RES 1 0 - U16
Tekst van het document
• Stedin heeft het beeld dat er diverse grotere initiatieven in de pijplijn zitten en dat er onderzoekstrajecten lopen voor wind en zon op land die géén deel uitmaken van de aangeleverde gegevens van het RES1.0 scenario, maar wel een significante netimpact hebben. Het is van belang om een scherp beeld te verkrijgen van de werkelijke nog te realiseren opgave. •
2. KNELPUNTEN TS & MS
3. OPLOSSING KNELPUNTEN
4. KOSTEN EN WERKZAAMHEDEN
5. TOETS OP ONTWERPPRINCIPES
6. INDICATIE HAALBAARHEID
15
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
13
1. TOELICHTING METHODIEK
TOELICHTING METHODIEK
AANGELEVERDE GEGEVENS
Impact Aangeleverde gegevens – duurzame opwek Onderstaande tabel geeft weer welke input is gebruikt. De regio heeft gegevens aangeleverd voor wind op land, zon op land en grootschalige zon op dak voor 2030. Zie leeswijzer voor werkwijze datasets.
•
De impact analyse is alleen gebaseerd op de opgave van deze RES regio. Er wordt geen rekening gehouden met de impact van de opgave van andere RES regio’s. Dit betekent dat alleen de knelpunten die voortkomen uit de opgegeven vermogens van deze RES regio worden weergegeven in deze netimpactanalyse.
•
Impact op tijd, ruimte en geld is bepaald op basis van standaard kengetallen zoals vermeld in het basisdocument energie-infrastructuur van Netbeheer Nederland*, aangevuld met eigen inschattingen voor uitbreidingen van stations indien van toepassing.
Aanbod
RES 1.0
Vraag
Elektriciteit Wind op Land
Regio
Elektriciteit
Uitgangspunten
Gas
Waterstof
RES 1.0 Nieuwbouw woningen
Back-up
Zon op land
Regio
Warmte oplossingen bestaande woningen Stedin
Grootschalig zon op dak (>15kWp)
Regio
Nieuwbouw utiliteit
Back-up
Kleinschalige zon op dak (<15kWp)
Back-up
Bestaande utiliteit
Geen gegevens
Overige duurzame opwek
Geen gegevens
Elektrisch vervoer
E-laad
Landbouw/glastuinbouw
Back-up
Datacenters
Geen gegevens
Industrie
Back-up
Utiliteit
Back-up
Industrie
Back-up
Landbouw/glastuinbouw
Back-up
Vervoer
Geen gegevens
Totale vraag
Geen gegevens
Groengas
Groene waterstof
Overig
Back-up
Geen gegevens
Gas
Waterstof
De analyse op potentiële haalbaarheid is vastgesteld op regionale besluitvorming uiterlijk in 2022 en zonder een toets op de totale investeringsportfolio van Stedin.
•
De analyse op potentiële haalbaarheid is vastgesteld zonder toets op de RES ambities van andere regio’s
•
De knelpunten zijn vastgesteld o.b.v. het door de regio opgeleverde scenario op de bestaande netinfrastructuur.
•
Bij de impact per station is de ruimte voor teruglevering gebaseerd op de capaciteit bij Stedin. Eventuele terugleverlimieten vanuit TenneT zijn hierin niet meegenomen.
•
Bij grootschalig zon op dak en zon op land wordt uitgegaan van een aansluitvermogen van 70% van het piekvermogen van de installatie, in lijn met het convenant Stroom Betaalbaar: https://www.netbeheernederland.nl/nieuws/netbeheerders-en-zonsector-slaan-handen-ineen-1414
•
Bij het realiseren van nieuwe aansluitingen voor opwek wordt uitgegaan van een enkelvoudige maatwerk aansluiting.
Geen gegevens
14
|
De potentiële haalbaarheid is vastgesteld o.b.v. het gezamenlijke streven om de benodigde doorlooptijden van besluitvorming t/m uitvoering te laten plaatsvinden.
•
RES 1.0
Flexibiliteit
84
•
* https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Basisdocument_over_energie-infrastructuur_143.pdf
16
| 85
NETIMPACT– OPLOSSINGEN IN TIJD, RUIMTE EN GELD
NETIMPACT– OPLOSSINGEN IN TIJD, RUIMTE EN GELD
Netplanning In de RES U16 zijn reeds voor 15 stations investeringen opgenomen in de investeringsplanning van Stedin. Een groot deel daarvan is gebaseerd op de verwachte groei in afname van elektriciteit en noodzakelijke vervangingen in het kader van leveringszekerheid (leeftijd en kwaliteit). De regionale ambitie voor zon-op-land en wind zoals opgegeven in het RES1.0 scenario kan voor een groot deel gebruikmaken van de bestaande netcapaciteit én meeliften op de reeds geplande netinvesteringen, mits het tempo van de groei van opwek daarmee in lijn ligt. Om benodigde additionele investeringen voor opwek mee te kunnen nemen in geplande netinvesteringen is het cruciaal hierover tijdig concreetheid en zekerheid te leveren. Uitbreidingen algemeen (hierna een uitwerking per infrastructuurgebied) Stations • Op 10 Stedin stations zal vooralsnog geen gebruik gemaakt worden van de mogelijkheid om zon-op-land of wind aan te sluiten, waarvan er 6 binnen de gemeente Utrecht liggen en 4 daarbuiten: Arkel (MS), Leerdam, Lopik en Mijdrecht. • Op 10 stations kan het opgegeven vermogen van 104,2MW (=148,8MWp) voor zon-op-land en 6 MW wind direct worden aangesloten. • Op 19 stations treden technische knelpunten op als er geen netaanpassingen worden doorgevoerd. Bij deze stations vinden de volgende type uitbreidingen plaats om de beoogde initiatieven te kunnen faciliteren.
• Uitbreiden van velden t.b.v. extra aansluitingen • Bijplaatsen, verzwaren en/of vervangen van transformatoren • Als netuitbreiding niet afdoende kan worden doorgevoerd op een bestaand station kan stichting van een nieuw station noodzakelijk zijn. • Voor 4 van de 19 knelpunten geldt dat deze hoofdzakelijk veroorzaakt worden door opwek. Voor de andere 15 stations zijn er naast opwek ook andere factoren die een netinvestering vereisen. • De kosten voor de netuitbreidingen op stationsniveau bedragen voor de periode tot 2030 ongeveer 137 – 148 miljoen. • In deze netinvesteringen komen uitbreidingen en aanpassingen samen vanuit groei in opwek, groei in afname en vervangingen t.b.v. leveringszekerheid (kwaliteit).
Doorlooptijd RES1.0 scenario • In de overzichtstabellen van knelpunten en oplossingen staat de doorlooptijd van individuele Stedin investeringsprojecten benoemd. Echter, voor de optelsom van alle knelpunten in het doorgerekende RES1.0 scenario van 996MW kan de haalbaarheid (alles vóór 2030), maakbaarheid (arbeid) en betaalbaarheid (€) een probleem worden. In deze fase van het RES proces is dat nog niet uit te sluiten. Daarnaast is de verwachting dat het RES1.0 scenario nog significant kan wijzigen in omvang en samenstelling in de voortgaande uitwerking richting RES1.0.
Nieuw station TS station MS station
Doorlooptijd netuitbreidingen Hiernaast staat een figuur die de richtlijnen toont voor doorlooptijden (in jaren) van individuele uitbreidingen en verzwaringen van de Stedin netinfrastructuur. • Indien er afhankelijkheden zijn met de TenneT infrastructuur kan dit verder oplopen naar 7-10 jaar.
Knelpunten
Aantal
Afname Afname & Opwek Opwek Geen Totaal
1 14 4 20 39
Wind (MW) 0,0 132,4 41,0 6,0 179,4
Zon (MW) 25,9 321,2 113,8 104,2 565,0
In werkelijkheid is er grote onderlinge afhankelijkheid tussen projecten en is de doorlooptijd onder andere afhankelijk van de beschikbare uitvoeringscapaciteit: Stedin zal niet alle benodigde werkzaamheden gelijktijdig kunnen uitvoeren. Oproep: • Een gezamenlijke uitwerking van de fasering van de RES-projecten en bijbehorende netinvesteringen in een uitvoeringsprogramma is noodzakelijk om de totale doorlooptijd te bepalen. • Het is belangrijk te beseffen dat de uitbreiding van het energienet doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Het verstrekken van vergunningen aan projectontwikkelaars dient daarom qua planning gesynchroniseerd te worden met het oplevermoment van netuitbreidingen om te voorkomen dat aansluitingen nog niet gerealiseerd kunnen worden. Stedin geeft inzicht in de technische uitbreidbaarheid van de netinfrastructuur, maar heeft wel de aangegeven doorlooptijden nodig voor realisatie ervan. • Planprocedures vormen een belangrijk onderdeel van de doorlooptijd en hebben grote invloed op de onzekerheid. Verankeren van de plannen in omgevingsbeleid en rekening houden met benodigde ruimte voor energie-infrastructuur in vergunningstrajecten is essentieel voor tijdige realisatie van de ambitie. De regio heeft daarmee zelf grote invloed op de benodigde doorlooptijd van netuitbreidingen.
