CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel en besluit Bijdrage voorbereidingskrediet Algeracorridor GETEKEND

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente Krimpen Ad Ijssel4.763 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Datum collegevergadering: Portefeuillehouder: Behandelend team: Zaaknummer:

27 augustus 2024 Wethouder Tempel Duurzaam Wonen en Werken 1549684

Onderwerp Bijdrage voorbereidingskrediet Algeracorridor.

Gevraagd raadsbesluit: 1. In te stemmen met het starten van de planuitwerking van de Algeracorridor. 2. Voor de planuitwerking een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen van € 341.040,als bijdrage aan het totale voorbereidingskrediet van € 2.900.000,-. 3. Dit bedrag te dekken door een incidentele onttrekking uit de reserve Eneco Algeracorridor (€ 8.000.000,-) en daarvoor in te stemmen met de volgende begrotingswijzigingen: 3.1. € 58.800,- incidenteel op te nemen in de eerstvolgende begrotingswijziging van 2024. 3.2. € 176.400,- incidenteel op te nemen voor 2025 in de meerjarenbegroting 2025-2028. 3.3. € 105.840,- incidenteel op te nemen voor 2026 in de meerjarenbegroting 2025-2028. Aanleiding Het voorkeursalternatief voor de Algeracorridor is gereed voor verdere planuitwerking in de volgende fase.1 Deze planuitwerkingsfase betekent concreet dat we de maatregelen uit het voorkeursalternatief uitwerken tot een voorlopig ontwerp en definitief ontwerp. Daarna volgt een projectbesluit om de uitvoeringsfase te starten. In de planuitwerking vinden ook onder meer effectonderzoeken plaats. En zal het projectteam waar nodig een wijziging van het omgevingsplan voorstellen en ter zienswijze voorleggen.

Achtergrond Met provincie Zuid-Holland, Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de gemeenten Capelle aan den IJssel, Krimpenerwaard en Rotterdam werken we samen aan project Algeracorridor. Op de Algeracorridor werken we toe naar een toekomstbestendige oplossing om de doorstroming en bereikbaarheid te verbeteren. De Algeracorridor was als werkspoor onderdeel van het project MIRT Oeververbindingen regio Rotterdam.2 De MIRT-verkenning (2018-2022) resulteerde in de vaststelling van het voorkeursalternatief in het Bestuurlijk Overleg MIRT eind 2022.3

In de aanloop van die besluitvorming besloot u tijdens de raadsvergadering van 20 oktober 2022 om aandachtspunten aan het college kenbaar te maken door middel van drie

1 Het studiegebied voor de Algeracorridor is: C.G. Roosweg vanaf rotonde Carpe Diem - Algeraweg Capelseplein - Abram van Rijckevorselweg - tot het Kralingseplein. 2 Rijksprogramma ‘Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport’ om de bereikbaarheid, veiligheid en ruimtelijke inrichting van Nederland te verbeteren. Met de bestuursovereenkomst ging het project verder als regionaal project en dus niet als MIRT-project. Dit komt doordat het Rijk geen financierende partij is. En de huidige capaciteit van de Algerabrug beter wordt benut in plaats van uitgebreid. Waardoor Rijkswaterstaat geen direct betrokken partij meer is. 3 Zie voor de uitkomsten van het BO MIRT 2022: RIB - Uitkomsten BO MIRT 10 november 2022 (24 november 2022)

1 van 10

amendementen. Dit waren aandachtspunten voor de verdere uitwerking van het voorkeursalternatief.4 De gemeenteraad van Capelle aan den IJssel maakte ook aandachtspunten kenbaar door middel van een motie.5

In 2023 legden we het voorkeursalternatief vast in een bestuursovereenkomst tussen de financierende partijen als formeel vervolg op de vaststelling.6 De partijen kwamen in de bestuursovereenkomst ook overeen om de aandachtspunten van de gemeenteraden te laten onderzoeken door een kwartiermaker in de voorbereidende fase van de planuitwerking. Daarmee kregen de aandachtspunten van de gemeenten een plek in het vervolgproces. In de periode 2023-2024 werkte de kwartiermaker de scope verder uit voor de start van de planuitwerking (bijlage 1). Dit was nodig om te doen voor de start om de uitgangspunten te bepalen voor de technische uitwerking tot een ontwerp. Een aantal aandachtspunten van de gemeenten kon namelijk leiden tot een (grote) scopewijziging. De kwartiermaker schreef daarnaast een plan van aanpak voor de planuitwerking (bijlage 2). In de volgende paragrafen lichten we toe wat de (voorlopige) conclusies zijn per aandachtspunt. En welke invloed dit heeft op de scope en effecten van het voorkeursalternatief. Uit het raadsbesluit van oktober 2022 halen wij 7 aandachtspunten: 1. Inrichting kruising Algeraweg - Ketensedijk (argument 1.3) 2. Invulling extra rijkstrook op de Algeraweg (argument 1.4) 3. Snelheid op de Abram van Rijckevorselweg (argument 1.5) 4. Leefkwaliteit rondom de Algeraweg (argument 1.6) 5.

