Antw. SV PS Kersten over voorgenomen busverkeer in twee richtingen op de smalle Morsweg
Tekst van het document
Schriftelijke vragen van Kersten (PS) aan het college van burgemeester en wethouders van Leiden over het voorgenomen busverkeer in twee richtingen op de smalle Morsweg (ingediend: 26 november 2021) Antwoord door college van burgemeester en wethouders op 21 december 2021: Zoals opgenomen in de visies Leiden Duurzaam Bereikbaar en Autoluw Binnenstad streeft Leiden naar het verplaatsen van de busroutes om op die manier de Steenstraat-Stationsweg te ontzien van busverkeer. Daarbij is de voorkeursvariant van de gemeente om het doorgaand verkeer op de Turfmarkt te beperken en om (met tweerichtingsverkeer) de bussen via de Morsweg, Rijnzichtbrug en Noordeinde te laten rijden. Voordat hiertoe besloten wordt zou eerst zowel bureauonderzoek als een praktijkpilot worden uitgevoerd. Op 28 september heeft de gemeenteraad een brief1 ontvangen waarin het college aangeeft dat zij er nu voor kiest om eerst uitgebreider bureauonderzoek uit te voeren en dat een praktijkproef pas in een later stadium zal plaatsvinden. Aangezien het college eerst de opening van de Rijnlandroute wil afwachten zal de praktijkpilot pas op zijn vroegst in 2023 plaatsvinden. De huidige OV-concessie voor busverkeer in Zuid-Holland Noord loopt echter december 2022 af. De gemeente heeft daardoor slechts tot begin volgend jaar om wensen mee te geven aan de provincie Zuid-Holland voor de nieuwe OV-concessie.
In haar reactie geeft het college aan dat ze daarbij de uitkomsten uit de eerdere quickscan en het modelonderzoek zal meenemen, maar niet de praktijkpilot (die immers pas later start). Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stelt het lid Kersten (Partij Sleutelstad) het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden de volgende vragen: 1. Wat is de exacte deadline waarop de gemeente haar wensen over de OV-concessie moet doorgeven aan de provincie Zuid-Holland? De provincie heeft nog geen exacte deadline gecommuniceerd. De voorlopige planning laat zien dat de OV-concessie moet worden gegund in de zomer van 2023, zodat de vervoerder anderhalf jaar implementatietijd heeft tot de start van de nieuwe concessie in december 2024. Dit betekent dat Gedeputeerde Staten (GS) uiterlijk in Q3 van 2022 een aanbesteding zullen starten. De verwachting is dat waarschijnlijk voor de zomer 2022 de wensen van gemeenten moeten worden doorgegeven. 2. Is dit een raads- of een collegebevoegdheid? Indien dat laatste, is het college dan bereid om het via een wensen-en-bedenkingenprocedure aan de raad voor te leggen? Zo ja, in hoeverre is het na het verlenen van de concessie nog mogelijk om tot aanpassing van de busroutes te komen? Het aanleveren van wensen is een bevoegdheid van het college.
Omdat de planning van GS onduidelijk is, kunnen we niet toezeggen om een wensen-en-bedenkingenprocedure te houden. Wij gaan u informeren over de wensen, die het college heeft met betrekking tot de nieuwe OVconcessie, zoals in de raadsbrief (Z22CF8594B6 / Z/21/3302092/3859) van 28 september 2021 is toegezegd.
1 https://leiden.notubiz.nl/modules/1/Ingekomen%20stukken/699415
Tweerichtingsbusverkeer over de Morsweg is de voorkeursvariant van de gemeente. Ons zijn echter geen andere varianten of opties bekend die overwogen worden. 3. Kan het college aangeven welke andere varianten zijn en worden overwogen? Het college heeft in 2020 een quickscanonderzoek gedaan naar een drietal routes waar de bus kan rijden in het geval de route Stationsweg/Steenstraat niet meer kan worden gebruikt. In de Agenda Autoluwe Binnenstad is opgenomen dat de route via de Morsweg de voorkeur heeft. In de Quick scan voor de busroutes uit 2020 waren er drie routes, waarvan variant 2 plus volgens het rapport de meeste voordelen heeft. De 3 routes zijn: Route 1: HOV-route via Centrumroute en overig busverkeer via Schuttersveld/Langegracht/Nieuwe Beestenmarkt/Turfmarkt/Prinsessekade/Kort Rapenburg/Breestraat/Noordeinde. De bussen rijden dan in 2 richtingen over de Turfmarkt; Route 2 : HOV-route via Centrumroute. Overig busverkeer via Morssingel, Noordeinde naar Breestraat; Voorwaarde is dat er geen autoverkeer meer op de Rijnzichtbrug kan rijden. Route 3: Al het busverkeer, HOV en overig busverkeer, over de Centrumroute. Hierdoor rijden er geen bussen meer over de Turfmarkt en Breestraat. Dit onderzoek heeft in het najaar 2020 ter inzage gelegen op de griffie. 4. Er wordt slechts één variant onderzocht dmv een bureaustudie (welke varianten zijn er nog meer?).
