Kaderbrief 2026
Tekst van het document
Kaderbrief 2026
Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding
Hier volgt een toelichting op de inhoud en het doel van deze Kaderbrief.
Hoofdstuk 2 Begrotingsbeeld meerjarig 2026-2029
In dit deel bieden wij een actueel financieel beeld, dat is opgebouwd langs de volgende lijnen: • • • • •
Vertrekpunt: programmabegroting 2025 & september circulaire. Besluiten en onontkoombare ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen. Bijgesteld meerjarenbeeld ten behoeve van de uitwerking van de begroting. Toelichting mutaties meerjarenbeeld.
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten t.b.v de programmabegroting 2026-2029.
Hier worden de uitgangpunten benoemd die nodig zijn voor het uitwerken van de meerjarenbegroting 2026-2029.
2
1. Inleiding
In het proces van de nieuwe P&C cyclus spreken we vanaf 2026 over een kaderbrief in plaats van de richtnota. In de kaderbrief worden de keuzes van college en de uitgangspunten (kaders) voor de begroting vastgesteld. Op basis hiervan kan het college de programmabegroting 2026 opstellen met een sluitend meerjarenperspectief. Na een onzekere periode, heeft het rijk in de voorjaarsnota 2025 gedeeltelijke financiële verlichting gebracht. Dit richt zich met name op de jaren 2026 en 2027. Er komt extra geld beschikbaar om bijvoorbeeld de uitgaven aan de jeugdzorg te dekken. De terugval in het gemeentefonds is hiermee gedeeltelijk gecompenseerd. Tegelijk blijft de situatie vanaf 2028 op dit moment onzeker. Ook ontwikkelingen op korte termijn zoals de invloed van de meicirculaire zijn op dit moment nog niet bekend. In deze kaderbrief wordt ondanks de financiële onzekerheid een sluitend meerjarenperspectief aangeboden. De keuzes die de kaders zullen vormen voor de programmabegroting 2026 zijn kort en bondig toegelicht in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de programmabegroting benoemd.
2. Begrotingsbeeld meerjarig 2026-2029 2.1 Introductie Vertrekpunt Het vertrekpunt voor het meerjarenbeeld is de vastgestelde programmabegroting 2025 met toevoeging van de effecten van de septembercirculaire 2024. Besluiten en onontkoombare ontwikkelingen. Aan het meerjarenbeeld worden toegevoegd een raadsbesluit met meerjarige consequenties, en de onontkoombare ontwikkelingen voor zover deze nu bekend zijn. Nieuwe financiële ontwikkelingen Naast het eerder genomen besluit en de onontkoombare ontwikkelingen, is een overzicht van nieuwe financiële ontwikkelingen opgenomen. Deze zijn per ontwikkeling kort toegelicht.
3
2.2 Meerjarenbeeld 2026-2029 (Bedragen in duizenden euro’s. N = Nadeel, V= Voordeel)
* lasten en baten gerelateerd aan de Hervormingsagenda Jeugd, zijn voorzien van een *
2.3 Toelichting mutaties meerjarenbeeld In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de ontwikkelingen die opgenomen zijn in deze Kaderbrief en de basis vormen voor de Meerjarenbegroting 2026-2029.
4
1. Verwerking Beheerplan Civiele Kunstwerken 2025-2028 Op 17 maart 2025 stelde de raad het Beheerplan Kunstwerken 2025-2028 vast. De meerjarige financiële consequenties van dit plan worden nu opgenomen in de Kaderbrief voor verwerking in de Meerjarenbegroting 2026-2029. 2.
Technische aanpassingen a. Opnemen stelpost IKC Woubrugge In de raadsinformatiebrief over de ontwikkelingen van het IKC Woubrugge is aan de raad toegezegd de financiële consequenties door te rekenen en aan de raad voor te leggen. Na het teruggeven van het krediet moet de stelpost nog in de begroting opgenomen worden. b. Correctie accres Algemene uitkering t.g.v. IKC Woubrugge. In de decembercirculaire 2024 heeft het Rijk een fout in de algemene uitkering hersteld. Dit leidt tot een structureel voordeel. c. Correctie omissies formatiebudget Binnen het formatiebudget bestaan op dit moment 2 omissies die gecorrigeerd moeten worden. Het gaat hier om ontoereikend budget voor de invulling van de VIC-functie (zoals besloten bij de totstandkoming van het convenant met de belastingdienst in het kader van Doorontwikkeling Horizontaal Toezicht) en de formatie bij de bodedienst. Door deze correctie toe te passen, brengen we het formatiebudget weer in lijn met de daadwerkelijke invulling. 3.