Effect voorkeursalternatief op Grote Kruising, kruising Nieuwe Tiendweg Boerhaavelaan - Van Ostadelaan inclusief het weefvak (1.7) 6. Sluipverkeer N210 via Lansingh-Zuid en Krimpenerbosweg (argument 1.8) 7. Haalbaarheid langzaam verkeerverbinding (kanttekening 1.1)

Argumenten 1.1 De scope van het voorkeursalternatief is voldoende uitgewerkt voor de volgende fase. De kwartiermaker werkte de aandachtspunten verder uit met de vraag wat zij betekenden voor de scope van het project. De kwartiermaker had daardoor de opdracht om potentiële grote scopewijzigingen op tijd in beeld te brengen. Dit om het voorkeursalternatief te vormen tot een duidelijk afgebakende scope als basis voor de uitwerking naar een definitief ontwerp. Ook was de opdracht om een plan van aanpak te schrijven. De kwartiermaker rondde zijn opdracht af en dit leidde tot een scopebeschrijving en plan van aanpak. De scope staat beschreven in bijlage 1 ‘Scopedocument Algeracorridor’. Het plan van aanpak ontvangt u als bijlage 2. De bestuurlijke partijen zijn het eens dat deze scopebeschrijving voldoende basis biedt voor de technische uitwerking tot een ontwerp, omdat de grote openstaande punten zijn afgeconcludeerd of afgebakend. In de volgende paragrafen gaan we verder in op een aantal specifieke punten.

4 Zie hiervoor het raadsvoorstel ‘Voorkeursscenario Algeracorridor MIRT-verkenning’ Raadsvergadering (20 oktober 2022) en Raadsbesluit voorkeursalternatief MIRT - na verwerking 3 amendementen (20 oktober 2022) 5 Zie hiervoor Motie gemeente Capelle aan den IJssel voorkeursalternatief MIRT (1 november 2022) 6 Zie hiervoor RIB - Bestuursovereenkomst Algeracorridor (inclusief langzaam verkeerverbinding) en vervolg (22 november 2023)

2 van 10

1.2 De reistijdwinst van het voorkeuralternatief blijft groot. De doelstelling van het project is om de doorstroming op de Algeracorridor te verbeteren met als referentiesituatie 2040. Een belangrijke indicator hiervoor is de reistijd op de Algeracorridor: hoe snel je reis met een gemotoriseerd voertuig van a naar b? De onderstaande tabel weergeeft de verwachte reistijden van het voorkeursalternatief in verhouding tot de referentie situatie van 2016. We berekenden de reistijden aan de hand van het regionale MRDH-verkeersmodel. Reistijd in minuten Traject Ochtendspits: Grote Kruising - Kralingseplein Avondspits: Kralingseplein Grote Kruising

Referentie (2016)

VKA 2022 (2040)

VKA 2024 _______ (2040)_______

In de ochtendspits bereiken we de reistijdwinst met name door de ombouw van het Capelseplein naar een gedeeltelijke ongelijkvloerse kruising (tunnel voorde richting Krimpen - Rotterdam) en de uitbreiding van de Algeraweg richting Capelseplein. In de avondspits bereiken we de reistijdwinst eveneens door de ombouw van het Capelseplein, maar ook door de aanleg van een directe aansluiting van de Algeraweg op de wisselstrook door middel van de ‘krakeling’.

