Vastgestelde Besluitenlijst gemeenteraad d.d. 18 december 2023
Tekst van het document
Kaag en Bfaassem
Besluitenlijst Vergadering van de gemeenteraad gehouden op 18 december 2023. Tijd
19:30 - 22:06
Locatie
Raadzaal
Voorzitters
A. (Astrid) Heijstee - Bolt (t/m agendapunt 10); E.H. (Evert) Henrotte (vanaf agendapunt 11).
Griffier
T.P. (Theo) Scherpenzeel
Aanwezigen
I. (Ingrid) Bader (VVD); H.H.T. (Hilde) Bax (SvKB);
R. (Roland) van Beurden (SvKB); E.H. (Evert) Henrotte (PRO);
M.H.M. (Monique) Hogenboom (PRO); J. Johan) Hoogendoorn (CDA);
D. (Dennis) Jong (VVD);
J.J. (Job) de Jong (SvKB) - vanaf agendapunt 4. A.C.J. (Anke) Kusters (D66);
R.R.M. (Roel) van Leeuwen (PRO);
O. (Oscar) van Leijden (CDA); R. (Roy) Möllers (VVD);
M.J.H. (Thijs) Mooren (Mooi K&B);
J.H.M. (Anja) de Rijk - de Jong (CDA); R.A. (Rick) van Seggelen (PRO);
H.S. (Ruud) van der Star (PRO); K. (Kelly) Straver - van der Wereld (SvKB) - t/m agendapunt 3; S. C. (Sandra) de Wagenaar (PRO); G.A. (Gino) Wesselman (D66);
T. (Thea) Wesselman - van der Meer (PRO); FJ. (Fred) Zoetendaal (SvKB);
C. W. (Carsten) Zwaaneveld (D66).
Aanwezige
G. (Gerben) van Duin (wethouder);
collegeleden
N.G. (Nick) van Egmond (wethouder); D. (Dolf) Kistemaker (wethouder); V. (Yvonne) Peters-Adrian (wethouder).
Een uitgebreid videoverslag is te raadplegen via
https://kaaqenbraassem.bestuurliikeinformatie.nl/
Pagina 1 /3 5
Kaag en Braassem
1
Opening en berichten van verhindering. De raad besluit:
N.v.t. Toelichting:
2
1.
De voorzitter opent om 1 9:30 uur de vergadering.
2.
De voorzitter meldt dat alle raadsleden (21) aanwezig zijn.
Vaststellen van de agenda. Stemuitslag:
Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
De raad besluit:
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3
Afscheid raadslid Kelly Straver - van der Wereld (SvKB). De raad besluit
N.v.t.
Toelichting:
1.
De voorzitter van de gemeenteraad spreekt Kelly Straver - van der Wereld toe voor haar afscheid.
2.
De fractievoorzitter van SvKB spreekt Kelly Straver - van der Wereld toe voor haar afscheid.
3.
Evert Henrotte spreekt Kelly Straver - van der Wereld namens de
gemeenteraad toe voor haar afscheid. 4.
Roy Möllers spreekt Kelly Straver - van der Wereld namens de
gemeenteraad toe voor haar afscheid. 5.
Kelly Straver - van der Wereld spreekt de gemeenteraad toe om haar dank te uiten en om afscheid te nemen van de gemeenteraad.
4
Toelating raadslid Job de Jong (SvKB) en beëdiging (belofte). Stemuitslag
Raadsvoorstel Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi
Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
Pagina 2/35
Kaagen Braassem
De raad besluit:
De heer JJ. (Job) de Jong toe te laten als lid van de gemeenteraad van Kaag en Braassem.
Toelichting:
Job de Jong (SvKB) legt voor zijn beëdiging de belofte af.
5
Mededelingen. De raad besluit:
N.v.t.
Toelichting:
1.