Totaal (MW) 25,9 453,6 154,8 110,2 744,4
NETIMPACT – KNELPUNTEN STATIONS
NETIMPACT– OPLOSSINGEN IN TIJD, RUIMTE EN GELD
Omdat de RES U16 een grote regio is met veel netinfrastructuur zal in deze rapportage een arbitraire indeling gemaakt worden naar infrastructuur gebieden, om per gebied een toelichting te kunnen geven op potentiële knelpunten: • Centraal • Noord-Oost • Zuid-Oost • Zuid-West • West • Noord
TenneT Er is in het RES1.0 scenario één knelpunt op een Stedin station met een afhankelijkheid naar TenneT, namelijk TS station Oudenrijn. Zie ook toelichting bij netimpact – oplossingen netinfrastructuurgebied West. In de bijlage is de voorlopige rapportage van TenneT opgenomen waarin de netimpact is getoetst van de concept RES opgaves van de RES regio’s in de TenneT HS-deelnetten. Voor de RES U16 vindt deze toets plaats o.b.v. het voorliggende RES1.0 scenario. Ook TenneT constateert dat als de optelsom van alle initiatieven in het RES programma blijven staan de haalbaarheid (alles vóór 2030) en maakbaarheid (arbeid) een probleem kan worden. In deze fase van het RES proces is dat nog niet uit te sluiten.
De totale omvang van het energie-overschot door opwek in de lente/zomer-periode kan dermate groot worden op het 150kV-net van TenneT dat deze richting het 380kV-net getransporteerd moet worden, waarvoor TenneT genoodzaakt is om haar HS-station Breukelen-Kortrijk (380kV) te versterken met extra 380/150kV transformatoren. Dit vereist naar verwachting een doorlooptijd van 5-10 jaar en een ruimtelijke uitbreiding grenzend aan het station.
De overzichtstabel van knelpunten en de oplossingen is te omvangrijk om op één pagina weer te geven en is daarom opgeknipt naar bovenstaande gebiedsindeling.
Uitbreidingen algemeen Lagere netvlakken • Stedin houdt rekening met investeringen in de lagere netvlakken (LS/MS), om zon-op-dak, warmtetransitie, elektrisch vervoer, woningbouw en andere ontwikkelingen te faciliteren . • In de lagere netvlakken dienen MS en LS kabels vervangen en MS/LS transformatoren bijgeplaatst te worden. • De inschatting voor de totale kosten bedragen ca. 57 - 76 miljoen en er is 1.900 – 6.500 m2 additionele ruimte benodigd voor het bijplaatsen van distributieruimtes. • Let wel: deze kosten zijn dus niet volledig toe te rekenen aan de benodigde opwekcapaciteit voor de zon-op-dak ambitie van het RES1.0 scenario. • De ambitie voor zon-op-dak zoals opgegeven in het RES1.0 scenario zal voor een deel aansluitbaar zijn op de bestaande netinfrastructuur maar zal ook locatiespecifieke netuitbreidingen vergen. • Daarbij is het van belang om met een planningshorizon tot 2030 nauwkeurig te beoordelen waar welke dakpotentie benutbaar is en hoe de netcapaciteit doelgericht en zo rendabel mogelijk kan worden uitgebreid. • De Stedin kansenkaarten voor zon-op-dak biedt mogelijkheden voor het maximaal uitnutten van mogelijkheden.
18
86
|
19
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
17
Uitgangspunten bij vaststelling knelpunten en oplossingen • Let op: voor alle netaanpassingen specifiek gericht op opwek (zoals uitbreiden van velden om wind en zon op land aan te kunnen sluiten) is concreetheid en zekerheid vereist vóórdat deze investering wordt uitgevoerd. De benodigde netuitbreidingen voor de realisatie van opwek staan opgenomen in de tabel, maar liften niet automatisch mee op een reeds geplande netinvestering voor andere doeleinden. • In de doorrekening van het RES1.0 scenario zijn opgaves >10MW, door gebrek aan specificatie, geïnterpreteerd als aansluitingen voor het TS netvlak. Dit zal niet altijd een terechte aanname zijn, waardoor een deel van de RES-opgave uiteindelijk toch op MS-niveau aangesloten zal gaan worden. Ten behoeve van de systeemefficiëntie is het wenselijk dat ook het TS-netvlak optimaal benut wordt en dat niet alle opwek op het MS-netvlak landt. • Voor de nog niet in de planning opgenomen netuitbreidingen is geen ‘verwachting gereed’ opgenomen, omdat de RES1.0 uitwerking vooralsnog nog niet robuust genoeg is om hier netinvesteringen op te baseren. • Om dezelfde reden is, voor de al wél in de planning opgenomen netuitbreidingen, de ‘verwachting gereed’ nog niet aangepast op de additionele netaanpassingen voor opwek omdat nog niet zeker is of deze werkelijk gaan plaatsvinden.
• Voor alle duidelijkheid: als een netinvestering is opgenomen in het Stedin investeringsplan (IP 2020) betekent dat nog niet automatisch dat er een definitief besluit is genomen over de uitvoering ervan.
Noord
Cen traal
NoordOost
West Zuid-Oost
Zuid-West 20
|
87
NETIMPACT– OPLOSSINGEN NETINFRASTRUCTUUR NOORD
NETIMPACT– OPLOSSINGEN NETINFRASTRUCTUUR ZUID-OOST
Netinfrastructuur Noord • TS station Breukelen en de MS stations Breukelen, Maarsenbroek 1, Mijdrecht en Vinkeveen Algemene bevindingen • In dit Stedin netinfrastructuur gebied is geen wind maar wel 95,9MWp zon op land in zoekgebieden in de nabijheid van deze stations opgegeven.
Netinfrastructuur Zuid-Oost • MS stations Doorn, Houten, Houten-Oost (21kV), Veenendaal 1 en Wijk bij Duurstede.
•
Algemene bevindingen • In dit Stedin netinfrastructuur gebied is geen wind en 117,3MWp zon op land in zoekgebieden in de nabijheid van deze stations opgegeven.
Door de inefficiënte benutting van de netinfrastructuur ontstaan eerder knelpunten in de realisatie van de ambitie dan wanneer er een betere verhouding wordt gevonden.
•
Technische oplossing en handelingsperspectief
Potentiële haalbaarheid voor 2030
13,4
Aansluiten op vrije velden.
R
Netvlak
Knelpunt
Type knelpunt
Oorzaak
Netbelasting opwek (MW)
Zon (MW)
Zon (MWp)
MS
Breukelen 10 kV
Geen
Velden
9,4MW zon
9,4
Wind (MWp)
TS
Breukelen 50 kV
Beide
31,6 zon
31,6
45,1
Velden uitbreiden. Let op: capaciteitsuitbreiding Breukelen 10kV vereist ook twee 50kV velden.
MS
Maarssenbroek 1
Geen
2,7MW zon
2,66
3,8
Aansluiten op vrije velden.
MS
Mijdrecht
Geen
Geen
MS
Vinkeveen
Beide
Velden
Capaciteit
23,5MW zon
23,5
33,6
Uitbreiding netcapaciteit. Velden beschikbaar.
R
R
• Stedin is betrokken in diverse oriënterende onderzoeken en beseft dat de beschikbare netcapaciteit het geheel aan ideeën niet zondermeer kan faciliteren. Stedin is daarom graag bereid om samen met de Kromme Rijn gemeenten een nadere verkenning uit te voeren op de inpasbaarheid van grootschalige opwek in deze regio voor de periode tot 2030 én richting 2040-2050. Uitbreidingen Stations • Voor MS stations Doorn, Wijk bij Duurstede en Veenendaal 1 kan de geplande opwek meeliften op de reeds geplande vervangingsinvesteringen. Hiertoe moeten wel extra velden gecreëerd worden. • MS station Houten-Oost is een nieuw 21kV station waar aansluitingen tot 20MW op aangesloten kunnen worden. De oplevering van dit station is gepland in 2023. De in het RES1.0 scenario opgenomen opwek van 45MWp kan hier op aangesloten worden. Netvlak
Opgenomen in IP 2020
S
R
Aantal Assets
2 velden
2 velden
Kosten M€
Extra - Doorlooptijd m2 - jaren
7
4-5
3
2
Status
Verwachting gereed
Netimpact analyse RES 1.0
Gepland
2023
21
Type knelpunt
Oorzaak
Netbelasting opwek (MW)
Zon (MW)
Zon (MWp)
Wind (MWp)
Technische oplossing en handelingsperspectief
Potentiële haalbaarheid voor 2030
Opgenomen in IP 2020
Aantal Assets
Kosten M€
1 veld
2,2
Extra - Doorlooptijd m2 - jaren
Status
Verwachting gereed
2
Gepland
2022
MS
Doorn
Beide
Velden
9,5MW zon
9,5
13,5
R
R
MS
Houten
Beide
Capaciteit & velden
Oude 50kV COQ installatie vervangen door trafo 'op steeltjes', waardoor ruimte vrij komt om een 10 kV sectie te plaatsen. Velden uitbreiden.