De kleine afname van het voorkeursalternatief in 2024 ten opzichte van 2022 komt door de snelheidsverlaging op de Abram van Rijckevorselweg. Dit lichten we verder toe onder subparagraaf 1.5. In de planuitwerking berekenen we de reistijden opnieuw met verdere detaillering op basis van de scope. 1.3 Beslissing over aansluiting Algeraweg op Ketensedijk, doormiddel van een afrit volgt in de planuitwerking. Het eerste aandachtspunt is de kruising Ketensedijk-Algeraweg. Uit de onderzoeken van de MIRT-verkenning bleek dat een volledige ontkoppeling van de Algeraweg met de Ketensedijk en Nijverheidsstraat het beste is voor de doorstroming. Dit komt doordat de volledige ontkoppeling twee grote voordelen voor de doorstroming mogelijk maakt. Ten eerste doordat het verkeer geen last heeft van in- en uitvoegend verkeer. Waardoor er een vrije doorstroom ontstaat en de kruising dus geen stoplichten meer nodig heeft. De complexiteit van de kruising lossen we daarmee op. Ten tweede dat hierdoor een directe aansluiting van de Algeraweg op de wisselstrook mogelijk is door middel van de ‘krakeling’. De ‘krakeling’ wordt een nieuw stuk weg die het mogelijk maakt om vanaf de Algeraweg richting Krimpen ‘vrij’ af te slaan met een ongelijkvloerse beweging naar de wisselstrook in de avondspits.

De ‘krakeling’ loopt daardoor vanaf de Algeraweg onder het viaduct van de Algerabrug om met een vrije vloeiende beweging op de wisselstrook uit te komen. Deze verkeersbeweging loopt in de vorm van een krakeling (zie pagina 10 van bijlage 1 voor een schetsontwerp). De ‘krakeling’ zorgt voor een betere benutting van de wisselstrook in de avondspits. Dit sluit aan op de kern van het voorkeursalternatief om bestaande infrastructuur beter te benutten. Dit gaat met name over de wisselstrook, omdat in de huidige situatie sprake is van een overbelasting op de hoofdrijbaan en onderbenutting van de wisselstrook. Deze overbelasting zorgt voor filevorming in de avondspits. Hoofdoorzaak hiervan is dat de wisselstrook niet

3 van 10

goed bereikbaar is, zoals een van de conclusies uit de MIRT-verkenning was. Dat lossen we met de ‘krakeling’ dus op.

U vroeg ons in een van uw amendementen om te onderzoeken of het mogelijk is om toch een op- en/of afrit tussen de Ketensedijk en de wisselstrook te behouden. Dit vanwege het belang dat deze op- en afritten hebben voor de bereikbaarheid van Capelle aan den IJssel voor onze inwoners. De wens van de gemeenteraad van Capelle is juist om geen op- en afrit te behouden. De opties zijn onderzocht door de kwartiermaker. De keuze over de afrit vraagt om meer informatie om een zorgvuldig besluit te nemen. Het betreft hier met name de vragen over de doorrijdgarantie naar de oostkant van het Capelseplein en de technische uitwerking van een mogelijke (vrije) afrit naar de Ketensedijk. Deze beide onderwerpen vragen om meer onderzoek naar de effecten in de planuitwerking. Daarna is het pas mogelijk om een zorgvuldig besluit te nemen. De uiteindelijke keuze zal een belangenafweging zijn tussen doorstroming, bereikbaarheid, sluipverkeer en leefbaarheid.

De optie om een oprit te behouden valt af. Een oprit heeft een verstorend effect op de werking van de wisselstrook in de avondspits. Het verlies aan reistijd is naar schatting minimaal een minuut. Dit komt doordat het effect van de aanleg van de ‘krakeling’ wordt verstoord, omdat er door de oprit nog steeds interactie is tussen de verschillende verkeersstromen. Bovendien wordt met een oprit de huidige situatie min of meer in stand gehouden, waardoor een vrije verkeersstroom niet mogelijk is. Het behouden van een oprit ondermijnt daarmee de mate van effect en investering (van de essentie) van het voorkeursalternatief om de wisselstrook beter te benutten. Voor meer informatie over deze casus verwijzen we naar pagina 11-12 en 39-55 van het scopedocument (bijlage 1) en pagina 7-11 van het plan van aanpak (bijlage 2). 1.4 Extra rijstrook door benutting bestaande busbaan. Het tweede aandachtspunt is de invulling van de extra rijstrook op de Algeraweg. Een belangrijke uitkomst van de MIRT-verkenning was dat de Algeraweg richting het Capelseplein een extra rijstrook nodig heeft voor de ochtendspits. Dit komt doordat de samenvoeging van de hoofdrijbaan en wisselstrook een van de hoofdoorzaken is van ochtendspits. Met een extra rijstrook is deze samenvoeging niet meer nodig. De extra rijstrook is maakbaar op twee wijzen. Enerzijds door extra asfalt aan te leggen.

Anderzijds door de huidige busbaan te gebruiken. En de bus zodoende met het overige verkeer mee te laten rijden.

