CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 21.0095 Afdoen moties II 2021

raadscommissie Werk en Middelen 4 november 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: RV21.0093 Programmabegroting 2022 - 2025, RV21.0094 2e Voortgangsrapportage 2021, RV21.0095 Afdoen moties 2021 II, RV21.0096 3e technische wijziging Programmabegroting 2021, RV21.0106 Eerste begrotingswijziging 2022 bestemming resultaat septembercirculaire 2021 (ca. 16.50 uur)8.966 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

RAADSVOORSTEL Rv. nr.: 21.0095

B en W-besluit d.d.: 28-9-2021 B en W-besluit nr.: 21.0457

*Z22E33178F4*

Naam programma: Alle Onderwerp: Afdoen moties 2021 II Aanleiding: In de Financiële Verordening 2020 d.d. 28 mei 2020 (RV 20.0024) is opgenomen dat de afdoening van moties twee keer per jaar geclusterd in een apart raadsvoorstel geregeld wordt. Dit voorstel kan worden betrokken bij de behandeling van de jaarstukken en de kaderbrief. De overwegingen om een motie als afgedaan te beschouwen, zijn per motie opgenomen onder het kopje “overwegingen”. Doel: Het doel van dit voorstel is om op een gestructureerde wijze een aantal moties af te doen. Kader: Financiële Verordening 2020 (RV 20.0024) Overwegingen: Gesorteerd naar commissie volgen hieronder per motie de overwegingen voor het college om deze als afgedaan te beschouwen: Commissie Werk en Middelen Jong geleerd (motie 1 bij RV 20.0102 ‘Regionaal Programma Integrale Aanpak Laaggeletterdheid Holland Rijnland 2020-2024’. D.d. 3 december 2020’, van der Jagt (PvdA), van Halm (SP), Jitan ( Leiden Participeert), Voorwald (VVD), Kersten (PS) en Krol (CU)) Motie verzoekt het College Stevigere maatregelen te nemen om intergenerationele overdracht van laaggeletterdheid tegen te gaan1. De Raad bij de eerste voortgangsrapportage 2021 te informeren over de maatregelen die hierop (zullen) worden ingezet.

1

Bijvoorbeeld door (1) laaggeletterde ouders allemaal actiever te wijzen op de mogelijke invloed van laaggeletterdheid op hun kinderen en het aanbod dat voor kinderen beschikbaar is en (2) te zorgen voor goede informatieoverdracht tussen partijen, zodat peuterspeelzalen en scholen vanaf dag 1 weten dat mogelijk extra ondersteuning op het gebied van taalvaardigheid nodig is. Pagina 1 van 19

Uitvoering aan de motie: De Raad is bij de eerste voortgangsrapportage 2021 geïnformeerd met de volgende tekst: In de motie Jong geleerd (20.0102/01) wordt gevraagd om stevigere maatregelen te nemen om de intergenerationele overdracht van laaggeletterdheid tegen te gaan en hierop in deze Eerste Voortgangsrapportage in te gaan. Dit doen we via de actielijn ‘Het voorkomen van laaggeletterdheid bij kinderen en het verbeteren van ouderbetrokkenheid’ in het Regionaal Programma Integrale Aanpak Laaggeletterdheid Holland Rijnland 2020-2024. Het bereiken van kinderen van laaggeletterde ouders is essentieel om de vicieuze cirkel van laaggeletterdheid te doorbreken. Dit sluit aan bij de doelen van het OnderwijsKansenbeleid. Daarnaast werken we aan de volgende onderwerpen: Dat wat er gebeurt vanuit het OnderwijsKansenbeleid te verbinden met aanbod dat de ouders verder kan helpen. Denk hierbij aan taalaanbod in de context van school, voorschoolse activiteiten (bv. Opstapje, Speelgroep) of digitale vaardigheden. Verkennen scholingsaanbod professionals om laaggeletterdheid bij ouders te signaleren (juiste vragen stellen, op een prettige manier doorvragen) Aandacht voor laaggeletterdheid bij alle organisaties (zoals opnemen in vragenlijsten bij intakes, onderwerp blijven benoemen in gesprekken met ouders) Bovenstaande acties zijn de resultaten van de werkgroep Preventie vanuit het Taalpact.

Deelnemende partijen zijn onder meer SOL, SPL, JES Rijnland, OnderwijsAdvies, GGD/JGZ, BplusC en Holland Rijnland, grotendeels ook de partijen in het OnderwijsKansenbeleid. Concrete uitwerkingen van deze acties worden meegenomen in het Lokale uitvoeringsplan laaggeletterdheid. Het voorkomen en tegengaan van laaggeletterdheid (motie 3 bij RV 20.0102 ‘Regionaal Programma Integrale Aanpak Laaggeletterdheid’, d.d. 3 december 2020, Krol (CU), Krijgsman (D66), Halm (SP), Voorwald (VVD). Naar aanleiding van de motie ‘Het voorkomen en tegengaan van laaggeletterdheid is de formulering en de inhoud van de actielijn ‘Het voorkomen van laaggeletterdheid’ aangevuld. Deze actielijn in het Regionaal Programma Integrale aanpak laaggeletterdheid Holland Rijnland 20202024 is nu als volgt geformuleerd: ‘Het voorkomen van laaggeletterdheid bij kinderen en het verbeteren van ouderbetrokkenheid’. Daarnaast is de volgende tekst opgenomen in het Taalpact Leiden en Leiderdorp 2021-2024 (p.24): In december 2020 heeft de wethouder n.a.v. de motie ‘Het voorkomen en tegengaan van laaggeletterdheid (M.20.0102/03) in de raad het volgende aangegeven: indien er keuzes moeten worden gemaakt bij de inzet van het decentralisatiebudget, dan vallen die keuzes op maatregelen binnen het sociaal domein en niet op maatregelen binnen het domein gemeentelijke dienstverlening.

Aandacht voor de kleine winkelier in Leiden (motie bij RV 15.0097/17 ‘Programma Begroting 2016 – 2019, d.d. 10 november 2015, Keuning (CU). Met een actieplan op hoofdlijnen te komen hoe Leiden het unieke aanbod van de zelfstandige winkelier wil behouden en versterken en de commissie Werk en Middelen per brief te informeren over deze acties die worden ondernomen om de positie van de zelfstandige winkelier in Leiden te behouden en versterken. Dat is gebeurd middels de brief aan de commissie Z/15/240880 d.d. 2711-2015.

Pagina 2 van 19

Actieplan regeldruk (motie bij RV 19.0073 ‘Jaarstukken 2018’, d.d. 11 juli 2019, Bleijie (CDA), Olthof (D66) Deze motie verzoekt het college om in samenspraak met ondernemers, ondernemersverenigingen en ondernemerskoepels te komen tot een actieplan regeldruk waarin concreet regels worden genoemd die geschrapt of vereenvoudigd kunnen worden. Het college heeft u middels een brief van 8 september 2020 geïnformeerd, waarbij als bijlage een gezamenlijk met de ondernemersvertegenwoordigers afgestemd actieplan, om de regeldruk, daar waar deze overbodig is, te bespreken en beperken. Behoud winkelstatus Doezastraat en Herenstraat (motie 1 bij RV 160005, Retailvisie Leidse regio 2015, d.d. 5 juli 2016, Köroğlu (D66), Van Wijk – Meijer (VVD), North (GroenLinks) De Vos (PvdD). De motie roept op de Herenstraat en Doezastraat als één integraal en coherent winkelgebied te beschouwen dat onderdeel is van de Leidse binnenstad. In de Winkelnota Leidse Binnenstad 2018-2021 is dit gebied als sfeergebied als zodanig opgenomen.

Meer bouwen, minder leegstand (motie bij RV12.0063 ‘Kaderbesluit Herontwikkeling Stationsgebied Leiden’, d.d. 11 oktober 2012, Haaster (D66). Het beleid van de kantorenstrategie Holland Rijnland ziet er op toe dat kantorenlocaties op incourante plekken wordt/ is getransformeerd. Alleen bij het OV knooppunt Leiden Centraal is grootschalige kantoorontwikkeling voor de regio Holland Rijnland toegestaan. De leegstand in kantoren is de afgelopen jaren fors gedaald. Daarmee zien we dat de ontwikkeling van kantoren op de A1 locatie, het Leidse stationsgebied, niet leidt tot een hogere leegstand elders. Het regionale kantorenbeleid werpt daarmee zijn vruchten af. Reclame uitingen in de openbare ruimte (motie 11 bij RV 18.0085 ‘Programmabegroting 2019 – 2022’, Heijnen (CDA) en Jermoumi (PvdA). De in 2018 ingediende motie 18.0085/11 reclame uitingen in de openbare ruimte, roept het college op om beleid te ontwikkelen voor het reguleren van reclame, het toetsen van reclame en te onderzoeken hoe beter op illegaal aangebrachte reclame kan worden gehandhaafd. Het college constateert dat het Beleidskader Buitenreclame zoals vastgesteld op 16 september 2021 tegemoet komt aan het gestelde in de motie. Het beleidskader geeft een helder beeld van welke vormen van buitenreclame wel en niet zijn toegestaan en aan welke eisen nieuwe reclameobjecten moeten voldoen.

