Actualisatie regionale huisvestingsverordening 2026 - wijzigingen zichtbaar
Tekst van het document
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Huisvestingsverordening en toelichting Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Wetstechnische informatie Overheidsorganisatie: Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland Officiële naam regeling: Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Citeertitel Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Vastgesteld door: Algemeen Bestuur Holland Rijnland Onderwerp: Volkshuisvesting Eigen onderwerp: geen Opmerking: Deze regeling treedt uit werking op 1 januari 2030. Deze regeling vervangt de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024. Wettelijke grondslag: • Huisvestingswet 2014; • Artikel 5, zesde lid, onderdeel c, van de Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland; • Artikel 5, tweede lid, van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland; • Woningwet; • Algemene Wet Bestuursrecht.
Met opmerkingen [HR1]: Wettelijke grondslag verandert bij inwerkingtreding nieuwe GR Holland Rijnland.
Intitulé Gelezen op het voorstel van het Dagelijks Bestuur; Gehoord de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de regio Holland Rijnland; Besluit: Vast te stellen de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026.
1
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1
Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder: a.
Algemeen Bestuur: Het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland;
b.
DAEB-norm: jaarlijks te indexeren inkomensgrens zoals bedoeld in artikel 16 lid 1 en 2 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 voor het huren van een woning tot de huurprijsgrens;
Met opmerkingen [HR2]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Dit begrip werd gebruikt voor het bepalen van een maximale inkomensgrens om in aanmerking te komen voor een huisvestingsvergunning voor een middeldure huurwoning. De Wet Betaalbare Huur is op 1 juli 2024 ingegaan. De wet regelt een definitie voor ‘middeldure huurwoning’. Dit is aanleiding geweest om de inkomensgrens in de Huisvestingsverordening te wijzigen. Deze definitie komt te vervallen.
c.b. Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland; d.c. Doorstromer: een ingeschreven woningzoekende die bij verhuizing naar andere woonruimte binnen de regio een sociale huurwoning als bedoeld inwaarop artikel 2, tweede lid, van toepassing is, leeg achterlaat; e.d. Huishouden: alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of aantoonbaar willen gaan voeren. Er is sprake van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding als een woningzoekende en al degenen die tot zijn huishouden behoren tenminste één jaar in de Basisregistratie personen van een gemeente op hetzelfde adres zijn ingeschreven; f.e. Huurprijsgrens: jaarlijks te indexeren maximale huurprijs (€ 808,06879,66 per maand, prijspeil 20232024) waarboven men niet meer in aanmerking komt voor huurtoeslag zoals omschreven in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, en het vierde lid, en artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag;
Met opmerkingen [HR3]: Prijspeil aangepast.
g.f. Huurdersorganisatie: organisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet op het overleg huurders verhuurder, die opkomt voor de belangen van huurders in de regio Holland Rijnland alsmede de Koepel Huurders Holland Rijnland; h.g. Inkomen: gezamenlijke verzamelinkomens als, bedoeld in afdeling 2.5artikel 2.18. van de Wet inkomstenbelasting 2001 van het huishouden van de woningzoekende, met uitzondering van kinderen als bedoeld in artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor ‘belanghebbende’ wordt gelezen: ‘huurder’;
Met opmerkingen [HR4]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijzigingen. Verwijzing onjuist. Met opmerkingen [HR5]: In de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 zijn veel stijl- en taalfouten hersteld. Ook zijn alle verwijzingen naar wet- en regelgeving in lijn gebracht met de ‘Aanwijzingen voor de regelgeving’. Deze bepaling is daar een voorbeeld van.
i.h. Inschrijftijd: periode die is verstreken sinds een woningzoekende is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 9; j.i. Particuliere verhuurder: verhuurder van woonruimte in de regio Holland Rijnland niet die geen woningcorporatie iszijnde een wooncorporatie; j.
Om de leesbaarheid van de daadwerkelijke wijzigingen te verhogen zijn de navolgende verbeteringen niet met ‘wijzigingen bijhouden’ gemarkeerd.
Middeldure huurwoning: zelfstandige woning als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek:
1°.met een krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bepaalde waardering van de kwaliteit die leidt tot een maximale huurprijs die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en niet hoger is dan het bij of krachtens artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde bedrag, of; 2°.waarvoor bij aanvang van de huurovereenkomst een huurprijs is overeengekomen die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en lager dan of gelijk is aan het bij of krachtens artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde bedrag;;woonruimte met een aanvangshuurprijs hoger dan de jaarlijks te indexeren huurprijsgrens (€ 808,06 per maand, prijspeil 2023) en niet meer dan de maximale huurprijsgrens die hoort bij 186 punten (berekend aan de hand van Bijlage I. bij het Besluit huurprijzen woonruimte) k. Passende woonruimte: woonruimte die voldoet aan het zoekprofiel van een urgente; l. Regio Holland Rijnland: het grondgebied van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude; m. Regio: Regio Holland Rijnland;
Met opmerkingen [HR6]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.
Met opmerkingen [HR7]: De Wet Betaalbare Huur is op 1 juli 2024 ingegaan. De wet regelt een definitie voor ‘middeldure huurwoning’. Dit is aanleiding geweest om de definitie in de Huisvestingsverordening te wijzigen.
2
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 n.
Regionaal gebondene: een woningzoekende die volgens de Basisregistratie Personen langer dan twee jaar ingezetene is van een gemeente in de regio. n. Stadsvernieuwing: proces van sloop en vervangende nieuwbouw van woningen dan wel van ingrijpende renovatie van woningen; o. Stadsvernieuwingsurgente: degene aan wie een stadsvernieuwingsurgentie, bedoeld in artikel 28 is toegekend; p. Standplaats: kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen of chalet waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten; q. Standplaatszoekende: het huishouden dat is ingeschreven in het regionaal register voor standplaatszoekendenregister, bedoeld in artikel 30; r. Starter: een ingeschreven woningzoekende die geen sociale huurwoning of middeldure huurwoning van een van de deelnemende partijen als bedoeldeigenaren van woonruimte, genoemd in artikel 2, van deze verordening achterlaat; s. Sociale huurwoning: woning met een aanvangshuur (rekenhuur) beneden de huurprijsgrens, die verhuurd toegewezen wordt overeenkomstig het bepaalde in deze verordening of die behoort tot een categorie welke is aangewezen door het Dagelijks Bestuur na advies van de Beleidscommissie Woonruimteverdeling; t. Uitvoeringsovereenkomst: de uitvoeringsovereenkomst Woonruimteverdeling Corporaties Holland Rijnland 2026; u.
Urgente: degene aan wie een urgentieverklaring, bedoeld in artikel 24, is toegekend. v. Urgentiecommissie: de commissie, bedoeld in artikel 20; w. Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW): rechtspersoon die in de regio Holland Rijnland namens de wooncorporatiewoningcorporaties zorgdraagt voor de uitvoering van de woonruimteverdeling; x. Verhuurder: eigenaar van woningen als bedoeld in artikel 2; y. Voorliggende voorziening: een voorziening waarvan de kosten of diensten kunnen worden vergoed op een andere manier dan via gemeenten; z. Woningzoekende: huishouden dat is ingeschreven in het register van woningzoekenden,register als bedoeld in artikel 9;
Met opmerkingen [HR8]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Het begrip ‘Regionaal gebondene’ komt slechts 1 keer voor. Daarom is dit begrip verwerkt in artikel 16. Met opmerkingen [HR9]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Definitie ontbrak.
