CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen RES 1.0 - Partij Sleutelstad

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 25 mei 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen1.132 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Technische vragen van Maarten Kersten en Thijs Vos (Partij Sleutelstad) bij de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 N.a.v. blz. 13. De volgende zin lijkt logisch niet juist te zijn: Holland Rijnland stoot jaarlijks 3 MTon aan CO2 uit. Bijna 88 procent van deze CO2-uitstoot komt door energiegebruik. De overige 12% van de uitstoot van broeikasgassen komt niet uit het energiesysteem, maar voornamelijk uit de landbouw. Dit gaat dan vooral om lachgas en methaan die vrij komt bij het houden van vee. 3MTon CO2 is 100% waarvan 88% door energieverbruik en 12% uit anders (landbouw) waarbij deze 12% bestaat uit methaan (CH4) en lachgas (N2O). Kan het college toelichten hoe dit zit? Antwoord: Waar gesproken wordt over ‘CO2’ gaat het om CO2-equivalenten. Meer details over de uitstoot van CO2(eq) kunt u vinden in: https://pro.energytransitionmodel.com/regions/RES11_holland_rijnland In feite leest men de eerste “CO2” als “broeikasgassen”. In Klimaatwet (/-akkoord) staat als doelstelling dat we 95% willen besparen op broeikasgassen, niet op CO2, zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0042394/2020-01-01#Hoofdstuk1 art.2 lid1. N.a.v. blz. 17 “Koude gaat een steeds grotere rol spelen bij Elektriciteit en Warmte.” Bij ons is niet helemaal duidelijk wat hier precies mee wordt bedoeld. Kan dit nader toegelicht worden? Slaat dit op de op blz.

21 genoemde ontwikkeling dat koelte en koude door warmere zomers een steeds grotere rol gaat spelen? Antwoord: U geeft in het tweede deel van uw vraag zelf al een antwoord. In het verleden werd met name energie gebruikt voor het verwarmen van huizen. Doordat de aarde opwarmt én doordat huizen steeds beter geïsoleerd worden, is koeling van huizen een steeds grotere vraag gaan spelen binnen de gebouwde omgeving. Dit resulteert in een extra energievraag. N.a.v. blz. 26 Land- en tuinbouw en industrie zijn uitgezonderd van de energiebesparingsambitie tot 2030. In onze regio is het aandeel van deze sectoren in het energiegebruik relatief gering maar landelijk gezien nemen beide meer dan 50% van het totale energiegebruik voor hun rekening. Anders geformuleerd wordt er in onze regio voor gekozen om de ambitie (en daarmee ten koste) vooral ten laste van huishoudens te brengen. Dit roept vragen op: • •

Wordt in andere RES-regio’s dezelfde afweging gemaakt? Zo nee, zijn in andere regio’s dan niet technische ontwikkelingen voor besparing in landbouw en industrie gaande die ook in onze regio kunnen worden toegepast?

• •

Zo ja, is dit niet een aanwijzing voor een krachtige lobby van deze sectoren om de inspanning en kosten van de energietransitie af te wentelen op huishoudens? Of is er iets anders aan de hand?

Antwoord: Energiebesparing is vreemd genoeg geen verplicht onderdeel in de RES. Veel regio’s gaan daarom ook niet diepgaand in op dit thema. Wij hebben ons gericht op de situatie in onze regio en daar zijn de sectoren industrie en landbouw niet zo groot. En is de invloed vanuit gemeentelijk instrumentarium ook niet al te groot, dit ligt eerder op landelijk niveau. Gemeenten kunnen er natuurlijk zelf voor kiezen om intensief te besparen op deze sectoren, samen met de stakeholders. Een andere optie is dat er stevig wordt gelobbyd op landelijk niveau. De aanpak van Holland Rijnland heeft zelfs geleid tot het zijn van een praktijkvoorbeeld voor de overige regio’s: Energiebesparing: slimme manier om minder energie te hoeven opwekken - Regionale Energiestrategie (regionale-energiestrategie.nl).

