CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1) ontwerp-Programmabegroting VRHM 2026

Gemeenteraad 7 juli 2025, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Zienswijze ontwerp Programmabegroting 2026 Veiligheidsregio Hollands-Midden.25.719 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

90 alinea's met “ontwerp”: 1 3 7 10 11 31 109 147 157 164 173 181 183 185 191 243 246 286 293 302 340 348 355 363 376 413 421 428 440 441 480 485 493 494 510 545 554 593 603 607 …

Overige risico’s Impact ombuigingen en bezuinigingen op organisatie De impact van de opgelegde taakstelling voor de gemeentelijke bijdragen is substantieel. Met de versobering en bezuiniging van (in totaal) €1,5 miljoen wordt de financiële speelruimte van de organisatie ingezet om de onvermijdelijke meerkosten te kunnen dekken. Dit heeft effect op de noodzakelijke stevigheid van de organisatie. Ook neemt, door scherper begroten, het risico toe op overschrijdingen en negatieve jaarresultaten.

Daarnaast zou de versobering die nodig is om de onvermijdelijke meerkosten te bekostigen en de extra bezuiniging van €0,4 miljoen, aan de werkgeversrol kunnen raken door onder andere kleinere opleidingsbudgetten en minder oefenbudget. Hierbij geldt wel dat door herinrichting en temporisering van ambitie ingezet wordt op het voorkomen van meerkosten voor organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering.

PTSS De aanpak van PTSS onder hulpverleners (zowel beroepskrachten als vrijwilligers) vraagt om extra middelen waarmee aan het begin van de beleidsplanperiode, in 2023, nog geen rekening was gehouden. Dit betreffen nieuwe meerkosten waarvan de omvang nog niet helder is. Op dit moment wordt landelijk gewerkt aan de verbetering van preventieprogramma’s ter voorkoming van PTSS en nazorgmaatregelen voor medewerkers met PTSS. De eventuele meerkosten hiervan voor de VRHM zijn nog niet bekend. Wanneer hierover meer bekend is, zal dit bij het bestuur worden gemeld.

Arbeidsrelaties Dit geldt ook voor extra middelen om te kunnen voldoen aan vigerende fiscale en juridische eisen bij de inhuur (ZZP-constructies) van de vakbekwaamheidsstaf. Daarnaast levert de onduidelijkheid over de verdere ontwikkeling van het wettelijke kader van het tweede loopbaanbeleid voor beroepsbrandweermensen (maximaal 20 bezwarende dienstjaren) een financieel risico op in de komende jaren. Naar verwachting komt daarover binnen deze beleidsplanperiode meer duidelijkheid.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

3. Onvoorziene juridische claims (aansprakelijkheidstelling)

56

1 2 3 4 5

De duur van de dienstverbanden van zowel beroepskrachten als vrijwilligers neemt af. Waar brandweermensen vroeger 30 of 40 dienstjaren hadden, vertrekken beroepsmensen nu na maximaal 20 jaar. Ook vrijwilligers stoppen eerder dan vroeger. Dat betekent dat er meer mensen opgeleid moeten worden voor zowel de basisopleiding als de opleiding tot bevelvoerder en chauffeur dan in het verleden. Ook nieuwe ontwikkelingen, zoals branden met elektrische auto’s en in hoge gebouwen, vragen om bijscholing. Dit leidt tot €0,8 miljoen onvermijdelijke meerkosten in de vorm van directe opleidingskosten als tot extra organisatie- en coördinatiekosten.

Onvermijdelijke meerkosten: onderhoud en renovatie huisvesting Planmatige aanpak van onderhoud, renovatie en vervanging van vastgoed kan niet (meer) uit bestaande afschrijvingen worden betaald, omdat de kosten in de bouw de laatste jaren sterk zijn gestegen. Het bedrag van €0,3 miljoen onvermijdelijke meerkosten is gebaseerd op een grove berekening voor de huidige beleidsplanperiode. Op het moment dat deze (ontwerp-)programmabegroting 2026 wordt opgesteld, wordt een meerjareninvesteringsplan (MJIP) en een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) met een strategisch huisvestingsplan opgemaakt. Mocht dat leiden tot andere bedragen, dan zal dat tijdig gemeld worden.

Bedrijfsvoering De organisatie bevindt zich op dit moment in een ontwikkeltraject naar een wendbare, duurzame, sociaal veilige en aantrekkelijke organisatie. Tot op heden werd dit gefinancierd met incidentele middelen, voortkomend uit onderuitputting van de begroting.

Dit ging om positief resultaat dat incidenteel ontstond door vrijgevallen kapitaalslasten die nog geherinvesteerd moesten worden en door openstaande vacatures. Als effect van recente materieelvervanging, het verder versoberen en scherper budgetteren zal minder onderuitputting beschikbaar zijn voor deze voornemens. Dit is schadelijk voor deze noodzakelijke organisatieontwikkeling. Om toch deze ontwikkeling te continueren zal waar mogelijk eerst worden getemporiseerd en nieuwe ruimte worden gecreëerd door ombuigingen, het benutten van reserves en andere inzet van formatie. Dit temporiseren zal voornamelijk in 2025 en 2026 gebeuren. Op deze wijze wordt ingezet op het voorkomen van meerkosten. Pas wanneer na deze ombuiging en herinrichting blijkt dat nog steeds structurele tekorten zijn voor deze ontwikkelingen, zal hiervoor in de nieuwe beleidsplanperiode (2028 en verder) om meer geld worden gevraagd.