9,5MW zon
9,5
13,5
Aansluiten op nieuw 50/21kV station Houten-Oost.
R
R
MS
Houten-Oost 21kV
Geen
31,5MW zon
31,5
45
Aanleiding voor bouw nieuw station is nieuwe grootschalige opwek en ontlasting bestaande station Houten
R
R
Nieuw station
15
5
Gepland
2023
MS
Veenendaal 1
Beide
Velden
19,1MW zon
19,1
27,3
Nieuwe MS-sectie realiseren. Velden uitbreiden
R
R
2 velden
2,1
2-3
Gepland
2024
MS
Wijk Bij Duurstede
Beide
Velden
12,6MW zon
12,6
18
Vervangen transformator en velden uitbreiden.
R
R
2 velden
4,4
3
Gepland
2023
Status
Verwachting gereed
2027
2.500
NETIMPACT– OPLOSSINGEN NETINFRASTRUCTUUR ZUID-WEST
Netinfrastructuur Noord-Oost • TS station Driebergen en de MS stations Bilthoven, Driebergen, Utrecht Sorbonnelaan, Zeist en Zeist West
Netinfrastructuur Zuid-West • TS station Arkel en de MS stations Arkel, Leerdam en Vianen.
Algemene bevindingen • In dit Stedin netinfrastructuur gebied is 42,2MWp wind en 150MWp zon op land in zoekgebieden in de nabijheid van deze stations opgegeven.
Algemene bevindingen • In dit Stedin netinfrastructuur gebied is 53MW wind en geen zon op land opgegeven in zoekgebieden in de nabijheid van deze stations.
Netvlak
|
Knelpunt
NETIMPACT– OPLOSSINGEN NETINFRASTRUCTUUR NOORD-OOST
Uitbreidingen Stations • Voor MS stations Zeist-West en Utrecht Sorbonnelaan zijn op basis van de opgegeven opwek geen additionele investeringen nodig. Op dit moment zijn er nog vrije velden beschikbaar voor deze aansluitingen. • Voor MS stations Bilthoven, Driebergen en Zeist kan de geplande opwek meeliften op de reeds geplande vervangingsinvestering. Hiertoe moeten wel extra velden gecreëerd worden. • Voor TS station Driebergen is capaciteitsuitbreiding nodig en worden transformatoren vervangen en opgeschaald. De opgegeven opwek bevestigt de noodzaak hiervan.
88
Door de inefficiënte benutting van de netinfrastructuur ontstaan eerder knelpunten in de realisatie van de ambitie dan wanneer er een betere verhouding wordt gevonden. Bovendien verkleint dit de mogelijkheden voor realisatie van opwek ná 2030.
Knelpunt
Type knelpunt
MS
Bilthoven
Afname
MS
Driebergen_10
Beide
Oorzaak
Netbelasting opwek (MW)
Zon (MW)
Zon (MWp)
Wind (MWp)
Uitbreidingen Stations • Voor MS stations Vianen kan de geplande opwek worden aangesloten door enkele velden toe te voegen. • Voor MS station Leerdam is nog geen beeld over opwek voor zon-op-land en wind beschikbaar. • Voor TS station Arkel is reeds een vervangingsinvestering gepland waar de geplande opwek op mee kan liften. Hiertoe moeten wel extra velden worden aangebouwd. • De netcapaciteit van TS station Arkel (50kV) zal zeker ook vanuit andere RES regio’s worden benut, waardoor de netimpact nog significant zal wijzigen.
Technische oplossing en handelingsperspectief
Potentiële haalbaarheid voor 2030
Opgenomen in IP 2020
Aantal Assets
Kosten M€
R
R
3 velden
3,5
25,9MW zon
25,9
37
Velden zijn beschikbaar, maar verouderd. Vervanging gepland voor 2024.
Velden
6,3MW zon
6,3
9
Velden uitbreiden
R
R
1 veld
3,1
Capaciteit & velden
28MW wind en 68,3MW zon
68,3
97,5
28
Capaciteitsuitbreiding (extra transformator) en vervangen 50 kV installatie.
R
R
4 velden
16
3
Aansluiten op vrije velden.
R
11,2
Trafo 'op steeltjes' plaatsen, waardoor ruimte vrij komt om een 10 kV sectie te plaatsen. Velden uitbreiden.
R
Aansluiten op vrije velden.
R
TS
Driebergen_50
Opwek
MS
U. Sorbonnelaan
Geen
3MW wind
MS
Zeist
Beide
11,2MW wind en 2,3MW zon
2,3
3,3
MS
Zeist West
Geen
2,2MW zon
2,2
3,2
S
23
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
• Vanuit de gemeente De Ronde Venen was op het moment van de Stedin netimpactanalyse (begin maart 2021) nog geen opgave beschikbaar die meegenomen kon worden. De netimpact in dit gebied zal daardoor nog een heel ander beeld kunnen gaan geven zodra die opgave toegevoegd wordt aan dit scenario. TS station Breukelen blijft daardoor een potentieel knelpunt. Uitbreidingen Stations • Voor MS stations Maarsenbroek 1 is op basis van de opgegeven opwek geen additionele investering nodig. • Voor MS station Mijdrecht is nog geen beeld over opwek voor zon-op-land en wind beschikbaar. • Voor de MS stations Breukelen en Vinkeveen staan al investeringen gepland voor uitbreiding van de capaciteit, waardoor de opgegeven opwek mee kan liften op deze uitbreidingen door de plaatsing van extra velden. • Voor TS station Breukelen (50kV) is de netcapaciteit beschikbaar, maar moet wel het aantal velden uitgebreid worden. TenneT station Breukelen-Kortrijk • Alhoewel geen onderdeel van de uitgevoerde netimpactanalyse, benoemen we hier op verzoek van TenneT expliciet een waarschijnlijke voorwaarde voor de totaal te plaatsen opwekcapaciteit in de gehele U16 regio van 1,8TWh. Hiertoe is een versterking van het in dit gebied aanwezige HS station Breukelen-Kortrijk van TenneT noodzakelijk door plaatsing van extra 380/150kV transformatoren.
Dit vereist naar verwachting een doorlooptijd van 5-10 jaar en een ruimtelijke uitbreiding grenzend aan het station.
2 velden
10
Extra - Doorlooptijd m2 - jaren
0
300
Status
Verwachting gereed
3-4
Gepland
2024
Netvlak
Knelpunt
Type knelpunt
1-2
Gepland
2023
MS
Arkel 13 kV
Geen
4-5
Gepland
2028
MS
Arkel 23 kV
Geen
TS
Arkel 50 kV
Beide
MS
Leerdam
Geen
MS
Vianen
Opwek
4-5
Netimpact analyse RES 1.0
22
Oorzaak
Netbelasting opwek (MW)
Zon (MW)
Zon (MWp)
Wind (MWp)
Technische oplossing en handelingsperspectief
Potentiële haalbaarheid voor 2030
Opgenomen in IP 2020
Aantal Assets
Kosten M€
40
Oude 50kV-installatie wordt vervangen, waardoor velduitbreiding mogelijk wordt.
R
R
1 veld
7
4-5
Gepland
13
Velden uitbreiden.
R
S
2 velden
0,1
1-2
Netimpact analyse RES 1.0
Extra - Doorlooptijd m2 - jaren
Geen Geen Velden
40MW wind Geen
Velden
13MW wind
24
| 89
NETIMPACT– OPLOSSINGEN NETINFRASTRUCTUUR WEST
NETIMPACT– OPLOSSINGEN NETINFRASTRUCTUUR CENTRAAL
Netinfrastructuur West • TS station Oudenrijn en MS stations Honthorst Woerden, IJsselstein, Jutphaas, Lopik, Montfoort. Oudenrijn en Vreeswijk. • Het MS station Woerden-Oost is een potentieel nieuw station dat is ingetekend in het Stedin masterplan. Er wordt al wel onderzocht wat de ruimtelijke inpasbaarheid is qua locatie in de regio, maar er is nog geen opdracht verstrekt voor realisatie. De kosten, ruimte en tijd zijn niet meegenomen in de totalen. Algemene bevindingen • In dit Stedin netinfrastructuur gebied is 81,2MWp wind en 369,4MWp zon op land opgegeven in zoekgebieden in de nabijheid van deze stations.
