CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitieve rapportage Grip op GR-en

Raadsvergadering 9 maart 2023, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Nota verbonden partijen 202314.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

99 alinea's met “gemeenschappelijke”: 2 20 22 24 26 29 33 34 37 38 40 43 46 50 51 54 67 68 71 76 77 80 83 86 87 92 95 96 104 111 113 114 124 125 126 132 133 134 139 140 …

33

Begin 2021 informeert het college van B&W de raad over de stand van zaken en ontwikkelingen regie’.34 Ook hieruit valt een kritische houding ten opzichte van het regiemodel op te maken. Zo zou in de dagelijkse praktijk geregeld de vraag gesteld worden of het begrip regiegemeente nog wel een zo centrale plek zou moeten innemen: de ervaringen met taken op afstand blijken ‘wisselend’ te zijn. Niet alle taken lenen zich kennelijk goed om op afstand te plaatsen. Zo stelt het college in de brief: ‘Taken uit handen resulteert soms in taken uit zicht. Sturing op en beheersing van deze taken en de samenwerkingsverbanden blijft daarom een actueel vraagstuk.’ En: ‘[…] waar het efficiënter en/of strategisch wenselijker is worden enkele taken inmiddels weer in eigen huis uitgevoerd.’ 35 In de brief wordt verder gesteld dat steeds meer beleidstaken moeten worden ondergebracht bij externe samenwerkingsverbanden. Dit zou een gevolg zijn van decentralisaties van taken richting de gemeente. ‘Beleidsmatige know how op alle verschillende beleidsterreinen kan niet bij iedere decentralisatie in huis gehaald worden.’

30

Gemeente IJsselstein, 2015a, p. 2. Gemeente IJsselstein, 2021a en Gemeente IJsselstein, 2018b, p.15. 32 In het collegeprogramma wordt gesteld: ‘We blijven werken volgens het regiemodel’, Gemeente IJsselstein, 2018, p. 6. 33 Gemeente IJsselstein, 2018, p. 7. 34 Gemeente IJsselstein, 2021. 35 Gemeente IJsselstein, 2021a, p. 5. 31

26

Rekenkamer

De netwerkgemeente: aanzet tot een nieuwe visie? Voornoemde ontwikkelingen en overwegingen brengen het college van B&W begin 2021 ertoe de vraag te poneren of de regiegemeente niet een gedateerd model is. De gemeente zou als gevolg van de omvangrijke decentralisaties in de praktijk naar een ‘netwerkgemeente’ zijn gegroeid. Het college verstaat hieronder een gemeente die gedwongen wordt deel te nemen in regionale functionele samenwerkingsverbanden en waar beleid gezamenlijk in de regio wordt bepaald. De gemeente zou dan in deze regionale verbanden ‘voldoende agenderend’ moeten zijn om daarin lokale accenten mee te geven. ‘Taken op afstand is door bovengenoemde ontwikkeling geëvolueerd naar taken in regionale gezamenlijkheid. Om daar grip op te behouden zijn naast prestatieafspraken en controlemechanismen vooral ook bestuurlijke en ambtelijke participatie van belang om agenderend te zijn en is investeren in goede relaties binnen het netwerk van belang om daarbinnen coalities te vormen en belangen te bundelen.’ 36

4.3.

Bestuurlijke vormgeving van de onderzochte gemeenschappelijke regelingen

Hier staan de volgende deelvragen centraal: - Hoe is de bestuurlijke structuur van de onderzochte gemeenschappelijke regelingen vormgegeven en voldoet de gemeente daarmee aan de richtlijnen uit de IJsselsteinse Nota Verbonden Partijen? - Hoe oordelen betrokken ambtenaren, directies en bestuurders over de responsiviteit van de onderzochte gemeenschappelijke regelingen? De rekenkamer hanteert hierbij onderstaande normen en volgt daarmee de IJsselsteinse Nota Verbonden Partijen: - Er is sprake van checks & balances in de bestuurlijke rolverdeling. In het bestuur van gemeenschappelijke regelingen zitten vakinhoudelijke wethouders en op bedrijfsvoering gerichte wethouders om de aspecten van de gemeente als klant en de gemeente als eigenaar beide aandacht te geven. - Ook in de organisatie is een scheiding aangebracht tussen inhoudelijk en op bedrijfsvoering betrokken ambtenaren. - De bestuurlijke vormgeving van de gemeenschappelijke regeling maakt dat de organisatie naar oordeel van betrokkenen voldoende snel op maatschappelijke ontwikkelingen kan inspelen (responsiviteit). Verder heeft de rekenkamer ervoor gekozen om deze normen aan te vullen met een beschrijving van de bestuurlijke vormgeving van de vier onderzochte gemeenschappelijke regelingen.

36

Gemeente IJsselstein, 2021, p. 5

27

Rekenkamer

Bevindingen: - In de besturen van de onderzochte gemeenschappelijke regelingen zijn naast vakinhoudelijke wethouders ook wethouders financiën/bedrijfsvoering terug te vinden. Hiermee voldoen deze gemeenschappelijke regelingen aan de geformuleerde norm. Uitzondering hierop is -strikt genomen- het RHC omdat dit een zogenaamde ‘lichte’ gemeenschappelijke regeling betreft. Omdat het hier gaat om een sterk uitvoeringsgerichte organisatie met een specifieke wettelijk verplichte taak ligt deze keuze voor de hand. - In de gemeentelijke organisatie is voor iedere gemeenschappelijke regeling een accounthouder/beleidsmedewerker en een businesscontroller aangewezen. De rekenkamer constateert in de IJsselsteinse ambtelijke organisatie dat er een scheiding bestaat tussen inhoudelijk en op bedrijfsvoering betrokken ambtenaren. Er zijn echter grote verschillen in de mate en wijze waarop zij in de praktijk invulling geven aan de aan hen toegekende rol. In het ene geval organiseren accounthouders van de deelnemende gemeenten zich nadrukkelijk om tot oordeelsvorming te kunnen komen, in het andere geval is dat nauwelijks aan de orde. - De bij de gemeenschappelijke regelingen betrokken ambtenaren, directies en bestuurders oordelen positief over de snelheid waarmee de besturen van gemeenschappelijke regelingen op maatschappelijke ontwikkelingen kunnen inspelen.

