Actualisatie regionale huisvestingsverordening 2026 - wijzigingen geaccepteerd
Tekst van het document
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Huisvestingsverordening en toelichting Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Wetstechnische informatie Overheidsorganisatie: Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland Officiële naam regeling: Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Citeertitel Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Vastgesteld door: Algemeen Bestuur Holland Rijnland Onderwerp: Volkshuisvesting Eigen onderwerp: geen Opmerking: Deze regeling treedt uit werking op 1 januari 2030. Deze regeling vervangt de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024. Wettelijke grondslag: • Huisvestingswet 2014; • Artikel 5, zesde lid, onderdeel c, van de Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland; • Artikel 5, tweede lid, van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland; • Woningwet; • Algemene Wet Bestuursrecht. Intitulé Gelezen op het voorstel van het Dagelijks Bestuur; Gehoord de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de regio Holland Rijnland; Besluit: Vast te stellen de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026.
1
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1
Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder: a.
Algemeen Bestuur: Het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland;
b.
Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland;
c.
Doorstromer: een ingeschreven woningzoekende die bij verhuizing naar andere woonruimte binnen de regio een sociale huurwoning waarop artikel 2, tweede lid, van toepassing is, leeg achterlaat;
d.
Huishouden: alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of aantoonbaar willen gaan voeren. Er is sprake van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding als een woningzoekende en al degenen die tot zijn huishouden behoren tenminste één jaar in de Basisregistratie personen van een gemeente op hetzelfde adres zijn ingeschreven;
e.
Huurprijsgrens: jaarlijks te indexeren maximale huurprijs (€879,66 per maand, prijspeil 2024) waarboven men niet meer in aanmerking komt voor huurtoeslag zoals omschreven in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, en het vierde lid, en artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag;
f.
Huurdersorganisatie: organisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet op het overleg huurders verhuurder, die opkomt voor de belangen van huurders in de regio Holland Rijnland alsmede de Koepel Huurders Holland Rijnland;
g.
Inkomen: gezamenlijke verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18. van de Wet inkomstenbelasting 2001 van het huishouden van de woningzoekende, met uitzondering van kinderen als bedoeld in artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor ‘belanghebbende’ wordt gelezen: ‘huurder’;
h.
Inschrijftijd: periode die is verstreken sinds een woningzoekende is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 9;
i.
Particuliere verhuurder: verhuurder van woonruimte in de regio Holland Rijnland die geen woningcorporatie is;
j.
Middeldure huurwoning: zelfstandige woning als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek:
1°.met een krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bepaalde waardering van de kwaliteit die leidt tot een maximale huurprijs die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en niet hoger is dan het bij of krachtens artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde bedrag, of; 2°.waarvoor bij aanvang van de huurovereenkomst een huurprijs is overeengekomen die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en lager dan of gelijk is aan het bij of krachtens artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde bedrag; k. Passende woonruimte: woonruimte die voldoet aan het zoekprofiel van een urgente; l. Regio Holland Rijnland: het grondgebied van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude; m. Regio: Regio Holland Rijnland; n. Stadsvernieuwing: proces van sloop en vervangende nieuwbouw van woningen dan wel van ingrijpende renovatie van woningen; o. Stadsvernieuwingsurgente: degene aan wie een stadsvernieuwingsurgentie, bedoeld in artikel 28 is toegekend;
2
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 p.
Standplaats: kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen of chalet waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten; q. Standplaatszoekende: het huishouden dat is ingeschreven in het regionaal register voor standplaatszoekenden, bedoeld in artikel 30; r. Starter: ingeschreven woningzoekende die geen sociale huurwoning of middeldure huurwoning van een van de eigenaren van woonruimte, genoemd in artikel 2, achterlaat; s. Sociale huurwoning: woning met een aanvangshuur (rekenhuur) beneden de huurprijsgrens, die toegewezen wordt overeenkomstig het bepaalde in deze verordening of die behoort tot een categorie welke is aangewezen door het Dagelijks Bestuur na advies van de Beleidscommissie Woonruimteverdeling; t. Uitvoeringsovereenkomst: de uitvoeringsovereenkomst Woonruimteverdeling Corporaties Holland Rijnland 2026; u. Urgente: degene aan wie een urgentieverklaring, bedoeld in artikel 24, is toegekend. v. Urgentiecommissie: de commissie, bedoeld in artikel 20; w. Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW): rechtspersoon die in de regio Holland Rijnland namens de woningcorporaties zorgdraagt voor de uitvoering van de woonruimteverdeling; x. Verhuurder: eigenaar van woningen als bedoeld in artikel 2; y.
Voorliggende voorziening: een voorziening waarvan de kosten of diensten kunnen worden vergoed op een andere manier dan via gemeenten; z. Woningzoekende: huishouden dat is ingeschreven in het register van woningzoekenden, bedoeld in artikel 9; aa. Woningcorporatie: toegelaten instelling die op grond van het bepaalde in artikel 18a van de Woningwet sociale huurwoningen exploiteert; bb. Woonduur: periode, uitgedrukt in maanden en jaren gerekend vanaf de ingangsdatum van het huurcontract; cc. Woonruimte: i. besloten ruimte met een eigen toegang, die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor permanente bewoning door een huishouden, zonder dat zij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; en ii. standplaats; dd. Woonruimteverdeelsysteem: systeem van voorzieningen, regels en normen aan de hand waarvan wordt bepaald in welke volgorde woningzoekenden, die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt voor aangeboden woonruimte, voor de huur van die woonruimte in aanmerking komen; ee. Woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in gedeelten kan worden verplaatst; ff. Zoekprofiel: in de (stadsvernieuwings)urgentieverklaring opgenomen beschrijving van de aard en de locatie van de woonruimte waarvoor een (stadsvernieuwings)urgente met voorrang in aanmerking komt;
Artikel 2 1. 2.
Toepassing van de verordening
Deze verordening geldt in de gemeenten gelegen in de regio Holland Rijnland. Deze verordening is van toepassing op sociale huurwoningen en standplaatsen in de sociale huursector in de regio Holland Rijnland die in het bezit zijn van: a. woningcorporaties; b. particuliere verhuurders die eigenaar zijn van tien of meer woningen die na 1 januari 2024 zijn opgeleverd; c. het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a. is niet van toepassing op standplaatsen in de sociale huursector in de gemeente Alphen aan den Rijn; d. de Stichting Huisvesting Werkende Jongeren (SHWJ). 3
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 3. 4.
5.
De in het tweede lid bedoelde eigenaren van woonruimte nemen deel aan het woonruimteverdeelsysteem. Het Algemeen Bestuur kan op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio besluiten dat deze verordening ook van toepassing is op te bepalen (toekomstige) delen van de voorraad middeldure huurwoningen in die gemeente. Deze verordening is niet van toepassing op onzelfstandige woonruimte en woonruimten die uitsluitend bestemd zijn voor de huisvesting van studerenden die als dagstudent of promovendus zijn ingeschreven bij een instelling voor vervolgonderwijs.
Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte en huisvestingsvergunningsplicht voor sociale huurwoningen en standplaatsen in de sociale huursector Paragraaf 2.1 Werkingsgebied Artikel 3
Toepasselijkheid
Hoofdstuk 2 geldt voor sociale huurwoningen en standplaatsen in de sociale huursector in de regio Holland Rijnland, die in het bezit zijn van: a. b. c. d.
woningcorporaties; particuliere verhuurders die eigenaar zijn van tien of meer woningen die na 1 januari 2024 zijn opgeleverd; de Stichting Huisvesting Werkende Jongeren (SHWJ); het bepaalde onder a is niet van toepassing op standplaatsen in de sociale huursector in de gemeente Alphen aan den Rijn.
Artikel 4 1. 2.
Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
Het is verboden een sociale huurwoning of standplaats als bedoeld in artikel 3, als woonruimte in gebruik te nemen of te geven zonder huisvestingsvergunning van het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in dit artikel.
Paragraaf 2.2 De huisvestingsvergunning Artikel 5 1.
Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet: a. de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014; en b. een van de leden van het huishouden is 18 jaar of ouder; en c. het huishoudinkomen is niet hoger is dan € 47.699 voor een eenpersoonshuishouden en € 52.671 voor een meerpersoonshuishouden (prijspeil 2024, de inkomensgrens wordt jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd overeenkomstig artikel 16, tweede lid van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting); en
4
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 d.
2.
3.
4.
aanvrager komt op basis van de bepaalde rangorde en voorrangsregels in paragraaf 2.4 en 2.7 van deze verordening in aanmerking voor het huren van de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd. De voorwaarde uit het eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing als aanvrager de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd verkrijgt door middel van woningruil, waarvoor door de beide betrokken verhuurders toestemming is gegeven of wanneer de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd aan aanvrager is toegewezen op een andere grond dan geregeld in deze verordening. In afwijking van het eerste lid onder c kan voor een sociale huurwoning of standplaats met een huurprijs vanaf € 693,60 een huisvestingsvergunning worden verleend aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 56.513 (prijspeil 2024, de huurprijs wordt jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag, de inkomensgrens wordt jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd overeenkomstig artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte) De voorwaarde uit het eerste lid onder c en derde lid geldt niet voor degenen die uitgezonderd zijn van de inkomenstoets zoals vermeld in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, bijlage 1 onder A.
Artikel 6 1. 2. 3. 4.
5.
Aanvraag van een huisvestingsvergunning
Een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij het Dagelijks Bestuur via een daartoe bestemd formulier. Het Dagelijks Bestuur besluit op de aanvraag binnen drie weken na ontvangst. Het Dagelijks Bestuur kan de bevoegdheden in het eerste en tweede lid mandateren aan de woningcorporatie of gemeenten. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; b. rechtsgeldig document waaruit de identiteit blijkt van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren; c. geldig bewijs van rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren indien zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben; d. omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; e. bewijsstukken van het inkomen; f. adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; g. beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; h. schriftelijke verklaring van de verhuurder waaruit blijkt dat deze bereid is woonruimte aan aanvrager en zijn huishouden in gebruik te geven; i. indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening; j. indien van toepassing, een urgentieverklaring of stadsvernieuwingsurgentie.
Indien aanvrager dan wel een of meer anderen die tot zijn huishouden behoren op het moment van de aanvraag een woning bewonen die zijn of hun eigendom is, dan dient bij de aanvraag een bewijsstuk te worden overgelegd waaruit blijkt dat de woning wordt verkocht en dat deze binnen zes maanden aan een koper in eigendom zal worden overgedragen.
6.
Het Dagelijks Bestuur is bevoegd nadere gegevens te vragen die nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen.
7.
De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: a. b. c. d.
de woonruimte waarvoor de vergunning is verleend; degene(n) aan wie de vergunning is verleend (volledige naam, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland); het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt; de ingangsdatum van de vergunning; 5
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 e. f.
de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt; de naam en het adres van de verhuurder.
Artikel 7
Intrekken van de huisvestingsvergunning
Het Dagelijks Bestuur kan de huisvestingsvergunning intrekken op grond van de in artikel 18 van de Huisvestingswet 2014 genoemde gronden. Daarnaast kan het Dagelijks Bestuur de huisvestingsvergunning intrekken als er gehandeld wordt in strijd met de voorwaarden van de vergunning
Artikel 8
Vervallen van de huisvestingsvergunning
De huisvestingsvergunning vervalt van rechtswege indien de vergunninghouder feitelijk geen gebruik meer maakt van de vergunning.
Paragraaf 2.3 Inschrijfsysteem van woningzoekenden, bekendmaking van het aanbod Artikel 9
Register van woningzoekenden
1.
Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden ten behoeve van het bepalen van de rangorde.
2.
Het Dagelijks Bestuur stelt regels vast voor de wijze van inschrijving, het verwerken van gegevens, de opschorting en de beëindiging van de inschrijving, en stelt de hoogte van een bedrag vast dat ten behoeve van de inschrijving en de verlenging van de inschrijving in rekening wordt gebracht bij woningzoekenden.
3.
Het Dagelijks Bestuur verleent aan het bestuur van de Vereniging Holland Rijnland Wonen mandaat, volmacht en machtiging voor het uitvoeren van het bepaalde bij of krachtens het eerste en tweede lid en mandaat om namens het Dagelijks Bestuur besluiten te nemen met betrekking tot in- en uitschrijving in het register.
Artikel 10
Inschrijving als woningzoekende
1.
Iedere persoon van 18 jaar of ouder, die de Nederlandse nationaliteit bezit of rechtmatig in Nederland verblijft op grond van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 kan op zijn verzoek worden ingeschreven in het register van woningzoekenden in de regio Holland Rijnland.
2.
Per persoon is slechts één inschrijving in de regio Holland Rijnland mogelijk, met dien verstande dat een inschrijving als standplaatszoekende gelijktijdig kan bestaan naast een inschrijving als woningzoekende.
3. 4.
De inschrijving van de woningzoekende is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar. De woningzoekende is een tarief verschuldigd voor zijn inschrijving en voorts jaarlijks voor de kosten van de verlenging van zijn inschrijving.
Artikel 11 1. 2.
Inschrijftijd
Een woningzoekende bouwt inschrijftijd op vanaf de datum van diens inschrijving in het register. Een doorstromer bouwt inschrijftijd op vanaf de datum van diens inschrijving in het register. Zijn inschrijftijd wordt vermeerderd, tot een maximum van vijf jaar, met de woonduur in de achter te laten woning bij verhuizing naar andere woonruimte. 6
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 3.
