O 12a Begrotingsscan 2021 gemeente Leiden
Tekst van het document
Begrotingsscan Gemeente Leiden Begroting 2021
Opgesteld door: Provincie Zuid-Holland Afdeling Bestuur Team Financieel Toezicht Juni 2021
1
Inleiding In de toezichtbrief over de begroting 2021 hebben wij aangeboden om een begrotingsscan uit te voeren. Hierbij bieden wij u deze aan. Doel Het doel van de begrotingsscan is om meer inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente en daarmee bij te dragen aan bestuurlijke afwegingen en goede besluitvorming voor de toekomstige begrotingen. De begrotingsscan heeft alleen een signaleringsfunctie. Opbouw In deze scan is eerst gekeken naar de financiële kengetallen en de begrotingsflexibiliteit, om een algemene indruk te krijgen van de financiële positie van de gemeente. De scan geeft vervolgens een vergelijking van de nettolasten (kosten verminderd met opbrengsten) per taakveld tussen Leiden en een vooraf geselecteerde groep referentiegemeenten. Verder zoomt deze scan op hoofdlijnen in op de inkomsten die bestaan uit: gemeentefonds, OZB en overige eigen middelen (OEM). Uit de vergelijking met andere gemeenten kunnen wij afleiden op welke taakvelden de begrote nettolasten relatief hoog zijn (of de nettobaten laag) en op welke niet. Er kunnen specifieke redenen zijn waardoor de lasten in Leiden hoger zijn dan bij de referentiegemeenten. Bijvoorbeeld omdat Leiden meer investeert. Ook kunnen er beleidskeuzes aan ten grondslag liggen. Indien de extra lasten niet direct zijn te verklaren uit dergelijke specifieke keuzes dan adviseren wij de lasten nader te onderzoeken.
Omdat dergelijke onderzoeken veel tijd kosten adviseren wij dat de raad met het college op basis van deze scan in gesprek gaat over de te uit te voeren onderzoeken. Uit een onderzoek van de lasten kan blijken dat de verschillen een administratieve achtergrond hebben, gemeenten hanteren niet altijd even strikt de verplichte indeling van de lasten naar de IV3‐ taakvelden. Tijdens de ambtelijke voorbespreking van deze scan hebben we moeten concluderen dat dit op enkele taakvelden zeker speelt. In andere gevallen is er geen sprake van een bewuste keuze en is er niet direct een goede reden aan te wijzen waarom de gemeente relatief hoge lasten heeft. In dat laatste geval kunt u bespreken welke mogelijkheden er zijn om de lasten te verlagen en daarmee bezuinigingen te realiseren. Referentiegemeenten en basis gegeven In deze scan wordt Leiden vergeleken met de volgende referentiegemeenten: Amersfoort, Delft, Dordrecht, Haarlem, Maastricht en Zoetermeer. De keuze wordt verderop toegelicht. Alle bedragen en cijfers in deze scan zijn gebaseerd op de begroting 2021, tenzij anders vermeld. De in deze scan opgenomen gegevens van de andere gemeenten zijn verzameld uit landelijke databestanden en gebaseerd op de primitieve begroting van die gemeenten. De cijfers in deze scan zijn meestal uitgedrukt in bedragen per inwoner.
Meer inzicht roept vragen op Deze scan beperkt zich tot de hoofdlijnen. Het is voor de opstellers niet mogelijk om alle vragen die de scan oproept te beantwoorden. Daarvoor is nader onderzoek en meer specifieke kennis van de administratie van Leiden en van de referentiegemeenten nodig. Wel kan de scan ertoe bijdragen dat de juiste vragen worden gesteld.
2
1. Referentiegemeenten De keuze van deze referentiegemeenten is tot stand gekomen in ambtelijk overleg met de gemeente. De gemeente Leiden en de referentiegemeenten hebben een aantal kenmerken die overeenkomen, zoals sociale structuur, wel/geen centrumfunctie, bodemgesteldheid, woonkernen en aantal inwoners. Hierdoor zijn de netto lasten vergelijkbaar. Selectiekenmerken
Leiden
Amersfoort
Delft
Dordrecht
Haarlem
Maastricht
Zoetermeer
Aantal inwoners Sociale structuur Centrumfunctie Voortgezet onderwijs (VO/(V)SO) Bodemfactor Aandeel woonkernen in landoppervlak
125.099 Matig Sterk ja 1,17 87%
157.276 Matig Sterk ja 1,00 61%
103.595 Matig Redelijk ja 1,27 76%
119.284 Matig Sterk ja 1,16 36%
162.902 Matig Sterk ja 1,02 87%
121.575 Zwak Sterk ja 1,00 63%
125.285 Matig Sterk ja 1,19 71%
Algemene uitkering per inwoner (x € 1) Algemene uitkering totaal (x € 10.000)
2.173 271.840
1.933 304.015
2.013 208.537
2.491 297.136
2.069 337.044
2.199 267.343
1.726 216.242
Aantal inwoners Het aantal inwoners van de gemeenten in de selectiegroep ligt tussen de 103.000 en de 163.000. De gemeente Delft heeft het laagste aantal inwoners en Haarlem heeft het grootste aantal inwoners. De overige referentiegemeenten liggen qua inwoners in de buurt van de gemeente Leiden. Sociale structuur De sociale structuur wordt bepaald aan de hand van demografische gegevens, zoals inwoners per leeftijdscategorie, lage inkomens, bijstands‐ en uitkeringsontvangers en minderheden. Met uitzondering van de gemeente Maastricht hebben alle referentiegemeenten een matige sociale structuur en zijn daarom vergelijkbaar. Bodemfactor De bodemfactor is het gewogen gemiddelde aandeel van de verschillende grondsoorten (zand, klei, kleiveen en veen) in het totale oppervlak van land en binnenwater binnen de gemeente. Hoe hoger de bodemfactor, hoe 'slechter' de grond. Met de aannames dat gemeenten met slechte grond meer onderhoudskosten hebben, wordt rekening gehouden (bodemfactor als maatstaf) in de verdeling van het gemeentefonds. Leiden heeft met 1,17 een iets hogere bodemfactor dan het gemiddelde van 1,11. Dat komt omdat Leiden relatief veel water (oeverlengte) en als grondsoort klei heeft ten opzichte van de referentiegemeenten. Van de referentiegemeenten hebben alleen Delft en Zoetermeer een hogere bodemfactor.