Voorts wordt in het beleidskader ingegaan op handhaving en preventie van wildplak. Daarmee kan naar de mening van het college de motie als afgedaan worden beschouwd. Ontmoedigingsbeleid verkoop levende kreeften en krabben (motie 3 bij RV 18.0121 ‘Wijzigingsvoorstel Marktverordening Leiden 2015’, Raat (PvdD), Halm (SP), Kersten (PS). De vishandelaren en visverkopers van de markt zijn naar aanleiding van deze motie door het college uitgenodigd voor een gesprek dat heeft plaats gevonden op 15 juli 2019. Eén marktkoopman heeft van de uitnodiging gebruik gemaakt en over de strekking van de motie van gedachten gewisseld met de wethouder. Dit heeft echter niet toe geleid dat de vishandelaar geen levende kreeften en krabben meer verkoopt. Dat vraagt om regelgeving vanuit de landelijke overheid/Europa.

Pagina 3 van 19

Lucas van Leydenfonds (motie 12 bij RV 20.0066 Kaderbrief 2020 -2024, d.d. 17 september 2020, Gaal (GL), Herman (D66), Jermoumi (pvdA), Kersten (PS), Klever (PvdA), Koroglu (D66), Peijpe (GL). Voor het jaar 2021 heeft het Lucas van Leyden Fonds een regeling opgenomen om beeldende kunst in de openbare ruimte door Leidse makers te stimuleren. Daarnaast hebben zaken als diversiteit en inclusie aandacht gekregen, zo co-financiert het fonds het begin 2022 op te leveren kunstwerk van het COC. Behoudt PS Theater voor Leiden (motie 42 bij RV 20.0066 ‘Kaderbrief 2020 – 2024’, d.d. 17 september 2020, Kersten (PS), Klever (PvdA), Krol (CU), Peijpe (GL). De motie verzoekt het college om: • €100.000 euro van de laatste tranche van het Lucas van Leyden-fonds af te halen en deze te besteden aan PS|Theater: €50.000 voor 2021 en €50.000 voor 2022. PS Theater krijgt in 2021 en in 2022 € 50.000 extra subsidie per jaar. Hergebruik wederopbouwkunst (motie bij RV 19.0112 ‘Programmabegroting 2020 – 2023’, d.d. 12 november 2019, Bleijie (CDA), Herman (D66), Peijpe (GL). Bij monumentale kunst in gemeentelijk eigendom in geval van bedreiging (sloop) vindt altijd een haalbaarheidsonderzoek plaats naar mogelijke herplaatsing.

Voor andere eigenaren kan dit niet worden afgedwongen (tenzij het een monument is, maar dan is er meestal geen sprake van sloop)) maar in het kader van ontwikkelingen wordt hier wel waar mogelijk de aandacht voor gevraagd van de eigenaar. Het streven is om zo veel mogelijk herplaatsing in de locatieontwikkeling zelf en te voorkomen dat objecten in de opslag terecht komen want wordt het meestal een moeizame opgave om het nog te herplaatsen. Het blijft sowieso een uitdaging. Daar waar panden met wederopbouw elementen erin worden afgebroken proberen we deze te hergebruiken. Hiervoor is een inventarisatie van wederopbouwkunst in Leiden gemaakt door ELO. Zodra in een pand dat gesloopt wordt een kunstwerk uit de wederopbouw aanwezig is, bezien we of deze werken in nieuwbouwprojecten kunnen worden geïntegreerd. Uiteraard moet dit passend zijn binnen de kaders van de betreffende nieuwbouw en passend zijn in de architectuur van dat gebouw. Twee kunstwerken waar momenteel een passende plek voor wordt gezocht: • Zoeken naar een passende plek voor het Sgraffito van Lex Horn uit het voormalige Clusiuslaboratorium . • Balkonelement KvK op de Stationsweg; wordt onderzocht of deze in een van de nieuwbouwtorens bij de Stationsweg kan worden geïntegreerd. Een completere Leidse Uitagenda, (motie 4 bij RV 19.0140 ‘Cultuurnota 2020 De kracht van cultuur’, d.d.

23 januari 2020, Gilissen-Verplancke (VVD), Halm (SP), Herman (D66), Kersten (PS), Klever (PvdA), Peijpe (GL). Aan de Uitagenda nieuwe stijl is hard gewerkt. Er zijn tot nu toe de volgende acties ondernomen: • Er is een nieuwe database aangeschaft en er heeft een transitie plaats gevonden van de oude naar de nieuwe database. • Er zijn twee brainstorm sessies met cultuursector gehouden om te kijken hoe de Uitagenda eruit moet zien, welke extra categorieën gewenst waren. • Er is gratis publicatie voor alle makers, amateur tot professioneel (die ze zelf straks kunnen ingeven via een invulformulier op de site) • White label mogelijk (dus doorplaatsen op andere plekken, zijn nu bezig met doorplaatsen delen van de agenda op lieverinleiden.nl) Pagina 4 van 19

•

Communicatie in ontwikkeling (eigen social, folded, flyer, QR codes in de stad, mediapartnerschap, etc) om bekendheid te geven aan alle makers/organisaties/podia • Nieuwe rubricering met veel meer nieuwe tags • Veel meer cross selling met partijen in de binnenstad (restaurant, bios, cocktail, shopping) Hierdoor wordt de culturele UITagenda veel laagdrempeliger, toegankelijker, breder en completer.

Wijkleerbedrijf waar het impact heeft - Bos- en Gasthuis en Leiden-Noord (Motie 1 bij RV 19.0049 Pilot Wijkleerbedrijf: een weg uit de bijstand. Initiatiefvoorstel van de leden Van Brussel (D66) en Krol (CU), d.d. 20 juni 2019, North (GL)) Met deze motie verzoekt de raad om de pilot plaats te laten vinden in de wijk(en) waar het impact heeft. In de brief Z/21/3226281 ‘Pilot Wijkleerbedrijf’ is toegelicht op welke wijze invulling wordt gegeven aan deze motie. Commissie Onderwijs en Samenleving Oog voor jongeren in coronatijd (Motie 11 bij RV 20.0096 ‘Programmabegroting 20212024’, d.d. 12 november 2020, Köroğlu (D66)) Verzoekt het college: Om in overleg met de onderwijsorganisaties, (sport)verenigingen, jeugd- en gezinsteams en jeugdgezondheidsorganisaties een plan van aanpak te ontwikkelen met als doel extra aandacht voor het fysieke en sociaal-emotioneel welbevinden van Leidse jongeren (tot 21 jaar) in en na coronatijd; Om de Gemeenteraad in het eerste kwartaal van 2021 te informeren over de voortgang van het plan middels een brief. Uitvoering aan de motie Zoals u weet zijn de afgelopen periode vele initiatieven ondernomen om aandacht te besteden aan het fysieke en sociaal-emotioneel welbevinden van Leidse jongeren tot 21 jaar. Deze verschillende initiatieven zijn in de aan u gerichte raadsbrieven toegelicht. Het betreft o.a.