Roland van Beurden (SvKB) doet de mededeling dat hij voornemens was om een motie behorend bij agendapunt 9.d Wijziging verordening en
nadere regels sociaal domein in te dienen, genaamd paarse krokodil. Na overleg met wethouder Gerben van Duin is besloten deze motie in
een volgende raadscyclus, wanneer het sociaal domein aan bod komt, te agenderen. 2. Johan Hoogendoorn (CDA) doet de mededeling dat hij blij is met de
inzet van Roland van Beurden (SvKB), de griffie en de ambtelijke organisatie om de Regionale agenda Kaag en Braassem 2023-2026 te verbeteren waardoor het indienen van een motie overbodig is
geworden. Hij spreekt daarvoor zijn dank uit.
6
Vaststellen besluitenlijsten vorige vergadering (d.d. 27 november 2023). Stemuitslag:
Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
De raad besluit:
De besluitenlijsten van de (openbare) vergadering van de gemeenteraad d.d.
27 november 2023 vast te stellen. 7
Overzichten moties en toezeggingen.
7.1
Overzicht moties. Stemuitslag:
Raadsvoorstel Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi
Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
Pagina 3/35
Kaagen Braassem De raad besluit:
De lijst van moties van 1 8 december 2023 vast te stellen. 7.11
Overzicht toezeggingen. Stemuitslag:
Raadsvoorstel Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
De raad besluit:
De lijst van toezeggingen van 1 8 december 2023 vast te stellen. 8
Lijst van Ingekomen Stukken gemeenteraad d.d. 1 8 december 2023 Stemuitslag:
Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi
Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
De raad besluit:
De stukken op de Lijst van Ingekomen Stukken af te doen volgens het
afdoeningsadvies.
Toelichting:
1.
Het voorstel van Thijs Mooren (Mooi K&B) om stuk 2360 (Ingekomen
bewonersbrief inzake Hof Noordeinde W2021223 - Gemeenteblad 2023, 464984) te verplaatsen van categorie I naar categorie IV wordt verworpen.
2.
Het voorstel van Thijs Mooren (Mooi K&B) om stuk 2375 (Schriftelijke
vragen Mooi Kaag en Braassem inzake businesscase sportpad en
bedrijventerrein Rv) te verplaatsen van categorie I naar categorie IV wordt verworpen.
9
Hamerstukken:
9.a
Benoeming plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad (Evert Henrotte). Stemuitslag:
Raadsvoorstel Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi
Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
Pagina 4/35
Kaag en Braassem De raad besluit:
1.
De heer E.H. (Evert) Henrotte te benoemen als plaatsvervangend
voorzitter van de gemeenteraad van Kaag en Braassem; 2.
De heer E.H. (Evert) Henrotte in voorkomende gevallen te belasten met het woordvoerderschap namens de gemeenteraad van Kaag en Braassem, en hem daarmee te zien als nestor van de raad.
9.b
Belastingverordeningen 2024. Stemuitslag:
Raadsvoorstel Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi
Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
De raad besluit:
1. De volgende verordeningen vast te stellen:
a. Verordening forensenbelasting 2024
b. Legesverordening 2024 c. Verordening kwijtschelding 2024 d. Verordening afvalstoffenheffing 2024 e. Verordening lijkbezorgingsrechten 2024
f. Verordening marktgeld 2024 g. Verordening onroerendezaakbelasting 2024 h. Verordening precariobelasting 2024
i. Verordening riool- en waterzorgheffing 2024 j. Verordening roerende zaakbelasting 2024
9.c
Financiële verordeningen, Controleprotocol en Visie op control. Stemuitslag:
Raadsvoorstel Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi
Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
De raad besluit:
1.
De Financiële verordening van de gemeente Kaag en Braassem 2023
vast te stellen. 2.
De Controleverordening van de gemeente Kaag en Braassem 2023 vast
te stellen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023. 3.
De Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid
bestuur van de gemeente Kaag en Braassem 2023 vast te stellen.
Pagina 5/35
Kaag en Braassem
4. Het Controleprotocol 2023 van de gemeente Kaag en Braassem vast te stellen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023. 5. Het voorlopige Normenkader 2023/2024 van de gemeente Kaag en Braassem vast te stellen. 6.