Toelichting op de bevindingen: Variatie in bestuurlijke vormgeving De vier door de rekenkamer onderzochte gemeenschappelijke regelingen lopen zeer uiteen qua bestuurlijke vormgeving, omvang en complexiteit van de taken. De besturen van de gemeenschappelijke regelingen ODRU, WIL en BSR bestaan uit een Dagelijks en Algemeen Bestuur, en deze organisaties vormen ieder een eigen rechtspersoon.37 De RHC is een gemeenschappelijk orgaan, dat wil zeggen een ‘lichte’ gemeenschappelijke regeling, zonder eigen rechtspersoon, met als bestuur een zogenaamde ‘archiefcommissie’ waarin de burgemeesters van de deelnemende gemeenten plaatsnemen. Gekeken naar de complexiteit van taken van de onderzochte gemeenschappelijke regelingen dan zien we eveneens een grote variatie. De RHC is hierin een beleidsarme gemeenschappelijke regeling met vrijwel uitsluitend uitvoerende taken. De BSR kan eveneens als een beleidsarme gemeenschappelijke regeling worden aangemerkt, maar kan bij de uitvoering van taken incidenteel wel te maken krijgen met politiek-bestuurlijke afwegingen waarbij het voor de hand ligt dat hierin door de deelnemende gemeenten beleidskeuzes worden gemaakt. De ODRU en WIL kunnen beiden worden getypeerd als beleidsrijk met complexe taken.

De keuze voor een lichte gemeenschappelijke regeling voor de RHC is ingegeven vanuit de beperkte complexiteit en tamelijk specifieke taak van het RHC (archiveren). De Wgr biedt de mogelijkheid van een lichte gemeenschappelijke regeling ook om te voorkomen dat onnodige bestuurlijk complexe structuren worden opgetuigd. Wat betreft de overige onderzochte

37

Dit betreft de meest ‘zware vorm’ van een gemeenschappelijke regeling volgens de Wgr: een ‘openbaar lichaam’ (Wgr, art. 8, lid 1).

28

Rekenkamer

gemeenschappelijke regelingen ligt de ‘zwaardere’ vorm van het openbaar lichaam met een AB en DB voor de hand. Checks and balances In de IJsselsteinse Nota Verbonden Partijen wordt expliciet ingegaan op de positie van de wethouder binnen het bestuur. Een gegeven moeilijkheid in die positie is dat de wethouder een dubbelrol vervuld: hij/zij treedt dikwijls op als opdrachtgever (klant) van de gemeenschappelijke regeling, maar ook als mede-eigenaar van de gemeenschappelijke regeling. In de praktijk kunnen de belangen van deze rollen met elkaar op gespannen voet staan en is het daarom van belang dat deze voldoende behartigd worden in de samenstelling van het bestuur. In de Nota Verbonden Partijen wordt daarom gesteld dat het wenselijk is dat de behartiging van inhoudelijke en bedrijfsmatige aspecten ‘meer in balans wordt gebracht door in regionaal verband de benoeming/aanwijzing van een of meer wethouders financiën/bedrijfsvoering in de besturen van meerdere verbonden partijen bespreekbaar te maken’.38 De rekenkamer trof binnen de besturen van WIL, ODRU en BSR naast vakinhoudelijke wethouders tevens wethouders financiën/bedrijfsvoering aan. Binnen de RHC is dit niet het geval, maar vanwege de gekozen vorm – een lichte gemeenschappelijke regeling – lijkt de noodzaak hiertoe ook minder.

Als het gaat om voldoende checks & balances in de bestuurlijke rolverdeling binnen de onderzochte gemeenschappelijke regelingen voldoen de organisaties aan de richtlijn zoals gesteld in de Nota Verbonden Partijen. De rekenkamer trof het onderscheiden van vakinhoudelijke aspecten (klantrol) en bedrijfsvoeringsaspecten (rol als mede-eigenaar) ook aan binnen de ambtelijke organisatie van de gemeente IJsselstein. In de gemeente is voor iedere gemeenschappelijke regeling een accounthouder/beleidsmedewerker en een businesscontroller aangewezen. Ook op dit punt voldoet de gemeente aan de richtlijn die hierover is opgenomen in de Nota Verbonden Partijen. Uit de interviews blijkt echter dat er grote verschillen zijn in de mate en wijze waarop zij invulling geven aan de aan hen toegewezen rol. Zo ziet de rekenkamer dat de gemeentelijke accounthouders van alle deelnemende gemeenten rond de gemeenschappelijke regeling ODRU zich nadrukkelijk organiseren39: op initiatief van de accounthouders is een profiel van de eigen functie opgesteld, waarin de belangrijke kernelementen van het accounthouderschap zijn opgenomen. Denk hierbij aan wat de vaste en optionele taken van de accounthouder zijn, over welk werk- en denkniveau en welke competenties hij/zij moet beschikken en de ureninzet die met het accounthouderschap gepaard zou moeten gaan.

Hoewel iedere gemeente uiteindelijk zelf besluit over hoe serieus er invulling wordt gegeven aan de functie van accounthouders, helpt het profiel om dit op niveau te houden. Daarnaast organiseren de accounthouders zichzelf door ook een periodiek overleg te voeren waaraan geen vertegenwoordiging van de gemeenschappelijke regeling deelneemt. De gemeenten trekken hierbij samen op door informatie uit te wisselen en tot oordeelsvorming vanuit de 38

Deze gedachte is reeds in 2006 geïntroduceerd en uitgewerkt in een publicatie ‘Handboek Verbonden Partijen – Twee voeten in een sok’, dat Deloite in samenwerking met de (o.a.) de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft ontwikkeld (Dubbeldeman, R., 2006). 39 In geval van de ODRU spreken de geïnterviewden van ‘regievoerders.’ Omwille van de leesbaarheid hanteert de rekenkamer hier het binnen de gemeente IJsselstein gebruikelijke begrip ‘accounthouder’.