N.a.v. blz. 29 e.v. Alle woningen minimaal energielabel D in 2030 (en label B in 2050). Hoe is deze ambitie onderbouwd? Is dit realistisch voor woningen uit bijvoorbeeld 1920 zonder kruipruimte en zonder spouwmuren? Is er gekeken naar de verhouding tussen besparing en kosten van de investering? Hoe en door wie moet die investering worden gefinancierd? Op p.30 staat in het rijtje beschikbare instrumenten geen juridisch afdwingbare instrumenten om de doelstelling energielabel D voor alle woningen te realiseren. Op p.31 staat dat gemeenten de communicatieve instrumenten voor deze doelstelling beter kunnen benutten (gericht op besparing en gedragsverandering). Is dat voldoende om eigenaren van oude woningen €50.000- €100.000 te laten uitgeven voor energielabel D? Hoe realistisch is dat? N.a.v. blz. 53 Zelfde opmerking en vraag als bij blz. 29: hoe realistisch is herlabeling van oude woningen van G naar D naar B?. Antwoord: In de woningen met labels die minder energiezuinig zijn dan label D, is veel winst te behalen. Als alle woningen minimaal label D hebben, hebben we 20% energie bespaard in de gebouwde omgeving. Dat zou meer zijn dan de gestelde ambitie van 11%. Bovendien wordt deze ambitie niet alleen door label D bij huishoudens bereikt, maar ook door andere besparingen bij huishoudens (via Transitievisie Warmte en gedrag) en besparing bij de dienstensector.

Terecht wordt aangegeven dat label D financieel nog niet zo eenvoudig te bereiken is. Een deel van de maatregelen verdient zich terug en/of is de moeite waard omdat het meer comfort oplevert voor bewoners. Een ander deel is echter onrendabel. Vanuit de RES wordt voorgesteld om te streven naar ‘alle woningen label D’. Het is aan de gemeente om dit via het eigen beleid nader uit te werken en woningeigenaren hierin te ondersteunen, met inzet van beschikbaar instrumentarium. Dit is overigens in lijn met het in Leiden vastgestelde Raadsbesluit “Handelingsperspectief energietransitie”, RV 20.0032.

N.a.v. blz. 55 Er wordt genoemd dat er knelpunten en onzekerheden zijn. Hoe wordt daarmee omgegaan? Hoe zijn knelpunten en onzekerheden weg te nemen? Antwoord: Bij het wegnemen van knelpunten en onzekerheden, houden we een drietrapsraket aan. De eerste (bewustwording) zie u in de RES. Hier is een overzocht gecreëerd waar we aan zullen moeten werken. De tweede stap is lobby richting Rijk én samenwerking me andere partners. Hierover staat meer in hoofdstuk 9, waarbij u overigens ook in paragraaf 9.2.2 per punt ziet hoe we te werk gaan bij het oplossen van de knelpunten. Mocht de lobby niet werken, dan moeten we richting stap 3: heroverwegen van de ambities. Dit is echter een uiterst redmiddel. Aangezien de RES een levend document is dat elke 2 jaar wordt herijkt, wordt er over twee jaar in de RES 2.0 aangegeven hoe we de kansen en knelpunten hebben ingezet of weggenomen. N.a.v. p.75. Warmtetafels ieder kwartaal voor alle bij de warmtetransitie betrokken maatschappelijke partijen. Wie zijn dat? Zijn huurdersorganisaties betrokken? Andere georganiseerde vertegenwoordigers van burgers? Wijkverenigingen bijvoorbeeld? Antwoord: De warmtetafel is een informeel overleg dat georganiseerd is op regionaal niveau, vooral om met regionale partijen onderling kennis uit te wisselen over de warmtetransitie.

Bij de warmtetafel worden woningbouwcorporaties uitgenodigd, zij zijn namelijk ook aangesloten bij de regionale koepel onder paraplu van Holland Rijnland. Verder nemen georganiseerde inwoners deel via buurt- en energiecoöperaties, maar (nog) niet via huurdersorganisaties. Andere deelnemers zijn bedrijvenverenigingen, warmtebedrijven en milieuorganisaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10159847/1