De Visie op Control 2023 en verder van de gemeente Kaag en Braassem
vast te stellen.
9.d
Wijziging Verordening en Nadere regels Sociaal domein. Stemuitslag:
Raadsvoorstel Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi
Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
De raad besluit:
De verordening tot wijziging van de Verordening sociaal domein Kaag en
Braassem vast te stellen.
9.e
Regionale agenda Kaag en Braassem 2023-2026. Stemuitslag:
Raadsvoorstel Voor: 1 7 stemmen: Fractie CDA (3), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie
VVD (3). Tegen: 4 stemmen: Fractie D66 (3), Fractie Mooi Kaag en Braassem (1). De raad besluit:
1.
De Regionale Agenda Kaag en Braassem 2023 - 2026 vast te stellen;
2.
Het college de opdracht te geven om bij het stuk een oplegger op te
stellen waarin de regionale prioriteiten voor Kaag en Braassem worden benoemd en hoe we voor onze regionale prioriteiten extra inzet en
lobbykracht gaan organiseren. Toelichting
1. Carsten Zwaaneveld (D66) legt een stemverklaring af namens diens
fractie. De gehele fractie D66 wil geacht worden tegen het raadsvoorstel te hebben gestemd;
2. Thijs Mooren (Mooi K&B) legt een stemverklaring af. Hij wil geacht
worden tegen het raadsvoorstel te hebben gestemd.
Pagina 6/35
Kaag en Braassem
9.f
Watertakenplan 2024-2027. Stemuitslag:
Raadsvoorstel Voor: 20 stemmen: Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
Tegen: 1 stem: Fractie Mooi Kaag en Braassem (1). De raad besluit:
1.
Het Watertakenplan Kaag en Braassem 2024-2027 vast te stellen;
2.
De ingeslagen weg voort te zetten ten aanzien van het integraal
uitvoeren van projecten, klimaatadaptatie en projectmatige afkoppeling.
3.
Het (flexibele en budgetgestuurde) investerings- en
uitvoeringsprogramma 2024- 2027 vast te stellen. 4.
De financiële consequenties van het plan (jaarlijks te vermeerderen met de indexatie) mee te nemen in de berekening van de rioolheffing voor de jaren 2024 tot en met 2027.
Toelichting:
Thijs Mooren (Mooi K&B) legt een stemverklaring af. Hij wil geacht worden
tegen het raadsvoorstel te hebben gestemd. 9.g
Zienswijze wijziging GR Omgevingsdienst. Stemuitslag:
Raadsvoorstel Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi
Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
De raad besluit:
Geen zienswijze in te dienen op de 1 3de wijziging van de gemeenschappelijke
regeling Omgevingsdienst West-Holland. 9.h
Scenario's bibliotheekfunctie Kaag en Braassem. Stemuitslag:
Raadsvoorstel Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi
Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
Pagina 7/35
Kaag en Braassem
De raad besluit:
1. Te kiezen voor scenario 3 uit dit voorstel, en daarmee voor behoud van
het huidige bibliotheekaanbod, uitgebreid met een bibliotheekvoorziening in Woubrugge; 2. Voor de inrichtingskosten gebruik te maken van de POK-middelen 2023 (€ 100.000), en eventuele meerkosten ten laste te brengen van de budgettaire ruimte van het begrotingsresultaat;
3.
De structurele meerkosten van € 30.000,- p.j., te verwerken in de
eerstvolgende begrotingswijziging en op te nemen in de meerjarenbegroting 2025 e.v.; 4.
De onderzoekskosten van het onderliggende behoefteonderzoek van de Opiniepijlers ten laste te brengen van de budgettaire ruimte van het
begrotingsresultaat.
10
Bestemmingsplan Kerkstraat 1-2, Oude Wetering. Stemuitslag:
Amendement v/d fracties PRO en D66 inzake Bestemmingsplan Kerkstraat 1-2 Voor: 1 7 stemmen: Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi Kaag en
Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie VVD (3)
Tegen: 4 stemmen: Fractie SvKB (4). Geamendeerd raadsvoorstel
Voor: 1 2 stemmen: Fractie D66 (2), Fractie PRO (7), Fractie VVD (3).
