CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel en -besluit Verordening leerlingenvervoer Krimpen aan den IJssel 2025 GETEKEND

Gemeenteraad 20 februari 2025, gemeente Krimpen aan den IJssel1.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Datum collegevergadering: 14 januari 2025 Portefeuillehouder: Hugo van der Wal Behandelend team: Beleid Sociaal Domein Zaaknummer: 1673745 Onderwerp Verordening leerlingenvervoer Krimpen aan den IJssel 2025 Gevraagd raadsbesluit: 1. De verordening leerlingenvervoer Krimpen aan den IJssel 2025 ingaande 1 april 2025 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de huidige verordening leerlingenvervoer Krimpen aan den IJssel 2020 die per 1 juli 2020 is vastgesteld.

Aanleiding De gemeente is verplicht om voorzieningen te treffen voor het vervoer van leerlingen die vanwege afstand, beperkingen of andere belemmeringen niet zelfstandig naar school kunnen reizen. De huidige verordening uit 2020 is verouderd. Er zijn nieuwe inzichten, wetswijzigingen en maatschappelijke ontwikkelingen die vragen om aanpassingen. De voorgestelde Verordening leerlingenvervoer Krimpen aan den IJssel 2025 voorziet hierin door verduidelijkingen, vereenvoudigingen en verbeteringen in de uitvoeringspraktijk te implementeren. Als basis is de Model Verordening leerlingenvervoer VNG overgenomen (nieuw model, 23 april 2024). Argumenten 1.1 De Verordening leerlingenvervoer Krimpen aan den IJssel 2025 sluit aan op de nieuwe wettelijke regeling, de modelverordening van de VNG en de visie van de gemeente. Op 1 augustus 2022 trad de Wet voortgezet onderwijs 2020 in werking. Deze wet vervangt de Wet op het voortgezet onderwijs, die mede de grondslag vormt voor de Modelverordening bekostiging leerlingenvervoer 2024. Met deze wetswijziging zijn geen beleidsinhoudelijke wijzigingen voor het leerlingenvervoer tot stand gebracht, maar de wetswijziging maakt wel een aanpassing in de grondslag van de gemeentelijke verordening noodzakelijk, waarin het nieuwe model voorziet.

De verordening sluit aan bij de gemeentelijke visie op zelfredzaamheid van de inwoner en ondersteunt tevens de doelstelling om inclusiviteit en toegankelijkheid te bevorderen door passend vervoer beschikbaar te stellen.

7.2 Op een aantal onderdelen is het wenselijk om af te wijken van de modelverordening, c.q. eigen keuzes te maken. a. Definities (Artikel 1)

De verordening introduceert ten opzichte van de modelverordening nauwkeurigere definities, zoals “leerling met een beperking” en “aangepast vervoer”, om verwarring te voorkomen en consistentie te waarborgen. b. Doelstelling (Artikel 2) Het primaire doel blijft het bevorderen van passend vervoer, met aandacht voor individuele behoeften, bevordering van zelfredzaamheid en de goedkoopste passende oplossing. De

modelverordening bevat geen doelstelling.

1 van 4

c. Inzet deskundige (Artikel 5) Het college krijgt expliciete bevoegdheid om deskundigen in te schakelen voor complexere beoordelingen. Dit wijkt niet af van de modelverordening maar is wel nieuw ten opzichte van

de huidige verordening. d. Stageadres (Artikel 17) Er zijn nieuwe regels voor vervoer naar stageplaatsen om onderwijscontinuïteit en kansengelijkheid te waarborgen. In afwijking van de modelverordening is een kan-bepaling

opgenomen om maatwerk te kunnen bieden. e. Vervoerstraining (Artikel 18) De nadruk ligt op vervoerstraining om zelfstandigheid te bevorderen, vergroten van sociale participatie en voorbereiding op de toekomst. Dit is nieuw ten opzichte van de huidige verordening. f. Leeftijdscriterium (Artikel 21)

