CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2021

Gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Jaarrekening 202139.755 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

24 alinea's met “verslag”: 630 631 684 700 897 898 900 902 930 932 940 942 946 950 952 962 964 974 976 982 986 988 995 1046

2020

2021

Bedrag

Toegewezen (geheel of gedeeltelijk) Afgewezen In behandeling

112 153 34

111 130 46

€ 53.154 € 57.895 € 21.027

Totaal ingediende kwijtscheldings verzoeken

299

287

€ 132.076

52

Paragraaf 2 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft inzicht in het weerstandsvermogen in het verslagjaar 2021 en de ontwikkelingen bij de geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s. Hiertoe is informatie opgenomen over onderstaande onderwerpen: 1. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit (de beschikbare middelen om aanwezige risico’s te kunnen opvangen). 2. Een inventarisatie van de risico’s van materiële betekenis voor de financiële positie, zoveel als mogelijk gekwantificeerd (financiële consequenties x ingeschatte kans). 3. Inzicht in het incidenteel weerstandsvermogen per balansdatum en in het structureel weerstandsvermogen in de periode 2021 – 2024. 4. Inzicht in de financiële kengetallen. Het uitwerken van deze paragraaf gebeurt conform het door de raad in 2019 vastgestelde beleid in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen (Nota R&W) voor de periode 2020 – 2023.

ONTWIKKELINGEN RISICOANALYSE IN HET VERSLAGJAAR 2021 Onderstaand worden de risico’s zoals geïnventariseerd en gekwantificeerd bij de begroting 2021 beschouwd ten opzichte van de ontwikkelingen in het verslagjaar 2021. X. Herverdeeleffecten (vervallen) Begroting 2021: Op dit moment vinden studies en onderzoeken plaats naar een herverdeling van het gemeentefonds. De herverdeling zal met name negatieve gevolgen hebben voor de (kleinere) plattelandsgemeenten. Kaag en Braassem valt hier ook onder. Geadviseerd wordt in de begroting rekening te houden met een structurele verlaging van de inkomsten van € 25 per inwoner per jaar, oplopend tot € 100 per inwoner. Conform advies hebben wij dit effect tot € 50 per inwoner verwerkt in de begroting 2023-2024 en is in de risicoparagraaf het ingroei-effect boven de € 50 euro verwerkt. Dit risico op minder inkomsten bedraagt vanaf 2024 van € 685.000, oplopend naar € 1,371 miljoen structureel vanaf 2025. De kans dat dit risico zich voordoet achten wij zeer hoog, vandaar dat rekening is gehouden met het geadviseerde bedrag. Jaarrekening 2021: Dit risico is in het voorjaar van 2021 komen te vervallen. Uit de publicaties die in 2021 zijn verschenen blijkt dat wij juist een voordeel hebben bij de herverdeeleffecten.

Omdat we mogelijk juist meer opbrengsten uit het gemeentefonds gaan ontvangen is er op dit moment geen reden om een deel van het geraamde resultaat in de meerjarenbegroting beschikbaar te houden ter dekking van mogelijk lagere opbrengsten. Uiterlijk bij het verschijnen van de meicirculaire 2022 zal naar verwachting duidelijk worden wat de werkelijke effecten voor onze gemeente zijn. 1. Wmo Wmo incidenteel risico Begroting 2021: De Wmo betreft een openeinderegeling. Dit betekent dat wij als gemeente maatschappelijke ondersteuning moeten bieden, ook als het budget op is. Een aantal grote woningaanpassingen kan bijvoorbeeld extra lasten met zich meebrengen. Omdat het onzeker is wanneer inwoners meer dan

53

verwacht een beroep doen op een dergelijke woningaanpassing, is ervoor gekozen hiervoor een risico op te nemen in de risicoparagraaf. Een aanvraag voor een grote woningaanpassing staat op zichzelf en heeft geen structureel effect, maar heeft mogelijk een incidenteel effect op de algemene reserve. Op basis van ervaringscijfers van voorgaande jaren achten wij het verantwoord om dit risico incidenteel in te schatten op € 150.000 met een kans van 50%. We zien in 2020 wel een stijging van het aantal woningaanpassingen. Het is echter nog te vroeg om te concluderen of dit een trend is die doorzet. Jaarrekening 2021: In 2021 hebben wij in totaal € 46.000 meer aan kosten gehad dan primair begroot. Hiervan hebben we € 29.000 op kunnen vangen binnen de MAG-begroting middels de begrotingswijziging in de Voortgangsmonitor 2021. Deze hogere kosten zijn veroorzaakt door een toename van de vraag als gevolg van de invoering van het abonnementstarief en door enkele duurdere woningaanpassingen. Bij de begroting 2022 is de impact van dit risico gestegen van € 150.000 naar € 165.000. De kans is gelijk gebleven en bedraagt 50%, waarmee het risico is gekwantificeerd op € 82.500 incidenteel. Wmo structureel risico Begroting 2021: Per 1 januari 2020 vinden er wijzigingen plaats in de Wmo-wet- en regelgeving.

Vooralsnog is het uitgangspunt in de Richtnota 2021 dat deze geen financiële gevolgen hebben, maar dat is nog erg onzeker. Het gaat hierbij met name om de effecten die de invoering van het abonnementstarief met zich meebrengt en in mindere mate om wijzigingen rondom de verstrekking van hulpmiddelenzorg. Invoering abonnementstarief Wmo Het abonnementstarief, een vast tarief voor de eigen bijdrage aan Wmo-voorzieningen, in plaats van een inkomensafhankelijke bijdrage, is per 1 januari 2020 definitief van kracht. Hierdoor zijn de inkomsten van eigen bijdragen CAK gedaald. Daarnaast heeft het een aanzuigende werking, met name een toenemende vraag naar huishoudelijke hulp van mensen die dit nu zelf geregeld hebben, een toenemende vraag naar (duurdere) hulpmiddelen zoals scootmobielen en een toenemende vraag naar woningaanpassingen. In 2019 en 2020 ziet onze uitvoeringsorganisatie Participe het aantal afgegeven beschikkingen voor huishoudelijke ondersteuning, vervoer- en woonvoorzieningen toenemen. Hierbij is het lastig om te beoordelen of dit wordt veroorzaakt door het abonnementstarief of dat hier ook andere oorzaken aan ten grondslag liggen, zoals vergrijzing. Vanuit het regeerakkoord is een structureel bedrag ter compensatie aan de gemeenten beschikbaar gesteld, voor Kaag en Braassem is dit € 191.000 in 2021.

Dit bedrag is in 2021 volledig gebruikt ter dekking CAK en verstrekkingskosten. Ook de uitvoeringskosten nemen toe en hiervoor zijn extra middelen gevraagd. Een verdere stijging kan dan ook niet meer binnen de budgetten worden opgevangen. De VNG voert voor de jaren 2019 tot en met 2022 een monitor uit op de effecten van de invoering van het abonnementstarief. Aan de hand van de uitkomsten bespreekt de VNG met de minister passende maatregelen, als de financiële gevolgen groter blijken dan eerder begroot. In afwachting van passende maatregelen gaan we in deze begroting 2021 uit van financiële compensatie wanneer de groei van deze voorzieningen doorzet. Er wordt daarom geen structureel bedrag gereserveerd in deze risicoparagraaf. Hulpmiddelenzorg naar de Wlz Vanaf 1 januari 2020 wordt ook de regelgeving verstrekking hulpmiddelenzorg vereenvoudigd. Mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en scootmobiel) worden voor alle cliënten in een Wlzinstelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo. Hulpmiddelen voor zorgverlening en

54

wonen voor algemeen gebruik worden uit de Wlz betaald (zoals tilliften en hoog-laagbedden). Hoe dit precies wordt ingevoerd en hoe de overgangsregeling eruit ziet is op dit moment nog niet volledig uitgewerkt. Voor de wijziging wordt een bedrag uit het gemeentefonds gehaald ten gunste van de Wlz. Het bedrag wordt geschat op € 15 miljoen landelijk maar wordt pas eind 2020 definitief vastgesteld. In de begroting 2021 wordt ervan uitgegaan dat het financiële effect van deze maatregel nihil is. Jaarrekening 2021: Invoering abonnementstarief Wmo In 2021 waren de kosten hoger dan in voorgaande jaren door een toename van het aantal aanvragen én doordat de voorzieningen in prijs zijn gestegen. Met name op het gebied van huishoudelijke hulp en PGB Wmo begeleiding zijn de kosten flink toegenomen. In totaal waren als gevolg van de invoering van het abonnementstarief de kosten per saldo € 577.000*1) hoger dan geraamd. Vanuit het Rijk hadden we hiervoor € 191.000 aan extra middelen ontvangen. De extra bijdrage was daarmee in 2021 € 386.000 te laag. *1) De per saldo hogere kosten als gevolg van de invoering van het abonnementstarief bestaan uit: - hogere kosten huishoudelijke hulp: € 259.000 - hogere kosten Wmo begeleiding: € 283.000 - hogere kosten woon- en vervoersvoorzieningen: € 58.000 - hogere eigen bijdrage dan geraamd: € -23.000. Totaal: € 577.000.