De keuze is gevallen op het gebruiken van de busbaan. Dit heeft meerdere redenen. We noemen de twee belangrijkste. Ten eerste bleek het vrij kostbaar om het viaduct over de Schönberglaan te verbreden. De aanvullende en niet-begrote kosten hiervoor zijn € 5 miljoen. Ten tweede zorgt het gebruik van de busbaan ervoor dat de bestaande infrastructuur efficiënter wordt gebruikt. Ook biedt de dit kans om in de tunnel van het Capelseplein twee rijstroken op een effectieve wijze beschikbaar te maken voor autoverkeer. De reistijd van de bus neemt slechts af met 16 seconden ten opzichte van de busreistijden van het voorkeursalternatief. En de betrouwbaarheid neemt nog steeds licht toe door de ombouw van het Capelseplein. Voor meer informatie over deze casus verwijzen we naar pagina 9 en 27-38 van het scopedocument (bijlage 1) en pagina 11 van het plan van aanpak (bijlage 2).

4 van 10

1.5 Snelheidsverlaging op de Abram van Rijckevorselweg: van 70 km per uur 50 km per uur. Het derde aandachtspunt is de snelheidsverlaging op de Abram van Rijckevorselweg (AvR). De keuze voor een snelheidsverlaging op de AvR is eigenlijk een samenkomst van twee verschillende uitgangspunten. Ten eerste krijgt de ongelijkvloerse kruising op Capelseplein een tunnel die ruimtelijk inpasbaar is met een boogstraal die ‘slechts’ een snelheid toelaat van 50 km per uur. Ten tweede is in een ander project, Transformatie Rivium, voor het trajectdeel Kralingseplein - IJsselmondselaan als uitgangspunt opgenomen om ook daar 50 km per uur te hanteren. Dit als milieueis om de woningbouw in Rivium mogelijk te maken. Dat maakt het qua wegconsistentie logisch om voor het tussenliggende trajectdeel tussen IJsselmondselaan en de tunnel van Capelseplein ook 50 km per uur te hanteren. Bovendien zijn de andere aansluitende wegen op het Capelseplein ook al 50 km per uur. De invloed op de reistijd is beperkt tot 19 seconden in de ochtendspits en 23 seconden in de avondspits. Voor de wegaanpassing reserveren we in het projectbudget een aanvullend bedrag van € 1 miljoen voor het trajectdeel Capelseplein - Van Beethovenlaan. De kosten voor de andere trajectdelen vallen buiten dit project.

Voor meer informatie over deze casus verwijzen we naar pagina 6 en 19-29 van het scopedocument (bijlage 1) en pagina 11 van het plan van aanpak (bijlage 2).

1.6 Mogelijk wettelijk verplichte maatregelen nodig voor milieueffecten. Het vierde aandachtspunt gaat over de leefkwaliteit rondom de Algeraweg. Uit de onderzoeken blijkt dat mogelijk op een paar specifieke punten overschrijding van de geluidsnormen plaatsvindt. Dit komt enerzijds door de aanleg van de directe aansluiting op de wisselstrook (‘krakeling’). Waardoor de rijbaan wat verder opschuift naar de woonwijk. Anderzijds door de ontkoppeling met de Ketensedijk en Nijverheidsstraat. Waardoor het verkeer zich concentreert op de Algeraweg. Als er daadwerkelijk overschrijding van de wettelijke geluidsnormen plaatsvindt en er sprake is van een reconstructie, dan is het project verplicht om mitigerende maatregelen te treffen. In de planuitwerking moet blijken of hier daadwerkelijk sprake van is. Wel nemen we hiervoor een reservering op in het projectbudget van € 1,5 miljoen. Aangezien er een reële kans aanwezig is dat maatregelen nodig zijn en daarmee dus wettelijk verplicht. Voor meer informatie over deze casus verwijzen we naar pagina 52-53 van het scopedocument (bijlage 1) en pagina 8 en 15 van het plan van aanpak (bijlage 2).

1.7 Onderzoeksvragen over effect voorkeursalternatief op verkeer in Krimpen opgenomen in planuitwerking. Het vijfde aandachtspunt gaat over uw tweede amendement over het effect van het voorkeursalternatief op het verkeer in Krimpen. Specifiek de Grote Kruising, de kruising Nieuwe Tiendweg - Boerhaavelaan - Van Ostadelaan en in het bijzonder het weefvak. Het betreft hier typische onderzoeksvragen voor de planuitwerking, omdat het gaat over nadere uitwerkingseffecten van het voorkeursalternatief. De onderzoeksvragen zijn daarom expliciet opgenomen in het plan van aanpak en het scopedocument. Zie voor meer informatie pagina 13-14 van het scopedocument (bijlage 1) en pagina 11 van het plan van aanpak (bijlage 2). Eerder kwam uit de MIRT-verkenning dat mogelijk de regeling van de verkeerslichten van de Grote Kruising aangepast moet worden. Vanwege de veranderende verkeersstromen in de avondspits door de betere benutting van de wisselstrook. Uit de planuitwerking moet blijken wat daadwerkelijk nodig is met specifiek aandacht voor uw onderzoeksvragen.