Tegen: 9 stemmen: Fractie CDA (3), Fractie D66 (1), Fractie Mooi Kaag en Braassem (1), Fractie SvKB (4). De raad besluit:
1.
De Nota van beantwoording zienswijzen vast te stellen;
2.
Het bestemmingsplan ‘Kerkstraat 1-2, Oude Wetering’ (NL.IMRO.1 884.BPKERKSTRAAT1 EN2-VAS1) vast te stellen, met dien verstande dat: - de goot- en nokhoogte van de vier tweekappers achter het lint
worden gewijzigd naar respectievelijk 6 en 1 0 meter; - in de regels bij de bestemming Tuin een regel wordt opgenomen dat maximaal 50% van de privétuinen verhard mag worden; 3.
Geen exploitatieplan voor dit plangebied vast te stellen.
Pagina 8/35
Kaag en Braassem
Toelichting:
Anke Kusters (D66) legt een stemverklaring af. Zij stemt tegen het
(geamendeerde) raadsvoorstel. 11
8e wijziging Algemene plaatselijke verordening. Stemuitslag:
Amendement A D66 tot het schrappen van het messenverbod
Voor: 3 stemmen: Fractie D66 (3). Tegen: 1 8 stemmen: Fractie CDA (3), Fractie Mooi Kaag en Braassem (1),
Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3). Amendement B VVD, CDA en D66 - wijzigen van artikel 2:29 (Sluitingstijd) Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi
Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3). Amendement C VVD en D66 tot het schrappen van artikel 2:34f (verbod happy
hours) Voor: 1 3 stemmen. Fractie D66 (3), Fractie PRO (7), Fractie VVD (3)
Tegen: 8 stemmen: Fractie CDA (3), Fractie Mooi Kaag en Braassem (1), Fractie
SvKB (4). Amendement D VVD - wijzigen van artikel 2:34b (Regulering para commerciële
rechtspersonen) Voor: 16 stemmen: Fractie CDA (2), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie
VVD (3).
Tegen: 5 stemmen: Fractie CDA (1), Fractie D66 (3), Fractie Mooi Kaag en
Braassem (1). Amendement E VVD en CDA - wijzigen van artikel 5:34 (Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken)
Voor: 21 stemmen (unaniem): Fractie CDA (3), Fractie D66 (3), Fractie Mooi Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3).
Geamendeerd raadsvoorstel
Voor: 1 8 stemmen: Fractie CDA (3), Fractie Mooi Kaag en Braassem (1), Fractie PRO (7), Fractie SvKB (4), Fractie VVD (3). Tegen: 3 stemmen: Fractie D66 (3).
Pagina 9/35
Kaag en Braassem
De raad besluit:
I. De APV Kaag en Braassem als volgt te wijzigen:
A De artikelen 1:9, 2:1a, 2:1b, 2:32, 2:37, 2:50a, 4:3a en 5:1 komen te
vervallen. B De afdelingstitels in hoofdstuk 2 afdelingen 2, 3, 4, 6, 1 6 en hoofdstuk 4
afdeling 2A komen te vervallen. C Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 1:1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond
van artikel 20a lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994; - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage,
onder A, bij de Omgevingswet; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de
Omgevingswet; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
- bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e,
van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders;
- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
- motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1 990;
- openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
- openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
- parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
- rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
- voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1 990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
Pagina 10/35
Kaag en Bfaassem
- weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1 994.
D Artikel 1:2, derde lid, wordt als volgt gewijzigd: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
E Aan artikel 1:4 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
F Voor de bestaande tekst van artikel 1:5 wordt de aanduiding ‘1geplaatst.
Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
G Artikel 1:6 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:
a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan
de vergunning of ontheffing is vereist;
c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende
een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
e. de houder dit verzoekt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. H Artikel 1:7 wordt als volgt gewijzigd:
1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of Pagina 11/35
Kaagen Bfaassem
ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare
vergunningen of ontheffingen overtreft.
I Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te
geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats:
a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen
te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare
plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare
veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
openbare manifestaties.
J Artikel 2:3 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te
houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste
lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare
aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt;
b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; Pagina 1 2/35
Kaag en Bfaassem
e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig
verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 1 2.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de
kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 1 2.00 uur.
5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. K Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg, wordt vernummerd tot
afdeling 2 L Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg
1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan
vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1 strekkende meter
wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 strekkende meter op de rijbaan voor
fietsers of gemotoriseerd verkeer.
3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en
leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
5. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:1 7;
c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning
voor het gebruik van de weg is verleend. 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij
of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Pagina 13/35
Kaag en Braassem
M Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde
bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van
een weg. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een
bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij
of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5
van de Wegenverkeerswet 1 994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
N Artikel 2:1 2 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een
uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts
geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
d. als een perceel (niet-zijnde een bedrijfsperceel) al door een andere uitweg wordt ontsloten.
3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met
betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
O Afdeling 7 Evenementen, wordt vernummerd tot afdeling 3 P Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd:
Pagina 14/35
Kaag en Bfaassem
Artikel 2:24 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek
toegankelijke verrichting van vermaak al dan niet tegen betaling, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen overeenkomstig de bestemming van dat gebouw;
b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie of snuffelmarkt;
c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze
verordening, op de weg; d. een straatfeest of buurtbarbecue;
e. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -
gala’s. 3. In deze afdeling worden de volgende evenementen onderscheiden: a. meldingsplichtig evenement: evenement met een zeer laag risicoprofiel,
waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd; b. A-evenement: regulier evenement waarbij het (zeer) onwaarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare
veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of
voorzieningen vergt van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken;
c. B-evenement: evenement waarbij het mogelijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid
of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het bevoegd
gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken; d. C-evenement: risicovol evenement waarbij het (zeer) waarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de
volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
Pagina 15/35
Kaag en Bfaassem
Q Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2. Het verbod geldt niet voor: a. het houden van evenementen in gebouwen, niet zijnde vechtsportwedstrijden of -gala's, overeenkomstig de bestemming van dat gebouw;
b. activiteiten in (horeca)bedrijven die in de uitoefening van het bedrijf gebruikelijk zijn;
c. het houden van snuffelmarkten in ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg
geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de
Winkeltijdenwet. 3. Geen vergunning is vereist voor een evenement, als: a. het evenement op één locatie in de openlucht plaatsvindt;
b. het aantal gelijktijdig aanwezigen (deelnemers, publiek en personeel) niet
meer bedraagt dan 300 personen; c. het evenement plaatsvindt op:
- maandag tot en met zaterdag tussen 07.00 en 23.00 uur; - zondag tussen 1 3.00 en 23.00 uur; d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur;
e. het geluidsniveau van de muziek als bedoeld in sub d niet meer bedraagt dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen.
f. het evenement niet plaatsvindt op de doorgaande weg of anderszins een belemmering vormt voor de hulpdiensten of de bereikbaarheid van
woonwijken;
g. niet meer dan 5 kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object;
h. er een aanspreekpunt ten tijde van het evenement aanwezig is die vooraf bekend gemaakt is bij de gemeente;
i. de organisator uiterlijk 14 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan
melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan uiterlijk 48 uur voordat een meldingsplichtig
evenement plaatsvindt besluiten om beperkingen op te leggen aan het
organiseren van een evenement of het evenement verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning
worden geweigerd als de aanvraag voor een A-evenement minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde
activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de Pagina 1 6/35
Kaag en Braassem
aanvraag niet mogelijk is.
6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning
worden geweigerd als de aanvraag voor een B- en C-evenement minder dan dertien weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
7. De burgemeester kan in verband met de voorbereidingstijd van de aanvraag
afwijken van de genoemde termijnen in het vijfde en zesde lid of voor bijzondere, periodiek terugkerende evenementen afzonderlijk bepalen op welk tijdstip de aanvraag uiterlijk moet worden ingediend.