Bij het opstellen van de begroting 2022 zijn we ervan uitgegaan dat de extra middelen vanuit het Rijk toereikend zouden zijn om de stijging van de kosten op te kunnen vangen en is dit structurele risico in de begroting komen te vervallen. Dit blijkt niet het geval in 2021. Bij de Richtnota 2023 wordt nader onderzocht of we de risicoparagraaf hierop aanpassen of dat we de budgetten voor de voorzieningen en de eigen bijdragen in onze begroting structureel hierop moeten aanpassen. 2.1 JB/JR en gesloten jeugdhulp Begroting 2021: De zorg verband houdende met jeugdbescherming/jeugdreclassering en gesloten jeugdhulp wordt regionaal ingekocht via TWO Jeugdhulp Holland Rijnland. Voor deze vormen van jeugdhulp geldt een wettelijke regionale samenwerking. Dit betreft een openeinderegeling. De kosten worden verdeeld op basis van een verdeelsleutel. Voor 2021 geldt dat de realisatie van het jaar 2019 per gemeente de basis voor de verdeelsleutel is. De kosten kunnen met name bij gesloten jeugdhulp fluctueren omdat dit een relatief dure vorm van jeugdhulp is. Jeugdhulp Holland Rijnland geeft daarnaast aan dat bij JB/JR een tariefstijging heeft plaatsgevonden die van invloed is op de begroting 2021 en dat regionaal extra middelen worden verstrekt aan JB verstrekt om de caseload te verlagen.

Het woonplaatsbeginsel (zie risico reguliere jeugdhulp) kan ook voor de regio Holland Rijnland een verschuiving betekenen van de verdeling van de kosten. Er zijn nog teveel onduidelijkheden om dit effect te kwantificeren. In de deze begroting is een bedrag voor TWO jeugdhulp opgenomen van de begroting TWO 2020 plus 3% verhoging voor 2021 en dit betekent een forse verhoging ten opzichte van de primaire begroting 2020. Met deze verhoging achten wij het verantwoord om het risico te handhaven op € 50.000 met een kans van 50% dat zich dit voordoet. Jaarrekening 2021: Het risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. Voor jeugdbescherming/ jeugdreclassering hebben we een kleine overschrijding van € 9k gehad; dit konden we opvangen binnen de begroting.

55

2.2 Reguliere jeugdhulp Begroting 2021: Omdat de onderhandelingen over een eventuele verlenging van ons contract met Go! voor jeugd ten tijde van het opstellen van deze begroting nog gaande zijn, is het onduidelijk hoe dit proces gaat lopen. Als contractverlenging niet mogelijk blijkt, zal er opnieuw aanbesteed moeten worden. Hoe de situatie gaat lopen is dus onzeker. Gezien deze onzekerheden in het proces wordt voorgesteld om voor reguliere jeugdhulp een PM-post op te nemen in de risicoparagraaf. Bij de Richtnota 2022 zal op basis van de actuele situatie op dat moment bekeken worden of er voor 2022 e.v. een risicoreservering nodig is en hoe hoog deze zal moeten zijn. Jaarrekening 2021: Dit risico heeft meer betrekking op 2022 e.v, maar door toename van het gebruik en door hogere kosten voor de zorgverlening heeft Go! ook in 2021 hogere kosten gehad, waardoor onze bijdrage aan Go! € 338.815 hoger is geweest dan waar we in de begroting 2021 vanuit zijn gegaan. Bij de Voortgangsmonitor hadden we hiervoor al € 347.331 bijgeraamd. Naar verwachting zullen ook in 2022 en in 2023 de kosten voor Go! hoger zijn dan geraamd. In maart 2022 is uw raad hierover geïnformeerd in een aparte raadsvergadering. Tevens heeft uw raad daarbij ingestemd met een begrotingswijziging voor de hogere kosten Jeugdhulp, te verwerken in de Voortgangsmonitor 2022.

Daarnaast heeft uw raad ingestemd met het opnemen van een hogere last voor 2023 in de Richtnota en voor 2024 e.v. in het meerjarenbegrotingsbeeld. In 2022 zal opnieuw gestart worden met een aanbesteding voor 2024 e.v. De risico’s die in het raadsvoorstel over de extra kosten Jeugdhulp zijn genoemd werken we in de Richtnota 2023 nader uit en zullen we dan zo veel als mogelijk kwantificeren. X. Opdracht Sociale Participatie (incl. Gewoon Thuis) en opdracht Ondersteuning (Gewoon Dichtbij) (vervallen) Begroting 2021: In de Richtnota 2021 bestaat deze uit de kosten voor het Kernteam Wmo (volwassenendeel), Wmo (Natura en Pgb) verstrekkings- en uitvoeringskosten en de kosten Sociale Participatie (Tom in de Buurt, incl. Gewoon Thuis) en de opdracht Ondersteuning (Gewoon Dichtbij). Binnen het Kernteam Wmo en de Wmo (Natura en Pgb) verstrekkingskosten- en uitvoeringskosten zien we dat met name Cao- ontwikkelingen, het abonnementstarief en de vergrijzing ervoor zorgen dat de vraag en de kosten toenemen. Dit maakt onderdeel uit van deze begroting, zie verder ook het risico onder Wmo. De opdracht Gewoon Dichtbij zou begin 2020 worden aanbesteed en na gunning starten op 1 januari 2021. Als gevolg van het coronavirus is de aanbesteding uitgesteld. Dit betekent dat de huidige contracten in 2021 worden overbrugd tot de nieuwe ingangsdatum van de opdracht Gewoon Dichtbij.

De onderhandelingen over de voorwaarden waaronder de contracten worden overbrugd vinden op dit moment plaats. Daarnaast wordt wel al gestart met Intensieve ambulante begeleiding (Gewoon Thuis). Deze taak voeren we ter voorbereiding uit voordat wij per 2022 verantwoordelijk worden voor de taken die vallen onder de Maatschappelijke Zorg (Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang). De middelen moeten worden overgeheveld vanuit centrumgemeente Leiden. In de begroting 2021 is Gewoon Thuis budgetneutraal opgenomen. Het risico bestaat dat de kosten niet volledig vergoed worden. De kans hierop is in 2021 het grootste en loopt dan af zodat we ingroeien naar volledige kostendekkendheid. Voor 2022 e.v. is het uitgangspunt dat de opdracht Gewoon Dichtbij is aanbesteed en dat het kostprijsonderzoek van Rebel aangehouden kan worden. In deze begroting wordt uitgegaan van het “middellijn”-scenario. De inschrijvers op de aanbesteding kunnen zowel hoger, tot de “bovenlijn” of lager, tot de “onderlijn” inschrijven. In het risico is verwerkt dat inschrijvers in het eerste jaar boven de middellijn inschrijven (investeren in de opdracht) en dat dit zich vertaalt in een structurele lagere prijs in de latere jaren.