5 van 10

1.8 Ook onderzoeksvraag over sluipverkeer door Lansingh-Zuid opgenomen in planuitwerking. Het zesde aandachtspunt en uw derde amendement ging over het percentage autoverkeer dat ‘sluipt’ door Lansingh-Zuid via de Krimpenerbosweg. Ook hier betreft het een typische onderzoeksvraag voor de planuitwerking, omdat het gaat over een nader uitwerkingseffect van het voorkeursalternatief. Deze onderzoeksvraag is daarom expliciet opgenomen in het plan van aanpak en het scopedocument. Zie voor meer informatie pagina 13-14 van het scopedocument (bijlage 1) en pagina 11 van het plan van aanpak (bijlage 2). 1.9 De scope is uitgebreid met een paar aanvullingen. Eerder schreven wij dat we als project voor de snelheidsverlaging op de AvR en mogelijke geluidsmaatregelen aanvullende reservering doen. Daarnaast nemen we 4 andere wegsituaties op in de scope. Dat zijn de volgende: 1) Optimalisatie kruising AvR - Slotlaan (Capelle) 2) Optimalisatie kruising AvR - Rivierweg (Capelle) 3) Optimalisatie kruising Nieuwe Tiendweg - Boerhaavelaan - Van Ostadelaan 4) Optische maatregelen wisselstrook Dit zijn allemaal maatregelen die leiden tot een effectiever voorkeursalternatief, omdat we ook maatregelen treffen voor kruispunten die buiten de corridor liggen. Voor meer inhoudelijke informatie verwijzen wij naar pagina 15-18 van het scopedocument (bijlage 1).

Voor deze toevoegingen is een reservering gemaakt van € 0.8 miljoen. De derde toevoeging sluit aan bij argument 1.7. Mochten voor deze verkeerssituatie maatregelen nodig zijn, dan kunnen we deze reservering daarvoor inzetten.

2.1 Onze bijdrage is procentueel hetzelfde als onze bijdrage aan het totale projectbudget. De gevraagde bijdrage van onze gemeente komt overeen met onze procentuele bijdrage aan het totale projectbudget. Dit is afgerond een percentage van 12%. De volledige financiële verdeling staat beschreven in de paragraaf ‘Financiële gevolgen’. Over deze verdeling zijn tussen de bestuurlijke partijen in 2019 afspraken gemaakt volgend op afspraken uit 2012.7 De gemeenteraad besloot over de dekking van de gemeentelijke bijdrage in 2021 met de kadernota 2022.8 De procentuele verdeling is ongewijzigd en dus in overeenstemming met de eerdere afspraken en besluitvorming. De verdere financiële gevolgen lichten wij nader toe in de paragraaf ‘Financiële gevolgen’. 3.1 De dekking van het voorgestelde bedrag is in lijn met de dekking van de gemeentelijke bijdrage. De bijdrage van onze gemeente voor de Algeracorridor is € 8 miljoen van de totale projectreservering van € 68 miljoen. Onze bijdrage dekken we uit de reserve Eneco Algeracorridor. Deze bijdrage bestaat uit een voorbereidingskrediet en uitvoeringskrediet. Het bedrag uit dit voorstel (€ 341.040,-) zetten we in voor het voorbereidingskrediet. Dit onder de voorwaarde dat alle bestuurlijke partijen hun bijdrage beschikbaar stellen. Een voorstel voor het uitvoeringskrediet volgt op het einde van de planuitwerking (eind 2026).

De verdere financiële gevolgen lichten wij nader toe in de paragraaf ‘Financiële gevolgen’.

7 Zie hiervoor RIB - MIRT verkenning Oeververbinding Rotterdam (22 november 2019) 8 Zie hiervoor Raadsvoorstel kadernota 2022 (8 juli 2021)

6 van 10

Kanttekeningen 1.1 De nieuwe voetgangers- en fietsverbinding is helaas geen onderdeel van het voorkeursalternatief. Een aandachtspunt dat we nog niet hebben toegelicht is de langzaam verkeerverbinding. Voor deze verbinding vond onderzoek plaats naar de haalbaarheid en wenselijkheid. Het betrof een extra voetgangers- en fietsverbinding tussen de centra van Capelle en Krimpen. Een uitkomst van de MIRT-verkenning was dat een nieuwe verbinding potentie had, maar dat vervolgonderzoek nodig was naar de haalbaarheid.