• Overleg in het ‘crisisteam opvang kwetsbare kinderen’. Dit (wekelijkse) overleg tussen schoolbesturen, JGT, GGD, jeugdzorg, Samenwerkingsverband Passend Onderwijs en gemeente, heeft gezorgd voor een gecoördineerde zorg voor kwetsbare kinderen tijdens de crisis, met extra nadruk op lockdownperiode. • Gesprekken met de scholen en het samenwerkingsverband VO en SOL, om te bezien hoe psycho-sociale problemen van schoolgaande jongeren kunnen worden verlicht/opgelost met preventieve interventies.. • Een gesprek van de wethouders Dirkse en Damen met de gezamenlijke leerlingenraden van de scholen voor VO, om te horen waar zij mee zitten, hoe ze denken dat daar oplossingen voor gevonden kunnen worden en wat er wél goed gaat. De uitkomsten daarvan worden meegenomen in de Jongerencampagne, het flankerend sociaal beleid en als input in het overleg over de plannen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs. • De Jongerencampagne Lekker Bezig Leiden www.lekkerbezigleiden.nl . Een communicatiecampagne waarin jongeren bedankt worden voor goed gedrag. • Onderzoek naar de effecten van de lockdown op studenten in de stad, vanuit de samenwerking Student & Stad. • Opzetten van de Leidse Burcht, een digitaal platform voorjongeren om elkaar te ontmoeten (inmiddels 4500 accounts) Pagina 5 van 19

• • •

• •

•

Specifieke activiteiten van diverse partijen in de stad zoals bijvoorbeeld SOL en JES Rijnland om jongeren te helpen met school tijdens lockdown. Diverse initiatieven van STAD (onderaannemer van SOL) zoals Plant a Friend, Yoga Route. www.stad-leiden.nl Een digitale bijeenkomst, in bijzijn van de minister, waarin de Plaatselijke Kamer van Verenigingen Leiden ter inspiratie van andere steden het project van studiewerkplekken in de Stadsgehoorzaal en de Leidse Burcht heeft gepresenteerd. Het “Lieve Mark” rapport, waaraan studenten uit Leiden hebben meegewerkt, dat behoeftes en meningen van studenten heeft onderzocht in deze pandemie. Samen met onderwijsinstellingen (PO, VO, MBO, HBO en WO), en leerlingen/studenten en landelijke netwerken worden ondersteunende maatregelen voor jeugdigen en jongvolwassenen ontwikkeld en worden jongeren geleid naar bestaande initiatieven gang gezet. Zo wordt er een poster ontwikkeld samen met studenten; “trek wel aan de bel” en worden onder andere door jongeren die in de knel raken toegeleid te leiden naar pluscoaches. Verder is met input van Leidse jongeren de 2e fase van de jongerencampagne gestart (Lekker Bezig Leiden). Daarnaast worden jongeren middels een communicatie campagne geactiveerd om zelf coronaproof activiteiten te ontwikkelen, hier kunnen zij subsidie voor aanvragen, en door een 2e ronde jongeren-campagne te starten.

Plan: Daarnaast is het college bezig met een plan voor flankerend beleid sociale impact, als gevolg van de coronacrisis. De drie lijnen in het pakket betreffen i) kwetsbare groepen, ii) mentale weerbaarheid jongeren en iii) gezonde leefstijl. Het betreft een plan voor de middellange termijn. De door u gevraagde aandacht voor de jongeren is hier dus onderdeel van. Op 31 augustus jl. zijn de leden van de commissies OS en WM tijdens een informele sessie geïnformeerd over de bevindingen en aanbevelingen uit de ‘voorlopige rapportage sociale gevolgen coronacrisis’ en is hier met elkaar over van gedachten gewisseld.

Terugdringen regeldruk jeugdzorg (Motie 23 bij RV 19.0112 ‘Programmabegroting 2020’, d.d. 12 november 2020, Bleijie (CDA), Schreuder (GL), Voorwald (VVD), van Walraven (SP), Kersten (PS) en Krol (CU)) Verzoekt het college: - Bij het inkoopproces jeugdzorg 2021, in overleg te gaan met de betrokken aanbieders teneinde de regeldruk en de administratieve verantwoording richting de gemeenten terug te dringen. - De uitkomsten van dit overleg aan de gemeenteraad zo spoedig mogelijk te rapporteren. - Per brief de gemeenteraad een terugkoppeling te geven van de al gehouden dan wel toekomstige 'schrap-sessies' met het veld op Holland-Rijnland niveau. Uitvoering aan de motie Bij de dialoogsessies en de ontwikkeltafel die de afgelopen maanden zijn georganiseerd zijn gemeenten en aanbieders met elkaar in gesprek gegaan over verschillende onderwerpen rondom de nieuwe inkoopstructuur van jeugdzorg die per 2022 zal ingaan. Eén van de besproken onderwerpen is de administratieve lastendruk. Gemeenten hebben hierbij aangegeven het belangrijk te vinden de juiste informatie voorhanden te hebben om te kunnen sturen op de vastgestelde beleidsdoelstellingen, maar hierbij toch vooral praktisch te willen kijken hoe dit niet tot een verzwaring van de administratieve lastendruk bij aanbieders hoeft te leiden.

Concrete voorbeelden hiervan zijn het in elkaar schuiven van de rapportage vanuit verschillende inkoopsegmenten en de afspraak dat aanbieders eerder door hen opgestelde documenten kunnen indienen als zijnde het door gemeenten gevraagde plan van aanpak voor de beoogde Pagina 6 van 19

transformatie. Het door gemeenten gekozen gesegmenteerde inkoopmodel kent als risico dat de facturatie meer administratie bij aanbieders met zich meebrengt. Dit punt zal met aanbieders in het contractmanagement en tijdens de ontwikkeltafels voortdurend worden gemonitord en waar mogelijk worden bijgesteld. Een gezin voor elk kind (Motie 1 bij RV 200002 ‘Programmaplan zorgaanbod jeugdhulp Leidse regio vanaf 2021’, d.d. 13 februari 2020, Rowaan (GL), Bleijie (CDA), Voorwald (VVD) en Krol (CU)) Verzoekt het college: - zich in te spannen voor het voorkomen van uithuisplaatsingen door de inzet van ‘ondersteunende ouders’, die overbelaste gezinnen kunnen ondersteunen (bijvoorbeeld ‘meeleefgezinnen’ of ‘steunouders’); - zich in te spannen om het tekort aan pleegouders en gezinshuisouders terug te dringen door de werving van nieuwe pleegouders en gezinshuisouders een impuls te geven via haar eigen media-kanalen en contacten in het maatschappelijk middenveld;2 - over het succes hiervan te rapporteren in de Planning & Control (P&C) stukken door inzicht te geven in aantallen Leidse pleegouders en gezinshuizen, ‘ondersteunende ouders’ en de ontwikkeling van deze aantallen in de tijd. Uitvoering aan de motie Ondersteunende ouders Ondersteuning via ondersteunende ouders wordt op dit moment reeds door een aantal partijen in Leiden aangeboden vanuit de Sterke Sociale Basis.

De problematiek waarbij ondersteund wordt varieert van licht naar zwaar en de ondersteunende ouders/gezinnen krijgen hiervoor een training aangeboden. T.a.v. lichtere problematiek en dreigende overbelasting zijn het Centrum voor Jeugd en Gezin en SOL momenteel met elkaar in gesprek om een pilot te starten waarbij gezinnen uit de straat elkaar ondersteunen. Pleegzorg Momenteel wordt de mogelijkheid om pleegouder te worden onder de aandacht gebracht door de website van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Ouders worden dan naar de website van pleegzorgaanbieders geleid, waar zij zich kunnen aanmelden. Ieder jaar besteedt ook de gemeente Leiden aandacht aan het thema tijdens de Week van de Pleegzorg die meestal in oktober/november plaatsvindt. Pleegouders worden in het zonnetje gezet met een attentie en het belang van pleegzorg wordt onder de aandacht gebracht in de lokale media. Mede n.a.v. deze motie zal hier dit jaar extra aandacht aan worden besteed in de Leidse/(sub-)regionale media- en communicatiekanalen en bij ketenpartners zoals het CJG. Aandachtspunt bij de inzet van pleegzorg in de regio is overigens wel dat aanbieders van pleegzorg regionaal te kampen hebben met wachtlijsten waardoor werving van pleegouders niet direct leidt tot een oplossing voor Leidse kinderen.

In dat kader is, vooruitlopend op de nieuwe inkoopsituatie per 2022, door de portefeuillehouders in de regio besloten te investeren in een aantal interventies om de druk op pleegzorg te verminderen (het loslaten van budgetplafonds voor pleegzorg en investering in gezinshuizen).

2

Een goed voorbeeld hiervan is te vinden in Almere, waar het college de werving van pleegouders tot prioriteit heeft gemaakt en hier zelf ook actief bij ondersteunt. https://almerekracht.nl/jeugdhulpinzetten/jeugdhulp-met-verblijf/pleegzorg/; https://www.vitree.nl/voor-pleegouders/campagne-almerezoekt-pleegouders/. Pagina 7 van 19

Monitoring T.a.v. monitoring en rapportage via de P&C-cyclus acht het college het haalbaar de gevraagde indicatoren m.b.t. ondersteunende ouders met ingang van de 1e voortgangsrapportage 2021 toe te voegen aan de P&C-cyclus. Het gaat dan om de betreffende gegevens uit de jaarrapportage van partijen uit de Sterke Sociale Basis die zich hiermee bezighouden. Voor het aantal pleegouders kiest het college ervoor dit niet te doen. Pleegouders melden zich direct bij pleegzorgaanbieders. Het zou voor hen een aanzienlijke verhoging van de administratieve lastendruk betekenen wanneer dit voor hen zou worden toegevoegd als monitoring- en rapportageverplichting. Daarnaast geven de aantallen Leidse pleegouders een vertekend beeld; bij Leidse pleegouders kunnen immers ook kinderen vanuit andere gemeenten terecht komen. Bestrijd wachtlijsten in de SGGZ (Motie 22 bij RV 20.0066 ‘Kaderbrief 2020-2024’, d.d.