56

Jaarrekening 2021: In 2021 waren de kosten voor PGB woonbegeleiding hoger dan geraamd, maar deze konden worden opgevangen binnen het MAG-thema MAG345 Leven / Ondersteuning / Wettelijke taken. In de begroting 2022 e.v. zijn de financiële effecten van de opdracht ondersteuning verwerkt, waardoor het risico op hogere kosten voor 2022 e.v. is komen te vervallen. 3. Werk en Inkomen W&I incidenteel risico Begroting 2021: In de Richtnota 2021 zijn geen wijzigingen voorgesteld op de budgetten voor Werk en Inkomen. Vóór de coronacrisis werd een overschot op de BUIG verwacht voor de jaren 2020 en 2021. Deze verwachting moeten we nu bijstellen: Inkomsten als gelijkblijvend opgenomen: We ontvangen van het rijk een doeluitkering; de gebundelde uitkering (BUIG), voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz. Op basis van de systematiek die ten grondslag ligt aan het macrobudget BUIG worden de gegevens van het aantal bijstandsontvangers van voorgaande jaren gebruikt. Omdat in die jaren landelijk het bijstandsbestand daalde, zou het macrobudget BUIG in 2021 ook dalen. Op de website van de VNG staat het volgende vermeld: “Bij de rijksbegroting in september wordt het definitief budget 2020 vastgesteld waarbij actuele gegevens worden gebruikt.

Aangezien de gebruikte CBS-data een vertraging hebben voor het inzicht in de stand van zaken van uitgaven BUIG hebben SZW en de VNG extra contacten met gemeenten om te zien hoe de meest actuele instroom in de bijstand zich ontwikkelt.” De verwachting is daarom dat de effecten van corona wel worden meegenomen bij het macrobudget BUIG (voor zowel 2020 als 2021) en voor onze gemeente de BUIG in ieder geval niet lager komt te liggen dan wat er in de huidige begroting is opgenomen. Risico op toenemende uitgaven: De uitgaven nemen toe omdat het aantal bijstandsontvangers toeneemt. Indien deze op het niveau van de vorige crisis uit 2017 komt te liggen dan moeten we minimaal rekening houden met 276 uitkeringen. De financiële impact hiervan, bij een gelijkblijvend BUIG-budget van het rijk, is berekend op € 175.000. Met de kans van 80% dat dit zich voordoet wordt een incidenteel risico van € 140.000 opgenomen. Deze is incidenteel omdat vanaf 2022 de balans tussen de doeluitkering en de uitgaven weer bereikt moet zijn. Jaarrekening 2021: Dit risico heeft zich inderdaad voorgedaan. Bij de Voortgangsmonitor hebben we de kosten bijgeraamd met € 688k en de hogere te ontvangen doeluitkering met € 290k. Per saldo een bijraming van € 398k. Dit hebben we toen niet kunnen dekken binnen de MAG-begroting. Uiteindelijk hebben we nu bij de jaarrekening een overschot van € 141k.

Uiteindelijk hebben we € 398k -/- € 141k = € 257k meer aan kosten gehad in 2021 ten opzichte van de primaire begroting. Dat de bijstelling bij de Voortgangsmonitor te hoog is gebleken komt doordat de bijstelling was gebaseerd op een hogere stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden dan uiteindelijk einde van het jaar het geval was, namelijk van 263 begin 2021 naar 276 eind september. Einde van het jaar bleek het aantal uitkeringsgerechtigden te zijn teruggelopen naar 266. Bij het opstellen van de begroting 2022 zijn de budgetten voor BUIG bijgesteld en is ook het risico dat de rijksbijdrage niet toereikend zou zijn bijgesteld. Het mogelijke tekort is voor 2022 berekend op € 235.000 met een kans van 70% dat dit risico zich voordoet. Daarmee komt de kwantificering op € 164.500 incidenteel, omdat naar verwachting vanaf 2023 de balans tussen doeluitkering en uitgaven weer wordt bereikt.

57

W&I structureel risico: financiële afspraken DVO Alphen aan den Rijn Begroting 2021: Voor de uitvoering van de taken Werk en inkomen hebben wij als gemeente een dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten met Alphen aan den Rijn. Deze DVO is voor onbepaalde tijd afgesloten, maar de financiële afspraken voor de uitvoering van de DVO lopen af per 2022. Dit betekent dat nieuwe afspraken moeten worden gemaakt voor 2022 en volgende jaren. De huidige afspraken zijn gebaseerd op de meerjarenbegroting van Rijnvicus 2018-2021. Het is de verwachting dat de huidige afspraken niet meer afdoende zullen zijn en dat de kosten voor de uitvoering van de DVO daarom gaan toenemen per 2022. Jaarrekening 2021: Dit risico was nog niet van toepassing op 2021, maar op 2022. Het risico heeft zich dus ook niet voorgedaan in 2021. Bij een gelijkblijvend aantal uitkeringsgerechtigden is het de verwachting dat de kosten voor de uitvoering van het nieuwe DVO binnen het geraamde budget van 2022 blijven. 4. De Tweesprong De Tweesprong, incidenteel risico Begroting 2021: Dit betreft het risico op hoge incidentele onderhoudslasten voor de Tweesprong om de locatie veilig open te houden. Zolang er geen separaat besluit is genomen over nieuwbouw van de Tweesprong, blijft het incidentele risico op onderhoudskosten bestaan. De gemeente is verantwoordelijk voor het groot onderhoud.

In de afgelopen jaren is hier € 855k voor beschikbaar gesteld. In de meerjarenraming is een stelpost opgenomen voor de lasten die ontstaan na nieuwbouw. Dit budget is toereikend om eventuele tegenvallers voor onderhoud aan het oude zwembad op te kunnen vangen. Daarom is er bij de structurele risico’s een bedrag van € 0 opgenomen. Jaarrekening 2021: Het risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. De onderhoudslasten voor het jaar 2021 zijn binnen het budget gebleven. De verwachting is ook dat de onderhoudslasten in 2022 binnen begroting blijven. In 2022 wordt er een nieuw MJOP voor ’t Spant vastgesteld. De Tweesprong, structureel aflopend risico Begroting 2021: Voor de komende jaren wordt een risicoreservering opgenomen voor de gemeentelijke B.V. De Tweesprong. De risicoreservering heeft betrekking op het exploitatietekort waarvoor de gemeente contractueel het risico draagt. Het bedrag is gebaseerd op de trend van toenemende kosten en dalende inkomsten van de afgelopen jaren. Alhoewel wij de situatie intern, met de komst van de nieuwe directeur, de afgelopen periode zien stabiliseren en wij daarom ook verwachten dat deze de komende periode verder zal stabiliseren verwachten wij een blijvend risico. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat de ondergrens van de voorziening 'nog te besteden exploitatiebijdrage' is bereikt.

Daarnaast moet rekening gehouden worden met de financiële gevolgen - voor zover wij die nu kunnen inschatten - die COVID-19 met zich mee brengt. Covid-19 brengt inkomstendervingen en vraagt om extra veiligheidsmaatregelen die zowel extra personele inzet als fysieke aanpassingen vereisen. Het effect zal zich nog enkele jaren voordoen en vraagt een geleidelijke aanpassing van de exploitatie. Jaarrekening 2021: Op dit moment is het resultaat € 392k negatief. De Tweesprong heeft verschillende vergoedingen aangevraagd waarop nog een definitieve beschikking moet worden ontvangen. Het totaal van de nog niet verwerkte aanvragen bedraagt 718k. Als (een deel van) deze vergoedingen (wordt) worden

58

toegekend, dan kan het jaarrekeningresultaat omslaan van een negatief naar een positief jaarrekeningresultaat. X. Sociale woningbouw (vervallen) Begroting 2021: Dit betreft het risico op afboeken van de boekwaarde van het Connexxionterrein in verband met het realiseren van sociale woningbouw op deze locatie. Of daar sociale woningbouw gaat komen of dat het terrein een andere bestemming gaat krijgen is nog niet bekend. Wel hebben we te maken met een boekwaarde die in welke ontwikkeling dan ook betrokken moet worden. Afhankelijk van welke ontwikkeling het gaat worden, zal het bedrag van het verlies hoger of lager zijn. De kans dat de volledige boekwaarde moet worden afgeboekt is daarom bij begroting 2019 bijgesteld naar 50%. Deze inschatting blijft nu ongewijzigd. Met een boekwaarde van € 1.050.000 komt het incidentele risico voor deze post uit op € 525.000. Jaarrekening 2021: Al langere tijd heeft er geen ontwikkeling plaatsgevonden voor het Connexxionterrein en er is ook geen zicht op ontwikkeling op de korte termijn. Daarom wordt deze grondexploitatie per 31-12-2021 afgesloten. De verliesvoorziening die op dit complex binnen de grondexploitaties was getroffen is ingezet in 2021 en daarmee komen de gronden als MVA (materieel vast actief) op de balans tegen een waarde van € 917.735.