Het haalbaarheidsonderzoek was opgeknipt in twee fases. De eerste fase was met name gericht op het onderzoeken van de technische haalbaarheid, vervoerwaarde en financiële gevolgen. De tweede fase zou meer gaan over de wenselijkheid. Dat betrof onder meer wenselijkheid vanuit breder maatschappelijk oogpunt en uit het oogpunt van direct omwonenden of andere direct belanghebbenden. Het achterliggende idee was om eerst meer zicht te hebben op de technische haalbaarheid (kan het überhaupt?) voordat we zinvolle gesprekken konden voeren over de verdere wenselijkheid. Uit de eerste fase bleek dat een nieuwe brug haalbaar is op 1 locatie en een vervoerwaarde kent van 4.900 fietsers. Het onderzoeksbureau RHDHV onderzocht verschillende locaties tussen Krimpen en Capelle. In nauwe samenspraak met Rijkswaterstaat heeft RHDHV de nautische eisen (bijv, hoogtes en breedtes van een brug) toegepast. De uitkomst daarvan is dat het technisch mogelijk is om een brug te bouwen die voldoet aan de nautische eisen ter hoogte van de gemeentewerf in Capelle, die in Krimpen landt aan de IJsseldijk ter hoogte van het Trimbaanpark. Aanlanding in Krimpen zal dan gebeuren door middel van een “fietswokkel”. Andere locaties vallen af doordat bruggen niet inpasbaar zijn en/of leiden tot een afbreuk van de gewenste functionaliteit.

De samenstelling van de 4.900 fietsers is: 3.400 nieuwe fietsers en 1.500 fietsers van het fietspad van de Algerabrug. Een extra fietsbrug is dus technisch haalbaar, in nauwe samenspraak met Rijkswaterstaat, en de vervoerpotentie is met 4.900 fietsers groot. Voor de volledigheid verwijzen u naar het onderzoeksrapport in bijlage 3.

Tussen de bestuurders van de partijen is echter besloten tijdens een bestuurlijk overleg in juni 2024 om de tweede onderzoekfase niet op te starten. Dit is ook de reden waarom er geen participatie plaatsvond: dat was dus bestemd voor de tweede fase. Dit besluit is genomen omdat er geen consensus was over de financiële haalbaarheid. Het was onzeker of de reservering € 32 miljoen voldoende zou zijn om de brug te maken. De consensus was uiteraard wel nodig om het onderzoek verder voort te kunnen zetten. Dat betekent helaas dat een nieuwe fietsbrug geen onderdeel wordt van het voorkeursalternatief. Het niet doorgaan van de fietsverbinding bood echter wel financiële ruimte om het voorkeursalternatief uit te breiden. Dat is gedaan met de maatregelen die we beschreven bij argument 1.9. Daarnaast wordt op korte termijn bekeken of twee aanvullende fietsmaateregelen langs de Algeracorridor mogelijk zijn. Dit betreft een verbreding van de bestaande fietstunnel onder de Algeraweg. En een fietsbrug langs de Algeraweg over de Schönberglaan in Capelle. Zie voor meer informatie pagina 15-18 van het scopedocument (bijlage 1). 1.2 Nog niet alle onderzoeksvragen uit de voorbereiding zijn beantwoord. Het plan van aanpak kent nog diverse openstaande onderzoeksvragen voor de planuitwerking (zie hiervoor pagina 11 van bijlage 2). Idealiter start een planuitwerking met

7 van 10

zo min mogelijk openstaande vragen. De type en hoeveelheid vragen uit het plan van aanpak zijn acceptabel om de planuitwerking te starten. Er zijn namelijk geen grote scopevraagstukken meer. Zo zijn de uitgangspunten voor de ombouw van het Capelseplein, invulling Algeraweg en aanleg ‘krakeling’ duidelijk. En is er een besluit over de voetgangersen fietsverbinding. De andere openstaande punten zijn oplosbaar in de planuitwerking. Participatie Participatie vond uitgebreid plaats tijdens de MIRT-verkenning. Participatie was ook onderdeel van de voorbereiding op de planuitwerking. Zo was er in januari 2024 een inwonersavond die we gezamenlijk organiseerden met alle partijen. Ook zijn er gesprekken gevoerd met ondernemers, hulpdiensten, ov-partijen en omwonenden. Tijdens deze momenten stonden met name de aandachtspunten centraal over de busbaan, Ketensedijk en snelheidsverlaging AvR. Zo bespraken we met de ov-partijen de oplossingen voor het gebruik van de busbaan. Een ander voorbeeld is dat we met de hulpdiensten de ontwerpeis bespraken voor een calamiteitendoorsteek bij de Ketensedijk die meegaat in de planuitwerking. Financiële gevolgen Kosten planuitwerking De totale kosten voor de planuitwerking schatten we voor 3 jaar in op € 2,9 miljoen. Deze kosten schatten we in door deze af te leiden van de kosten voor de projectscope.

