de gestelde vragen alvorens de discussie te starten. Mevrouw Van der Jagt benadrukt nogmaals dat het gaat om een hele kwetsbare doelgroep. De brief van het college riep een aantal vragen op. Ook punten die in het geagendeerde stuk stonden, zoals een reactie op de motie, waren aanleiding om mee te doen met het agenderen van deze brief. Er is een rondetafelgesprek geweest, er zijn schriftelijke vragen gesteld, wat moet er dan aanvullend nog gebeuren? Ze zegt alle vertrouwen in de wethouder te hebben, maar het is wel goed om met elkaar door te praten over de dingen die nu gebeuren. En daar een extra toelichting op te krijgen. Wethouder Damen zegt dat er de afgelopen periode al veel is gedaan en vastgesteld aan visies en nieuw beleid. Zo is de visie Sociaal Domein vastgesteld.

En niet alleen op het terrein van Jeugdhulp gebeurt heel veel, er is ook de Sterke Sociale Basis en er wordt gewerkt aan een hernieuwde opdracht aan de sociale wijkteams die heel nauw gelieerd gaan worden aan de Jeugd en Gezinsteams. Verder is er in deze periode een nieuw armoedebeleid vastgesteld, dus het gaat nu over de Jeugdhulp naar aanleiding van de brief. Bij alles wat wordt gedaan wordt teruggegrepen op de visie. De voorzitter geeft voor de discussie als eerste de heer Rowaan het woord. De heer Rowaan wil het hebben over de uitvoering van de motie. Die is heel specifiek. Er wordt hier nu gesproken over zaken op systeemniveau. Het strategisch partnerschap is een geweldig punt, of het beter monitoren, allemaal hele goede stappen. Maar in de motie ging het om een hele concrete vraag over de kinderen die nu op de wachtlijst staan in de specialistische GGZ. Die wachtlijsten moeten worden ingekort. Dat staat in de motie. Die moet worden uitgevoerd met een voorstel op papier. Ingaande op de vraag of de indieners zelf ideeën hebben noemt hij als voorbeeld dat er nu heel veel scholieren en studenten thuis zitten. Er zou onder hen een wervingscampagne gehouden kunnen worden om als vrijwilliger te werken als buddy, als maatje, als vraagbaak, of om een wandeling te maken met mensen op wachtlijsten. Dan kunnen misschien twee vliegen in één klap worden geslagen.

Er moet integraal naar het vraagstuk gekeken worden. Daar wil GL met mevrouw Van Walraven heel graag in meedenken. Er is een ambitieus armoedebeleid. Als bekend is dat gezinnen in de schulden zitten, met kinderen in de Jeugdhulp, dan zou daar direct met een saneringskrediet op gereageerd kunnen worden. Dan slinken de wachtlijsten waarschijnlijk ook omdat de gedragsproblemen daardoor bij jeugdigen zullen afnemen. Het gaat om creatieve oplossingen. Kom met een voorstel waar deze raadsbrede groep om vraagt. De heer Rowaan vraagt of de commissie het met hem eens is dat dit met spoed moet worden opgepakt, en dan concreet om de genoemde doelgroep, zoals de motie vraagt. De heer Krol meent dat de wethouder hier op moet reageren. Er ligt nog een motie die uitgevoerd moet worden. Daarover hoeft geen discussie meer te worden gevoerd. Mevrouw Voorwald zegt het daar helemaal mee eens te zijn. De voorzitter stelt via de chat vast dat ook mevrouw Halilović en mevrouw Van Walraven het daar mee eens zijn. De heer Vos geeft aan het eveneens eens te zijn met de heer Rowaan. Wethouder Damen bevestigt dat men op twee van de drie punten al met de motie bezig is. De gesprekken moeten eerst worden gevoerd voordat er een voorstel kan liggen. Het is niet zo dat er niets met die motie wordt gedaan.

Commissie O&S d.d. 23 maart 2021

14

De heer Rowaan zegt zeer benieuwd te zijn naar het voorstel op papier en hoopt dat dit op redelijke termijn komt. Wethouder Damen zegt met een voorstel te komen zodra er inzicht is in wat er binnen het budget op te lossen is en wat niet. Ze zou het voorstel graag doen bij de kaderbrief. Dan heeft de raad ook het financiële instrument dat ingezet kan worden op basis van de bevindingen en de voorstellen. De heer Rowaan zegt nogmaals dat er in november 2020 een deadline was gesteld en vindt dat er niet gewacht kan worden op de kaderbrief. Het gaat om kinderen op de SSGZ-wachtlijsten, daar moet een oplossing voor komen. Mevrouw Damen benadrukt nogmaals dat er nu wel degelijk iets gebeurt. De uitkomsten zijn er nog niet, en die zijn nodig om de commissie goed te kunnen informeren over de maatregelen er getroffen moeten worden. Inhoudelijk gaan we hier nu niet de discussie voeren over wat de professionals in de hulpverlening moeten doen met die kinderen. Het zal heel snel gaan over de vraag of er genoeg geld is voor hulp. De kadernota komt trouwens al snel, de stukken zijn op korte termijn klaar. De heer Sandoval Garcia merkt op dat er nu een collegepartij is die sterke vraagtekens zet bij de uitvoering van een motie door haar eigen wethouder. Hij vraag mevrouw Halilović wat haar tot nieuw inzicht heeft gebracht wat betreft de steun voor deze motie.

Een half jaar geleden steunde D66 de uitvoering van deze motie niet. Mevrouw Halilović zegt het feit te steunen dat er nu uitvoering wordt gegeven aan die motie. Ze zegt benieuwd te zijn naar het voorstel van de partijen die de motie hebben ingediend. D66 wacht de uitvoering af en zal hierop verder geen actie ondernemen. De heer Rowaan stelt voor dit punt af te ronden, nu de wethouder en hij langs elkaar heen blijven praten. Hij verwacht de stukken binnenkort te ontvangen. De heer Vos zou nog graag horen hoe de commissie kijkt naar de inkadering van het PGB. PS staat daar sceptisch tegenover. Het feit dat mensen een beroep kunnen doen op Jeugdhulp moet prioriteit krijgen. Het komt vaak voor dat kleine organisaties, die geen contract met de gemeente hebben voor hulp in natura, wel in die hulp zouden kunnen voorzien. Daarom is het PGB toch wel heel belangrijk. Mevrouw Van Walraven zegt het standpunt van de wethouder te begrijpen, maar sommige problemen zijn soms goed op te lossen met het PGB. En nu kan het gewoon niet anders. Zij is het dus eens met de heer Vos. Mevrouw Van der Jagt meent dat een PGB soms inderdaad de beste oplossing kan zijn. Dan moet je het ook gewoon doen, tenzij er een nog betere oplossing is en de Jeugdhulp ook geboden kan worden door iemand die gewoon is gecontracteerd. Er moet altijd gekeken worden waar de jongere het meest mee is geholpen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10002099/1