Met opmerkingen [HR10]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling. Met opmerkingen [HR11]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.
Met opmerkingen [HR12]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.
Met opmerkingen [HR13]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.
aa. WooncorporatieWoningcorporatie: toegelaten instelling die op grond van het bepaalde in artikel 18a van de Woningwet sociale huurwoningen exploiteert;
Met opmerkingen [HR14]: Aanpassing betreft een taalkundige wijziging. ‘Wooncorporatie’ is gewijzigd naar de juiste term ‘Woningcorporatie’. Deze wijziging is in de hele Verordening aangepast maar niet gemarkeerd.
bb. Woonduur: periode, uitgedrukt in maanden en jaren gerekend vanaf de ingangsdatum van het huurcontract; cc. Woonruimte: i. besloten ruimte met een eigen toegang, die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor permanente bewoning door een huishouden, zonder dat zij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; en ii. standplaats; dd. Woonruimteverdeelsysteem: systeem van voorzieningen, regels en normen aan de hand waarvan wordt bepaald in welke volgorde woningzoekenden, die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt voor aangeboden woonruimte, voor de huur van die woonruimte in aanmerking komen; ee. Woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in gedeelten kan worden verplaatst; ff. Zoekprofiel: in de (stadsvernieuwings)urgentieverklaring opgenomen beschrijving van de aard en de locatie van de woonruimte waarvoor een (stadsvernieuwings)urgente met voorrang in aanmerking komt;
Artikel 2 1.
Met opmerkingen [HR15]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.
Toepassing van de verordening
Deze verordening geldt in de gemeenten gelegen in de regio Holland Rijnland. 3
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 2.
Deze verordening is van toepassing op sociale huurwoningen en standplaatsen in de sociale huursector in de regio Holland Rijnland die in het bezit zijn van: a. woningcorporaties; b. particuliere verhuurders die eigenaar zijn van tien of meer woningen die na 1 januari 2024 zijn opgeleverd; c. het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a. is niet van toepassing op standplaatsen in de sociale huursector in de gemeente Alphen aan den Rijn; d. de Stichting Huisvesting Werkende Jongeren (SHWJ). 3. De in het tweede lid bedoelde eigenaren van woonruimte nemen deel aan het woonruimteverdeelsysteem. 4. Het Algemeen Bestuur kan op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio besluiten dat deze verordening ook van toepassing is op te bepalen (toekomstige) delen van de voorraad middeldure huurwoningen in die gemeente. 5. Het Algemeen Bestuur kan op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio besluiten dat verhuurders die in het bezit zijn van tien of meer middeldure huurwoningen in die betreffende gemeente deelnemen aan het woonruimteverdeelsysteem. 6.5. Deze verordening is niet van toepassing op onzelfstandige woonruimte en woonruimten die uitsluitend bestemd zijn voor de huisvesting van studerenden die als dagstudent of promovendus zijn ingeschreven bij een instelling voor vervolgonderwijs.
Met opmerkingen [HR16]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Dit was al besloten voor de Hvv2024 maar weggevallen bij publicatie.
Met opmerkingen [HR17]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling. Het is aan de gemeente zelf om een voordracht te doen. Dit kan dus behelzen dat een gedeelte van de categorie van middeldure huur (bijv. corporatiewoningen, nieuwbouw of bestaande bouw) wordt aangewezen. Met opmerkingen [HR18]: Aanpassing betreft het besluit om de woningvoorraad ‘middeldure huurwoningen’ niet gelijk te stellen met het woonruimteverdeelsysteem van ‘sociale huurwoningen’. Met opmerkingen [HR19]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. De toelichting op dit artikel vermeldt dat de verordening niet geldt voor onzelfstandige woonruimte. Dat is ook de bestaande praktijk. Die bepaling moet in de tekst van de verordening zelf terugkomen.
Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte en huisvestingsvergunningsplicht voor sociale huurwoningen en standplaatsen in de sociale huursector
Met opmerkingen [HR20]: Het hoofdstuk is verplaatst om een logische volgorde in de verordening aan te houden
Paragraaf 2.1 Werkingsgebied Artikel 3
Toepasselijkheid
Hoofdstuk 2 geldt voor sociale huurwoningen en standplaatsen in de sociale huursector in de regio Holland Rijnland, die in het bezit zijn van: a. b. c. d.
woningcorporaties; particuliere verhuurders die eigenaar zijn van tien of meer woningen die na 1 januari 2024 zijn opgeleverd; de Stichting Huisvesting Werkende Jongeren (SHWJ); het bepaalde onder a is niet van toepassing op standplaatsen in de sociale huursector in de gemeente Alphen aan den Rijn.
Artikel 43 1. 2.
Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
Het is verboden een sociale huurwoning of standplaats als bedoeld in artikel 32, als woonruimte in gebruik te nemen of te geven zonder huisvestingsvergunning van het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in dit artikel.
Met opmerkingen [HR21]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Deze bepaling was per abuis niet opgenomen in de Hvv2024, maar wel in de eerdere huisvestingsverordeningen. De gemeente Leiden liep direct tegen een mogelijk bevoegdheidsprobleem op bij handhaving op de huisvestingsvergunningsplicht bij sociale huurwoningen. Daarom is deze bepaling opnieuw opgenomen.
Paragraaf 2.2 De huisvestingsvergunning 4
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Artikel 5 1.
2.
3.
4.
Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet: a. de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014; en b. een van de leden van het huishouden is 18 jaar of ouder; en b.c. het huishoudinkomen is niet hoger is dan € 47.699 voor een eenpersoonshuishouden en € 52.671 voor een meerpersoonshuishouden (prijspeil 2024, de inkomensgrens wordt jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd overeenkomstig artikel 16, tweede lid van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting); en c. d. aanvrager komt op basis van de bepaalde rangorde en voorrangsregels in paragraaf 2.4 en 2.7 van deze verordening in aanmerking voor het huren van de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd. De voorwaarde uit het eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing als aanvrager de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd verkrijgt door middel van woningruil, waarvoor door de beide betrokken verhuurders toestemming is gegeven of wanneer de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd aan aanvrager is toegewezen op een andere grond dan geregeld in deze verordening.
In afwijking van het eerste lid onder c kan voor een sociale huurwoning of standplaats met een huurprijs vanaf € 693,60 een huisvestingsvergunning worden verleend aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 56.513 (prijspeil 2024, de huurprijs wordt jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag, de inkomensgrens wordt jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd overeenkomstig artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte) De voorwaarde uit het eerste lid onder c en derde lid geldt niet voor degenen die uitgezonderd zijn van de inkomenstoets zoals vermeld in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, bijlage 1 onder A.