De kosten betreffen met name kosten voor de ingenieursdiensten opgesplitst per hoofdfase:

Fase

Kwartaal

Inschatting

1

Verrekening kosten voorbereidingsfase

€ 0,2 miljoen

2

Maken voorlopig ontwerp en effectonderzoeken

€ 1,3 miljoen

3

Maken definitief ontwerp

€ 0,8 miljoen

4

Projectbesluit en omgevingsplan

€ 0,6 miljoen

De verschillende fases gaan gepaard met onder meer effectonderzoeken, vergunningenscans en participatie. Verdere specificering van deze kosten vindt u op pagina 4-5 van bijlage 4. De kosten verdelen we tussen de partijen naar rato van inbreng in het totale projectbudget. De verdeling naar begrotingsjaar voor deze kosten is vervolgens bepaald aan de hand van de projectplanning. Zie hiervoor pagina 4-5 van bijlage 4 en pagina 26 van bijlage 2. In de tabel onderaan deze paragraaf ziet u volledige de verdeling per partij. De kosten voor onze bijdrage aan de planuitwerking kunnen we dekken door een onttrekking uit de reserve Eneco, omdat die reserve een bestemming kent van € 8 miljoen voor de Algeracorridor. Dat betekent voor onze bijdrage de volgende begrotingswijzigingen: 1. € 58.800,- incidenteel op te nemen in de eerstvolgende begrotingswijziging van 2024. 2. € 176.400,- incidenteel op te nemen voor 2025 in de meerjarenbegroting 2025-2028. 3. € 105.840,- incidenteel op te nemen voor 2026 in de meerjarenbegroting 2025-2028. Indexatie We spraken met alle partijen af om de bijdragen te indexeren door middel van de Index Bruto Overheidsinvesteringen (IBOI). Dit doen we als risicobeheersing om te voorkomen dat de scope kleiner wordt door prijscorrectie. Het is per partij vrij om te bepalen hoe zij deze kosten dekken.

Ons advies is om deze kosten te dekken vanuit de bestaande reservering Eneco -

8 van 10

Algeracorridor, zodat deze afspraak geen nieuwe invloed heeft op de begroting en het meerjarenbeeld.

Projectbudget Algeracorridor voor de hernieuwde scope. Het projectbudget is bijgesteld van € 68 miljoen naar € 45,5 miljoen. Dit komt doordat de voetgangers- en fietsverbinding geen onderdeel wordt van het voorkeursalternatief. Eerder was de raming voor het voorkeursalternatief € 31 miljoen. Dit waarderen we op met scope uitbreidingen tot € 45,5 miljoen. Voor de volledige scoperaming kunt u pagina 56 van bijlage 1 raadplegen.

Het resterende bedrag valt “vrij” naar rato van inbreng volgens de afgesproken percentages. Dit spraken de bestuurders van de betrokken partijen af in een bestuurlijk overleg in juli 2024. Zie voor het volledige overzicht de onderstaande tabel. Het advies van het college is om wel de volledige reservering te laten staan om onder meer de kosten voor indexatie te dekken. En als algemene post onvoorzien voor mogelijke tegenvallers. Bovendien is er aan het einde van planuitwerking pas meer zicht op hoeveel de uitvoering gaat kosten. Of als toch blijkt dat aanvullende maatregelen nodig en/of wenselijk zijn binnen onze gemeentegrenzen. Er is daarom dan ook geen beslispunt voor deze middelen. I Bijdrage per partij Kosten planuitwerking Vrijgevallen middelen

Bedragen in miljoenen

Projectbudget voor de

(onderdeel van

(originele reservering -

scope

projectbudget)

projectbudget)