Een inschrijving als woningzoekende eindigt bij aanvaarding van woonruimte als bedoeld in artikel 3. 4. Een inschrijving als woningzoekende kan worden beëindigd wanneer de woningzoekende nalatig is bij betaling van het tarief als bedoeld in artikel 10, vierde lid. 5. Een woningzoekende verliest zijn opgebouwde inschrijftijd op het moment dat zijn inschrijving in het register van woningzoekenden eindigt. 6. Een doorstromer die zich binnen twaalf maanden na diens verhuizing naar andere woonruimte in de regio opnieuw als woningzoekende in de regio laat inschrijven, krijgt 75% van de inschrijftijd die hij had opgebouwd voor diens verhuizing terug, met een maximum van vijf jaar. 7. Een starter die zich binnen twaalf maanden na verhuizing naar zijn eerste sociale huurwoning als bedoeld in artikel 3, opnieuw als woningzoekende in de regio laat inschrijven, behoudt 75% van de inschrijftijd die hij had opgebouwd voor diens verhuizing, met een maximum van vijf jaar. 8. Een inschrijving als woningzoekende eindigt niet indien de woningzoekende woonruimte heeft verkregen met een stadsvernieuwingsurgentie en bij woningruil. 9. Als een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van die jongere om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. 10.
Als een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. 11. Als een huurder een huurovereenkomst is aangegaan voor een zelfstandige woning als bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek in een gebouw waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.36, tweede lid, van de Omgevingswet is verleend met een termijn van maximaal vijftien jaren, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. 12. Als een huurder behoort tot één van de groepen, genoemd in artikel 22a Regeling toegelaten instelling volkshuisvesting 2015 en een huurovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.
Artikel 12
Aanbieding van woonruimte
1.
Het aanbod van de in artikel 3 aangewezen woonruimte, die voor verhuur beschikbaar is, wordt door de Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW) bekendgemaakt op een openbaar digitaal aanbodsysteem waar iedere woningzoekende toegang toe heeft.
2.
Van het eerste lid kan worden afgeweken als het woonruimte van een woningcorporatie betreft die bedoeld is voor bewoning door een woongroep.
3.
Het Dagelijks Bestuur kan op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente woonruimte in bezit van de Stichting Huisvesting Werkende Jongeren (SHWJ) uitsluiten van het bepaalde in het eerste lid.
4.
Bij de aanbieding wordt vermeld aan welke (passendheids)eisen een woningzoekende moet voldoen om in aanmerking te komen voor de aangeboden woonruimte en huisvestingsvergunning.
5.
Woonruimte die door alle belangstellende woningzoekenden is geweigerd kan voor een tweede maal worden aangeboden. Hierbij kunnen ruimere toewijzingscriteria worden gesteld.
6.
De Vereniging Holland Rijnland Wonen kan een maximum stellen aan het aantal reacties van een woningzoekende per publicatie.
7.
Het Dagelijks Bestuur kan, gehoord de Beleidscommissie Woonruimteverdeling, regels stellen inzake maatregelen te nemen jegens woningzoekenden die het bepaalde bij of krachtens deze verordening niet, niet volledig of niet tijdig nakomen.
8.
Vereniging Holland Rijnland Wonen doet jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de aanbieding en toewijzing van woonruimte. Het verslag bevat in ieder geval het aantal aanbiedingen en toewijzingen. 7
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Paragraaf 2.4 Toewijzing van woonruimte Artikel 13 1.
2.
De aangeboden woonruimte, als bedoeld in artikel 12 wordt toegewezen aan een woningzoekende die daarvoor zijn belangstelling kenbaar heeft gemaakt, en voldoet aan de gestelde (passendheids)eisen, en die ten opzichte van andere belangstellende woningzoekenden over de langste inschrijftijd beschikt. Bij gelijke inschrijftijd van twee of meer woningzoekenden vindt toewijzing plaats na loting.
Artikel 14 1.
2.
3.
Reguliere toewijzing van woonruimte
Voorrang doelgroepen
De verhuurder kan woonruimte labelen als: a. woonruimte met specifieke voorzieningen voor bewoning door mindervaliden of door andere zorg- of hulpbehoevenden; b.
woonruimte voor specifieke leeftijdscategorieën;
c.
woonruimte voor starters;
d.
woonruimte die valt onder het contingent van de jaarlijks door het Dagelijks Bestuur vastgestelde lijst van betrokken instellingen of nader overeen te komen taakstellingen;
e.
woonruimte voor een woningzoekende met een huishouden waartoe tenminste vijf minderjarige kinderen behoren en die aantoonbaar hun hoofdverblijf hebben bij die woningzoekende.
f.
woonruimte voor woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding (lokaal maatwerk) waarbij tevens de andere voorrangscriteria kunnen worden gehanteerd, uitsluitend wanneer de verhuurder hierover afspraken heeft gemaakt met het college van B&W in de betreffende gemeente én de huurdersorganisaties die in die gemeente actief zijn hebben gehoord, om lokale volkshuisvestelijke knelpunten op te lossen.
Het Dagelijks Bestuur verleent voorrang voor een huisvestingsvergunning voor woonruimten zoals genoemd in het voorgaande lid, uitsluitend aan: a.
woningzoekenden die aantoonbaar noodzakelijk zijn aangewezen op woonruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
b.
woningzoekenden die behoren tot de leeftijdsgroep die is aangewezen voor bewoning van woonruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
c.
woningzoekenden die geen zelfstandige woonruimte achterlaten en die zijn aangewezen op woonruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;
d.
woningzoekenden die cliënt zijn van een van de betrokken instellingen, zoals bedoeld in eerste lid, onderdeel d;
e.
woningzoekenden die door de samenstelling van hun huishouden zijn aangewezen op woonruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
f.
woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding (lokaal maatwerk).
Onder woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding (lokaal maatwerk) kan, met inachtneming van artikel 14 van de Huisvestingswet 2014, worden verstaan: a.
Woningzoekenden uit een deel van de gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning leeg achterlaten.
b.
Woningzoekenden uit een deel van de gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland.
c.
Woningzoekenden uit één of meerdere gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning van de aanbiedende woningcorporatie leeg achterlaten.
d.
Woningzoekenden die een sociale huurwoning van de aanbiedende woningcorporatie leeg achterlaten.
8
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 e.
Woningzoekenden uit één of meerdere gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning van een andere verhuurder leeg achterlaten.
f.
Woningzoekenden uit één van de gemeenten uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning leeg achterlaten.
g.
Woningzoekenden uit één van de gemeenten uit Regio Holland Rijnland.
h.
Woningzoekenden werkzaam in een vitale beroepsgroep, namelijk: i.
4. 5.
6.
Niet van toepassing in de Regio.
Bij de verlening van huisvestingsvergunningen wordt ten hoogste 30% voorrang gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan een huisvestingsvergunning voor een woonruimte als bedoeld in het eerste lid worden verleend aan een ander dan een woningzoekende als bedoeld in het tweede lid. Dit gebeurt uitsluitend wanneer geen woningzoekende als bedoeld in het tweede lid voor de beschikbare woning in aanmerking komt. Als woonruimte in het eerste lid onderdeel a. t/m c. en onderdeel e. en f. vrijkomt voor toewijzing aan een andere woningzoekende, dan wordt daarvan in het bijzonder melding gemaakt bij het aanbieden van de woonruimte in het aanbodmedium.