Woonkernen Een hoog aandeel woonkernen kan duiden op een beperkt uitleggebied (gebieden (meestal) aan de rand van een stad, die beschikbaar zijn voor stadsuitbreiding). Het totale oppervlak is dan al voor het grootste deel bebouwd. Bij Leiden is het aandeel woonkernen hoger dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Het aandeel is 87% van het landoppervlak. Het gemiddelde van de referentiegemeenten bedraagt 65%. Gemeente Dordrecht is in de selectiegroep met 36% van het landoppervlak een uitzondering.
3
Woonkernen
Leiden
Amersfoort
Delft
Dordrecht
Haarlem
Maastricht
Zoetermeer
Aantal woonkernen Land totaal (ha) Land woonkernen (ha) Aandeel woonkernen in landoppervlak
1 2.185 1.891 87%
3 6.252 3.788 61%
1 2.268 1.727 76%
4 7.707 2.740 36%
2 2.915 2.529 87%
2 5.566 3.520 63%
1 3.404 2.404 71%
4
2. Analyse kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een 6‐tal financiële kengetallen opgenomen dienen te worden. De VNG adviseert deze kengetallen te relateren aan de signaleringswaarden die voor stresstesten gelden. De signaleringswaarden kennen 3 categorieën, te weten “minste risico”, “gemiddeld risico” en “meeste risico”. Deze worden door de provincie aangeduid met de kleuren groen, geel en oranje. Een enkele oranje score is daarbij geen zorgpunt, een combinatie van gele en vooral oranje scores is dat wel. Financiële kengetallen Schuldquote totaal Schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteit Grondexploitaties Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
B 2019 115,1 113,5 28,7 ‐2,4
B 2020 114,2 112,8 26 ‐0,3
B 2021 135,4 134 23,1 ‐1,7
B 2022 173 171,6 19,4 ‐1,2
B 2023 187,2 185,8 18,2 ‐0,8
B 2024 188,5 187,2 17,9 ‐0,6
0,3 106
‐1,5 118,5
0,5 119,6
0,6 124,6
0,5 124,6
0 124,6
Financiële kengetallen begroting 2021 - De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote van Leiden valt met een percentage van > 130% binnen de categorie “meest risicovol”. Hetzelfde geldt voor de gecorrigeerde netto schuldquote. In het meerjarenbeeld zien we een stijging. - De solvabiliteit (eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal) van Leiden is met 23,1 voldoende en bevindt zich in de categorie “neutraal”. We zien ook een verslechtering van de solvabiliteit in het meerjarenbeeld. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De lage en afnemende solvabiliteit geeft aan dat de gemeente Leiden (op termijn) minder in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Samen met een relatief lage reservepositie maakt dit het beeld zorgelijk. - Het kengetal grondexploitaties geeft weer hoe de boekwaarde van de grondexploitaties zich verhoudt tot de totale baten van de gemeente. Als een gemeenten leningen heeft afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject heeft zij een schuld. Het is daarbij belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is dat de grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van deze schuld.
Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Dit kengetal valt bij Leiden in de categorie ‘minst risicovol’ (<20%). -
Een positieve score op de structurele exploitatieruimte betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. De score van Leiden is positief, wat betekent dat de gemeente in staat is om de eigen structurele lasten te dekken.
-
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte kan worden gecreëerd voor nieuw beleid door de belastingdruk (OZB, riool‐ of afvalstoffenheffing) te verhogen. De mate waarin bij een tegenvaller kan worden bijgestuurd, wordt ook wel de wendbaarheid van de begroting genoemd. Met een belastingcapaciteit van 119,6% zijn de woonlasten in Leiden 19,6% hoger dan het landelijk gemiddelde (zie verdere toelichting bij het onderdeel woonlasten). Gelet op de relatief hoge belastingcapaciteit (lokale lastendruk ten opzichte van het landelijk gemiddeld) is er voor de gemeente Leiden minder ruimte om de woonlasten te verhogen.
5
Op basis van de begroting 2021 constateren wij dat Leiden op meerdere kengetallen een oranje score heeft. De investeringen in de afgelopen jaren zijn door externe middelen bekostigd. Dit zal ook gelden voor de geplande investeringen. Een kentering op de kapitaalmarkt kan voor Leiden grote gevolgen hebben. De kengetallen van het meerjarenbeeld laten een verdere verslechtering zien. We adviseren de gemeente om haar reservepositie te versterken, zodat de solvabiliteit wordt verbeterd en daarmee de gemeente ook op termijn en in veranderende omstandigheden in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Reservepositie Ten opzichte van het gemiddelde van de referentiegemeenten heeft Leiden bij de begroting 2021 een iets lager eigen vermogen per inwoner. Aangezien de gemeente Leiden naar verhouding ook een hoge schuldenlast heeft, heeft dit direct invloed op de solvabiliteit van de gemeente.
Eigen vermogen per inwoner (Begroting 2021) 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0
Het eigen vermogen per inwoner van de gemeente Dordrecht is een uitzondering. Dit is mede veroorzaakt door de verkoopopbrengsten van de Eneco‐aandelen in 2020. In vergelijking met de gemeente Leiden hebben de gemeenten Amersfoort, Haarlem en Maastricht een lager eigen vermogen per inwoner. Begrotingsflexibiliteit Begrotingsflexibiliteit geeft een indicatie van het deel van de structurele baten dat op lange termijn niet ‘beklemd’ is en kan worden ingezet voor (nieuw) beleid en/of voor het opvangen van incidentele en structurele tegenvallers. Hoe hoger de uitkomst van het kengetal, hoe flexibeler de begroting.