Artikel 6
Met opmerkingen [HR22]: Toevoeging betreft een juridisch-technische wijziging. In eerdere verordeningen is geen inkomensgrens bepaald. Dat was niet nodig omdat dat voor woningcorporaties al wettelijk wordt bepaald. Sinds 1 januari 2024 vallen ook sociale huurwoningen van particulieren onder de verordening. Daarvoor is landelijk geen inkomenseis vastgesteld. We willen in de regio dat alle sociale huurwoningen naar de juiste doelgroep gaan. Daarom wordt een inkomenseis voor de huisvestingsvergunning toegevoegd. Met opmerkingen [HR23]: Het artikel is anders ingericht en op een begrijpelijkere manier gepresenteerd. De inhoud is niet veranderd.
Aanvraag van een huisvestingsvergunning
1.
Een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij het Dagelijks Bestuur via een daartoe bestemd formulier. 2. Het Dagelijks Bestuur besluit op de aanvraag binnen drie weken na ontvangst. 3. Het Dagelijks Bestuur kan de bevoegdheden in het eerste en tweede lid mandateren aan de woningcorporatie of gemeenten. 4. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; b. rechtsgeldig document waaruit de identiteit blijkt van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren; c. geldig bewijs van rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren indien zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben; d. omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; e. bewijsstukken van het inkomen; f. adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; g. beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; h. schriftelijke verklaring van de verhuurder waaruit blijkt dat deze bereid is woonruimte aan aanvrager en zijn huishouden in gebruik te geven; i. indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening; j. indien van toepassing, een urgentieverklaring of stadsvernieuwingsurgentie.
Met opmerkingen [HR24]: Het artikel is aangevuld met juridisch-technische noodzakelijke en wenselijke bepalingen over wat noodzakelijk is bij het kunnen beoordelen van een aanvraag om een huisvestingsvergunning.
5
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 4.5. Indien aanvrager dan wel een of meer anderen die tot zijn huishouden behoren op het moment van de aanvraag een woning bewonen die zijn of hun eigendom is, dan dient bij de aanvraag een bewijsstuk te worden overgelegd waaruit blijkt dat de woning wordt verkocht en dat deze binnen zes maanden aan een koper in eigendom zal worden overgedragen. 5.6. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd nadere gegevens te vragen die nodig zijn om de aanvraag te
Met opmerkingen [HR25]: Kort na inwerkingtreding van deze nieuwe bepaling in de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 is knelpunt gesignaleerd. Potentiële huurder konden niet voldoen aan deze strikte bepaling waarbij verkoop en overdracht aangetoond moesten worden. Daarom wordt deze bepaling tekstueel aangepast en blijft de bedoeling van de bepaling in stand.
kunnen beoordelen.
7.
De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: a. b. c. d. e. f.
de woonruimte waarvoor de vergunning is verleend; degene(n) aan wie de vergunning is verleend (volledige naam, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland); het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt; de ingangsdatum van de vergunning; de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt; de naam en het adres van de verhuurder.
Artikel 7
Intrekken van de huisvestingsvergunning
Het Dagelijks Bestuur kan de huisvestingsvergunning intrekken op grond van de in artikel 18 van de Huisvestingswet 2014 genoemde gronden. Daarnaast kan het Dagelijks Bestuur de huisvestingsvergunning intrekken als er gehandeld wordt in strijd met de voorwaarden van de vergunning
Artikel 8
Met opmerkingen [HR26]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verwijzing dynamisch gemaakt naar de Huisvestingswet.
Vervallen van de huisvestingsvergunning
De huisvestingsvergunning vervalt van rechtswege indien de vergunninghouder feitelijk geen gebruik meer maakt van de vergunning.
Paragraaf 2.3 Inschrijfsysteem van woningzoekenden, bekendmaking van het aanbod Artikel 9
Register van woningzoekenden
1.
Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden ten behoeve van het bepalen van de rangorde.
2.
Het Dagelijks Bestuur stelt regels vast voor de wijze van inschrijving, het verwerken van gegevens, de opschorting en de beëindiging van de inschrijving, en stelt alsmede de hoogte van een bedrag vast dat ten behoeve van de inschrijving en de verlenging van de inschrijving in rekening wordt gebracht bij woningzoekenden.
3.
Het Dagelijks Bestuur verleent aan het bestuur van de Vereniging Holland Rijnland Wonen mandaat, volmacht en machtiging voor het uitvoeren van het bepaalde bij of krachtens het eerste en tweede lid en mandaat om namens het Dagelijks Bestuur besluiten te nemen met betrekking tot in- en uitschrijving in het register.
Artikel 10 1.
Inschrijving als woningzoekende
Iedere persoon van 18 jaar of ouder, die de Nederlandse nationaliteit bezit of rechtmatig in Nederland verblijft op grond van bepaalde in artikel 8 onder a t/m e of l van de Vreemdelingenwet 2000 kan op zijn verzoek worden ingeschreven in het register van woningzoekenden in de regio Holland Rijnland.
Met opmerkingen [HR27]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verwijzing onjuist.
6
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 2.
Per persoon is slechts één inschrijving in de regio Holland Rijnland mogelijk, met dien verstande dat een inschrijving als standplaatszoekende gelijktijdig kan bestaan naast een inschrijving als woningzoekende.
3. 4.
De inschrijving van de woningzoekende is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar. De woningzoekende is een tarief verschuldigd voor zijn inschrijving en voorts jaarlijks voor de kosten van de verlenging van zijn inschrijving.
Artikel 11
Inschrijftijd
1. 2.
Een woningzoekende bouwt inschrijftijd op vanaf de datum van diens inschrijving in het register. Een doorstromer bouwt inschrijftijd op vanaf de datum van diens inschrijving in het register. Zijn inschrijftijd wordt vermeerderd, tot een maximum van vijf jaar, met de woonduur in de achter te laten woning bij verhuizing naar andere woonruimte. 3. Een inschrijving als woningzoekende eindigt bij aanvaarding van woonruimte als bedoeld in artikel 23. 4. Een inschrijving als woningzoekende kan worden beëindigd wanneer de woningzoekende nalatig is bij betaling van het tarief als bedoeld in artikel 10, vierde lid. 5. Een woningzoekende verliest zijn opgebouwde inschrijftijd op het moment dat zijn inschrijving in het register van woningzoekenden eindigt. 6. Een doorstromer die zich binnen twaalf maanden na diens verhuizing naar andere woonruimte in de regio opnieuw als woningzoekende in de regio laat inschrijven, krijgt 75% van de inschrijftijd die hij had opgebouwd voor diens verhuizing terug, met een maximum van vijf jaar. 7. Een starter die zich binnen twaalf maanden na verhuizing naar zijn eerste sociale huurwoning als bedoeld in artikel 3, opnieuw als woningzoekende in de regio laat inschrijven, behoudt 75% van de inschrijftijd die hij had opgebouwd voor diens verhuizing, met een maximum van vijf jaar. 8.
Een inschrijving als woningzoekende eindigt niet indien de woningzoekende woonruimte heeft verkregen met een stadsvernieuwingsurgentie en bij woningruil. 9. Als een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van die jongere om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. 10. Als een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. 11. Als een huurder een huurovereenkomst is aangegaan voor een zelfstandige woning als bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek in een gebouw waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.36, tweede lid, van de Omgevingswet is verleend met een termijn van maximaal vijftien jaren, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.