Artikel 15
Voorrang urgenten
1.
In afwijking van het bepaalde in artikel 13 heeft een woningzoekende die beschikt over een urgentieverklaring of over een stadsvernieuwingsurgentie bij de toewijzing van een woning voorrang op alle andere woningzoekenden mits de urgente aan de gestelde (passendheids)eisen voldoet én deze woning past binnen zijn zoekprofiel.
2.
De toewijzing van woonruimte in het geval van meerdere woningzoekenden met een urgentieverklaring wordt bepaald op basis van de oudste toekenningsdatum van de urgentieverklaring, daarna op basis van de meeste inschrijftijd en ten slotte op basis van loting.
3.
De toewijzing van woonruimte in het geval van meerdere stadsvernieuwingsurgenten wordt bepaald op basis van de oudste toekenningsdatum, bij gelijke toekenningsdatum op basis van de woonduur en bij gelijke woonduur door middel van loting.
4.
In geval een woningzoekende met een urgentieverklaring en een woningzoekende met een stadsvernieuwingsurgentie belangstelling hebben voor dezelfde woning vindt toewijzing plaats aan degene met de oudste urgentie, als ook dat gelijk is, op basis van de langste inschrijftijd en tenslotte op basis van loting.
Artikel 16 1.
2.
Ter uitvoering van het bepaalde in de artikelen 46 en 48 van de Woningwet kan een woningcorporatie ten behoeve van de toewijzing van woonruimte passendheidseisen stellen: a.
aan het inkomen van een woningzoekende;
b.
aan de grootte en samenstelling van het huishouden van een woningzoekende in relatie tot de grootte van de woonruimte;
c.
aan het inkomen in relatie tot de grootte en samenstelling van het huishouden van de woningzoekende.
Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op woningruil.
Artikel 17 1.
Passendheidseisen
Afwijking van de rangorde
Een verhuurder mag gemotiveerd afwijken van de rangorde als bedoeld in artikel 13, eerste lid, indien een woningzoekende in de afgelopen drie jaar:
9
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 a.
2.
Een woonruimte die hij huurde op grond van een gerechtelijk bevel is ontruimd in verband met: i. veroorzaken van overlast in de laatst gehuurde woonruimte; ii. achterstand in de betaling van de huurpenningen; iii. een in de woning aanwezige hennepkwekerij; b. Van zijn huidige of vorige verhuurder geen verklaring van goede bewoning heeft gekregen; c. Zich bij de toewijzing van woonruimte schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen of het geven van onjuiste of onvolledige informatie; d. Dreigementen heeft geuit of geweld heeft gebruikt jegens personen belast met de uitvoering van deze verordening. Een verhuurder mag ten aanzien van een specifieke woningzoekende van de rangorde als bedoeld in artikel 13, eerste lid, afwijken ingeval van: a. Loting als bedoeld in artikel 18, derde en vierde lid; b.
toewijzing van woonruimte op grond van artikel 18 eerste lid, en 19.
c.
woonruimte van een woningcorporatie die bedoeld is voor bewoning door een woongroep.
Artikel 18 1.
2.
3. 4.
5.
Bijzondere toewijzing
Een verhuurder kan in bijzondere gevallen woonruimte toewijzen aan een woningzoekende die als gevolg van een calamiteit of van andere zeer bijzondere omstandigheden dringend andere woonruimte nodig heeft. Het maximum van het aantal woningen dat een verhuurder met toepassing van het bepaalde in het eerste lid mag toewijzen is gelijk aan 5 % van het gemiddeld aantal verhuringen van woonruimte van die verhuurder afgaande op kalenderjaren, waarvan 2% wordt ingezet ten behoeve van doorstromers. Een verhuurder kan per kalenderjaar maximaal 10% van de vrijgekomen woonruimte door middel van loting toewijzen. Bij loting wordt door de verhuurder op elektronische wijze aselect bepaald in welke volgorde de aan de loting deelnemende woningzoekenden voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komen. De verhuurders doen hiervan jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de toepassing van het bepaalde in dit artikel.
Artikel 19
Experimenten woonruimteverdeling
1.
Een of meer woningcorporaties, al dan niet in samenwerking met een of meer gemeenten of andere verhuurders dan woningcorporaties in de regio kunnen het initiatief nemen om een experiment te organiseren waarbij de effecten onderzocht worden van een wijze van in gebruik geven van woonruimte die niet in deze verordening is geregeld, maar die wel in een op grond van de Huisvestingswet 2014 vast te stellen verordening zou kunnen worden geregeld.
2.
De wijze van in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in het eerste lid moet ten dienste staan van een rechtvaardige, doelmatige, evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte. De betrokken woningcorporaties of andere verhuurders maken een opzet voor hun experiment waarin zij onder meer opnemen: a. een beschrijving van het doel en de inhoud van het experiment;
3.
b.
het toepassingsbereik van het experiment;
c.
de duur van het experiment;
d.
de wijze van begeleiding van het experiment gedurende het experiment;
e.
de wijze waarop het experiment wordt geëvalueerd.
10
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 4.
Een experiment heeft een maximale duur van vijf jaar, waarbij per jaar ten hoogste tien procent van de, door de betrokken woningcorporaties of andere verhuurder(s), toe te wijzen woonruimte is betrokken.
5.
Een experiment vangt pas aan na goedkeuring van het Dagelijks Bestuur en het/de college(s) van burgemeester en wethouders van de gemeente(n) die betrokken is/zijn bij het experiment.
Paragraaf 2.5 Urgentie Artikel 20 1.
2. 3.
Het Dagelijks Bestuur stelt een Urgentiecommissie in, bestaande uit een voorzitter en maximaal zes leden, waarvan twee leden te benoemen op voordracht van de vereniging Holland Rijnland Wonen, twee leden te benoemen op voordracht van de huurdersorganisaties in de regio Holland Rijnland en twee leden op voordracht van Holland Rijnland. De onafhankelijk voorzitter wordt benoemd door het Dagelijks Bestuur na overleg met de leden. De Urgentiecommissie heeft tot taak om namens het Dagelijks Bestuur te beslissen op aanvragen om een urgentieverklaring. Het Dagelijks Bestuur stelt een reglement vast waarin de werkzaamheden van de Urgentiecommissie zijn geregeld.
Artikel 21 1. 2. 3. 4.
5.
6.
Aanvraag van een urgentieverklaring
De aanvraag voor een urgentieverklaring wordt, via een in de regio werkzame woningcorporatie, ingediend bij de urgentiecommissie. Het Dagelijks Bestuur kan een formulier vaststellen voor het doen van een aanvraag. Een aanvraag bevat naast een schriftelijke motivering tevens de nodige bewijsstukken ter onderbouwing van de gronden van de aanvraag. De Urgentiecommissie kan, indien zij dat voor een goede beoordeling van de aanvraag noodzakelijk acht, de aanvrager verzoeken om aanvullende informatie te verstrekken. Zij kan aanvrager daarvoor een termijn stellen. De termijn, genoemd in artikel 22, zesde lid, wordt opgeschort zolang de verzochte stukken niet zijn ontvangen. Alvorens te beslissen op een aanvraag kan de Urgentiecommissie bij een door haar aan te wijzen deskundige om advies vragen. De termijn, genoemd in artikel 22, zesde lid, wordt opgeschort zolang het advies van de aangewezen deskundige niet is ontvangen. Voor het in behandeling nemen van de aanvraag dient aanvrager de verschuldigde leges te hebben voldaan.