6
Gem ref. gemeenten
Leiden
503.537
507.626
89.927 44.169 73.510 22.159 ‐2
115.862 52.023 91.996 27.497 2
Totaal niet flexibele posten
229.762
287.380
Begrotingsflexibiliteit
54%
43%
Begrotingsflexibiliteit Structurele baten volgens begroting 2021 Lasten ‐ Iv3 begroting 2021 Salarissen en sociale lasten Sociale uitkeringen (BUIG) Inkomensoverdracht gem regelingen Afschrijvingen Toegerekende rente excl. taakveld 0.5
Met een percentage van 43% is de begrotingsflexibiliteit van de gemeente Leiden lager dan het gemiddelde van de referentiegemeenten (54%). Hierdoor is in vergelijking met de referentiegemeenten minder ruimte voor nieuw beleid en ambities en voor het opvangen van (structurele) financiële tegenvallers, immers “het geld zit al vast in verplichtingen”. De lage score is het gevolg van de hogere vaste lasten in de vorm van relatief hoge personele lasten, deelname aan verbonden partijen, sociale uitkeringen (BUIG) en de kapitaallasten. Ambtelijk is toegelicht dat Leiden een relatief grote interne organisatie heeft, onder ander door de eigen afdeling voor beheer openbare ruimte (schatting 250 fte) en de sociale werkvoorziening (100 ambtenaren en 1500 SW’ers). In vergelijking met de referentiegemeenten heeft Leiden een grotere ‘last’ te dragen aan gemeenschappelijke regelingen. Dit wordt veroorzaakt door de deelname aan gemeenschappelijke regeling Servicepunt71, waar een groot deel van de bedrijfsvoering van de gemeente Leiden wordt uitgevoerd. Wij hebben begrepen dat in 2023 Servicepunt71 waarschijnlijk onderdeel wordt van de Leidse organisatie. De toekomstige ontwikkeling m.b.t. de Servicepunt71 zal echter geen effect hebben op de begrotingsflexibiliteit van Leiden, aangezien dit in bovenstaande tabel leidt tot een verschuiving tussen Inkomensoverdrachten en Salarissen.
Wij benadrukken nogmaals dat het kengetal voor de begrotingsflexibiliteit alleen een indicatie is. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd door een structureel gesubsidieerde organisatie in plaats van door de eigen organisatie of een GR, dan zal de begrotingsflexibiliteit hoger uitkomen, terwijl ook zo’n subsidierelatie niet op korte termijn kan worden beëindigd. Toch achten we de flexibiliteit van dergelijke contracten net iets groter, wat zich vertaalt in het kengetal.
7
3. Analyse netto lasten taakvelden In dit hoofdstuk richten we ons op de nettolasten. De nettolasten bestaan uit de lasten minus de baten op een (hoofd)taakveld. De nettolasten per (hoofd)taakveld worden gepubliceerd op een website van het Ministerie van BZK. We hebben gebruik gemaakt van de cijfers over de begroting 2021. NB: Op sommige taakvelden worden normaliter meer baten dan lasten begroot. Op deze zogenaamde ‘inkomensclusters’ komen we verderop terug. Algemene opmerking In de inleiding hebben we al benoemd dat de lasten en baten dienen te worden verantwoord op de verplichte IV3‐indeling. Dat is niet altijd eenvoudig: de indeling kan soms verschillend geïnterpreteerd worden en het is soms ook lastig om gemengde kosten te splitsen naar deze indeling. In onderstaande bespreking per taakveld zullen we geregeld aangeven dat we betwijfelen of de lasten bij Leiden op eenzelfde wijze zijn verantwoord als bij de referentiegemeenten. We adviseren daarom om altijd eerst (de vergelijkbaarheid van) de begrotingscijfers nader te onderzoeken, alvorens over te gaan op de inhoudelijke vergelijking. Hoofdtaakveld 0 Bestuur en algemene ondersteuning Onder dit hoofdtaakveld vallen meerdere taakvelden. We gaan in op de drie belangrijkste taakvelden die tot de uitgavenclusters behoren: Overhead, bestuur en burgerzaken.
Taakveld 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.4 Overhead 0.63 Parkeerbelasting 0.8 Overige baten en saldo Totaal
Gem. ref. gemeenten 46 22 348 ‐32 27 411
Leiden 46 35 498 ‐102 ‐2 475
Totaal netto lasten 0.1 ‐ 0.4
416
579
B ESTU U R E N A LG E M E N E ON D E RSTE U N I N G N E T TO L A STE N PE R I N WO N E R 0.1 Bestuur
40
331
404 48
341 35
63
326
385 45
45
46
46
X€1
303
348
498
0.4 Overhead
8
De totale nettolasten per inwoner voor bestuur en algemene ondersteuning zijn bij de gemeente Leiden hoger dan de referentiegemeenten. Opvallend zijn de hoge nettolasten op taakveld 0.4 Overhead, deze zijn per inwoner in vergelijking met de referentiegemeenten € 150 hoger. Deze veel hogere overheadlasten kunnen worden veroorzaakt door ‘technische verschillen’: de ene gemeente is veel actiever in het zoveel mogelijk doorbelasten van alle overheadlasten naar de eindproducten dan de andere. Er kunnen echter ook andere, meer inhoudelijke redenen aan ten grondslag liggen. Daarbij kunt u denken aan meer of duurdere medewerkers, hoge kosten door veel inhuur (zo kunnen de communicatiekosten en kosten voor bestuursadvisering hoger zijn door de vele lopende projecten) en/of hoge lasten vanuit de huisvesting van de ambtelijke organisatie. Gelet op de grote afwijking op de overheadlasten adviseren wij de gemeente om nader onderzoek naar de samenstelling van de overheadlasten doen. Het valt op dat de kosten van taakveld 0.2 Burgerzaken hoger zijn in vergelijking met de referentiegemeenten. Deze hogere kosten kunnen mogelijk worden verklaard door de ambitie van de gemeenten om de dienstverlening naar de burger verder te ontwikkelen.