Netinfrastructuur Centraal • TS stations Nieuwegein, Utrecht Lage Weide, Utrecht Merwedekanaal • MS stations Nieuwgein, Utrecht Blauwkapelseweg, Jaarbeurs TR1, Utrecht Kernweg, Utrecht Leidseveer, Utrecht Merwedekanaal, Utrecht Overvecht, Utrecht Zuid TR2. In onderstaande tabel zijn uitsluitend de stations opgenomen waarvoor opwek is opgegeven. • Let op: de TS en MS stations Oudenrijn zijn vanuit de indeling van de netinfrastructuur toegewezen aan infrastructuurgebied West Algemene bevindingen • In dit Stedin netinfrastructuur gebied is 3MWp wind en 74,6MWp zon op land opgegeven in zoekgebieden in de nabijheid van deze stations. •
Uitbreidingen (zie volgende pagina voor TS station Oudenrijn) Stations • Voor MS stations IJsselstein en Jutphaas zijn op basis van de opgegeven opwek geen additionele investeringen nodig. Op dit moment zijn er nog vrije velden beschikbaar voor deze aansluitingen. • Voor MS station Lopik is nog geen beeld over opwek voor zon-op-land en wind beschikbaar. • Voor MS stations Honthorst Woerden en Montfoort kan de geplande opwek meeliften op de reeds geplande vervangingsinvestering. Hiertoe moeten wel extra velden gecreëerd worden. • Voor MS station Vreeswijk moeten velden uitgebreid worden om de opwek aan te kunnen sluiten. Knelpunt
Type knelpunt
Oorzaak
Netbelasting opwek (MW)
Velden
3,2MW wind en 2,6MW zon
Zon (MW)
Zon (MWp)
Wind (MWp)
3,2
Technische oplossing en handelingsperspectief
Potentiële haalbaarheid voor 2030
Opgenomen in IP 2020
Aantal Assets
Kosten M€
R
2 velden
4,6
MS
Honthorst Woerden
Beide
2,7
3,8
Velden uitbreiden.
R
MS
IJsselstein
Geen
18,4MW zon
18,4
26,3
Aansluiten op vrije velden.
R
MS
Jutphaas
Geen
17,5MW zon
17,5
25
Aansluiten op vrije velden.
R
MS
Lopik
Geen
MS
Montfoort
Beide
Velden
9,8MW zon
MS
Oudenrijn 10 kV
Beide
Velden
21MW wind
MS
Vreeswijk
Opwek
Velden
34,4MW zon
MS
Woerden-Oost
Geen
Uitbreidingen Stations • Voor MS station Utrecht Blauwkapelseweg en TS station Utrecht Lage Weide zijn op basis van de opgegeven opwek geen additionele investeringen nodig. Op dit moment zijn er nog vrije velden beschikbaar voor deze aansluitingen. • Voor MS stations Nieuwegein, Oudenrijn en Utrecht Kernweg en TS station Nieuwegein zijn aanpassingen in de installatie en/of additionele velden nodig. Extra - Doorlooptijd m2 - jaren
1-3
Status
Verwachting gereed
Gepland
2022
Geen 9,8
14 21,2
34,4
49,2
Vervangen 10kV installatie en transformatoren. Velden uitbreiden.
R
R
1 veld
Vervangen 10kV installatie. Velden uitbreiden.
R
R
Velden uitbreiden.
R
S
12
0
5
Gepland
2023
2 velden
17
2.500
3 velden
0,6
0
2-3
Gepland
2023
1-2
Netimpact analyse RES 1.0
Nieuw station
50
5.000
7-10
Gesprekken over grondoptie gestart
25
Opgenomen in IP 2020
Aantal Assets
Kosten M€
Status
Verwachting gereed
26,7
Nieuwe MS-sectie realiseren. Velden uitbreiden.
R
R
3 velden
3,5
0
2
Gepland
2022
11,1
15,8
15MW vanaf Utrecht Science Park. Velden uitbreiden.
R
S
1 veld
1,5
0
1-2
3MW wind en 3,7MW zon
Netimpact analyse RES 1.0
3,7
5,3
Aansluiten op vrije velden.
R
3,3MW zon
3,3
4,7
Aansluiten op vrije velden.
R
15,5MW zon
15,5
22,1
Aansluiten op vrije velden.
R
Type knelpunt
Oorzaak
Netbelasting opwek (MW)
Zon (MW)
Zon (MWp)
MS
Nieuwegein 10kV
Beide
Velden
18,7MW zon
18,7
TS
Nieuwegein 50kV
Opwek
Velden
11,1MW zon
MS
Utrecht Blauwkapelseweg
Geen
MS
Utrecht Kernweg
Geen
TS
Utrecht Lage Weide 50 kV
Geen
Wind (MWp)
3
Extra - Doorlooptijd m2 - jaren
INDICATIE NETIMPACT – HAALBAARHEID RES1.0 SCENARIO
Algemene bevindingen TS station Oudenrijn (50kV) • In het RES1.0 scenario is 57MWp wind en 251MWp zon opgegeven die op TS station Oudenrijn wordt aangesloten. Dit omvat zowel het nieuwe Energielandschap Rijnenburg als opwek in de buurt van Reijerscop. Dit overschrijdt de beschikbare netcapaciteit van TS station Oudenrijn waardoor netinvesteringen noodzakelijk zijn. • De MS stations Oudenrijn (10kV), Jutphaas, Montfoort, Lopik en IJsselstein zijn als TS/MS-stations (onderstations) aangesloten op het TS station Oudenrijn (50kV). Dat betekent dat ook de capaciteit van deze stations afhankelijk is van de beschikbare TS capaciteit. Op het TS station moet ‘vrije ruimte’ gereserveerd blijven om ook aan de onderliggende MS stations opwek te kunnen toevoegen. • Regionale samenwerking van gemeenten die gebruikmaken van dit deelnet is een vereiste. • Naar verwachting omvat het RES1.0 scenario nog niet de volledige opgave voor opwek op al deze stations, waardoor het knelpunt waarschijnlijk nog groter wordt. • Vanuit de planvorming van de energietransitie is het van belang om een integraal beeld te vormen van de regionale ontwikkeling van het energiesysteem. Ook op dit knelpunt is het van belang om niet alleen naar opwek te kijken, maar ook naar de warmtetransitie (met name de elektrificatie van warmtevoorzieningen en de elektrificatie van warmtebronnen).
• De benodigde netinvesteringen zijn weliswaar opgenomen (als prognose) in de investeringsplannen van Stedin en TenneT maar de besluitvorming is nog afhankelijk van (1) de regionale plan- en besluitvorming en (2) de ruimtelijke inpasbaarheid van de extra netinfrastructuur. De geplande verwachting gereed is daarom op dit moment onbekend.
Globale nettoets december 2020 Stedin heeft in december 2020 een globale nettoets uitgevoerd op de contouren van potentiële zoekgebieden zoals die toen in beeld waren. Hieruit zijn 3 potentiële knelpunten naar boven gekomen die nog altijd geldig zijn: • Voor TS station Oudenrijn is op basis van het RES1.0 scenario een groot knelpunt vastgesteld. • Voor de regio Kromme Rijn zal de vraag het aanbod naar verwachting gaan overstijgen zodra het RES bod verder wordt uitgewerkt. • Voor MS en TS station Breukelen gaan waarschijnlijk ook knelpunten vastgesteld worden zodra De Ronde Venen haar opgave toevoegt aan de opgave van Stichtse Vecht.
Netvlak
TS
|
Potentiële haalbaarheid voor 2030
Knelpunt
NETIMPACT– OPLOSSINGEN NETINFRASTRUCTUUR WEST
Aanbevelingen t.a.v. haalbaarheid RES1.0 scenario • Doordat gemeenten in het RES-proces hun potentiële zoekgebieden en de samenstelling ervan met zon-op-land en wind stapsgewijs opbouwen is het moment van aanlevering van het RES1.0 scenario slechts een momentopname in het voortgaande RES-proces. • Niet alle gemeenten hebben in deze fase van het RES-proces een (volledige) opgave kunnen doen. • Stedin heeft in het afgelopen jaar regelmatig een kwalitatieve nettoets uitgevoerd op de inpasbaarheid van opwek in globale zoekgebieden en is graag bereid dat te blijven doen waar zinvol. • Stedin biedt aan om na vaststelling van het definitieve RES1.0 bod van de U16 in Q4 2021 opnieuw een netimpactanalyse uit te voeren als de opgave significant afwijkt van het voorliggende RES1.0 scenario. Daarmee kan de haalbaarheid herijkt worden en een nadere uitwerking ondersteunen in een uitvoeringsprogramma.