17 september 2020, van Gaal (GL), Rowaan (GL), van der Jagt (PvdA), van Walraven (SP), Krol (CU) en Kersten (PS) Verzoekt het college: - Voor de begrotingsbehandeling – op basis van het eerste beeld over de wachtlijsten in de jeugdhulp – met een voorstel te komen voor hoe de wachtlijsten voor de zwaarste zorgvragen binnen 6 maanden (fors) verminderd kunnen worden, bovenop de reeds lopende maatregelen12 ; - ervoor te zorgen dat in crisisgevallen binnen 24 uur acuut hulp en/of overbrugginszorg geboden wordt aan jeugdigen op de wachtlijst van de SGGZ; - de gemeenteraad over de voortgang van de wachtlijsten te informeren via de P&C cyclus (vanaf de jaarstukken 2020). Uitvoering aan de motie Vanwege alle ontwikkelingen rondom het inkoopproces en de inspanningen die dat ook al van jeugdhulpaanbieders heeft gevraagd is de uitvoering van deze motie niet verlopen volgens het voorgestelde tijdpad. Ondanks de urgentie van dit onderwerp is het volgens het college goed om met extra interventies zoveel mogelijk aan te sluiten bij ontwikkelingen die al lopen. Hierna zal kort deze context worden geschetst waarna de aanvullende plannen en acties worden t.b.v. het verkorten van wachtlijsten in de jeugd-GGZ benoemd. Actuele signalen vanuit het veld N.a.v.

signalen over sterk toegenomen wachtlijsten zijn gemeenten nader in gesprek gegaan met betrokken jeugdhulpaanbieders van basis GGZ en (midden) sGGZ om de situatie en knelpunten goed in beeld te krijgen en kennis te verzamelen. De meeste van hen geven aan dat zij in staat zijn om de capaciteit op korte termijn uit te breiden mits hun bestedingsruimte wordt vergroot. Jeugdhulpaanbieders van hoog specialistische GGZ geven aan dat de problematiek van de jeugdigen complexer is geworden. Jeugdigen met niet complexe GGZ problematiek verwijzen zij naar meer generalistische voorzieningen zodat de meest complexe (dus urgente) casussen kunnen worden opgepakt. Deze focus op jeugdigen met complexe problematiek vraagt een hoge mate van deskundigheid van medewerkers. Deze aanbieders geven als gevolg hiervan aan dat ophoging van de maximale bestedingsruimte voor hen niet direct leidt tot meer capaciteit, omdat zij ook afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van het juiste personeel. Regulier, urgent en crisis In de huidige situatie wordt bij aanmelding bij een jeugdhulpaanbieder onderscheid gemaakt tussen reguliere, urgente en crisisgevallen. Crisisgevallen en urgente gevallen hebben voorrang op reguliere gevallen. De wachttijden voor crisisjeugdhulp zijn moeilijk te herleiden, omdat Pagina 8 van 19

crisisjeugdhulp als reguliere jeugdhulp worden gefactureerd. De toename van urgente gevallen en crisisgevallen heeft tot gevolg dat de wachttijd voor reguliere zorg langer wordt. De langere wachttijd van reguliere zorg kan ertoe leiden dat reguliere gevallen urgent worden. Nee, tenzij-regeling In 2020 is de Nee, tenzij-regeling in Holland Rijnland in werking getreden. De Nee, tenzij-regeling is bedoeld voor jeugdigen in urgente situaties waarin zij (acuut) jeugdhulp nodig hebben, zoals bij een ernstige veiligheidsissues of dreigende uithuisplaatsingen. De kern van de Nee, tenzijregeling is dat de jeugdhulpaanbieder via de Nee, tenzij-regeling toch jeugdhulp aan de jeugdige kan leveren ondanks het bereiken van de maximale bestedingsruimte en/of een cliëntenstop. De kosten hiervan komen bovenop de maximale bestedingsruimte van de jeugdhulpaanbieder. Met de in deze twee punten beschreven constructie is in de huidige situatie gewaarborgd dat in crisisgevallen binnen 24 uur acuut hulp en/of overbruggingszorg geboden wordt aan jeugdigen op de wachtlijst van de SGGZ als bedoeld in punt 2 van de motie. Duurzame oplossingen vanaf 2021 vanuit doorontwikkeling inkoop Het borgen van een adequate crisisinfrastructuur en het aanpakken van wachtlijsten zijn aandachtspunten bij de doorontwikkeling van het inkoopproces van gespecialiseerde jeugdhulp.

Door het creëren van het inkoopsegment Crisis staat dit expliciet op de agenda en zijn ontwikkelopgaven geformuleerd, die naar inkoopdoelen zijn vertaald. Binnen het inkoopsegment Ambulant zijn expliciete doelen gesteld voor maximale wachtlijsten van begeleiding en behandeling. Dit kan ook GGZ-behandeling betreffen. Ontwikkelopgave voor dit segment is tevens om een plan op te stellen voor reductie van wachtlijsten. Door de portefeuillehouders in de regio is in het Portefeuillehoudersoverleg Maatschappij van 22 september jl. besloten tot een aantal specifieke interventies m.b.t. de wachtlijsten, waaronder het nabellen van wachtlijstcliënten zodat wachtlijsten kunnen worden opgeschoond. Behoefte en (extra) aanpak: uitwisseling van kennis, ervaring en ideeën De jeugdhulpaanbieders hebben ook aangegeven aan dat zij, als gevolg van de coronamaatregelen, elkaar niet meer ontmoeten. Hierdoor ontbreekt uitwisseling van kennis, ervaringen en inspirerende ideeën tussen jeugdhulpaanbieders. Eind mei 2021 organiseren de gemeenten een bijeenkomst voor (s)GGZ jeugdhulpaanbieders. Het doel van de bijeenkomst is om ervaringen, kennis en ideeën rondom de wachtlijstproblematiek met elkaar uit te wisselen. De rol van de gemeenten is om de jeugdhulpaanbieders hierbij te faciliteren. Op basis van de opbrengsten van de bijeenkomst en behoeften van de jeugdhulpaanbieders, wordt een vervolg bepaald.

Een deel van de extra middelen die het Rijk voor de jeugdhulp heeft vrijgemaakt is bestemd voor de specialistische GGZ-doelgroep. Best practices en werkzame elementen voor de wachtlijstproblematiek, zullen de gemeenten waar het kan, ook toepassen op andere vormen van jeugdhulp en de andere segmenten. Het college zal de raad over de voortgang van deze aanpak nader informeren via de P&C cyclus, zoals voorgesteld Participeer, leer en evalueer (Motie 7 bij RV 20.0088 Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark, d.d. 10 november 2020, Rowaan (GL)) In de motie wordt het college verzocht om: • voordat het kaderbesluit genomen wordt de evaluatie te houden zoals in het raadsbesluit is vastgelegd; •

bij deze evaluatie een representatief deel van alle betrokkenen te horen, zoals de hockeyvereniging, tennisvereniging, speeltuinvereniging, BSO, Lorenz school, omwonenden en gebruikers van het park; Pagina 9 van 19

•

hier leerpunten uit te halen en die te noteren;

• de uitkomsten van deze evaluatie te delen met de raad. Zoals ook aangegeven in de beantwoording van technische vragen over het onderzoeksrapport ‘Participatie in Leiden ontleed’, is in het verworpen raadsvoorstel onder de kop “evaluatie” opgenomen hoe het college het gelopen participatieproces heeft geëvalueerd. Daarnaast heeft het college na het verwerpen van het raadsvoorstel met de betrokken stakeholders gesproken, zoals ook verwoord in de collegebrief “Vervolg ambities uit inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark” d.d. 15 juli 2021. Uit de technische vraag leidt het college af dat er nog een verwachting ligt voor een uitgebreidere evaluatie van het haalbaarheidsonderzoek en het inrichtingsvoorstel. Dat is op dit moment niet voorzien, met het verwerpen van het raadsvoorstel zijn er sowieso geen middelen beschikbaar op projectniveau hiervoor. De motie is daarom niet uitvoerbaar. Commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid Spreiden verkeersdruk omleggen busroutes (Motie 2 bij RV 13.0006 Kaderbesluit ‘Kwaliteitsverbetering Breestraat’ Van Wijk (VVD), Zevenbergen (VVD) De motie verzoekt het college de extra verkeersdruk van het verleggen van de routes zoveel mogelijk te spreiden over de stad. Daarnaast verzoekt de motie om het stadsverkeer en busverkeer elkaar niet overmatig in de weg zitten en de leefbaarheid langs de alternatieve tracés te borgen.