De leeftijdsgrens van 12 jaar is gebaseerd op ontwikkelingspsychologische en praktische overwegingen. Kinderen onder de 12 jaar zijn doorgaans minder verkeersvaardig en kwetsbaarder in het verkeer. Bovendien markeert 12 jaar vaak de overgang naar het voortgezet onderwijs, waar zelfstandigheid in reizen wordt verwacht. Deze grens biedt een duidelijke, uniforme richtlijn en sluit aan bij de behoeften van zowel ouders als leerlingen. De modelverordening hanteert de leeftijd van 9 jaar. g. Door ouders georganiseerd vervoer (Artikel 22)

De versoepeling van deze regeling biedt ouders meer flexibiliteit en stimuleert samenwerking door hen de mogelijkheid te geven zelf vervoer te organiseren, eventueel in samenwerking met andere ouders. Dit kan de afhankelijkheid van duur taxivervoer verminderen, waardoor kostenbesparingen voor de gemeente kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast voorkomt de regeling dubbele vergoedingen en maakt zij maatwerk mogelijk door kostendekkende tarieven toe te staan bij gezamenlijke initiatieven. Dit is een nieuwe bepaling en wijkt af van de modelverordening. h. Financiële bijdragen (Artikelen 25 en 26) Inkomensafhankelijke en draagkrachtafhankelijke bijdragen zijn geactualiseerd en worden jaarlijks aangepast gekoppeld aan een herleidbare index. De modelverordening hanteert

geen index. ƒ. Nadere regels In de verordening wordt, net als in de huidige verordening, ruimte gelaten voor het opstellen van nadere regels. De nadere regels zijn nodig om snel in te kunnen springen op veranderende omstandigheden, bijvoorbeeld door vaststelling van een routeplanner. Een secundair doel is het geven van een meer gedetailleerde invulling van de regels voor de uitvoeringsorganisatie. Kanttekeningen 1.1 Risico op fraude Het gebruik van aangepaste vervoersvoorzieningen vraagt om zorgvuldige controle om misbruik te voorkomen. De verordening biedt voldoende instrumenten voor handhaving en terugvordering.

Participatie Het college heeft op 26 november 2024 advies gevraagd aan de cliëntenraad leerlingenvervoer over de conceptverordening. Tijdens een fysiek overleg op 2 december 2024 zijn de vragen en opmerkingen van de cliëntenraad besproken en is toelichting

2 van 4

gegeven op de nieuwe verordening leerlingenvervoer Krimpen aan den IJssel 2025. Dit heeft verder niet geleid tot significante wijzigingen in de definitieve verordening. Er is geen schriftelijk advies ingediend door de cliëntenraad leerlingenvervoer.

Financiële gevolgen In de nieuwe verordening zijn er beperkte financiële wijzigingen. De enige wijziging heeft betrekking op de kilometervergoeding voor het eigen vervoer, als ouders hun kind zelf naar school brengen.

In de huidige verordening wordt een kilometervergoeding van 0,37 cent per kilometer berekend op basis van een retourrit. Dit betekent dat de vergoeding de volledige afstand van heen- en terugreis dekt als één enkele rit. De nieuwe verordening hanteert echter een tarief van 0,23 cent per kilometer per enkele rit, waarbij uitgegaan wordt van vier ritten per dag: twee keer heen en twee keer terug.

Hoewel het tarief per kilometer in de nieuwe verordening lager lijkt, leidt de wijziging naar een berekening op basis van vier ritten tot een hogere totale vergoeding. Waar in de huidige situatie één retourrit voor bijvoorbeeld 10 kilometer resulteert in een vergoeding van € 7,40 (10 kilometer heen en terug maal 0,37 cent), leidt de nieuwe regeling voor dezelfde afstand tot een vergoeding van € 9,20 (viermaal 10 kilometer maal 0,23 cent). Het financiële gevolg voor de gemeente is dat de kosten per leerling kunnen stijgen, omdat de vergoeding meer ritten omvat. Dit betekent dat de nieuwe verordening bij gelijkblijvende omstandigheden zal resulteren in een hogere totale uitgave voor leerlingenvervoer. Het aantal aanvragen zal gedurende het jaar worden gemonitord. Waarbij indien nodig dit zal worden verwerkt in de begroting.

