Raadsvoorstel en -besluit Verordening op de heffing en invordering afvalstoffenheffing 2026 GETEKEND
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum collegevergadering: Portefeuillehouder: Behandelend team: Zaaknummer:
13 mei 2025 Wubbo Tempel Belastingen / Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte 1883682
Onderwerp Verordening op de heffing en invordering afvalstoffenheffing 2026
Gevraagd raadsbesluit: 1. De Verordening op de heffing en invordering afvalstoffenheffing 2026 vast te stellen en daarin: a. de maatstaf van de heffing voor het ophalen en verwerken van het huishoudelijke afval te wijzigen in een: i. een vast deel per type huishouden ii. een variabel deel voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk restafval b. de tarieven voor het vaste en variabele deel voor 2026 vast te stellen.
Aanleiding Op 27 oktober 2024 heeft uw raad besloten tot de invoer van een recycletarief voor restafval. Belangrijkste doelstelling is om de kosten voor onze inwoners beheersbaar te houden. Het verwerken van restafval wordt elk jaar duurder. Daardoor stijgt de afvalstoffenheffing voor iedereen. Vooral in 2024 en 2025 is de stijging fors geweest.
2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
eenpersoonshuishouden € 252,56 € 302,61 19,8% 13.3% € 343,00 1,7% € 349,00 € 358,00 2,6% 6,8% € 382,30 9,4% €418,40
tweepersoonshuishouden € 275,52 €330,12 19,8% € 377,30 14,3% € 383,90 1,7% 2,6% € 393,80 € 420,53 6,8% € 460,24 9,4%
Drie of meer persoonshuishouden
€ 411,60 €418,80 € 429,60 € 458,76 € 502,08
24,7% 1,7% 2,6% 6,8% 9,4%
Vanaf 2026 introduceren we daarom een afvalstoffenheffing met een vast en een variabel deel. Het vaste deel van de heffing gaat voor iedereen omlaag. Maar uw raad heeft ook besloten dat de Krimpense huishoudens vanaf 1 januari 2026 ook gaan betalen voor iedere keer dat zij een zak restafval in de ondergrondse afvalcontainer gooien. Of voor iedere keer dat zij de minicontainer voor restafval laten legen. Inmiddels hebben wij dit besluit uitgewerkt in een concreet voorstel tot aanpassing van de maatstaf en - op basis van een eerste inschatting van de kosten en baten in 2026 - het tarief van de afvalstoffenheffing. De definitieve tarieven voor 2026 nemen wij op in de belastingvoorstellen die wij uw raad zoals gebruikelijk in december aanbieden. Het is belangrijk dat uw raad zich nu al concreet over de nieuwe systematiek en tarieven uitspreekt, zodat wij daarna met de verdere praktische uitwerking en communicatie kunnen starten. En op basis daarvan ook tot een definitief tariefvoorstel voor 2026 kunnen komen.
1 van 5
Argumenten 1.1 Het vaste deel van het tarief blijft de basis voor de (100%) kostendekking Het grootste deel van de kosten binnen de afvalexploitatie, en dan met name alle kosten die verband houden met het inzamelen, is vast. Alleen de kosten en opbrengsten van verwerking variëren met de hoeveelheden afval die wij - per 'fractie’ - inzamelen en verwerken. Daarom blijft het nodig om een relatief hoog vast tarief in rekening te brengen. Het 'basistarief’ dat wij per perceel voor een eenpersoonshuishouden voorstellen, bedraagt € 393,00. Dat is lager dan het huidige tarief van € 418,40.
1.2 Onderscheid in de grootte van het huishouden blijft noodzakelijk Net als in de huidige Verordening stellen wij voor om hogere tarieven voor te stellen voor een tweepersoonshuishouden en voor een huishouden met 3 of meer personen.
Tweepersoonshuishouden Drie- of meerpersoonshuishouden
2025 460,24 502,08
Voorstel 2026 432,30 471,60
Ook voor de vaste kosten geldt immers dat de hoeveelheid ‘geproduceerd’ afval varieert per grootte van het huishouden. Het is daarom eerlijk om daar in de tariefstelling voor het vaste deel rekening mee te blijven houden. 2.1 Variabel tarief om kosten te beheersen en restafval te verminderen Het is een ervaringsfeit van de branchevereniging NVRD dat de hoogte van de variabele heffing in de praktijk niet bepalend is. Vooral het feit datje zichtbaar betaalt voor je restafval, zorgt voor een betere afvalscheiding. Voor de hoogte van de variabele tarieven hebben wij daarom vooral gekeken naar andere gemeenten. Meerdere gemeenten hebben een tarief van € 1,50 per ontgrendeling (voor een zak van 60 liter). Wij verwachten, uitgaande van de gegevens van vergelijkbare gemeenten, dat het aantal ledigingen flink kan dalen door invoering van dit tarief.
Concreet stellen wij het volgende voor: a. per ontgrendeling van een ondergrondse inzamelcontainer voor restafval met de afvalpas € 1,50. b. per lediging van een minicontainer van 140 liter voor restafval € 3,50. c. per lediging van een minicontainer van 240 liter voor restafval € 6,00.