Wij hebben begrepen dat de gemeente Leiden investeert in het kennisniveau van de medewerkers Burgerzaken vanwege de steeds complexere vragen van klanten en de vele ontwikkelingen op het gebied van Burgerzaken. Verder zien wij dat het verder verbeteren en toegankelijk maken van de digitale dienstverlening kosten met zich meebrengt. De kosten van dergelijke trajecten kunnen overigens ook invloed hebben op de overhead. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de baten op taakveld 0.2 Burgerzaken (de leges) op het niveau van het gemiddelde zit. De kosten op taakveld 0.1 Bestuur zijn gelijk aan de referentiegemeenten. Op taakveld 0.63 Parkeerbelasting scoort Leiden (‐€ 102) heel hoog in vergelijking met het gemiddelde van ‐ € 32. Op de batenkant zien wij dat Leiden meer inkomsten op parkeren. Opvallend is dat Leiden geen lasten heeft op taakveld 0.63 (zie begroting 2021 blz. 319). De lasten op parkeren (€ 82) zijn geboekt op taakveld 2.2. Parkeren. Als wij de taakveld 0.63 Parkeerbelasting en taakveld 2.2. Parkeren consolideren, zien wij dat Leiden per saldo een minder resultaat genereert op parkeren in vergelijking met de referentiegemeenten: de baten zijn in Leiden weliswaar hoger dan bij de referentiegemeenten, maar de hogere lasten doen dit voordeel (meer dan) teniet.
Taakveld 2.2 Parkeren + Taakveld 0.63 Parkeerbelasting Lasten (b) per inwoner per taakveld Baten (b) per inwoner per taakveld Saldo (b) per inwoner per taakveld
Gem. ref. gemeenten 41 73 32
Leiden 82 102 20
Wij hebben begrepen dat binnen taakveld 2.2 Parkeren ook het onderdeel fietsparkeren is geraamd, per saldo een bedrag van € 950.000 aan lasten. Dit kan een verklaring zijn van het verschil tussen de baten en de lasten op het product parkeren. Een andere verklaring van de hoge lasten op taakveld 2.2. Parkeren is de mogelijke wisselwerking. Het kan zijn dat er lasten van handhaving op taakveld 2.2 Parkeren worden verantwoord terwijl deze op taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid horen.
9
Hoofdtaakveld 1 Veiligheid Het hoofdtaakveld Veiligheid bestaat uit de taakvelden 1.1. Crisisbeheersing en brandweer en 1.2 Openbare Orde en veiligheid. De totale lasten per inwoner zijn € 16 lager dan bij de referentiegemeenten
Taakveld 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid Totaal
Gem. ref. gemeenten 80 39 119
Leiden 82 21 103
V E I L I G H E I D, N E T TO L A STE N PE R I N WO N E R 1.2 Openbare orde en veiligheid 77
79
81
79
34
37 14
21
44
57
50 39
X€1
69
80
82
92
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
Leiden zit bij het taakveld Crisisbeheersing en Brandweer een paar euro hoger dan de referentiegemeenten. De kosten op Openbare Orde & Veiligheid bij Leiden zijn laag in vergelijking met de referentiegemeenten. Alleen de gemeente Amersfoort (€14) kent lagere kosten op Openbare Orde & Veiligheid. De gemeente Haarlem (€ 57) heeft de hoogste kosten Openbare Orde & Veiligheid. *De lagere lasten van Taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid kunnen mede veroorzaakt worden door de wisselwerking met taakveld 2.2. Parkeren. Ambtelijk is aangegeven dat de handhavingskosten voor fietsparkeren op taakveld 2.2 zijn verantwoord. Deze lasten horen echter op taakveld 1.2. Openbare orde en veiligheid.
10
Hoofdtaakveld 2 Verkeer, vervoer en waterstaat
X€1
V E R K E E R E N V E RVO E R , N E T TO L A ST E N P E R I N WON E R
358 170
150
152
198
159
213
145
We zien dat hoofdtaakveld 2 Verkeer, vervoer en waterstaat een forse afwijking kent ten opzichte van de andere gemeenten. Dit kan te maken hebben met de hoge lasten op taakveld 2.2 Parkeren bij Leiden. De andere gemeenten hebben de lasten Parkeren wellicht niet op dit taakveld verantwoord. De hogere lasten op taakveld 2.2. Parkeren staan tegenover de hogere baten uit parkeerbelasting (zie taakveld 0.63).
Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.2 Parkeren 2.4 Economische havens en waterwegen 2.5 Openbaar vervoer Totaal Verkeer en Vervoer
Gem. ref. gemeenten 149 1
Leiden 247 82
8 12 170
19 10 358
Op taakveld 2.1 Verkeer en vervoer maakt Leiden (€ 247) fors hogere kosten dan de referentiegemeenten (€ 149). Deze hoge lasten kunnen worden veroorzaakt door de investeringen op Rijnlandroute, het R‐net stelsel en het project Leidse Ring Noord in samenwerking met de gemeente Leiderdorp. De ontvangsten van andere deelnemers aan deze projecten worden echter ook op dit taakveld geboekt. Gezien de grootte van het verschil adviseren wij u nader onderzoek te doen naar de baten en lasten op dit taakveld. Wij constateren dat Leiden meer kosten maakt op taakveld 2.4 Economische havens en waterwegen. Ambtelijk is toegelicht dat aan dit taakveld de salarislasten voor de behandeling van de ligplaatsvergunningen en de salarislasten voor handhaving gebruik openbare ruimte worden toegerekend. Hoofdtaakveld 3 Hoofdtaakveld 3 is relatief erg klein en daarom in deze scan buiten beschouwing gelaten.
11
Hoofdtaakveld 4 Onderwijs Onder hoofdtaakveld Onderwijs vinden we drie taakvelden. Op hoofdtaakveld Onderwijs als geheel heeft Leiden hoge nettolasten dan het gemiddelde. Hieronder zijn de lasten weergegeven die zijn begroot op de taakvelden 4.1 Openbaar basisonderwijs, 4.2. Onderwijshuisvesting en 4.3. Onderwijsbeleid.
