CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie IJsselstein

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Omgevingsvisie 2021 IJsselstein27.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

1 alinea's met “sluiting”: 328

Binnenstedelijk richten we ons daarom op kwaliteitsverbetering, herstructurering en een geringe verdichting van (delen van) het bestaand stedelijk gebied. 29

We stimuleren het gebruik van deelauto’s en elektrische auto’s onder andere door toename van het aantal laadpunten. Met de provincie en gemeente Utrecht en Nieuwegein onderzoeken we hoe we de reistijd met de tram kunnen versnellen. IJsselstein zet actief in op het mogelijk maken van keuzevrijheid in mobiliteit. Samen met de provincie zorgen we voor goede verbindingen en overstappunten in het OVnetwerk.

Energie en grondstoffen

We zetten in op een hoger gebruik van vervoerwijzen die schoon zijn, bijdragen aan de gezondheid door actieve mobiliteit en relatief weinig ruimte en energie vergen zowel voor het rijden als het parkeren. In de verblijfsgebieden beperken we het doorgaande verkeer (sluipverkeer) en het gemotoriseerd verkeer past zich aan wat betreft de snelheid in verband met de verkeersveiligheid van het langzame verkeer. In het verblijfsgebied is het belangrijk dat kinderen zich veilig kunnen verplaatsen en spelen. Om het lopen te bevorderen in het kader van de gezondheid en vitaliteit (voldoende bewegen) ontwikkelen we een gemeentelijk knooppuntennetwerk van wandelroutes. We willen geen overlast van verkeerslawaai nabij woningen en de luchtkwaliteit goed houden. Op het gebied van de luchtkwaliteit werkt de gemeente IJsselstein samen met de Provincie Utrecht, naar aanleiding van het Schone Lucht Akkoord.

We wekken op dit moment nog maar 6,5% (klimaatmonitor 2018) van onze energiebehoefte duurzaam op. De afgelopen jaren is vooral ingezet op energiebesparing voor zowel elektriciteit als warmte. Om de landelijke en lokale klimaatafspraken te halen is een verdere energiebesparing en een forse toename van het opgesteld vermogen van wind- en zonne-energie nodig. Samen met 15 regiogemeenten bepalen we hoeveel duurzame energie we in 2030 kunnen opwekken. Dit heet de regionale energiestrategie (RES). Als regio denken we in 2030 1,8 TWh (tera wattuur) duurzame elektriciteit per jaar op te kunnen wekken aan energie. Als IJsselstein zetten we tot 2030 in op en bijdrage hieraan van ongeveer 0,05 TWh. Hierbij gaat het alleen om grootschalig zon op dak, zonnevelden en winturbines.

Het verbeteren van het OV kan door van de sneltram een snelle verbinding met Nieuwegein en Utrecht te maken. Dit biedt, samen met de mogelijke ontwikkeling van een transferium en uitbreiding van het busnetwerk, kansen voor de vitaliteit en verdere woningontwikkeling in IJsselstein en een betere verkeersafwikkeling van de N210 op de A2. Door in het zuidelijke buitengebied woningen te ontwikkelen, zit je dicht bij het OVknooppunt IJsselstein Binnenstad (800 meter). Bewoners kunnen bij het knooppunt op de bus en de sneltram stappen. Het is ook goed bereikbaar op de fiets. Voor verdere woningontwikkeling in het zuiden, kan aantakking op het OV gerealiseerd worden door een buslijn naar het zuiden (bijvoorbeeld Vianen Lekbrug) te realiseren.

We kennen een relatief nieuwe woningvoorraad en een relatief grote hoeveelheid platte daken. Daarnaast is er in het buitengebied (planologisch) ruimte voor de opwekking van duurzame energie. Hierdoor hebben we een goede uitgangspositie voor de verdere verduurzaming van onze leefomgeving en klimaatneutraal in 2050 een stap dichterbij te brengen.

Grondstoffen Door de stijging van het aantal consumenten is er wereldwijd een groeiend tekort aan grondstoffen en neemt de druk op het milieu toe. Er zijn simpelweg te weinig ‘wereldbollen’ om aan de vraag te voldoen. Daarom moeten we op een andere manier met onze grondstoffen omgaan: van een lineaire naar een circulaire economie. Daarin bestaat er geen afval meer, maar worden alle producten en grondstoffen op wat voor manier dan ook hergebruikt. Ook in IJsselstein willen we inzetten op een reductie van het grondstoffengebruik en het hergebruiken van zoveel mogelijk grondstoffen. Dit geldt niet alleen voor het afval van inwoners, maar ook van bedrijven. Hierin onderzoeken we ook de mogelijkheden tot circulair bouwen. Circulair bouwen leidt tot reductie van primair grondstoffengebruik. We hebben de ambitie om een schone gemeente te zijn met een prettige en gezonde leefomgeving. Om dit te bereiken willen wij de hoeveelheid restafval zo veel mogelijk reduceren: het doel is in 2050 geen restafval meer, met als tussendoel 100kg restafval per inwoner per jaar in 2025. We focussen op hergebruik en recyclen van producten en grondstoffen, door de inzameling van grondstoffen makkelijker en aantrekkelijker te maken. Dit betekent dat er rekening gehouden moet worden met de ruimtevraag die de afvalinzameling en circulair leven met zich meebrengt.

Op scholen worden leerlingen gestimuleerd afval te scheiden via het programma afvalvrije scholen.

30

Duurzame energie De gemeente IJsselstein is – gezamenlijk met de gemeenten Lopik, Montfoort, Oudewater, Woerden en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden – gekomen tot enkele algemene ruimtelijke uitgangspunten voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit in de regio. Op deze manier willen de gemeenten in de Lopikerwaard ervoor zorgen dat het landschap in de regio zo min mogelijk wordt belast. Het accommoderen van de energietransitie wordt immers gezien als een van de belangrijkste ‘ruimtevragers’ tot 2050.

Naast de algemene ruimtelijke uitgangspunten die gelden voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit in de gemeente, zijn er ruimtelijke uitgangspunten die slechts gelden voor één of enkele landschappelijke zones in de gemeente. Deze gebiedsspecifieke ruimtelijke uitgangspunten zijn opgenomen in het Toets- en afwegingskader duurzame energie, wat nader wordt toegelicht op pagina 75. In dit toets- en afwegingskader worden ook de randvoorwaarden beschreven die in acht moeten worden genomen bij het indienen van een energieproject.

Verzoeken van initiatiefnemers van lokale energieprojecten, worden getoetst op basis van een aantal algemene ruimtelijke uitgangspunten die voornamelijk voortkomen uit de Regionale Omgevingsagenda Lopikerwaard. Het betreft de volgende uitgangspunten: • Windturbines worden zoveel mogelijk in een combinatie van meerdere windturbines opgesteld. De Regionale Omgevingsagenda Lopikerwaard geeft een voorkeur aan een lijnopstelling. • Voor zonnevelden is het van belang dat de structuren in het landschap herkenbaar blijven en worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing. • Zonnepanelen worden in een opstelling geplaatst die ruimte biedt voor een bij het gebied passende bodemkwaliteit • Zonnevelden en windturbines mogen geen disproportionele schade aanrichten aan de aanwezige natuurwaarden in de gemeente. Bij planvorming wort dan ook de Nota Natuurkaart IJsselstein (2016) in acht genomen. • Voor zowel zonnevelden als windturbines is er een opruimplicht na het beëindigen van de activiteit. • Andere ruimtelijke opgaven dienen zoveel mogelijk worden meegenomen in de ontwikkeling van energieprojecten. Zoals beschreven in de Regionale Omgevingsagenda Lopikerwaard, spelen naast de energietransitie ook andere ruimtelijke opgaven in IJsselstein en de Lopikerwaard. Binnen een energieproject kunnen opgaven worden gecombineerd.

Bijvoorbeeld door in de inrichting van een zonneveld rekening te houden met het vergroten van de biodiversiteit.