Zie antwoord op vraag 3 5. Worden deze varianten meegenomen in het onderzoek? Zo ja, graag een toelichting op welke wijze de varianten dan in het onderzoek worden meegenomen? We onderzoeken de voorkeursroute op de inpasbaarheid en haalbaarheid. Ook onderzoeken we de effecten voor het wegennet en de veiligheid en leefbaarheid. Als de uiteindelijke conclusie, mede gebaseerd op de uitkomsten van het onderzoek, is dat de route over de Morsweg niet haalbaar blijkt, vallen we terug op de route over de Turfmarkt (variant 1). 6. Indien het antwoord op de vorige twee vragen nee luidt, is het dan praktisch nog wel mogelijk om af te wijken van de voorkeursvariant van het college? De voorkeursroute is door de gemeenteraad vastgesteld in de Agenda Autoluw. Wanneer de voorkeursroute niet mogelijk is, wordt de route die over de Turfmarkt/Prinsessekade loopt de route voor de buslijnen. De derde route is afgevallen omdat daarmee het westelijk deel van de binnenstad onvoldoende bereikbaar is met het openbaar vervoer. De Morsweg behoort door de smalle weg en fietsbanen en het intensieve autoverkeer tot één van de gevaarlijkste verkeerspunten in Leiden. Tweerichtingsverkeer voor auto’s en fietsers past nauwelijks op de smalle Morsweg. Uit een eerder onderzoek van RTL kwam het zelfs naar voren als één van de plaatsen in heel Nederland met de grootste kans op verkeersongelukken.
2 Mede 2 https://sleutelstad.nl/2020/12/28/onderzoek-verkeersveiligheid-meeste-risico-op-ongeluk-in-
leiden/
daarom is al in 2012 door de raad uitgesproken om op de Morsweg eenrichtingsverkeer in te voeren3 en eind vorig jaar om de Morsweg verkeersveiliger voor fietsers te maken. 4 De wijkvereniging Transvaal heeft onlangs aangekaart dat de Morsweg ongeschikt is voor tweerichtingsbusverkeer en dat dit in strijd is met de eerder gedane toezegging. Partij Sleutelstad deelt deze kritiek. 7. Deelt het college de analyse van Partij Sleutelstad en de wijkvereniging dat er op de Morsweg op dit moment sprake is van een onveilige verkeerssituatie? Het college hecht grote waarde aan het verbeteren van de verkeerssituatie op de Morsweg in verband met de leefbaarheid en verkeersveiligheid en heeft dit het afgelopen jaar ook meermaals publiekelijk uitgesproken. Voor het eerst in jaren is er nu grootschalig aandacht voor het verbeteren van de leefbaarheid en verkeersveiligheid langs de Morsweg. Het onderzoek dat momenteel wordt uitgevoerd behoort hier ook toe, vanuit de veronderstelling dat het omleggen van de busroutes en daarmee óók het weren van al het autoverkeer op de Rijnzichtbrug (dat nu de grootste veroorzaker is van overlast) uiteindelijk het aantal verkeersbewegingen op de Morsweg juist substantieel omlaag zal brengen en zo een unieke kans ontstaat om de inrichting en het gebruik leefbaarder en veiliger te maken voor onder meer bewoners, voetgangers en fietsers. 8.
Deelt het college de vrees dat de verkeersveiligheid op de Morsweg bij tweerichtingsbusverkeer zelfs met de afname van autoverkeer eerder zal verslechteren dan toenemen? Het college wil de leefbaarheid op de Morsweg sterk verbeteren. Een busroute over de Morsweg kan alleen als er geen autoverkeer meer is op de Rijnzichtbrug en de Turfmarkt. De veronderstelling over verkeersveiligheid, zoals toegelicht in antwoord op vraag 7, is onderdeel van het lopende onderzoek. 9. Welke maatregelen zullen worden genomen om te voorkomen dat fietsers tussen bussen en geparkeerde auto’s in de verdrukking komen? Zie antwoord op vraag 8. 10. Deelt het college het standpunt van Partij Sleutelstad dat er eerst een praktijkpilot moet plaatsvinden voordat definitief besloten wordt om tweerichtingsbusverkeer in de Morsweg als wens aan de provincie voor de OV-concessie wordt meegegeven? Of een praktijkonderzoek nodig is, bepaalt het college aan de hand van de resultaten van het onderzoek. Het college verwijst verder naar het antwoord op vraag 2 en de daar ook benoemde brief van september 2021. 11. Hoe rijmt het college de voorgenomen keuze om tweerichtingsbusverkeer op de Morsweg in te voeren met de eerdere toezegging om juist eenrichtingsverkeer op de Morsweg te introduceren?