Uitbreidingen – TS station Oudenrijn (50kV) • Het TS station Oudenrijn beschikt nog over capaciteit om opwek aan te sluiten tot opgeteld een vermogen van 100-130MW. (De benodigde capaciteit voor Energielandschap Rijnenburg is hierop nog niet in mindering gebracht) • Stedin heeft in de investeringsplanning uitbreidingen opgenomen die, afhankelijk van de besluitvorming (concreetheid en zekerheid) van regionale ontwikkelingen, gerealiseerd gaan worden. • Vervangen van de bestaande 50kV installatie, waardoor de 2 bestaande transformatoren beiden ten volle benut kunnen worden. Dit leidt tot een verdubbeling van de netcapaciteit: van 100-130 MW naar 200-260 MW. • In een volgende stap kan een extra transformator toegevoegd worden, waardoor de netcapaciteit verder toeneemt met 100MW. Voor deze stap is extra ruimte nodig en is een nieuw volwaardig TenneT 150kV station nodig. Stedin en TenneT trekken gezamenlijk op in de ruimtelijke procedures en het vinden van een nieuwe locatie. Om een 3e transformator aan te kunnen sluiten is een nieuw 150kV station van TenneT voorwaardelijk. Afhankelijk van de locatiebehoefte van TenneT en de bestemmingsplan mogelijkheden is mogelijk ook een nieuw station voor Stedin nodig. • Om de regionale ontwikkelingen mogelijk te maken is het van belang dat de gemeente(n) samen met Stedin en TenneT onderzoeken welke mogelijkheden er zijn.
Gezien de gebruikelijke doorlooptijden van 5-7 jaar voor Stedin en 7-10 jaar voor TenneT is het zaak hier gezamenlijk nu op door te pakken.
90
Technische oplossing en handelingsperspectief
Netvlak
Knelpunt
Oudenrijn 50 kV
Type knelpunt
Beide
Oorzaak
Netbelasting opwek (MW)
Capaciteit 56,8MW wind en & velden 175,8MW zon
Zon (MW)
175,8
Zon (MWp)
251,1
Wind (MWp)
Technische oplossing en handelingsperspectief
56,8
Stap 1: aansluiten tot maximaal vermogen van één transformator: 100-130MW Stap 2: vervangen 50kV installatie, waardoor 2 transformatoren benut kunnen worden: verdubbeling netcapaciteit (100-130MW extra) Stap 3: toevoegen van 3e transformator t.b.v verdere uitbreiding netcapaciteit (100MW extra)
Potentiële haalbaarheid voor 2030
Opgenomen in IP 2020
R
Aantal Assets
Kosten M€
Extra - Doorlooptijd m2 - jaren
2 velden
1,2
0
R
R
4 velden
17
5.000
5-7
R
R
Trafo
5,5
0
7-10
Status
1-2
27
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
Netvlak
Door de inefficiënte benutting van de netinfrastructuur ontstaan eerder knelpunten in de realisatie van de ambitie dan wanneer er een betere verhouding wordt gevonden. Bovendien verkleint dit de mogelijkheden voor realisatie van opwek ná 2030.
Aanbevelingen t.a.v. haalbaarheid RES1.0 scenario (vervolg) De opgave voor grootschalig zon op dak van 0,19TWh (=pijplijn+ambitie) omvat in voorliggend RES1.0 scenario 144MW (=206MWp), met een concentratie in 37 CBS-buurten die gezamenlijk 50% van deze ambitie omvatten (bedrijventerreinen). • Parallel aan deze netimpactanalyse heeft Stedin medio maart 2021 inzicht geboden welk deel van het dakpotentieel gefaciliteerd kan worden met de bestaande Stedin netinfrastructuur in MS-ringen: plusminus 400MW (=573MWp) met een produktie van 0,54TWh. Dit zal in de praktijk niet volledig benut gaan worden door factoren als dakconstructies, rentabiliteit van business cases en de bereidheid van dakeigenaren. • In vervolg hierop wil Stedin graag meedenken met welke gemeentelijke stimuleringsmaatregelen op welke plekken een investering in de MS-ringen potentieel het meeste winst kan opleveren in termen van op te wekken vermogen uit zon-op-dak.
•
•
Ten bate van een efficiënte uitvoering van werkzaamheden, ter voorkoming van additionele kosten en ter vermijding van desinvesteringen, is het van belang om de plannen van diverse energietransitie thema’s te combineren, zodat helder wordt welke wijzigingen wanneer in de lagere netvlakken nodig zijn. Dit voorkomt dat op dezelfde locaties bij herhaling de grond open moet voor additionele netaanpassingen. Dit kan in een uitvoeringsprogramma samengebracht worden.
Verwachting gereed
1-2
26
28
|
91
AANBEVELINGEN SYSTEEM EFFICIËNTIE
BELANG VAN HET TOTAALBEELD: ÉÉN ENERGIESYSTEEM
Belang van systeem efficiëntie De elektriciteits- en gasnetten zijn door de energietransitie ingrijpend aan het veranderen. Om alle ontwikkelingen als gevolg van de energietransitie te faciliteren en betaalbaar te houden, is het noodzakelijk om naar het totale energiesysteem te kijken. Door de systeem efficiëntie te verbeteren, wordt de gemiddelde benutting van het net verbeterd, en wordt de betaalbaarheid van de energietransitie vergroot. Er zijn verschillende factoren waarmee bijgedragen kan worden aan systeem efficiëntie. Voor meer informatie zie ook de factsheet systeem efficiëntie van Netbeheer Nederland*. Zon/wind verhouding 50-50 voor opwek
Verbetering mogelijk
Om de capaciteit van de stations en verbindingen goed te benutten, is een 50-50 verhouding tussen zon/wind in opgesteld vermogen ideaal. De opgave bevat 84% zon (1122MWp) en 16% wind (211MWp) en is daardoor zeer scheef, waardoor sneller technische knelpunten ontstaan. Vanuit maatschappelijke kosten is het van belang om deze beter in balans te brengen. Door de omvang van wind te verhogen van 211MWp naar 421MWp (+210MWp) en die van zon te verlagen van 1122MWp naar 421MWp (-700MWp) wordt de verhouding in evenwicht gebracht met eenzelfde opbrengst: 1,67TWh. De behoefte aan netcapaciteit voor opwek is daarmee 490MWp lager.
Verbetering mogelijk
De spreiding van initiatieven is vooralsnog niet evenwichtig verdeeld over de regio. Dit kan veroorzaakt zijn door de actuele samenstelling van het RES1.0 scenario dat slechts een momentopname is in het RES proces en nog aangevuld zal gaan worden. Los daarvan lijkt er goed rekening gehouden te worden met de locaties van de zoekgebieden en de afstand tot de bestaande netinfrastructuur. Bij de verdere uitwerking van zoekgebieden zal dit duidelijk worden.
Clustering van opwek
Verbetering mogelijk
Het clusteren van opwek geeft voordelen als efficiëntere benutting en lagere maatschappelijke kosten. In het RES 1.0 scenario is sprake van een grote mate van versnippering van opweklocaties. Ook de aansluitingen op het netvlak TS kunnen kleiner zijn dan opgegeven als in de betreffende zoekgebieden deze niet zijn geconcentreerd op één locatie. Bij de verdere uitwerking van zoekgebieden zal dit duidelijk worden.
Vraag en aanbod lokaal matchen
Om het transport van energie te beperken is het slim om energie op te wekken dichtbij de locatie waar het gebruikt gaat worden, of daar waar er veel wordt opgewekt nieuwe afname te plaatsen. In het RES 1.0 scenario lijkt vraag en aanbod redelijk te matchen aangezien de Redelijke match zon en windparken voorzien zijn in de meer stedelijke gebieden van de regio. Echter, de opgave van enkele gemeenten in een minder stedelijke omgeving ontbreken mogelijk nog.
Overig: Cable pooling, curtailment, etc.
Verbetering mogelijk
Benutting van het bestaande net
Verschillende programma’s RES, NAL, TVW, CES en PEH zullen integraal moeten worden bekeken voor een krachtig regionaal plan. Sectorale ontwikkelingen Voor de RES is het slim om alle sectorale ontwikkelingen goed in beeld te hebben, omdat ze grote invloed kunnen hebben op de energie-infractructuur. Industrie Elektrificatie speelt een belangrijke rol bij het realiseren van duurzaamheidsambities binnen de industrie. Ook kan de industrie een bron zijn van restwarmte of kan de industrie een rol spelen in de levering van duurzame gassen (bijvoorbeeld de productie van biogas). Hiervoor dient in veel gevallen nieuwe infrastructuur gerealiseerd te worden. De grote industrieclusters werken aan CESsen: cluster energie strategieën. Hierin wordt beschreven wat de energiebehoefte van een cluster is, wat de investeringen van de industrie en wat de CO2 reductie bijdrage van een CES kan zijn. Aansluiting tussen RES en CES wordt door de desbetreffende regio geborgd.
Er zijn meerdere manieren om het energiesysteem nog beter de benutten. We nodigen de regio nadrukkelijk uit om in de komende jaren samen intensief te zoeken, samen met marktpartijen, naar de lokale inpassing van innovatie- en flex-oplossingen om de netimpact van de energietransitie te beperken. Denk bijvoorbeeld aan koppelen opwek-verbruik, cable pooling wind/zon en opslag.