Met opmerkingen [HR28]: Aanpassing betreft een juridische verplichting. Op grond van artikel 11c van de Huisvestingswet 2014 is het verplicht om deze bepaling op te nemen in de huisvestingsverordening.
12. Als een huurder behoort tot één van de groepen, genoemd in artikel 22a Regeling toegelaten instelling volkshuisvesting 2015 en een huurovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.
Deze bepaling regelt dat een huurder zijn inschrijving niet verliest als hij een woonruimte gaat betrekken waarvoor een ‘tijdelijke omgevingsvergunning’ is afgegeven. Een bouwkeet, een noodlokaal, een noodwoning en een noodwinkel zijn voorbeelden van een tijdelijk bouwwerk waarvoor een ‘tijdelijke omgevingsvergunning’ voor afgegeven kan zijn.
Hoofdstuk 3 Huisvestingsvergunning Artikel 8
Verbodsbepaling
Het is verboden een sociale huurwoning, middeldure huurwoning of standplaats als bedoeld in artikel 2 als woonruimte in gebruik te nemen of te geven zonder huisvestingsvergunning van het Dagelijks Bestuur.
7
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Artikel 9
Aanvraag van een huisvestingsvergunning
1.
Een aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij het Dagelijks Bestuur op de door haar voorgeschreven wijze.
2.
Het Dagelijks Bestuur kan deze bevoegdheden (eerste lid) mandateren aan de toegelaten instellingen of regiogemeenten.
3.
Een aanvraag gaat vergezeld van: a.
een rechtsgeldig document waaruit de identiteit blijkt [ van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren;
b.
een geldig bewijs van rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren indien zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben;
c.
schriftelijk bewijs van het inkomen van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren;
d.
een schriftelijke verklaring van de verhuurder waaruit blijkt dat deze bereid is woonruimte aan aanvrager en zijn huishouden te verhuren.
4.
Indien aanvrager dan wel een of meer anderen die tot zijn huishouden behoren op het moment van de aanvraag een woning bewonen die zijn of hun eigendom is, dan dient bij de aanvraag een overeenkomst te worden overlegd waaruit blijkt dat de woning is verkocht en dat deze binnen zes maanden aan de koper in eigendom zal worden overgedragen.
5.
Het Dagelijks Bestuur kan indien dit voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk wordt geacht, aanvrager verzoeken in aanvulling op het bepaalde in lid drie of lid vier nadere documenten te overleggen.
Artikel 10
Huisvestingsvergunning
1.
Het Dagelijks Bestuur besluit op de aanvraag binnen drie weken na ontvangst.
2.
Een huisvestingsvergunning wordt verleend indien: a.
aanvrager of een ander die tot zijn huishouden behoort de leeftijd van 18 jaar of ouder heeft en;
b.
aanvrager en al degenen die tot zijn huishouden behoren, hetzij de Nederlandse nationaliteit bezitten, hetzij rechtmatig in Nederland mogen verblijven op grond van het bepaalde in artikel 8 onder a tot en met e en onder l. van de Vreemdelingenwet 2000 en;
c.
aanvrager op basis van de bepaalde rangorde in hoofdstuk 4 van deze verordening in aanmerking komt voor het huren van de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd;
d.
3.
aanvrager de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd verkrijgt door middel van woningruil, waarvoor door de beide betrokken verhuurders toestemming is gegeven; e. De woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd aan aanvrager is toegewezen op een andere grond als geregeld in deze verordening. Indien de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd een middeldure huurwoning betreft zoals bedoeld in artikel 2, lid vier en vijf, wordt door het Dagelijks Bestuur, onverminderd het bepaalde in lid twee, een huisvestingsvergunning verleend indien: a. aanvrager een alleenstaande betreft wiens jaarinkomen niet hoger is dan anderhalf keer de DAEB-norm; b. aanvrager en al degenen die tot zijn huishouden behoren een gezamenlijk jaarinkomen hebben dat niet hoger is dan anderhalf keer de DAEB-norm verhoogd met een bedrag van € 10.000,-. 8
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 4.
In de huisvestingsvergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de woonruimte waarvoor de vergunning is verleend; b. degene(n) aan wie de vergunning is verleend; c. de ingangsdatum van de vergunning; d. de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt.
Artikel 11
Intrekken van de huisvestingsvergunning
Het Dagelijks Bestuur kan de huisvestingsvergunning intrekken indien: a.
de vergunninghouder de woonruimte niet binnen de in de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen of;
b.
de vergunning is verleend op grond van de door de vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan hij wist of redelijkerwijs had moeten weten dat deze gegevens onjuist of onvolledig waren.
Artikel 12
Vervallen van de huisvestingsvergunning
De huisvestingsvergunning vervalt van rechtswege indien de vergunninghouder feitelijk geen gebruik meer maakt van de vergunning.
Artikel 12
Met opmerkingen [HR29]: Hoofdstuk en artikelen zijn verplaatst naar hoofdstuk 2.
Aanbieding van woonruimte
1.
Het aanbod van de in artikel 3 aangewezen woonruimte, die voor verhuur beschikbaar is, wordt door Dde Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW) biedt voor verhuur beschikbare woonruimte aan door middel vanbekendgemaakt op een openbaar digitaal aanbodsysteem waar iedere woningzoekende toegang toe heeft.
2.
Van het eerste lid kan worden afgeweken als het woonruimte van een woningcorporatie betreft die bedoeld is voor bewoning door een woongroep.
3.
Het Dagelijks Bestuur kan op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente woonruimte in bezit van de Stichting Huisvesting Werkende Jongeren (SHWJ) uitsluiten van het bepaalde in het eerste lid.
4.
Bij de aanbieding wordt vermeld aan welke (passendheids)eisen een woningzoekende moet voldoen om in aanmerking te komen voor de aangeboden woonruimte en huisvestingsvergunning.
5.
Woonruimte die door alle belangstellende woningzoekenden is geweigerd kan voor een tweede maal worden aangeboden. Hierbij kunnen ruimere toewijzingscriteria worden gesteld.
6.
HRW De Vereniging Holland Rijnland Wonen kan een maximum stellen aan het aantal reacties van een woningzoekende per publicatie.
7.
Het Dagelijks Bestuur kan, gehoord de Beleidscommissie Woonruimteverdeling, regels stellen inzake maatregelen te nemen jegens woningzoekenden die het bepaalde bij of krachtens deze verordening niet, niet volledig of niet tijdig nakomen.
8.
Vereniging Holland Rijnland Wonen doet jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de aanbieding en toewijzing van woonruimte. Het verslag bevat in ieder geval het aantal aanbiedingen en toewijzingen.
Met opmerkingen [HR30]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling. Met opmerkingen [HR31]: Aanpassing betreft een nieuwe bepaling om mogelijk te maken dat woonruimte bedoeld voor bewoning door een woongroep afwijkend wordt bekendgemaakt.
9
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Paragraaf 2.4 Toewijzing van woonruimte Artikel 13 1.