29

Rekenkamer

gemeenten te komen. Pas daarna volgt het overleg waaraan ook de ODRU deelneemt. Bij andere gemeenschappelijke regelingen zien we deze mate van organiseren niet: zo constateert de rekenkamer bij de gemeenschappelijke regeling WIL dat er geen profiel bestaat voor de gemeentelijk accounthouder en dat er tussen de deelnemende gemeenten alleen incidenteel ambtelijk overleg, dus zonder medewerkers van WIL, plaatsheeft. Responsiviteit Uit de interviews blijkt dat de bij de gemeenschappelijke regelingen betrokken ambtenaren, directies en bestuurders positief zijn over de snelheid waarmee de besturen van gemeenschappelijke regelingen op maatschappelijke ontwikkelingen kunnen inspelen, de zogenaamde responsiviteit. Er deden zich in de afgelopen jaren geen bestuurlijke impasses of uitzonderlijk stroperige besluitvormingsprocessen voor. Als voorbeelden wordt voortvarende besluitvorming genoemd over: een acuut probleem met PFAS (chemische stoffen) (ODRU), de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) (WIL), en het opschorten van invorderingsmaatregelen (BSR).

4.4.

Koppeling beleidsdoelen

In deze paragraaf staat de volgende deelvraag centraal: Is er bij gemeenschappelijke regelingen een duidelijke koppeling tussen beleidsdoelen van de gemeente IJsselstein enerzijds en doelen van de gemeenschappelijke regeling anderzijds? De rekenkamer heeft daarvoor onderstaande norm geformuleerd: - De doelen die de gemeente wil bereiken en de daaruit voortvloeiende activiteiten zijn terug te vinden in de begroting van de gemeenschappelijke regeling. Bevindingen - Er is een grote verscheidenheid in de wijze waarop de onderzochte gemeenschappelijke regelingen hun doelen hebben opgenomen in hun begroting. Enerzijds zijn er begrotingen met daarin een heldere beschrijving van de doelen van de gemeenschappelijke regeling zelf die bovendien herkenbaar een uitwerking zijn van de gemeentelijke doelen, anderzijds zijn er begrotingen waarin doelen ontbreken. - Bij alle onderzochte gemeenschappelijke regelingen gaat het grootste deel van informatie in de planning en control producten aan de raad over aspecten van de bedrijfsvoering en procedures, bedoelt voor de gemeente als eigenaar. Denk daarbij aan afspraken over geld, formatie en de plichten die men over en weer naar elkaar heeft. De informatie gericht op de gemeente als klant/opdrachtgever staat niet centraal.

Toelichting op bevindingen: Analyse van gemeentelijke doelen en de begroting van de gemeenschappelijke regeling Van alle planning en control producten is de begroting bij uitstek het document waarin de doelen staan beschreven. Voor alle beleidsterreinen staat daar het antwoord op de vraag ‘wat willen we bereiken’. Ditzelfde geldt voor de gemeenschappelijke regelingen. De rekenkamer heeft daarom een analyse uitgevoerd naar de doelen zoals die zijn opgenomen in de 30

Rekenkamer

(programma)begrotingen 2022 van zowel de gemeente als de gemeenschappelijke regeling. De vraag was daarbij of de doelen van de gemeente IJsselstein en de doelen van de gemeenschappelijke regeling een logisch geheel vormen. Van een logisch geheel is sprake als de doelen en activiteiten zoals geformuleerd door de gemeenschappelijke regeling voortvloeien uit de doelen die zijn gesteld door de gemeente. In de nota Verbonden partijen van de gemeente IJsselstein uit 2015 is als richtlijn bepaald dat er in beleidsdocumenten en rapportages onderscheid wordt gemaakt in informatie die is bedoeld voor de rol van de gemeente als opdrachtgever/klant versus informatie voor de gemeente in de rol van eigenaar van de gemeenschappelijke regeling. De begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen zijn door de rekenkamer ook op dit aspect geanalyseerd. De rekenkamer heeft in de begroting van de ODRU geen informatie kunnen vinden over de doelen van de ODRU en de daarmee samenhangende bijdrage aan de gemeentelijke doelstellingen. Opmerkelijk is dat ook in het begrotingshoofdstuk met als titel ‘Wat willen we bereiken en wat gaan we doen’? geen duidelijk/concreet antwoord op deze vragen is terug te vinden. Er zijn in de begroting wel uitgebreide overzichten te vinden over de formatie, lasten, investeringen, etc. Ook in de begroting van het RHC ontbreken de doelen.

Deze begroting is hoofdzakelijk een financieel technisch document en gericht op inzicht in de doelmatigheid van de organisatie en dus ook op de rol van de gemeente als eigenaar. De maatschappelijke doelstelling die door RHC wordt ingevuld (van belang voor gemeente als klant) staat niet in de begroting, maar wordt wel uitgebreid beschreven in het jaarverslag dat gelijktijdig met de jaarrekening ter kennisname naar de raad gaat. De BSR en WIL laten op dit punt een ander beeld zien. De rekenkamer constateert dat hier wel sprake is van een logische samenhang tussen de doelen van de gemeente en de gemeenschappelijke regelingen. Maar ook in deze begrotingen valt de grote hoeveelheid informatie over de bedrijfsvoering op. In de bestudeerde planning en control informatie van de BSR miste de rekenkamer informatie die van belang is voor de gemeente als klant van de gemeenschappelijke regeling. Daarbij doelen we op de prestaties van de BSR op het terrein van de kwaliteit van dienstverlening aan inwoners. Ondanks het feit dat de BSR een beleidsarme gemeenschappelijke regeling is, heeft het handelen van de gemeenschappelijke regeling een substantiële impact op veel inwoners van IJsselstein. Denk daarbij aan het grote aantal inwoners die te maken krijgt met de BSR (alle huishoudens in IJsselstein) en de ingrijpende gevolgen die belastingheffing voor inwoners kan hebben.

Om bovenstaande redenen zou de raad (als klant van de GR) zich op de hoogte moeten stellen van prestaties van de gemeenschappelijke regeling op het terrein van kwaliteit van de dienstverlening aan de inwoners. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de prestaties qua service en bereikbaarheid rondom vragen van inwoners.

31

Rekenkamer

4.5.