Indexaties a. Netto indexatie lasten en eigen baten Dit betreft het netto-effect van de indexatie van de lasten en de eigen inkomsten. De lasten zijn geïndexeerd voor zover in de meerjarige overeenkomst met betrokken partijen een inflatiecorrectie is afgesproken. Zie ook de algemene uitgangspunten ten behoeve van de Programmabegroting 20262029. b. Verwachte indexatie algemene uitkering Dit betreft een raming van de inflatiecompensatie op de algemene uitkering conform de september circulaire 2024. 4. Contract Dierenambulance Alphen a.d. Rijn Het rijden van de dierenambulance door (onder andere) gemeente Kaag en Braassem, werd tot 1 januari 2025 gefinancierd vanuit een overeenkomst tussen de Dierenbescherming en de dierenambulance. Per 1 januari 2025 is deze overeenkomst gestopt en daarmee de financiering vervallen. Gemeente Kaag en Braassem heeft zelf een contract met de dierenambulance gesloten om deze dienstverlening in stand te houden. 5. Digitaliseren van het archief De gemeente beheert een aanzienlijke hoeveelheid fysieke archieven die cruciaal zijn voor het uitvoeren van haar taken. De archieven zijn van historische waarde en bevatten onder andere de bouwvergunningen, secretarie-archieven en archieven van burgerzaken. De veroudering van het fysieke archiefmateriaal en de toenemende eisen vanuit dienstverlening vereisen een modernere en efficiëntere aanpak.
Om aan te sluiten op de doelen van de Wet Open Overheid (WOO) naar een duurzaam, digitaal en toegankelijk archief, vraagt het college de raad hiervoor een krediet beschikbaar te stellen om deze digitalisering gefaseerd over 3 jaar uit te voeren. 5
6.
Hervormingsagenda Jeugd a. Investering in lokale en regionale maatregelen (Taskforce Jeugd) In het raadsakkoord is beschreven dat de uitgaven in het sociaal domein beheersbaar moeten blijven om zo de voorzieningen en de hulp en ondersteuning betaalbaar te houden. Daarbij is ook aangegeven dat hierbij vooral naar de effecten op de lange termijn gekeken moeten worden. In het verlengde hiervan is in 2024 regionaal een onderzoek uitgevoerd om de kosten van de jeugdzorg voorspelbaar en beheersbaar te houden (maken). Op basis van dit onderzoek zijn meerdere maatregelen voorgesteld. Het college heeft op 28 januari 2025 ingestemd met het invoeren van deze maatregelen. Ook de andere gemeenten binnen de regio hebben ingestemd met deze maatregelen. Het zijn maatregelen die in alle gemeenten moeten worden doorgevoerd en/of door alle gemeenten moeten worden gefinancierd. Het gaat hierbij om budget voor: • Regionale programmakosten, zoals het aanstellen van een programmadirecteur, de kosten voor de uitvoering van de buiten-budgettaire regelingen en het verbeteren van de signalering en monitoring. • Het versterken van het JGT (voor met name het verbreden van casusregie, het afgeven van beschikkingen en het maken van afspraken met externe verwijzers). De kosten voor deze maatregelen moeten eraan bijdragen om de kosten voor jeugdzorg op de (middel)lange termijn terug te dringen. b.
