Aanvullende notitie van de Fietsersbond voor Cie Stedelijke Ontwikkeling
Tekst van het document
1
Aan de voorzitter van de Commissie Stedelijke Ontwikkeling, Walter van Peijpe , Conform uw suggestie, ontvangt u bij dezen mijn mondelinge inbreng aangaande de Gebiedsvisie Stationsgebied in schriftelijke vorm. Bijgevoegd zijn (aanvullende) antwoorden op de vragen die mij door twee commissieleden zijn gesteld; dit vergde overigens enig uitzoekwerk: A Vraag over voldoende ongelijkvloerse stallingsmogelijkheden rond het Leidse Central Station (Arjen Liemburg) B Vraag over voorbeelden in Nederland van tunnels naar fietsenstallingen (Alex Friso) C Mondelinge inbreng Fietsersbond Ad A Excuus dat ik tijdens de commissievergadering geen adequaat antwoord heb gegeven op de vraag of de Fietsersbond de reactie van de gemeente onderschrijft, dat er bij de NS-stations voldoende gelijkvloerse stallingscapaciteit is voor de doelgroepen ‘minder krachtig en gebruikers van lastenfietsen’. Omdat ik mij dat argument vanuit het participatieverslag niet voor de geest kon halen bleef passend antwoord uit. De gemeente beoordeelt ons (tunnel)voorstel in elk geval als “interessant”: Het voorstel van de fietsersbond is een interessant maar zeer complex project. Bij nadere analyse biedt het plan een aantal complexe aspecten naast de terecht door de fietsersbond benoemde voordelen. Een aantal aspecten maakt het dermate complex waardoor het voorstel niet haalbaar is.
Het is daarom niet zinvol om hier verder op te studeren. ( Participatieverslag p. 132) Kennelijk geeft de gemeente bij De Geus signalen af, die - op het eerste gezicht - van dit standpunt afwijken. De situatie is in elk geval als volgt. Op dit moment bestaan er twee gelijkvloerse stallingsmogelijkheden: - Morssingelterrein met dubbeldekse rekken, - Trafolocatie met dubbeldekse rekken. Beide zullen verdwijnen. (Ter zijde, onder het spoor bij de Rijnburgerweg en vóór de SVB bevinden zich parkeervakken voor brommers) In plaats daarvan is nieuwe fietsstallingencapaciteit in studie, waarvan de meeste ongelijkvloers is (Gebiedsvisie p. 40) : - trafolocatie, gaat naar beneden - uitbreiding van ondergrondse stalling aan LUMC-zijde - meerdere lagen op huidige taxipallet (tekening toont één laag op de begaande grond, 2 of 3 niveaus daarboven) - onder het spoor bij de Rijsburgerweg (die lijkt gelijkvloers) (Niet duidelijk is of sommige van deze opties elkaar uitsluiten, of dat beoogd wordt ze allen te realiseren). Voor de volledigheid zij opgemerkt, dat de beide NS-fietsenstallingen (onder het spoor) niet gelijkvloers zijn; daar ga je een halve verdieping omhoog of omlaag. Alles overziende zijn er niet veel fietspaarkeerplekken die gelijkvloers bereikbaar (zullen) zijn.
2 De vraag rijst hoeveel plekken je voor de benoemde doelgroepen nodig hebt? Ons zijn in elk geval geen richtgetallen bekend. Wil je er een onderbouwd antwoord op geven dien je rekening te houden met diverse factoren, die de behoefte doet toenemen respectievelijk dalen, zoals: - stijging aantal arbeidsjaren (AOW-leeftijd) -> toename, - meer thuiswerken -> afname, - vergrijzing van de bevolking -> toename, a.g.v. niet-arbeid gerelateerd vervoer, - toename gebruik lastenfietsen -> toename, - autoluwer maken van binnensteden -> toename, ook a.g.v. autoluwere andere steden (switch naar OV) . Onze verwachting is, dat dit per saldo méér vraag naar gemakkelijk toegankelijke stallingscapaciteit met zich mee zal brengen. Of een regiem denkbaar is waarbij de NS-stallingen met hun halve verdiepingen gereserveerd kunnen worden voor de bedoelde doelgroepen en of dat voldoende is, kunnen wij niet aangeven. Los van deze verwachting moet het toch als vreemd beschouwd worden, dat het overgrote deel van de stallingen niet meer (!) gelijkvloers zal zijn. Waarbij geen een van de belangrijkste fietsenstallingen (Lorenz, De Geus., LUMC-zijde, beide NS-stallingen) een gelijkvloers toegang tot de fietsrekken geeft. Met als conclusie – nogmaals – dat een tunnel in dezen erg nuttig is (en noodzakelijk voor de beoogde functie van het stationsplein).
Ad B Omdat wij geen overzicht kennen van fietstunnels naar fietsenstallingen in Nederland hebben we een aantal stations in ogenschouw genomen. Den Haag Centraal De 8500 paarkeerplekken zijn via 6 roltrappen (zonder treden) en één trap (met fietsgleuven) bereikbaar.
(Terzijde: de bereikbaarheid van de parkeergarage zelf wordt voor fietsers vanuit het noorden nogal belemmerd omdat eerst de Bezuidenhoutseweg moet worden overgestoken.)