2.
De aangeboden woonruimte, als bedoeld in artikel 21112 die beschikbaar is gekomen voor bewoning wordt toegewezen aan een woningzoekende die daarvoor zijn belangstelling kenbaar heeft gemaakt, en voldoet aan de gestelde (passendheids)eisen, en die ten opzichte van andere belangstellende woningzoekenden over de langste inschrijftijd beschikt. Bij gelijke inschrijftijd van twee of meer woningzoekenden vindt toewijzing plaats na loting.
Artikel 14 1.
Reguliere toewijzing van woonruimte
Voorrang doelgroepen
De verhuurder kan woonruimte labelen als: a. Het Algemeen Bestuur kan groepen van woningzoekenden aanwijzen aan wie voorrang wordt verleend bij de toewijzing van door een verhuurder aangeduide woonruimte zoals: b.a. woonruimte met specifieke voorzieningen voor bewoning door mindervaliden of door andere zorg- of hulpbehoevenden; c.b. woonruimte voor specifieke leeftijdscategorieën; d.c. woonruimte voor starters; e.d. woonruimte die valt onder het contingent van de jaarlijks door het Dagelijks Bestuur vastgestelde lijst van betrokken instellingen of nader overeen te komen taakstellingen;
2.
3.
e.
woonruimte voor een woningzoekende met een huishouden waartoe tenminste vijf minderjarige kinderen behoren en die aantoonbaar hun hoofdverblijf hebben bij die woningzoekende.
f.
woonruimte voor woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding (lokaal maatwerk) waarbij tevens de andere voorrangscriteria kunnen worden gehanteerd, uitsluitend wanneer de verhuurder hierover afspraken heeft gemaakt met het college van B&W in de betreffende gemeente én de huurdersorganisaties die in die gemeente actief zijn hebben gehoord, om lokale volkshuisvestelijke knelpunten op te lossen.
Met opmerkingen [HR32]: Dit artikel is verplaatst en herschreven, zie hieronder. Het Algemeen Bestuur wijst geen groepen aan in een nader besluit. Het Algemene Bestuur regelt in deze verordening welke groepen een verhuurder kan labelen. Met opmerkingen [HR33]: Aanpassing betreft een fundamentele herijking van het ‘lokaal maatwerk’. Voorheen artikel 20. Artikel 20 is daarmee komen te vervallen.
Het Dagelijks Bestuur verleent voorrang voor een huisvestingsvergunning voor woonruimten zoals genoemd in het voorgaande lid, uitsluitend aan: a.
woningzoekenden die aantoonbaar noodzakelijk zijn aangewezen op woonruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
b.
woningzoekenden die behoren tot de leeftijdsgroep die is aangewezen voor bewoning van woonruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
c.
woningzoekenden die geen zelfstandige woonruimte achterlaten en die zijn aangewezen op woonruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;
d.
woningzoekenden die cliënt zijn van een van de betrokken instellingen, zoals bedoeld in eerste lid, onderdeel d;
e.
woningzoekenden die door de samenstelling van hun huishouden zijn aangewezen op woonruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
f.
woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding (lokaal maatwerk).
Onder woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding (lokaal maatwerk) kan, met inachtneming van artikel 14 van de Huisvestingswet 2014, worden verstaan: a.
Woningzoekenden uit een deel van de gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning leeg achterlaten.
b.
Woningzoekenden uit een deel van de gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland.
c.
Woningzoekenden uit één of meerdere gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning van de aanbiedende woningcorporatie leeg achterlaten. 10
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 d.
Woningzoekenden die een sociale huurwoning van de aanbiedende woningcorporatie leeg achterlaten.
e.
Woningzoekenden uit één of meerdere gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning van een andere verhuurder leeg achterlaten.
f.
Woningzoekenden uit één van de gemeenten uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning leeg achterlaten.
g.
Woningzoekenden uit één van de gemeenten uit Regio Holland Rijnland.
h.
Woningzoekenden werkzaam in een vitale beroepsgroep, namelijk: i.
4. 5.
6.
Niet van toepassing in de Regio.
Artikel 15
In afwijking van het bepaalde in artikel 13 heeft een woningzoekende die beschikt over een urgentieverklaring of over een stadsvernieuwingsurgentie als bedoeld in hoofdstuk 6 van deze verordeningbij de toewijzing van een woning voorrang op alle andere woningzoekenden mits de urgente aan de gestelde (passendheids)eisen voldoet én deze woning past binnen zijn zoekprofiel. Het recht op voorrang geldt niet ten aanzien van woonruimte die wordt toegewezen , genoemd in artikel 20 of artikel 2112, eerste lid, onderdeel .
2.
De toewijzing van woonruimte in het geval van meerdere woningzoekenden met een urgentieverklaring wordt bepaald op basis van de oudste toekenningsdatum van de urgentieverklaring, daarna op basis van de meeste inschrijftijd en ten slotte op basis van loting.
3.
De toewijzing van woonruimte in het geval van meerdere stadsvernieuwingsurgenten wordt bepaald op basis van de oudste toekenningsdatum, bij gelijke toekenningsdatum op basis van de woonduur en bij gelijke woonduur door middel van loting.
4.
In geval een woningzoekende met een urgentieverklaring en een woningzoekende met een stadsvernieuwingsurgentie belangstelling hebben voor dezelfde woning vindt toewijzing plaats aan degene met de oudste urgentie, als ook dat gelijk is, op basis van de langste inschrijftijd en tenslotte op basis van loting.
Artikel 16
2.
Met opmerkingen [HR35]: Aanpassing om ‘lokaal maatwerk’ uitvoerbaar te maken.
Voorrang urgenten
1.
1.
Met opmerkingen [HR34]: Toevoeging betreft een fundamentele toevoeging. Sinds 1 januari 2024 maakt de Huisvestingswet het mogelijk om voorrang te verlenen aan vitale beroepsgroepen. Wat een vitale beroepsgroep is moet op lokaal niveau door de gemeenteraad worden onderbouwd en landen in de regionale huisvestingsverordening. Wanneer een gemeenteraad dit heeft bepaald zal het voorstel door het AB worden overgenomen als technische wijziging van de verordening. Vervolgens kan met voorrang worden toegewezen aan deze groep.
Bij de verlening van huisvestingsvergunningen wordt ten hoogste 30% voorrang gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan een huisvestingsvergunning voor een woonruimte als bedoeld in het eerste lid worden verleend aan een ander dan een woningzoekende als bedoeld in het tweede lid. Dit gebeurt uitsluitend wanneer geen woningzoekende als bedoeld in het tweede lid voor de beschikbare woning in aanmerking komt. Als woonruimte in het eerste lid onderdeel a. t/m c. en onderdeel e. en f. vrijkomt voor toewijzing aan een andere woningzoekende, dan wordt daarvan in het bijzonder melding gemaakt bij het aanbieden van de woonruimte in het aanbodmedium.