Tot slot verzoekt de motie om geen wegen af te sluiten of tot busbaan te bestempelen voor dat er een alternatieve route is voor het overige verkeer. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland is opdrachtgever van het openbaar vervoer en zij laten de beslissing over de busroutes bij de vervoerder. Dit is de ontwikkelvrijheid van de vervoerder in het kader van de marktwerking in het OV. Er is wel afgesproken in de concessieovereenkomst dat de R-netlijn 400 gebruik zal maken van de centrumroute. Dit is naar verwachting in december 2022. Ook zullen enkele streeklijnen deze route dan volgen. Door de spreiding van het busverkeer wordt de doorstroming en de leefbaarheid op de beide routes verbeterd. Er zijn geen autoroutes afgesloten om als alternatieve route voor het busverkeer te dienen. Met het openstellen van de centrumroute is de motie afgehandeld. Luchtkwaliteit / verkeersbewegingen Hooigracht (M130145/5 bij Uitvoeringsbesluit Kwaliteitsverbetering Breestraat RV 13.0145 Van Peijpe) De motie verzoekt het college een plan voor het definitief verplaatsen van buslijnen naar de Hooigracht (vanuit de Breestraat) te presenteren wanneer dat niet leidt tot meer verkeer over de Hooigracht dan op dit moment.

De werkzaamheden aan het tracé Hooigracht van de Centrumroute zijn inmiddels afgerond en de gemeenteraad is daarover geïnformeerd met de wethoudersbrief ‘Stand van zaken Centrumroute’ (Z/16/288977/3730987). De basis voor deze herinrichting in het door de raad vastgestelde het kaderbesluit voor de Centrumroute (RV. 15.0093) en het uitvoeringsbesluit voor het tracé Hooigracht (RV. 17.0106) genomen. Noorderkwartier M140097/26 Opknappen bij Programmabegroting 2015 RV 14.0097 Holla (PvdA), Van der Kraats (SP) en De Vries CDA)) De motie verzoekt het college om uiterlijk bij de bespreking van de Kaderbrief 2016 (deze komt in mei 2015) met een dekkingsvoorstel te komen zodat ook het ontbrekende deel van het Noorderkwartier opgeknapt kan worden. De gemeenteraad heeft op 20 juni 2019 het Kaderbesluit Klimaatbestendige openbare ruimte Noorderkwartier Oost (RV 19.0056) vastgesteld en hiermee is de financiële dekking voor het project geborgd. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 12 maart Pagina 10 van 19

2020 het uitvoeringsbesluit het Uitvoeringsbesluit klimaatbestendige openbare ruimte Noorderkwartier Oost – fase 1. (20.0013) Onderzoek alternatieve routes autoverkeer (M150093/1 bij RV 15.0093 Kaderbesluit herinrichting Centrumroute Verbree (VVD), Storm (CDA) Sloos (LL)) De motie verzoekt het college te onderzoeken welke fasering in de planning van de herinrichting het meest opportuun is voor ondernemers en de raad hierover te informeren bij het uitvoeringsbesluit. Daarnaast verzoekt het college in het onderzoek ook een actuele verkeersanalyse toe te voegen waarin aangegeven is hoe de verkeerssituatie zal zijn in de eerste vijf tot acht jaar na oplevering van de Centrumroute en in hoeverre de automobilist voldoende alternatieve routes ter beschikking heeft. En om, mocht uit de analyses blijken dat er te weinig goede alternatieven voor het autoverkeer zijn, een 'plan B' voor dit verkeer te presenteren. De gemeenteraad wordt periodiek op de hoogte gehouden over de voortgang van de uitvoering van de Centrumroute. Dat gebeurt via de voortgangsrapportage Leiden Duurzaam Bereikbaar waarin de voortgang van het programma Leiden Duurzaam Bereikbaar wordt beschreven, maar ook via afzonderlijke wethoudersbrieven van de portefeuillehouder.

De wethoudersbrief ‘Stand van zaken Centrumroute juni 2021’ (Z/16/288977/3730987) informeert de gemeenteraad over de afronding van de werkzaamheden op de Hooigracht. Een aantal van de aan het tracé gevestigde ondernemers heeft in het voortraject en tijdens de uitvoering aangegeven zich zorgen te maken over de impact van de verslechterde bereikbaarheid op hun bedrijfsvoering. Met de betreffende ondernemers is hierover het gesprek aangegaan. Bij de keuze voor de aannemer bij de aanbesteding is goede bereikbaarheid van het gebied een van de uitgangspunten geweest.

Meer groen in de stad M150058/1 Olsthoorn (GroenLinks) Wassenaar (D66) Jermoumi (PvdA) De Vos (PvdD) De motie verzoekt het college om duidelijker en actiever naar de inwoners van Leiden te communiceren dat het mogelijk is om meer en volwassenere bomen aan te vragen bij de gemeente. Het college geeft uitvoering aan deze motie door binnen projecten die worden uitgevoerd samen met de stad te kijken naar locaties waar extra bomen toegevoegd kunnen worden die een zekere omvang hebben. Uiteraard moet daarbij rekening worden gehouden met randvoorden zoals financiën, maar ook ruimtelijke randvoorwaarden zoals kabels en leidingen. Hierbij valt te denken aan de projecten binnen het wijkvervangingsprogramma, maar ook het Singelpark en infrastructurele projecten (zoals de Centrumroute). Het college geeft binnen de participatie van deze projecten uitvoering aan deze motie. Ook wanneer er initiatieven uit de stad komen om ergens bomen te plaatsen gaan we met de initiatiefnemers in gesprek om te kijken of en waar er bomen van enige omvang extra geplaatst kunnen worden. Een Leidenaar ontvangt graag bezoek (M 16.0101.9 bij RV. 16.0101 Begroting 2017 Zevenbergen (VVD) De motie verzoekt het college om het bezoekersparkeertegoed in zones B1 en B2 als pilot in 2017 niet op 400 uur per jaar, maar op 800 uur per jaar te maximeren.

Een bewoner die gemiddeld 2 maal per week bezoek krijgt, heeft dan voor het hele jaar voldoende voordelige parkeeruren. Daarnaast verzoekt de motie de kosten van de bezoekersvergunning gelijk te houden met het huidige beleid: 20 uur kost 5 euro. Bewoners betalen dus maximaal 200 euro voor maximaal 800 bezoekersuren In de parkeermonitor het gebruik van de 800 uur Pagina 11 van 19

bezoekersparkeertegoed in de praktijk te monitoren. Het ophogen van het maximale aantal naar 800 uur voor de zones B1 en B2 is verwezenlijkt in RV 16.0110 Parkeerverordening. Omgaan met toekomstige tekorten (M 19.0045/1 bij RV 19.0045 Voortgangsbesluit Centrumroute Dirkse (VVD)) De motie verzoekt het college om bij toekomstige tekorten op het project voor de raad inzichtelijk te maken wat de verschillende mogelijkheden zijn om kosten te besparen en deze mogelijkheden in een aantal scenario's met verschillende accenten te bundelen en aan de raad voor te leggen. De raad behandelt begin oktober het Uitvoeringsbesluit Schuttersveld. Op basis van het ontwerp is een raming opgesteld van de kosten voor de herinrichting van het deeltracé Schuttersveld. De geraamde kosten van de herinrichting van het Schuttersveld inclusief plankosten en onvoorzien zijn €6.749.120,- (exclusief BTW). De raming past daarmee niet binnen het bij het Voortgangsbesluit vastgestelde budget van €6,02 miljoen. Bij het Voortgangsbesluit Centrumroute is financieel bijgestuurd op het project en is voor het Schuttersveld vastgesteld dat moet worden gezocht naar een optimalisatie van ca. €1,0 mln euro. In de afgelopen periode zijn de ruimtelijke ambities verder uitgewerkt om te komen tot een integraal ontwerp bij dit Uitvoeringsbesluit.

Daarbij is ervoor gekozen om de scope te beperken tot het minimale dat benodigd is om de projectdoelstellingen te realiseren. Op deze manier zijn optimalisaties doorgevoerd die uiteindelijk hebben geleid tot een besparing van ca. €350.000,-. Dit is verwerkt in de totale raming van € 6.749.120. De hogere raming kan worden gedekt uit de resterende budgetten voor Centrumroute fase 1 (Jan van Hout) en Centrumroute fase 2 (Hooigracht). Deze projecten zullen worden afgesloten met een positief financieel resultaat en daarmee is de hogere raming op te vangen binnen het budget van de Centrumroute. Soepele compensatie ondernemers Hooigracht (M 19.0045/03 bij RV 19.0045 Voortgangsbesluit Centrumroute Heijnen (CDA), Dirkse (VVD), Kersten (PS)) De motie verzoekt het college de ondernemers aan de Hooigracht actief tegemoet te komen als de werkzaamheden aan de Hooigracht hen in hun bedrijfsvoering treffen en daarbij niet terug te vallen op de letter van de nadeelcompensatieregeling, maar vooral op de geest van de regeling namelijk het compenseren van ondernemers die door de werkzaamheden getroffen worden in hun bedrijfsvoering. Tot slot verzoekt de motie het gesprek met ondernemers hierover aan te gaan en de raad te informeren over de uitkomsten ervan. De gemeenteraad wordt periodiek op de hoogte gehouden over de voortgang van de uitvoering van de Centrumroute.