3 Delft Slechts 2400 van de ruim onderaardse 10.000 plaatsen zijn niet gelijkvloers te bereiken, dat wil zeggen de toegang tot nr. 3 ligt een ½ verdieping lager. Elk van beide toegangen tot het ondergrondse stelsel van stallingen is via een aflopend fietspad te bereiken. Merk overigens op, dat toegangen tevens bedoeld zijn als “oost-west fietsverbinding” en daarmee als fietstunnel fungeren.
Utrecht Alle stallingsplekken op de verschillende niveaus in de grootste fietsenstalling van de wereld (12500 plaatsen) zijn met hellingbanen fietsend te bereiken.
Rotterdam De ondergrondse stalling heeft 5200 plaatsen die bereikt kunnen worden via drie roltrappen (zonder treden) en een trap (met fietsgleuven).
4
Wat fietstunnels in het algemeen betreft, hebben de meeste - voor zover ons bekend - tot doel auto- of treinverkeer ongelijkvloers te doen kruisen met fietsers. Bekende uitzonderingen zijn de Maastunnel in Rotterdam (die overigens van oudsher uitsluitend bereikt kan worden met roltrappen met treden) en de Heinenoordtunnel (1km), met een aparte buis voor fietsers en voetgangers die geheel fietsend is te gebruiken.
Ad C Voorzitter dank voor de aangeboden spreektijd, en een goeden avond aan allen die aanwezig zijn. Eigenlijk kan ik heel kort zijn, ons verzoek is om de mogelijkheid nader te onder zoeken van ondergrondse toegangen tot de twee grote fietsenstallingen respectievelijk van een fietstunnel onder het Stationsplein. Maar een toelichting is wel zo nuttig om zicht te krijgen op het nut en de noodzaak van dat idee. De optiek van de Fietsersbond kan omschreven worden als “het fietsen zo veilig en zo comfortabel mogelijk te maken”. Dat neemt echter weg dat we ook oog hebben voor ander ruimtegebruikers en voor doelstellingen buiten het domein van het fietsen. Het streven om van het stationsgebied een aantrekkelijk verblijfsgebied te maken met horeca en winkels en om de looproute vanuit dat verkeerskooppunt naar onze mooie binnenstad te verfraaien is voor ons zeker invoelbaar. Maar dit streven is niet goed te verenigen met het levendige fietsverkeer in een stationsgebied. Wat dan wel? In de voorliggende visie blijft fietsen aan de voorkant van het centraal station mogelijk , maar dat zal naar ons gevoel heftig gaan conflicteren met de voetgangersstromen naar de binnenstad. Als alternatieve fietsroute wordt weliswaar Schuttersveld en Morssingel voorgesteld, maar dat betekent niets anders dan een omweg (en het moge bekend zijn, dat fietsers niet de neiging hebben omwegen te volgen).
Bovendien verplaats je het kruisen van de voetgangersstroom naar het einde van de
5 Stationsweg, bij de Rijnsburgerbrug. Het kruisen van twee drukke fiets- en looproutes blijft daarmee bestaan. Wil de gemeente het stationsgebied daadwerkelijk een hoogwaardig karakter geven is het gewoon noodzakelijk de verkeersstromen te scheiden. Vandaar die fietstunnel. Puur door de fietsbril gekeken is een fietstunnel ook nog heel nuttig. De twee grote fietsenstallingen – Lorenz en de geplande De Geus – voorzien in een grote behoefte. Maar de gemeente moeten beseffen, dat de rekken op -1-niveau liggen, en dat is voor de minder sportieve fietser en voor de gebruiker van een lastenfiets – zoals dat tegenwoordig heet: een dingetje. De gebruiksvriendelijkheid van de stallingen wordt dus met een trap afbreuk gedaan, terwijl die stallingen in dat gebied nu juist zo essentieel zijn. Er is dus veel voor te zeggen om ook een ingang op -1niveau te creëren. En dat kan alleen maar door middel van een tunnel. In het participatieverslag - op p. 130 en verder - worden allerlei bezwaren tegen dat idee benoemd. We moeten wel toegeven dat de aanwezigheid van gekoelde onderaardse hoogspanningsleidingen het nodige ontzag inboezemt. Maar op veel van de aangevoerde bezwaren zijn wel oplossingen denkbaar en reeds door ons op ambtelijk niveau gecommuniceerd. Op één bezwaar hebben wij echter geen antwoord, namelijk de kosten van een onderaardse toegang annex fietstunnel.
Maar hier tasten zowel Fietsersbond als de gemeente in het duister, want niemand weet wat een dergelijk project kost, ook bij benadering niet. Verder willen wij benadrukken dat de rijksoverheid een apart subsidiepotje heeft voor zoals het daar heet: “Meer fietsparkeerplaatsen bij stations”. Voorzitter, nogmaals, en ter afsluiting: de Fietsersbond ziet uit naar een globale inschatting van de kosten en van de subsidie die in wacht gesleept kan worden, want pas dan wordt zichtbaar of ons haast noodzakelijk en in elk geval nuttig voorstel onhaalbaar of toch haalbaar is. Ik dank u voor uw aandacht. Mike Meeles (Fietsersbond afdeling Leiden)
Roepen deze aanvullingen vragen op kunt u de Fietsersbond of mij direct benaderen. Waar we kunnen, leveren wij gaarne een bijdrage aan Fiets-op-1. Met vriendelijke groet Mike Meeles (namens de Fietsersbond Leiden) m.meeles@xs4all.nl