Artikel 22 1.
Urgentiecommissie
Verlenen van een urgentieverklaring
De Urgentiecommissie kan een urgentieverklaring verlenen: a. op medische gronden of psychosociale gronden indien: i. sprake is van medische of psychosociale omstandigheden die voortvloeien uit de huidige woonsituatie van aanvrager en die bij voortduring van die situatie zullen verergeren of het gebruik van de woonruimte feitelijk onmogelijk zullen maken; ii. de onder i. genoemde omstandigheden niet door ergonomische aanpassing van de woonruimte kunnen worden opgeheven; iii. het niet aanvaardbaar is dat de onder i. genoemde omstandigheden langer dan zes maanden zullen voortduren; b. op medische of psychosociale gronden, in het geval de aanvrager een alleenstaande betreft die niet beschikt over zelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 1, onderdeel cc., indien: i. op diens woonsituatie het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, van toepassing is en 11
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 ii.
2.
3.
4. 5. 6.
hij niet in staat is om met andere bewoners voorzieningen te delen in niet-zelfstandige woonruimte; c. op financiële gronden, waarbij sprake is van een plotse, niet-voorzienbare en aanmerkelijke teruggang in het inkomen waardoor een woonnoodsituatie is of dreigt te ontstaan; d. indien sprake is van acuut dreigende dakloosheid met aantoonbaar de zorg voor een of meer minderjarige kinderen, waarbij als gevolg daarvan een woonnoodsituatie is of dreigt te ontstaan; e. indien aanvrager verblijft in een voorziening voor de tijdelijke opvang van personen die hun woning hebben moeten verlaten vanwege relationele problemen of huiselijk geweld; f. indien aanvrager mantelzorg als bedoeld in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 verleent of ontvangt waarbij; i. de mantelzorg in de drie maanden voorafgaande aan het moment van de aanvraag ten minste acht uur per week is verleend of ontvangen; en ii. de in onderdeel i. bedoelde acht uur mantelzorg per week is verleend gedurende ten minste twee dagen per week, tenzij de medische problematiek zoals Alzheimer, schizofrenie of andere chronische psychische aandoeningen 24 uur per dag nabijheid vereisen en de mantelzorg op onverwachte momenten wordt geboden; iii. de mantelzorgsituatie naar verwachting nog minstens zes maanden zal voortduren; iv.
de relatie tussen mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger gebaseerd is op familiebanden of langdurige sociale omgang; v. de mantelzorgontvanger of mantelzorgverlener niet in een intramurale instelling (kunnen) wonen; vi. de mantelzorgverlener medisch, fysiek en psychisch in staat is mantelzorg op een adequate manier te verlenen; vii. het betrekken van een andere sociale huurwoning de meest passende manier is om ervoor te zorgen dat de mantelzorgontvanger zelfstandig kan blijven wonen; en viii. de mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger op ten minste acht kilometer afstand van elkaar wonen of een gemiddelde reistijd heeft van een half uur enkele reis. g. in andere gevallen dan genoemd onder a. tot en met f. waarbij toepassing wordt gegeven aan de hardheidsclausule. In het besluit waarbij een urgentieverklaring wordt verleend kan de Urgentiecommissie bepalen dat deze uitsluitend van toepassing is op woonruimte gelegen in een of meer gemeenten in de regio dan wel een of meer gedeelten daarvan of dat deze slechts geldt voor door haar aangegeven woningtype(n), woninggrootte en woningen die de door haar bepaalde voorzieningen bevatten. Aan de urgentieverklaring kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
Een voorschrift kan onder meer inhouden dat de urgentie naast de huurovereenkomst met de verhuurder tevens een overeenkomst sluit voor woonbegeleiding met een instelling die daartoe is aangewezen door de gemeente waarin de woning is gelegen. In een dergelijk geval vindt directe bemiddeling plaats en is artikel 24, derde lid, niet van toepassing. De urgentieverklaring geldt uitsluitend voor sociale huurwoningen. De urgentieverklaring is zes maanden geldig, te rekenen vanaf de dag na die waarop de verleningsbeschikking aan de aanvrager is bekengemaakt. De urgentiecommissie beslist uiterlijk acht weken na ontvangst op de aanvraag. Bij een complexe aanvraag kan deze termijn eenmaal met twee weken worden verlengd.
Artikel 23 1.
Weigering van een urgentieverklaring
Een aanvraag van een urgentieverklaring wordt afgewezen indien: a. aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning zoals is bepaald in paragraaf 2.2; b. aanvrager in een zodanige situatie verkeert dat geen van de gronden genoemd in artikel 22 van toepassing zijn; 12
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 c. d. e.
f. g.
i. j. k. l.
aanvrager de woonnoodsituatie waarin hij verkeert zelf heeft veroorzaakt; aanvrager de woonnoodsituatie waarin hij verkeert had kunnen voorkomen; aanvrager op het moment van de aanvraag niet woonachtig is in woonruimte als bedoeld in artikel 1, onderdeel cc, tenzij het bepaalde in artikel 22, eerste lid, onderdeel b van toepassing is; aanvrager volgens de Basisregistratie Personen niet langer dan twee jaar ingezetene is van een gemeente in de regio; aanvrager zijn woonnoodsituatie redelijkerwijs binnen zes maanden zelf kan oplossen door onder meer gebruik te maken van: i. een voorliggende voorziening; ii. de door hem opgebouwde inschrijftijd als woningzoekende; iii. kamerbewoning of bewoning van een andere niet-zelfstandige woonruimte iv. zijn beschikbare inkomen of vermogen; v. overige middelen ter beschikking heeft om zijn woonsituatie zelf op te lossen. h.
aanvrager in een woonnoodsituatie verkeert die door het verlenen van een urgentieverklaring niet kan worden opgelost; aanvrager een inkomen heeft boven de toepasselijke inkomensgrens als bepaald in artikel 16 Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015; aanvrager dreigementen heeft geuit of geweld heeft gebruikt jegens personen die belast zijn met de uitvoering van deze verordening; een huurovereenkomst van de aanvrager in de afgelopen drie jaar is of dreigt te worden ontbonden in verband met overlast, hennepkwekerij, gevaar, schade of huurschuld. een woonruimte van de aanvrager in de afgelopen drie jaar op grond van een gerechtelijk bevel is ontruimd in verband met overlast, hennepkwekerij, gevaar, schade of huurschuld.
Artikel 24 1.
2.
3. 4.
5.