Weerbaarheidsopgave De toegenomen geopolitieke dreiging en de noodzaak tot versterking van weerbaarheid in de samenleving vragen een grote rol van de veiligheidsregio. Dagelijks zijn in kranten de oproepen te lezen om voorbereid te zijn: niet alleen op geopolitieke dreiging, maar ook op andere momenten waarop de weerbaarheid van de samenleving moet blijken. Te denken valt aan grootschalige verstoringen van stroomnetwerken, digitale voorzieningen of door weersextremen. Andere veiligheidsregio’s, zoals de VR Utrecht, hebben al het besluit genomen dat brandweerkazernes worden ingericht als punten voor civiele bescherming. Ook in de Weerbaarheidsbrief van het kabinet3 wordt een rol voor de veiligheidsregio’s genoemd. In deze voorbereiding zullen het Rijk en veiligheidsregio’s samen moeten optrekken. De uitwerking hiervan zal eveneens een forse investering vergen, waarbij niet helder is wie deze kosten op zich zal (moeten) nemen. Deze investeringen zullen naar verwachting van dergelijke omvang zijn, dat hierover het bestuurlijke gesprek wordt gevoerd. 3 ‘Kamerbrief over weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen’, d.d. 6 december 2024. Kamerstuk 30821, nr. 249

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Belangrijke financiële aandachtspunten Onvermijdelijke meerkosten: brandweeropleidingen voor vakbekwaamheid

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

57

De BDuR zou vanaf 2026 overgeheveld worden naar het Gemeentefonds. Tevens was er sprake van een taakstelling van 10%. Inmiddels heeft het kabinet besloten dat de BDuR als specifieke uitkering blijft bestaan. De taakstelling van 10% is in de laatste beschikking over de meerjarige prognose 2026 tot en met 2028 en in de (ontwerp-)programmabegroting 2026 verwerkt. In de voorjaarsnota 2025 wordt duidelijk hoe de taakstelling zal worden uitgewerkt.

Overige aandachtspunten Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne De ‘Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne’ (wetsvoorstel) vervangt de tijdelijk in werking gestelde noodwet artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking. Op grond hiervan is de taak om Oekraïense ontheemden op te vangen neergelegd bij de gemeenten, in plaats van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Het wetsvoorstel kent deze opvangtaak niet langer aan de burgemeester toe maar aan het college van burgemeester en wethouders. Als gevolg hiervan hebben de veiligheidsregio’s formeel de verantwoordelijkheid voor de operationele coördinatie en eerste opvang per 1 januari 2024 overgedragen aan door gemeenten gevormde samenwerkingsverbanden. Colleges binnen Hollands Midden hebben ervoor gekozen dat VRHM als samenwerkingsverband deze taak voortzet.

3.1.3

Beleid weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandscapaciteit (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Algemene Reserve Bestemmingsreserve Stille reserve Te bestemmen resultaat Onvoorzien Totaal Weerstandscapaciteit (1+4+5) Weerstandscapaciteit

Weerstandsvermogen

(1) (2) (3) (4) (5)

Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

2024

2025

2026

1.125 5.019

1.775 5.276

1.125

Meerjarenramingen 2027

2028

2029

1.575.000 4.880.203

1.375 4.847

1.375 4.344

1.375 4.162

1.775

1.575.000

1.375

1.375

1.375

Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

2024

2025

2026

1,0

1,0

Meerjarenramingen 2026

1,0

1,0

2027

1,0

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Taakstelling Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

2028

1,0

58

1 2 3 4 5

De beschikbare weerstandscapaciteit van VRHM bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin incidenteel af te dekken. Deze bestaat primair uit de algemene reserve. In 2026 bedraagt de algemene reserve € 1.575.000. Om te bepalen of de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de beschikbare weerstandscapaciteit enerzijds, en anderzijds de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarvoor benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit kan worden afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen:

Huidige weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

€ 1.575.000 =

= 1,0 € 1.575.000

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Het weerstandsvermogen (artikel 11 BBV) is de relatie tussen: • De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover VRHM beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. • Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

59

Bestemmingsreserves

(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Begroting 1-1-25

Begroting (in €)

Dotatie Onttrekking Realisatie 31-12-25

1-1-26

Dotatie

Onttrekking

Meerjarenramingen 31-12-26

1-1-27

+/-

31-12-27

1-1-28

+/-

31-12-28 1-1-29

+/-

31-12-29

Flankerend beleid 432 FLO Gouda 579 Samenwerken loont 419 Afschrijvingskosten Meldkamer HM 1.455 Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM 387 Reserve Groot Onderhoud Gebouwen 890 Tweede Loopbaanbeleid 180 73 Reserve Wendbare en Weerbare 677 Bedrijfsvoering 4 Weerbaarheid door de VRHM 733

-150 -38

-

432 432.149 432.149 432 432 432 579 579.401 579.401 579 579 579 419 419.019 419.019 419 419 419 1.305 1.304.977 -150.000 1.154.977 1.155 -150 1.005 1.005 -150 387 387.231 387.231 387 387 387 890 889.589 100.000 -28.333 961.256 961 146 1.108 1.108 -220 215 215.299 73.000 -90.729 197.570 198 -14 183 183 -133

432 579 419 855 387 887 51

432 432 579 579 419 419 855 -150 705 387 387 887 -79 808 51 47 98

-362

-

315

315.200

-

-299.600

15.600

16

-

-

-

-

733

733.000

-

-

733.000

733

733

733

Totaal bestemmingsreserves

-549

-

5.276 5.275.865 173.000 -568.662 4.880.203 4.880 -33 4.847 4.847 -503 4.344 4.344 -182 4.162

5.019 806

-16

-

-

733

733

-

-

733

De bestemmingsreserves zijn opgebouwd ter financiële dekking van projecten en incidentele lasten. Op basis van de “Nota Reserves 2024 – 2027” is nader door het algemeen bestuur besloten welke onttrekking en dotaties de komende jaren zullen worden verricht.

Voorzieningen Voorzieningen

Begroting

Begroting (in €)

Dotatie Onttrekking Realisatie 31-12-25

1-1-26

Dotatie

Onttrekking

Meerjarenramingen

(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

1-1-25

31-12-26

1-1-27

+/-

31-12-27

1-1-28

+/-

31-12-28

Functioneel Leeftijdsontslag Gouda Verlofsparen Regeling voor Vervroegd Uittreden

5.969 1.699 103

-

-588 -103

-

5.381 5.381.000 1.699 1.699.000 -

-

-567.000 4.814.000 4.814 -567 4.247 4.247 -567 3.680 3.680 -567 3.113 1.699.000 1.699 - 1.699 1.699 - 1.699 1.699 - 1.699 -

Totaal Bestemmingsreserves

7.771

-

-691

-

7.080 7.080.000

-

-567.000 6.513.000 6.513 -567 5.946 5.946 -567 5.379 5.379 -567 4.812

Op de volgende pagina volgt de aanvullende toelichting op de voorzieningen. 4

1-1-29

+/-

31-12-29

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Bestemmingsreserves

Voor de gevormde reserve Weerbaarheid door de VRHM zal, op basis van vast te stellen beleid, bestedingsvoorstellen (onttrekkingen) aan het bestuur worden voorgelegd.