31

Water en klimaat

We zien dus een grote opgave in het bevorderen van bewustwording en het stimuleren van gedragsverandering ten aanzien van klimaatadaptatie. Samen met 14 gemeenten uit de regio Utrecht Zuidwest, de provincie Utrecht, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en Veiligheidsregio Utrecht is er tevens gewerkt aan een regionale adaptiestrategie (RAS) en het regionale programma 'gevolgbeperking overstromingen'. De RAS is inmiddels vastgesteld. Hierin is opgenomen dat we 2050 een klimaatbestendige en waterrobuuste regio Utrecht Zuidwest hebben, waarbij het gebied en de samenleving zijn aangepast aan de gevolgen van klimaatverandering.

De hoofdstroom van onze gemeente is de Hollandsche IJssel. Het zuiden van de gemeente wordt begrensd door de Lek. Het noordelijke deel van het landelijk gebied is een polder waar met sloten de ontwatering is geregeld.

Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden werkt daarnaast aan het project 'Sterke Lekdijk'. De Lekdijk beschermt een groot deel van Midden- en West-Nederland tegen overstroming. Als de Lekdijk doorbreekt kan een groot deel van de Randstad overstromen, tot Amsterdam aan toe. Daarom wordt de dijk versterkt.

IJsselstein is rijk aan water. De hoofdstroom van onze gemeente is de Hollandsche IJssel, de stad is gevormd langs de rivier en heeft haar naam hieraan te danken. Het zuiden van de gemeente wordt begrensd door de Lek. Het noordelijke deel van het landelijk gebied is een polder waar met sloten de ontwatering is geregeld. Ook in het stedelijk gebied is water een belangrijke structuurdrager, met name rondom de binnenstad en in het zuiden. Water is vaak gecombineerd met groenstructuren en heeft een grote ecologische waarde.

Klimaatverandering is een belangrijke ontwikkeling. We onderscheiden hierin vier effecten: meer droogte, grotere kans op overstromingen, wateroverlast en hittestress. Naast vaker voorkomende droge periodes kan ook in een korte tijd veel regenwater vallen, wat niet direct afgevoerd kan worden en er dus voldoende ruimte voor tijdelijke retentie nodig is. In warmere periodes kan hittestress ontstaan wat negatieve effecten voor de gezondheid tot gevolg kan hebben, met name bij ouderen. Met name in versteende gebieden is dit een risico. Met meer neerslag in Nederland, en buitenland, kan een hogere waterafvoer ontstaan in de Lek waardoor de dijkveiligheid in de toekomst onder druk kan komen te staan. Ook de waterkwaliteit staat onder druk door o.a. medicijnresten en plastic in het water, maar ook doordat door droogte de waterkwaliteit van stilstaand water afneemt. In 2018 hebben we een klimaat-stresstest uit laten voeren, waaruit blijkt dat er in het stedelijk gebied problemen ontstaan als er hevige korte piekbuien over het gebied heen komen. Van grote droogte is (nog) geen sprake. Voor het stedelijk gebied moeten we daarom onderzoeken waar maatregelen gerealiseerd kunnen worden om hemelwater tijdelijk vast te houden of te bergen.

Uit de stresstest blijkt ook dat er enkele gebieden in de gemeente zijn waar snel hitte optreedt, maar dit kan nog sterk verschillen in de praktijk, omdat het lastig is te bepalen waar extreme hitte zich precies bevindt en in welke mate het ontstaat.

32

IJsselstein valt onder het deeltraject Vreeswijk-Jaarsveld. Dit dijkversterkingstraject loopt van Beatrixsluis in Nieuwegein tot aan het dorp Jaarsveld. Dit beslaat een totale lengte van 13 km. De Lekdijk in het gebied is erg groen en een gedeelte van de uiterwaarden maakt deel uit van een Natura 2000-gebied. Bij de dijkversterking wordt gekeken hoe veiligheid kan worden gecombineerd met recreatie, natuur en mobiliteit.

3.7

Landschappelijke ontwikkelingen

In het zuiden wordt de ontwikkeling van het landschapspark Kromme IJssel een belangrijke ontwikkeling. In het noorden wordt langs de IJssel ook ingezet op natuur en recreatie, met ruimte voor kleinschalige landbouw. In het noord-westelijke open veenweidegebied van de Lopikerwaard blijft landbouw de belangrijkste drager. Er wordt meegewerkt aan verbreding en verduurzaming van landbouwactiviteiten, voor zover dit niet aan teveel afbreuk doet aan de ambities uit de kwaliteitslagen.

Uitgangspunten: • •

•

• •

Kromme- en Hollandsche IJsselzones vormen hotspots voor natuur en recreatie. Hier bouwen we op voort. Het veenweidelandschap aan de noordwestzijde van IJsselstein willen we behouden als gebied voor de grondgebonden landbouw. Wij stimuleren hiervoor de uitbreiding van de laadinfrastructuur. Er wordt gewerkt aan veilige directe fietsverbindingen naar alle windrichtingen, waarbij Nieuwegein en Utrecht prioriteit hebben. We bieden ruimte voor de doorontwikkeling en verduurzaming van grootschalige landbouw in de Lopikerwaard. Bij projecten in gebieden met een hoge of zeer hoge natuurwaarde hanteren we het principe dat door een gecertificeerd ecologisch bureau moet worden aangetoond dat compensatie van de natuurwaarde plaatsvindt. Hierbij is het uitgangspunt om zoveel mogelijk binnen het project te compenseren, anders in de directe omgeving, of op een compensatielocatie in de gemeente.

Gezondheid, veiligheid & milieu Veiligheid, milieu en gezondheid zijn andere thema's die in het kader van de bredere blik op de fysieke leefomgeving, die in de Omgevingswet centraal staat, een prominentere plaats krijgen in ons omgevingsbeleid. Door normen te stellen is de kwaliteit van onze leefomgeving in de afgelopen decennia flink verbeterd. Dit heeft een gunstig effect gehad op het milieu en onze gezondheid en veiligheid. Echter, de effecten op de gezondheid als gevolg van bijvoorbeeld de luchtkwaliteit of geluidbelasting zijn nog steeds aanzienlijk. Een veilige samenleving wordt bepaald door een aantal factoren: de fysieke veiligheid, digitale veiligheid en de sociale veiligheid. Bij de fysieke veiligheid gaat het over veiligheid in het verkeer, de veiligheid van de leefomgeving met plaatsgebonden risico’s en externe veiligheid. Op het gebied van sociale veiligheid is er een kloof tussen de feitelijke veiligheid en de veiligheid die mensen ervaren. Steeds meer mensen voelen zich onveiliger terwijl cijfers vaak laten zien dat het niet onveiliger is geworden. Deze aspecten van een veilige samenleving vragen allemaal om een andere aanpak. Wij vinden een goed milieu een wezenlijk onderdeel van een goede fysieke leefomgeving.

Daarom hechten wij grote waarde aan een goede bodemkwaliteit, weinig geluidhinder, een goede luchtkwaliteit, weinig geurhinder, een hoge externe veiligheid en weinig lichthinder. Dit komt ook de woonkwaliteit en de recreatie ten goede. Een algemeen beleidsdoel is dan ook het streven naar een gezonde omgeving. In de koers voor de deelgebieden wordt de afwegingsruimte voor de verschillende milieuaspecten nader beschreven. Hierbij maken wij het voorbehoud dat nog niet voor ieder milieuaspect een (volledige) afweging is gemaakt. De lokale afwegingsruimte wordt de komende jaren verder ingevuld.

Impact Corona

Ondanks de huidige crisis, blijft de verwachting dat ons gezondheidsnivieau en levensverwachting op de lange termijn verder toeneemt. Een crisis zorgt over het algemeen namelijk niet voor volstrekt nieuwe trends en ontwikkelingen, maar versterkt en versnelt onderliggende reeds in gang gezette ontwikkelingen. Naast een versterking van de kloof tussen mensen met een goede en minder goede gezondheid, hebben de coronamaatregelen bijvoorbeeld geleid tot een herwaardering van tuinen en balkonnen, het openbaar groen in de wijk en parken en natuur- en recreatiegebieden in de directe nabijheid van de woonomgeving. Een verbetering van de lokale luchtkwaliteit is nog niet waargenomen. Ondanks de afname van de hoeveelheid werk- en vliegverkeer. Het heeft namelijk ook geleid tot een toename van het aantal pakketbezorgingen en de impact op industriële werkzaamheden en vrachtverkeer is minimaal. Ondanks de verwachting dat meer thuiswerken voor kantoorbanen (deels) blijvend wordt, is dit waarschijnlijk te beperkt voor een significante reductie van de luchtvervuiling door verkeer. Een bijkomend voordeel van het thuiswerken is wel een toename van het onderling contact in de buurt en een toename van sociale controle.