* https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Factsheet_Systeemefficientie_185.pdf
Mobiliteit In het regeerakkoord en het Klimaatakkoord staat dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto's emissieloos moeten zijn. Volgens prognoses die voortkomen uit het Klimaatakkoord is in 2030 de laadbehoefte van elektrische personenauto's 7.100 gigawattuur (GWh). Om aan deze laadbehoefte te voldoen zijn landelijk naar schatting 1,2 miljoen laadpunten nodig Landbouw Ontwikkelingen in de agrarische sector met veel impact op het elektriciteitsnet zijn zon op (stal)dak en zonneweides op landbouwgronden. Binnen de glastuinbouw zijn twee thema's relevant: verduurzaming (elektrificatie d.m.v. warmtepompen) en intensivering (meer belichting voor hogere opbrengst). Ook is de opwek van groengas een belangrijk thema voor de landbouwsector. Gebouwde omgeving De impact van keuzes voor warmteoplossingen voor de gebouwde omgeving op de elektriciteits- en gasinfrastructuur is groot. Verzwaringen van het elektriciteitsnet betekent ook dat er ruimte voor nieuwe middenspanning en laagspanning stations nodig is in de wijken. Aangeraden wordt om bij de verdere uitwerking van de Transitievisies Warmte en Wijkuitvoeringsplannen de impact op het elektriciteits- en gasnet en de openbare ruimte goed mee te nemen.
29
31
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
Integraal systeem Door de energietransitie maakt het energiesysteem een verandering door. Waar vroeger de vraag naar energie de infrastructuur bepaalde, zal nu het decentrale aanbod haar stempel gaan drukken. Het net wordt een multifunctionele verbinder waarin de elektriciteit-, warmte- en gasinfrastructuur steeds meer met elkaar verbonden zal zijn. Een integraal energiesysteem vraagt ook om een integrale planning en ontwikkeling met een kijk naar 2030 en 2050. Het opstellen van een integrale visie is daarom erg belangrijk om tijdig aan het werk te kunnen met de nieuwe infrastructuur. Zo worden regionale RES-plannen uiteindelijk verbonden in een integrale landelijke RES en kunnen er optimalisaties worden uitgevoerd op nationaal niveau.
AFKORTINGEN, EENHEDEN EN TERMINOLOGIE
6. BIJLAGEN
Afkorting netvlak
Toelichting
LS
Laagspanning. Netvlak dat huizen verbindt met transformatorhuisjes in de buurt. <1 kV
MS
Middenspanning. Netvlak tussen de transformatorhuisjes in de buurt tot aan stations met middenspanning. 1 – 25 kV
TS
HS
30
92
|
Tussenspanning. Netvlak tussen TS en HS stations van TenneT met spanningsniveaus 25 – 66 kV
Eenheden
Toelichting
kV
Kilo Volt - eenheid van spanning
Terminologie
Betekenis
Netvlak
Elektriciteitsnet met een vergelijkbaar spanningsniveau.
Transformator
MVA
Mega Volt Ampere – Nagenoeg gelijk aan Mega Watt (MW). Eenheid van schijnbaar vermogen
MWp
Mega Watt piek – piekvermogen van een installatie. Bij opwekinstallaties voor grootschalige opwek wordt de omvormer zo ingesteld dat het aansluitvermogen (MW) op het elektriciteitsnet 70% van het piekvermogen (MWp) bedraagt.
Hoogspanning. Het landelijke transportnet beheerd door TenneT. ≥ 110 kV
Apparaat dat de brug slaat tussen twee spanningsniveaus door de electriciteit te transformeren van hoog naar laag voltage (of andersom).
Transformatoren, kabels en/of schakelaars (velden) in stations zijn niet geschikt zijn voor de benodigde stroomsterkte. De oplossing is dan in Knelpunt op capaciteit volgorde van voorkeur: componenten bijplaatsen terplekke, deze componenten uitruilen voor grotere, of een nieuw station bouwen.
Knelpunt op aansluitingen
Gebrek aan vrije schakelaars (velden) om kabels veilig op te monteren. In deze velden zit een schakelaar en kortsluitbeveiliging. De oplossing is dan meer velden aanbouwen of een nieuwe installatie (rij met velden) neerzetten.
Cable pooling
Gecombineerd aansluiten van meerdere ontwikkelaars of systemen op één netaansluiting.
Clustering
Het ruimtelijk bijeen zetten van bijvoorbeeld meerdere windturbines of zonneparken zodat grotere parken ontstaan met een hoger vermogen die minder aansluitingen nodig hebben.
32
| 93
Netimpactanalyse door TenneT
33
In de zomer van 2020 heeft TenneT de netimpact bepaald van alle concept-RES-sen, waarvan de regionale netbeheerders tot die tijd één of meer doorrekeningen hadden gedaan. De impactbepaling is uitgevoerd per hoogspanningsdeelnet. Dit is een deel van de 110/150kV-netten, dat qua bedrijfsvoering als een aparte entiteit kan worden beschouwd en dat geografisch meestal één of soms twee of drie provincies omvat.
•
De regionale netbeheerders hebben aan TenneT de gegevens ter beschikking gesteld, die zij hebben ontvangen van de betreffende RES-regio’s.
•
Als de RES-regio aan de regionale netbeheerder had gevraagd om meer dan één scenario door te rekenen, heeft de regionale netbeheerder de gegevens aan TenneT overlegd, die conform het uiteindelijke concept-RES-scenario waren of daar zo dicht mogelijk bij in de buurt lagen.
•
TenneT heeft de ontvangen gegevens vergeleken met de uitgangspunten voor het Investeringsplan Net op land 2020-2029 (hierna: IP2020), dat TenneT op 1 oktober 2020 heeft gepubliceerd. In dit IP is niet uitsluitend rekening gehouden met de ontwikkeling van duurzame opwek op land, maar óók met verwachte ontwikkelingen op het gebied van wind op zee, industrie en mobiliteit. Daar waar de concept-RES-gegevens daar aanleiding toe gaven zijn aanvullende berekeningen gedaan.
•
De uitkomsten van de analyses van de regionale netbeheerders en TenneT sluiten soms niet naadloos op elkaar aan. Hierover is nog nadere afstemming nodig tussen de netbeheerders.
•
In deze rapportage wordt eerst ingegaan op de projecten, die in het IP2020 zijn opgenomen. Dit zijn projecten, die in de realisatiefase zijn, dan wel in de basisontwerpfase, dan wel in de studiefase. Daarna wordt de netimpact van de concept-RES besproken in relatie tot de projecten – en de daaraan ten grondslag liggende voorziene knelpunten in het net – uit het IP2020.
•
Update april 2021: TenneT heeft in het voorjaar van 2021 nieuwe gegevens ontvangen van de regionale netbeheerders. Dit zijn gegevens van de RES 1.0 scenario’s van de RES’regio’s. TenneT heeft deze cijfers vergeleken met de gegevens uit de conceptRES scenario’s en heeft voor de onderhavige RES-regio geconstateerd, dat de veranderingen in de data tot wezenlijke verandering leiden van de voorziene impact op het hoogspanningsnet. TenneT constateert dat als de optelsom van alle initiatieven in het RES programma blijven staan de haalbaarheid (alles vóór 2030) en maakbaarheid (arbeid) een probleem kan worden. In deze fase van het RES proces is dat nog niet uit te sluiten. C1 - Publieke Informatie
Oktober 2020
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
35
•
Belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 150 kV-deelnet Flevoland-Gelderland-Utrecht 63
65
12 81
80 73
83 45
Netimpactanalyse concept-RES'en 150 kV-deelnet Flevoland-Gelderland-Utrecht
13
94
|
76 79
69
65
65
63
32
68 71 65
66 62 70
C1 - Publieke Informatie
31
74
TenneT TSO Oktober 2020 Oktober 2020
18
82
36
Oktober 2020
29
67 Studie Basisontwerp Realisatie
Specificatie projecten: zie volgende pagina’s
C1 - Publieke Informatie
| 95
Specificatie belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 150 kV-deelnet Flevoland-Gelderland-Utrecht
Specificatie belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 150 kV-deelnet Flevoland-Gelderland-Utrecht
380 kV-projecten: 12
Opwaarderen transportcapaciteit 380 kV-verbinding Ens-Lelystad naar 2 x 2.635 MVA.
13
Opwaarderen transportcapaciteit 380 kV-verbinding Diemen-Lelystad naar 2 x 2.635 MVA.
18
Studie naar capaciteitsuitbreiding verbinding Diemen-Lelystad met extra circuit.
29
31
32
45
65
37
Studie naar realisatie nieuw 380kV-station Wijchen om groei duurzame opwekking in Gelderland en NoordOost Brabant te faciliteren. Studie naar opwaardering transportcapaciteit 380kV-verbinding Doetinchem-Hengelo naar 2 x 2.635 MVA. Studie naar opwaardering transportcapaciteit 380 kV-verbinding Dodewaard-Doetinchem naar 2 x 2.635 MVA. Uitvoeren van een studie naar een nieuw 380/150 kV-station Almere waarmee een deelgebied (pocket) kan worden gerealiseerd voor het faciliteren van grootschalige datacenters en duurzame opwek in Almere en Zeewolde.