60

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

Rekenregels spaarverlof

In het ontvlechtingsprotocol d.d. 18 december 2009 zijn afspraken gemaakt voor (onder andere) de overdracht van het beroepsbrandweerpersoneel. Voor het beroepsbrandweerpersoneel afkomstig van de gemeente Gouda is een afkoopregeling (‘clean cut’) overeengekomen. Hierdoor ligt de feitelijke verplichting en het financieel risico met betrekking tot het functioneel leeftijdsontslag (FLO) bij de VRHM. Voor de verwachte toekomstige uitgaven is een voorziening gevormd. De omvang van de voorziening wordt jaarlijks herrekend op basis van de toekomstige verplichtingen gebaseerd op de daarvoor geldende regels en voorwaarden van het FLO-overgangsrecht in de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s.

De VRHM sluit zich aan bij de volgende uitgangspunten van de Commissie BBV (‘de Commissie BBV kan zich voorstellen dat’): • De dotatie is de opbouw van het spaarverlof (verplichting voor de organisatie). • De onttrekking is de daadwerkelijke opname van het verlof. • De voorziening wordt niet contant gemaakt. • Het tarief is een gemiddelde per functielaag.

Voorziening Verlofsparen De afspraak over verlofsparen is ingegaan op 1 januari 2022 als gevolg van aanpassing van de CAO 2021-2022; het bovenwettelijke verlof, overwerkvergoeding, gekochte bovenwettelijke uren, verlofuren uit onregelmatig werken en beschikbaarheidsdienst kunnen nu in één keer door medewerkers worden omgezet in spaarverlof.

Bovenwettelijke verlof In 2022 is, bij de overgang van ADP naar AFAS (HRM), besloten de historische verlofsaldi van de kantoormedewerkers en de beroepsmedewerkers onder te brengen in het spaarverlof, omdat de verlofsaldi niet (meer) herleidbaar waren naar ontstaan (onder andere naar wettelijk c.q. bovenwettelijk). Dit betekent dat er binnen de VRHM geen sprake (meer) is van overmatige verlofsaldi (‘stuwmeren’) bij het bovenwettelijke verlof waarvoor een voorziening moet worden getroffen. Vanaf 2022 wordt het beleid rondom verlof-verjaring en het maximale verlof dat aan het einde van een kalenderjaar mag worden meegenomen naar een volgend jaar (jaargrens-overgangen) uitgevoerd.

Voorziening Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) Ingaande 1 januari 2024 is een tijdelijke Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) overeengekomen. Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de exmedewerker in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd. De regeling geldt vanaf 1 januari 2024 waarbij o.a. de volgende voorwaarden gelden: • Je bereikt voor 1 januari 2029 de AOW-leeftijd. • Je hebt op het moment waarop je met RVU-ontslag gaat minimaal 40 jaar gewerkt bij de overheid (volgens ambtsjubileum), waarvan de laatste 10 jaar in dienst van een veiligheidsregio. • De afspraak over deelname aan de RVU moet uiterlijk 31 december 2025 zijn vastgelegd. • De duur van de RVU-uitkering is maximaal twee jaar (24 maanden). • De uitkering stopt uiterlijk op de datum dat je de AOW-leeftijd bereikt. • Bij deelname aan de regeling volgt ontslag. In een op te stellen vaststellingsovereenkomst verklaar je geen WW-uitkering aan te vragen.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Voorziening Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) Gouda

61

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Onderhoudslasten kapitaalgoederen (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

2024

2025

2026

Meerjarenramingen 2027

2028

2029

Gebouwen Vervoersmiddelen Persoonlijke functionele uitrusting

1.159 1.161 97

981 875 190

981.000 898.500 195.000

981 899 195

981 899 195

981 899 195

Totaal Onderhoudslasten kapitaalgoederen

2.417

2.046

2.074.500

2.075

2.075

2.075

Meerjareninvesteringsplan (MJIP) Meerjareninvesteringsplan (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Meerjarenramingen

Begroting (in €) 2026

2027

2028

2029

Nieuwbouw Renovaties Totaal Gebouwen

3.652.339 3.652.339

-

4.960 4.960

2.525 2.525

Voertuigen Bepakking Vaartuigen Containers en aanhangers Totaal Mobiliteit

1.943.000 488.000 620.000 3.051.000

3.550 725 300 4.575

1.360 1.360

6.550 230 6.780

Kleding Duikapparatuur Verbindingsmiddelen Totaal Persoonlijke Functionele Uitrusting

100.000 1.700.000 1.800.000

100 100

100 750 850

100 100

Informatie Technologie Totaal Informatiemanagement

173.350 173.350

533 533

357 357

315 315

Werkplaatsen en PPMO-baan Totaal Overig Brandweerzorg

100.000 100.000

185 185

-

211 211

8.776.689

5.393

7.527

9.931

Totaal Meerjareninvesteringsplan

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Ten minste eens in de vier jaar wordt het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor gebouwen in eigendom geactualiseerd om de aanpassing van de jaarlijkse storting in de voorziening ‘groot onderhoud gebouwen’ vast te stellen. Bij begroting en jaarstukken doet het DB-verslag over voortgang van gepland onderhoud aan bedrijfsgebouwen en de financiële gevolgen van de actualisering van het MJOP. Brandweerkazernes komen zo veel mogelijk volledig in eigendom of er worden afspraken gemaakt om alleen de casco’s van kazernes te huren waarbij alle installaties in eigendom komen van de VRHM. De totale onderhoudslasten in 2026 worden begroot op €2 miljoen.

62

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

3.3 Financiering 3.3.1

Algemeen

Persoonlijke functionele uitrusting

3.3.2

De verwachting is dat in 2026 voor een bedrag van € 0,1 miljoen aan werkkleding geïnvesteerd wordt en €1,7 miljoen aan pagers en portofoons.

Twee elementen uit de ‘Wet Financiering decentrale overheden’ (FIDO) zijn de kasgeldlimiet en de renterisicovorm. De wet FIDO schrijft voor dat de toezichthouder vooraf geïnformeerd moet worden als de kasgeldlimiet drie op een volgende kwartalen wordt overschreden.

Relevante ontwikkelingen Gebouwen VRHM heeft zestien brandweerkazernes volledig in eigendom. Vanaf 2026 krijgt VRHM twee brandweerkazernes in volledig eigendom bij. De twee nieuwe brandweerkazernes vervangen twee locaties die in 2025 gehuurd worden. De nieuwe brandweerkazernes zullen ca. € 3,6 miljoen kosten. Bovenstaande investeringen zijn exclusief grond. Voor de investeringen die nodig zijn in verband met gebiedsontwikkeling van gemeenten, dienen nader afspraken nog over te worden gemaakt.