De reductie van vlieg- en wegverkeer heeft wel bijgedragen aan een hogere opbrengst van zonnepanelen en een reductie van de CO2-uitstoot. Ook de vraag naar olie en gas is (tijdelijk) gekelderd. De langetermijneffecten op de energietransitie zijn nu nog zeer onzeker en hangen samen met het politieke en economische klimaat. We zien ook een versnelling in de verschuiving van fysiek versus digitaal winkelen, waarvan het op dit moment onduidelijk is of winkelen nog op hetzelfde niveau komt in termen van uitgaven en bezoekers en dus draagkracht van detailhandelclusters. De pakketbezorging blijft naar verwachting toenemen. De directe impact op de (maak) industrie is vooralsnog beperkt, een eventuele zware economische recessie kan uiteraard wel grote negatieve impact hebben op de sector. De verwachting is dat de impact op (de vraag naar) de horecasector als geheel van korte duur is. De verwachting is dat bezoek en uitgaven komende jaren weer snel richting het oude niveau gaan. De korte termijn effecten van corona op de toeristische sector zijn groot. Internationale reizen zijn sterk afgenomen. Daar tegenover staat dat verblijf in eigen land hoger lag dan normaal, maar samen met gedeeltelijke sluiting ligt de omzet en bezetting beduidend lager.

Hoe dit zich verder ontwikkeld op korte termijn hangt grotendeels af van het verloop van het virus en bijbehorende reisbeperkingen en economische impact. Voor recreatie zien we momenteel een sterke toename van activiteiten in de openbare ruimte en natuur- en recreatiegebieden. De nabijheid hiervan ten opzichte van de woonomgeving is belangrijker geworden. Ook voor evenementen zijn de korte termijn effecten desastreus. De lange termijn effecten zijn momenteel nog lastig in te schatten.

Gezondheid

De focus op (positieve) gezondheid is een relevante ontwikkeling. Dit gaat om zaken als voldoende beweging, mentale gezondheid, kwaliteit van leven en voldoende contact met anderen. Ook de klimaatverandering heeft een groeiende invloed op de gezondheid van onze inwoners. Bewegen Op dit moment zijn er in Nederland te veel mensen met overgewicht. Om dit te verminderen wordt onder andere ingezet op het stimuleren van bewegen, zowel in sportclubs als individueel in de (groene) buitenruimte. We streven naar een omgeving die uitnodigt tot gezond gedrag. Een toename van het aantal inwoners kan aanleiding zijn voor eventuele uitbreiding van het aantal sport-, recreatie- en groenvoorzieningen. Als gemeente proberen we onze inwoners te stimuleren om gezonder te eten en voldoende te bewegen, zodat overgewicht afneemt en de inwoners gezonder worden. Op dit moment zijn we als gemeente tevreden over de infrastructuur van de hoeveelheid sportvoorzieningen. Het grootse deel van de jongeren is aangesloten bij een sportvereniging, maar bij volwassenen en senioren is dit aanzienlijk minder. Hoewel het aantal ouderen dat sport aanzienlijk is toegenomen, ligt hier nog een uitdaging. We zetten ook in op actieve vormen van mobiliteit. Door te voet, met de fiets of OV te reizen werken inwoners ongemerkt aan de conditie en geestelijke gezondheid.

Vergrijzing Door de toenemende vergrijzing is er in de toekomst meer vraag naar zorg. We willen als gemeente proberen ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen, zodat verzorgingstehuizen niet overvol raken. Een toenemende oudere bevolking is ook kwetsbaarder worden voor ziektes en klimaatsverandering. Met name de hogere temperaturen kunnen een gevaar opleveren voor ouderen. Uit eerdere analyses is gebleken dat IJsselstein een groene gemeente is. Een groene omgeving draagt ook bij om hittestress te verminderen, maar op dit moment zijn er nog steeds gebieden waar het te warm wordt. Klimaatverandering Door klimaatverandering neemt daarnaast de druk op de dijken van de grote rivieren en de kust toe, als de waterbescherming niet mee groeit, neemt de kans op grote overstromingen toe. Ook door meer regenwater en hitte kan de directe gezondheid van inwoners minder worden. Als toegangswegen niet bereikbaar zijn door diepe plassen of bruggen niet werken door de warmte kunnen veiligheidsdiensten een calamiteit niet (op tijd) bereiken. Hitte en wateroverlast kan ook invloed hebben op gezondheid van inwoners in de zin van grotere kans op infectieziekten. Warmer klimaat trekt tropische ziekten aan: muggen die infectieziekten overbrengen. Bij de inrichting van de omgeving willen we daarom ‘stilstaand’ water beperken.

Bij het creëren van wadi’s of opvangbekkens voor overtollig water is dit een aandachtspunt.

Milieu

Door een toenemende bevolking en het gebruik van fossiele brandstoffen wordt er nog steeds veel broeikasgassen uitgestoten. Dit geldt ook voor een toename in vrachtvervoer in het verkeer nu de economie in hoogconjunctuur is en meer goederen van a naar b vervoerd worden. Met een toename van verkeer neemt naast luchtvervuiling, uitstoot van stikstofoxiden (NOx) ook geluidshinder toe rond de drukkere ontsluitingswegen. Een wereldwijde bevolkingstoename betekent ook meer vraag naar voedsel, de landbouw is een van de grotere stikstofproducenten (NH3). Niet alleen in de lucht maar ook in het water en de bodem kan verontreiniging zitten. Door oude industriële of landbouw activiteiten kan de bodem en het oppervlakte water verontreinigd zijn. Volgens data vanuit de GGD blijkt dat in IJsselstein een hoger percentage mensen bezorgd is om gezondheid in fysieke omgeving door bedrijven of industrie in de buurt, ten opzichte van andere plaatsen in de regio. De blootstelling aan fijnstof en stikstofdioxide bevindt zich in hoogste categorie, evenals oppervlakte stedelijk gebied met hittestress en lage sociale samenhang. In deze visie proberen we handvatten mee te geven waarmee deze problemen in de toekomst kunnen worden aangepakt.

Groen Groen heeft meervoudige voordelen. Dat wil zeggen het verbetert de luchtkwaliteit, verbruikt CO2, zorgt voor hittereductie en helpt bij het vasthouden van hevige neerslag, biedt ruimte voor bewegen, versterkt de ecologie en heeft een positief effect op de geestelijke gesteldheid van mensen. Tot slot is dit alles ook nog eens in euro's te vertalen. Het leidt namelijk tot reductie van zorgkosten, stijging van de vastgoedwaarde en het vergroot de aantrekkelijkheid voor bezoekers en bedrijven. Oftewel, vergroening van onze omgeving van groot belang.

▲ Afbeelding 3.1 Milieugezondheidsrisico (bron: Atlas voor de leefomgeving)

▲ Afbeelding 3.2 Geluidsoverlast

(bron: Atlas voor de leefomgeving)

▲ Afbeelding 3.3 Uitstoot stikstofdioxide (bron: Atlas voor de leefomgeving)

▲ Afbeelding 3.4 Bodemkwaliteitsnormen IJsselstein

Mobiliteit Het wegennet rondom IJsselstein staat onder druk door files op de provinciale weg N210 en de rijksweg A2. Hier wordt nog veel gebruik gemaakt vervoersmiddelen die fijnstof, CO2 en NO2 uitstoten en op dit moment rijden in de gemeente nog relatief weinig elektrische voertuigen die geen uitstoot hebben. Er is een OV-verbinding naar enkele regio gemeentes (Nieuwegein en Utrecht), maar die verbinding kan veel sneller. Naar andere regiogemeenten (Houten, Vijfheerenlanden en Woerden) is geen rechtstreekse verbinding. Naast luchtkwaliteit is ook geluidshinder een aandachtspunt bij de provinciale- en Rijkswegen Een kans hierin is de toename van elektrisch vervoer. We zetten in op de ontwikkeling van duurzame mobiliteit. Wij stimuleren hiervoor de laadinfrastructuur en er wordt gewerkt aan veilige directe fietsverbindingen naar Nieuwegein en Utrecht. Met een toename van verkeersbewegingen neemt de kans op verkeersongevallen toe. Door een toename van (elektrisch) fietsgebruik zijn veilige routes nodig om de interacties met auto’s te minimaliseren. Landbouw De landbouw is voor IJsselstein van belang; enerzijds als voedselproducent, anderzijds als beheerder en beeldbepalende drager van het landschap. Een deel van het buitengebied is bestemd voor agrarisch gebruik waar landbouw de voorkeur heeft. Hier liggen vooral veeteeltbedrijven.