3 Mobiliteitsnota 2012 4 Motie “Veilig fietsen op de Morsweg” – aangenomen in de raadsvergadering op 15 december
2020.
Het doel staat centraal, namelijk: een beter leefbare en meer verkeersveilige Morsweg. Deze toezegging is gedaan in het kader van het ontwikkelperspectief de Mors. Het doel van het Ontwikkelperspectief is het vergroten van de leefbaarheid op de Morsweg. De wijze waarop we dat doen, of door middel van het invoeren van eenrichtingsverkeer, of door tweezijdig busverkeer zonder verkeer op de Rijnzichtbrug is nog niet duidelijk. Beide maatregelen zorgen voor een sterke vermindering van de verkeersstromen en dat is het hoofddoel. 12. Heeft er overleg plaatsgevonden met de wijkvereniging bij het aanwijzen van de Morsweg als voorkeursvariant voor het busverkeer? Uw raad heeft deze voorkeursroute vastgesteld bij de vaststelling van de Agenda Autoluwe Binnenstad, waarin de resultaten van het quickscanonderzoek zijn verwerkt. Deze heeft destijds ter inzage gelegen bij de griffie. De quickscan zelf is een intern onderzoek geweest dat samen met de provincie is uitgevoerd. In de rondetafelgesprekken in het kader van de visie stationsomgeving is met de wijkvereniging Leidse Hout gesproken over het onderzoek. In een regulier overleg met de wijkvereniging Transvaal is het onderzoek genoemd. De wijkvereniging plaatst naast de verkeersveiligheid ook vraagtekens bij in hoeverre de route Morsweg-Rijnzichtbrug-Noordeinde geschikt is voor een goede doorstroming van het busverkeer.
Het busverkeer moet namelijk een spoorwegovergang passeren. Per 12 december gaat het spoor in de spits achtmaal per uur dicht. Op datzelfde moment is er ook voor het busverkeer sprake van spits. Verder wijst de wijkvereniging er op dat het Werninkterrein tot meer fietsverkeer zal leiden en dat de Rijnzichtburg wekelijks open is voor doorgang van historische schepen. 13. Hoeveel bussen gaan er per uur door de Morsweg rijden buiten resp. tijdens de spits? Afhankelijk van de aanbieding van de vervoerder in de aanbesteding OV-concessie De verwachting en insteek is dat ongeveer de helft van de bussen over de Centrumroute zullen gaan rijden en het restant over de route Morsweg, als uit het onderzoek blijkt dat dit ook kan. Welke buslijnen er precies over welke route gaan rijden is aan de vervoerder om dit in te plannen. De gemeente brengt elk jaar haar wensen in bij het opstellen van het vervoerplan. In het programma van eisen van de aanbesteding van de OV-concessie stelt de provincie alleen dat de R-net lijn 400 over de Centrumroute moet rijden – deze komt dus sowieso níet over de route Morsweg te rijden. 14. Kan het college aangeven in hoeverre met onderstaande punten rekening wordt gehouden in het voornemen en op welke manier deze in het onderzoek worden meegenomen? a. Treinverkeer, met name tijdens de spits; b. Toenemend fietsverkeer door ontsluiting van het Werninkterrein; c.
Historische schepen waarvoor de Rijnzichtbrug open moet. In het onderzoek gaan we uit van treinverkeer in de spits en toenemend fietsverkeer. Brugopeningen worden niet meegenomen in het onderzoek. In de spits gaat de Rijnzichtbrug niet open. Ook buiten de spits gaat de brug sporadisch open. Een alternatief voor tweerichtingsbusverkeer in de smalle Morsweg zou kunnen zijn om bussen in één richting over zowel de Turfmarkt als de Morsweg te laten rijden. Dan kan de Steenstraat worden ontzien zonder dat dit volledig wordt afgewenteld op een toch al onveilige weg.
15. Is het college bereid om deze optie mee te nemen in het onderzoek en daarover te rapporteren in de raad? Zo nee, waarom niet? Het college heeft de wens om het busverkeer op een aantal routes te concentreren. Dit is onder andere omdat het voor reizigers belangrijk is dat de route van het OV duidelijk herkenbaar is. Een te groot stuk éénrichtingsverkeer zorgt dat de reiziger niet meer weet waar de bus halteert. Hierdoor gaat de reiziger de bus minder gebruiken.