Dat gebeurt via de voortgangsrapportage Leiden Duurzaam Bereikbaar waarin de voortgang van het programma Leiden Duurzaam Bereikbaar wordt beschreven, maar ook via afzonderlijke wethoudersbrieven van de portefeuillehouder. De wethoudersbrief ‘Stand van zaken Centrumroute juni 2021’ (Z/16/288977/3730987) informeert de gemeenteraad over de afronding van de werkzaamheden op de Hooigracht. Gedurende de werkzaamheden is er natuurlijk sprake geweest van verminderde bereikbaarheid van het projectgebied. Een aantal van de aan het tracé gevestigde ondernemers heeft in het voortraject en tijdens de uitvoering aangegeven zich zorgen te maken over de impact hiervan op hun bedrijfsvoering. Met de betreffende ondernemers is hierover het gesprek aangegaan, waarbij de mogelijkheden van de geldende nadeelcompensatieregeling aan hen is toegelicht. Tot op heden zijn er geen verzoeken tot nadeelcompensatie door ondernemers ingediend. Bij de keuze voor de aannemer bij de aanbesteding is goede bereikbaarheid van het gebied een van de uitgangspunten geweest.

Pagina 12 van 19

Spoorverbinding richting Den Haag/Rotterdam M. 20.0030/3 bij Mobiliteitsnota 20202030 Dirkse (VVD) De motie verzoekt het college gesprekken te starten met alle relevante partners met als expliciet doel de verhoging van de frequentie van de spoorverbinding tussen Leiden en de regio Den Haag/Rotterdam. Daarnaast verzoekt de motie n deze gesprekken vertramming als expliciete mogelijkheid voor de toekomst mee te nemen. De (rail)infrastructuur en de daar bijhorende inzet van (type) materieel in de zuidelijke randstad wordt besproken in de overlegstructuur van Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe). Leiden heeft daarin zitting. In de verkenning rond de toekomstige lijnvoering en inzet van materieel worden ook lightrailconcepten bestudeerd. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheden van de verhoging van de frequenties van de sprinters en de IC’s. De gesprekken lopen dus. Hierbij moet bedacht worden dat gesprekken over frequentieverhogingen en inzet van materieel enige tijd kosten en bijvoorbeeld mede afhankelijk zijn van investeringen in het spoor elders in het land en de routeringsmogelijkheden van het goederenvervoer over het spoor. Leiden is zeer actief om haar positie in het spoornetwerk nog sterker te maken.

In het BO-MIRT (Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport)in het najaar 2020 is tussen het ministerie van Infrastructuur &Waterstaat en de regio is voor Leiden een aantal belangrijke besluiten genomen over de ontwikkeling van de treinverbinding Leiden-Utrecht en de ontwikkeling van station Leiden Centraal. Uw raad is hierover per brief geïnformeerd (Z/20/1616541). Daarnaast heeft Leiden in het najaar van 2020 ook het programma Leiden Verbindt vastgesteld (B&W 20.0513 )waarin de opgaven voor het knooppunt Leiden Centraal zijn verwoord. Ook heeft uw raad in het voorjaar van 2021 de gebiedsvisie voor het stationsgebied vastgesteld.

Huurders vergroenen mee M.20.0027 bij Leiden Biodivers en Klimaatbestendig, Samen maken we Leiden groener! Uitvoeringsprogramma 2020-2023 Jermoumi (PvdA), Schreuder (GroenLinks) Theeuwen (SP) Jordan (D66) Van Schaik (Partij voor de Dieren) De motie verzoekt het college bij dit uitvoeringsprogramma nadrukkelijk in gesprek te gaan en te blijven met woningbouwcorporaties om samen focus te brengen in het biodivers en groen maken van de stad. En in deze gesprekken te verkennen of via prestatieafspraken gezamenlijke doelen vast te stellen zijn, welke wederzijdse ondersteuning geboden kan worden aan projecten en op welke manier corporatie projecten gekoppeld kunnen worden aan gemeentelijke prioriteiten. De raad van de voortgang op de hoogte te houden via de geplande evaluaties. In 2020 zijn er met de corporaties afspraken gemaakt voor de periode 2020 t/m 2025. Duurzaamheid is een van de thema’s waarover afspraken zijn gemaakt. Hieronder valt ook de afspraak dat corporaties het vergroenen van tuinen van huurders stimuleren. De prestatieafspraken worden gemonitord en de raad wordt op de hoogte gehouden van de voortgang.

Met het Jaar van de Tuin zijn diverse initiatieven in de stad opgezet om het vergroenen van tuinen te stimuleren, waarbij ook huurders kunnen deelnemen, zoals het wekelijkse tv programma Jaar van de Tuin, maar ook het plaatsen van gezamenlijke regentonnen in Leiden Noord.

Pagina 13 van 19

Onderzoek herziening handboek kwaliteit openbare ruimte (M 20.0066/11) bij RV 20.0066 Kaderbrief 2020-2024 Köroğlu(D66), Jordan(D66), Kerstens (PS), Van Schaik(PvdD) ,Schreuder(GL) en Jermoumi(PvdA)) De motie verzoekt het college te onderzoeken op welke onderdelen het handboek kwaliteit openbare ruimte herijkt zou moeten worden om recht te doen aan de vier vastgestelde duurzaamheidsopgaven (Klimaatadaptatie & Biodiverse vergroening, Energietransitie, Circulariteit en Duurzame mobiliteit) en het principe van ‘total cost of ownership’ en over de uitkomsten van dit onderzoek uiterlijk in voorbereiding op de volgende kadernota in gesprek te treden met de raad. De raad is per wethoudersbrief ‘Handboek openbare ruimte ‘ (Z/21/3276283) geïnformeerd over de uitvoering van de motie. Het Handboek Openbare Ruimte is de uitwerking van de Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte 2025. De Kadernota is actueel in haar doelstellingen en dat betekent dat de vier duurzaamheidsopgaven daarin een plek hebben. De herijking van het Handboek Openbare Ruimte vindt voortdurend plaats; door nieuwe wetgeving, nieuwe inzichten (zoals meer circulariteit), (klimaat)verandering in de wereld, vanwege het niet meer beschikbaar zijn van materialen of bijvoorbeeld na een aanbesteding. Datgene wat in de handboek is vastgelegd en wordt opgenomen is gebaseerd op ‘proven quality’.

Jarenlange kennis op het gebied van het ontwerpen van de openbare ruimte, aanleg en beheer is verzameld, zo wordt een consistent en kwalitatief hoogwaardig stadsbeeld verzorgd Soms is het, door nieuwe inzichten en methoden, nodig om af te wijken van het handboek. Mede in overleg met de Tacor kan worden afgeweken van het handboek, bijvoorbeeld als materialen die nog niet in het handboek staan zich elders hebben bewezen. De interne commissie Toets- en Adviescommissie Openbare Ruimte (TACOR) controleert of alle ontwikkelingen in de buitenruimte voldoen aan de eisen uit de kadernota We voeren daarom pilots uit waarin we ‘gecontroleerd experimenteren’ met nieuwe inrichtingsprincipes of materialen. Zo blijven we onderzoekend leren. Als blijkt dat de betreffende werkwijzen of materialen positief worden gewaardeerd kunnen we deze toevoegen aan het handboek. Zo behouden we de ‘proven quality’ in het Handboek en bieden we tegelijkertijd ruimte aan vernieuwing en verbetering.

Pionieren met vegetatie M 20.0027 bij Leiden Biodivers en Klimaatbestendig, Samen maken we Leiden groener! Uitvoeringsprogramma 2020-2023 Schreuder (GL) Jermoumi (PvdA) De motie verzoekt het college om verschillende plekken in de stad aan te wijzen om te experimenteren met pioniersvegetatie en hiervoor in de eerste plaats te zoeken in gebieden dichtbij scholen. Daarnaast verzoekt de motie om te verkennen op welke manier we Leidse onderwijsinstellingen zouden kunnen betrekken bij onderzoek naar de genetische kwaliteit en soortenrijkdom binnen onze stad. Over bijna de hele stad zijn in grote getalen pioniers-vegetaties terug te vinden en vele daarvan worden door beheermaatregelen in stand gehouden. Vanuit de Groene Kansen Kaart komen hier jaarlijks locaties bij. De verschillende locaties bevinden zich ook in de buurt van scholen. Op dit moment zijn er ook al locaties waar studenten monitoren en bij resultaten terugkoppelen. Hier kunnen echter geen zelfstandige conclusies uit getrokken worden. Deze informatie betrekken bij professionele monitoring en rapportage blijft noodzakelijk.