Wij willen dat de landbouwbedrijven gezond kunnen blijven en als het moet kunnen doorgroeien, maar zonder dat het negatieve invloed heeft op de leefomgeving van onze gemeente. Er ligt een opgave om het verduurzamen van de landbouw concreter te maken. Het Rijk heeft ingezet op een kringlooplandbouw, deze doelstellingen kunnen terugkomen in het toekomstige landbouwbeleid. Ook de provincie Utrecht heeft een beeld voor kringlooplandbouw. De landbouw ontwikkelt door naar een economisch rendabel, circulair, klimaatneutraal en natuur-inclusief model. Bodem Binnen het bodembeleid kiezen we per gebruiksfunctie in hoeverre het wil afwijken van de landelijke normen. Hierbij hanteren we het principe: “streng waar het moet, soepel waar het kan”. Op deze manier zorgen we er in het algemeen voor dat de bodemkwaliteit hoog is waar het nodig is (bijvoorbeeld voor landbouwgrond en moes- en speeltuinen) en minder hoog waar dat kan (bijvoorbeeld op veel bedrijventerreinen). Optimale bescherming van ecosysteem en mens, zonder daarbij onnodig kosten te maken. Verder is het uitgangspunt dat de bodemkwaliteit niet mag verslechteren. In de afbeelding hierboven is de ontgravingskaart van de gemeente opgenomen, waarop zichtbaar is waar welke bodemkwaliteit is te verwachten bij het graven in de bovengrond.

Aandachtspunt hierbij is dat we ook voor mogelijke toekomstige woongebieden de bijpassende kwaliteitsnorm voor de grond hanteren.

Veiligheid

Naast fysieke veiligheid wordt ook de sociale veiligheid een steeds belangrijker punt in de leefomgeving. Het aantal misdrijven in de gemeente is relatief laag en de criminaliteitscijfers laten zien dat dit de afgelopen jaren verder is gedaald. De sociale veiligheid kan (in beperkte mate) ook met fysieke maatregelen verbeterd worden. Bijvoorbeeld door de omgeving in te richten met oog op sociale controle en het bevorderen van de sociale cohesie. Veilig gebruik fysieke leefomgeving De inrichting van en activiteiten in de fysieke leefomgeving beïnvloeden de veiligheid van inwoners. Denk hierbij aan explosiegevaar, overstromingen, verkeer of giftige gassen. Een veilige energietransitie, waterveiligheid en -kwaliteit zijn de komende jaren belangrijke aandachtspunten. Er zijn vier uitgangspunten waar rekening mee gehouden moet worden om een veilige leefomgeving te garanderen: 1. De veilige leefomgeving bepaalt mede de kwaliteit van de leefomgeving 2. Samenwerken aan een veilige leefomgeving 3. De fysieke leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor een veilige leefomgeving 4. Iedereen is bekend met risico’s en weet hoe te handelen wanneer dat nodig is Het is belangrijk dat veiligheid in een vroeg stadium wordt meegewogen als thema van de fysieke leefomgeving.

Hiermee komen veiligheidsaspecten vroegtijdig in beeld en is er ruimte om zorgvuldige afwegingen te maken. Een veilige leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij alle partijen hun verantwoordelijkheid voor hun deel van de risico’s nemen. In deze samenwerking kan bepaald worden wat het effect van een bepaald risico is of wat de gevolgen voor de fysieke leefomgeving zijn van toekomstige ontwikkelingen of veranderingen, zoals de energietransitie en klimaatverandering. Om tot een veilige fysieke leefomgeving te komen zijn er vijf ontwerpprincipes die meegenomen kunnen worden bij het ontwerp van een omgevingsplan. In deze ontwerpprincipes is een volgorde aangebracht: van het voorkomen van risico’s tot acute hulpverlening bij crises. De principes zijn: 1. Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid 2. Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid 3. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming 4. Bouwwerken en gebieden zijn veilig te verlaten 5. De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk Het inzichtelijk maken van de risico’s en het bieden van handelingsperspectief, draagt bij aan de zelf- en samenredzaamheid van burgers.

Normen en beperkingen - Mengpanelen

De gezondheid van onze inwoners wordt deels beïnvloed door factoren in de fysieke leefomgeving. Met omgevingsbeleid kunnen wij sturen op het minimaliseren van de negatieve factoren en het verbeteren van ruimtelijke factoren die de gezondheid bevorderen. De (klassieke) milieuthema's zijn luchtkwaliteit, lichtuitstoot, geur, geluidsoverlast, trillingen en bodem- en watervervuiling. Het scheiden van milieubelastende activiteiten en kwetsbare functies, zoals wonen, scholen en kinderdagverblijven kan bijdragen aan een gezonde fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 4 wegen we per deelgebied de milieuthema's af tegen de ontwikkelingen die we zien in het deelgebied. Hier komt vervolgens een bepaalde ambitie uit, die uiteindelijk in het omgevingsplan wordt vertaald in een norm. De minimale wettelijke grenswaarde is hierbij onze ondergrens. Wanneer we dus voor een lage milieukwaliteit kiezen, voldoen de waarden nog steeds aan de vereiste normen. Er zal dus nooit sprake zijn van méér overlast dan wettelijk toegestaan. We zien echter wel mogelijkheden om op bepaalde gebieden in de gemeente hogere normen te stellen, waarmee we de omgevingskwaliteit in de komende jaren willen verbeteren.

HOGE MILIEUKWALITEIT

STANDAARD MILIEUKWALITEIT

LAGE MILIEUKWALITEIT

LUCHT

GELUID (VERKEER)

GELUID (ACTIVITEIT)

TRILLING

BODEMKWALITEIT

EXTERNE VEILIGHEID

GEUR

▲ Afbeelding 3.5 Voorbeeld mengpaneel

In veel gevallen is het ambitieniveau gelijk aan het huidige kwaliteitsniveau. Hier gaan we dan ook uit van het behouden en waarborgen van de huidige omgevingskwaliteit. Maar door verduurzaming van onze woningvoorraad, mobiliteit en economische activiteiten en met behulp van bijvoorbeeld groenvoorzieningen kunnen we de leefomgeving gezonder en veerkrachtiger maken. Hier hanteren we dan een hoger kwaliteitsniveau. Aandachtspunt hierbij is dat bijvoorbeeld energietransitie of een levendig centrum ook negatieve effecten kan hebben op de veiligheid en op milieuaspecten, bijvoorbeeld geluidsoverlast van windmolens of horeca. Hierbij kan mogelijk ook worden uitgegaan van een lager kwaliteitsniveau. Dit wordt nader in het omgevingsplan uitgewerkt. Ook bestaat er een nuancering per deelgebied. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat we centraal in het gebied andere ambities hanteren dan aan de randen, waar bijvoorbeeld al een weg of spoorlijn loopt. Het kwaliteitsniveau biedt een globale ambitie voor het gehele deelgebied, maar is niet specifiek bindend per locatie. De uiteindelijke, verplichte normen worden opgenomen in het omgevingsplan. In bijgevoegde beperkingenkaart geven we daarnaast een overzicht van mogelijke beperkingen voor ontwikkelingen. Het gaat hier bijvoorbeeld om buisleidingen, geluidcontouren, hoogspanningsnetwerken, bedrijvigheid en inrichtingen met bepaalde risico's.

Nieuwe stedelijke ontwikkelingen en transformatie van, of menging nabij, deze beperkingen kunnen ervoor zorgen dat de grenzen worden opgezocht wat betreft milieunormen.