Uitbreiding jongerenwerk Uitbreiding van het jongerenwerk is noodzakelijk gelet op de opgaven die we zien. Er is een toename zichtbaar van kwetsbare jongeren waarbij jongerenwerk wordt ingezet: • ter voorkoming/verkorting van jeugdzorg; • ter voorkoming dat ze afglijden naar criminaliteit; Meerdere partijen, zoals de politie, signaleren dat jongeren in onze gemeente op steeds jongere leeftijd drugs gebruiken en betrokken raken bij criminele activiteiten. In het Raadsakkoord is beschreven dat we het als gemeente belangrijk vinden dat kwetsbare inwoners tijdig in beeld zijn om grotere problemen en/of zwaardere zorg te voorkomen. Met het uitbreiden van het jeugdwerk geven we hieraan invulling. In 2025 heeft het college besloten tot een pilot met een extra jongerenwerker bij De Driemaster. Het college stelt de raad voor om deze pilot om te zetten naar een structurele invulling. c. Kosten jeugdhulp (noodzakelijk) In de begroting 2026 is nu een bedrag van € 4.077k opgenomen voor specialistische jeugdzorg (ingekocht via SOZ). Dit is € 1.200k lager dan in 2025. Dit lagere budget heeft twee redenen: 1. Een taakstellende bezuiniging van € 500k vanwege voorgenomen bezuinigingen van het Rijk op grond van de Hervormingsagenda Jeugd 2. Het budget voor jeugdzorg is in 2024 en 2025 met € 700k opgehoogd vanwege hogere regionale jeugdzorgkosten.
Op basis van het zwaarwegende advies ‘Groeipijn’ van 30 januari jl. van de deskundigencommissie Van Ark heeft het kabinet in de Voorjaarsnota 2025 middelen toegevoegd aan het gemeentefonds voor de jeugdzorg voor de jaren 2025 tot en met 2027. Met deze extra middelen worden ook de besparingen, die opgenomen waren naar aanleiding van de Hervormingsagenda Jeugd, weggenomen. De extra middelen helpen om de lokale en regionale jeugdzorguitgaven te dekken. Deze jeugdzorguitgaven voor onze gemeente zijn in de regionale jeugdzorgbegroting € 760.000 hoger dan in onze meerjarenraming opgenomen was.
6
Per 2028 wijzigt het financiële beeld. Het kabinet gaat ervan uit dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda dan hun beoogde effect zullen hebben. Daarnaast wil het kabinet inzetten op extra maatregelen om de kosten van het stelsel verder te beheersen. De VNG vindt het financiële beeld vanaf 2028 te ambitieus, ook vanwege het ontbreken van de indexatie van jeugdzorgkosten. Afgesproken is dat de commissie Van Ark begin 2027 een uitspraak doen over de haalbaarheid van het financiële kader vanaf 2028. 7. Glasvezel met redundantie Gemeente Kaag en Braassem wil haar dienstverlening verder ontwikkelen. Een belangrijk onderdeel hierin is het glasvezelnetwerk uit te breiden met redundantie. Hierdoor kan de dienstverlening met meer continuïteit, betrouwbaarheid en veiligheid worden gewaarborgd. Een deel van de kosten hiervan is al gedekt binnen de begroting van de BVO, maar een aanvullende bijstelling is nodig. Juridische kennisbank De gemeente krijgt te maken met allerlei juridische aangelegenheden. Deze zijn divers van aard en complexiteit. Om de kwaliteit van de juridische kennis te waarborgen en de kans op juridische misinterpretaties te voorkomen, is het nodig om aan te sluiten op een juridische kennisbank.
In deze kennisbank is alle juridische informatie zoals jurisprudentie en wetsuitleg voor de rechtsgebieden die voor onze gemeente van toepassing zijn, op één plek samengebracht. 8.
Uitbreiding areaal en formatie buitendienst Het werkareaal van de buitendienst neemt toe. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo is er de oplevering van nieuw gebieden (Braassemerland) en wordt er gewerkt aan meer vergroening van de openbare ruimte, als ook meer biodiversiteit daarin (meer vaste planten). Daarnaast wordt het seizoen waarin onkruid wordt bestreden langer als gevolg van klimaatverandering. Dit leidt tot meer personele inzet, de daarbij horende veiligheidskleding en persoonlijke beschermingsmiddelen om veilig te kunnen werken, meer onderhoud van materieel, meer kosten rond huisvesting op het Veenderveld en de herinrichtring van een opslagterrein aan de Lange Dwarsweg. 9.