Pagina 14 van 19

Minicontainer papier op vrijwillige basis (Motie 2 bij RV 19.0112 Programmabegroting 2020, d.d. 12 november 2019, Leest (VVD)) De strekking van de motie is dat de minicontainer voor papier op vrijwillige basis wordt verstrekt, dat bewoners de minicontainer ook kunnen weigeren en dat er duidelijk over wordt gecommuniceerd. In de tussentijdse evaluatie van de introductie van minicontainers staat in de brief van de wethouder duidelijk “Men is niet verplicht de minicontainer aan te nemen, afmelden (of aanmelden) kan via de website.” Op de website van de gemeente Leiden staat duidelijk vermeld dat de minicontainer voor papier niet verplicht is en kan middels een digitaal formulier worden aangegeven dat de bewoner de minicontainer niet wenst te ontvangen. Zie: Minicontainer voor papier - Gemeente Leiden . Commissie Stedelijke Ontwikkeling Openbare ruimte stationsplein (M130114/5 bij RV 13.0114 Uitvoeringsbesluit Rijnsburgerblok, d.d. 13 februari 2014, Van Peijpe (GL)) Deze motie uit 2014 verzoekt het college direct na oplevering van het Rijnsburgerblok fase 1 en fase 2, de openbare ruimte van Stationsplein opnieuw in te richten en hiervoor € 2 mln. te reserveren binnen de grondexploitatie stationsgebied. Bij de recente vaststelling van de gebiedsvisie Stationsgebied is de motie M210038/03 ‘Sneller aan de slag met een groen en aansprekend Stationsplein’ aangenomen.

Daarmee is de motie M130114/5 achterhaald. Onderzoek naar wens en gevolgen wonen op bedrijfsterreinen (motie 2 bij RV 17.0026 ‘Vaststelling bestemmingsplan Zuidwest’, d.d. 15 juni 2017, Gilissen (VVD) Deze motie verzoekt het College om in kaart te brengen hoeveel vierkante meter bedrijventerrein er nog is in Leiden, te onderzoeken waar de bestemming wonen op bedrijfsterreinen mogelijk is en welke gevolgen dit heeft voor het huidige en toekomstige gebruik van het bedrijventerrein, in kaart te brengen hoeveel vierkante meter voor de bestemming woonfunctie maximaal beschikbaar is op de verschillende bedrijventerreinen, in overleg te treden met de ondernemers van de betreffende bedrijventerreinen naar de wens of tegenstand om wonen mogelijk te maken op bedrijventerreinen in Leiden, in het onderzoek mee te nemen wat de ervaringen zijn bij de terreinen waar nu al een mix van wonen en bedrijven plaatsvindt (zowel van ondernemers als de bewoners), en deze bevindingen aan de gemeenteraad te rapporteren voorafgaand of bij het eerste voorgenomen besluit van het college om de bestemming wonen op een bedrijventerrein toe te voegen. In de ‘Ruimtelijke strategie bedrijventerreinen 2020-2030’, vastgesteld door uw raad op 8 oktober 2020, is een overzicht opgenomen van alle bedrijventerreinen in Leiden en in de regio, inclusief de omvang van de bedrijventerreinen uitgedrukt in hectares.

Ook is vastgesteld welke (delen van) deze bedrijventerreinen de komende 10 jaar mogen transformeren naar gemengde woonwerkgebieden (zoals het Werninkterrein, het Veilingterrein en het gebied Rooseveltstraat-West) en waar dat expliciet niet aan de orde is (zoals de bedrijventerreinen Roomburg, Merenwijk en Kenauweg). Deze Ruimtelijke strategie bedrijventerreinen is in samenwerking met ondernemers, ondernemersverenigingen en bedrijventerreinenverenigingen tot stand gekomen op basis van een breed participatietraject. De ervaring van ondernemers met transformaties naar woon-werklocaties is deels positief en deels negatief. Sommige ondernemers zijn tevens eigenaar van hun bedrijfspand en zien in de mogelijkheid te herontwikkelen kansen om tot waardecreatie te komen én om het bedrijventerrein toekomstbestendiger te maken en nieuwe bedrijfsruimten beter te laten aansluiten bij de actuele vraag. Andere ondernemers zien een potentiële bedreiging in herontwikkelingsmogelijkheden, bijvoorbeeld omdat zij klachten van nieuwe bewoners of hinderlijke activiteiten vrezen of bang zijn Pagina 15 van 19

dat het bedrijventerrein door de toevoeging van woningen geleidelijk van profiel verandert en minder geschikt wordt voor de eigen bedrijfsactiviteiten. Het college kent geen situaties waarbij de herontwikkeling van een bedrijventerrein naar een gemengd woon- en werkgebied daadwerkelijk tot overlast dan wel beperkingen voor de bedrijfsvoering van zittende bedrijven heeft geleid, maar kent wel situaties waarbij ondernemers nog vooruitlopend om de oplevering van nieuwe woningen hebben gekozen voor een verhuizing. In die gevallen is telkens weer andersoortige bedrijvigheid in het gebied teruggekomen. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit om een beperkt aantal praktijkervaringen gaat: in Leiden zijn de afgelopen decennia niet op grote schaal bedrijventerreinen getransformeerd. Een belangrijk beleidsmatig uitgangspunt in de Ruimtelijke Strategie Bedrijventerreinen is de afspraak dat te slopen bedrijfsruimte wordt gecompenseerd. In eerste instantie proberen we dat op de transformatielocatie zelf te doen. Als dat niet lukt is compensatie elders in de gemeente of regio nodig. Met deze compensatieverplichting blijft het aanbod aan bedrijfsruimte in de regio op peil. Ontwikkelaar als oplossing (motie 20 bij RV 19.0112 ‘Vaststellen programmabegroting’, d.d.

12 november 2019, Storm (CDA) Deze motie verzoekt het College om in kaart te brengen op welke manier het wenselijk en haalbaar is om van projectontwikkelaars te vragen dat zij met een alternatief vervoersplan komen wanneer zij niet volledig voldoen aan de parkeereis, en hierover te rapporteren aan de raad. De Mobiliteitsvisie en de Parkeervisie zijn in de zomer 2020 vastgesteld door de raad. Als uitwerking van de Parkeervisie zijn kort daarop de ‘Beleidsregels parkeernormen Leiden 2020’ door het college vastgesteld. In deze beleidsregels is de mogelijkheid opgenomen om van de reguliere parkeereis af te wijken ‘wanneer aannemelijk wordt gemaakt dat met minder autoparkeerplaatsen kan worden volstaan dan hetgeen volgt uit de berekende autoparkeereis’. Een in de beleidsregels genoemde situatie waarbij een beroep op deze afwijkingsmogelijkheid kan worden gedaan is wanneer structureel deelauto’s worden aangeboden aan de bewoners van een nieuwbouwcomplex, zolang het project is gelegen in een wijk waar betaald parkeerregime geldt en zolang die bewoners niet in aanmerking komen voor een bewonersparkeervergunning. Op deze manier worden ontwikkelaars uitgedaagd en in staat gesteld om alternatieve vervoersoplossingen te realiseren, als de aanleg van voldoende parkeerplaatsen op bezwaren stuit.

Bij verschillende woningbouwprojecten doen ontwikkelaars inmiddels een beroep op deze beleidsregel. Met name in gebieden waar de gemeente het uit kwalitatieve overwegingen niet toestaat dat veel parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden toegevoegd, en waarbij het voldoen aan de parkeereis in gebouwde cq ondergrondse parkeergarages de financiële haalbaarheid van het project onder druk zet, zoals in de Lammenschansdriehoek. Financiën: N.v.t. Inspraak/participatie: N.v.t. Evaluatie: N.v.t. Bijgevoegde informatie: N.v.t.

Pagina 16 van 19

RAADSBESLUIT: De raad van de gemeente Leiden: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21.0095 van 28 september 2021), mede gezien het advies van de commissies SO, OS, LB en WM,

1.