Taakveld 4.1 Openbaar basisonderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Totaal
Gem. ref. gemeenten 3 66
Leiden 0 75
38 107
71 146
O N D E RWI J S , N E T TO L A ST E N P E R I N WON E R 4.2 Onderwijshuisvesting
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
61
65
42
38
1
0
0
2
6 0
3
10
21
24
26
38
X€1
50
54
63
66
75 71
87
94
4.1 Openbaar basisonderwijs
De lasten per inwoner voor hoofdtaakveld onderwijs zijn fors hoger dan de referentiegemeenten. Leiden geeft € 0 uit aan taakveld 4.1 Openbaar basisonderwijs. Openbaar onderwijs wordt vanuit het Rijk gefinancierd. De vraag is welke kosten de gemeente nog moet toerekenen aan 4.1 Openbaar Onderwijs. De lasten op onderwijshuisvesting zijn in Leiden € 75 per inwoner. Het gemiddelde van de referentiegemeenten is € 66 per inwoner. Ambtelijk is toegelicht dat Leiden een hoge gemiddelde levensduur van 40 jaar van de onderwijsgebouwen heeft. Daarnaast kent Leiden een aantal monumentale scholen (rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten) met extra kosten. Tenslotte heeft de gemeente bij het recent herijken van het IHP geconstateerd dat in het verleden minder is uitgegeven aan onderwijshuisvesting dan het becijferde deel van de uitkering uit het Gemeentefonds. Deze uitkering is niet geoormerkt maar op basis van historische bedragen wordt wel bijgehouden hoeveel het bedrag voor onderwijshuisvesting ongeveer is. In de hogere lasten kan een stukje inhaalslag zitten. Voor een gefundeerder beeld van de hogere onderwijslasten is nader onderzoek nodig.
12
Bij Onderwijsbeleid zien we ook dat Leiden de hoogste lasten heeft van alle gemeenten. Op onderwijsbeleid geeft Leiden € 71 uit per inwoner, tegen € 38 bij de referentiegemeenten. De kosten voor onderwijsinnovatie, subsidies voor het historisch stadsgezicht, representatiekosten en netwerkevenementen zijn op dit taakveld verantwoord. Ambtelijk is toegelicht dat op dit taakveld een subsidie aan stichting peuterspeelzalen van € 1,3 miljoen is geraamd, alsmede de lasten voor het beheer van gymlokalen en de kosten voor onderwijsinnovatie. De vraag is of alle geboekte lasten thuishoren op dit taakveld. Hoofdtaakveld 5 Sport, cultuur en recreatie In hoofdtaakveld 5 vinden we taakvelden met een nogal verschillend karakter. Daarom behandelen we dit hoofdtaakveld in drie clusters: Sport, cultuur en recreatie. Dit taakveld is bij uitstek geschikt om de lasten bij te stellen: de beleidsvrijheid van de gemeente(n) is groot, het wettelijk karakter van de taakuitvoering beperkt. Gem. ref. Taakveld gemeenten 5.1 Sportbeleid en activering 17 5.2 Sportaccommodaties 41 5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproduct. 63 5.4 Musea 34 5.5 Cultureel erfgoed 4 5.6 Media 33 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie. 81 Totaal 274
Leiden 8 61 64 57 11 33 86 320
Gem. ref. gemeenten 59 134 81 274
Leiden 69 165 86 320
Cluster Sport Cultuur en media Groen en recreatie Totaal
S P O RT, C U LT U U R E N R EC R EAT I E N E T TO L A STE N PE R I N WO N E R
144
81
63 70
72 63
37
26
46
74
97
105
103 82
86 69
150
142
136
134 81 59
X€1
Cultuur en media 153
Sport
165
Groen en recreatie
13
Bij alle drie clusters geeft Leiden meer uit dan de referentiegemeenten. Cluster cultuur en Media Deze scan laat opvallend hoge lasten zien (verschil van € 31 per inwoner) op cluster Cultuur en media. De grootste uitgaven zijn te vinden op taakveld 5.4 musea en taakveld 5.5 Cultureel erfgoed. Op Cultuur en media vinden we de lasten van Cultuurpresentatie, Musea, Cultureel erfgoed en Media. Leiden kent een rijk cultureel erfgoed. Naast de (rijks)musea kent Leiden ook vele monumenten. Dit is een logische reden dat Leiden hogere lasten heeft op deze cluster. Cluster Sport Deze scan laat zien dat Leiden in totaal € 10 per inwoner meer uitgeeft op cluster sport. De hoogste uitgaven zijn te vinden op taakveld 5.2 Sportaccommodaties (een verschil van € 20 in vergelijking met de referentiegemeenten). De gemeente beheert, onderhoudt en exploiteert diverse sportaccommodaties, zoals 25 voetbalvelden, drie zwembaden en 10 sporthallen/gebouwen. Wij hebben begrepen dat de gemeente gestart is met de beoogde afstoting van enkele sportvastgoedobjecten zoals in het ontwikkelingsplan is uitgegaan. Cluster Groen en recreatie Op Groen en recreatie worden de lasten en baten verantwoord van aanleg en onderhoud van openbaar groen, openbaar water (behalve doorgaande vaarten en kanalen), speelvoorzieningen en recreatievoorzieningen.
Ook het plaatsen en onderhouden van kunstwerken in de openbare ruimte en de lasten van hobbyclubs en volkstuinverenigingen horen hier thuis. Uit bovenstaande diagram zien we dat Leiden relatief iets hogere lasten heeft op dit cluster (een verschil van € 5 per inwoner). Het terugbrengen van de lasten kan leiden tot mogelijke besparingen. Hoofdtaakveld 6 Sociaal Domein In totaal heeft Leiden op hoofdtaakveld Sociaal domein lagere lasten in vergelijking met de referentiegemeenten.
Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams 6.3 Inkomensregelingen 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie 6.6 Maatwerkvoorziening (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 18‐ 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ 6.82 Geëscaleerde zorg 18‐ Totaal
Gem. ref. gemeenten
Leiden
116 85 85 140 77 35 225 229 224 56 1.271
112 85 79 211 17 29 190 178 311 20 1.232
14
Uit onderstaande grafiek kunnen we op taakveldniveau de verschillen afleiden binnen het Sociaal Domein tussen Leiden en de referentiegemeenten.
Sociaal domein netto lasten per inwoner 6.82 Geescaleerde zorg 186.81 Geescaleerde zorg 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.6 Maatwerkvoorziening (WMO) 6.5 Arbeidsparticipatie 6.4 Begeleide participatie 6.3 Inkomensregelingen 6.2 Wijkteams 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
0
50
100
150
200
250
300
350
bedrag x € 1
Gem. ref. gemeenten
Leiden
Omdat de lasten regelmatig op andere (sub)taakvelden worden begroot dan waarvoor deze eigenlijk bedoeld zijn – niet alleen bij Leiden, maar ook bij andere gemeenten – richten we ons op de lasten per cluster van (sub)taakvelden, respectievelijk Inkomen en participatie, Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd en Maatschappelijke ondersteuning.
Lasten per inwoner per cluster Inkomen en participatie Samenkracht en burgerparticipatie Jeugd Maatschappelijke ondersteuning Totaal
Gem. ref. gemeenten 302 201 284 484 1.271
Leiden 307 197 198 530 1.232
15
Sociaal domein per uitgavencluster netto lasten per inwoner Maatschappelijke ondersteuning Jeugd Samenkracht en burgerparticipatie Inkomen en participatie 0
100
200
300
400
500
600
bedrag x € 1
Gem. ref. gemeenten
Leiden
Op cluster Samenkracht en burgerparticipatie (Taakvelden 6.1 en 6.2) zijn de kosten per inwoner bij Leiden € 4 lager dan bij de referentie gemeenten. De kosten op cluster Inkomen en participatie (taakveld 6.3, 6.4 en 6.5) zijn in Leiden € 5 hoger per inwoner. Het verschil tussen Leiden en de referentie gemeenten op deze twee clusters is relatief klein van omvang en daardoor in deze scan buiten beschouwing gebleven. Cluster Jeugd Tot dit cluster behoren de taakvelden 6.72 Maatwerkdienstverlening 18‐ en 6.82 Geëscaleerde zorg 18‐. Binnen dit cluster zijn de lasten op zowel taakveld 6.72 als taakveld 6.82 in Leiden erg laag. In vergelijking met de referentiegemeenten geeft Leiden per inwoner € 86 minder uit op cluster Jeugd. Hierbij speelt mee dat een taakstelling is verwerkt op de budgetten voor jeugd. Daarnaast is het budget voor Jeugdparticipatie (€ 256.000) geraamd op taakveld 6.1 en de budgetten voor Jeugd en gezinsteams (€ 5,1 miljoen) geraamd op taakveld 6.2. Beide posten behoren tot het cluster Samenkracht en burgerparticipatie. Omdat de lasten op Samenkracht en burgerparticipatie in Leiden nauwelijks hoger zijn dan het gemiddelde lijkt het niet logisch dat het om een verschuiving van de lasten gaat. Het kan interessante informatie opleveren te onderzoeken waarom Leiden op Jeugd deze lage lasten heeft (maar dit zal geen begrotingsruimte opleveren).
Cluster Maatschappelijke ondersteuning Tot dit cluster behoren de taakvelden 6.6 Maatwerkvoorziening, 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ en 6.81 Geëscaleerde zorg 18+. In vergelijking met de referentiegemeenten geeft Leiden per inwoner € 46 meer uit op cluster Maatschappelijke ondersteuning. Ambtelijk is toegelicht dat een toename bij huishoudelijke hulp met name is ontstaan door de invoering van het abonnementstarief en dat de kosten bij de individuele begeleiding zijn gestegen doordat er minder ingezet wordt op (het duurdere) beschermd wonen en als gevolg daarvan de individuele begeleiding toeneemt. Gezien de hoge lasten van Leiden op dit cluster, in combinatie met het beslag van deze taakvelden op de gehele begroting is een uitgebreider onderzoek naar de achterliggende aan te bevelen. NB Leiden heeft een centrumgemeentefunctie voor Beschermd Wonen en Vrouwenopvang. Dit geldt ook voor alle referentiegemeenten behalve Zoetermeer en zal dus niet van invloed zijn op het verschil.
16
Hoofdtaakveld 7 Volksgezondheid en milieu Op dit hoofdtaakveld heeft Leiden meer lasten dan de referentiegemeenten. Het verschil vinden we vooral op taakveld 7.1 Volksgezondheid. Op dit taakveld zien wij grote afwijking binnen de referentiegemeenten. De lasten per inwoner variëren tussen € 12 in Zoetermeer en € 80 in Haarlem, met een gemiddelde van € 48. Ambtelijk is toegelicht dat Leiden een centrumfunctie heeft voor de regio voor RDOG (waarin GGD en Ambulancevoorziening) en verslavingszorg. Dit zal naar verwachting echter ook gelden voor de referentiegemeenten. Het kan ook een keuze van de gemeente zijn om meer subsidie te verstrekken voor bijvoorbeeld verslavingszorg. Omdat het verschil tussen Leiden en het gemiddelde van de referentiegemeente heel groot is (respectievelijk € 74 en € 48), is nader onderzoek op taakveld 7.1 Volksgezondheid erg zinvol. Gem. ref. gemeenten 48 ‐22 ‐37 35 ‐1 23
Taakveld 7.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal
Leiden 74 ‐18 ‐34 27 0 49
Op taakvelden 7.2 Riolering en 7.3 Afval worden zowel bij Leiden als andere gemeenten, negatieve nettolasten begroot. Anders gezegd: de baten (uit de bijbehorende riool‐ en afvalstoffenheffing) zijn hoger dan de lasten. Een oorzaak hiervan is dat de toegerekende apparaatskosten worden geboekt op taakveld 0.4 Overhead, maar deze overheadlasten wel (mogen) worden doorberekend in de heffingen. Omdat Leiden volgens de begroting 87% van de lasten doorberekent in de tarieven van zowel riool‐ als afvalstoffenheffing, heeft Leiden voldoende mogelijkheid om het resultaat op deze taakvelden te verbeteren. Meerjarig is in begroting al rekening gehouden met een groei naar 100% dekking in 2022.