Mobiliteit

Informatiemanagement De geplande investeringen op het gebied van ICT hebben betrekking op de vervanging van laptops, tablets en mobiele telefoons. Daarnaast worden de brandweerkazernes voorzien van informatieschermen en het netwerk bij de brandweerkazernes van nieuwe firewallbeveiliging.

Overige Brandweerzorg Voor de werkplaats in Gouda wordt in 2026 diverse materialen aangeschaft voor het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO). De begrote kosten bedragen € 0,1 miljoen.

Kasgeldlimiet en renterisiconorm

Kasgeldlimiet De beperking van het risico wordt door de wetgever bepaald door het stellen van een maximum van 8,2% van het begrotingstotaal per 1 januari van het dienstjaar waarin kort geleend mag worden. De korte rente kan namelijk grote afwijkingen hebben binnen een jaar. In de onderstaande tabel is de limiet voor VRHM in meerjarig perspectief geplaatst.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

In 2026 wordt geïnvesteerd in voertuigen en bepakkingen voor respectievelijk een bedrag van €1,9 miljoen en € 0,49 miljoen. Tevens zal VRHM in 2026 poederblusaanhangers, een CoPI-container en containers ten behoeve van duinbrandbestrijding aanschaffen. Het begrote bedrag hiervoor bedraagt € 0,62 miljoen.

De paragraaf Financiering geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en hoe rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast wordt ingegaan op de wijze waarop VRHM inhoud geeft aan het Financieel Statuut. De doelstelling van de treasury functie is als volgt geformuleerd: • Het beheersen van de financiële risico’s zoals renterisico’s, liquiditeitenrisico’s en kredietrisico’s. • Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisatie. • Het minimaliseren van de rentekosten en het maximaliseren van de renteopbrengsten. • Het Financieel Statuut vormt het kader voor het uitvoeren van de treasury functie onder de voorwaarden. Geld op de rekening courant wordt per dag afgeroomd en uitgezet bij het Ministerie van Financiën op grond van de Regelgeving Schatkistbankieren voor decentrale overheden. Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij meerdere financiële instellingen.

63

Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

Meerjarenramingen

(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Omvang van de begroting per 01-01 Toegestane kasgeldlimiet conform % BBV Toegestane kasgeldlimiet in €

73.432 8,2% 6.021

78.917 8,2% 6.471

79.884.800 8,2% 6.550.554

79.885 8,2% 6.551

79.885 8,2% 6.551

79.885 8,2% 6.551

Voor het jaar 2026 is de omvang van de begroting ca. €80 miljoen. Met de huidige omvang van de begroting per 1-1-2026 bedraagt de toegestane kasgeldlimiet €6,5 miljoen.

Kasgeldlimiet

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Kwartaal 1 2026

Kwartaal 2 2026

Kwartaal 3 2026

Kwartaal 4 2026

6.551 8,2% 5.341 -1.209

6.551 8,2% 6.250 -301

6.551 8,2% 6.250 -301

6.551 8,2% 6.000 -551

Kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet conform % BBV Gemiddeld netto vlottende schuld Ruimte of overschrijding

De laatste regel in bovenstaande tabel geeft aan hoeveel de overschrijding van de kasgeldlimiet volgens de prognose zal bedragen of hoeveel VRHM onder de toegestane kasgeldlimiet blijft. Een negatief bedrag duidt aan dat er sprake is van een onderschrijding, een positief bedrag betekent dat er sprake is van een overschrijding. Er wordt in het 2026 geen overschrijding van de kasgeldlimiet verwacht.

Renterisiconorm Het renterisico aangaande de renterisiconorm heeft betrekking op de contractuele renteherzieningen en de aflossingen op de vaste schuld (looptijd vanaf 1 jaar). Uit de tabel blijkt dat VRHM binnen de wettelijk vastgestelde renterisiconorm (20%) blijft. Dit monitoren wij voortdurend. Indien overschrijding dreigt, faseren wij de investeringen.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Kasgeldlimiet

64

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

Op basis van onderstaande tabel wordt getoond dat vanaf 2026 voldoende ruimte is om de nieuwe en bestaande langlopende leningen af te lossen.

Renterisiconorm

Begroting

Begroting (in €)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Exploitatiebegroting 01-01 Renterisiconorm % Renterisiconorm Renteherzieningen Aflossingen bestaande leningen Aflossingen eerjareninvesteringsplan Renterisico

73.432 20% 14.686 -3.460 -3.460

79.310 20% 15.862 -3.770 -3.770

79.884.904 20% 15.976.981 -3.780.176 -3.780.176

79.885 20% 15.977 -4.175 -4.175

79.885 20% 15.977 -4.455 -4.455

79.885 20% 15.977 -4.735 -4.735

Ruimte onder de renterisiconorm

18.147

19.632

19.757.157

20.152

20.432

20.712

(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

3.3.3

Meerjarenramingen

Stand der leningen en financieringspositie

De leningenportefeuille dient ter financiering van de investeringen op het gebied van huisvesting en vervanging van het wagenpark.

Stand van de geldleningen

Meerjarenramingen

Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

Leningenportefeuille per 01-01

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Bestaande leningen Stand per 1 januari Te betalen aflossingen Stand per 31 december

62.976 -3.460 59.515

59.515 -3.470 56.045

60.745.337 -3.480.176 57.265.161

61.965 -3.965 58.000

61.290 -4.185 57.105

61.335 -4.465 56.870

-

5.000 -300 4.700

5.000.000 -300.000 4.700.000

3.500 -210 3.290

4.500 -270 4.230

4.500 -270 4.230

62.976 -3.460 59.515

59.515 5.000 -3.770 60.745

60.745.337 5.000.000 -3.780.176 61.965.161

61.965 3.500 -4.175 61.290

61.290 4.500 -4.455 61.335

61.335 4.500 -4.735 61.100

(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Meerjaren Investering Plan Stand per 1 januari Aan te trekken leningen Te betalen aflossingen Stand per 31 december Totaal overzicht geldleningen Stand per 1 januari Aan te trekken leningen Te betalen aflossingen Stand per 31 december

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Realisatie

65

3.3.4

Rentetoerekening

Rentetoerekening

Begroting

Begroting (in €)

Renteresultaat

2025

2026

Externe rentelasten Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten

1.500

1.417.078

1.500

Doorbelaste rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen Vermogen Rente over Voorzieningen Rente over het Eigen Vermogen en Voorzieningen

(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Meerjarenramingen 2027

2028

2029

1.417.078

1.562 1.562

1.595 1.595

1.552 1.552

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.500

1.417.078

1.562

1.595

1.552

Aan taakvelden toegerekende rente

-1.500

-1.417.078

-1.562

-1.595

-1.552

-

-

-

-

-

Renteresultaat op het taakveld Treasury

3.4 Bedrijfsvoering Vanaf paragraaf 2.2 ‘Programmaplan Meldkamer Brandweer’ wordt nader uiteengezet wat de doelen en prestaties zijn die de VRHM binnen de primaire processen wil realiseren. In paragraaf 2.8 worden de 12 ontwikkelopgaven nader toegelicht.