De regeling is aantrekkelijker gemaakt, wat mogelijk leidt tot een verminderd gebruik van relatief duur taxivervoer. Dit kan ouders stimuleren om zelf hun kinderen naar school te brengen. Door een lagere vergoeding per kilometer te bieden, gecombineerd met de mogelijkheid om meerdere ritten te declareren, wordt de regeling flexibeler en interessanter voor ouders die bereid zijn een actieve rol te spelen in het leerlingenvervoer. Dit kan bijdragen aan een betere samenwerking tussen ouders en de gemeente bij het organiseren van het vervoer en vermindert mogelijk de druk op het gemeentelijk vervoerssysteem. Bovendien maakt de aanpassing van de kilometervergoeding (0,23 cent per kilometer voor een enkele rit) de regeling marktconform en transparant. Hieronder is de berekening in een tabel weergegeven:

2020

Gemiddelde afstand naar school 10 km

2025

10 km

Verordening

Kilometervergoeding

Totaalbedrag per dag

0,37 cent (per retour rit) 0,23 cent (per enkele rit)

€7,40 €9,20

Gebaseerd op 2024 werd 17 keer een kilometervergoeding toegekend. Uit de gegevens is gebleken dat dit aantal de afgelopen jaren redelijk constant is gebleven. Op basis hiervan is de volgende inschatting van de kosten gemaakt voor de kilometervergoeding van eigenvervoer.

3 van 4

Verordening 2020 2025

Totaal bedrag per jaar uitgaande van ongeveer 220 schooldagen en 17 toekenningen eigenvervoer €27.676 (€ 7,40 x 220 x 17) €34.408 (€9,20x220x 17)

Vervolg Bekendmaking van de nieuwe verordening zal plaatsvinden op onze gemeentelijke website en via www.overheid.nl. Ook worden ouders, scholen en andere stakeholders via gemeentelijke kanalen geïnformeerd. De implementatie start per 1 april 2025. Aanvragen voor het schooljaar 2025-2026 worden beoordeeld onder de nieuwe verordening. Bijlagen Bijlage 1. Verordening leerlingenvervoer Krimpen aan den IJssel 2025 Bijlage 2. Toelichting Verordening leerlingenvervoer Krimpen aan den IJssel 2025

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel,

De burgemeester,

4 van 4

Gemeenteraad Krimpen aan den IJssel

Raadsbesluit Onderwerp Verordening leerlingenvervoer Krimpen aan den IJssel 2025

De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel;

Besluit, na het lezen van het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 januari 2025, om: De verordening leerlingenvervoer Krimpen aan den IJssel 2025 ingaande 1 april 2025 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de huidige verordening leerlingenvervoer Krimpen aan den IJssel 2020 die per 1 juli 2020 is vastgesteld, waarbij de artikelen 19 en 23 als volgt komen te luiden: Artikel 19. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie bij verblijf in pleeggezin of internaat 1. Met inachtneming van de artikelen 9 en 10 kent het college op aanvraag een vervoersvergoeding voor het weekeinde en de schoolvakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. 2. Het college kent aan de ouders een vervoersvergoeding toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de eenmaal per weekeinde gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekenden niet vallen binnen de in het eerste lid genoemde schoolvakanties. 3. Het college kent aan de ouders een vervoersvergoeding toe voor het vervoer van de leerling tijdens de schoolvakanties.

De voorziening betreft de reis van het internaat of het adres van het pleeggezin naar de ouders eenmaal aan het begin van de vakantie en eenmaal aan het einde van de vakantie. 4. Voor de toekenning is een vergoeding van de kosten van openbaar vervoer het uitgangspunt. 5. Het college vergoedt ook de kosten van het openbaar vervoer voor een begeleider, als de leerling wegens zijn structurele beperking of leeftijd niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken. 6. Het college kan toestaan dat de ouders de leerling zelf vervoeren of laten vervoeren. De vergoeding is dan afhankelijk van de vervoersvoorziening waarop de ouders aanspraak zouden maken.

Artikel 23. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, als: a. aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in artikel 20 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer met minstens 50% van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in de artikel 20 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in artikel 20 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling

_M Gemeenteraad | Krimpen aan den IJssel

d.

door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of de leerling met een beperking, naar het oordeel van het college, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken.

Dit besloot de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel in zijn openbare vergadering van 20 februari 2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15215447/1