C1 - Publieke Informatie
39
Specificatie belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 150 kV-deelnet Flevoland-Gelderland-Utrecht
63
66 67 68
69
70 71
38
74
Uitvoeren van een studie naar een nieuw 150 kV-station bij Harselaar.
76
Uitvoeren van een studie naar een nieuw 150 kV-kabelcircuit naar Almere.
79
Als gevolg van een aanvraag van een windpark en Liander het uitbreiden van de 150 kV-installatie Zeewolde.
80
Als gevolg van een aanvraag van een windpark en Liander het uitbreiden van de 150 kV-installatie Lelystad.
81
Als gevolg van een aanvraag van Liander het uitbreiden van de 150 kV-installatie Dronten.
82
Als gevolg van een aanvraag van Liander het uitbreiden van de 150 kV-installatie Almere.
83
Uitvoeren van een studie naar een nieuw 150 kV-station in de omgeving van vliegveld Lelystad.
Uitvoeren van een studie naar de daadwerkelijke opsplitsing van het 150 kV-net in Flevoland, Gelderland en Utrecht in deelgebieden (pockets). Hiervoor zijn uitbreidingen op en/of nieuwe 380 kV-stations nodig. Oktober 2020
62
Realisatie van nieuw 150 kV-station Dronten Olsterpad.
C1 - Publieke Informatie
C1 - Publieke Informatie
Netimpact concept-RES 150 kV-deelnet Flevoland-Gelderland-Utrecht Het 150 kV-net in Flevoland/Gelderland/Utrecht wordt – met name door aanpassingen op stations – volgens de huidige inzichten opgesplitst in zes zogenoemde pockets. Dit zijn relatief kleine deelnetten met ieder een aansluiting op het 380 kV-net, zodat opgewekte stroom die niet in dezelfde regio wordt gebruikt snel kan worden afgevoerd naar en via het 380 kV-net. In Flevoland (of meer specifiek in de Flevopolders) gaat het om twee pockets: één achter het uit te breiden 380/150 kV-station Lelystad en één achter het nieuw te realiseren 380/150 kV-station bij Almere. Het 150 kV-net in de Gelderland wordt opgesplitst in drie pockets: één achter het uit te breiden 380/150 kV-station Doetinchem, één achter het uit te breiden 380/150 kV-station Dodewaard en één achter het nieuw te realiseren 380/150 kV-station omgeving Wijchen. Het 150 kV-net in Utrecht komt als pocket achter het uit te breiden 380/150 kV-station BreukelenKortrijk.
150 kV-projecten: Aanleg van een nieuw 150 kV-kabelcircuit tussen Zaltbommel en opstijgpunt Wamel (richting Druten). Eerste fase richting opsplitsing van net 150 kV-net in Flevoland, Gelderland en Utrecht in deelgebieden (pockets). Hiervoor worden twee dwarsregeltransformatoren in Utrecht Lage Weide geplaatst en een derde 380/150 kV-transformator in 380 kVstation Lelystad. Uitvoeren van een studie naar de versterking van het 150 kV-net in het Rivierenland (o.a. Tiel, Zaltbommel en Culemborg). Uitvoeren van een studie naar de versterking van het 150 kV-net in de Achterhoek (o.a. Doetinchem, Winterswijk en Lochem). Uitvoeren van een studie naar een nieuw 150 kV-station bij Oudenrijn inclusief verhoging transportcapaciteit van de 150 kVverbinding tussen Utrecht Lage Weide en nieuw 150 kV-station Oudenrijn. Uitvoeren van een studie naar de vervanging 150 kV-kabelverbinding tussen Utrecht Lage Weide - opstijgpunt Gageldijk (richting Soest). Uitvoeren van een studie naar de plaatsing van twee 150/20 kV-transformatoren van Liander bij Zuilichem en twee 150 kVcircuits tussen Zuilichem en Zaltbommel. Realiseren van een nieuw 150 kV-station bij Oosterhout (Nijmegen Noord) voor het aansluiten van transformatoren van Liander.
Oktober 2020
Oktober 2020
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
150 kV-projecten (vervolg): 73
De concept-RES-opgave voor Flevoland-Gelderland-Utrecht* is in totaal groter dan waar rekening mee is gehouden in IP2020. Dit wordt met name veroorzaakt door een significant grotere opgave van grootschalig zon-PV opwek in de provincie Gelderland. Hierdoor wordt de nut en noodzaak voor het opsplitsen van het FGU- net in pockets nogmaals bevestigd. Naast het realiseren van de pockets zijn naar verwachting extra 150 kV-netinvesteringen noodzakelijk, in het gebied tussen Dodewaard, Renkum, Arnhem en Nijmegen. Samen met Liander zal nader moeten worden bestudeerd of dit leidt tot extra 150kV-stations en/of – verbindingen binnen de voorziene pockets Dodewaard en Wijchen en/of tot investeringen in het net van Liander. De knelpunten in Flevoland-Gelderland-Utrecht worden nu voornamelijk veroorzaakt door de ontwikkeling van duurzame opwek (zon-PV en wind). De projecten die reeds zijn geïnitieerd zijn in ieder geval noodzakelijk om de (concept-)RES-opgave te kunnen faciliteren. Mede doordat de uitkomsten van het overleg met Liander over eventuele aanvullende investeringen nog niet bekend zijn, is het nog onzeker of de hele (concept)-RES-opgave vóór 2030 door TenneT kan worden gefaciliteerd.
Tot het moment dat de benodigde netuitbreidingen gereed zijn bestaat de mogelijkheid dat er niet in alle gevallen voldoende transportcapaciteit beschikbaar is om het duurzaam opgewekte vermogen te kunnen transporteren naar de eindgebruikers. Beperking van de netimpact is mogelijk door grootschalige opwek te concentreren, bij voorkeur in nabijheid van de koppelstations. In algemene zin wordt aanbevolen om toename en locatie van duurzame opwek enerzijds en het beschikbaar zijn en komen van netcapaciteit anderzijds goed op elkaar af te stemmen. Waarbij het combineren van duurzame opwek en belasting (gebruik) ook wenselijk is. 40
* Het 110 kV-net in de Noordoostpolder wordt beschreven bij de behandeling van het 110 kV-deelnet Overijssel-Noordoostpolder. * Vanuit RES-regio U16 zijn geen opgaven ontvangen. Hiervoor zijn de IP prognoses van Stedin gehanteerd.
Oktober 2020
C1 - Publieke Informatie
.
96
|
|
97
Disclaimer Deze powerpoint wordt u aangeboden door TenneT TSO B.V. (“TenneT”). De inhoud ervan - alle teksten, beelden en geluiden - is beschermd op grond van de auteurswet. Van de inhoud van deze powerpoint mag niets worden gekopieerd, tenzij daartoe expliciet door TenneT mogelijkheden worden geboden en aan de inhoud mag niets worden veranderd. TenneT zet zich in voor een juiste en actuele informatieverstrekking, maar geeft ter zake geen garanties voor juistheid, nauwkeurigheid en volledigheid.
TenneT aanvaardt geen aansprakelijkheid voor (vermeende) schade, voortvloeiend uit deze powerpoint, noch voor de gevolgen van activiteiten die worden ondernomen op basis van gegevens en informatie op deze powerpoint.
Oktober 2020
C1 - Publieke Informatie
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
RES 1.0 | Regio U16 | Netimpactanalyse
41
98
|
| 99
Bijlage 10 : PBL analyse en monitor In de Monitor Concept RES (februari 2021) doet het PBL op basis van hun analyse van de 30 conceptRES’en een aantal aanbevelingen voor het behalen van de ambitie: g. Leer van elkaar h. Houd de afstemming actief met andere bestuurlijke lagen en belangen i. Organiseer burgerparticipatie j. Kijk integraal naar het gas-, elektriciteit-, en warmtenetwerk k. Houd voor het netwerk rekening met zowel een lage als een hoge realisatie van het totaal bod l. Geef bij nadere uitwerking een scherpere omschrijving van de rol van de RSW m. Verbeter de gegevensbasis voor de monitoring van de kwantitatieve biedingen De partners in de regio hebben zich ingespannen om deze aanbevelingen op te pakken en zullen hier ook in het vervolgproces aandacht aan blijven besteden.
RES 1.0 | Regio U16 | PBL analyse en monitor
100
|
• PBL hanteert afslagpercentages voor zon- en windprojecten die vervolgens worden toegepast op het aantal TWh in de landelijke pijplijn. • In de regio gebruiken we deze percentages niet, maar geven we exact weer welke projecten er doorgaan. Bij windenergie geldt dit als de vergunning is verleend, bij zonne-projecten als de bouw in voorbereiding is. Hiermee voorkomen we dat we met een inschatting van af te vallen projecten moeten werken. De regio wordt graag betrokken bij ontwikkelingen die een meer eenduidige en vergelijkbare presentatie van gegevens over opwek en pijplijn bevorderen. PBL zegt zelf het volgende over monitoring. Het PBL kiest voor een eenvoudige aanpak om de elektriciteitsproductie af te leiden op basis van de regiobiedingen, de beschikbare gegevens van het huidige opgestelde vermogen en van het vermogen waar SDE-beschikkingen voor zijn verleend. Deze aanpak die in dit stuk verder wordt uitgewerkt zal naar verwachting een conservatieve schatting geven van de elektriciteitsproductie in 2030. De eenvoudige aanpak maakt interpretatie van het totaal van de verschillende regiobiedingen overzichtelijker. Een eenvoudige aanpak heeft als gevolg dat de kans bestaat dat de schatting van de elektriciteitsproductie voor 2030 wordt onderschat of overschat.