De marktwaarde van deze gronden bedraagt € 1,2 miljoen en omdat er voorlopig geen ontwikkeling plaatsvindt, kan dit risico komen te vervallen. 5.1 Kunstwerken – onderzoek constructieve staat Begroting 2021: In 2018 is gestart met de herziening van het beheersplan voor kunstwerken binnen de gemeente. Hierbij is gekozen voor een risicogestuurde beheersaanpak. Daarbij is onderscheid tussen primaire en secundaire kunstwerken. De primaire kunstwerken zijn kunstwerken die liggen in het hoofdwegen net. Deze zijn van belang voor bereikbaarheid van kernen en voor de afvloeiing van water (duikers). De secundaire kunstwerken betreffen bruggetjes en duikers en andere objecten, die gebruikt worden voor recreatieve doeleinden of die niet van belang zijn voor veiligheid. De primaire kunstwerken zijn in 2019 in beeld gebracht en de inschatting van het meerjarig onderhoud is op orde gebracht. Hierbij is een verdiepingsslag gemaakt naar het onderzoek naar secundaire kunstwerken voor wat betreft eigendomsverhoudingen en verplichtingen. In 2019 is ook een eerste beoordeling van de constructieve staat gevoerd. Op dit moment wordt er gewerkt aan een onderzoek naar de volgorde (prioritering) van het onderzoek naar de constructieve staat. Hiervoor worden ca 60-70 kunstwerken onderzocht waaruit een lijst met volgorde komt en een inschatting van de kosten.

Voor de zomer heeft uw raad een memo ontvangen over de kunstwerken. De uitkomst van de vervolgonderzoeken, zoals ook verwoord in de memo, is dat we een lijst krijgen van onderzoeken naar constructieve staat, moment van onderzoek en de te verwachten omvang van de noodzakelijke werkzaamheden en kosten. Dit kan dan mee in de budgettering conform het regulier proces. De verwachting is dat we vanaf 2022 volledig kunnen sturen vanuit het beheerplan kunstwerken. Jaarrekening 2021: In het beheersplan kunstwerken 2021/2024 is het onderzoek naar de constructieve veiligheid van diverse kunstwerken benoemd. De eerste kunstwerken (bruggen Floraweg) zijn onderzocht en dit leidt tot het nemen van maatregelen van gewichtsbeperking met als uiteindelijke noodzaak het herstellen/vervangen van kunstwerken. In 2021 heeft dit niet tot extra kosten geleid. In de tweede helft van 2022 worden de risico’s op bruggen geraamd. Dit kan leiden tot extra noodzakelijke investeringskredieten voor het vervangen van diverse kunstwerken binnen de gemeente Kaag en Braassem. De twee bruggen in de Floraweg hebben een vervangingswaarde van ca € 500k -

59

€ 750k wat mogelijk leidt tot extra kapitaallasten van zo’n € 50.000 per jaar op het onderdeel kunstwerken. 5.2 Kunstwerken – gevolgen vervolgonderzoek Begroting 2021: Het dossier bruggen is weerbarstig. In 2019 heeft nader onderzoek naar de constructieve staat van de kernvoorraad in Woubrugge uitgewezen dat de houten bruggen ten opzichte van de inspecties in 2018 dusdanig verslechterd zijn dat deze vervangen moeten worden. Naast de voorziening Langebrug is daarom voor de vervanging van deze bruggen een voorziening getroffen. De bruggen worden in 2020 vervangen. Eind 2019 en begin 2020 zijn ook de bruggen Noorderhemweg onderzocht op constructieve staat. Hierbij komt naar voren dat levensverlengend onderhoud nodig is of dat vervanging gewenst is. Bij levensverlengend onderhoud gaat de brug 10-15 jaar langer mee, bij vervanging kan een brug weer 100 jaar mee. De uitkomsten van onderzoeken moeten per kunstwerk beoordeeld worden. Op dit moment is het de verwachting dat het beheerplan vanaf 2022 op orde is en dat het beheerplan binnen de exploitatiebudgetten (met egalisatie van de reserve infra) kan worden uitgevoerd. Omdat nog niet alle vervolgonderzoeken zijn afgerond, is het toch noodzakelijk om dit risico in beeld te houden als pm. Hoewel we verwachten dat we vanaf 2022 vanuit het beheerplan kunnen sturen blijven de incidentele kosten lastig te voorspellen.

Zoals we bij bovenstaande voorbeelden hebben gezien kunnen de kosten van sommige kunstwerken fors zijn en een grote incidentele impact hebben op de begroting. Hoewel we deze graag zouden willen kwantificeren, is dit op voorhand helaas niet mogelijk. Jaarrekening 2021: In 2021 hebben wij een inschatting gemaakt van de te verwachten kosten voor groot onderhoud voor de Noorderhemwegbrug. De inschattingen lopen sterk uiteen, afhankelijk van de (noodzakelijke) variant waarvoor wordt gekozen. In de risicoparagraaf van de begroting 2022 hebben wij u hierover geïnformeerd. Op verzoek van uw raad hebben wij toen ook een inschatting gemaakt van de financiële effecten van dit risico op de begroting. De inschatting van de financiële effecten is gewijzigd ten opzichte van de situatie bij de begroting 2022. Onafhankelijk van de keuze die wordt gemaakt, zullen we te maken krijgen met een extra kostenpost van minimaal € 2 miljoen aan noodzakelijk groot onderhoud. Deze post is als incidenteel risico opgenomen voor het volledige bedrag. Op dit moment is nog niet bekend of en wanneer dit onderhoud plaats gaat vinden. Als door uw raad niet wordt gekozen voor deze variant, maar voor één van de twee andere varianten, dan ontstaat de kans dat de brug binnen tien jaar moet worden vervangen. Dit zal niet van de een op de andere dag gebeuren.

Er is een kans dat in 2024 e/o 2025 gestart zal worden met de voorbereiding. De voorbereidingskosten hebben we geraamd op 10% van het investeringsbedrag van zo’n € 4 miljoen (boven op de € 2 miljoen). De kans dat deze voorbereidingskosten al in 2024 e/o 2025 plaats gaan vinden, worden ingeschat op 40%. 40% * 10% * € 4 miljoen komt op een kwantificering van € 160.000 in 2024 en 2025. 6. COVID-19 Begroting 2021: De uitbraak van COVID-19 (corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Ten tijde van het opstellen van deze begroting lijkt een tweede golf ons land in de greep te nemen. Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijk maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie. De uitbraak van het virus brengt ook een aantal risico’s met zich mee, die financiële gevolgen kunnen hebben voor onze gemeente. Wij hebben in het voorjaar van 2020 hiervan een inventarisatie gemaakt

60

en deze gedeeld met ons college en uw raad via raadsbrief 4 van 8 april jl. Wat de omvang van de financiële effecten zal zijn, is nog niet in te schatten. Uit de eerste inventarisatie die wij hebben gemaakt is naar voren gekomen dat de financiële effecten te verwachten zijn in de volgende programma’s en op de volgende taakvelden in onze begroting: Overhead/ bedrijfsvoering: o Hogere lasten in verband met het mogelijk maken van digitale besluitvorming en invoeren en ondersteunen van het massaal thuiswerken; o Hogere lasten in verband met maatregelen in het gemeentehuis en in de buitenruimte voor een veilige werkomgeving voor onze medewerkers die in het gemeentehuis of buiten beschikbaar moeten blijven; o Hogere lasten voor maatregelen in verband met het realiseren van een veilige leefomgeving voor onze inwoners; o Hogere personele lasten in verband met extra inzet van externe medewerkers in verband met ziekte op cruciale functies of langere inwerkperiode voor nieuwe medewerkers; Programma 1: o Hogere lasten in verband met extra inzet voor de crisisorganisatie in de veiligheidsregio en voor extra inzet ten behoeve van handhaving; Programma 2: o Betalingsregelingen voor onder meer kinderopvangorganisaties, beheerders van sportaccommodaties, sportverenigingen, culturele organisaties in verband met uitstel van betaling huur gemeentelijke eigendommen, met risico op uiteindelijke