3.1 Rekenvoorbeelden laten zien dat ieder huishouden minder kan betalen Voor elk type huishouden hebben we berekend hoe de aanslag over 2026 zal zijn, als het lukt om hun hoeveelheid restafval te halveren. Daarbij nemen wij als uitgangspunt voor een eenpersoonshuishouden een gemiddelde van 20 zakken van 60 liter per jaar; voor een tweepersoonshuishouden van 30 en voor een drie- of meer persoonshuishouden van 40. Als zij hun gedrag niet aanpassen, gaat ieder huishouden meer betalen. 2025
Eenpersoonshuishouden Tweepersoonshuishouden Drie- of meerpersoonshuishouden
418,40 460,24 502,08
2 van 5
Voorstel 2026 Vast Variabel 393,00 30,00 432,30 45,00 471,60 60,00
Rekenvoorbeeld eenpersoonshuishouden Een eenpersoonshuishouden betaalt in 2025 een vast tarief van € 418,40. Bij 20 klepbewegingen per jaar, zal het huishouden in 2026 de volgende ‘rekening’ krijgen: • vast deel: € 393,00 • variabel deel: 20 x €1,50 = € 30,00 • totaal: € 423,00
Dat zou een verhoging van 1,09% betekenen, terwijl in 2024 sprake was van een verhoging van 6,8% (inclusief 3% inflatiecorrectie). In 2025 was een verhoging van 9,5% nodig om de kostendekking op 100% te kunnen houden. Als een eenpersoonshuishouden het aantal klepbewegingen weet te halveren, bedraagt de ‘rekening’ op basis van dit rekenvoorbeeld € 408,00. Dat is ten opzichte van 2025 een kostendaling van ongeveer 2,5%. Rekenvoorbeeld tweepersoonshuishouden Een tweepersoonshuishouden betaalt in 2025 een vast tarief van € 460,24. Bij 30 klepbewegingen per jaar zal het huishouden in 2026 de volgende 'rekening’ krijgen: • vast deel: € 432,30 • variabel deel: 30 x €1,50 = €45,00 • totaal: € 477,30
Dat zou een verhoging van 3,7% betekenen, terwijl in 2024 sprake was van een verhoging van 6,8% (inclusief 3% inflatiecorrectie). In 2025 was een verhoging van 9,5% nodig om de kostendekking op 100% te kunnen houden. Als een tweepersoonshuishouden het aantal klepbewegingen weet te halveren, bedraagt de ‘rekening’ op basis van dit rekenvoorbeeld € 454,80. Dat is een kostendaling van ongeveer 1,1%. Rekenvoorbeeld drie of meerpersoonshuishouden Een drie of meerpersoonshuishouden betaalt in 2025 een vast tarief van € 502,08. Bij 40 klepbewegingen per jaar zal het huishouden in 2026 de volgende ‘rekening’ krijgen: • vast deel: €471,60 • variabel deel: 40 x €1,50 = € 60,00 • totaal: €531,60
Dat zou een verhoging van 5,9 % betekenen, terwijl in 2024 sprake was van een verhoging van 6,8% (inclusief 3% inflatiecorrectie). In 2025 was een verhoging van 9,5% nodig om de kostendekking op 100% te kunnen houden. Als een drie- of meerpersoonshuishouden het aantal ledigingen weet te halveren, bedraagt de ‘rekening’ op basis van dit rekenvoorbeeld € 501,60. Dat is een kostendaling van 0,1%. 3.2 Kwijtscheldingsbeleid wijzigt niet Bovendien heeft de wijziging van het tarief geen consequenties voor het huidige kwijtscheldingsbeleid. Hierin wordt gesproken over ‘de afvalstoffenheffing’. De wijze van tariefstelling is voor de uitvoering niet relevant. Kanttekeningen 1.1 Vaste deel is relatief hoog We weten nu nog niet wat de resultaten in 2026 zullen zijn. Door de uiteenlopende resultaten van (buur)gemeenten is het lastig in te schatten hoe de kostenverhouding gaat lopen. Vandaar dat niet gekozen is om al direct in te zetten op een heel laag vast tarief en hoge variabele tarieven. Mocht blijken dat er te veel opbrengsten zijn dan kunnen we dit in het daaropvolgende jaar teruggeven via de tarieven of een kortingsregel. Gezien de financiële situatie en onzekerheid in de komende jaren hebben wij de hoogte van het vaste tarief niet teveel verlaagd. Door deze voorzichtige aanpak in het eerste jaar te
3 van 5
kiezen willen wij bruikbare gegevens verzamelen die wij bij de tariefstelling voor het tweede en vervolgens het derdejaar kunnen gebruiken. 1.2 Het wordt lastiger om vooraf op 100% kostendekking te sturen In de Nota Lokale Heffingen 2019 is voorde afvalstoffenheffing een bandbreedte van kostendekking vastgesteld met een percentage tussen de 90% en 100%. De afgelopen jaren hanteren we in de begroting een kostendekking van 100%. De directe kosten behorende bij het taakveld afval worden voor 100% toegerekend aan de heffing. Straatvegen is een activiteit die indirect een bijdrage levert aan de afvalexploitatie, hiervan wordt 25% van de kosten toegerekend. In de voorgestelde tarieven hebben wij aannames moeten doen. Deze zijn op basis van de huidige inzichten zo goed mogelijk ingeschat. Ook voor de daadwerkelijke inzameling en verwerking, zowel voor de hoeveelheden en kwaliteit, als de kosten en opbrengsten van de verschillende afvalstromen en eventueel noodzakelijke aanvullende maatregelen, hebben wij aannames moeten doen. Onder andere op basis van ervaringen van andere gemeenten hebben wij deze zo goed mogelijk ingeschat.