De urgentieverklaring vermeldt in ieder geval: a. de personalia van de urgente; b. het zoekprofiel van de urgente; c. het aantal personen dat behoort tot het huishouden van de urgente; d. de ingangsdatum en de periode waarvoor de urgentieverklaring geldig is; e. de mededeling dat twee maanden voor het einde van de periode waarvoor de urgentieverklaring geldt, toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het vierde lid. De urgentieverklaring geeft de urgente het recht op voorrang voor andere woningzoekenden bij de toewijzing van een sociale huurwoning. In geval twee of meer urgenten aanspraak maken op dezelfde woonruimte is het bepaalde in artikel 15 van toepassing. De urgente is zelf verantwoordelijk voor het reageren op het aanbod, genoemd in artikel 12. De urgente kan daarbij aan een verhuurder verzoeken om ondersteuning of directe bemiddeling. Indien urgente twee maanden voor het einde van de periode waarvoor de urgentieverklaring is verleend nog geen andere passende woonruimte heeft gevonden, dan zal één van de verhuurders aan hem één keer een passende woning aanbieden.
Indien urgente, gedurende de periode waarvoor de urgentieverklaring geldt, om redenen die niet tot zijn verantwoordelijkheid kunnen worden gerekend, geen passende woonruimte heeft gevonden, kan hij, uiterlijk op de dag dat de urgentieverklaring geldig is, de Urgentiecommissie eenmalig verzoeken om de urgentieverklaring voor de duur van maximaal zes maanden te verlengen.
Artikel 25 1.
Urgentieverklaring
Einde en intrekking van een urgentieverklaring
De geldigheid van de urgentieverklaring eindigt op het moment dat: a. de periode, waarvoor de urgentieverklaring geldt, is afgelopen en niet wordt verlengd; 13
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 b.
de urgente aan de urgentiecommissie schriftelijk mededeelt dat hij geen gebruik meer wenst te maken van de urgentieverklaring; c. de inschrijving als woningzoekende van de urgente eindigt; d. de urgentieverklaring wordt ingetrokken; e. de woningzoekende een aangeboden woning aanvaardt. 2. De urgentieverklaring kan worden ingetrokken indien: a. de urgente niet of niet tijdig reageert op het bericht waarbij aan hem woonruimte is aangeboden dan wel wanneer hij niet aanwezig is bij bezichtiging van aangeboden woonruimte; b. de urgente passende woonruimte weigert; c. de urgentieverklaring is verleend op grond van door de aanvrager verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gegevens onjuist of onvolledig waren; d. de urgente niet meer voldoet aan de vereisten om voor verlening van een huisvestingsvergunning als bedoeld in paragraaf 2.2. in aanmerking te komen; e. de urgente dreigementen heeft geuit of geweld heeft gebruikt jegens personen die zijn belast met de uitvoering van deze verordening; f. de urgente op andere wijze zelfstandige woonruimte heeft verkregen.
Artikel 26 1.
2.
Urgentie voor vergunninghouders
Het Dagelijks Bestuur kan aan de eigenaar van een sociale huurwoning die behoort tot de in artikel 2, tweede lid, aangewezen categorie een voordracht tot verhuring van woonruimte aan een door het college van Burgemeester en Wethouders aangegeven woningzoekende doen: a. indien deze woningzoekende valt onder de taakstelling die het Rijk de betreffende gemeente opgelegd heeft en; b. indien de betreffende gemeente voorziet in de maatschappelijke begeleiding van een inburgeringsplichtige woningzoekende; c. Indien deze woningzoekende een asielzoeker was die een verblijfsvergunning heeft ontvangen of een vergunninghouder is die op grond van de taakstelling tijdelijk in de regio is gehuisvest met gebruikmaking van een campuscontract, of die in andere tijdelijke huisvesting op grond van de taakstelling is gehuisvest en: i. zijn/haar studie afbreekt, of; ii. geen studie heeft kunnen starten, of; iii. een andere tijdelijke huisvesting op grond van de taakstelling binnen drie jaar weer moet verlaten; Eén van de verhuurders doet bij het ter beschikking komen van woonruimte, zonder toepassing van de artikelen 20 tot en met 25 éénmalig met voorrang een passend woningaanbod aan deze woningzoekende.
Paragraaf 2.6 Stadsvernieuwingsurgentie Artikel 27 1.
2.
Toekenning Stadsvernieuwingsurgentie
Op aanvraag van een verhuurder kan de Urgentiecommissie een stadvernieuwingsurgentie toekennen aan de bewoner van woonruimte die vanwege de aanstaande sloop van die woonruimte dan wel vanwege een ingrijpende verbetering van die woonruimte niet meer in die woonruimte kan blijven wonen. De aanvraag tot het verlenen van een stadsvernieuwingsurgentie wordt ingediend tenminste 20 maanden voor de te verwachten datum van de aanvang van de sloop dan wel van de ingrijpende woningverbetering. 14
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 3. 4.
De Urgentiecommissie beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag. Urgentie op grond van het bepaalde in het eerste lid wordt alleen verleend ten aanzien van woonruimte met een huurprijs onder de huurprijsgrens.
Artikel 28 1. 2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
Stadsvernieuwingsurgentie
De stadsvernieuwingsurgentie is tenminste 18 maanden geldig, te rekenen vanaf de datum van verlening. De stadsvernieuwingsurgentie vermeldt in ieder geval: a. de personalia van de stadsvernieuwingsurgente; b. het aantal personen dat behoort tot het huishouden van de stadsvernieuwingsurgente; c. de ingangsdatum en de periode waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie geldig is; d. De mededeling dat twaalf maanden voor het einde van de periode waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie geldt, toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het zevende lid; e. het zoekprofiel, inhoudende een beschrijving van de gemeente en het woningtype waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie is verleend; f. de mededeling dat aan de stadsvernieuwingsurgente, wanneer hij zes maanden voor aanvang van de sloop of de ingrijpende woningverbetering nog geen andere woonruimte heeft gevonden, door de woningcorporatie maximaal twee keer passende woonruimte wordt aangeboden. De stadsvernieuwingsurgentie geeft de stadsvernieuwingsurgente het recht op voorrang voor andere woningzoekenden bij de toewijzing van een sociale huurwoning mits deze aan het zoekprofiel en de gestelde (passendheids)eisen voldoet. In geval twee of meer (stadsvernieuwings)urgenten aanspraak maken op dezelfde woonruimte is het bepaalde in artikel 15 van toepassing. De stadsvernieuwingsurgente is zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar woonruimte.