Informatievoorziening, sturing en verantwoording

In deze paragraaf gaat de rekenkamer in op de volgende deelvraag: Hoe geeft de gemeente IJsselstein feitelijk vorm aan sturing van en verantwoording over gemeenschappelijke regelingen, in het bijzonder gekeken naar de rol van de raad? De rekenkamer formuleerde daartoe onderstaande normen. Informatievoorziening - In de informatie die de raad ontvangt over gemeenschappelijke regelingen is een duidelijk onderscheid aangebracht in informatie gericht aan de gemeente als klant en informatie gericht aan de gemeente als eigenaar. - De informatie gericht aan de raad is relevant voor de kaderstellende rol van de raad. Dat wil zeggen: - Gericht op het in kaart brengen van inhoudelijke keuzeruimte en mogelijkheden voor sturing. - De raad wordt nadrukkelijk geïnformeerd over de prestaties van de gemeenschappelijke regeling gerelateerd aan maatschappelijke doelen en effecten en de kwaliteit van dienstverlening aan IJsselsteinse inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Sturing en verantwoording - De IJsselsteinse visie op samenwerking waarin de gemeente het beleid zelf bepaald en de uitvoering overlaat aan gemeenschappelijke regelingen is ook de feitelijke praktijk: - De gemeente beschikt over voldoende capaciteit en deskundigheid om eigenstandig beleid voor te bereiden en vast te stellen.

- Het college (of de gemeenschappelijke regeling via het college) legt aan de raad verantwoording af gericht op door de raad geformuleerde doelen en maatschappelijke effecten. (NVP) - Er zijn raadsrapporteurs benoemd en deze volgen de werkwijze zoals afgesproken in de Nota Verbonden Partijen van de gemeente IJsselstein. - De gemeenschappelijke regelingen worden een maal per raadsperiode geëvalueerd. De raad heeft daarbij de volgorde van de te evalueren gemeenschappelijke regelingen geprioriteerd. - Rapporteurs volgen de gemeenschappelijke regelingen nauwgezet en rapporteren hun bevingen richting de raad. Bevindingen - De IJsselsteinse theorie rond sturing en verantwoording waarin de regiegemeente IJsselstein het beleid bepaald en de gemeenschappelijke regeling zich uitsluitend met uitvoering bezighoudt wijkt af van de praktijk: - In de beleidsvoorbereiding is de gemeente doorgaans afhankelijk van beleidsrelevante kennis, capaciteit en expertise aanwezig bij de gemeenschappelijke

32

Rekenkamer

-

-

-

regelingen. De gemeenschappelijke regelingen beschikken over een kennisvoorsprong ten opzichte van de gemeente IJsselstein: beleidsrelevante informatie over de uitvoering, beleidsruimte, wettelijke kaders en toekomstige ontwikkelingen. - Anderzijds zijn de gemeenschappelijke regelingen onderwerp van technische/gedetailleerde bemoeienis van de gemeenteraad met de uitvoering. - Binnen de beleidsvoorbereiding richten de gemeenschappelijke regelingen zich in het algemeen op een uniform voorstel waarvoor zoveel mogelijk draagvlak is verworven. De gemeenschappelijke regelingen laten zich daarbij primair leiden door harmonisatie, standaardisatie en een gezonde bedrijfsvoering van de gemeenschappelijke regeling. De IJsselsteinse gemeenteraad ontvangt over het algemeen zeer veel (technisch) gedetailleerde informatie over de bedrijfsvoering van de gemeenschappelijke regelingen en weinig informatie over de maatschappelijke doelen en de kwaliteit van dienstverlening aan inwoners. Volgens de respondenten (zowel ambtelijk als bestuurlijk) houdt de raad zich erg nadrukkelijk bezig met gedetailleerde bedrijfsvoeringskwesties. De nadruk op informatie over de bedrijfsvoering draagt eraan bij dat de raad niet toekomt aan haar meer maatschappelijk gerichte, politiek-kaderstellende rol. De gemeente IJsselstein werkt sinds 2016 met raadsleden die als rapporteur aan de raad worden benoemd.

Een in 2016 afgesproken evaluatie die medio 2018 zou moeten plaatsvinden is niet uitgevoerd. Uit de interviews blijkt dat betrokkenen, waaronder ook de raadsrapporteurs zelf, kritisch zijn op de werking van het instrument van de raadsrapporteurs. De kritiek richt zich met name op rolonduidelijkheid en het tijdsintensieve karakter van het instrument. Het voornemen zoals opgenomen in de Nota Verbonden Partijen om iedere gemeenschappelijke regeling een maal per raadsperiode te evalueren, is geen praktijk. De raad heeft de volgorde waarin de gemeenschappelijke regelingen zouden moeten worden geëvalueerd ook niet geprioriteerd.

Toelichting op bevindingen: De IJsselsteinse theorie De regiegemeente IJsselstein formuleert doelen, beleid, kaders en laat de uitvoering over aan andere organisaties, bij voorkeur gemeenschappelijke regelingen. Deze gedachte was lange tijd leidend zo bleek ook uit de beschrijving van de visie op samenwerking in paragraaf 4.2. In de huidige Nota Verbonden partijen (2015) heeft de gemeente IJsselstein de visie op samenwerking verder uitgewerkt. De gemeente doet dit in hoofdzaak door verschillende rollen te onderkennen: de gemeente in de rol van eigenaar van de gemeenschappelijke regeling en de gemeente in de rol als klant van de gemeenschappelijke regeling. Dit onderscheid is van belang voor de wijze waarop de diverse gremia in de gemeente vanuit de gemeenschappelijke regeling worden geïnformeerd. Politieke sturing en beleidsbepaling vinden dan met name plaats vanuit de rol van klant (wat wil de gemeente bereiken), de gemeente als mede-eigenaar van de gemeenschappelijke regeling geeft daar invulling aan door de bedrijfsvoering hierop in te richten. Met dit onderscheid in het achterhoofd wordt met de Nota Verbonden Partijen een ‘nieuw aansturingsmechanisme’ uitgewerkt aan de hand 33

Rekenkamer

van richtlijnen. Een belangrijke richtlijn is dat ook in de informatievoorziening ‘duidelijker dan voorheen’ een onderscheid moet worden gemaakt tussen informatie voor de klant en voor de eigenaar. Enkele andere in het oog springende onderdelen van het IJsselsteins ‘aansturingsmechanisme’ die in de Nota Verbonden Partijen zijn terug te vinden zijn: - aandacht voor doelformulering door raad en college: IJsselsteinse doelen worden omgezet in opdrachten die bij uitvoerende partijen worden belegd - het benoemen van rapporteurs: raadsleden die een of meer verbonden partijen adopteren en nauwgezet de ontwikkelingen volgen en daarover naar de raad rapporteren. In de Nota Verbonden Partijen is verder afgesproken dat iedere verbonden partij (dus ook iedere gemeenschappelijke regeling) een maal per raadsperiode geëvalueerd zou moeten worden. Informatievoorziening ten behoeve van beleidsvoorbereiding In de interviews met vertegenwoordigers uit de ambtelijke organisatie en de gemeenschappelijke regelingen wordt stevig de nadruk gelegd op de hiervoor beschreven IJsselsteinse theorie rond sturing en verantwoording die ook in de Nota Verbonden Partijen is uitgewerkt: beleid ‘blijft’ bij de gemeente en de uitvoering geschiedt door de gemeenschappelijke regelingen.