Met opmerkingen [HR36]: Aanpassing betreft een juridisch-technische aanpassing. Er geëxpliciteerd dat reguliere urgentie alleen geldt voor sociale huurwoningen en dus niet voor middeldure huur. Ook is gewijzigd dat de urgentieverklaring nu ook geldt bij woningen die toegewezen worden middels ‘lokaal maatwerk’ als deze woningzoekenden met een urgentieverklaring aan die bindingseisen voldoen. Dat is een wijziging ten opzichte van de bestaande praktijk waarbij urgenten geen voorrang kregen op deze woningen ook al voldeden zij aan alle gestelde voorwaarden. Door deze wijziging wordt geborgd dat zij sneller kunnen worden gehuisvest.
Passendheidseisen
Ter uitvoering van het bepaalde in de artikelen 46 en 48 van de Woningwet kan een woningcorporatie ten behoeve van de toewijzing van woonruimte passendheidseisen stellen: a.
aan het inkomen van een woningzoekende;
b.
aan de grootte en samenstelling van het huishouden van een woningzoekende in relatie tot de grootte van de woonruimte;
c.
aan het inkomen in relatie tot de grootte en samenstelling van het huishouden van de woningzoekende.
Met opmerkingen [HR37]: Aanpassing betreft een juridisch-technische aanpassing. Het is veel begrijpelijker om de passendheidseisen op te nemen in de rangorde voor reguliere toewijzing. Artikel 12 is daarom verduidelijkt en dit lid komt te vervallen.
De wooncorporatie kan met toepassing van de passendheidseisen afwijken van de rangorde als bedoeld in artikel 14, lid 1 bij de toewijzing van woonruimte.
3.2. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op woningruil. 11
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Artikel 17 1.
2.
Afwijking van de rangorde
Een verhuurder mag gemotiveerd afwijken van de rangorde als bedoeld in artikel 13, eerste lid, indien een woningzoekende in de afgelopen drie jaar: a. Een woonruimte die hij huurde op grond van een gerechtelijk bevel is ontruimd in verband met: i. veroorzaken van overlast in de laatst gehuurde woonruimte; ii. achterstand in de betaling van de huurpenningen; iii. een in de woning aanwezige hennepkwekerij; b. Van zijn huidige of vorige verhuurder geen verklaring van goede bewoning heeft gekregen; c. Zich bij de toewijzing van woonruimte schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen of het geven van onjuiste of onvolledige informatie; d. Dreigementen heeft geuit of geweld heeft gebruikt jegens personen belast met de uitvoering van deze verordening. Een verhuurder mag ten aanzien van een specifieke woningzoekende van de rangorde als bedoeld in artikel 13, eerste lid, afwijken ingeval van: a. Loting als bedoeld in artikel 18, derde en vierde lid; b.
Met opmerkingen [HR38]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.
toewijzing van woonruimte op grond van artikel 2018 eerste lid, en 19.
b.c. woonruimte van een woningcorporatie die bedoeld is voor bewoning door een woongroep.
Artikel 18 1.
2.
3.
4.
5.
Met opmerkingen [HR39]: Inhoudelijke wijziging. Woongroepen zijn nu benoemd in de huisvestingsverordening om de bestaande praktijk vast te leggen.
Bijzondere toewijzing
Een woningcorporatie verhuurder kan in bijzondere gevallen woonruimte toewijzen aan een woningzoekende die als gevolg van een calamiteit of van andere zeer bijzondere omstandigheden dringend andere woonruimte nodig heeft. Het maximum van het aantal woningen dat een woningcorporatie verhuurder met toepassing van het bepaalde in het eerste lid mag toewijzen is gelijk aan 5 % van het gemiddeld aantal verhuringen van woonruimte van die woningcorporatie verhuurder afgaande op kalenderjaren, waarvan 2% wordt ingezet ten behoeve van doorstromers. Een woningcorporatie verhuurder kan per kalenderjaar maximaal 10% van de vrijgekomen woonruimte door middel van loting toewijzen. Het bepaalde in artikelen 14 tot met 17 over de rangorde is hierbij niet van toepassing. Bij loting wordt door de woningcorporatie verhuurder op elektronische wijze aselect bepaald in welke volgorde de aan de loting deelnemende woningzoekenden voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komen. De verhuurders doen hiervan jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de toepassing van het bepaalde in dit artikel.
Artikel 20
Met opmerkingen [HR40]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Bepaling is al geregeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel b. Met opmerkingen [HR41]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.
Lokale beleidsruimte
1.
Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio kan, na instemming van de wooncorporaties die deelnemen in de “Uitvoeringsovereenkomst woonruimteverdeling corporaties” en gehoord de huurdersorganisaties die in die gemeente actief zijn, besluiten om regels te stellen voor de invulling van de lokale beleidsruimte ter oplossing van de in die gemeente ervaren knelpunten op het gebied van de volkshuisvesting.
2.
In het besluit als bedoeld in het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders, in afwijking van deze verordening, bepalen dat de in die gemeente vrijkomende woonruimten als bedoeld in artikel 2, lid 2 wordt toegewezen aan woningzoekenden uit die gemeente die voldoen aan de in het besluit gestelde voorwaarden zoals ten aanzien van (lokale) binding, passendheid, en rangorde bij toewijzing. 12
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 3.
Alvorens een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid te nemen stelt het college van burgemeester en wethouders beleid vast waarin hun visie op wonen en volkshuisvesting en door hen gemaakte prestatieafspraken zijn opgenomen en waarin zij aangeven hoe met gebruikmaking van het bepaalde in dit artikel de gemeentelijke en subregionale knelpunten op het gebied van de volkshuisvesting kunnen worden opgelost.
4.
Het aantal woningen dat met toepassing van dit artikel wordt toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk zijn gebonden aan de woningmarktregio als bedoeld in artikel 14, lid 2 van de Huisvestingswet is niet groter dan 50% van het totaal aantal toewijzingen dat via regionaal maatwerk wordt toegewezen aan de groepen als bedoeld in de artikelen 15 en 16 van deze verordening. Dit komt daarmee neer op maximaal 25% van het totaal aantal toewijzingen.
5.
Het college van burgemeester en wethouders doet jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de toepassing van het bepaalde in dit artikel. Het verslag bevat in ieder geval het aantal aanbiedingen en toewijzingen op basis van dit artikel.
Artikel 21 1.
Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio kan, na overleg met en advies van de wooncorporaties die deelnemen in de “Uitvoeringsovereenkomst woonruimteverdeling corporaties” en in die gemeente actief zijn en de huurdersorganisaties die in die gemeente actief zijn, besluiten om regels te stellen voor de eerste aanbieding van nieuwgebouwde woonruimte in die gemeente.
2.
In het besluit als bedoeld in het eerste lid kan het college van burgemeester en wethouders, in afwijking van deze verordening, bepalen dat de in die gemeente vrijkomende woonruimten als bedoeld in artikel 2, lid 2, wordt toegewezen aan woningzoekenden uit die gemeente die voldoen aan de in het besluit gestelde voorwaarden zoals ten aanzien van (lokale) binding, passendheid, en rangorde bij toewijzing
3.