▲ Afbeelding 3.6 Beperkingenkaart

Bron: Facebook gemeente IJsselstein

38

Hoofdstuk 4 1

De koers per deelgebied Aan de hand van de aanwezige en gewenste structuren en ontwikkelingen beschrijven we in dit hoofdstuk de koers voor de specifieke deelgebieden. We onderscheiden hierbij zes deelgebieden, ieder met een eigen karakter, kwaliteiten en ontwikkelrichtingen. In de deelgebieden spelen verschillende opgaven. Deze opgaven zijn gekoppeld aan de acht sectorale beleidsthema's. We houden de thema's uit de regionale (visie) documenten aan, die ook in de Atlas terugkomen. In de volgende paragrafen geven we aan wat het gewenste karakter is van de specifieke deelgebieden. Dat doen we met een webdiagram. De thema's die het belangrijkst voor de toekomst zijn, scoren in het diagram het hoogste. De scores zijn gebaseerd op de resultaten van de verdiepingssessies, het burgerpanel, raadsavond en besprekingen tijdens de tweede week van de omgevingsvisie. We zetten in op initiatieven die passen bij de koers per deelgebied. We staan per gebied ook stil bij de ambitiebepaling op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid.

39

40

Economie Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, is de economische vitaliteit in de vorm van industrie, landbouw, handel, logistiek, retail en/of horeca van maximaal belang.

Wonen Wanneer dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op het creëren en behouden van een aantrekkelijke woonomgeving. De woningvoorraad en de huisvestingsopgave staat dan centraal.

Water en klimaat Inspelen op klimaatverandering in de vorm van wateroverlast, droogte en hittestress is van groot belang. Wanneer dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op klimaatadaptatie.

Sport en recreatie Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, is in dit deelgebied voldoende bewegen prioritair. Het aanbieden van voldoende sportmogelijkheden en recreatiemogelijkheden is van maximaal belang.

Energie Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, zetten we de energievraag centraal. We zetten hier maximaal in op het verduurzamen van de leefomgeving en het opwekken van duurzame energie in de vorm van warmte, zon en/of windenergie.

Kunst, cultuur en erfgoed Wanneer dit thema op maximaal staat in een deelgebied, is het versterken en bewaken van erfgoedwaarden, kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen en onderscheidend cultuuraanbod van maximaal belang.

Natuur en groen Wanneer dit thema op maximaal staat, is de kwaliteit van de natuur en de groenvoorzieningen van maximaal belang. Het landschap staat hier centraal, zowel in het buitengebied als binnenstedelijk, evenals de verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte.

Mobiliteit Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op de bereikbaarheid binnen dit deelgebied en naar de andere deelgebieden toe.

41

4.1

Historisch centrum "Niet inzetten op kwantiteit maar op kwaliteit. Het is van belang dat de culturele infrastructuur versterkt wordt, door het leggen van verbindingen. Zoeken naar de balans tussen wonen, werken, winkelen en horeca."

De historische binnenstad is de trekker om meer toeristen, recreanten en inwoners naar de stad te halen. We zetten hier maximaal in op de kwaliteit van het culturele aanbod en het historische erfgoed.

De economische vitaliteit van het centrum is van groot belang. Het centrum blijft het kernwinkelgebied en veel horeca is hier gevestigd. We zetten hier in op het clusteren van de detailhandel.

Het centrum moet een goede mix van functies behouden, met een gevarieerd aanbod van winkels, horeca en cultuur, maar ook bewoning draagt bij aan een levendig centrum. Het doel is om de groenstructuren in en rondom het centrum te verbeteren of te versterken en meer op elkaar aan te laten sluiten, waardoor de verschillende groenstructuren meer één geheel vormen.

De bereikbaarheid naar het centrum toe is zeer belangrijk. We willen automobilisten verleiden om vaker voor de fiets of het OV te kiezen. De focus ligt bij ontwikkeling en optimalisering van het openbaar vervoer en langzaam verkeer. Rondom de binnenstad is water een belangrijke structuurdrager. De gracht heeft van oudsher een waterbergende functie en de groenverbinding eromheen heeft een ecologische waarde. Het vasthouden en bergen van hemelwater krijgt hier meer prioriteit, evenals het voorkomen van hittestress. In het stedelijk gebied staan we de komende jaren voor een grote verduurzamingsopgave. Binnen de bebouwde kom ligt de focus op zon op dak, energiebesparing en de warmtetransitie. We streven naar openbare ruimte die bijdraagt aan een gezonde en prettige leefomgeving, door middel van meer groen en speelvoorzieningen.

Bron: InIJsselstein

Identiteit en kwaliteiten

De historische binnenstad is belangrijk voor IJsselstein. Het is de huiskamer van IJsselstein met historische gebouwen en vooral veel gezelligheid. De binnenstad kent horeca en veel winkels, zeker ook in het kwaliteitssegment. Door deze kenmerken komen mensen er graag. Tegelijkertijd is de binnenstad een trekpleister voor toeristen die de drukte van Utrecht ontvluchten, of na een ontspannen activiteit in het groene buitengebied de gezelligheid van de stad opzoeken. Het centrum leent zich goed voor het organiseren van evenementen. Door het historische karakter heeft de binnenstad een goede sfeer, welke aantrekkelijk is voor inwoners en bezoekers. Er zijn veel culturele evenementen en voorzieningen zoals het stadmuseum en het IJsselFestein. Ondernemers, verenigingen en inwoners van IJsselstein zijn zeer actief. Er worden veel evenementen en activiteiten, klein en groot, georganiseerd. Deze dragen in belangrijke mate bij aan de aantrekkelijkheid en vitaliteit van de stad.

Beleidsprioriteiten

De vitaliteit van de binnenstad en daardoor van heel IJsselstein staat als gevolg van de veranderend koopgedrag in de detailhandel onder druk. De binnenstad is daardoor een punt van aandacht, vanwege wisselende bezoekersaantallen en lagere bestedingen de afgelopen jaren. Deze ontwikkelingen zijn een gevolg van de landelijke economische situatie en de toename van internetverkopen. De IJsselsteinse binnenstad is volop in ontwikkeling op dit vlak, door samenwerking tussen ondernemers en gemeente. Toerisme, horeca en andere vrije tijdsbesteding zijn in Nederland nog altijd een groeisector. De stad heeft veel te bieden om mee te liften op de groei van de vrijetijdsector. We willen winkelen meet verweven met beleven en ontmoeten. We willen niet inzetten op kwantiteit van cultureel aanbod maar inzetten op kwaliteit. Het is van belang dat de culturele infrastructuur verder versterkt wordt. Hiervoor moeten samenwerkingsvormen worden gestructureerd en uitgebreid.

Het centrum moet een goede mix van functies behouden, met een gevarieerd aanbod van winkels, horeca en cultuur, maar ook bewoning draagt bij aan een levendig centrum. Het is de mix van functies dat kansen biedt voor een levendigheid. Qua typologie is jongeren- en studentenhuisvesting een kans, maar we richten ons op een mix van doelgroepen. Met nieuwe ontwikkelingen in het stedelijke gebied wordt gezocht naar nieuwe bouwlocaties, het is van belang dat oudere gebouwen of structuren die typerend zijn voor een stad of dorp behouden blijven. We gaan op zoek naar een nieuwe balans tussen wonen, werken en leven. Een stad kan zich met behulp van de kunst en cultuur specifieker profileren met een bepaald onderwerp en dit gebruiken als marketingmiddel. Door een identiteit te profileren kan een gemeente zich herkenbaar maken voor mensen van buitenaf maar ook voor de eigen inwoners. Qua mobiliteit hebben we al belangrijke stappen gezet. De grote parkeervoorzieningen liggen direct buiten de binnenstad waardoor het autoverkeer in de binnenstad beperkt is. We willen in de toekomst de bevoorrading en afvoer van goederen en afval duurzaam laten plaatsvinden: kleinschalig en schoon. We werken bij deze verduurzaming van de bevoorrading niet met verplichtingen op de korte termijn, maar we faciliteren het natuurlijke verloop.

We streven naar een verkeerscirculatiesysteem dat garant staat voor efficiënte routes voor het distributieverkeer en het voorkomen van doorgaand verkeer. In de binnenstad wordt prioriteit gegeven aan de voetganger, de fietser, parkeren voor bewoners en korte bezoeken. We willen de openbare ruimte optimaliseren. Met de IJssel en de grachten relatief dicht bij het centrum kan het water daarnaast dienen als uitloopgebied voor bewoners. De aansluiting van de omliggende wegen en het OV-netwerk op de binnenstad blijft belangrijk voor een levendig stadscentrum. Duidelijke bewegwijzering vanaf de omliggende wijken en vanaf de provinciale- en snelweg kan hierbij helpen. Dit geldt ook voor bewegwijzering op regionale snelfietsroutes.