In de praktijk constateert de rekenkamer juist een sterke verwevendheid van beleid en uitvoering in plaats van een duidelijke scheiding. In de interviews wordt erkend dat in de praktijk regelmatig (delen van) de feitelijke beleidsvoorbereiding geschiedt samen met (of door) de gemeenschappelijke regelingen. Daar ligt immers een grote voorsprong als het gaat om capaciteit, expertise en beleidsrelevante informatie over de uitvoering, de wettelijke kaders, de beleidsruimte en de toekomstige ontwikkelingen. Zo blijkt de beleidsinhoudelijke informatie over milieuaspecten van de omgevingswet bij de ODRU te liggen. En was het de ODRU die inhoudelijke sturing moest geven bij de beleidsvoorbereiding rondom het archeologiebeleid. Binnen die beleidsvoorbereiding laten de gemeenschappelijke regelingen zich primair leiden door harmonisatie en standaardisatie en een gezonde bedrijfsvoering. Doorgaans resulteert dit in een uniform beleidsvoorstel aan de deelnemende gemeenten waarvoor door de gemeenschappelijke regeling zoveel mogelijk draagvlak is verworven. De beschrijvingen die de geïnterviewden van dit proces geven, nuanceert op belangrijke punten de stelling dat het beleid doorgaans bij de gemeente ‘ligt’, hoewel de formele beleidsbepaling natuurlijk door de gemeenteraad geschiedt als deze ook formeel nog aan zet is. Op dit algemene beeld bestaan uitzonderingen.

Zo levert de gemeenschappelijke regeling WIL veel maatwerk aan de deelnemende gemeenten als het gaat om de uitvoering van de participatiewet en het minimabeleid.40 Deze gemeenschappelijke regeling heeft als gevolg van een heroriëntatie op de organisatie en haar taken (de zogenaamde ‘innovatieagenda’) de gemeenten de mogelijkheid geboden om de re-integratietaken uit te gaan voeren met lokale werkteams. Dat wil zeggen een aan de deelnemende gemeente toegewezen team met medewerkers van WIL die direct worden aangestuurd door een projectleider van de gemeente zelf.

40

Zo heeft de gemeente Nieuwegein een eigen minima-pas.

34

Rekenkamer

De IJsselsteins praktijk van informeren en verantwoording Als het gaat over het informeren van de raad over beleid en uitvoering door gemeenschappelijke regelingen bestaan er meerdere kanalen en instrumenten. De rekenkamer heeft gekeken naar de stukken die voor de raad worden opgesteld in het kader van de planning en controlcyclus, raadsinformatiebrieven, de invulling van het steeds terugkerende agendapunt in de commissies ‘terugkoppeling verbonden partijen’ en het functioneren van het instrument ‘raadsrapporteurs’. Ook zijn een aantal inhoudelijke raadsvoorstellen en onderliggende nota’s bekeken. Hierin valt in het algemeen op dat bij het informeren van de raad sterk de nadruk ligt op de rol van eigenaar van de gemeenschappelijke regeling: de raad ontvangt over het algemeen zeer veel (technisch) gedetailleerde informatie over de bedrijfsvoering van de gemeenschappelijke regelingen en weinig informatie over de maatschappelijke doelen die worden nagestreefd (doelbereik, maatschappelijke prestaties/uitkomsten, maatschappelijk belangen). Opvallend is verder dat de gemeenteraad nauwelijks expliciete informatie over de kwaliteit van de dienstverlening van de gemeenschappelijke regelingen aan de eigen inwoners ontvangt. Dit beeld ligt voor de gemeenschappelijke regeling WIL iets anders.

Uit de interviews en analyse van documenten blijkt weliswaar dat ook vanuit WIL een grote hoeveelheid bedrijfsvoeringsinformatie wordt geleverd, maar dat er ook voor de raad relevante informatie over prestaties/uitkomsten wordt aangeleverd. Vanuit de zijde van de raad wordt gesteld dat WIL veel informatie geeft tijdens informatieve bijeenkomsten voor raadsleden die zij organiseren. Daarnaast voert WIL het gesprek met raadsleden (zogenaamde kaderstellende raadsdebatten) om ‘kaderstellende notities op te halen die gehanteerd kunnen worden bij de aanpassing van de begroting’41. Zowel raadsleden als de wethouder spreken zich positief over dit instrument uit. De rekenkamer heeft in de beleidsdocumenten en planning- en controldocumenten geen nadrukkelijke duiding aangetroffen waaruit blijkt of informatie gericht is op de rol van de gemeente als eigenaar dan wel op de rol van klant, zoals in de Nota Verbonden Partijen beoogd. Informatievoorziening vanuit de raadsrapporteurs Een belangrijk instrument om vorm te geven aan een adequate informatievoorziening aan de raad is het werken met raadsrapporteurs. De gemeenteraad van IJsselstein heeft met het vaststellen van de Nota Verbonden Partijen in 2015 ook besloten tot het benoemen van raadsleden als rapporteur. Ook in de afgelopen bestuursperiode zijn er voor zeven verbonden partijen rapporteurs benoemd.