De stadsvernieuwingsurgente kan daarbij aan een verhuurder verzoeken om ondersteuning of directe bemiddeling. Indien de stadsvernieuwingsurgente twaalf maanden voor de sloop of de ingrijpende woningverbetering nog geen vervangende woonruimte heeft gevonden in de gemeente waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie van toepassing was, wordt de stadsvernieuwingsurgentieverklaring van toepassing verklaard voor de gehele regio. Indien de stadsvernieuwingsurgente twee maanden voor het einde van de periode waarvoor de urgentieverklaring is verleend nog geen andere passende woonruimte heeft gevonden, dan zal één van de verhuurders aan hem één keer een passende woning aanbieden. De stadsvernieuwingsurgente die al ingeschreven stond als woningzoekende voordat de verhuurder het besluit tot sloop of ingrijpende woningverbetering nam, behoudt bij het aanvaarden van een woonruimte de in het register van woningzoekenden opgebouwde inschrijftijd. Dit onder voorwaarde dat de woning is aangeboden op basis van de toegekende stadsvernieuwingsurgentie. Indien de woningcorporatie voor aanvang van een stadsvernieuwingsproject een terugkeerregeling heeft met de huurder dan kan de woningcorporatie de vervangende nieuwbouw direct aan die huurder toewijzen.
Artikel 29 Einde en intrekking van een stadsvernieuwingsurgentieverklaring Artikel 25 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dat artikel voor ‘urgente’ wordt gelezen: ‘stadsvernieuwingsurgente’ en voor ‘urgentieverklaring’ wordt gelezen: ‘stadsvernieuwingsurgentieverklaring’. 15
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Paragraaf 2.7 Standplaatsen Artikel 30 1. 2.
3. 4. 5.
Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het aanleggen en bijhouden van een regionaal register voor standplaatszoekenden. In het register van standplaatszoekenden worden op hun verzoek als standplaatszoekenden ingeschreven de huishoudens die voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de aanvrager is 18 jaar of ouder; b. de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit dan wel beschikken over een geldige verblijfstitel in Nederland; c. het inschrijvingsformulier is correct en volledig ingevuld, inclusief de daarin gevraagde bijlagen. Inschrijving als standplaatszoekende kan ook ambtshalve plaatsvinden. Het regionale register vermeldt de standplaatszoekenden met aantal punten, inschrijfduur en rangorde voor toewijzing. De standplaatszoekende betaalt aan de houder en beheerder van het register voor standplaatszoekenden een bijdrage voor inschrijving in het register standplaatszoekenden en een bijdrage voor jaarlijkse verlengingskosten.
Artikel 31 1.
2.
3.
2. 3.
4.
Inschrijving woonwagenstandplaats
De aanvraag voor een standplaats wordt schriftelijk ingediend bij de beheerder van het register voor standplaatsen met behulp van een door het Dagelijks Bestuur vastgesteld inschrijvingsformulier. Bij een aanvraag voor een standplaats legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. een historisch uittreksel (adresoverzicht) uit de Basisregistratie Personen (BRP); b. zo nodig andere bescheiden die door het dagelijks bestuur voor beoordeling van de aanvraag nodig geoordeeld worden; welke bescheiden dit zijn, wordt vermeld op het vastgestelde inschrijvingsformulier. De beheerder van het register voor standplaatsen bepaalt of de standplaatszoekende voldoet aan de voorwaarden in artikel 30, tweede en vijfde lid, en gaat over tot inschrijving in het register indien aan deze voorwaarden is voldaan.
Artikel 32 1.
Regionaal register woonwagenstandplaatszoekenden
Bewijs van inschrijving woonwagenstandplaats
De beheerder van het register voor standplaatsen verstrekt aan standplaatszoekenden die zijn ingeschreven een bewijs van inschrijving waarop de volgende gegevens worden vermeld: a. naam van de aanvrager; b. adresgegevens; c. inschrijvingsdatum; d. aantal toegekende punten bij inschrijving. Als datum van inschrijving geldt de datum waarop aan de voorwaarden in artikel 30, tweede en vijfde lid, is voldaan. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van inschrijving in het register de datum waarop de aanvraag is aangevuld. Als datum van een ambtshalve inschrijving geldt de datum waarop de standplaatszoekende aan de voorwaarden in artikel 30, tweede lid, onderdeel a en b, en vijfde lid, voldoet en de beheerder van het register voor standplaatsen de standplaatszoekende heeft ingeschreven.
16
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Artikel 33 Geldigheidsduur van inschrijving in het register van woonwagenstandplaatszoekenden 1. 2.
De inschrijving in het register van standplaatszoekenden blijft, behoudens het gestelde in artikel 35, één jaar geldig. De inschrijving wordt alsdan beëindigd tenzij de standplaatszoekende binnen vier weken na aanschrijving aan de beheerder van het register voor standplaatsen kenbaar heeft gemaakt dat deze de inschrijving in het register van standplaatszoekenden wil behouden.
Artikel 34 1. 2.
Een ingeschreven standplaatszoekende dient een wijziging van gegevens, zoals woonadres, onverwijld door te geven aan de beheerder van het register voor standplaatsen. De standplaatszoekende wordt van de wijziging van gegevens van inschrijving door de beheerder van het register voor standplaatsen schriftelijk in kennis gesteld.
Artikel 35 1.
2.
Doorhaling van inschrijving
De beheerder van het register voor standplaatsen haalt een inschrijving door in het register van standplaatszoekenden indien: a. de standplaatszoekende daarom verzoekt; b. de standplaatszoekende een standplaats (elders) krijgt toegewezen en deze accepteert; c. de standplaatszoekende door woningruiling van een reguliere woning naar een standplaats verhuist; d. de standplaatszoekende al dan niet opzettelijk foutieve gegevens verstrekt heeft bij de inschrijving of verzuimd heeft belangrijke wijzigingen bijtijds door te geven; e. de standplaatszoekende niet reageert op een aanschrijving van de beheerder van het register voor standplaatsen aangaande de inschrijving, waaronder de betalingsverplichting, of bedoeld als een controle op de inschrijving in het register, binnen vier weken na de datum van de aanschrijving; of f. de standplaatszoekende komt te overlijden. De standplaatszoekende wordt door de beheerder van het register voor standplaatsen van de doorhaling van inschrijving schriftelijk in kennis gesteld.
Artikel 36 1.
Wijziging van inschrijving in het register
Rangorde en toewijzing standplaats
Bij opname in de wachtlijst geldt de volgende rangorde. De standplaatszoekende is ingeschreven in het register van standplaatszoekenden en: a. i. is een kind van een woonwagenbewoner, onafgebroken inwonend op een woonwagenlocatie in de regio, of; ii. is een kind van een woonwagenbewoner, inwonend in een reguliere woning in de regio maar geboren en getogen op een woonwagenlocatie en heeft binnen een periode van 10 jaar geleden op een woonwagenlocatie gewoond, of; iii. is een kind van woonwagenouders wonende in de regio, die wegens studie dan wel uit dwingende noodzakelijkheid tijdelijk elders woonachtig is; b. is een kind van een woonwagenbewoner, inwonend in een reguliere woning in de regio, maar geboren en getogen op een woonwagenlocatie en heeft binnen een periode tussen 10 en 20 jaar geleden op een woonwagenlocatie gewoond; c. is een kind van een woonwagenbewoner, inwonend in een reguliere woning in de regio, maar geboren en getogen op een woonwagenlocatie en heeft binnen een periode tussen 20 en 30 jaar geleden op een woonwagenlocatie gewoond; 17
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 d.
is een kind van een woonwagenbewoner, wonend in een reguliere woning in de regio, omdat de ouders zijn verhuisd;
e. i.