VOL KS G E ZO N D H E I D E N M I L I E U B E H E E R N E T TO L A STE N PE R I N WO N E R
80
7.4 Milieubeheer
12 20
39
55 16
30
33
44
48
74 27
46
48 35
X€1
74
7.1 Volksgezondheid
17
Hoofdtaakveld 8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening (RO) en Stedelijke Vernieuwing
Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening 8.3 Wonen en bouwen Totaal
Gem. ref. gemeenten 36 22 58
Leiden 32 15 47
Op zowel taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening als 8.3 Wonen en bouwen heeft Leiden lagere lasten in vergelijking met het gemiddelde van de referentiegemeenten. We kunnen de volgende bijzonderheden meegeven: - Voor 2021 is op taakveld 8.1 een onttrekking voorzien van € 1.664.400 voor dekking van de kosten voor de Omgevingswet. - De kosten van de vergunningverlening (en het bouwtoezicht) worden gedekt deels met de legesopbrengsten en deels vanuit de algemene middelen. Hierdoor is de kostendekkendheid voor (bouw)leges 52,5% (zie begroting blz. 207). Hier zien wij nog de mogelijkheden om de leges van de omgevingsvergunningen te verhogen tot maximaal 100% van de lasten.
VOL KS H U I SVEST I N G , RO E N STE D E L I J K E VERNIEUWING N E T TO L A STE N PE R I N WO N E R 47
47
‐9
17
26
39
8.3 Wonen en bouwen 28 33
30 22
35 31 15
X€1
22
32
36
8.1 Ruimtelijke ordening
18
4. Inkomensclusters
Inkomstencategorie Gemeentefonds OZB OEM Reserves en saldi Totaal
Gem. ref. gemeenten 2.016 266 79 73 2.433
Leiden 2.147 431 98 57 2.733
Inkomensclusters per inwoner, begroting 2021 3.000 2.500
x€1
2.000 1.500 1.000 500 0 ‐500
Gemeentefonds
OZB
OEM
Gemeentefonds Het gemeentefonds is verdeeld in clusters. Een cluster is een verzameling van taken en/of verantwoordelijkheden behorende tot een samenhangend beleidsterrein. De clusterindeling is een hulpmiddel bij het bepalen van de verdeling. Het staat gemeenten vrij eigen bestedingskeuzes te maken die afwijken van de clusterindeling. De volledige uitkering uit het gemeentefonds is vrij besteedbaar. Verschillen ten opzichte van de clusters weerspiegelen de eigen keuzes van de gemeente. De uitkering gemeentefonds gemeente Leiden is € 131 (6%) per inwoner hoger dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Dit is een fors verschil.
19
Gemeentefonds per inwoner per cluster, septembercirculaire 2020 Eigen middelen per inwoner Riolering en reiniging per inwoner Bestuur en algemene ondersteuning per… Openbare orde en veiligheid per inwoner Infrastuctuur en gebiedsontwikkeling per… Cultuur en ontspanning per inwoner Volksgezondheid per inwoner Educatie per inwoner Maatschappelijke ondersteuning per inwoner Jeugd per inwoner Samenkracht en burgerparticipatie per inwoner Inkomen en participatie per inwoner ‐300‐200‐100 0 100 200 300 400 500 600 700 800 Gem. ref. gemeenten
Leiden
Een vergelijking tussen de baten uit het gemeentefonds en de lasten op de taakvelden (clusters) geeft een vertekend beeld, doordat de overheadlasten apart worden verantwoord terwijl bij de uitkering van het gemeentefonds de overheadlasten per taakveld/cluster zijn inbegrepen. We beperken ons daarom tot enkele algemene opmerkingen: - Leiden krijgt hogere inkomsten uit de uitkering gemeentefonds op het cluster Openbare Orde en Veiligheid. - Leiden krijgt hogere inkomsten uit de uitkering gemeentefonds op het cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling. Deze scan geeft aan dat de uitgaven van Leiden op dit cluster veel hoger zijn dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. - Opmerkelijk is de uitkering op het cluster Cultuur en ontspanning, het cluster Volksgezondheid en het cluster Educatie. De inkomsten uit de uitkering gemeentefonds op deze clusters liggen iets hoger dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Toch is de uitkering niet in verhouding met de hogere uitgaven van Leiden op deze clusters. Het lijkt alsof de hogere uitgaven niet volledig worden gecompenseerd door de uitkering uit het gemeentefonds. Onroerendzaakbelasting OZB‐tarief Het OZB‐tarief in Leiden is hoger in vergelijking met het gemiddelde van de referentiegemeenten. Alleen in Zoetermeer is het OZB‐tarief hoger. Het laagste OZB‐tarief is te vinden in Haarlem.