De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om voor deze zeven verbonden partijen steeds twee raadsleden als rapporteur te benoemen. Van de vier in dit onderzoek bestudeerde gemeenschappelijke regelingen zijn er de afgelopen raadsperiode voor twee (ODRU en WIL) rapporteurs benoemd.42 Met een evaluatie in het vooruitzicht heeft de huidige gemeenteraad niet alle 14 posities ingevuld.43 Vooralsnog handhaaft de raad wel een in 2016 vastgesteld profiel van de raadsrapporteur waarin onderstaande kenmerken en activiteiten zijn opgenomen:44 41

Werk en Inkomen Lekstroom, 2021, p. 2. Gemeente IJsselstein, 2018b. Dit betreft overigens de vorige bestuursperiode. 43 Dit is de situatie zoals die bekend is na de raadsvergadering van 12 mei 2022. Eventuele ontwikkelingen na deze datum konden niet meer meegenomen worden in deze rapportage. 44 Gemeente IJsselstein, 2022b. 42

35

Rekenkamer

-

Is raadslid of commissielid Geen lid van AB of DB van de desbetreffende verbonden partij Heeft geregeld contact met de accounthouder Biedt de informatie samengevat aan de raad aan, bekijkt wat de raad als kader/prioriteit heeft gesteld en maakt daarbij een koppeling met de inhoud van het dossier Stelt zich onafhankelijk op en opereert a-politiek Richt zich op de feiten, niet op operationele zaken en verzamelt geen berichten uit de media Gaat zelf op pad, neemt kennis van AB-stukken, mag aanwezig zijn bij bestuursvergaderingen (zonder invloed aan te wenden) Levert een bijdrage aan de evaluatie van de desbetreffende verbonden partij en stemt daarbij af met de verbonden partij en andere deelnemende gemeenten Doet aanbevelingen voor kaderstelling Doet samen met andere rapporteurs voorstellen voor invulling van de richtlijnen van de Nota verbonden partijen

Hoewel er in het raadsvoorstel uit 2016 een evaluatie van het instrument raadsrapporteur na een P&C cyclus in het vooruitzicht wordt gesteld45 heeft de rekenkamer geen evaluatie teruggevonden. In de laatste fase van de uitvoering van dit rekenkameronderzoek blijkt er opnieuw een voornemen te zijn om het instrument te evalueren. In de interviews voor dit onderzoek is dan al gebleken dat betrokkenen kritisch zijn op het instrument en de praktische invulling ervan. Zo geven respondenten aan geen duidelijk beeld te hebben van wat de raad nu precies verwacht van de raadsrapporteurs. Vanuit de raadsrapporteurs wordt gesteld dat het erg veel tijd kost om op een goede manier invulling te geven aan de rol van rapporteur. Wat betreft het informeren vanuit de wethouder en de organisatie merken de rapporteurs van een gemeenschappelijke regeling op dat dit het afgelopen half jaar verbeterd is nu de rapporteurs ook door de wethouder actief worden uitgenodigd voor gesprekken. Zij geven aan dat het hier openhartige, goede gesprekken betreft. Het ontbreekt de raadsrapporteurs verder wel aan direct contact met de gemeenschappelijke regelingen, waardoor de rapporteurs erg moet leunen op het goede gesprek met de wethouder.

Hierbij merkt een rapporteur op dat rechtstreeks contact met de gemeenschappelijke regeling zou kunnen worden opgevat als het passeren van de wethouder: het zou de suggestie wekken dat de gegeven informatie niet wordt vertrouwd. Wat betreft de andere informatiekanalen geven de raadsrapporteurs aan dat er sprake is van een informatie-overload over budget en bedrijfsvoering. Informatie aan de raad moet meer worden toegesneden op de rol van de raad: meer inhoudelijke doelen, beleidsopties, maatschappelijke resultaten en minder bedrijfsvoering. Enkele rapporteurs wijzen op de heilzame werking die zou kunnen uitgaan van meer samenwerking met de andere raadsrapporteurs van deelnemende gemeenten: samen met hen de informatiebehoefte bepalen kan de raad beter afhouden van technische gedetailleerde bedrijfsvoeringskwesties. Sommige rapporteurs komen toe aan het opstellen van notities voor de raad die behulpzaam kunnen zijn bij het vaststellen van een zienswijze. Daarbij wordt opgemerkt dat de agendering van deze notities de afgelopen raadsperiode soms moeizaam verliep. Zo zou zelfs een door de 45

Deze zou in september 2017 plaatsvinden aldus het raadsvoorstel uit 2016.

36

Rekenkamer

rapporteurs opgestelde notitie om organisatorische redenen de agenda van de commissie niet hebben bereikt. Wel wordt gesteld dat de agendering het laatste half jaar van de afgelopen raadsperiode beter ging. De IJsselsteinse praktijk van sturing In de interviews wordt de rekenkamer zowel ambtelijk als bestuurlijk erop gewezen dat de raad zich te veel bezig houdt met gedetailleerde sturing van de bedrijfsvoering (het ‘hoe’ of ‘punten en komma’s’). Nu in de informatievoorziening zo sterk de nadruk ligt op details in de bedrijfsvoering loopt de gemeenteraad het risico ook gedetailleerde en uitvoeringsgerichte vragen te gaan stellen. Hetgeen op zichzelf weer meer gedetailleerde uitvoeringsgerichte informatie oplevert. Hiermee bestaat het risico dat het nagenoeg achterwege blijven van informatie over de kwaliteit van de dienstverlening, maatschappelijke doelen en prestaties ertoe leidt dat de raad niet toekomt aan een meer maatschappelijk gerichte, politiekkaderstellende rol. De IJsselsteinse praktijk van evalueren Het voornemen in de Nota Verbonden Partijen om iedere gemeenschappelijke regeling een maal per raadsperiode te evalueren is geen praktijk.

Van de gemeenschappelijke regelingen wordt wel een risicoprofiel gemaakt (hoofdzakelijk bedrijfsvoering) en zijn er de afgelopen er de afgelopen jaren enkele taakgerichte evaluaties uitgevoerd.46 Bredere, beleidsgerichte evaluaties waarin doelbereiking en presteren van de gemeenschappelijke regeling centraal staat blijft doorgaans achterwege. Er zijn echter uitzonderingen: voor de heroriëntatie op de taken die voortvloeien uit de participatiewet is er door de gemeenschappelijke regeling WIL een uitgebreide evaluatie gemaakt.47

46

Onder andere gerichte evaluaties bij RMN (terughalen beperkt aantal formatieplaatsen Groen) en bij ODRU (een nieuwe verdeling van de bouwtaken en taken volgend uit de Drank en Horecawetgeving). Gemeente IJsselstein, 2020 47 Werk en Inkomen Lekstroom, 2021.