8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de
vergunning als de organisator van een vechtsportwedstrijd of -gala van slecht levensgedrag is.
9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
R Artikel 2:26 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:26 Ordeverstoring
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
S Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen, wordt vernummerd tot
afdeling 4 T Artikel 2:27 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:27 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel,
restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten
ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor
directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar
sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Pagina 1 7/35
Kaag en Braassem
U Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare
wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de ondernemer of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag
is;
c. de ondernemer of de leidinggevende onder curatele staat;
d. de ondernemer of de leidinggevende niet de leeftijd van achttien heeft
bereikt. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in
een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de
activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de
winkelactiviteit; b. zorginstelling;
c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1
van de Alcoholwet, als:
a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen
weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.
6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a. 7. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3
van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
V De bestaande tekst van artikel 2:29 wordt gewijzigd in: ‘Het is de houder van
een bij een openbare inrichting behorend terras verboden dit terras geopend te Pagina 1 8/35
Kaag en Bfaassem
hebben of daarop bezoekers toe te laten ofte hebben tussen 23.00 en 07.00uur, tenzij een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 is verleend’. Voor deze tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt lid 2 en 3:
2. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef
en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
3. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. W Artikel 2:31a wordt toegevoegd luidende:
2:31a Messen en steekwapens 1 .Het is verboden op door de burgemeester aangewezen wegen, met inbegrip
van daaraan gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen, messen of andere
zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben.
2.Het verbod geldt niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie en evenmin voor andere zaken die als steekwapen kunnen worden
gebruikt mits deze zaken zodanig zijn ingepakt dat zij niet geschikt zijn voor
onmiddellijk gebruik. X Afdeling 5 met artikelen 2:34a en 2:34b worden toegevoegd, luidende: Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige
aangelegenheden uit de Alcoholwet Artikel 2:34a Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank;
- horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon;
- sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank;
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode binnen de tijden zoals omschreven in het derde
lid van artikel 2:25 van deze verordening, beginnende met 1 uur voor aanvang Pagina 1 9/35
Kaag en Braassem
en eindigende met 2 uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de
maatschappelijke functie van de desbetreffende paracommerciële
rechtspersoon. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 verstrekken paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard uitsluitend alcoholhoudende drank vanaf een tijdstip dat ligt na 1 2.00 uur.
3. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank
tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en zij mogen perjaar tijdens ten hoogste vier bijeenkomsten, die gericht zijn op personen die niet of niet
rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, alcoholhoudende drank verstrekken.
4. Van het bepaalde in lid 3 zijn uitgezonderd de dorpshuizen, culturele centra met een dorpshuisfunctie en kerkelijke centra. Deze rechtspersonen kunnen alcoholhoudende drank verstrekken tijdens perjaar ten hoogste 26 bijeenkomsten van persoonlijke aard, niet zijnde recepties en bruiloftsfeesten.
5. De paracommerciële rechtspersonen houden een jaarlijks overzicht bij van
de in de vorige leden bedoelde bijeenkomsten. Dit overzicht dient in het bedrijf
aanwezig te zijn en op eerste aanvraag ter inzage te worden gegeven. Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven
Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in:
- paracommerciële inrichtingen; en
- inrichtingen waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patates frites en kroketten worden verkocht. Y Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf,
wordt vernummerd tot afdeling 6 Z Artikel 2:38 wordt als volgt gewijzigd:
2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht
de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar
waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te
verstrekken. AA Afdeling 1 0 Toezicht speelgelegenheden, wordt vernummerd tot afdeling 7
AB Artikel 2:38a wordt toegevoegd, luidende:
Pagina 20/35
Kaag en Bfaassem
Artikel 2:38a Begripsbepaling
1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het
publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
verloren.