(gedeeltelijke) oninvorderbaarheid; o Risico op hogere lasten bij openeinderegelingen, zoals voor jeugd, maatschappelijke ondersteuning et cetera; o Risico op hogere uitvoeringskosten door verhoogd aantal aanvragen BBZ, bijstand et cetera; o Risico op invorderbaarheid van leningen aan zelfstandigen; o Risico op niet rechtmatige uitgaven voor leerlingenvervoer, maatschappelijke ondersteuning en uitvoering jeugd in verband met het voortzetten van de bevoorschotting bij een lagere prestatielevering; o Risico op gewaarborgde geldleningen voor sportclubs en andere maatschappelijke organisaties; o Risico op hogere lasten als gevolg van niet sluitende exploitaties van maatschappelijke organisaties en (sport) verenigingen als gevolg van wegvallen van eigen (bar-/ oud papier-/ entree-)inkomsten; o Risico op hogere lasten RDOG door extra taken GGD in coronaonderzoek en -bestrijding en voorlichting. Jaarrekening 2021: In bijlage 3 bij het raadsvoorstel is een aparte verantwoording opgenomen, waarin uitgebreid is ingegaan op de extra kosten als gevolg van Covid en de bijdragen die wij hiervoor vanuit het Rijk hebben ontvangen. Wij hebben geen aanspraak hoeven doen op onze algemene reserve. Alle extra kosten hebben we kunnen dekken uit de bijdragen die wij vanuit het Rijk hebben ontvangen.

Per 31-12-2021 is er nog € 417k beschikbaar in de reserve Covid-19 ter dekking van extra kosten in 2022. Bij het opstellen van de jaarstukken 2022 zullen we bekijken in hoeverre het nog nodig is om de reserve Covid-19 nog in stand te houden en zullen we ook beoordelen of en in hoeverre we dit nog als risico in onze risicoparagraaf moeten blijven opnemen.

61

X. Asbestverwijdering Begroting 2021: In het verleden zijn in het kader van het project Braassemerland vastgoedobjecten aangekocht die niet bij dit project betrokken zullen worden. In een aantal gevallen is sprake van de aanwezigheid van asbesthoudende materialen. De kosten van de sanering hiervan komen voor rekening van de gemeente. Afhankelijk van de keuze in concrete gevallen zullen wij overgaan tot het uitvoeren van de sanering of tot verkoop van het betrokken object in de huidige staat. Kwantificering van dit onderdeel is niet mogelijk zodat hier moet worden volstaan met een pm-vermelding. Jaarrekening 2021: Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan en is bij de begroting 2022 komen te vervallen. X. Bestrijding eikenprocessierups – (toevoegen onder milieu conform BBV-taakvelden) Begroting 2021: In de begroting 2020 was het risico bestrijding eikenprocessierups opgenomen bij het risico bestrijding essentaksterfte en kastanjebloedingsziekte. Deze is in de Richtnota separaat opgenomen in verband met verplichte maatregelen voor de bestrijding van de eikenprocessierups, vallend onder milieu (ongediertebestrijding). Dit risico is ongewijzigd opgenomen in de Richtnota 2021 ten opzichte van de begroting 2020. De impact is geraamd op € 10.000 met een kans van 50% dat dit zich voordoet. De structurele impact is daarmee € 5.000.

In vergelijking met de kosten die andere gemeenten maken in de bestrijding van de rups is dit beperkt. Experts geven aan dat de groeiende overlast een tendens is die de komende jaren aanhoudt. Een goede oplossing voor de bestrijding van de rups is nog niet voorhanden. Echter zien we op basis van de uitgaven in 2019 geen reden om het structurele risico voor onze gemeente naar boven bij te stellen. Na een aantal jaren ervaring zal blijken of het nodig is om hiervoor structureel een budget op te nemen in onze begroting. Jaarrekening 2021: De kosten voor de bestrijding van de eikenprocessierups zijn in 2021 binnen het reguliere budget gebleven. Naar verwachting kunnen de kosten in de komende jaren ook binnen de bestaande budgetten worden opgevangen. Dit risico is daarom bij de begroting 2022 e.v. komen te vervallen. X. Bestrijding essentaksterfte/kastanjebloedingsziekte Begroting 2021: De essen in de gemeente zijn aangetast door essentaksterfte en kastanjes door de kastanjebloedingsziekte. Ieder jaar komt de boom in een nieuwe ziektefase. Het verloop van de ziekte wordt nauwkeurig gemonitord. Zieke bomen worden verwijderd, als deze een gevaar (gaan) vormen voor de veiligheid. Naarmate de ziekte verder verloopt, wordt de kans op verwijderen groter. De maximale impact is incidenteel en wordt ingeschat op € 85.000, de kans is 50%, we schatten dit risico in op € 43.000.

Jaarrekening 2021: In 2021 is er € 15K uitgegeven aan essentaksterfte/kastanjebloedingsziekte . Bij de Richtnota 2023 wordt er voorgesteld om de vervanging van zieke bomen een vast onderdeel van het groenonderhoud te laten zijn en het structurele budget hierop aan te passen, waarmee het risico kan komen te vervallen. 7. Openbaar groen Begroting 2021: Het budget voor openbaar groen dient ter dekking van de inhuur vanuit de sociale werkvoorziening Rijnvicus, renovatie projecten (combinaties riool/weg/groen) van onderhoud en aankoop van beplanting (plantsoenen, bomen, etc.) en de kosten voor maaien (gazons, bermen etc.). Binnen

62

openbaar groen is de afgelopen periode ingezet op het zo nauwkeurig mogelijk in kaart brengen van het areaal van de gemeente. Daarnaast is door de nieuwbouwwijken het areaal toegenomen. Vervolgens is aan de hand van eenheden in het beheersysteem, reële levensduur van planten en bomen en de prijs van vervanging per eenheid berekend hoeveel budget er minimaal nodig is om het vastgestelde beleid, conform de uitgangspunten in het IBOR 2015-2019 te continueren. Begin 2020 is het IBOR 2020-2024 vastgesteld door de raad. Het nieuwe IBOR is grotendeels ongewijzigd vastgesteld; dit betekent dat de kwaliteitseisen niet wijzigen en het beleid van 2015 wordt gecontinueerd. De maximale impact wordt bepaald door het verschil tussen de beschikbare budgetten en het benodigde budget aan de hand van de berekeningen. De beschikbare budgetten zijn bijgesteld aan de hand van de wijzingen uit de Najaarsnota 2019 en de voorgestelde budgetaanpassingen in de Richtnota 2021. Het verschil is daarna nog € 136.000. De kans dat we hogere kosten gaan krijgen bij voortzetting van het vastgestelde beleid is groot en is op 90% gezet. Jaarrekening 2021: In 2021 was er naast het reguliere budget ook via Focus met Ambitie € 100k extra beschikbaar gesteld. Dit is in 2021 volledig besteed en het reguliere budget is niet overschreden, het risico heeft zich met dit extra budget in 2021 niet voorgedaan. Voor 2022 e.v.

blijft dit risico ongewijzigd. X. Openbare verlichting Begroting 2021: De gemeente heeft een contract met een derde partij voor het beheer van de openbare verlichting. Al enige tijd worden de afspraken uit het contract niet goed nageleefd. Storingen worden niet verholpen, werkzaamheden niet uitgevoerd en straten zijn soms lang donker waardoor er veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan. Vanaf halverwege 2019 tot nu is er steeds overleg geweest met deze partij om dit op te lossen. Inmiddels is gebleken dat het beëindigen van het contract de beste oplossing is. In het tweede deel van 2020 wordt gestart met een nieuwe aanbesteding voor de openbare verlichting. Doelstelling is om per 1 januari 2021 een nieuwe partij te hebben. We weten op dit moment niet wat de consequenties zijn van de aanbesteding. Verwachting is wel dat de prijzen fors hoger worden. Dit weten we mogelijk in november 2020. De raad zal hierover separaat worden geïnformeerd. Jaarrekening 2021: De aanbesteding heeft plaatsgevonden, maar heeft niet tot een grote kostenstijging geleid. In de begroting 2022 is dit risico al komen te vervallen. 8. Implementatie Omgevingswet Begroting 2021: De nieuwe Omgevingswet betekent een volledige herziening van de wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving. De regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water worden gebundeld.