37

Rekenkamer

Geraadpleegde stukken Belastingsamenwerking Rivierenland (2021), Conceptbegroting 2022. Berenschot (2017), IJsselstein: bestuurskrachtig kwetsbaar met veel potentieel. Bureau Ruimtevolk, (2022), Toekomstperspectief, Wat wil IJsselstein 2040, Uitkomsten raadpleging IJsselsteinse samenleving januari – februari 2022. Gemeente Woerden (2019), Memo aan het presidium over Raadsrapporteurs Gemeenschappelijke Regelingen (inventarisatie raadsrapporteurs). Gemeente IJsselstein (z.d.), Procesplan Toekomstperspectief en Profiel IJsselstein. Gemeente IJsselstein (2010), Collegeprogramma 2010-2014. Gemeente IJsselstein (2012), Evaluatie Collegeprogramma 2010-2014, Een tussenstand. Gemeente IJsselstein (2012b), De organisatie voert regie, inrichtingsplan gemeente IJsselstein. Gemeente IJsselstein (2012c), Definitief besluit ten aanzien van ‘uitbesteden-samenwerkenprivatiseren’, Brief aan de gemeenteraad van IJsselstein. Gemeente IJsselstein (2015a), Nota Verbonden Partijen. Gemeente IJsselstein (2015b), Raadsvoorstel Voorstel tot het vaststellen van de Nota Verbonden Partijen 2015. Gemeente IJsselstein (2016), Raadsvoorstel profiel, taken en benoeming raadsrapporteurs. Gemeente IJsselstein (2018a), Samen doen, collegeprogramma 2018-2022. Gemeente IJsselstein (2018b), Inrichtingsplan vanaf 1 januari 2019. Gemeente IJsselstein (2018b), Raadsvoorstel Benoeming raadsrapporteurs.

Gemeente IJsselstein (2020a), Raadsinformatiebrief, Overdracht taken Odru naar gemeente IJsselstein. Gemeente IJsselstein (2020b), Raadsinformatiebrief Herverdeling taken onderhoud openbare Ruimte. Gemeente IJsselstein (2020c), Programmabegroting 2020. Gemeente IJsselstein (2021a), Raadsinformatiebrief Stand van zaken regiegemeente, zaaknummer 921576. Gemeente IJsselstein (2022a), Programmabegroting 2022. Gemeente IJsselstein (2022b), Raadsvoorstel benoeming Raadsrapporteurs. Gemeente IJsselstein (2021), Jaarstukken Gemeente IJsselstein 2020. Omgevingsdienst regio Utrecht, (Ontwerp) begroting 2022. Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard (2015), Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum. Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard (2010), Notitie inzake de definitie van kerntaken van het RHC Rijnstreek en Lopikerwaard. Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard (2020), Rapport KPI’s archief- en informatiebeheer 2019 gemeente IJsselstein, Brief aan Burgemeester en Wethouders gemeente IJsselstein. Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard, Ontwerp-begroting 2022 en meerjarenraming tot 2025

38

Rekenkamer

Rekenkamercommissie IJsselstein (2015), Sturing en controle van samenwerkingsverbanden, Onderzoek van de rekenkamercommissies Nieuwegein, IJsselstein en Houten naar de casus Werk en Inkomen Lekstroom. Rekenkamercommissie Dongen, Goirle, Loon op Zand (2015), Governance en effectiviteit samenwerking. Twijnstra Gudde (2011), Gemeente IJsselstein, Onderzoek naar het uitbesteden, samenwerken of privatiseren bij uitvoerende processen. Tweede Kamer der Staten Generaal, (2019-2020), kst. 35513, nr. 3, memorie van toelichting (wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen), Werk en Inkomen Lekstroom (2021), Eindrapportage & Advies, Evaluatie Innovatieagenda WIL-Gemeenten 2019-2021. Werk en Inkomen Lekstroom (2021), Procesbrief Werk en Inkomen Lekstroom 2023. Werk en Inkomen Lekstroom (2021), Begroting 2022 en meerjarenbeleidsperspectief

Literatuur Broere, E., Peters, K. en C. Sengers, (2022), Belastingsamenwerking: biedt het toegevoegde waarde? In: TPC-1, pp. 8-11. Chavannes, M. (2022), in: De Correspondent: Steeds meer taken, steeds minder macht: hoe de gemeente wordt klemgezet door kabinet en Kamer. Dubbeldeman, R., Haven, ten, F. (e.a.), (2006), Gemeentegovernance, Handboek Verbonden Partijen – Twee voeten in een sok, Deloitte, Rotterdam. Elzinga, D.J. (2019), in: Binnenlands Bestuur: Takenpakket gemeenten is te groot. Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (2021), Raad & Regionale Samenwerking, Derde landelijk Raadsledenonderzoek over grip en controle op regionale samenwerking, gemeenschappelijke taken en herindeling. NRC, (22-2-2022), Wat heeft IJsselstein nog te zeggen over IJsselstein? Macht van de kiezer wordt in gemeenten steeds kleiner. PROOF adviseurs (2020), Inventarisatie regionale samenwerkingsverbanden decentrale overheden, Den Haag. Raad voor het Openbaar Bestuur (2021), Droomland of niemandsland, Den Haag. Volkskrant, (11-3-2022), Zo denkt uw raadslid over het gemeentewerk: hoog afbrandrisico maar de democratie werkt goed.

39

Rekenkamer

Bijlage 1 Overzichtstabel wijzigingen Wet gemeenschappelijke regelingen Wijzigingen nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (2022) Gemeenteraad moet toestemming geven bij het aangaan van een nieuwe gemeenschappelijke regeling.

Oude Wet gemeenschappelijke regelingen (2015) Waar in deze kolom niets is ingevuld is er in de oude wet niet in voorzien Dit is breder dan de oude wet, Art. 1 lid 2: “…De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.”

Invoering zienswijze procedure bij treffen regeling: de raden krijgen het recht bij het treffen van een regeling door colleges en/of burgemeesters een zienswijze naar voren te brengen op de ontwerpregeling. Burgemeester en colleges dienen schriftelijk en gemotiveerd te reageren op deze zienswijze. Verplichting om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over besluiten die voor een zienswijze worden voorgelegd aan de raden, niet alleen bij de begroting maar ook bij andere besluiten. In de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen is het verplicht om iets te regelen over de zienswijzeprocedure.

Voorheen bestond alleen een verplichte zienswijzeprocedure bij de begroting.