Doorontwikkeling van Control Onderzoeksbudget t.b.v. fiscaliteit, adviesfunctie concerncontrol en risicomanagement. Er is op dit moment geen structureel (onderzoeks-)budget voor zaken die voortvloeien uit het convenant dat de gemeente heeft met de Belastingdienst terwijl dit jaarlijks onoverkomelijke kosten met zich meebrengt. Daarnaast is er nog onvoldoende fiscale kennis binnen de organisatie. Voor het eventueel uitvoeren van interne onderzoeken is geen structureel budget beschikbaar. Dit is wel benodigd om de afdeling concerncontrol onafhankelijk te laten functioneren. Aanvullend zullen er in het kader van risicomanagement jaarlijks kosten gemaakt worden om Naris (risicomanagementtool, al aangeschaft) goed te implementeren en te beheren. Zonder budget kan er geen of onvoldoende invulling geven worden aan het reeds vastgestelde beleid Integraal Risicomanagement. 10.
Interactieve participatietool De gemeente maakt sinds kort gebruik van een eigen participatietool (Denk Mee Kaag en Braassem). Hiervoor zijn niet langer de diensten van een externe (markt)partij benodigd. De kosten hiervoor werden tot op heden gedekt uit incidentele budgetten voor de invoering van de omgevingswet. Nu 11.
7
deze wet is ingevoerd, zijn deze incidentele budgetten niet langer beschikbaar. Dekking dient nu structureel te worden geregeld. Uitbreiding van taken a. Veiligheid, Toezicht en Handhaving De samenleving verandert en daarmee ook de inzet van toezicht, handhaving en veiligheid. Fysieke veiligheid, digitale veiligheid en ondermijning zijn onderwerpen uit ons raadsakkoord, die nog altijd actueel zijn en die om onze inzet vragen. Deze onderwerpen zijn door nieuwe inzichten, nieuwe weten regelgeving en nieuwe samenwerkingsverbanden continu in beweging. Tegelijkertijd komen er steeds meer taken bij onze gemeente te liggen (bijvoorbeeld toezicht op het water) én dienen steeds meer en meer complexe situaties zich aan. Om met deze veranderingen om te kunnen blijven gaan en ons werk goed uit te kunnen blijven voeren, is gedragen en actueel beleid essentieel. Daarom wordt voorgesteld om op het gebied van beleid voor het werkveld van Veiligheid, Toezicht en Handhaving extra capaciteit te creëren. b. Bezwaar, Beroep en Handhaving De juridische afhandeling van bezwaar-, beroep- en handhavingszaken zijn steeds ingewikkelder geworden en vragen meer tijd om tot een goed einde te brengen. Hierdoor is er minder tijd beschikbaar voor juridische afstemming met andere taakvelden en afdelingen, en blijven handhavingsmeldingen liggen. Ook is er geen tijd om mee te werken aan handhavingsprojecten.
De wens uit het raadsakkoord tot ‘verdergaande handhaving op ruimtelijke ordening’ staat daarmee onder druk. Om de juridische kwaliteit en kwantiteit op het gebied van bezwaar, beroep en handhaving te waarborgen en ook vanuit de juristen mee te kunnen werken aan handhavingsprojecten, wordt voorgesteld om de bestaande capaciteit uit te breiden. c. Inkoop en Aanbesteding Inkoop- en aanbestedingsvraagstukken met bijbehorend contractbeheer zijn de afgelopen jaren toegenomen. Wij merken dit over de volle breedte van de organisatie, ook bij ruimtelijke projecten. Niet alleen omdat alles duurder is geworden terwijl de aanbestedingsgrenzen hetzelfde zijn gebleven (waardoor we eerder moeten aanbesteden), maar ook omdat wij meer inkopen en wij het belang van goede inkoop meer zijn gaan benadrukken. Met deze veranderende kaders is de organisatie kwetsbaar op dit punt. Om mee te kunnen blijven groeien met de raads- en organisatiebehoeftes waarvoor moet worden ingekocht, te handelen volgens de toepasselijke wet- en regelgeving (o.a. de Aanbestedingswet) en niet afhankelijk te worden van in te huren personeel, wordt voorgesteld om de organisatie te versterken door middel van operationele ondersteuning op inkoop & aanbesteding. d. Versterking capaciteit Mobiliteit en Verkeer De gemeenteraad heeft verkeersveiligheid als belangrijk aandachtspunt benoemd, met daarbij de nadruk op: a.