3.5 Verbonden partijen In deze paragraaf worden de partijen benoemd waarmee VRHM een bestuurlijke en financiële band heeft. Er is sprake van financieel belang als aan een verbonden partij middelen ter beschikking is gesteld die niet verhaalbaar zijn indien de verbonden partij failliet gaat (art. 1 lid c BBV). Er is sprake van een bestuurlijk belang in het geval van zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging, hetzij uit hoofde van stemrecht (art. 1 lid d BBV). In 2026 heeft VRHM twee verbonden partijen: • Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). • Expertisebureau Risicobeheer. Bij beide partijen ontbreekt het bestuurlijke belang. VRHM doet jaarlijks een bijdrage aan de hierboven genoemde partijen.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

De VRHM heeft alleen rentelasten en deze worden volledig toegerekend aan de programmataken.

66

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

3.6 Monitoring en sturing op taakstellende bezuiniging Taakstellende bezuiniging in de begroting 2026 Veiligheidsregio Hollands Midden

Verdeling en implementatie van de taakstelling Onvermijdelijke meerkosten Bestaande uit extra kosten brandweeropleidingen voor vakbekwaamheid (€0,8 miljoen) en voor huisvesting (€0,3 miljoen). Dit vraagt om een goede opvolging van de mate waarin deze kosten voor vakbekwaamheid en huisvesting zich daadwerkelijk zullen voordoen in 2026 en verder. Zo is de verwachting dat ten aanzien van vakbekwaamheid sprake zal zijn van een ingroeimodel.

+ €1,1 miljoen

Versobering begroting Bestaande uit:

• Algemene aframing personeelsbegroting, rekening houdend met doorlopende vacatureruimte; • Algemene aframing lumpsumbudgetten; • Verminderen budget onderhoud brandweermaterieel en persoonlijke beschermingsmiddelen; • Aframing begroting Persoonlijke Functionele Uitrusting binnen de brandweerzorg; • Aframing crisisbeheersing (oefenprogramma en informatiemanagement); • Aframing bedrijfsvoering (vermindering en versobering van diverse budgetten). Ambitiekrimp Krimp ter grootte van €0,4 miljoen die nader zal worden ingevuld door de directeur VRHM, ten koste van primaire taken als planbeoordeling, toezicht, leerarbeidsplaatsen, voorbereiding op nieuwe risico’s en dreigingen en operationele voorbereiding voor een parate brandweer. Van deze €0,4 miljoen slaat €0,34 miljoen neer op de programmataak Brandweer en crisisbeheersing en €0,06 miljoen op de programmataak GHOR.

- €1,1 miljoen

- €0,4 miljoen

Het realiseren van deze taakstellende besparing zal periodiek worden gemonitord, waarbij directie en bestuur door middel van de tertiaalrapportages zullen worden geïnformeerd over de voortgang van realisatie van de taakstelling en de effecten hiervan voor de organisatie en haar activiteiten.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Het algemeen bestuur heeft besloten invulling te geven aan een taakstelling van €1,5 miljoen, waarvan €1,1 miljoen mag worden geherinvesteerd om onvermijdelijke meerkosten te dekken. Deze taakstellende bezuiniging vraagt om een forse inspanning van de veiligheidsregio en zal zijn weerslag hebben op de noodzakelijke doorontwikkeling van de bedrijfsvoering en de organisatie als geheel. Anderzijds is met dit besluit gekozen om geen brandweerkazernes of specialistische eenheden op te heffen.

67

4 Financiële begroting Onderstaand overzicht is een weergave van de baten en lasten (inclusief overhead) per programmataak binnen het programma Fysieke Veiligheid. De baten en lasten exclusief overhead staan vermeld in paragraaf 2.9.5, ‘kosten van overhead’.

Wat gaat het kosten?

Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Baten programmataak fysieke veiligheid Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage (BDUR) Rijksbijdrage (aanvullende BDUR) Overige bijdragen

-73.435 -59.727 -7.753 -1.746 -4.209

-79.310 -67.589 -8.009 -2.294 -1.418

-79.884.904 -68.763.504 -7.400.491 -2.429.909 -1.291.000

-79.885 -68.764 -7.400 -2.430 -1.291

-79.885 -68.764 -7.400 -2.430 -1.291

-79.885 -68.764 -7.400 -2.430 -1.291

Lasten programmataak fysieke veiligheid Programmataken Totaal Programmataken Meldkamer Brandweer Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Bevolkingszorg GHOR

70.432

79.859

80.453.504

80.138

80.561

80.240

45.206 1.283 35.923 7.254 746

52.843 1.517 38.955 9.006 889 2.477

54.013.546 1.557.400 40.134.800 8.962.100 903.200 2.456.046

54.014 1.557 40.135 8.962 903 2.456

54.014 1.557 40.135 8.962 903 2.456

54.014 1.557 40.135 8.962 903 2.456

Totaal Management & Ondersteuning Directie & Staf Bedrijfsvoering

25.226 4.626 20.600

27.016 5.329 21.687

26.439.958 4.906.864 21.533.094

26.124 4.907 21.217

26.547 4.907 21.640

26.226 4.907 21.320

Geraamd saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves

-3.003 -150

549 -549

568.600 -568.600

253 -253

676 -676

355 -355

Geraamd resultaat na bestemming VPB

-3.153 -

-

-

-

-

-

Geraamd resultaat

-3.153

-

-

-

-

-

(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Meerjarenramingen

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

4.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting

68

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

Overige bijdrage

De (ontwerp-)programmabegroting is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het jaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

De overige bijdrage bestaan uit boekwinst op verkoop van vaste activa, bijdrage USAR, bijdrage STH en een bijdrage Complete Lijn Uitschakeling (25kV). De afname van de overige bijdragen in 2026 van €0,13 miljoen wordt veroorzaakt door de verkoopwinst van vaste activa en rentebaten. In het jaar 2026 neemt de opbrengst van verkoop van activa af. De rentebaten zullen in 2026 afnemen door het aflossingen van bestaande leningen.