Mogelijkheid regionale gemeenschappelijke raadscommissie in te stellen bij een openbaar lichaam: de raden gezamenlijk kunnen het voorstel doen een dergelijke commissie in te stellen, het algemeen bestuur is vervolgens verplicht de commissie in te stellen. Taak van de commissie is het adviseren van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling en het voorbereiden van de besluitvorming van de raden.

De oude wet kent geen gemeenschappelijke raadscommissie.

Meer mogelijkheden samenstelling bestuur openbaar lichaam: bij een collegeregeling kunnen de deelnemers ervoor kiezen ook raadsleden in het algemeen bestuur te benoemen.

40

Rekenkamer

Wijzigingen nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (2022) Mogelijkheid tot participatie (inspraak) bij besluiten gemeenschappelijke regeling: in de regeling moet een bepaling staan over het al dan niet toepassen van participatie. Voor het bestuur van een gemeenschappelijke regeling komt er een actieve informatieplicht naar de raden. Deze richt zich op alle informatie die de raad nodig heeft om zijn taak goed te kunnen te kunnen vervullen. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd.

Oude Wet gemeenschappelijke regelingen (2015) Waar in deze kolom niets is ingevuld is er in de oude wet niet in voorzien

art. 16 lid 1: De regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop een lid van het algemeen bestuur …. door de raad die dit lid heeft aangewezen, ter verantwoording kan worden geroepen voor het door hem in dat bestuur …. gevoerde beleid.

Introductie gemeenschappelijk recht van enquête: als sprake is van unanimiteit onder de raden, dan kunnen zij een gemeenschappelijke enquêtecommissie instellen in de vorm van een gemeenschappelijk orgaan. Deze commissie kan onderzoek doen naar eventuele missstanden bij een gemeenschappelijke regeling als geheel. Extra vergoeding lidmaatschap nieuwe gemeenschappelijke commissies: het is mogelijk om een extra vergoeding in te stellen voor raadsleden die lid zijn van een gemeenschappelijke raadscommissie of onderzoekscommissie. Verduidelijking over de mogelijkheid van lokale rekenkamers om onderzoek te doen naar het functioneren van een gemeenschappelijke regeling. Als een dergelijk onderzoek wordt ingesteld moeten de andere rekenkamers van de deelnemers worden geïnformeerd.

Gebleken is dat in de praktijk onduidelijkheid bestond over de vraag of rekenkamers deze mogelijkheid op grond van de huidige wet al hebben.

Er moeten afspraken worden gemaakt over de evaluatie van een gemeenschappelijke regeling. De wet schrijft niet voor waar die evaluatie over moet gaan. Er kan ook voor worden gekozen om de regeling niet te evalueren, maar dit is dan een bewuste keuze waar de raad mee moet instemmen. Dit moet in de regeling worden vermeld.

41

Rekenkamer

Wijzigingen nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (2022)

Oude Wet gemeenschappelijke regelingen (2015) Waar in deze kolom niets is ingevuld is er in de oude wet niet in voorzien

Artikel 9 over uittreding is aangescherpt met een bepaling over de reikwijdte van de afspraken over uittreding. Er moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen.

Voorheen werd volstaan met een bepaling dat het algemeen bestuur de gevolgen van uittreding regelt.

Veranderingen in de begrotingscyclus: aanpassing van de termijnen voor het indienen van de kadernota, de ontwerpbegroting en de begroting. Hierdoor sluit de begrotingscyclus van gemeenschappelijke regelingen beter aan op die van gemeenten. Door deze betere afstemming is het voor de gemeenteraden makkelijker om te overzien wat de gevolgen zijn van uitgaven in een gemeenschappelijke regeling op de begroting van de eigen gemeente.

De begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling sloot niet goed aan bij die van de gemeente. Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven die moeten worden verwerkt in de begroting van de gemeente.

42

Rekenkamer

Bijlage 2 Lijst van geïnterviewde personen Dhr. P. Bekker, wethouder gemeente IJsselstein en lid Algemeen Bestuur en auditcommissie ODRU (bijdrage via een schriftelijke vragenlijst). Dhr. K. Bleijenberg, businesscontroller gemeente IJsselstein. Dhr. F. Both, strategisch adviseur Ruimte gemeente IJsselstein. Dhr. P. van Domburg, burgemeester gemeente IJsselstein, portefeuillehouder regionale samenwerking en lid Archiefcommissie Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard. Dhr. K. Duijvelaar, raadslid en raadsrapporteur ODRU, gemeente IJsselstein. Dhr. R. Esser, directeur Werk en Inkomen Lekstroom. Dhr. M. Foekema, wethouder gemeente IJsselstein en lid Algemeen Bestuur en auditcommissie Belastingsamenwerking Rivierenland (bijdrage via een schriftelijke vragenlijst). Dhr. D. de Goederen, businesscontroller gemeente IJsselstein. Mw. M. de Goijer, relatiemanager Omgevingsdienst regio Utrecht. Mw. C. Wol – de Groot, informatieconsulent gemeente IJsselstein. Dhr. H. Heijmans, directieadviseur gemeente IJsselstein. Dhr. J. Huizinga, raadslid en raadsrapporteur ODRU, gemeente IJsselstein. Dhr. A. van den Hurk, teamleider Interne ondersteuning gemeente IJsselstein. Dhr. A. van der Lugt, accountmanager Belastingsamenwerking Rivierenland. Dhr. P. Nieveen van Dijkum, raadslid en raadsrapporteur WIL, gemeente IJsselstein. Dhr. F.

van Rooijen, Streekarchivaris – directeur Regionaal Historisch Centrum. Mw. E. Schell, wethouder gemeente IJsselstein en lid Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom (bijdrage via een schriftelijke vragenlijst). Mw. G.M. Scholtus, directeur Belastingsamenwerking Rivierenland. Dhr. A. van der Steen, businesscontroller gemeente IJsselstein. Mw. A. Tigchelhoff, raadslid en raadsrapporteur WIL, gemeente IJsselstein. Dhr. H. Vos, manager Werk en Inkomen Lekstroom.

43

Rekenkamer

Dhr. A. van Vuuren, directeur Omgevingsdienst regio Utrecht. Mw. B. de Weerd, controller, Belastingsamenwerking Rivierenland. Dhr. W. van de Wetering, archivaris Regionaal Historisch Centrum. Dhr. M. van Zon, strategisch beleidsmedewerker gemeente IJsselstein.

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12356272/1