In het besluit als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat de toewijzing van nieuwgebouwde woonruimte bij de eerste aanbieding bij voorrang moet geschieden aan een woningzoekende die een woning als bedoeld in artikel 2 achterlaat die is gelegen in een, in dat besluit te bepalen gedeelte(n) van de regio Holland Rijnland, teneinde de aldaar op het gebied van de volkshuisvesting bestaande knelpunten op te lossen. In dat besluit kan tevens worden bepaald dat de woonruimte die wordt achtergelaten in het bezit is van dezelfde verhuurder als die van de nieuwgebouwde woonruimte of in het bezit is van een verhuurder die is gevestigd in de regio Holland Rijnland.
4.
Het college van burgemeester en wethouders doet jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de toepassing van het bepaalde in dit artikel. Het verslag bevat in ieder geval het aantal aanbiedingen en toewijzingen op basis van dit artikel.
Artikel 19
Een of meer woningcorporaties, al dan niet in samenwerking met een of meer gemeenten of andere verhuurders dan woningcorporaties in de regio kunnen het initiatief nemen om een experiment te organiseren waarbij de effecten onderzocht worden van een wijze van in gebruik geven van woonruimte die niet in deze verordening is geregeld, maar die wel in een op grond van de Huisvestingswet 2014 vast te stellen verordening zou kunnen worden geregeld.
2.
De wijze van in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in het eerste lid moet ten dienste staan van een rechtvaardige, doelmatige, evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte. De betrokken woningcorporaties of andere verhuurders maken een opzet voor hun experiment waarin zij onder meer opnemen: a. een beschrijving van het doel en de inhoud van het experiment; b.
Met opmerkingen [HR43]: De Huisvestingswet 2014 maakt geen onderscheid of uitzonderingen in toewijzing bij nieuwbouw sociale huurwoningen. Deze woningen kunnen ook met voorrang aan woningzoekenden met lokale binding (lokaal maatwerk) worden toegewezen, maar zijn dus gebonden aan de maximale percentages genoemd in artikel 13 en volgt dezelfde procedure.
Experimenten woonruimteverdeling
1.
3.
Met opmerkingen [HR42]: Dit betreft een inhoudelijke wijziging van de huisvestingsverordening. Het ‘lokaal maatwerk’, het principe om woningen met voorrang toe te wijzen aan wonignzoekenden met een lokale binding, is vastgelegd in de verordening zelf (zie artikel 13).
Specifieke toewijzing nieuwbouw
het toepassingsbereik van het experiment; 13
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 c.
de duur van het experiment;
d.
de wijze van begeleiding van het experiment gedurende het experiment;
e.
de wijze waarop het experiment wordt geëvalueerd.
4.
Een experiment heeft een maximale duur van vijf jaar, waarbij per jaar ten hoogste tien procent van de, door de betrokken woningcorporaties of andere verhuurder(s), toe te wijzen woonruimte is betrokken.
5.
Een experiment vangt pas aan na goedkeuring van het Dagelijks Bestuur en het/de college(s) van burgemeester en wethouders van de gemeente(n) die betrokken is/zijn bij het experiment.
Met opmerkingen [HR44]: Wijziging om aan te sluiten bij de bestaande praktijk. Het is het Dagelijks Bestuur die ook instemt met een experiment omtrent woonruimteverdeling.
Paragraaf 2.5 Urgentie Artikel 20 1.
2. 3.
Het Dagelijks Bestuur stelt een Urgentiecommissie in, bestaande uit een voorzitter en maximaal zes leden, waarvan twee leden te benoemen op voordracht van de vereniging Holland Rijnland Wonen, twee leden te benoemen op voordracht van de huurdersorganisaties in de regio Holland Rijnland en twee leden op voordracht van Holland Rijnland. De onafhankelijk voorzitter wordt benoemd door het Dagelijks Bestuur na overleg met de leden. De Urgentiecommissie heeft tot taak om namens het Dagelijks Bestuur te beslissen op aanvragen om een urgentieverklaring. Het Dagelijks Bestuur stelt een reglement vast waarin de werkzaamheden van de Urgentiecommissie zijn geregeld.
Artikel 21 1. 2. 3. 4.
5.
6.
Aanvraag van een urgentieverklaring
De aanvraag voor een urgentieverklaring wordt, via een in de regio werkzame woningcorporatie, ingediend bij de urgentiecommissie. Het Dagelijks Bestuur kan een formulier vaststellen voor het doen van een aanvraag. Een aanvraag bevat naast een schriftelijke motivering tevens de nodige bewijsstukken ter onderbouwing van de gronden van de aanvraag. De Urgentiecommissie kan, indien zij dat voor een goede beoordeling van de aanvraag noodzakelijk acht, de aanvrager verzoeken om aanvullende informatie te verstrekken. Zij kan aanvrager daarvoor een termijn stellen. De termijn, genoemd in artikel 22, zesde lid, wordt opgeschort zolang de verzochte stukken niet zijn ontvangen. Alvorens te beslissen op een aanvraag kan de Urgentiecommissie bij een door haar aan te wijzen deskundige om advies vragen. De termijn, genoemd in artikel 22, zesde lid, wordt opgeschort zolang de verzochte stukken het advies van de aangewezen deskundige niet zijn is ontvangen. Voor het in behandeling nemen van de aanvraag dient aanvrager de verschuldigde leges te hebben voldaan.
Artikel 22 1.
Urgentiecommissie
Verlenen van een urgentieverklaring
De Urgentiecommissie kan een urgentieverklaring verlenen: a. op medische gronden of psychosociale gronden indien: i. sprake is van medische of psychosociale omstandigheden die voortvloeien uit de huidige woonsituatie van aanvrager en die bij voortduring van die situatie zullen verergeren of het gebruik van de woonruimte feitelijk onmogelijk zullen maken; ii. de onder i. genoemde omstandigheden niet door ergonomische aanpassing van de woonruimte kunnen worden opgeheven; iii. het niet aanvaardbaar is dat de onder i. genoemde omstandigheden langer dan zes maanden zullen voortduren; 14
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 b.
op medische of psychosociale gronden, in het geval de aanvrager een alleenstaande betreft die niet beschikt over zelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 1, onderdeel cc., indien: i. op diens woonsituatie het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, van toepassing is en ii. hij niet in staat is om met andere bewoners voorzieningen te delen in niet-zelfstandige woonruimte; c. op financiële gronden, waarbij sprake is van een plotse, niet-voorzienbare en aanmerkelijke teruggang in het inkomen waardoor een woonnoodsituatie is of dreigt te ontstaan; d. indien sprake is van acuut dreigende dakloosheid met aantoonbaar de zorg voor een of meer minderjarige kinderen, waarbij als gevolg daarvan een woonnoodsituatie is of dreigt te ontstaan; e. indien aanvrager verblijft in een voorziening voor de tijdelijke opvang van personen die hun woning hebben moeten verlaten vanwege relationele problemen of huiselijk geweld; f. indien aanvrager mantelzorg als bedoeld in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 verleent of ontvangt waarbij; i. de mantelzorg in de drie maanden voorafgaande aan het moment van de aanvraag ten minste acht uur per week is verleend of ontvangen; en ii. de in onderdeel i.
bedoelde acht uur mantelzorg per week is verleend gedurende ten minste twee dagen per week, tenzij de medische problematiek zoals Alzheimer, schizofrenie of andere chronische psychische aandoeningen 24 uur per dag nabijheid vereisen en de mantelzorg op onverwachte momenten wordt geboden; iii. de mantelzorgsituatie naar verwachting nog minstens zes maanden zal voortduren; iv. de relatie tussen mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger gebaseerd is op familiebanden of langdurige sociale omgang; v. de mantelzorgontvanger of mantelzorgverlener niet in een intramurale instelling (kunnen) wonen; vi. de mantelzorgverlener medisch, fysiek en psychisch in staat is mantelzorg op een adequate manier te verlenen; vii. het betrekken van een andere sociale huurwoning de meest passende manier is om ervoor te zorgen dat de mantelzorgontvanger zelfstandig kan blijven wonen; en i.viii. de mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger op ten minste acht kilometer afstand van elkaar wonen of een gemiddelde reistijd heeft van een half uur enkele reis. f.g. in andere gevallen dan genoemd onder a. tot en met f. waarbij toepassing wordt gegeven aan de hardheidsclausule. 2.