2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
AC Artikel 2:39 wordt toegevoegd, luidende: Artikel 2:39 Speelgelegenheden
1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren ofte doen exploiteren.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
Wet op de kansspelen of de Speelautomatenverordening 2009.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:
a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid: of
b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet
van toepassing. AD Artikel 2:40 wordt toegevoegd, luidende:
Artikel 2:40 Kansspelautomaten In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan.
AE Afdeling 11 Maatregelen ter voorkoming van overlast gevaar of schade, wordt vernummerd tot afdeling 8
AF Artikel 2:42 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die
Pagina 21/35
Kaag en Bfaassem
plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken
aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
4. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een
opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
5. Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van
meningsuitingen en bekendmakingen. 6. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van
handelsreclame. 7. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan. AC Artikel 2:48 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:48 Verboden drankgebruik
1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college
aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken
flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op:
a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een
ontheffing geldt krachtens artikel 3 5 van de Alcoholwet. AH Artikel 2:57 wordt als volgt gewijzigd: 2:57 Loslopende honden
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college
aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; Pagina 22/35
Kaag en Bfaassem
c. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander
identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college
aangewezen plaatsen. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de
eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een
geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. Al Artikel 2:59 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of
een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt
op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond
voorzien te houden van een muilkorf die:
a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht
dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe
delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als
bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een
microchip die met een chipreader afleesbaar is. AJ Artikel 2:60 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van
overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct
voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
a. aanwezig te hebben; Pagina 23/35
Kaag en Braassem
b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college
in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;
c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is
aangegeven. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen
een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
AK Afdeling 1 2 Bestrijding van heling van goederen wordt vernummerd tot
afdeling 9 AL Aan artikel 2:67 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:
3. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
toepassing. AM Hoofdstuk 2 Afdeling 1 3 wordt als volgt gewijzigd: Afdeling 10 Consumentenvuurwerk
AN Artikel 2:71 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:71 Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van
categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
AO Afdeling 1 4 Drugsoverlast wordt vernummerd tot afdeling 11
AP Artikel 2:74a wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:74a Verzameling van personen in verband met harddrugs of heling
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een
voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan
wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. AQ Hoofdstuk 2 Afdeling 1 5 wordt als volgt gewijzigd:
Pagina 24/35
Kaag en Braassem
Afdeling 1 2 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
AR Artikel 2:78 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:78 Cebiedsontzeggingen
1. De burgemeester kan aan een persoon die de artikelen 2:1 (samenscholing),
2:26 (ordeverstoring evenement), 2:31 (ordeverstoring in openbare inrichting), 2:31a (verbod messen), 2:47 (hinderlijk gedrag op een openbare plaats), 2:48 (verboden drankgebruik), 2:50 (hinderlijk gedrag voor in publiek toegankelijke
ruimten), 2:74 (drugshandel op straat), 2:74a (verzameling van personen met
drugs), 2:75 (bestuurlijke ophouding) of 3:9 (straatprostitutie) van deze verordening overtreedt een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur
niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven
en die opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat, een
bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer
bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als de
overtreding binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
AS Artikel 2:79 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 1 51 d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen
betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of
vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of
dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van
het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren;
c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;
Pagina 25/35
Kaag en Bfaassem
e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
AT Artikel 2:79a wordt toegevoegd, luidende: Artikel 2:79a (Tijdelijke) sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande
gebouwen
1. De burgemeester kan, indien de openbare orde dit naar zijn oordeel vereist de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw - niet zijnde een inrichting als bedoeld in artikel 2:27 of
artikel 3:1 - of een bij dat gebouw behorend erf.
2. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend
gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te
brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf. 3. Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
4. Het is de rechthebbende op en de beheerder van een gebouw of erf als
bedoeld in het eerste lid verboden daarin bezoekers toe te laten of daarin te laten verblijven, zolang de sluiting van kracht is.
5. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten
gebouw of erf te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven. 6. Onder bezoekers worden voor de toepassing van het vierde en vijfde lid niet verstaan de personen wier tegenwoordigheid in het voor het publiek
openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf wegens dringende omstandigheden vereist wordt.
7. Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van belanghebbende(n)
door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel
voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of
gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. AU Hoofdstuk 4 Afdeling 1 wordt als volgt gewijzigd:
Afdeling 1 Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting AV Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder:
- Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de
Omgevingswet;
Pagina 26/35
Kaag eR Braassem
- collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal
inrichtingen is verbonden; - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van
het Activiteitenbesluit milieubeheer; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het
Activiteitenbesluit milieubeheer; - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder
of anderszins een inrichting drijft; - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
- inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5
uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
AW Artikel 4:3 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten
1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 9 incidentele festiviteiten per
kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.1 7, 2.1 9 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van
de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 9 incidentele
festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van
toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een melding. 4. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
5. De melding wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op
verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
6. Het equivalente geluidsniveau Leq,t, veroorzaakt door de inrichting,
bedraagt niet meer dan 80 dB(A) en 95 dB(C), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen;
7. In geval er in- of aanpandige woningen zijn mag het equivalente
geluidsniveau Leq,t veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan 60 Pagina 27/35
Kaag en Bfaassem
dB(A) in een geluidsgevoelige ruimte van de woning. 8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het binnen het bebouwde
gedeelte van de inrichting ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.1 7, 2.19 en 2.20 van het Besluit uiterlijk om 01.00 uur beëindigd.
9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren
gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of
goederen. 10. Het college kan gemotiveerd afwijken van de in het zesde en zevende lid
genoemde geluidnormen en van de in het achtste lid genoemde eindtijd. 11. De houder van een inrichting waar een incidentele festiviteit plaatsvindt, licht omwonenden binnen een straal van vijftig meter uiterlijk 48 uur voor het
begin van de festiviteit in over de voor genomen festiviteit op de wijze zoals aangegeven op het meldingsformulier.
1 2. Het gebruik van de aanwezige omroepinstallatie beperkt zich tot het aankondigen van het starten en beëindigen van wedstrijd- of feestonderdelen.
AX Artikel 4:5c wordt toegevoegd, luidende: Artikel 4:5c Geluidhinder door dieren
Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt.
AY Artikel 4:6 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 4:6 Overige geluidhinder
1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of
het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de
omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties,
het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.
AZ Afdeling 3 met artikelen 4:11 en 4:1 2 worden toegevoegd, luidende:
AFDELING 3 HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN Artikel 4:10 Begripsbepalingen
1. In deze afdeling wordt verstaan onder: - houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen: - hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk
Pagina 28/35
Kaag en Braassem
uitlopen.
2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige
beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
1. Het college stelt een Bomenlijst vast waarop de monumentale en andere beschermenswaardige bomen in de gemeente worden vermeld.
2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de in het eerste
lid genoemde Bomenlijst.
3. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:
a. de natuurwaarde van de houtopstand;
b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
4. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang
voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. 5. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
BA Artikel 4:1 3 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 4:1 3 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen, enz. 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen,
buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde
direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of
vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:1 7 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of Pagina 29/35
Kaag en Braassem
d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
BB Artikel 4:1 5, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd: 2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een
omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. BC Artikel 4:1 7 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 4:1 7 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-
grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. BD Hoofdstuk 25 Afdeling 1 wordt als volgt gewijzigd:
Afdeling 1 Parkeerexcessen en stopverbod BE Artikel 5:2 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;
b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig
is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;
b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde
persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren ofte verhandelen, verboden:
a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 500 meter met als middelpunt
een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. Pagina 30/35
Kaag en Braassem
4. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet
van toepassing.
BF Aan artikel 5:3 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet
van toepassing.
BG Artikel 5:5, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
BH Artikel 5:6 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen
1. Het is verboden een caravan, aanhangwagen, boottrailer, kampeerwagen of een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan
verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen ofte hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is
met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn
oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en
onder a, gestelde verbod. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met
betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de
provinciale omgevingsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet
van toepassing.
BI Artikel 5:8 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen
1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte
heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel Pagina 31 /35
Kaag en Bfaassem
schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen