CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen PvdD Uitvoeringsprogramma 2022 Handhaving openbare ruimte

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 10 februari 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen1.334 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Technische vragen Onderwerp: Fractie: Doorgezonden door griffie: Beantwoording:

Wensen en bedenkingen Uitvoeringsprogramma 2022 Handhaving openbare ruimte Martine van Schaik (PvdD) 31 januari 2022 8 februari 2022

Ik las in het uitvoeringsplan op verschillend plaatsen dat er gedacht wordt aan de inzet van cameratoezicht. Op p33 lees ik dat het team Automatic Numberplate Recognition (ANPR) wil inzetten voor handhaving van de autoluwe binnenstad, en daarvoor eerst een pilot wil opzetten. Het ANPR systeem ligt onder vuur van meerdere privacy organisaties (bijv. Privacy First en Bits of Freedom). Deze privacy waakhonden wijzer erop dat het ANPR-systeem heel veel informatie binnenhaalt, gegevens van burgers onnodig lang bewaart, dat er niet altijd een zwaarwegend belang is dat het verzamelen van gegevens over burgers rechtvaardigt en dat de verzamelde informatie ook gebruikt kan worden voor andere doeleinden. Naast het ANPR systeem, denkt het college aan de inzet van cameratoezicht bij hardnekkige afval bijplaatsingen bij containers. Ook hieraan kleven de nodige (privacy)bezwaren (zie bijv https://www.trouw.nl/nieuws/gemeenten-richten-camera-s-op-vuilcontainers-om-afvaldumpers-tebetrappen~b11ce48e/)

1. Wat is het zwaarwegende belang waardoor de inzet van ANPR in Leiden gerechtvaardigd is? Het college beschouwt de ANPR-camera’s als een belangrijk instrument om op termijn toe te werken naar een milieuvriendelijke, maar tegelijkertijd ook bereikbare binnenstad. De introductie van een ANPR-camerasysteem komt voort uit eerdere beleidskeuzes in het kader van de Agenda Autoluw en het principebesluit om te komen tot een zero-emissie zone in 2025. De inzet van ANPR-kentekenregistratie wordt als het meest geschikte systeem gezien om deze twee complexe verkeersregimes goed en eenduidig te reguleren en te handhaven. Het gaat om een complex samenspel aan maatregelen waarbij soort/type voertuigen en diverse ontheffingsmaatregelen een belangrijke rol spelen. Handhaving zonder gebruik van kentekenregistratie is nagenoeg onmogelijk. Dit type systemen wordt ook in diverse andere gemeenten gebruikt en ook het ministerie schrijft het gebruik van ANPR-camera’s voor in het kader van zero-emissiezones. 2. Welke alternatieven zijn er voor handhaving van de autoluwe binnenstad? Waarom wordt hier niet voor gekozen? Gelet op de complexiteit en samenhang van de bovengenoemde projecten ziet het college zeer beperkte alternatieven voor handhaving met behulp van cameratoezicht. Uiteraard wordt wel nog naar andere mogelijkheden en/of een combinatie van handhavingsmethoden gekeken.

De ervaringen die worden opgedaan in de pilotfase, waarbij met (ingehuurde) ANPR camera’s in de Breestraat wordt gehandhaafd op het inrijverbod, zijn hierbij ook van groot belang. Deze pilot vergt echter ook nog veel voorbereidingstijd. 3. Welk afwegingskader wordt er gebruikt voor het besluit om wel/ niet ANPR in te zetten?

Het college benadrukt dat de introductie van ANPR-camera’s als project zich nog in een beginstadium bevindt. Een definitief plan van aanpak en programma van eisen voor de inzet van de camera’s moet nog worden vormgegeven en afgestemd (o.a. in driehoeksverband). Uiteraard zijn een zorgvuldig afwegingskader en privacy protocol ook onderdeel van deze voorbereidingen, maar deze zijn op dit moment nog niet opgesteld. Vanuit privacy-oogpunt worden ANPR-camera’s altijd dusdanig opgehangen zodat enkel kenteken en voertuigkenmerken geregistreerd worden. Dit wordt vergelijken met gegevens die beschikbaar zijn in een kentekendatabase. In principe worden personen niet herkenbaar in beeld gebracht. De kentekengegevens mogen maximaal 28 dagen worden bewaard. 4. Is er een ontheffing van het OM nodig om camera’s op te hangen om toezicht te houden in de openbare ruimte? Zo ja, op welke gronden wordt zo’n ontheffing verleend of geweigerd? Het college wil benadrukken dat er op dit moment geen sprake is van een concreet voornemen om op locaties in de stad cameratoezicht rondom afvalcontainers te realiseren. Het plaatsen van preventief cameratoezicht is daarnaast in beginsel een raadsbevoegdheid en kan zodoende uitsluitend pas na toestemming van de raad worden gerealiseerd. Dit is wettelijk geregeld in artikel 151c van de gemeentewet en artikel 2:77 van de APV.