(percentages afgerond) Originele reservering

Totaal ProvincieZuid-Holland Metropoolregio Rotterdam Den Haag

Gemeente Capelle aan den IJssel Gemeente Krimpen aan den IJssel

Gemeente Krimpenerwaard Gemeente Rotterdam

€ € € € € € €

68,00

100% €

45,50

100% €

2,90

100% €

22,50

100%

32,00

47% €

21,41

47% €

1,36

47% e

10,59

47%

13,00

19% €

8,70

19% €

0,55

19% e

4,30

19%

8,00

12% €

5,35

12% €

0,34

12% €

2,65

12%

8,00

12% €

5,35

12% €

0,34

12% €

2,65

12%

4,00

6% €

2,68

6% €

0,17

6% €

1,32

6%

3,00

4% €

2,01

4% €

0,13

4% €

0,99

4%

Vervolg Samen met de andere partijen leggen we de onderlinge afspraken voor de planuitwerking vast in een nieuwe bestuursovereenkomst. Het concept ontvangt u als bijlage 5. Dit is een formeel vervolg op de vorige bestuursovereenkomst. De concept bestuursovereenkomst (bijlage 5) maken we definitief, na interne besluitvorming bij alle partijen, binnen de kaders van het voorliggende besluit. Wij zullen ook aandacht hebben voor afspraken over de toekomstige beheersituatie van de Algeracorridor. Na besluitvorming bij alle bestuurlijke partijen zullen we de bestuursovereenkomst ondertekenen. De portefeuillehouder zal namens het college de bestuursovereenkomst ondertekenen. De huidige verwachting is dat dit plaatsvindt in november 2024. Wij zullen u hierover te zijner tijd informeren.

Parallel zal de aanbesteding starten voor een ingenieursbureau die de planuitwerking zal begeleiden. Gemeente Capelle aan den IJssel is penvoerder namens alle partijen. De verwachting is dat de aanbesteding in oktober start. Waarna het ingenieursbureau in december begint met de werkzaamheden na positieve besluitvorming bij alle partijen. De planuitwerking duurt naar verwachting tot het einde van 2026. De belangrijkste mijlpalen uit de planning zijn: Jaar 2024 2025

Kwartaal Q3-Q4 Q1-Q3

Activiteit Aanbesteding ingenieursbureau Maken Voorlopig Ontwerp inclusief effectbepaling en vergunningenscan

9 van 10

2026

Q1-Q3

Maken Definitief Ontwerp en omgevingsplan

2026

Q4

Einde planuitwerking met projectbesluit

Meer inzicht in de planning vindt u op pagina 26 van bijlage 2.

Het volgende beslismoment van de gemeenteraad is halverwege de planuitwerking als het ontwerp en omgevingsplan ter zienswijze worden aangeboden. Aan het einde van de planuitwerking is er ook besluitvorming door de gemeenteraad voor het uitvoeringskrediet om de uitvoeringsfase te starten. Wij houden u tussentijds op de hoogte door middel van raadsinformatiebrieven. Wij zullen daarin uiteraard aandacht hebben voor de stand van zaken rond de onderzoeksvragen uit uw amendementen. Bijlagen Bijlage 1. Scopedocument Algeracorridor Bijlage 2. Plan van aanpak planuitwerking Algeracorridor Bijlage 3. Onderzoeksrapporten voetgangers- en fietsverbinding Capelle - Krimpen Bijlage 4. Financiële toelichting planuitwerking Algeracorridor Bijlage 5. Concept bestuursovereenkomst planuitwerking Algeracorridor

10 van 10

Gemeenteraad

Krimpen aan den IJssel

Raadsbesluit Onderwerp Bijdrage voorbereidingskrediet Algeracorridor

De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel;

Besluit, na het lezen van het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 augustus 2024, om: 1. In te stemmen met het starten van de planuitwerking van de Algeracorridor. 2. Voor de planuitwerking een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen van € 341.040,als bijdrage aan het totale voorbereidingskrediet van € 2.900.000,-. 3. Dit bedrag te dekken door een incidentele onttrekking uit de reserve Eneco Algeracorridor (€ 8.000.000,-) en daarvoor in te stemmen met de volgende begrotingswijzigingen: 3.1. € 58.800,- incidenteel op te nemen in de eerstvolgende begrotingswijziging van 2024. 3.2. € 176.400,- incidenteel op te nemen voor 2025 in de meerjarenbegroting 2025-2028. 3.3. € 105.840,- incidenteel op te nemen voor 2026 in de meerjarenbegroting 2025-2028. Dit besloot de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel in zijn openbare vergadering van 26 september 2024.

voorzitte

griffier

J.J. Luteijn

mivÖ. Vliegenthart

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14588618/1