2.1 Niet gekozen voor een bandbreedte in het variabele tarief Voor het bepalen van de variabele tarieven hebben wij ook de optie om te werken met een bandbreedte onderzocht. Het afrekenen per 10 klepbewegingen van de ondergrondse container kan ‘perverse prikkels’ geven, waardoor dumping van afval kan ontstaan om onder de grens te blijven. Tevens is het minder eerlijk dan het betalen per klepbeweging, omdat voor elf klepbewegingen dan hetzelfde tarief zou gelden als voor 19 klepbewegingen. 3.1 Chronische ziekte of medische beperking kan tot onevenredig hoge tariefstelling leiden Daarom willen wij voorzien in een tegemoetkoming bij onvermijdbaar medisch restafval. Hiertoe heeft ons college een concept uitvoeringregeling opgesteld die ons college na vaststelling van de nieuwe tarieven zal vaststellen. Een tegemoetkoming in de variabele kosten van de afvalstoffenheffing wordt verstrekt als een belastingplichtige vanwege een chronische ziekte of medische beperking door invoering van het recycletarief een aanslag afvalstoffenheffing zou ontvangen die hoger is dan gemiddeld.
In deze specifieke situaties stellen wij voor (indien voldaan wordt aan de voorwaarden): • het aantal in rekening te brengen ontgrendelingen van een ondergrondse verzamelcontainer voor restafval te verminderen met maximaal 12 keer per jaar; • in geval van de dijkzone een vermindering van maximaal 5 ledigingen van een minicontainer van 140 liter voor restafval en maximaal 3 keer per jaar in geval van een 240 liter minicontainer.
Als een inwoner een aanvraag indient en deze wordt goedgekeurd, dan wordt er vrijstelling verleent over het belastingjaar waarin de aanvraag is goedgekeurd (naar rato). Er wordt maximaal 1 indicatie per huishouden verwerkt. Participatie Aangezien het in deze fase om een concrete uitwerking van uw eerdere raadsbesluit gaat, achten wij verdere participatie niet nodig. Na de zomer willen wij starten met de verdere communicatie over de implementatie. Start zomer 2025 - brief over aankondiging en inhoud recycletarief naar alle huishoudens. September/oktober - Campagne over GFT+E-afval November/december - Campagne over PMD-afval
4 van 5
-
Tot en met begin 2026 - Informeren over recycletarief (dit zal gelijktijdig met de andere campagnes lopen - overkoepelend).
Financiële gevolgen In de huidige meerjarenbegroting 2025-2028 is al rekening gehouden met een aanvullend budget voor de implementatie en uitvoering van het recycletarief (zie raadsvoorstel 17 oktober 2024). Dit budget is naar verwachting toereikend. De berekening van de tarieven is tevens gebaseerd op de cijfers 2026 uit de begroting 20252028. Indien bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2026-2029 grote verschillen m.b.t. kostendekking zichtbaar zullen zijn, zullen wij later in het jaar een voorstel doen tot een tariefswijziging (tegelijkertijd met de vaststelling van belastingtarieven 2026).
Vervolg Wij hebben een Uitvoeringsplan en een Uitvoeringsregeling vrijstelling afvalstoffenheffing onvermijdbaar medisch afval in voorbereiding. Wij zullen beide vaststellen, nadat u de Verordening heeft vastgesteld. De overeenkomst met Oasen voor het innen van de afvalstoffenheffing wordt per 1-1-2026 opgezegd. En we gaan verder met de implementatie van het recycletarief (inclusief communicatie).
Vervolgens wordt de Afvalstoffenverordening nog aangepast aan de nieuwe situatie en ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd. En tenslotte stelt ons college de nieuwe Uitvoeringsregeling Afvalstoffenverordening vast.
Bijlagen 1. Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026
5 van 5
_H Gemeenteraad | Krimpen aan den IJssel
Raadsbesluit Onderwerp Verordening op de heffing en invordering afvalstoffenheffing 2026
De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel;
Besluit, na het lezen van het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 mei 2025, om: 1.
De Verordening op de heffing en invordering afvalstoffenheffing 2026 vast te stellen en daarin: a. de maatstaf van de heffing voor het ophalen en verwerken van het huishoudelijke afval te wijzigen in een: i. een vast deel per type huishouden ii. een variabel deel voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk restafval b. de tarieven voor het vaste en variabele deel voor 2026 vast te stellen.
Dit besloot de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel in zijn openbare vergadering van 26 juni 2025.