We bieden ruimte voor evenementen, deze kunnen zorgen voor meer bezoekers in de stad, waardoor andere trekpleisters op het gebied van kunst en cultuur hiervan kunnen profiteren. In de binnenstad wordt niet ingezet op grootschalige evenementen, maar passen bij de schaal van de historische binnenstad. Met de evenementen kan ook specifiek gericht worden op buurgemeenten uit de Lopikerwaard die IJsselstein al als een voorzieningsstad gebruiken.

43

44

Consequenties/uitgangspunten gezondheid, veiligheid en milieu

Het centrum is een druk gebied waar veel bewegingen van personen en goederen plaats vinden. Hier staat reuring boven leefbaarheid, maar om het woonmilieu goed te houden moet worden voorkomen dat er extreme overlast ontstaat op het gebied van geluid, trillingen en geur door verkeer, horeca of evenementen.

We zetten in de hele gemeente, dus ook in het centrum, in op schone vervoersvormen en vergroening, hiermee streven we ook naar een betere luchtkwaliteit en een reductie van geluid van verkeer. Voor wat betreft bodemkwaliteit geldt dat deze door de historie een lage kwaliteit heeft. Door bij nieuwe grondtoepassingen in te zetten op standaard kwaliteit, ontstaat door de tijd een betere bodemkwaliteit.

Voor geluid van activiteiten en geur van bijvoorbeeld evenementen en horeca accepteren we in dit gebied dan ook een lagere kwaliteit dan bijvoorbeeld in de woongebieden, maar we hanteren nog steeds hogere normen dan wettelijk vereist. Zo willen we een goed woon- en leefklimaat garanderen.

Mengpaneel Historisch centrum HOGE MILIEUKWALITEIT

STANDAARD MILIEUKWALITEIT

LAGE MILIEUKWALITEIT

LUCHT

GELUID (VERKEER)

GELUID (ACTIVITEIT)

TRILLING

BODEMKWALITEIT

EXTERNE VEILIGHEID

GEUR

45

4.2

Woonwijken "Verouderde bebouwing wordt vernieuwd met een woningaanbod dat aansluit bij de huidige ontwikkelingen. We proberen wijken te ontwikkelen voor verschillende sociale groepen. Het groene karakter in de stedelijke omgeving moet hierbij behouden blijven."

De wijken zijn de primaire woongebieden in IJsselstein. Hier willen we zo prettig, gezond en veilig mogelijk kunnen wonen, leven en recreëren.

De inrichting van de openbare ruimte moet gericht zijn op het combineren van de functies bewegen, ontmoeten en meedoen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van het uitbreiden van de speel- en sportvoorzieningen. Bron: Oranjekwartier, wd-bka.nl

Het groene karakter in de stedelijke omgeving moet behouden blijven. De prioriteit ligt bij het verbeteren van de ecologische en klimaatadaptieve kwaliteiten van het groen.

In het stedelijk gebied staan we de komende jaren voor een grote verduurzamingsopgave. Binnen de bebouwde kom ligt de focus op zon op dak, energiebesparing en de warmtetransitie.

Er wordt voor het stedelijk gebied onderzocht waar maatregelen gerealiseerd kunnen worden om hemelwater tijdelijk vast te houden of te bergen. Ook het voorkomen van hittestress is een doel.

In de buurten zijn winkelcentra met ruimte voor dagelijkse detailhandel en horeca. Daarnaast faciliteren we kleinschalige dienstverlenende bedrijvigheid met minimale milieu- en verkeersimpact.

Door de compacte opbouw van IJsselstein kan het centrum vanuit elke woonwijk snel bereikt worden. Het ruimtebeslag van de geparkeerde auto moet niet verder toenemen. Hiervoor stimuleren we het fietsgebruik en gebruik van deel- en elektrische auto’s.

Cultuur en erfgoed heeft in de woonwijken minder prioriteit, desalniettemin zijn de historische groen- en lintstructuren en diverse monumenten van belang. Ook faciliteren we artistieke initiatieven in de wijken.

Bron: Schuttersgracht, van Oord Makelaardij

Identiteit en kwaliteiten

IJsselstein is een compacte stad met een authentiek karakter, met korte verbindingen naar de binnenstad en veel groene ruimtes in de woonwijken. Onder het gebied woonwijken van IJsselstein vallen alle verschillende woonwijken binnen ons stedelijk gebied, op de woningen in het oude stadshart na. Binnen de woonwijken vallen ook alle openbare voorzieningen, zoals winkels, horeca, sportclubs en openbaar groen. Door het vele groen in en rond de stad kunnen de inwoners relatief snel in een groene omgeving zijn. De gemeente is centraal gelegen in het land, met de nabijheid van Utrecht is het een aantrekkelijke, rustige woonomgeving in de nabijheid van grootstedelijke voorzieningen.

Beleidsprioriteiten

Naast het behouden van een fijne woonomgeving hebben we ook het doel om circa 2.500 woningen te ontwikkelen komende jaren. Dit biedt kansen voor de draagkracht van lokale voorzieningen en de regionale woningbehoefte. Het toevoegen van kleinere woonruimten aan de woningvoorraad, voor onder andere senioren, kan ervoor zorgen dat de doorstroom in de gemeente beter wordt. Door meer te bouwen voor starters en jonge gezinnen kan er daarnaast een jongere bevolkingsgroep bijkomen. Daarnaast groeit de huisvestingsopgave voor kwetsbare groepen. Hiervoor zijn extra sociale huurwoningen nodig. In dit gebied zien we ruimt voor ongeveer 800 woningen.

We willen het ruimtebeslag van de geparkeerde auto in de wijken niet verder laten toenemen. Nu al wordt een relatief groot oppervlak in beslag genomen door het parkeren. Kwaliteiten zoals groen en ruimte voor bewegen en spelen willen we behouden. Bij een hoge parkeerdruk in de woonwijken zoeken we de oplossingen meer in deelauto’s vooral als vervanger voor de tweede auto, het benutten van parkeercapaciteit op eigen terrein en het parkeren op afstand, waardoor het parkeren niet ten koste gaat van groenvoorzieningen. We willen parkeeroverlast in de woonomgeving ten gevolge van uitwijkgedrag door werknemers en OV-gebruikers voorkomen. We behouden het ruime groene karakter en de beschikbaarheid van speel- en recreatievoorzieningen. De woonomgeving, de fiets- en loopvoorzieningen nodigen uit tot actieve mobiliteit. Tevens willen we het foutief parkeren verminderen. Een efficiënte handhaving speelt daarin een belangrijke rol.

Met behulp van binnenstedelijke vernieuwing kan er ruimte ontstaan voor nieuwbouw binnen de rode contouren. Op langere termijn liggen er kansen bij huidige bedrijventerreinen langs de Hollandse IJssel. Verouderde bebouwing wordt vernieuwd met een woningaanbod dat aansluit bij de huidige ontwikkelingen. We proberen wijken te ontwikkelen voor verschillende sociale groepen. Voor de leefbaarheid binnen wijken is het belangrijk om de wijken zo divers mogelijk te houden. Het groene karakter in de stedelijke omgeving moet hierbij behouden blijven. Dit brengt echter ook opgaven met zich mee als extra druk op huidige infrastructuur (denk aan parkeerdruk en congestie) en voorzieningen (denk aan basisscholen en zorgvoorzieningen). Op dit moment zijn in de meeste wijken basisvoorzieningen aanwezig. Als gemeente willen we deze voorzieningen zo veel mogelijk behouden, waardoor de afstand voor kwetsbare groepen dicht bij de voorzieningen wonen en niet verder hoeven te reizen.

47

48

Consequenties/uitgangspunten gezondheid, veiligheid en milieu

Woonwijken mogen geen druk gebied zijn, zoals het centrum. Om een rustig hoogkwalitatief woonmilieu te garanderen worden voor lucht, geluid, trillingen en geur een hoge milieukwaliteit nagestreefd. Door de wijken willen we ook zo min mogelijk zwaar verkeer hebben dat de externe veiligheid kan verminderen. De woonwijken vormen een groot deelgebied. Voor sommige wijken geldt dat ze dichtbij de N210, de A2 of bedrijventerreinen liggen, hier wordt het behalen van de lucht- en geluidsnorm een uitdaging. Bij nieuwe ontwikkeling wordt daarom goed gekeken naar de ligging en gezocht naar mogelijkheden om een zo hoog mogelijke omgevingskwaliteit te behalen.