De wet zou medio 2019 in werking treden, en is als gevolg van de coronacrisis opnieuw uitgesteld. Momenteel is de verwachting dat de Omgevingswet in 2022 in werking treedt. Naast de brede herziening van de regelgeving vraagt de Omgevingswet ook om een andere werk- en denkwijze van overheden, inwoners en bedrijven. Integraal werken en meer ruimte voor initiatieven zijn belangrijke uitgangspunten. Ondanks het uitstel gaat Kaag en Braassem door op de ingeslagen weg met de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Er staat inmiddels een stevig fundament waarop de komende tijd verder wordt gebouwd. De rijksoverheid betaalt de investeringskosten die samenhangen met de wet zoals de centrale digitale voorzieningen. Gemeenten moeten zelf de kosten dragen voor de transitie naar het werken met de nieuwe wetgeving. De omslag in wetgeving vraagt om een zorgvuldige voorbereiding in de gemeente. Dat geldt voor de aanpassing van (digitale) systemen, het voorbereiden van de nieuwe visie, plannen en vergunningstrajecten en om verandering in houding en dienstverlening. De VNG heeft een

63

rekenmodel ontworpen waarmee gemeenten een eerste indicatie kunnen krijgen van kosten voor de invoering van de Omgevingswet. Het model werkt op basis van gemeentegrootte en omvat de visieen planvorming, de instrumenten, dienstverlening, werkprocessen, opleidingen en de informatiearchitectuur. De uitkomsten zijn in deze fase slechts indicatief op te vatten. Een eerste doorrekening voor Kaag en Braassem resulteert in een bedrag van € 2,4 miljoen voor de invoeringskosten tot en met 2024. Afhankelijk van de concrete veranderopgave in Kaag en Braassem zijn de invoeringskosten en exploitatielasten op een later moment meer exact in beeld te brengen. Vooralsnog nemen we dit bedrag op als een risicoreservering onder aftrek van de werkelijke bestede bedragen van 2017-2019 (€ 382.479) en de jaareindeverwachting voor 2020 (€ 200.000). In de begroting is een raming voor 2021 opgenomen van € 200.000. Dit is exclusief eventuele investeringskosten voor ICT. Samen met de BVO wordt de benodigde investering onderzocht en zodra duidelijk is wat de kosten hiervan zullen zijn, komt voor dit onderdeel een apart voorstel. Gebaseerd op het rekenmodel worden de overige implementatiekosten voor 2022 tot en met 2024 nog ingeschat op € 1.617.521. Tot er nieuwe (betere) berekeningen bekend zijn, gaan we uit van de bestaande berekeningen.

Jaarrekening 2021: In 2021 is er € 200k beschikbaar gesteld voor de implementatie van de Omgevingswet. Daarnaast heeft uw raad € 33.292 beschikbaar gesteld voor ICT en € 43.987 overgeheveld vanuit het resultaat van 2020 naar 2021. In totaal was er € 277.279 beschikbaar voor 2021. Hiervan is € 274.327 besteed in 2021. Dit bedrag is besteed aan de inzet van twee medewerkers die zich hebben ingezet voor de verdere implementatie, waaronder werkzaamheden voor het Omgevingsplan en de ontwikkeling en implementatie van de ICT. Naast het bedrag dat in 2022 in de begroting is opgenomen, blijft voor 2023 e.v. in de risicoparagraaf een bedrag gelabeld van € 2.400.000 (totaal raming implementatie) -/€ 812.819 (werkelijk besteed in 2017 t/m 2021) -/- € 200.000 (begroot in 2022) = € 1.387.181. X. Pontveren Begroting 2021: In de overeenkomst met ODV Maritiem is afgesproken dat de eerste twee jaar, 2019 en 2020, op basis van werkelijke baten en lasten worden afgerekend. De bijdrage 2019 voor de pontveer aan ODV Maritiem op basis van de definitieve afrekening bedraagt € 209.171. In de begroting 2020 e.v. is structureel een hogere bijdrage opgenomen, waarmee we verwachten dat het structurele budget in de begroting toereikend is. Toch willen we het risico in beeld houden, omdat er een open einde in de contractafspraken zit.

Op basis van de cijfers van het eerste jaar van € 209.171, de begroting van ODV Maritiem van € 284.328 en onze begroting van € 236.000 schatten we de maximale impact op € 48.000 en een kans van 50% dat zich in de volle omvang voldoet: een risicoreservering van € 24.000. Jaarrekening 2021: Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. Het is bij de begroting 2022 komen te vervallen. X. Afvalinzameling / afvalverwerking (vervallen) Begroting 2021: Onder meer door de ambitie van een meer circulaire economie stijgen landelijk de kosten voor afvalinzameling en –verwerking (voornamelijk bijdrage Cyclus) en stijgt de afvalbelasting. De kans bestaat dat de inzamelings- en verwerkingskosten zodanig stijgen dat de kostendekkendheid daalt. Kaag en Braassem is sinds 2019 een Diftar-gemeente. Dat betekent dat onze inwoners zelf invloed hebben op de hoogte van hun eigen kosten voor afvalinzameling en –verwerking door het aantal keer dat zij hun grijze container aanbieden voor lediging. Dit geeft echter wel een risico op een lagere opbrengst aan afvalstoffenheffing als gevolg van beter scheidingsgedrag. Hierbij kunnen ook ongewenste effecten optreden: door de afvalverwerkers wordt gesignaleerd dat landelijk de afkeur op

64

met name de fracties oud papier en gft toeneemt. Indien een fractie dusdanig vervuild is met restafval moet deze volledig als restafval beschouwd worden. In plaats van dat een fractie dan geld oplevert krijgt de gemeente hiervoor een rekening van de afvalwerker voor afvalverbranding. Dit probleem is nog niet voorgekomen bij de gemeente Kaag en Braassem en hiermee is dan ook geen rekening gehouden met het bepalen van het risico. Door daling van de oudpapierprijs op de wereldmarkt gedurende 2019 zijn de opbrengsten oud papier niet meer voldoende om de kosten van de inzameling te dekken. In de gemeenteraadsvergadering van 18 mei 2020 is besloten dat vanaf 2021 voor inzameling van oud papier gebruik zal worden gemaakt van een minicontainer. De inzameling zal door Cyclus worden verzorgd in samenwerking met de verenigingen en scholen die dat tot en met 2019 ook deden en daarmee in de toekomst door willen gaan. De vergoeding voor de verenigingen en scholen die meedoen wordt voor de komende tweeënhalf jaar vastgesteld op in totaal € 45.000 per kalenderjaar (het verschil tussen de kosten van een systeem mét en zonder vrijwilligers). Dit bedrag komt ten laste van het product afvalstoffen en wordt gedekt uit de afvalstoffenheffing. De meerkosten als gevolg van de minicontainers en de inzameling zijn opgenomen in de begroting en worden ook gedekt uit hogere afvalstoffenheffing.

Jaarrekening 2021: Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. De papierprijs is in 2021 gestegen. X. Afval - kostendekkendheid Begroting 2021: Aangezien het uitgangspunt 100% kostendekkende tarieven is, maar dit mogelijk tot een ongewenste stijging van de tarieven leidt, is dit risico niet als incidenteel ingeschat, maar gefaseerd afnemend meegenomen. Deze is gekwantificeerd op € 100.000 in 2021, dalend tot € 50.000 in 2022, € 25.000 in 2023 en € 0 in 2024. Jaarrekening 2021: Het risico op een lagere kostendekkendheid op afval dan geraamd heeft zich in 2021 niet voorgedaan. Er zijn meer opbrengsten dan geraamd door o.a. meer huishoudens en er zijn minder lasten dan begroot onder andere door minder afvalinzameling aan de milieustraat. Na het vaststellen van de begroting 2022 heeft uw raad bij de verordening hogere tarieven vastgesteld waarmee de kostendekkendheid in 2022 op 95% is begroot en vanaf 2023 op 100%. Daarmee is dit risico op een lagere kostendekkendheid vanaf de begroting 2022 vervallen. 9. Verbonden partijen - algemeen Begroting 2021: In de afgelopen jaren is het regelmatig voorgekomen dat wij als gemeente werden geconfronteerd met structurele begrotingswijzigingen bij onze verbonden partijen door uitbreiding van taken of andere oorzaken, die een grotere impact hadden op onze begroting dan de afgesproken indexatie.