BESLUIT De volgende moties als afgedaan te beschouwen: a. voor de commissie Werk en Middelen: i. Jong geleerd (motie 1 bij RV 20.0102 ‘Regionaal Programma Integrale Aanpak Laaggeletterdheid Holland Rijnland 2020-2024’. D.d. 3 december 2020’, van der Jagt (PvdA), van Halm (SP), Jitan ( Leiden Participeert), Voorwald (VVD), Kersten (PS) en Krol (CU)) ii. Het voorkomen en tegengaan van laaggeletterdheid (motie 3 bij RV 20.0102 ‘Regionaal Programma Integrale Aanpak Laaggeletterdheid’, d.d. 3 december 2020, Krol (CU), Krijgsman (D66), Halm (SP), Voorwald (VVD). iii. Aandacht voor de kleine winkelier in Leiden (motie bij RV 15.0097/17 ‘Programma Begroting 2016 – 2019, d.d. 10 november 2015, Keuning (CU). iv. Actieplan regeldruk (motie bij RV 19.0073 ‘Jaarstukken 2018’, d.d. 11 juli 2019, Bleijie (CDA), Olthof (D66) v. Behoud winkelstatus Doezastraat en Herenstraat (motie 1 bij RV 160005, Retailvisie Leidse regio 2015, d.d. 5 juli 2016, Köroğlu (D66), Van Wijk – Meijer (VVD), North (GroenLinks) De Vos (PvdD). vi. Meer bouwen, minder leegstand (motie bij RV12.0063 ‘Kaderbesluit Herontwikkeling Stationsgebied Leiden’, d.d. 11 oktober 2012, Haaster (D66). vii. Reclame uitingen in de openbare ruimte (motie 11 bij RV 18.0085 ‘Programmabegroting 2019 – 2022’, Heijnen (CDA) en Jermoumi (PvdA). viii.

Ontmoedigingsbeleid verkoop levende kreeften en krabben (motie 3 bij RV 18.0121 ‘Wijzigingsvoorstel Marktverordening Leiden 2015’, Raat (PvdD), Halm (SP), Kersten (PS). ix. Lucas van Leydenfonds (motie 12 bij RV 20.0066 Kaderbrief 2020 -2024, d.d. 17 september 2020, Gaal (GL), Herman (D66), Jermoumi (pvdA), Kersten (PS), Klever (PvdA), Koroglu (D66), Peijpe (GL). x. Behoudt PS Theater voor Leiden (motie 42 bij RV 20.0066 ‘Kaderbrief 2020 – 2024’, d.d. 17 september 2020, Kersten (PS), Klever (PvdA), Krol (CU), Peijpe (GL). xi. Hergebruik wederopbouwkunst (motie bij RV 19.0112 ‘Programmabegroting 2020 – 2023’, d.d. 12 november 2019, Bleijie (CDA), Herman (D66), Peijpe (GL). xii. Een completere Leidse Uitagenda, (motie 4 bij RV 19.0140 ‘Cultuurnota 2020 De kracht van cultuur’, d.d. 23 januari 2020, Gilissen-Verplancke

Pagina 17 van 19

(VVD), Halm (SP), Herman (D66), Kersten (PS), Klever (PvdA), Peijpe (GL). xiii. Wijkleerbedrijf waar het impact heeft - Bos- en Gasthuis en Leiden-Noord (Motie 1 bij RV 19.0049 Pilot Wijkleerbedrijf: een weg uit de bijstand. Initiatiefvoorstel van de leden Van Brussel (D66) en Krol (CU), d.d. 20 juni 2019, North (GL)) b. voor de commissie Onderwijs en Samenleving: i. Oog voor jongeren in coronatijd (Motie 11 bij RV 20.0096 ‘Programmabegroting 2021-2024’, d.d. 12 november 2020, Köroğlu (D66)) ii. Terugdringen regeldruk jeugdzorg (Motie 23 bij RV 19.0112 ‘Programmabegroting 2020’, d.d. 12 november 2020, Bleijie (CDA), Schreuder (GL), Voorwald (VVD), van Walraven (SP), Kersten (PS) en Krol (CU)) iii. Een gezin voor elk kind (Motie 1 bij RV 200002 ‘Programmaplan zorgaanbod jeugdhulp Leidse regio vanaf 2021’, d.d. 13 februari 2020, Rowaan (GL), Bleijie (CDA), Voorwald (VVD) en Krol (CU)) iv. Bestrijd wachtlijsten in de SGGZ (Motie 22 bij RV 20.0066 ‘Kaderbrief 2020-2024’, d.d. 17 september 2020, van Gaal (GL), Rowaan (GL), van der Jagt (PvdA), van Walraven (SP), Krol (CU) en Kersten (PS) v. Participeer, leer en evalueer (Motie 7 bij RV 20.0088 Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark, d.d. 10 november 2020, Rowaan (GL)) c.

voor de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid: i. Spreiden verkeersdruk omleggen busroutes (Motie 2 bij RB 13.0006 Kaderbesluit ‘Kwaliteitsverbetering Breestraat’ d.d. 14 maart 2013, Van Wijk (VVD), Zevenbergen (VVD) ii. Luchtkwaliteit / verkeersbewegingen Hooigracht (M130145/5 bij Uitvoeringsbesluit Kwaliteitsverbetering Breestraat RV 13.0145 d.d. 13 februari 2013 Van Peijpe) iii. Noorderkwartier M140097/26 Opknappen bij Programmabegroting 2015 RV 14.0097 d.d. 6 november 2014, Holla (PvdA), Van der Kraats (SP) en De Vries CDA)) iv. Onderzoek alternatieve routes autoverkeer (M150093/1 bij RV 15.0093 Kaderbesluit herinrichting Centrumroute, d.d. 3 december 2015, Verbree (VVD), Storm (CDA) Sloos (LL)) v. Meer groen in de stad (M150058/1 bij RV 15.0058 Jaarrekenin 2014, d.d. 7 juli 2015, Olsthoorn (GroenLinks) Wassenaar (D66) Jermoumi (PvdA) De Vos (PvdD) vi. Een Leidenaar ontvangt graag bezoek (M 16.0101.9 bij RV. 16.0101 Begroting 2017, d.d. 10 november 2016, Zevenbergen (VVD) vii. Omgaan met toekomstige tekorten (M 19.0045/1 bij RV 19.0045 Voortgangsbesluit Centrumroute, d.d. 23 mei 2019, Dirkse (VVD))

Pagina 18 van 19

viii. Soepele compensatie ondernemers Hooigracht (M 19.0045/03 bij RV 19.0045 Voortgangsbesluit Centrumroute Heijnen (CDA), d.d. 23 mei 2019, Dirkse (VVD), Kersten (PS)) ix. Spoorverbinding richting Den Haag/Rotterdam M. 20.0030/3 bij Mobiliteitsnota 2020-2030, d.d. 16 juli 2020, Dirkse (VVD) x. Huurders vergroenen mee M.20.0027 bij Leiden Biodivers en Klimaatbestendig, Samen maken we Leiden groener! Uitvoeringsprogramma 2020-2023, d.d. 23 april 2020, Jermoumi (PvdA), Schreuder (GroenLinks) Theeuwen (SP) Jordan (D66) Van Schaik (Partij voor de Dieren) xi. Onderzoek herziening handboek kwaliteit openbare ruimte (M 20.0066/11) bij RV 20.0066 Kaderbrief 2020-2024, d.d. 16 juli 2020, Köroğlu(D66), Jordan(D66), Kerstens (PS), Van Schaik(PvdD) ,Schreuder(GL) en Jermoumi(PvdA)) xii. Pionieren met vegetatie M 20.0027 bij Leiden Biodivers en Klimaatbestendig, Samen maken we Leiden groener! Uitvoeringsprogramma 2020-2023, d.d. 23 april 2020, Schreuder (GL) Jermoumi (PvdA) xiii. Minicontainer papier op vrijwillige basis (Motie 2 bij RV 19.0112 Programmabegroting 2020, d.d. 12 november 2019, Leest (VVD)) d. Voor de commissie Stedelijk Ontwikkeling: i. Openbare ruimte stationsplein (M130114/5 bij RV 13.0114 Uitvoeringsbesluit Rijnsburgerblok, d.d. 13 februari 2014, Van Peijpe (GL)) ii.

Onderzoek naar wens en gevolgen wonen op bedrijfsterreinen (motie 2 bij RV 17.0026 ‘Vaststelling bestemmingsplan Zuidwest’, d.d. 15 juni 2017, Gilissen (VVD) iii. Ontwikkelaar als oplossing (motie 20 bij RV 19.0112 ‘Vaststellen programmabegroting’, d.d. 12 november 2019, Storm (CDA)

Gedaan in de openbare raadsvergadering van, de Griffier,

de Voorzitter,

dhr. G.F.C. Van Leiden

drs. H.J.J. Lenferink

Pagina 19 van 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10603297/1