Verbetering van fietsveiligheid. b. Veiligheid rondom scholen en sportcomplexen. c. Voorkomen van nieuwe knelpunten bij toekomstige bouwprojecten. Er is sprake van een duidelijke toename van het aantal projecten en vraagstukken, als ook de inhoudelijke complexiteit hiervan. Projecten zoals de ontsluiting van de N207 en concessies rond openbaar vervoer wegen naast deze technische complexiteit ook beleidsmatig zwaar. De ontwikkeling van een nieuwe mobiliteitskoers (minder focus op de auto) in combinatie met bouw- en duurzaamheidsambities vraagt om strategische afstemming en specialistische kennis. Daarnaast is er sprake van een breder en meer divers takenpakket. Hierbij kan gedacht worden aan strategische 12.
8
beleidsontwikkeling (mobiliteitsvisie), operationele taken (verkeersbesluiten en laadpaalaanvragen) en advisering bij infrastructurele projecten. Voorgesteld wordt om hiervoor extra capaciteit te creëren. e. Adviseur Public Affairs/Lobby In het raadsakkoord is de ambitie uitgesproken om verder in te zetten op een versteviging van de regionale positie en de organisatie van lobbykracht voor de gemeente. Hierbij is de wens uitgesproken hoe hier een meer robuuste en mogelijk structurele invulling aan gegeven kan worden. Veel thema’s zijn complex van aard. In combinatie met een toename van taken wordt de gemeente vaker gedwongen naar een (boven-)regionale samenwerking. Hier kunnen schaalvoordelen mee worden behaald. Het aanstellen van een adviseur Public Affairs maakt deze ambitie mogelijk. Ruimte en Leefomgeving De kosten voor (onderhoud) software voor Ruimte en Leefomgeving werden tot dit jaar gedekt uit de incidentele budgetten voor invoering van de Omgevingswet. Nu de Omgevingswet is ingevoerd en er geen beroep meer kan worden gedaan om deze incidentele budgetten, moeten deze kosten structureel geborgd worden in de meerjarenbegroting. Het gaat hierbij om kosten voor diverse soorten software voor vergunningverlening, koppelingen met de Basisregistratie Personen (BRP) en koppelingen om genomen besluiten te kunnen publiceren. 13.
14. HRM Goed werkgeverschap vraagt om goede benutting van de mogelijkheden binnen het HRM-beleid. De organisatie is voortdurend in ontwikkeling en dit vraagt om een goed HRM-beleid dat meegroeit met de organisatie. In het kader van goed werkgeverschap en het boeien en binden van medewerkers is het noodzakelijk dat de organisatie beschikt over voldoende instrumenten om het HRM-beleid te ondersteunen. Hierbij moet gedacht worden aan expertise rond functiewaarderingen, lidmaatschap van het A&O-fonds, preventie van uitval, begeleiding bij re-integratie en waar nodig de inzet van bedrijfsmaatschappelijk werk. Bijzonderheden: Mogelijke meevaller meicirculaire Aan de hand van een rekenmodel vanuit PAUW zijn de financiële effecten van de Voorjaarnota 2025 voor onze gemeente berekend en verwerkt in de kaderbrief 2026. Op basis van dit rekenmodel is er, naast de verwachte indexatie algemene uitkering en compensatie jeugd, sprake van € 500.000 aan extra opbrengsten uit het gemeentefonds (accres en loon- en prijspeilontwikkeling). Een definitief beeld kan pas worden gegeven wanneer de uitkomsten uit de meicirculaire bekend zijn. Toch is wel besloten deze mogelijke meevaller inzichtelijk te maken in de kaderbrief 2026 aangezien dit nu de meest realistische duiding is, rekening houdend met de beschikbare informatie.