Met name als dit om structurele zaken gaat, hebben de verbonden partijen hiervoor onvoldoende reserves om deze toegenomen kosten te dekken. Wij hebben hiervoor in de Richtnota 2021 een risicoreservering opgenomen van 3% van de totale bijdragen aan de verbonden partijen. De totale bijdragen aan de verbonden partijen bedraagt in de begroting 2021 € 7,5 miljoen en met een kans van 50% dat een verhoging zich bij alle partijen voordoet, is dit gekwantificeerd op € 112.500 structureel. Jaarrekening 2021: Het risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. De verbonden partijen zijn binnen begroting gebleven.

65

X. RDOG (HECHT) -ontwikkelingen (vervallen) Begroting 2021: Naast het algemene risico dat hierboven is opgenomen voor de verbonden partijen, zien we specifiek bij de RDOG ontwikkelingen die aanleiding geven om dit als apart risico te benoemen. Het gaat hierbij om ontwikkelingen rondom Veilig Thuis (VT) en om nieuwe ontwikkelingen zoals de Wet verplichte Ggz, het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH) en het programma RDOG2024. Het RDOG heeft de concept programmabegroting 2021 opgesteld en de raden van de 18 deelnemende gemeenten gevraagd om hier hun zienswijze op te geven. Kaag en Braassem heeft een positief kritische zienswijze afgegeven. Om een positieve zienwijze af te kunnen geven op de begrotingswijziging 2020 en de programmabegroting 2021 moet o.a. meer inzicht worden gegeven op de onderdelen VT en het programma RDOG2024. In afwijking van de conceptbegroting 2021 van het RDOG zijn de middelen voor het project RDOG en de extra toekenning VT intern dan ook incidenteel opgenomen in plaats van structureel. Indien de begrotingswijzigingen RDOG ongewijzigd door het AB van de RDOG worden vastgesteld moeten de wijzigingen van incidentele middelen naar structurele middelen in de begroting van Kaag en Braassem via de Najaarsnota of in de Richtnota/begroting weer worden bijgesteld en kan dit risico komen te vervallen.

Voor VT is het mogelijk dat het aantal meldingen en adviezen verder doorgroeit. Op basis van de afspraken kan het zijn dat de RDOG de bijdrage hiervoor dan verhoogt. Hiervoor is de maximale impact op 5% van de begroting VT geschat, met eens kans van 75% dat dit zich voordoet. Jaarrekening 2021: Wij hebben in 2021 geen extra kosten gemaakt voor Veilig Thuis bij de RDOG (HECHT). Dit specifieke risico is bij de begroting 2022 komen te vervallen en nu onderdeel van de algemene risicoreservering voor hogere kosten dan geraamd bij verbonden partijen.

NIEUWE RISICO’S IN HET VERSLAGJAAR 2021 Onderstaand een inventarisatie en toelichting van de risico’s die in 2021 zijn gesignaleerd. Deze zijn in veel gevallen ook in de begroting van 2022 opgenomen en toegelicht, in een enkel geval zijn ze daarna ontstaan of gesignaleerd of intussen vervallen. De grootste twee aanpassingen die in 2021 zijn gedaan in de begroting 2022 hebben betrekking op wegen en op ICT. Het gaat hierbij om de volgende risico’s: 10.1 Wegen, areaaluitbreiding IBOR wegen - Het extra areaal dat door ontwikkelingen naar ons toe komt is niet volledig bekend aangezien dat afhankelijk is van anterieure overeenkomsten. Daarbij is het moment waarop de overdracht plaats gaat vinden niet in beeld. - Door uitbreiding van het areaal en het niet synchroon meestijgen van budgetten kan er in verhouding minder onderhoud worden uitgevoerd. - In het IBOR hebben we die planningen beter bij elkaar gebracht, maar een deel is pas later bekend als gevolg van de afspraken tussen partijen. - Ook voor deze post heeft ons college een inschatting gemaakt van de mogelijk extra kosten. Dit is nu gekwantificeerd door het indexpercentage van 1,6% toe te passen op het deel van de budgetten van IBOR die gevoelig zijn voor prijsinflatie, in totaal € 2,8 miljoen, waarmee het risico is gekwantificeerd op € 45.000.

66

10.2 Wegen, Herenweg en dijkwegen - Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft diverse projecten gestart die ook op onze wegen van invloed zijn. Deze zaten niet in onze planningen aangezien ze voor ons niet zelfstandig een probleem zijn. - Het verzwaren en uitvoeren van onderhoud aan keringen tekent zich onder andere door zetting af op wegen op en nabij keringen. Door de diversiteit van de grondsamenstelling en het afwijken van aangeleverde meerjarenplannen kunnen we de hieruit voortvloeiende kosten niet kwantificeren. - Door schaalvergroting van bedrijven gelegen aan ondergeschikte wegen gaat de kwaliteit van deze wegen harder achteruit dan voorzien. - Bij onderhoud en reconstructies wordt er vaak door bijvoorbeeld participatie besloten de wegen anders in te richten. Wat hogere kosten met zich mee brengt in aanleg maar met name voor beheer en onderhoud. - De klimaatsverandering tekent zich af op wegen met name op keringen. Vorig jaar hebben we dat kunnen zien door de extreme droogte. - Algemeen. Veel wegen zijn aangelegd op een fundering van hoogovenslakken. Diktes en milieuhygiënische kwaliteit hiervan variëren sterk waardoor er bij reconstructie en onderhoud de financiële consequenties sterk uiteenlopen.

10.3 Grietpolderweg, Leimuiden In het Dorpshart Leimuiden worden door Smit’s Bouwbedrijf (SBB) eengezinswoningen, appartementen, commerciële ruimten en een dorpshaven gerealiseerd. Voor de realisatie en bereikbaarheid van de haven is er in de Grietpolderweg een brug gerealiseerd. De Grietpolderweg moet aansluiten op deze brug en moet hiervoor deels opgebroken en opnieuw opgebouwd worden. De ontwikkelaar draagt de weg en de brug, inclusief openbare ruimte rondom woningen, na realisatie over aan de gemeente. De Grietpolderweg is gelegen op een veendijk van het hoogheemraadschap van Rijnland (HHR). Om de weg te laten aansluiten op de nieuw gerealiseerde brug moeten er grondlichamen (taluds) aangebracht worden waarop de weg kan worden aangelegd. Uit berekeningen is gebleken dat de aannames die bij het opstellen van het ontwerp en aannemingscontract zijn bepaald, niet overeenkomen met de daadwerkelijke situatie. De weg zal, als deze conform het oorspronkelijke ontwerp wordt gerealiseerd, een ongewenst grote zetting krijgen (samendrukken van de grond door voorbelasting). Door deze zetting is het ongewenst om de weg aan te leggen omdat dit kan leiden tot een onveilige situatie. Tussen SBB, HHR en gemeente is er een geschil ontstaan wie verantwoordelijk is voor de ontstane situatie en het herstel daarvan.

Na een lange periode van overleg en onderzoeken zijn SBB en de gemeente tot een overeenkomst gekomen waarin in eerste instantie de kosten 50/50 verdeeld worden. Daarnaast is er de afspraak gemaakt dat de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen te Utrecht zich over de zaak zal moeten buigen en uitspraak zal moeten doen over wie er aansprakelijk is en wie de kosten zal moeten dragen. Er bestaat een risico dat de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen SBB in het gelijk stelt en dat de gemeente verantwoordelijk is voor de totale kosten. Door SBB is er opdracht verstrekt aan Strukton. Op dit moment zijn de kosten door de gemeente geraamd op ca. € 880.000, echter SBB is van mening dat de kosten hoger liggen. Er is een verschil van inzicht tussen SBB en de gemeente over wat er allemaal daadwerkelijk aan kosten toe te rekenen is. De definitieve kosten zijn op dit moment dus nog niet bekend. Wij kunnen in het meeste negatieve scenario het bedrag ter grootte van ca. € 880.000 dekken uit het geraamde begrotingsresultaat 2022. 11.1 ICT - CIO Office De BVO Rijn en Braassem (BVO) verzorgt de uitvoering van onze ICT. Om de BVO opdrachten en kaders mee te geven over welke ICT de gemeentes nodig hebben, is door de gemeente Alphen aan den Rijn besloten om tot oprichting van het CIO Office over te gaan. Het CIO Office is als het ware een “strategische denktank” op ICT-gebied.