De mate waarin de schatting van de elektriciteitsproductie hoger of misschien ook lager zou kunnen zijn door verschillende factoren die niet zijn verdisconteerd in de berekeningen zal in de Monitor van de conceptRES worden uitgewerkt. Inzichten over een mogelijk lagere of juist hogere elektriciteitsproductie zijn uiteraard van belang bij het perspectief op het bereiken van het 35 TWh-doel en gevolgen voor het netwerk. Bron, vanaf pagina 19.
RES 1.0 | Regio U16 | PBL analyse en monitor
• Zo wordt regelmatig contact gezocht met andere regio’s om leerervaringen uit te wisselen. Soms direct en soms via het NP RES. Dit doen we om te onderzoeken wat andere regio’s voor kennis en ervaring hebben wat betreft toepassingen rondom netwerk, ruimtegebruik, organisatievormen en draagvlak. • Er is regelmatig zowel ambtelijk als bestuurlijk afstemming gezocht met andere bestuurslagen. Bijvoorbeeld over zoekgebieden die bovenlokaal of regio-overstijgend zijn, dan wel over zoekgebieden waarbij partijen als Rijkswaterstaat een rol spelen. Ook in de periode na de RES 1.0 blijft dit van belang. • Betrokkenheid van inwoners bij de totstandkoming van de zoekgebieden is door de gemeenten individueel opgepakt en uitgevoerd. Ook voor de vervolgfase richting gemeentelijk beleid en ruimtelijke procedures zal dit het geval zijn. De regio heeft met veel interesse kennisgenomen van het advies Betrokken bij klimaat van de commissie Brenninkmeijer en beraadt zich op welke wijze de aanbevelingen in het vervolg kunnen worden toegepast. Zie ook hoofdstuk 6 voor informatie hierover. • De afgelopen periode heeft Stedin ons eerste inzichten geboden in de effecten van onze keuzes in de RES en vanuit andere sectoren op de totale infrastructuur. Nu de plannen van alle regio’s openbaar worden, moet zeker ook bovenregionaal worden gekeken wat de effecten van onze plannen precies zijn.
Dit is dus een blijvend aandachtspunt. • De huidige onzekerheid rondom de RES vraagt om voorbereiding op diverse scenario’s. Gezien de grootte van de bandbreedte van mogelijke realisaties van de RES’en zullen alle partijen, maar vooral Rijk en netbeheerders, ook rekening moeten houden met een aanzienlijk hogere hernieuwbare elektriciteitsproductie dan 35 TWh met een groot aandeel zonnestroom. Die doen wij als regio ook. • In onze RES 1.0 hebben we een grote slag gemaakt in de concretisering van de RSW. We hebben een uitvoerige analyse van de huidige situatie inde U16 opgenomen, diverse resultaten gepresenteerd en we laten zien hoe de samenhang tussen de TVW, de WUP’s en de RSW er nu en in de toekomt uitziet. • PBL adviseert ook de gegevensbasis voor monitoring van kwantitatieve ambitie te verbeteren. In onderstaande paragraaf hebben we uitgewerkt hoe we hier mee om zijn gegaan.
Monitoring RES U16 Onze regio heeft een eerste stap gezet, met het ontwikkelen van een regionale monitor waarmee de concrete voortgang van projecten wordt bijgehouden. Terecht constateert het PBL dat er verschillen zijn in de manier waarop regio’s hun aanbiedingen onderbouwen. Ook de kwantitatieve data van onze regio verschilt op onderdelen van de gegevens van het PBL. Dit heeft onder meer te maken met verschillende aannames over opbrengst van energiebronnen en de actualiteit van de beschikbare gegevens. Ook hanteren we een andere methode dan het PBL bij het inschatten van de kansrijkheid van pijplijnprojecten.
| 101
Bijlage 11 : Infographics participatie U16 OVERZICHT PARTICIPATIE VAN GEMEENTEN IN DE RES
RES-REGIO U16
STICHTSE VECHT
PEILDATUM MAART 2021*
Doel participatieproces
RES-regio U16 tijdlijn
Klik op de gemeenten hieronder om te zien wat er in die gemeente aan bewonersparticipatie heeft plaatsgevonden
Inwoners laten meedenken over beleidskader zon en omgevingsvisie. Toelichting
Jaar
De Ronde Venen
De grootte varieert naar gelang hoeveel bewonersparticipatie er heeft plaatsgevonden per RES-regio
Stichtse Vecht De Bilt
Stichtse Vecht heeft een beleidskader voor zon vastgesteld in 2020. De participatie voor het beleidskader zon is gecombineerd met de participatie voor de RES. Daarom is deze informatie ook meegenomen in dit overzicht.
Participatiemethoden
Communicatiemiddelen
• Enquête
• Gemeentelijke website
• 3 gespreksavonden in maart
• Lokale en sociale media
2019 over beleidskader Zonnevelden
Woerden
x •
Utrecht
• 4 webinars in december 2020 en januari 2021 over
Ambtelijke samenwerking Oudewater en Woerden
Omgevingsvisie en zonnevelden
Montfoort
x
Oudewater
•
Bunnik
•
2020
• Webinar over energietransitie en zonnevelden 11 maart 2021
Nieuwegein Houten
2019
Utrechtse Heuvelrug
IJsselstein
x•
RES-U16
• Digitale bijeenkomst
Zeist
Lopik
• Lokale krant
Terugkoppeling richting Gemeenteraad
Terugkoppeling richting inwoners
• Raadsinformatiebrieven
• Nieuwsbrief en/of lokale media
• Bijpraatmomenten Gemeenteraad
• Digitale inloopavond
• Inhoudelijke brief aan eerder inwoners in november 2020 • Filmpje op gemeentelijke website • Ansichtkaarten over de Omgevingsvisie
Wijk bij Duurstede
•
2021
RES 1.0 | Regio U16 | Infographics participatie U16
Stichtse Vecht
Vijfheerenlanden
RES 1.0 | Regio U16 | Infographics participatie U16
• Brieven in november 2020
betrokken stakeholders en
Kromme Rijngemeenten Lopikerwaardgemeenten
•
Peildatum 16-03-2021 * De peildatum kan verschillend zijn per gemeente.
TERUG NAAR DE KAART
Dit staat bij iedere gemeente aangegeven.
RES-REGIO U16
RES-REGIO U16
DE RONDE VENEN
DE BILT
Doel participatieproces
Doel participatieproces
Informatie uit de samenleving ophalen om beleidskader zon/wind vast te stellen, en inwoners
Informatie uit samenleving ophalen om beleidskader zon vast te stellen, en inwoners laten
laten meedenken over de zoekgebieden.
meedenken over kansrijke gebieden voor zonne- en windenergie.
Participatiemethoden
Communicatiemiddelen
• Enquête randvoorwaarden Zon & Wind
• Online bijeenkomst met jongeren
• Bijeenkomsten met dorpsraden en wijkvertegenwoordigers
• Straatgesprekken en spreekuren
• Bijeenkomsten met belangengroepen, agrariërs en experts
• Wattnou
• Gesprekken met belangengroepen, agrariërs en experts
• Gemeentelijke website • Online platform Duurzaam De Ronde Venen • Sociale media
Terugkoppeling richting Gemeenteraad
Terugkoppeling richting inwoners
• Voorbereidende raadsbijeenkomsten om de Gemeenteraad te informeren
• Online platform Duurzaam De Ronde Venen
• Nota’s
• Lokale en regionale media
• Nieuwsbrief en/of lokale media • Sociale media • Bijeenkomst over resultaten Zon- en windkaart
• Huis-aan-huis brief • Flyers
• Bijeenkomst over enquêteresultaten
• Chat
• Posters langs de weg
• Digitaal platform Zonenwindkaart.nl
• Video met uitleg over de zoektocht naar geschikte gebieden • Nieuwsbrief
Participatiemethoden • Enquête voor inwonerpanel • 3 stakeholderbijeenkomsten over zonne-energie in januari 2020 • 3 inwonersbijeenkomsten over zon- en windenergie in september 2020 • Stakeholderbijeenkomst over windenergie in december 2020
Communicatiemiddelen • 3 bijeenkomsten voor inwoners en stakeholders over zon- en windenergie in januari/februari 2021 • Enquête over zon- en windenergie in februari/maart 2021 • Wattnou
• Gemeentelijke website • Lokale media waaronder de lokale kranten • Nieuwsbrief over zon- en windenergie’