De uitkomsten uit de meicirculaire zullen worden verwerkt bij het definitief opstellen van de meerjarenbegroting 20262029. OPTIONEEL: Terugdraaien ombuigingsvoorstellen uit Richtnota 2025 Een tweetal ombuigingsmaatregelen gaan pas in per 2026, maar zijn destijds wel verwerkt in de meerjarenbegroting. Bij het vaststellen van de Programmabegroting 2025 heeft de raad aangeven deze maatregelen te willen terugdraaien bij de kaderbrief 2026, mocht daar financiële ruimte voor zijn. Dit gaat specifiek om: a. Het terugdraaien van activeren van ambtelijke inzet. 9
b. Het terugdraaien van het verlengen van de afschrijvingstermijn nieuwe gebouwen van 40 naar 50 jaar. Beide opties zijn apart toegevoegd aan het financiële overzicht op pagina 4. Het college benadrukt dat de financiële ruimte voor het terugdraaien van deze maatregelen er niet is en adviseert met klem om vast te houden aan deze ombuigingsvoorstellen.
10
3. Uitgangspunten ten behoeve van de programmabegroting 2026-2029 Ten behoeve van het uitwerken van de meerjarenbegroting 2026-2029 worden de volgende uitgangspunten voorgesteld:
Inkomsten: prijscompensatie en kostendekkendheid • Om de “koopkracht” van de eigen inkomsten op peil te houden, worden de gemeentelijke belastingen, leges en waar contractueel mogelijk de huren en pachten jaarlijks geïndexeerd met een inflatiecorrectie. Voor de komende begroting wordt een inflatiecorrectie voorgesteld van 2% voor de belastingen. Dit percentage is gebaseerd op de loonvoet sector overheid voor 2026 uit de kerngegevenstabel van het CEP per februari 2025. Voor privaatrechtelijke contracten zoals verhuringen is meestal de CPI overeengekomen. • In verband met de maximale kostendekkendheid van 100% worden in de begroting de tarieven voor afval aangepast tot 100% kostendekkendheid. Bij het vaststellen van de belastingverordeningen worden de tarieven voor 2026 definitief vastgesteld. • Voor de afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing, de marktgelden, de grafrechten en de leges geldt een kostendekking (inclusief btw) van maximaal 100%. Uitgaven: prijscompensatie, rente en onontkoombare budgetbijstellingen • Voor het berekenen van de salarislasten is voor de Programmabegroting 2026 is geanticipeerd op de concept CAO 2025-2027. Inmiddels is er een voorlopige overeenstemming over het loonbod. Vooruitlopend op definitieve instemming met dit loonbod, is de inflatiecorrectie voor onze salarislasten voor 2026 en verder hierop aangepast.
• De rentecomponent in de kapitaallasten, de rentetoerekening aan grondexploitaties, reserves en voorzieningen wordt bepaald door de samenstelling van de leningenportefeuille. Deze staat onder invloed van de ontwikkelingen van de rente op de kapitaalmarkt en de aflossingsmomenten. Voor de begroting 2026 en verder zal deze renteomslag worden bepaald op basis van de actuele renteverwachtingen ten tijde van de begrotingsopstelling. • De overige budgetten worden geïndexeerd op basis van de onderliggende overeenkomsten zoals de financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen voor GR-en, en andere privaatrechtelijke overeenkomsten, meestal gebaseerd op de CPI. • De prijscompensaties die wordt ontvangen vanuit de algemene uitkering en eigen inkomsten (behoudens de 100% kostendekkende activiteiten), wordt volledig ingezet voor prijscompensatie van uitgavenbudgetten. • Indien uit de jaarrekening, of uit te verwachten ontwikkelingen volgt dat een budget structureel te laag is voor de taakuitoefening in 2026, kan een extra bijstelling plaatsvinden. Dit kan alleen in het geval dat de extra uitgaven onontkoombaar zijn. Bij substantiële aanpassingen worden deze toegelicht in de begroting. Algemene uitkering en constante prijzen • De meerjarenbegroting is in constante prijzen. Dat wil zeggen dat voor de jaren ná 2026 het prijspeil van 2026 wordt aangehouden.
• De algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt berekend aan de hand van de gegevens uit de Meicirculaire uit het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar, eveneens op basis van constante prijzen. 11