Gemeentelijke bijdrage Voor het jaar 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 zijn de bestuurlijke uitgangspunten bepalend. In de gemeentelijke bijdragen van 2026 is de bijdrage voor de programmataak GHOR, als gevolg van de transitie van de GHOR Hollands Midden van Hecht naar de VRHM per 1 januari 2025, opgenomen.

Uitgaven in lasten van de programmataken, directie & Staf en bedrijfsvoering

BDuR

VBP

De Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (aanvullende BDuR) neemt structureel ieder jaar toe. De aanvullende BDuR wordt ingezet voor de versterking van de crisisbeheersingsorganisatie, de versterking van de informatiepositie en het te realiseren landelijk knooppunt coördinatie Regio’s en Rijk (KCR2). Bij de begrote Brede Doeluitkering Rampenbestrijding is rekening gehouden met een taakstelling van 10%, oftewel €0,72 miljoen.

Vennootschapsbelasting is niet van toepassing.

De lasten in de (ontwerp-)programmabegroting 2026 nemen minimaal toe. Dit ligt aan het feit dat VRHM in 2026 invulling geeft aan een taakstelling van €1,5 miljoen.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Toelichting op de baten en lasten

69

4.2 Verdeling naar de verschillende taakvelden Een uniforme indeling van de (ontwerp-)programmabegroting in taakvelden wordt voorgeschreven om te komen tot een verbeterde interne sturing en betrouwbare informatie, onder andere op basis van externe vergelijkbaarheid. Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Baten: fysieke veiligheid 0.4 Overhead 0.5 Treasury 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid

-73.435 -112 -824 -72.499 -

-79.310 -250 -79.060 -

-79.884.904 -200.000 -79.684.904 -

-79.885 -200 -79.685 -

-79.885 -200 -79.685 -

-79.885 -200 -79.685 -

Lasten: fysieke veiligheid 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.8 Onvoorzien 1.1 Crisisbeheersing en brandweerzorg 1.2 Openbare orde en veiligheid 8.3 Wonen en bouwen

70.432 107 15.236 1.411 53.644 34

79.859 55 16.919 1.640 61.245 -

80.453.504 56.800 15.981.594 1.640.400 62.774.710 -

80.138 57 15.698 1.640 62.743 -

80.561 57 15.682 1.640 63.182 -

80.240 57 15.682 1.640 62.861 -

Saldo voor bestemming: fysieke veiligheid Mutatie reserves: fysieke veiligheid 0.10 Mutaties Reserves

-3.003 -150

549 -549

568.600 -568.600

253 -253

676 -676

355 -355

Resultaat na bestemming: fysieke veiligheid VPB

-3.153 -

-

-

-

-

-

Resultaat na belasting: fysieke veiligheid

-3.153

-

-

-

-

-

(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Meerjarenramingen

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Taakveld

70

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

4.3 Geprognosticeerde balans en toelichting De geprognosticeerde begin- en eindbalans van de begrotingsjaren en in meerjarig perspectief geeft meer inzicht in de ontwikkelingen van de investeringen, het aanwenden van reserves en de financieringsbehoefte. Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

(im) Materiële vaste activa met econ. nut Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa

68.871 8.067 76.937

72.149 7.716 79.865

74.465.872 7.365.000 81.830.872

71.567 7.014 78.581

69.331 6.663 75.994

67.072 6.312 73.384

Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa

6.263 317 750 7.330

9.500 549 1.000 11.049

10.000.000 471.336 1.000.000 11.471.336

5.500 476 1.000 6.976

7.000 481 1.000 8.481

9.000 466 1.000 10.466

Totaal Activa

84.267

90.914

93.302.208

85.557

84.475

83.850

Eigen vermogen Algemene reserve (eigen vermogen) Bestemmingsreserve (eigen vermogen) Gerealiseerd resultaat (eigen vermogen) Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva

9.297 1.125 5.019 3.153 7.771 59.515 76.583

7.051 1.775 5.276 7.080 60.745 74.876

6.455.203 1.575.000 4.880.203 6.513.000 61.965.161 74.933.364

6.222 1.375 4.847 5.946 61.290 73.458

5.719 1.375 4.344 5.379 61.335 72.433

5.537 1.375 4.162 4.812 61.100 71.449

Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva

6.547 1.137 7.684

6.500 9.538 16.038

6.000.000 12.368.844 18.368.844

6.000 6.099 12.099

1.000 11.041 12.041

3.000 9.401 12.401

Totaal Passiva

84.267

90.914

93.302.208

85.557

84.475

83.850

(bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Meerjarenramingen

Activa

Passiva

Toelichting op de balans

Materiële Vaste Activa

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.

Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij VRHM is er alleen sprake van investeringen met economisch nut. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De afschrijving start in het kalenderjaar na ingebruikname van de activa, conform regelgeving in de financiële vordering. Door de geplande investeringen in 2025 neemt de waarde van de materiële vaste activa toe in 2026.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Geprognosticeerde balans per 31-12

71

Materiële vaste activa (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Begroting

Begroting

Verminderingen Vermeerderingen (desinvestering en (investeringen) afschrijvingen)

1-1-25

31-12-25

1-1-26

Verminderingen Vermeerderingen (desinvestering en (investeringen) afschrijvingen)

31-12-26

Gronden en terreinen Gebouwen Mobiliteit ICT-middelen Overige mat. vaste activa

2.160 24.901 29.635 888 11.286

6.681 879 4.043

1.241 4.602 264 219

2.160 23.661 31.714 1.503 13.110

2.160 23.661 31.714 1.503 13.110

3.652 3.051 173 1.900

1.236 2.835 264 2.125

2.160 26.077 31.930 1.413 12.885

Totaal

68.870

11.603

8.325

72.149

72.149

8.777

6.460

74.466

In het boekjaar 2026 neemt de boekwaarde van de materiële vaste activa toe door geplande investeringen in het boekjaar 2025. In paragraaf 3.2 wordt meer informatie verstrekt over het MJIP.