Er gelden gelet op de privacy-impact van cameratoezicht ook strikte voorwaarden rondom plaatsing van camera’s. Dit mag enkel indien er een strikte noodzaak is. Vooraf moeten duidelijke randvoorwaarden zijn vastgesteld zoals de doelstelling en tijdsafbakening; de camera’s mogen niet langer dan strikt noodzakelijk worden gebruikt. 5. Hoe wil het college voorkomen dat ook inwoners die gewoon netjes hun afval in de containers gooien, ook worden gefilmd en vastgelegd door het camerasysteem? Het college beseft dat een nadelig neveneffect van de eventuele realisatie van cameratoezicht is dat hier ook inwoners op worden vastgelegd die netjes hun afval afvoeren. Het beoogd effect van eventueel cameratoezicht is de preventieve werking die een camera heeft, waardoor bijplaatsingen en de hiermee gepaard gaande overlast voor omwonenden wordt voorkomen. Voorafgaand aan een eventuele plaatsing zullen deze elementen dus moeten worden afgewogen, zowel door het college als de raad. Om de impact van de privacy inbreuk van cameratoezicht zoveel mogelijk te beperken wordt (in aanvulling op de voorwaarden zoals beschreven onder vraag 4) ook een Data Protection Impact Analysis (DPIA) uitgevoerd zodat voorafgaand aan de plaatsing er wordt voldaan aan de gestelde vereisten in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Aanvullend dient bij een eventuele plaatsing van cameratoezicht dit ook publiekelijk kenbaar gemaakt te worden, onder meer met plaatsing van bebording. 6. Wie mag de beelden bekijken? Wie heeft toegang tot de beelden? Hoe lang en waar worden de beelden bewaard? Wanneer worden de beelden vernietigd?

De verantwoordelijkheid voor het uitkijken, bewaren en verwerken van hetgeen door de camera’s is vastgelegd is taak die wettelijk is toebedeeld aan de politie. De politie heeft ook de operationele regie over de camera’s, maar kan een verwerkingsovereenkomst aangaan met een derde partij (beveiligingsbedrijven of gemeentelijke handhaving) zodat deze ook de camerabeelden kunnen uitkijken. De politie blijft echter altijd eindverantwoordelijk en andere cameraobservanten mogen hun werkzaamheden enkel onder instructie van de politie verrichten. Het college heeft op dit punt nog geen concrete plannen / afspraken gemaakt, omdat de inzet van cameratoezicht als maatregel nog niet aan de orde is. Ten aanzien van de bewaartermijn is in de Wet Politiegegevens geregeld dat camerabeelden niet langer dan strikt noodzakelijk bewaard mogen worden. Ten aanzien van toezichtcamera’s in de openbare ruimte geldt in de regel dat de beelden maximaal 28 dagen (4 weken) mogen worden bewaard, maar hier kan naar beneden toe van worden afgeweken. 7. Hoe wordt bepaald welke afvalhotspots in aanmerking zouden komen voor cameratoezicht? Om in aanmerking te komen als een mogelijke locatie voor cameratoezicht dient er sprake te zijn van langdurige en stelselmatige overlast van afval.

In beginsel wordt een locatie pas aangemerkt als een afvalhotspot als hier bijna dagelijks meer dan 10 dozen of afvalzakken worden bijgeplaatst. Daarnaast komt een locatie pas in aanmerking zodra alle andere middelen ter preventie van deze overlast over een langere tijdsperiode zijn ingezet (bijvoorbeeld een clean sweep of de inzet van afvalcoaches) en er geen sprake is van verbetering. Pas zodra dit het geval is, kan cameratoezicht worden overwogen. Het college beschouwt de inzet van camera’s dus echt slechts als een ultimum remedium, waarbij ten alle tijden kritisch wordt beoordeeld of eventuele plaatsing voldoende effect zal hebben. 8. Vanwege de privacy gevoeligheid van beide systemen en benodigde investeringen in tijd/ geld (met name bij het ANPR systeem), lijkt het zinvol zijn om eerst een uitspraak van de raad te vragen over de wenselijkheid van de inzet van cameratoezicht voor deze doeleinden. Is het college bereid om zo’n discussie in de raad te organiseren? De uitrol van een kentekenregistratiesysteem in de binnenstad is opgenomen in de door de raad ingestemde Agenda Autoluwe Binnenstad en bij de behandeling van de kaderbrief in mei 2021 is ook ingestemd met de dekking voor de investeringskosten. Voor de uiteindelijke uitrol en exploitatie op lange termijn is echter nog geen volledige dekking. Dit zal in een later stadium aan de raad worden voorgelegd.

Ten aanzien van de camera’s in de openbare ruimte geldt dat (zoals reeds benoemd) de raad conform art. 151c van de Gemeentewet en art. 2:77 van de APV altijd toestemming moet verlenen voor de plaatsing van camera’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11109350/2