De inzet van het CIO Office draagt bij aan een uniform applicatielandschap.

67

De gemeente Kaag en Braassem is nu in gesprek met de gemeente Alphen aan den Rijn om te onderzoeken of en hoe wij aan kunnen sluiten bij het CIO Office. De voorwaarden en kosten maken ook onderdeel uit van het gesprek. De verwachting is dat aansluiting door de gemeente Kaag en Braassem bij het CIO Office noodzakelijk is. Dit om de BVO goed haar werk te kunnen laten doen, ook voor ons. Daarnaast zorgt een uniform applicatielandschap voor schaalvoordeel en kostenbesparing. De financiële impact is nog niet duidelijk. De totale kosten van het CIO Office bedragen op dit moment ca. € 750.000. Het is nog niet duidelijk in welke omvang de gemeente Kaag en Braassem van het CIO Office gebruik gaat maken. Ook is nog niet duidelijk of én zo ja, in welke mate de gemeente Kaag en Braassem kosten in rekening gebracht gaat krijgen van het CIO Office. Vandaar dat hiervoor in 2022 e.v. een pm-post is opgenomen in de risicoparagraaf. Wel duidelijk is dat de rol en het budget van de Chief Information Security Officer (CISO) en het budget voor de securitykosten voor 2022 uit de BVO-begroting zijn gehaald. De CISO en security zijn onderdeel van de CIO Office en hebben een totaal budget van € 180.000 voor de beide deelnemers. Voor de gemeente Kaag en Braassem betekent dit dat € 36.000 naar de gemeentelijke begroting is teruggevloeid ter dekking van deze CISO- en securitykosten.

Deze verschuiving van de BVO naar de CIO Office heeft geen budgettaire gevolgen. Op dit moment bedraagt de verdeling van de kosten van de BVO-begroting 80/20. De kosten van de CISO (€ 100.000) zullen naar verwachting ook in deze verhouding worden doorbelast. Daarmee komen we op een hogere last in onze begroting van € 20.000. Van de overige diensten die bij de CIO Office zijn geraamd voor € 650.000 zullen wij naar verhouding minder gebruik maken. Deze extra lasten schatten wij nu in op 50% * 20/80 verdeling op € 650.000 = € 65.000. Daarmee komt het totaal geraamde effect voor de extra ICT-lasten op € 85.000. Dit is exclusief de effecten die vanaf 2024 kunnen optreden door het wijzigen van de verdeelsleutels, zoals hierna toegelicht. 11.2 ICT - kostenverdeling Op dit moment bedraagt de verdeling van de kosten van de BVO-begroting 80/20. In 2023 zal verder worden onderzocht wat een eerlijke verdeling is van de kosten over de gemeenten Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn. Wat de uitkomst van dit onderzoek zal zijn, is nog niet bekend. Dit kan positief voor ons uitvallen, maar ook negatief. Vanwege deze onbekende verandering is een pm-post opgenomen. 12. Wethouderspensioenen In de begroting 2022 is een risico opgenomen in verband met de pensioenverplichting die een gemeente heeft voor ( ex-) wethouders.

Deze wordt jaarlijks geactualiseerd aan de hand van de op dat moment geldende rentestand. Op dat moment was de rentestand al een aantal jaren laag, waardoor we steeds te maken hadden met extra kosten om de pensioenvoorziening op peil te houden. In 2021 was deze extra storting niet nodig. Met de huidige (stijgende) rente is de verwachting ook dat dit niet nodig is. Echter, met een nieuw te vormen college in 2022 kunnen de kosten toenemen door benoeming van nieuwe wethouders. Op dit moment is onbekend wat dit betekent voor het aantal deelnemende wethouders in het APPA-fonds en de daarbij behorende verplichtingen voor de gemeente Kaag en Braassem. Hier zal naar verwachting bij de Richtnota wel duidelijkheid over zijn. 13. Wethouders - wachtgeld In maart zijn de gemeenteraadsverkiezingen 2022 geweest. Als gevolg daarvan zullen er wisselingen plaatsvinden binnen het college van burgemeester en wethouders. Bij wisselingen bestaat een risico dat de huidige wethouders aanspraak maken op wachtgeld. Deze kosten komen voor rekening van de gemeente. Op dit moment is onbekend wat dit betekent voor de zittende wethouders en de mate waarin vanaf 2022 aanspraak zal worden gemaakt op wachtgeld. Uitgaande van een bezetting van

68

3,5 wethouder is in de risicoparagraaf nu rekening gehouden met de kosten van in totaal één fulltime wethouder, zijnde 80% van de salarislast van een fulltime wethouder in het eerste jaar. Daarna is er nog twee jaar sprake van 70% doorbetaling. Hier is nog geen rekening mee gehouden. Bij de Richtnota 2023 is er beter inzicht in het effect van de verkiezingen op deze begrotingspost.

NIEUWE RISICO’S, ONTSTAAN IN 2022 MET MOGELIJK EFFECT OP HET MEERJARENBEELD Onderstaand een inventarisatie en toelichting van de risico’s die in 2021 na de inventarisatie bij de begroting 2022 zijn ontstaan of gewijzigd. Deze zijn: Effecten oorlog in Oekraïne en opvang vluchtelingen uit Oekraïne De oorlog in Oekraïne heeft ook gevolgen voor Nederlandse gemeenten. Dat kan gaan om opvang van vluchtelingen door gemeenten en particulieren, ondersteuning van Oekraïners en Russen die momenteel in Nederland verblijven, risico's voor digitale veiligheid en economische sancties voor Russische bedrijven. Uiteraard via het nieuws, maar concreet via de VNG en het ministerie van Justitie en Veiligheid worden wij als gemeente op de hoogte gehouden van ontwikkelingen en uit te voeren regelingen. Het kabinet heeft gesteld dat het de kosten vergoedt die gemeenten (zullen) maken en dat gemeenten er financieel niet op achteruit mogen gaan. Samen met partners binnen en buiten het rijk (waaronder de VNG en een aantal gemeenten) werkt het kabinet aan financiering van de opvanglocaties en bijhorende kosten. De VNG pleitte voor een compensatie op declaratiebasis. Het kabinet heeft besloten te werken met een hybride financieringssystematiek. Het vertrekpunt van de financiering is: normkosten (een vast bedrag per gerealiseerde plek per dag) waar mogelijk, feitelijke kosten waar nodig.

Het ministerie van JenV ontwikkelt hiervoor een ministeriële regeling in afstemming met de VNG. De normkosten worden gemonitord zodat duidelijk wordt of de voorziene vergoeding volstaat of naar boven moet worden bijgesteld. Hoe de te ontwikkelen ministeriële regeling voor ons uitpakt is nog niet bekend. Inmiddels bedragen de kosten voor huur en inrichting van de opvanglocatie € 131.000. Daarnaast is de gemeente voor een bedrag tussen de € 50.000 en € 75.000 aan verplichtingen aangegaan. Naast de kosten voor de opvang van vluchtelingen heeft de oorlog ook economische effecten. Dit kan ook effecten gaan hebben op de werkgelegenheid of zoals hierboven aangegeven op de digitale veiligheid en eventuele kosten die dit tot gevolg kan hebben. Wat de effecten op de langere termijn zijn, is op dit moment nog niet in te schatten. Kostenstijgingen gas en elektra en benzine Voor de levering van gas en elektra hebben wij contracten afgesloten die lopen tot en met 2024 en wij lopen op dit moment geen risico op hogere lasten. Op dit moment worden we geconfronteerd met stijgende tarieven voor benzine. Uiteraard zullen wij binnen de buitendienst de ritten tot een minimum beperken en streven naar een efficiënte inzet van onze tractie. Desondanks zien wij dat de kosten voor tractie oplopen en wij verwachten in 2022 een overschrijding van het budget.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=22c42cd3-90c5-4bb5-953f-7db5860760bc