Materiële vaste activa (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Meerjarenraming

1-1-27

VerminderinVermeerderingen (desingen (investe31-12-27 vestering en ringen) afschrijvingen)

1-1-28

VerminderinVermeerderingen (desingen (investe31-12-28 vestering en ringen) afschrijvingen)

1-1-29

VerminderinVermeerderingen (desingen (investe31-12-29 vestering en ringen) afschrijvingen)

Gronden en terreinen Gebouwen Mobiliteit ICT-middelen Overige mat. vaste activa

2.160 26.077 31.930 1.413 12.885

4.575 533 100

- 2.160 2.160 1.302 24.776 24.776 3.354 33.151 33.151 319 1.627 1.627 3.131 9.854 9.854

4.960 1.360 357 850

- 2.160 2.160 1.312 28.423 28.423 4.010 30.501 30.501 243 1.740 1.740 4.198 6.506 6.506

2.525 6.780 315 100

- 2.160 1.179 29.769 5.122 32.159 235 1.820 5.442 1.164

Totaal

74.466

5.208

8.107 71.567 71.567

7.527

9.763 69.331 69.331

9.720

11.979 67.072

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Het verloop van de materiële vaste activa:

72

1 2 3 4 5

Soort activum

Jaren

Gronden en terreinen Gebouwen Vervoermiddelen Overige bedrijfsmiddelen

5-40 5-15 5-20

Financiële Vaste Activa Overige uitzettingen met een rente typische looptijd van korter dan één jaar of van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Uitzettingen < 1 jaar en overlopende activa Vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht.

Liquide middelen Liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen.

Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat voornamelijk uit reserves. Het begrote eigen vermogen neemt in 2026 af door dotaties aan de algemene – en bestemmingsreserve.

Vaste schuld De vaste schuld neemt in de meerjarenraming jaarlijks toe. Dit wordt veroorzaakt door aanvullende leningen door VRHM.

Vlottende schuld De vlottende schuld van VRHM blijft in de meerjarenraming jaarlijks gelijk.

Overlopende passiva De overlopende passiva heeft betrekking op verplichtingen die in het jaar 2026 worden opgebouwd en in het volgend jaar tot betaling komen. De overlopende passiva neemt vanaf 2026 af. Verplichtingen bij VRHM worden op basis van de huidige begroting in datzelfde jaar nagekomen en afgelost.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

De gehanteerde afschrijvingstermijnen (op basis van de lineaire afschrijvingsmethode) bedragen in jaren:

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

73

De incidentele onttrekkingen hebben betrekking op de dekking van het als gevolg van de overname van de Meldkamer Leiden Zuid en lasten ten behoeve van WWB. Incidentele baten en lasten (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)

Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

2024

2025

2026

Meerjarenramingen 2027

2028

2029

Exploitatiebaten: Dekking uit reserves Reserve resterende exploitatielasten

-150 -150

-536 -536

-428.000 -428.000

-163 -163

-150 -150

-150 -150

Incidentele baten en lasten Kapitaalslasten Meldkamer BrW Lasten ten behoeve van WWB Saldo Structurele baten en lasten

150 150

536 150 386 -

428.000 150.000 278.000 -

163 150 13 -

150 150

150 150

-

-

-

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

4.4 Incidentele baten en lasten

74

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

5 Bijlagen Bijdrage 2025 volgens programmabegroting 2025

Gemeente

Aantal inwoners 1-1-2024

Brandweerzorg en crisisbeheersing

Meldkamer BrW

Bevolkingszorg

Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas

114.966 36.569 75.758 22.822 29.168 66.966 57.785 130.108 27.736 23.447 29.501 45.734 25.948 38.470 25.625 34.000 9.732 47.843

8.128.304 2.745.327 5.855.893 1.562.605 2.143.198 4.392.351 3.953.891 12.788.554 2.169.902 1.718.521 1.924.399 3.479.252 1.762.453 2.570.460 1.816.722 2.073.424 703.775 3.192.401

185.768 59.071 122.535 36.530 46.487 108.366 93.875 206.768 44.997 38.054 47.935 73.504 41.887 62.654 41.756 53.040 15.363 76.436

104.761 33.312 69.102 20.600 26.215 61.111 52.939 116.603 25.375 21.460 27.032 41.451 23.622 35.332 23.547 29.911 8.664 43.105

Eindtotaal

842.178

62.981.432

1.355.026

764.142

Brandweerzorg en crisisbeheersing

Meldkamer BrW

Bevolkingszorg

382.555 8.801.388 121.646 2.959.356 252.338 6.299.868 75.226 1.694.961 95.731 2.311.631 223.160 4.784.988 193.318 4.294.023 425.798 13.537.723 92.662 2.332.936 78.366 1.856.401 98.713 2.098.079 151.367 3.745.574 86.259 1.914.221 129.024 2.797.470 85.988 1.968.013 109.226 2.265.601 31.638 759.440 157.405 3.469.347

8.311.089 2.776.169 5.950.301 1.596.210 2.217.974 4.437.690 3.984.864 13.175.480 2.179.658 1.734.670 1.954.116 3.565.130 1.792.144 2.604.617 1.838.297 2.167.467 735.841 3.271.664

196.241 62.421 129.315 38.956 49.788 114.307 98.636 222.087 47.344 40.023 50.357 78.065 44.292 65.666 43.740 58.036 16.612 81.665

106.728 33.949 70.329 21.187 27.078 62.167 53.644 120.785 25.749 21.767 27.387 42.457 24.089 35.713 23.789 31.564 9.035 44.415

348.438 8.962.496 110.833 2.983.371 229.607 6.379.552 69.169 1.725.521 88.402 2.383.242 202.960 4.817.124 175.134 4.312.279 394.330 13.912.682 84.062 2.336.812 71.063 1.867.522 89.411 2.121.271 138.610 3.824.262 78.643 1.939.167 116.595 2.822.591 77.664 1.983.491 103.047 2.360.113 29.496 790.984 145.002 3.542.746

2.790.420 67.891.020

64.293.381

1.437.551

781.830

2.552.467 69.065.228

GHOR*

Totale bijdrage 2025

Geïndexeerde bijdrage 2026 GHOR

Totale bijdrage 2026

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

5.1 Overzicht inwonersbijdrage per gemeente

75

5.2. EMU-saldo Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekening EMU-saldo

Algemene gegevens: Overheidslaag:

