Beantwoording Technische vragen mw Raat (PvdD) over retailvisie (1)
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen mw. Raat (PvdD) bij de Retailvisie Bij de Retailhandelsvisie heb ik de volgende technische vraag: Eerder heeft het college in antwoord op technische vragen aangegeven dat het niet mogelijk is om in Leiden een verbod in te stellen op de verkoop van levende kreeften en krabben op de markt. In Amsterdam is per 1 januari jl. wel een dergelijk verbod in gevoerd. Waarom kan het daar wel en hier in Leiden niet? De gemeente bepaalt toch zelf de regels als het gaat over de verkoop op markten? Waarom zou dat niet gelden als het gaat om de verkoop van levende kreeften en krabben? Ter info: ook in Utrecht is eind vorig jaar een motie aangenomen waarin het Utrechtse college wordt verzocht een verbod op de verkoop van levende kreeften en krabben uit te vaardigen. Ook in Den Haag is een vergelijkbare motie aangenomen. Ik meen dat ik deze vraag al eerder heb gesteld, maar kan de vraag en het antwoord daarop nergens terugvinden. Wellicht heeft het college in de tussentijd ook een ander standpunt ingenomen. Antwoord: Het Amsterdamse verbod is gebaseerd op de Wet dieren die op 1 juli 2021 in werking is getreden. In die wet ziet het college van Amsterdam aanknopingspunten voor dit verbod. Zij is daarin landelijk tot nu toe de enige.
De branchevereniging van de ambulante handel (CVAH) heeft aangegeven tegen dit besluit in bezwaar te komen omdat zij de Amsterdamse lezing van de wet niet delen. De CVAH is namelijk van mening dat dit tot rechtsongelijkheid leidt met retailers (het betreft een economische activiteit betreft die landelijk is toegestaan). Daarom wachten we af hoe het verbod in Amsterdam uitwerkt. Op basis daarvan kan worden bepaald of het opportuun is om de raad een voorstel van deze strekking te doen.