20
0,1482
0,1190
0,0851
0,1020
0,1066
0,1198
0,1135
0,1240
OZ B TAR I E F % ( E I G E N A R E N WON I N G E N )
WOZ‐waarden De woningen in Leiden hebben een hogere WOZ‐waarde dan de referentiegemeenten. In 2021 is de gemiddelde WOZ‐waarde in Leiden € 308.812. Dordrecht heeft de laagste WOZ‐ waarde ad € 226.188 en Haarlem heeft de hoogste WOZ‐waarde ad € 384.492. De woningen in de referentiegemeenten hebben een gemiddelde WOZ‐waarde van € 288.624. Negatieve maatstaf gemeentefonds In het gemeentefonds wordt rekening gehouden met de eigen belastingcapaciteit, gebaseerd op de WOZ‐waarden. Dit verklaart de negatieve maatstaf gemeentefonds die wat hoger valt bij Leiden (‐ € 181 in Leiden t.o.v. ‐ € 163 in de referentiegemeenten). 500
Saldo OZB inkomsten 2021
431
400 300
303
266
288
269
263
250
274
198 200
135
103
99
100
54
72
140
117
0 ‐100 ‐200
‐163
‐181
‐168
‐164
‐144
Gem. ref. gemeenten
Leiden
Amersfoort
Delft
Dordrecht
‐197
‐300
Geraamde OZB baten
Negatieve maatstaf gemeentefonds
‐171
‐134
Haarlem Maastricht Zoetermeer
Saldo OZB per inwoner
Twee factoren bepalen de OZB‐lasten voor de burger: de woningwaarde en het tarief per waarde‐ eenheid. Door de hogere WOZ‐waarde heeft Leiden meer mogelijkheden om eigen inkomsten (OZB) te genereren. Dit is te zien in de geraamde OZB‐baten: die liggen ver boven het gemiddelde van de referentiegemeenten. 21
Overige eigen middelen Eerder hebben we aangegeven dat de OEM, de overige eigen middelen, goed zijn voor € 98 per inwoner. De meeste en grootste posten die onder deze categorie vallen zijn van technische aard, zoals de boeking van het begrotingssaldo en van de reservemutaties. OVERIGE EIGEN MIDDELEN (OEM) PER INWONER BEGROTING 2021 Belastingen overig
1 7
15 20
17 25
58 18 12
4 11
34
33 22
69
X€1
144
Treasury
Het nettoresultaat uit treasury is vergelijkbaar met het gemiddelde van de referentiegemeenten. Het resultaat van treasury kent verschillende beïnvloedingsfactoren, zoals de vermogenspositie van de gemeente (eigen vermogen kan baten opleveren, schulden kosten veelal geld), de voorwaarden waaronder geld wordt geleend, het risico dat de gemeente neemt op de kapitaalmarkt, enzovoort. Ook kan de gemeente een voordeel op dit taakveld boeken door meer rentelasten door te berekenen naar de taakvelden dan dat de gemeente zelf aan rente betaalt. In vergelijking met het gemiddelde van de referentie gemeenten heeft Leiden meer netto baten uit de overige belastingen zoals parkeerbelasting, precariobelasting, toeristenbelasting etc. Woonlasten Op dit moment heeft Leiden 87% kostendekkendheid op afvalstoffenheffing. Dit sluit aan op de bevindingen op taakveld 7.3, waar bleek dat de inkomsten van afvalstoffenheffing lager zijn dan het gemiddelde van de referentiegemeenten.
22
298
344
412 301
365
343
390
344
AFVALSTOFFENHEFFING BEGROTING 2021
Ondanks het feit dat de heffing hoger ligt, heeft de gemeente in theorie nog ruimte om extra inkomsten te genereren (tot 100% kostendekkendheid). Ook is het natuurlijk mogelijk om te onderzoeken of de lasten van de afvalstoffenvoorzieningen omlaag kunnen.
111
200
154
202
220 134
170
170
RIOOLHEFFING BEGROTING 2021
De hoogte van de rioolheffing in Leiden is vergelijkbaar met die van de referentiegemeenten. Deze scan geeft aan dat Leiden minder inkomsten genereert op dit product (zie ook taakveld 7.2 Riolering). Omdat Leiden 87% kostendekkende tarieven heeft, is er ook op dit product een mogelijkheid om de financiële positie van de gemeente te verbeteren door tariefverhogingen.
23
Woonlasten Begroting 2021 1000 900 800 700
390
343
344
170
134
170
220
298
111
154
200
327
284
202
300 200
344
301
500 400
412
365
600
317
395
383
282
100
231
382
0
OZB
Rioolheffing
Afvalstoffenheffing
Leiden heeft de hoogste woonlasten (€ 943 vs € 831) in vergelijking met de referentiegemeenten.
.
24
Conclusie/ Belangrijkste bevindingen Financiële positie van de gemeente? - De reservepositie is iets lager in vergelijking met het gemiddelde van de referentiegemeenten. In combinatie met hoge schuldenlast leidt dit tot een lagere solvabiliteit. - Leiden heeft op meerdere financiële kengetallen oranje kleur. Door de oplopende schuldenlast en de afnemende solvabiliteit loopt de gemeente het risico dat zij bij een veranderende kapitaalmarkt onvoldoende in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. - Leiden heeft een lagere begrotingsflexibiliteit dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Hierdoor heeft Leiden minder ruimte voor nieuw beleid, ambities en voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Aan welke knoppen kan de gemeente draaien en de lasten verlagen? In vergelijking met de referentiegemeenten heeft Leiden hogere lasten op de volgende taakvelden: o Taakveld 0.4 Overhead o Taakveld 2.1. Verkeer en Vervoer o Hoofdtaakveld 5 Sport, cultuur en recreatie o Taakveld 6.4 Begeleide participatie o Taakveld 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ o Taakveld 7.1 Volksgezondheid Verdiepend onderzoek op deze taakvelden kan eventueel leiden tot mogelijkheden om de lasten te verlagen. Vanzelfsprekend kan ook op de andere taakvelden naar een mogelijkheid tot verlaging van de lasten gezocht worden, maar deze begrotingsscan geeft hiervoor geen signalen.
Welke mogelijkheden heeft de gemeente om de inkomsten te verhogen? - Verhoging van de kostendekkendheid voor leges (specifiek de afvalstoffenheffing en rioolheffing) behoort tot de mogelijkheid. Aanbeveling Tijdens de ambtelijke afstemming over het onderzoek hebben wij geconstateerd dat de lasten en baten niet altijd op de juiste taakvelden zijn geboekt. Een betere koppeling van de kostenplaatsen aan de taakvelden kan dit verbeteren en daarmee de vergelijkbaarheid met andere gemeenten vergroten.
25