Nuancering is ook op andere aspecten denkbaar. Op plaatsen met een concentratie van kwetsbare inwoners, zoals nabij verzorgingstehuizen is de ambitie op het gebied van bijvoorbeeld externe veiligheid hoger. Hier wordt per ontwikkeling invulling aan gegeven. Hier wordt in het algemeen ingezet op de standaardkwaliteit van de bodem die hoort bij de functie wonen. Op gevoelige functies binnen woonwijken, zoals kinderspeelplaatsen, streeft de gemeente een hogere bodemkwaliteit na.

Mengpaneel Woonwijken HOGE MILIEUKWALITEIT

STANDAARD MILIEUKWALITEIT

LAGE MILIEUKWALITEIT

LUCHT

GELUID (VERKEER)

GELUID (ACTIVITEIT)

TRILLING

BODEMKWALITEIT

EXTERNE VEILIGHEID

GEUR

49

4.3

Buitengebied Zuid "Momenteel is er een harde scheiding tussen stad en land in IJsselstein. De randen zijn niet openbaar toegankelijk en zouden ecologisch waardevoller kunnen zijn. We willen daarom een zachte (geleidelijke) overgang van de stad naar het buitengebied. "

Om aan de grote woningvraag te kunnen voldoen is kiezen we ervoor hier prioriteit te geven aan woningbouw. In een deel van het zuidelijke buitengebied willen we innovatieve groen-stedelijke woonmilieus ontwikkelen. Hierbij zoeken we de samenwerking met de gemeente Lopik De Kromme IJssel vormt een belangrijk landschappelijk element. Dit gebied, tussen de stedelijke contour en de Lek, biedt kansen om stad en groen in samenhang te ontwikkelen en deze met het IJsselbos te verbinden. Ontwikkelingen in dit gebied bieden kansen voor klimaatadaptatie. Vernatting en enkele plassen in het gebied kunnen dienen voor waterberging, natuur en recreatie. Het gebied langs de Kromme IJssel en aan de Lek ontwikkelen biedt kansen om natuur en recreatieve voorzieningen toe te voegen en de ruimtelijke relatie met de Lek te versterken.

Dit gebied biedt ruimte om meervoudige oplossingen te vinden voor vraagstukken als de energietransitie. Niet alle delen zijn geschikt voor energieopwekking, maar voor de snelwegzone worden de mogelijkheden de komende jaren verder verkend.

Bron: KuiperCompagnons

Het IJssel Park is de locatie waar groen, cultureel erfgoed en wonen elkaar ontmoeten. Cultureel erfgoed en woningbouw kunnen hand in hand gaan. Hierbij gaat het over landschappelijke en lintstructuren alsmede de zenderhistorie. Door in te zetten op nieuwe mobiliteitsconcepten, is bij toekomstige ontwikkelingen een relatief lage parkeernorm mogelijk. De verbinding naar het centrum enerzijds en naar Nieuwegein-zuid anderzijds hebben hier prioriteit. IJsselstein staat bekend om haar fruitteelt. De groei van toerisme en recreatie in dit gebied kunnen verder bijdragen aan de IJsselsteinse economie.

Bron: Facebook gemeente IJsselstein

Identiteit en kwaliteiten

Het buitengebied zuid ligt ten zuiden van de N210, de A2, de Lek en de gemeentegrens met Lopik die bestaat uit de weg Biezendijk. Het kleinschalige buitengebied heeft een divers karakter en een stedelijke invloedsfeer: polder Over-Oudland, Kromme IJssel/ Enge IJssel, Geinpolder met rioolwaterzuiveringsinstallatie. Naast een agrarische functie heeft het gebied een functie in de ecologische hoofdstructuur en als (recreatief) uitloopgebied. De lintstructuren, blokverkaveling en fruitteelt langs de Kromme IJssel zijn in het gebied van landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Daarnaast zijn de Lekdijk en de uiterwaarden zijn van landschappelijke, infrastructurele en ecologische waarde

Beleidsprioriteiten

Om aan de grote woningvraag te kunnen voldoen is het onvermijdelijk om naar locaties buiten de kern te kijken. Het doel is om het open, groene karakter zo veel mogelijk te behouden, maar tegelijkertijd ontwikkelingslocaties te zoeken voor woningbouw. Bij ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de aanwezige natuurgebieden, woningbouw wordt niet geprojecteerd op deze locaties en de eventuele milieueffecten op deze gebieden worden vooraf inzichtelijk gemaakt. Het zuidelijke gebied biedt een potentiële ontwikkellocatie. Het gebied biedt mogelijkheden om innovatieve groen-stedelijke woonmilieus te ontwikkelen, die aantrekkelijk zijn voor jonge gezinnen en starters. De woonmilieus kunnen aansluiten bij de bestaande identiteit van IJsselstein. Momenteel is er een harde scheiding tussen stad en land in IJsselstein. De randen zijn niet openbaar toegankelijk en zouden ecologisch waardevoller kunnen zijn. We willen daarom een zachte (geleidelijke) overgang van de stad naar het buitengebied. Door ontwikkelingen aan de rand van de stad komen we tegemoet aan het doel om de overgang tussen stad en land te verbeteren. Het groen wordt aantrekkelijk en goed bereikbaar gemaakt, ook voor overige bewoners van IJsselstein. Door het gebied langs de Kromme IJssel en aan de Lek te ontwikkelen kan een park ontstaan, als raamwerk voor wonen, natuur en recreatie.

Dit biedt kansen om natuur en recreatieve voorzieningen toe te voegen en de ruimtelijke relatie met de Lek te versterken. Hiermee geven we vorm aan de ambitie van gezond stedelijk leven. Natuurinclusief en energiepositief bouwen is het streven.

◄ Afbeelding 4.3

Ambitie overgang stad-land. Bron: Integrale visie openbare ruimte, 2021

51

52

Consequenties/uitgangspunten gezondheid, veiligheid en milieu

We streven in dit gebied naar het combineren van functies als landbouw, wonen, energietransitie, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en recreatie. Om een rustig woon, natuur- en recreatiegebied te garanderen streven we naar hoge kwaliteitsnormen. De ligging nabij de snelweg en provinciale weg zorgt ervoor dat een te hoge kwaliteitsnorm voor lucht en geluid niet realistisch is. Wat betreft trillingen sluiten we ook aan bij de standaard kwaliteit. We streven er wel naar dat (landbouw)bedrijven hun impact op het milieu reduceren. De nagestreefde bodemkwaliteit past bij de huidige functie van landbouw en natuur en bij de gewenste grondkwaliteit die past bij toekomstige woningbouw. Voor geur wordt daarom ingezet op een verbetering. Het opwekken van duurzame energie en bestaande buisleidingen leveren wel aandachtspunten op voor de externe veiligheid.

Mengpaneel Buitengebied zuid (IJssel Park) HOGE MILIEUKWALITEIT

STANDAARD MILIEUKWALITEIT

LAGE MILIEUKWALITEIT

LUCHT

GELUID (VERKEER)

GELUID (ACTIVITEIT)

TRILLING

BODEMKWALITEIT

EXTERNE VEILIGHEID

GEUR

53

4.4

Buitengebied Veenweide "Wij willen dit gebied graag behouden als gebied voor de grondgebonden landbouw. Er liggen kansen voor andere functies mits ze bijdragen aan het ecologische en agrarische kwaliteit van het gebied."

Het agrarisch cultuurlandschap staat in dit gebied centraal. Het open landschap, waarvan een deel een stiltegebied is, zorgt ervoor dat er veel weide- en wintervogels naar de graslanden toe trekken.

In het buitengebied zetten we in op voorzieningen gerelateerd aan sport en recreatie. Ons beleid is gericht op het bevorderen van het toeristische- en recreatieve (mede)gebruik van het buitengebied.

Landbouw heeft in dit gebied, naast natuur en landschap, prioriteit. We streven naar economisch verantwoorde voortzetting van bedrijven met respect voor de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden.

Aan de noordwestzijde ontbreekt een goede ontsluiting. Zowel de Achtersloot als Noord-IJsseldijk zijn ongeschikt voor het verwerken van veel verkeer. We zetten in op de scheiding van langzaam verkeer.

Agrarisch gebruik dient de hoofdfunctie te blijven in dit gebied. Opwekking van duurzame energie mag deze functie niet in de weg staan. Vanuit landschappelijke inpassing en draagvlak is de plaatsing van grootschalige windmolens hier niet gewenst.

Vrijkomende Agrarische Bebouwing kan op kleinere schaal gebruikt worden om een klein deel van de woningvraag op te vangen. Langs de linten en stadsranden kan transformatie en beperkte uitbreiding nader onderzocht worden.

De ontwatering in de polder is geregeld met sloten. We verkennen de mogelijkheden om water langer vast te houden voor droge perioden.

De cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied worden behouden en versterkt. De duurzame instandhouding van het cultuurhistorische erfgoed is het uitgangspunt.

Bron: InIJsselstein

Bron: Het Utrechts Archief

Identiteit en kwaliteiten

Het buitengebied polder noord is het gebied ten noorden van ons stedelijke gebied en ten westen van de weg Achtersloot die van de stad doorloopt tot de N228. Dit gebied loopt door tot de gemeentegrenzen van Montfoort en Lopik. De bebouwing is voornamelijk geconcentreerd in enkele bebouwingslinten met doorzichten naar het achterliggende landschap. Op sommige plekken is dit nog relatief open. Dit gebied is van oudsher primair in gebruik voor de grondgebonden agrarische bedrijvigheid. Andere functies zoals wonen en recreatie zijn ondertussen ook ruimschoots vertegenwoordigd. Door de kleinschaligheid van de linten, is het geschikt voor een grotere diversiteit aan plattelandsfuncties. Daarnaast heeft het weidse veenweidegebied zijn eigen kwaliteit die het beschermen waard is. Een groot deel van het gebied (noord-westzijde) is tevens aangewezen als stiltegebied.

Beleidsprioriteiten

Het noordelijke deel van de gemeente vormt een agrarisch cultuurlandschap waar landbouw centraal staat. Wij willen dit gebied graag behouden als gebied voor de grondgebonden land-bouw. Het uitbreiden van landbouwbedrijven is hier mogelijk, mits het geen afbreuk doet aan de landschappelijke en ecologsiche waarden. Een grootschalige toename in bebouwingsoppervlak is dan ook niet gewenst. Kleinschalige ontwikkelingen langs bestaande bebouwingsstructuren die aan de landschappelijke en ecologische kwaliteiten bijdragen zijn afweegbaar. Bij ontwikkelingen dienen met name de doorzichten in de bebouwingslinten en de gebieden met relatieve openheid te worden gerespecteerd. Wij zien in dit gebied ook kansen voor andere functies mits ze bijdragen aan het plattelandskarakter van het gebied. In het buitengebied komt steeds meer agrarische bebouwing vrij: Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB). Deze VAB kan gebruikt worden voor woningbouw zolang het bebouwd oppervlak niet toeneemt. De VAB kan ook voor andere functies gebruikt worden. Niet-grondgebonden landbouw, zoals intensieve veehouderij en glastuinbouw is incidenteel aanwezig in het gebied. Volgens het geldende bestemmingsplan is een nevenactiviteit in de vorm van een intensieve veehouderij toegestaan bij een grondgebonden veehouderijbedrijf.

Bestaande situaties respecteren we, maar nieuwe nevenactiviteiten in de intensieve veehouderij staan we niet meer toe. Veel agrarische ondernemers ontwikkelen tegenwoordig nevenactiviteiten in het kader van de verbrede landbouw. Een niet-agrarische nevenactiviteit kan een belangrijke aanvullende inkomstenbron zijn voor een agrariër. Wij willen hiervoor volop de ruimte geven.

55

56

Consequenties/uitgangspunten gezondheid, veiligheid en milieu

Dit gebied wordt voornamelijk gebruikt voor melkveehouderijen en recreatie. We stellen een hoge norm aan de lucht- en geluidskwaliteit. Het blijft primair een landbouwgebied, daarom zetten we in een lage milieukwaliteit op het gebied van geur. Het gebied kent een goede bodemkwaliteit, dit willen we graag zo houden. Er loopt er een buisleiding door het gebied die mogelijk wordt uitgebreid en er zijn beperkt kwetsbare objecten aanwezig. Voor externe veiligheid accepteren dan ook een lager kwaliteitsniveau.

Mengpaneel Buitengebied polder noord HOGE MILIEUKWALITEIT

STANDAARD MILIEUKWALITEIT

LAGE MILIEUKWALITEIT

LUCHT

GELUID (VERKEER)

GELUID (ACTIVITEIT)

TRILLING

BODEMKWALITEIT

EXTERNE VEILIGHEID

GEUR

4.5

Buitengebied Hollandsche IJssel "Een belangrijk aandachtspunt bij ontwikkelingen in dit gebied is de balans tussen de nieuwe functies en bestaande functies. Wij faciliteren graag toeristische en recreatieve initiatieven om natuur- en landschapswaarden te versterken."

De Hollandsche IJssel is de drager van de natuur in het gebied. We werken aan de verbinding tussen gebieden met ecologische waarden. Door deze verbindingen kan er een groenblauw netwerk ontstaan dat aansluit op het open weidelandschap.

Vrijkomende Agrarische Bebouwing kan op kleinere schaal gebruikt worden om een klein deel van de woningvraag op te vangen. Langs de linten en stadsranden kan transformatie en beperkte uitbreiding nader onderzocht worden.

Eventuele zonnevelden in dit gebied dienen te passen binnen de natuur en recreatieontwikkeling die hier gepland zijn. Grootschalige windturbines zijn niet gewenst.

Langs de Hollandsche IJssel zijn veel oorspronkelijke karaktereigenschappen en landschapselementen terug te vinden, zoals de smalle, veelal zandige oeverwallen met fruitboomteelt.

De hoofdstroom van onze gemeente is de Hollandsche IJssel. De Hollandsche IJssel kan als een zoetwaterbuffer ingericht worden als droogte een groter probleem wordt. Daarnaast is het water een belangrijke ecologische structuur.

De waterstructuren en diverse fiets- en wandelroutes kunnen beter recreatief worden benut.

Bron: Facebook gemeente IJsselstein

Voor het versterken van de recreatiemogelijkheden zijn de beschikbaarheid van routes (fiets- en wandelpaden en andere geschikte wegen, kanoroutes) van belang

Wij willen voor functieverandering ruime mogelijkheden opnemen uit oogpunt van het behoud van de economische vitaliteit van het landelijk gebied.

Bron: InIJsselstein

Identiteit en kwaliteiten

Het buitengebied Hollandsche IJssel ligt ten oosten van de weg Achtersloot en ten noorden van het stedelijk gebied. Het gebied loopt door tot de gemeentegrenzen met Utrecht (Rijnenburg) Montfoort. Dit betreft met name het rivieren- en uiterwaardenlandschap rond de Noord-IJsseldijk. Agrarische bedrijven (bouwpercelen) zijn in dit gebied nog beperkt aanwezig. Dit gebied is voor recreatie en natuur steeds belangrijker geworden voor bewoners van IJsselstein en Utrecht (en onderdeel van het programma Recreatie om de stad Utrecht). Er worden de laatste jaren steeds meer recreatieve en natuurfuncties ingepast die vragen om een andere landschappelijke inrichting, zoals het IJsselsteinsebos en de jachthaven. Rondom de Achtersloot is sprake van een gemengd cultuurlandschap. Hier is sprake van een afwisseling van agrarische bedrijven, recreatie en woningen. Ook kent het landschap kernkwaliteiten die we willen behouden. Bij nieuwe ontwikkelingen dient versterking van deze kernkwaliteiten plaats te vinden. De cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied worden behouden en versterkt. De duurzame instandhouding van het cultuurhistorische erfgoed is uitgangspunt. De beste verhalenvertellers zijn de monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Wij staan in beginsel positief tegenover initiatieven die ten doel hebben het behouden van dergelijke waardevolle bebouwing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10726967/1