In het besluit waarbij een urgentieverklaring wordt verleend kan de Urgentiecommissie bepalen dat deze uitsluitend van toepassing is op woonruimte gelegen in een of meer gemeenten in de regio dan wel een of meer gedeelten daarvan of dat deze slechts geldt voor door haar aangegeven woningtype(n), woninggrootte en woningen die de door haar bepaalde voorzieningen bevatten. 3. Aan de urgentieverklaring kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Een voorschrift kan onder meer inhouden dat de urgentie naast de huurovereenkomst met de verhuurder tevens een overeenkomst sluit voor woonbegeleiding met een instelling die daartoe is aangewezen door de gemeente waarin de woning is gelegen. In een dergelijk geval vindt directe bemiddeling plaats en is artikel 24, derde lid, niet van toepassing. 3.4. De urgentieverklaring geldt uitsluitend voor sociale huurwoningen. 4.5. De urgentieverklaring is zes maanden geldig, te rekenen vanaf de dag na die waarop de verleningsbeschikking aan de aanvrager is bekengemaakt. 5.6. De urgentiecommissie beslist uiterlijk acht weken na ontvangst op de aanvraag. Bij een complexe aanvraag kan deze termijn eenmaal met twee weken worden verlengd.
Artikel 23 1.
Met opmerkingen [HR45]: Inhoudelijke wijziging. De Regionale urgentiecommissie heeft behoefte aan handvatten om aanvragen om urgentie op grond van ‘mantelzorg’ te kunnen beoordelen. Het wetsvoorstel versterking regie volkhuisvesting concretiseert deze handvatten. Daarom wordt voor het grote deel aangesloten bij de bepaling uit dit wetsvoorstel en in lijn gebracht met de huidige werkwijze van de urgentiecommissie.
Met opmerkingen [HR46]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling. De urgentieverklaring geldt niet voor middeldure huurwoningen.
Weigering van een urgentieverklaring
Een aanvraag van een urgentieverklaring wordt afgewezen indien: 15
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 a.
aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning zoals het is bepaalde in paragraaf 2.2; b. aanvrager niet in een woonnoodsituatie verkeert; c.b. aanvrager in een zodanige situatie verkeert dat geen van de gronden genoemd in artikel 22 van toepassing zijn; d.c. aanvrager de woonnoodsituatie waarin hij verkeert zelf heeft veroorzaakt; e.d. aanvrager de woonnoodsituatie waarin hij verkeert had kunnen voorkomen; f.e. aanvrager op het moment van de aanvraag niet woonachtig is in woonruimte als bedoeld in artikel 1, onderdeel cc, tenzij het bepaalde in artikel 22, eerste lid, onderdeel b van toepassing is; g.f. aanvrager volgens de Basisregistratie Personen niet langer dan twee jaar ingezetene is van een gemeente in de regio;geen regionaal gebondene is; h.g. aanvrager zijn woonnoodsituatie redelijkerwijs binnen zes maanden zelf kan oplossen door onder meer gebruik te maken van: i. een voorliggende voorziening; ii. de door hem opgebouwde inschrijftijd als woningzoekende; iii. kamerbewoning of bewoning van een andere niet-zelfstandige woonruimte iv. zijn beschikbare inkomen of vermogen; v. overige middelen ter beschikking heeft om zijn woonsituatie zelf op te lossen. i.h. aanvrager in een woonnoodsituatie verkeert die door het verlenen van een urgentieverklaring niet kan worden opgelost; j.i.
aanvrager een inkomen heeft boven de grens zoals bedoeld in artikel 11 van de Woningwetde toepasselijke inkomensgrens als bepaald in artikel 16 Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015; k.j. aanvrager dreigementen heeft geuit of geweld heeft gebruikt jegens personen die belast zijn met de uitvoering van deze verordening; l.k. een huurovereenkomst van de aanvrager in de afgelopen drie jaar is of dreigt te worden ontbonden in verband met overlast, hennepkwekerij, gevaar, schade of huurschuld. m.l. een woonruimte van de aanvrager in de afgelopen drie jaar op grond van een gerechtelijk bevel is ontruimd in verband met overlast, hennepkwekerij, gevaar, schade of huurschuld.
Artikel 24 1.
2.
3.
4.
5.
Met opmerkingen [HR47]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling. Met opmerkingen [HR48]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijzigingen. Onderdeel c is qua strekking identiek aan onderdeel b.
Met opmerkingen [HR49]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Huidige definitie in deze bepaling opgenomen ten behoeve van duidelijkheid.
Met opmerkingen [HR50]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling zodat alleen de doelgroep die in aanmerking kan komen voor een sociale huurwoning in aanmerking kan komen voor een urgentieverklaring.
Urgentieverklaring
De urgentieverklaring vermeldt in ieder geval: a. de personalia van de urgente; b. het zoekprofiel van de urgente; c. het aantal personen dat behoort tot het huishouden van de urgente; d. de ingangsdatum en de periode waarvoor de urgentieverklaring geldig is; e. de mededeling dat twee maanden voor het einde van de periode waarvoor de urgentieverklaring geldt, toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het vierde lid. De urgentieverklaring geeft de urgente het recht op voorrang voor andere woningzoekenden bij de toewijzing van een sociale huurwoning. In geval twee of meer urgenten aanspraak maken op dezelfde woonruimte is het bepaalde in artikel 15 van toepassing. De urgente is zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar woonruimtereageren op het aanbod, genoemd in artikel 12. De urgente kan daarbij aan een verhuurder verzoeken om ondersteuning of directe bemiddeling. Indien urgente twee maanden voor het einde van de periode waarvoor de urgentieverklaring is verleend nog geen andere passende woonruimte heeft gevonden, dan zal één van de verhuurders aan hem één keer een passende woning aanbieden. Indien urgente, gedurende de periode waarvoor de urgentieverklaring geldt, om redenen die niet tot zijn verantwoordelijkheid kunnen worden gerekend, geen passende woonruimte heeft gevonden, kan hij, uiterlijk op de dag dat de urgentieverklaring geldig is, de Urgentiecommissie