Gemeenschappelijke Regeling

Berichtgevernaam:

Veiligheidsregio Hollands Midden

Berichtgevernummer:

050676

Jaar:

2026

Omschrijving

1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2. Mutatie (im)materiële vaste activa 3. Mutatie voorzieningen

2025

2026

2027

x € 1000,-

x € 1000,-

x € 1000,-

Volgens realisatie tot en met sept. 2025, aangevuld met raming resterende periode

Volgens begroting 2026

Volgens meerjarenraming in begroting 2027

-536

-428

-163

10.859

8.777

5.393

-691

-567

-576

100

100

100

-12.186

-9.872

-6.232

4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 5. Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden

76

1 2 3 4 5

5.3

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

Overzicht bijdrage Slachtofferhulp per gemeente Bijdrage Slachtofferhulp Nederland 2026

Aantal inwoners 1-1-2024

Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas

114.182 36.308 75.316 22.453 28.573 66.607 57.700 127.089 27.657 23.390 29.463 45.179 25.746 38.510 25.665 32.601 9.443 46.981

114.966 36.569 75.758 22.822 29.168 66.966 57.785 130.108 27.736 23.447 29.501 45.734 25.948 38.470 25.625 34.000 9.732 47.843

32.699 10.398 21.569 6.430 8.183 19.075 16.524 36.395 7.920 6.698 8.438 12.938 7.373 11.028 7.350 9.336 2.704 13.454

225 75 127 106 170 103 24 865 23 16 11 159 58 -11 -11 401 83 247

32.924 10.473 21.695 6.536 8.353 19.178 16.548 37.260 7.943 6.715 8.448 13.097 7.431 11.017 7.338 9.737 2.787 13.701

889 283 586 176 226 518 447 1.006 214 181 228 354 201 297 198 263 75 370

33.813 10.755 22.281 6.712 8.579 19.695 16.995 38.266 8.157 6.896 8.677 13.451 7.632 11.314 7.537 10.000 2.862 14.071

Eindtotaal

832.863

842.178

238.513

2.668

241.181

6.512

247.692

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Indexatie: 2,70 %

Aantal inwoners 1-1-2023

Gemeente

Mutatie o.b.v. aantal inwoners

Bijdrage Slachtofferhulp NL op basis van wijziging van het aantal inwoners

Bijdrage Slachtofferhulp Nederland 2025

77

5.4 Overzicht naar IV-3 rapportage Begroting 2026 (in €)

Ec. Cat.

45.446.174

1.1

Materieel Duurzame goederen Ingeleend personeel Overige goederen en diensten Inkomensoverdrachten

1.945.800 18.123.715 -

3.2 3.5.1 3.8 4.3.x

Totaal:

63.569.889

Verhouding:

Bedragen

Procenten

Arbeid Materieel

45.446.174 20.069.515

69,4% 30,6%

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Arbeid Salarissen en sociale lasten

78

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

5.5 Ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage op basis van de Cebeon-norm

Verschil Jaar

Uitgekeerd

T.o.v. vj

2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

€ 64,8 € 71,8 € 73,7 € 73,8 € 76,1 € 78,1 € 80,3

€ 7,0 € 1,9 € 0,2 € 2,2 € 2,1 € 2,1

Cumulatief

€ 8,9 € 9,1 € 11,3 € 13,4 € 15,5

Gem. bijdragen

Verschil t.o.v. uitgekeerd

€ 56,0 € 62,6 € 67,9 € 69,1

-€ 8,8 -€ 9,2 -€ 5,8 -€ 4,8

Uitgekeerde gemeentelijke bijdragen BrW & CB zoals opgenomen in septembercirculaire 2024 (bedragen x €1.000)

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Onderstaand wordt de ontwikkeling van de Cebeon-norm voor de periode 2023-2029 op basis van de septembercirculaire gemeentefonds 2024 weergegeven. Er wordt een vergelijking gemaakt ten opzichte van de septembercirculaire van 2024 en de gemeentelijk bijdragen. De uitgekeerde gemeentelijke bijdragen blijven ruim € 4,8 miljoen onder de Cebeon-norm. Met andere woorden, gemeenten ontvangen meer uit het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Crisisbeheersing en Brandweer dan de bijdrage die aan VRHM voor de programmataken wordt uitgekeerd.

79

5.6 Lijst met afkortingen Algemeen Bestuur

MJIP

Meerjareninvesteringsplan

ACB

Adviseurs crisisbeheersing

MJOP

Meerjarenonderhoudsplan

B&R

Brandweer en Rampenbestrijding

OTO

Opleiden, trainen en oefenen

BDuR

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

OVD-G

Officier van Dienst Geneeskundig

BGC

Bevolkingszorg Gemeentelijke Crisisbeheersing

PIOFACH

Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Algemene zaken, Communicatie en Huisvesting

BrW

Brandweer

PPMO

Periodiek Preventief Medisch Onderzoek

CaCo

Calamiteiten Coördinator

PTSS

Post-traumatische stress-stoornissen

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

RAV

Regionale Ambulance Voorziening

CF

Coördinerend Functionaris

RBP

Regionaal Beleidsplan

College van B&W

College van burgemeester en wethouders

RIN

Risico Index Natuurbranden

COA

Centraal Orgaan opvang asielzoekers

ROAZ

Regionaal Overleg Acute Zorgketen

DB

Dagelijks Bestuur

RRP

Regionaal Risicoprofiel

DBA

Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties

SOC

Security Operations Center

FIDO

Financiering decentrale overheden

STH

Specialisme Technische Hulpverlening

FKGR

Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen

UKB

Uniformering Kwaliteit Bevolkingszorg

FLO

Functioneel leeftijdsontslag

USAR

Urban Search And Rescue team

GHOR

Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio

VIK

Veiligheidsinformatieknooppunt

GRIP

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure

VRHM

Veiligheidsregio Hollands Midden

GSE

Gevaarlijke stoffen eenheden

Wvr

Wet veiligheidsregio’s

HM

Hollands Midden

WWB

Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering

ICT

Informatie- en Communicatietechnologie

ZRP

Zorgrisicoprofiel

IV

Informatievoorziening

KCR2

Knooppunt voor de coördinatie tussen Rijk en veiligheidsregio’s

LMS

Landelijke Meldkamer Samenwerking

LPO

Loon- en prijsontwikkeling

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

AB

80

(Ontwerp-) Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

81

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=f22f9b5a-58e5-4c47-b413-8593c21cca66