2.
3.
4.
5.
6.
is een afstammeling van een woonwagenbewoner die onafgebroken op een woonwagenlocatie in de regio woont, of; ii. is een afstammeling van een woonwagenbewoner die in een reguliere woning in de regio woont; f. is een afstammeling van een woonwagenbewoner die buiten de regio woont; g. is geen afstammeling van een woonwagenbewoner. De beheerder van het register voor standplaatsen kent punten aan ingeschreven standplaatszoekenden toe op basis van een puntensysteem, welke punten als volgt zijn opgebouwd: a. 100 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel a. (i of ii of iii) bedoelde categorie; b. 85 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel b. bedoelde categorie; c. 70 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel c. bedoelde categorie; d. 60 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel d. bedoelde categorie; e. 50 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel e. (i of ii) bedoelde categorie; f. 10 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel f. bedoelde categorie; g. 1 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel g. bedoelde categorie.
Na de maand van inschrijving ontvangt elke ingeschrevene 1 punt per maand (categorie a t/m f). De inschrijver die geen afstammeling is van een woonwagenbewoner ontvangt voor elk jaar van inschrijving 1 punt (categorie g). Toewijzing van een standplaats vindt plaats aan diegene die: a. zijn/haar belangstelling kenbaar maakt op basis van een aanbieding via Tipbericht van Holland Rijnland Wonen; b. daarbij aangeeft of er eerste- of tweedegraads familie woont op de locatie waar de aangeboden standplaats zich bevindt, dan wel aangeeft of in geval van een standplaats op een nieuwe locatie aangeeft of er eerste- of tweedegraads familie woont in de woonplaats waar de betreffende standplaats wordt aangeboden; c. Het hoogste aantal punten heeft op de wachtlijst; waarbij geldt dat de punten van de wachtlijst worden verdubbeld ingeval: i. bij bestaande standplaats of nieuwe standplaats op bestaande locatie: de belangstellende eerste- of tweedegraads familie heeft op de locatie waar de standplaats wordt aangeboden; ii. bij een nieuwe standplaats op een nieuwe locatie: de belangstellende eerste- of tweedegraads familie heeft in de gemeente waar de standplaats wordt aangeboden; d. verder voldoet aan de geldende voorwaarden en; e. de standplaats accepteert. Bij een gelijk aantal punten vindt toewijzing plaats aan de belangstellende met de langste inschrijftijd.
Wanneer er sprake is van gelijke inschrijftijden, zal de belangstellende met de hoogste leeftijd worden benaderd. Wanneer er in dit geval ook sprake is van gelijkheden (bijvoorbeeld bij een tweeling), zal in dat geval de adviescommissie de uiteindelijke beslissing nemen over de toewijzing. Om de systematiek van en het proces om te komen tot de toewijzingen te monitoren wordt een adviescommissie ingesteld waar vertegenwoordigers van Holland Rijnland Wonen, de 18
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 wachtlijstbeheerder en afvaardiging van woonwagenbewoners zitting in hebben. Op deze wijze krijgen alle partijen vertrouwen in het toepassen van de nieuwe werkwijze en kunnen eventuele omissies in het proces worden aangepast.
Artikel 37 1.
2.
3.
Ruilen van standplaats
Ruilen van huisvesting tussen huurders waarbij beide huurders een standplaats huren heeft geen gevolgen voor de eventueel door die huurders opgebouwde punten van de wachtlijst. Wel worden aan deze ruil de volgende voorwaarden verbonden: a. de ruil vindt alleen plaats na instemming van de verhuurder(s); b. de verhuurder(s) stellen de beheerder van de wachtlijst in kennis van hun instemming als bedoeld onder a; c. de verhuurder(s) stelt de beheerder van de wachtlijst in kennis; d. de beheerder vraagt advies aan de adviescommissie, genoemd in artikel 36, zesde lid; Ruilen van huisvesting tussen huurders waarbij de ene partij verhuist van een standplaats naar een reguliere woning en vice versa geschiedt onder de volgende voorwaarden: a. de huurder van een standplaats dient bij de verhuurder een verzoek in tot woningruil; b. de verhuurder informeert de beheerder van de wachtlijst over het verzoek; c. de beheerder verzoekt de adviescommissie om een advies over het verzoek tot woningruil; d. de verhuurder besluit met inachtneming van het advies over het verzoek; e. staat diegene die verhuist van woning naar standplaats op de wachtlijst dan worden diens punten geschrapt; f. diegene die verhuist van standplaats naar woning behoudt zijn plaats op de wachtlijst en de eventuele wachtlijstpunten; g.
staat diegene die verhuist naar een woning niet op de wachtlijst dan vindt inschrijving eerst plaats nadat de verhuizing administratief heeft plaatsgevonden. De aan de ruiling verbonden randvoorwaarden zijn: a. ruilen kan alleen tussen eerstegraads familie; b. vindt ruiling plaats naar een huurwoonwagen dan is de inkomensnorm sociale huur van toepassing; c. de huurprijs van de standplaats wordt geactualiseerd aan geldend puntenstelsel.
Hoofdstuk 3 Verdeling van woonruimte en huisvestingsvergunningplicht voor middeldure huurwoningen Paragraaf 3.1 Werkingsgebied Artikel 38
Toepasselijkheid
Hoofdstuk 3 geldt voor middeldure huurwoningen in de gemeente: a.
Niet van toepassing in de Regio.
Artikel 39 1. 2.
Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
Het is verboden een middeldure huurwoning als bedoeld in artikel 38 in gebruik te nemen of te geven zonder huisvestingsvergunning van het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in dit artikel.
19
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Paragraaf 3.2 De Huisvestingsvergunning Artikel 40
Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet: a. de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014; en b. één van de leden van het huishouden is 18 jaar of ouder; c. het huishoudinkomen is niet hoger dan het toepasselijke bedrag genoemd in artikel 10, vierde en vijfde lid, van de Huisvestingswet 2014; en d. aanvrager komt op basis van de voorrangsregels van artikel 44 in aanmerking voor de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd.
Artikel 41
Aanvraag en inhoud van een huisvestingsvergunning
1.
Een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij het Dagelijks Bestuur via een daartoe bestemd formulier. 2. Het Dagelijks Bestuur besluit op de aanvraag binnen drie weken na ontvangst. 3. Het Dagelijks Bestuur kan de bevoegdheden in het eerste en tweede lid mandateren aan de woningcorporatie of gemeenten. 4. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; b. rechtsgeldig document waaruit de identiteit blijkt van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren; c. geldig bewijs van rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren indien zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben; d. omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; e. bewijsstukken van het inkomen; f. adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; g. beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; h. schriftelijke verklaring van de verhuurder waaruit blijkt dat deze bereid is woonruimte aan aanvrager en zijn huishouden in gebruik te geven; 5. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd nadere gegevens te vragen die nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen.