2. Ontwerpbegroting WIL 2026
Tekst van het document
Werk
48,4
5.027.481
Totaal
165,5
17.326.663
Formatie in loondienst
• •
Begroot fte
Het loonkostenniveau is gebaseerd op de salaristabellen vanaf januari 2024 + Cao-stijging 2025 en 2026. Personeelskosten buiten formatiebudget WIL (extra inzet voor DVO-afspraken en de uitvoering DVO SW) zijn niet in het bovenstaande overzicht opgenomen.
Financieel beheer en informatie Naast de zorg voor een tijdige uitbetaling van de uitkeringen aan klanten en de tijdige betaling van facturen namens onze klanten (schuldhulpverlening), is het onze verplichting om periodiek verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Gedurende het jaar monitoren we op diverse momenten of de overeengekomen afspraken ook worden gerealiseerd. Deze verantwoording vindt plaats via de kwartaalrapportages, de tussenrapportage (tot en met mei) en de jaarstukken. De bestuurlijke informatie wordt zo ingericht dat met een redelijke mate van zekerheid kan worden aangegeven in hoeverre de doelstellingen worden gerealiseerd met bijbehorende bestuur- en beheersinstrumenten. Zoals bekend is de regelgeving met betrekking tot de certificering van de jaarverslagen van lokale overheden, waartoe ook WIL behoort, gewijzigd. Het bestuur van WIL dient vanaf het boekjaar 2023 zelf verantwoording af te leggen over de rechtmatigheid (de ’rechtmatigheidsverantwoording’). De accountant geeft in dat geval alleen nog een controleverklaring af met een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording van het bestuur. WIL is hierover in gesprek met de accountant. Voor het boekjaar 2026 voorzien we een verdere professionalisering van deze rechtmatigheidsverantwoording.
ICT, automatisering en gegevensbescherming Overheidsorganisaties zoals WIL moeten ook de komende jaren blijven investeren in ICT om inwoners en klanten goed en veilig van dienst te kunnen zijn. WIL heeft zich in dit opzicht richting een regieorganisatie ontwikkeld, mede gelet op de keuzes die onze belangrijkste ICT-leverancier en partner Houten heeft gemaakt. 57
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Zowel op security als privacy voldoet WIL aan de overheid standaarden, zoals vastgelegd in de BIO en privacyregelgeving. Gezien de grote bedreigingen van buiten, is grote waakzaamheid geboden. Mede hierom wordt ingezet op een brede awareness bij alle gebruikers en goede dienstverlening vanuit ICT Houten. Dat zal in 2026 niet anders zijn. C. Paragraaf weerstandsvermogen, risicobeheersing en kengetallen Weerstandsvermogen Omdat eventuele jaarlijkse financiële resultaten direct worden verrekend met de deelnemende gemeenten, beschikt WIL niet over eigen vermogen en reserves en is er derhalve geen sprake van een weerstandsvermogen. Reserve en Voorzieningen Op dit moment worden door WIL geen reserves gevormd. Dit wordt door de Lekstroom gemeenten niet wenselijk geacht. Dat betekent dat risico’s die niet goed in de lopende begroting meegenomen zijn of kunnen worden dan wel mogen worden, als mogelijke overschrijding van de begroting kunnen oppoppen gaandeweg het jaar. Deze consequentie wordt door de Lekstroom gemeenten en WIL geaccepteerd. Risicoparagraaf Een risico wordt gedefinieerd als een gebeurtenis die zich kan voordoen en die een financieel of immaterieel gevolg kan hebben en die (nog) niet op een andere manier is ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel.
Indien de gevolgen van risico’s zich voordoen komen de gevolgen hiervan ten laste van de deelnemende gemeenten dan wel de klanten die WIL bediend. Per risico is in de tabel aangegeven in welke mate wij verwachten of het risico zich zal voordoen: hoog (rood), gemiddeld (oranje), en laag (geel). Risico Hoger ziekteverzuim dan geraamd
Oorzaak Afbouw ziekteverzuim lukt niet door blijvend hoge en soms te hoge werkdruk, maar ook door krapte op de arbeidsmarkt. En/of -wat de laatste jaren ook speelt- door privé omstandigheden die maken dat medewerkers echt langdurig uitvallen.
Gevolgen Of: Meer inhuren dan geraamd omdat niet inhuren i.r.t. continuïteit, omvang en kwaliteit dienstverlening niet verantwoord is. De uitvoeringskosten zullen daardoor stijgen. Financiële gevolgen: € 200.000. Uitgaand van >7% ziekteverzuim, bij een streefcijfer van 6%. Of: Dienstverlening gaat kwalitatief achteruit
Personeel/ krapte arbeidsmarkt
Door de krappere arbeidsmarkt is het vinden, binden en boeien van (goed) personeel lastig. Dat
Bezetting is niet altijd op orde met consequenties voor de kwaliteit van de dienstverlening. Meer inhuur nodig
Beheersmaatregel Vanuit management, teamleiders en HR blijvend aandacht geven aan het welbevinden van medewerkers, de werkprivé balans, verzuimpreventie; evenzo extra investeren in verzuimbegeleiding en in het vinden, binden en boeien van goede collega's om de bezetting op orde te houden, de mobiliteit te beperken en om een te hoge/ongezonde werkdruk te verminderen. HR en de teamleiders moeten hiervoor stevig(er) aan de bak. Goed monitoren waar krappe arbeidsmarkt en verzuim tot problemen kunnen leiden, 58
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Risico
Oorzaak heeft vooral impact op sleutelposities (zoals Finance in 2024/2025 bijvoorbeeld).
Gevolgen dan voorzien als mensen in de markt niet te vinden zijn; met hogere personeelslasten tot gevolg. Werkdruk bij collega's stijgt i.r.t. discontinuïteit en soms te beperkte bezetting, maar ook i.r.t. vaker moeten inwerken nieuwe collega's. Daarnaast minder tijd om te investeren in opleiding, innovatie en ontwikkeling.
Hogere regelingskosten en uitvoeringskosten
De regelingskosten worden op basis van het aantal klanten conform de financiële uitgangspunten berekend. De impact van ontwikkelingen zoals een hoge inflatie, energiecrisis of iets dergelijks zijn ongewis en niet meegenomen.
Meer uitkeringen en inkomensoverdrachten, waarvoor geen middelen begroot zijn. Deze regelingskosten worden 1-op-1 doorbelast aan de gemeenten. Tegelijk stijgen dan ook de uitvoeringskosten dan wel wordt de kwaliteit en omvang van de dienstverlening afgeschaald als e.e.a. kostenneutraal zou moeten plaats vinden. Het afschalen van de kosten heeft uiteraard altijd impact op zaken als doorlooptijden, klanttevredenheid, e.d.
Calamiteiten
Onvoorspelbare gebeurtenissen die direct invloed hebben op de uitvoering van ons werk. Zoals een coronacrisis of iets dergelijks, uitvallen van ICTsysteem of het gebouw niet toegankelijk.
De dienstverlening komt ernstig in de knel, is beperkt mogelijk of wordt tijdelijk stilgelegd. De klanten krijgen niet (op tijd) wat ze nodig hebben.
Te (veel) maatwerk per gemeente
We willen graag goede dienstverlening leveren aan de gemeenten en hen vanuit onze professie
Het risico is er dat er veel verschillende "smaken” zijn met elk een eigen werkwijze, werkproces en dat dit extra benodigde kennis of specifieke ervaring vraagt.
Beheersmaatregel welke kwetsbare solofuncties er zijn en welke oplossingen helpen. Ad hoc inspelen op problematiek waar nodig, met creatieve oplossingen. Gecombineerd met aandacht voor binden en boeien van al zittende collega's (zie ook bij ziekteverzuim) om ongewenst verloop te verkleinen. Zichtbare, vindbare en aantrekkelijke werkgever zijn. Alle collega’s zijn WIL-ambassadeur. Samenwerken met werkgevers in regio. Veel ontwikkelingen zijn door WIL niet beïnvloedbaar. Om niet verrast te worden monitoren wij goed. We informeren in ieder geval tijdig als we afwijkingen of een nieuwe trend zien. En passen de begroting waar nodig aan als dat nodig is (ook tussentijds). Wij houden intern de vinger aan de pols met een dashboard en kwartaalgesprekken waarbij we monitoren wat de ontwikkelingen zijn, welke cijfers daarbij horen en wat het verhaal achter de cijfers is. Een cyberdreiging is altijd een risico waarmee ICT Houten rekening houdt en nodige checks uitvoert, dit is evenwel geen 100% garantie. Door hybride werken kunnen we ook veelal elders werken. We besteden extra aandacht aan bewustwording bij medewerkers over hoe zij de risico's op hacken kunnen helpen minimaliseren. Continuïteit ICT-hosting: zorgen dat we in regie komen en blijven samen met ICT Houten.
Daar waar het kan harmoniseren van beleid en als het echt een te onderscheiden wens is dan met een aparte opdracht formuleren. In 59
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Risico
Oorzaak ondersteunen in hun koers en wens voor inwoners.
Gevolgen Het werkt door versnippering minder efficiënt dan wanneer er naast maatwerk ook meer uniformiteit is.
Organisatiecultuur
De hulpvraag van de kwetsbare klant, waarvoor wij vaak het laatste vangnet zijn of vervanging van een overbelaste collega maakt dat collega's liever niet snel NEE zeggen.
De neiging is om te lang door te gaan of te laat aan de bel trekken.
Participatiewet in balans en op peil houden basiskennis
Door capaciteitsgebrek weinig tijd voor voorbereiding en gevolgen nieuwe wetgeving.
Het risico om ad hoc aan de slag te gaan in plaats van doordachte keuzes en werkwijzen en in nauwe samenhang met alle programma's en professionals. Kwaliteit dienstverlening kan onder druk staan.
Beheersmaatregel de Ontwikkelagenda 2026-2028 wordt hier met vooral de actielijn Harmonisering op gestuurd. Maar ook de actielijn Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt is een vorm van harmonisatie op werk. Soms moeten we ook nee zeggen. Met de richtlijn ‘we doen met zijn allen iets, of we doen het niet’, voorkomen we nieuwe versnippering. Teamleiders helpen collega's bij het maken van keuzes en het tijdig signaleren van knelpunten. Zakelijker zijn, duurzaam inzetbaar blijven én mensgericht maatwerk leveren willen we graag laten samengaan. Met het Meerjarenbeleidsplan 2026-2028 sorteren wij voor op belangrijke elementen uit de Participatiewet in Balans. Ook in de Ontwikkelagenda 2026-2028 zijn enkele actielijnen opgenomen waarmee we tijdig keuzes kunnen maken en de implementatie projectmatig gaan aanpakken. Tijdig opleiden, inhuren en inwerken personeel, (extra) inbreng kwaliteitsadvies en met gemeenten keuzes maken indien van toepassing.
60
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Voor het eerst brengen wij ook een aantal concrete uitvoeringsrisico’s in beeld. Hierbij hebben we voor elk risico 3 scenario’s geschetst met een inschatting van de financiële gevolgen als een risico geëffectueerd wordt. In de begroting is niet een reserve of een post opgenomen ter afdekking van de risico’s. Het gaat dan in ieder geval om de volgende risico’s. Risico’s in de Begroting 2026 Inhuur personeel F&C gaat naar nul of deels of niet Inhuur personeel andere teams is niet meer nodig, of beperkt of best nog stevig Geraamde investeringen van de actielijnen Ontwikkelagenda blijken correct, iets te laag of echt te laag Cao-ontwikkeling is goed geraamd, of iets te laag of echt te laag Inflatietoename is goed geraamd, of net niet of niet Het aantal VSO’s is qua kosten goed geraamd of enigszins onvoldoende of onvoldoende Overig: er zijn anderszins geen financiële tegenvaller, slechts in beperkte mate of best stevig Totaal
Meest gunstige scenario
Reële Scenario
Worst-case scenario
0 0 0
€ 250.000 € 200.000 € 150.000
€ 700.000 € 600.000 € 400.000
0% €0 0% €0 0
0,50% € 81.000 1% € 200.000 € 150.000
1% € 162.000 2% € 400.000 € 300.000
0
€ 150.000
€ 300.000
€0
€ 1.181.000
€ 2.862.000
Kengetallen BBV-overzicht De (netto) schuldquote is een indicator die aangeeft hoe de netto schulden zich verhouden tot de totale baten van de organisatie. Hoe hoger dit percentage, hoe meer externe financiering (geleend geld) WIL heeft aangetrokken om de activiteiten te financieren. Omdat WIL geen geldmiddelen door- of uitleent, is alleen het overzicht ‘Netto schuldquote’ relevant. In de GR, art 34 is vastgelegd dat alle resultaten toekomen aan de deelnemende gemeenten. Hierdoor beschikt WIL niet over een eigen vermogen.
61
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Netto schuldquote: de netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van WIL ten opzichte van de eigen middelen (bedragen in €) A B C D E F
Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) Liquide middelen (cf art. 40 BBV)
G
Overlopende activa (cf. art. 40a BBV)
H
Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
Rekening 2024 0 3.378.195 1.133.457 0 4.173.552 320.379
Begroot 2025 0 2.568.449 2.516.385 0 4.753.990 305.960
Begroot 2026 0 2.568.449 2.516.385 0 4.753.990 305.960
156.757
130.000
130.000
70.307.666 0,00%
75.038.259 0,00%
77.380.868 0,00%
62
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
9. UITGANGSPUNTEN OPSTELLING FINANCIËLE BEGROTING Inflatiecorrectie (+2,7%) Voor de inflatiecorrectie wordt gehanteerd het afgeleide inflatiecijfer voor de overheid (CPI) 2026 uit de decembercirculaire 2024 van 2,7%. Loonindexatie (+3,8% excl. sociale lasten) Conform de ‘loonvoet sector overheid’ voor het jaar 2026 uit de septembercirculaire 2023\4 gaan we uit van een loonstijging van 3,8% exclusief sociale lasten. Zodra een nieuwe CAO bekend is, wordt een eventueel verschil conform de nieuwe CAO meegenomen in een begrotingswijziging. Om de verwachte stijging van de loonkosten toch tastbaar op te nemen wordt een (conservatieve) post hiervoor worden opgenomen in de financiële paragraaf. Over eventuele veranderingen van de sociale lasten is nog niets bekend. Zodra de pensioenpremielasten en de sociale lasten bekend zijn, worden deze in de 1ste Begrotingswijziging 2025 opgenomen. BUIG middelen Bij de bepaling van de hoogte van het BUIG-budget rekenen wij met een gemiddeld uitkeringsbedrag per uitkeringsgerechtigde per gemeente. Deze berekening baseren wij op de uitkomsten van voorlopige jaarcijfers 2024. De omvang van het aantal bijstandshuishoudens wordt bepaald aan de hand van de eindstand 2024 (conform voorlopig jaarstukken 2024) plus 2% (cf. raming CPB en Divosa voor de komende jaren).
Regelingskosten Inkomensondersteuning Bij de bepaling van de hoogte van de regelingskosten bijzondere regelingen en bijzondere bijstand gaan we uit van de bedragen en op basis van de voorlopige jaarcijfers 2024, met een risico-opslag van 2% (cf. landelijke ramingen). Ook deze methodiek hanteren we al meerjarig. Echter, daar waar het CPB en andere instanties de komende periode een toename van de armoedeproblematiek verwachten en meer mensen die aankloppen met een behoefte aan ondersteuning, zien wij die ontwikkeling nu nog maar beperkt. Later in het jaar verwachten we meer inzicht te hebben in de ontwikkeling van ons bestand en het aantal aanvragen. Mogelijk dat we dan onze begroting bijstellen. Re-integratie middelen (Lokale budget) De gemeenten zijn zelf aan zet om focus aan te brengen bij de inzet op participatie. In de lokale jaarplannen beschrijven zij hun inzet en de bijbehorende lokale begroting. WIL neemt deze lokale begroting geconsolideerd over is de afspraak. Omdat er nog een lokale jaarplannen 2026 zijn op het moment dat de WIL begroting wordt opgesteld, nemen wij in de ontwerp Begroting 2026 de cijfers uit 2024 op. Inkomsten terugvordering (1,5%) Het verwachte percentage inkomsten vanuit terugvordering is op 1,5% gesteld. 63
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
BBZ 2004 BBZ 2004 is een vraag gestuurde regeling waarvoor WIL het budget bepaalt op basis van de uitkomsten vanuit de jaarstukken 2024. Vanaf 2020 is de financieringssystematiek voor de BBZ-kapitaalverstrekking gewijzigd. Dit houdt in dat de eigen bijdrage voor de gemeenten van 25% naar 75% is toegenomen. De overheid gaat ervan uit dat 75% van de lening wordt terugbetaald. Hierdoor neemt het risico voor de gemeenten toe. Verdeelsleutel Bij het opstellen van de begroting 2026 wordt voor de doorberekening van de uitvoeringskosten de verdeelsleutel bepaald aan de hand van de maatstaven uit de septembercirculaire en de definitieve uitkeringsspecificatie van het gemeentefonds. De regelingskosten worden verdeeld op basis van het aantal klanten per gemeente en de daadwerkelijke kosten per klant. De verdeelsleutel 2026 is nu nog niet bekend. We hanteren voor nu de verdeelsleutel 2025. Nullijn systematiek De financiële nullijn is sinds 2020 kaderstellend: WIL heeft het te doen met de middelen die beschikbaar worden/zijn gesteld. Tenzij.. . WIL van de Lekstroom gemeenten tijdelijk of structureel extra mag inzetten op specifieke onderdelen; dan is een ophoging van de begroting via een begrotingswijziging acceptabel.
De meest recente zienswijzen op de 1ste Begrotingswijziging 2025 hebben opgeleverd dat WIL zich stringenter aan de Nullijn moet houden gelet op de precaire financiële situatie per gemeente. De Nullijn is dus weer meer principieel geworden, minder pragmatisch. Met uiteraard als grondhouding een sobere en doelmatige uitvoering. Begroting 2025 incl. 1e begrotingswijziging 2025 als basis De vastgestelde Begroting 2025 inclusief vastgestelde 1e Begrotingswijziging 2025 worden als basis genomen voor de voorliggende Begroting 2026. Voorziening verlofsparen Bij cao-afspraak is in 2022 het verlofsparen geïntroduceerd. Door het verlofsparen ontstaan voor WIL qua personeelskosten financiële verplichtingen met een niet voorspelbare opbouw en ook onvoorspelbare afbouw. In het BBV is bepaald dat voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen waarvan het jaarlijkse bedrag geen gelijk volume heeft, een voorziening dient te worden gevormd. In 2023 hebben we deze voorziening ingericht. De totale kosten hiervan waren € 105.000. We zullen jaarlijks een bedrag in de voorziening Verlofsparen moeten storten ter dekking van de te maken kosten. Hoeveel er jaarlijks op deze voorziening gedoteerd is moeilijk in te schatten. In 2024 hebben we de voorziening bijgesteld naar € 139.000,-.
64
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Overzicht van baten en lasten per programma Realisatie 2024
Realisatie 2024
lasten
baten
Programma Inkomen
46.746.569
46.746.569
Programma Werk
5.357.168
5.357.168
Programma Inkomensondersteuning
7.375.974
DVO SW
Begroting 2026
Begroting 2026
lasten
baten
0
52.216.518
52.216.518
0
0
5.951.806
5.951.806
0
8.684.995
0
8.295.313
8.295.313
0
1.150.000
1.150.000
0
1.150.000
1.150.000
0
0
65.741.472
65.741.472
0
67.613.638
67.613.638
0
0
9.296.787
9.296.787
0
9.767.230
9.767.230
0
0
9.296.787
9.296.787
0
9.767.230
9.767.230
0
1e BW 2025
1e BW 2025
lasten
baten
0
50.254.725
50.254.725
0
5.651.753
5.651.753
7.375.974
0
8.684.995
1.158.211
1.158.211
0
Totaal programma's
60.637.922
60.637.922
Uitvoeringskosten
9.669.745
9.669.745
Gerealiseerd totaal van saldo van baten en lasten
9.669.745
9.669.745
Programma
Mutaties reserve Gerealiseerd resultaat
saldo
0 70.307.666
70.307.666
0
saldo
0 75.038.259
75.038.259
0
saldo
0 77.380.868
77.380.868
0
65
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Meerjarenraming per programma Het onderstaande overzicht presenteert de baten en lasten voor het meerjarenperspectief. Programma
Begroting 2026
Begroting 2026 saldo
Begroting 2027
Begroting 2027 saldo
Begroting 2028
Begroting 2028
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Programma Inkomen
52.216.518
52.216.518
0
55.225.697
55.225.697
0
58.459.950
58.459.950
saldo 0
Programma Werk
5.951.806
5.951.806
0
6.179.925
6.179.925
0
6.379.149
6.379.149
0
Programma Inkomensondersteuning
8.295.313
8.295.313
0
8.665.133
8.665.133
0
9.060.495
9.060.495
0
DVO SW
1.150.000
1.150.000
0
1.150.000
1.150.000
0
1.150.000
1.150.000
0
Totaal programma's
67.613.638
67.613.638
0
71.220.756
71.220.756
0
75.049.594
75.049.594
0
Uitvoeringskosten
9.767.230
9.767.230
0
10.058.433
10.058.433
0
10.396.085
10.396.085
0
Gerealiseerd totaal van saldo van baten en lasten
9.767.230
9.767.230
0
10.058.433
10.058.433
0
10.396.085
10.396.085
0
Mutaties reserve Gerealiseerd resultaat
0 77.380.868
77.380.868
0
0 81.279.188
81.279.188
0
0 85.445.679
85.445.679
0
66
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
BIJLAGE: Taakvelden Programma
Verdeling Taakveld Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
100%* 0.4 Overhead
9.767.230
9.767.230
10.058.433
10.058.433
10.396.085
10.396.085
10.745.390
10.745.390
Programma Inkomen
100% 6.3 Inkomensregelingen
53.172.840
53.172.840
56.215.113
56.215.113
59.484.017
59.484.017
63.036.134
63.036.134
Programma Inkomensondersteuning
75% 6.3 Inkomensregelingen
6.221.485
6.221.485
6.498.850
6.498.850
6.795.371
6.795.371
7.540.791
7.540.791
Programma Inkomensondersteuning
25% 6.71 Maatwerk dienstverlening 18+
2.073.828
2.073.828
2.166.283
2.166.283
2.265.124
2.265.124
2.513.597
2.513.597
Programma Werk
100% 6.5 Arbeidsparticipatie
5.951.806
5.951.806
6.179.925
6.179.925
6.379.149
6.379.149
6.586.342
6.586.342
DVO - programma SW
100% 6.4 WSW en beschut werk
2.424.000
2.424.000
2.424.000
2.424.000
2.424.000
2.424.000
2.424.000
2.424.000
Domein: 0.0 Bestuur en ondersteuning Bedrijfsvoering Domein: 6.0 Sociaal domein
67
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
BIJLAGE: Beleidsindicatoren artikel 8 BBV De beleidsindicatoren in de onderstaande tabel zijn opgenomen op basis van de gegevens van ‘waar staat je gemeente’. Alleen de beleidsindicatoren die van toepassing zijn op de taken die WIL uitvoert zijn vermeld. Indicator bron waarstaatjegemeente.nl Personen met bijstandsuitkeringen, per 10.000 inwoners. Huishoudens met bijstandsuitkeringen (percentage t.o.v. totaal aantal huishoudens) Bijstand gerelateerde uitkering vanaf AOW-leeftijd, per 1000 inwoners. Alleenstaanden met bijstandsuitkeringen t.o.v. huishoudens alleenstaand. Lopende re-integratievoorzieningen (aantal per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) Personen met een lopende re-integratievoorziening naar inkomstenbron: - Werkend zonder bijstand (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) - Werkend met bijstand (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) - Niet werkend met bijstand (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) - Niet werken zonder bijstand (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) Banen (per 1.000 inwoners van 15-74 jaar) Werkloosheidspercentage Huishoudens met laag inkomen Huishoudens met hoog inkomen Kinderen (tot 18 jaar) opgroeiend in een uitkeringsgezin
Jaar 2024
Houten IJsselstein 175,6 248,4
Lopik Nieuwegein 160,8 306,1
Nederland 343,6
09-2024
2,5%
3,6%
2,4%
4,2%
4,7%
2024 09-2024 2024-Q2
7,3 5,5% 9,1
10,5 6,7% 10,7
3,6 4,3% 9,0
15,4 7,3% 17,1
16,4 8,1% 12,9
2024-Q2 2024-Q2 2024-Q2 2024-Q2 2023 2024 2023 voorlopig 2023 voorlopig 2023
2,1 0,5 5,7 1,0 729,6 3,1% 6% 16% 2%
2,8 0,4 7,1 0,8 586,4 3,3% 6% 13% 5%
2,7 0,0 6,3 0,0 557,0 2,9% 7% 14% 4%
2,2 0,8 12,9 1,2 1022,7 3,5% 7% 8% 6%
3,6 1,0 7,3 1,0 714,7 3,7% 6%
68
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
BIJLAGE: Ontwikkelagenda WIL 2026 Aanvullend op onze generieke inzet per programma hebben we in het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028 een Ontwikkelagenda geschetst waarmee we niet alleen de balans tussen onze dienstverlening, opdracht en financiën kunne n/willen borgen, maar onze dienstverlening deels ook op een hoger en eigentijdser niveau kunnen brengen en ook voor minder geld. In de Kaderbrief 2026 hebben we de Ontwikkelagenda 2026 geschetst in termen van ‘de idee er achter’, ‘de beoogde impact voor inwoners en klanten’ en ‘een eerste inschatting van de verwachte kosten en baten’. We hebben in de Kaderbrief aangegeven in de Begroting 2026 meer de diepte in te zullen gaan per actielijn met daar waar nodig een uitwerking in de vorm van een ‘business case’. Deze Ontwikkelagenda kent 10 actielijnen: 1. Brede Toegang. 2. Meer lokale en afgestemde dienstverlening. 3. Digitalisering en automatiseren dienstverlening. 4. Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt (SILW). 5. Harmonisering Minimaregelingen. 6. Meer eenvoud in de uitvoering. 7. Verbrede inzet op terecht in de uitkering. 8. Verbrede inzet op parttime werken. 9. Verbrede inzet op economische participatie. 10. Optioneel: versoberen Minimaregelingen. Onderstaand werken we deze actielijnen op hoofdlijnen uit. We houden zowel hieronder als in de bijlage de volgorde uit het MJBP aan.
Actielijn 4 nemen we hierin niet mee, omdat deze sinds de aanstelling van de ketenregisseur/kwartiermaker onder de verantwoordelijkheid van de gem eenten valt. Voor actielijn 10 geldt dat in de zienswijzen op de Ontwikkelagenda door drie gemeenten is aangegeven deze optie graag op tafel te willen houden. Twee gemeenten hebben om een uitwerking gevraagd en een gemeente heeft gezegd deze optie graag van tafel te willen hebben. Vanuit het adagium ‘samen uit, samen thuis’, werken we deze optie vooralsnog dus nog niet uit.
69
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Actielijn 1: Brede toegang Poort Context/aanleiding Op dit moment heeft WIL meerdere ‘poorten’: een voor werk en inkomen, een voor schulden en een voor de bijzondere bijstand/minimaregelingen. Binnen de Herijking Opdracht en Dienstverlening WIL-agenda (actielijn ‘Inkomen naar de Poort’) wordt in 2025 gewerkt aan een verdere integratie van de poort werk en inkomen. Wat is de bedoeling? Wat willen we bereiken? Onze ambitie is dat we op termijn één poort/toegang realiseren waarmee onze dienstverlening integraal en toegankelijk wordt ontsloten voor alle inwoners van de Lekstroom-gemeenten. Een toegang waar we in één slag in beeld krijgen wat de behoefte van een specifieke inwoner is en van hieruit effectief kunnen doorpakken. Met als insteek fysiek waar nodig en digitaal/geautomatiseerd waar mogelijk. En met minder gesprekken en bureaucratische handelingen voor de inwoner; bij de start 1 keer het verhaal vertellen en niet meerdere keren. We denken met deze actielijn ‘winst’ te kunnen realiseren voor individuele inwoners en klanten, maar ook in termen van preventie: omdat we op deze manier waarschijnlijk eerder problemen kunnen signaleren, sneller de juiste dienstverlening kunnen bieden en hierdoor (deels) kunnen voorkomen dat sommige inwoners vroegtijdig in een uitkeringssituatie of (stevig) schuldhulptraject terechtkomen.
Let wel: de actielijn Brede toegang Poort beperkt zich in de Ontwikkelagenda vooralsnog tot alleen de WIL dienstverlening. Een brede toegang die zich tot het gehele sociaal domein uitbreidt maakt nu geen deel uit van de doorontwikkeling; nog los van de vraag of dit wenselijk is en WIL hierin de trekker moet zijn. Wat gaan we daarvoor doen? ✓ Het fundament voor deze actielijn is de actielijn Inkomen naar de Poort binnen de Herijking Opdracht Dienstverlening WIL-agenda. ✓ Parallel en aanvullend hierop gaan we de komende periode opties voor verbreding en integratie en mogelijk vernieuwing van de (bestaande) Poortprocessen verder verkennen. Deze verkenning leidt uiteindelijk tot een advies/voorstel ‘Brede toegang Poort’. WIL zal hiervoor een projectleider/procesondersteuner inschakelen die ons hierbij kan helpen. De kosten van deze projectleider worden geraamd op € 25.000 in 2025 en vooralsnog het dubbele in 2026. ✓ Na besluitvorming gaan we de Brede toegang implementeren.
70
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Wat is de beoogde financiële impact? In de Kaderbrief 2026 hebben we aangegeven dat we van deze actielijn geen financieel voordeel verwachten in de vorm van lagere uitvoeringskosten of minder regelingskosten. We verwachten wel dat de preventieve werking van deze bredere toegang uiteindelijk tot minder maatschappelijke kosten leidt, maar die zijn niet te kwantificeren in onze begroting. Deze actielijn is daarmee dus expliciet geen besparingsoptie, maar eerder een kwaliteitsimpuls; die wel om een beperkt investeringsbudget vraagt. Gelet op de complexiteit van deze integratieslag en doorontwikkeling is namelijk ondersteuning gewenst en noodzakelijk qua procesbegeleiding, communicatie en training/coaching. We ramen deze ondersteuning op € 25.000 in 2025 en € 50.000 in 2026. De laatste kosten zijn in de begroting al opgenomen; de investeringskosten 2025 worden via de Turap 2025 verwerkt. Hoe de Brede toegang Poort er uiteindelijk komt uit te zien en wat de precieze structurele financiële en personele consequenties hiervan zijn is nu nog niet te zeggen. Een belangrijk vraagstuk zal hierin de koppeling van bestaande ICT-systemen en applicaties zijn. De voorliggende begroting bevat dus geen doorrekening op eventuele structurele kosten en baten. Wat is de beoogde impact op de inwoner? ✓ Voor inwoners met enkelvoudige problematiek verandert er niet zoveel.
✓ Voor inwoners die op meerdere terreinen hulp en ondersteuning nodig hebben, is eerder helder wat zij nodig hebben, kunnen we die hulp ook mogelijk eerder opstarten en kan e.e.a. ook eenvoudiger ingeregeld worden. ✓ Voor sommige inwoners geldt dat zij mogelijk ook meer ondersteuning krijgen dan voorheen (bv. in het geval van niet-gebruik van regelingen; we pakken dan meteen door). De planning in een notendop - 2025: Uitvoering Herijking Opdracht en Dienstverlening WIL-actielijn Inkomen naar de Poort. - Vanaf Q3 2025: Verkenning opties voor verbreding en integratie en mogelijk vernieuwing (bestaande) Poortprocessen. - Eind 2025/begin 2026: Besluitvorming hoe verder; aansluitend implementatie. Let wel: binnen Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt is de toegang naar werk een belangrijk aandachtspunt en medebepalend voor de invulling van de toegang naar inkomen en de brede toegang als geheel. De impact van Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt qua inhoud en timing op de actielijn Brede toegang is nu nog niet goed in te schatten. Anderszins U krijgt op deze actielijn geen businesscase voorgelegd; we interpreteren de uitgebrachte zienswijzen als een akkoord op de ingeslagen weg.
71
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Actielijn 2: Meer lokaal afgestemde dienstverlening Context/aanleiding WIL streeft ernaar dienstverlening te bieden die toegankelijk en effectief is voor iedereen die deze nodig heeft. Gelet op de doelgroep die wij bedienen is het de vraag of het meer lokaal aanbieden van onze dienstverlening in deze meerwaarde heeft. Wij denken in zekere mate wel. Hierop experimenteren we lokaal momenteel in beperkte mate vanuit schuldhulpverlening, bijzondere regelingen en werk. We zoeken daarbij aansluiting bij bestaande lokale initiatieven, infrastructuur, werkwijzen of afspraken. We kunnen zo ervaren of klanten ons makkelijker weten te vinden, of we op deze wijze effectiever kunnen schakelen met lokale ketenpartners, wat de consequenties hiervan voor onze uitvoering zijn voor kosten, baten, productiviteit, et cetera. Meer lokaal aanwezig zijn is evenwel niet voor elke vorm van onze dienstverlening de meest passende vorm. De dienstverlening van het programma Inkomen bijvoorbeeld heeft een hoog specialistisch en juridisch gehalte, waarbij interne afstemming belangrijk is. Het inkomen (de uitkering) van mensen is een basisbehoefte. Het is belangrijk dat deze vorm van dienstverlening een hoge mate van continuïteit en betrouwbaarheid heeft. Uitkeringen, handhaving, terugvordering en dergelijke zijn elementen die het beste centraal aangeboden kunnen worden.
Tegelijk is ook hier soms afstemming met lokale partners wenselijk en noodzakelijk. Hierin zijn we momenteel ook lerende. Wat is de bedoeling? Wat willen we bereiken? Wat het eindplaatje wordt is nu nog niet te zeggen; we willen gaandeweg en in samenspraak met de Lekstroom gemeenten ervaren wat wel en niet werkt en zinvol is. Dat betekent dat we eerst verder willen experimenteren. Het streven is in 2026 in deze in elke gemeente bij tenminste één lokaal initiatief aan te sluiten met zowel schuldhulpverlening als bijzondere regelingen. De frequentie en de hoeveelheid wordt per gemeente afgesproken. Eind 2026 is dan het moment om te bezien hoe verder; hierin nemen we ook de uitkomsten van het Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt traject mee als ook de ervaringen van de experimenten die op Werk lopen vooruitlopend op de vorming van de regionale werkcentra in onze arbeidsmarkregio. Wat gaan we daarvoor doen? ✓ Continueren bestaande experimenten in Lekstroom gemeenten op werk, schuldhulpverlening en bijzondere regelingen qua lokale aanwezigheid en lokale afstemming. Continueren en doorontwikkelen lokale afstemming op reguliere centraal aangeboden dienstverlening. Waar nodig en zinvol nieuwe pilots opstarten. ✓ Aansluitend hierop evalueren we en verkennen we tegelijk wat helpend en wenselijk is. Met als resultaat een advies/voorstel ‘Meer lokaal afgestemde dienstverlening’.
WIL zal hiervoor externe expertise inschakelen (iemand die evaluatie en verkenning ter hand kan nemen). De kosten hiervan worden geraamd op € 25.000 in 2026. ✓ Na besluitvorming gaan we dat wat nodig en gewenst is implementeren. Wat is de beoogde financiële impact? 72
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
In de Kaderbrief 2026 hebben we aangegeven dat we ook van deze actielijn geen financieel voordeel verwachten in de vorm van lagere uitvoeringskosten of minder regelingskosten. Ook deze actielijn is daarmee dus expliciet geen besparingsoptie, maar een kwaliteitsimpuls. Het experimenteren zelf zien we als onderdeel van onze reguliere inzet (gelet op de kleinschaligheid); het evalueren van wat loopt en structureel verder brengen van de ervaringen en uitkomsten hiervan is evenwel iets dat we graag extern willen beleggen. We ramen deze ondersteuning op € 25.000 in 2026. Deze kosten nemen we in de voorliggende begroting op. Of, op welke domeinen, hoe en in welke mate we onze dienstverlening in de toekomst meer lokaal gaan aanbieden en/of meer lokaal afgestemd gaan organiseren is nu nog niet te zeggen, laat staan wat de consequenties hiervan voor de begroting WIL zullen zijn. De voorliggende begroting bevat dan ook geen doorrekening op eventuele structurele kosten en baten. Wat is de beoogde impact op de inwoner? ✓ Voor sommige inwoners zal de dienstverlening die zij nodig hebben soms dichterbij huis aangeboden worden (en in betere afstemming met lokale ketenpartners). Dit verlaagt de toegang en maakt e.e.a. eenvoudiger en meer op maat. ✓ Voor inwoners die op meerdere terreinen hulp en ondersteuning nodig hebben, zal waarschijnlijk ook sneller de gewenste actie in gang worden gezet.
De planning in een notendop - 2025 en 2026: Continueren bestaande experimenten, opstarten nieuwe pilots en continueren en doorontwikkelen lokale afstemming. - 2026: Evaluatie en verkenning pilots, experimenten, als ook ervaringen lokale afstemming. - Eind 2026: Besluitvorming hoe verder; aansluitend implementatie. Anderszins Ook op deze actielijn krijgt u ook geen businesscase voorgelegd; we interpreteren de uitgebrachte zienswijzen als een akkoord op de ingeslagen weg.
73
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Actielijn 3: Digitaliseren/automatiseren dienstverlening Context/aanleiding In de praktijk van alledag hebben we binnen WIL ondertussen met o.a. WIL-Direct, Mijn WIL, MS Teams en ons Zaaksysteem Onegov eerste stappen gezet op het gebied van de digitalisering van onze dienstverlening. Helder is hierbij geworden dat voor WIL digitalisering geen eenvoudige opgave is door onder andere een beperkte kennis van digitalisering, een breed palet van onderliggende niet altijd met elkaar communicerende systemen, een sterke jarenlange analoge basis en dienstverleningsprocessen die zich vaak nog niet lenen voor digitalisering (door hun complexiteit, uitzonderingen, e.d.), et cetera. Mede hierom is geen WIL geen koploper, maar een volger. Er is evenwel nog veel potentie. Wat is de bedoeling? Wat willen we bereiken? Voor ons is helder dat we door (meer) slimme digitalisering onze dienstverlening kunnen verbeteren, onze maatschappelijke impact (=o.a. bereik) kunnen vergroten als ook meer kosteneffectief kunnen werken. In het Meerjarenbeleidsplan 2026-2028 hebben we dan ook gezegd hierop de komende jaren te willen inzetten. Digitalisering betekent in ons geval bovenal het gebruik van digitale technologieën om onze dienstverlening te verbeteren en efficiënter te maken.
Dit kan verschillende vormen aannemen, zoals het automatiseren van processen, het digitaliseren van administratieve taken en workflows om de dienstverlening aan de inwoner te verbeteren en tegelijkertijd tijd en middelen te besparen, het aanbieden van onlinediensten via websites en apps, waardoor cliënten gemakkelijker toegang hebben tot hulp en informatie, et cetera. De meeste inwoners en klanten zijn ondertussen ook voldoende digitaal vaardig merken wij. Voor de inwoners die (nog) niet voldoende digitaal vaardig zijn, zal er altijd een passende oplossing geboden worden om toch zo eenvoudig mogelijk gebruik te kunnen maken van onze dienstverlening. Wat gaan we daarvoor doen? Met de ervaring die we ondertussen hebben willen we voorzichtig en gestructureerd invulling doorpakken. We willen nog steeds volgen, maar actiever: ✓ Met als eerste stap het waar mogelijk leaner maken van processen (via de actielijn ‘Meer eenvoud en vertrouwen in de uitvoering’), harmoniseren van regelingen waar nodig (via de actielijn ‘Harmonisatie regelingen’) en het doorontwikkelen en herijken van wat we hebben. WIL-Direct moet bv. anders ingestoken worden omdat Centric ons hiertoe verplicht. ✓ Aansluitend en parallel hieraan willen we opties, wensen en mogelijkheden voor verdere digitalisering en automatisering verkennen en op basis van wat we nu al doen de ‘lessons learned’ in beeld brengen.
Deze verkenning leidt tot een advies/voorstel ‘Digitalisering WIL 2026-2028’. WIL schakelt hiervoor een projectleider/procesondersteuner in die ons hierbij helpt. De kosten van deze projectleider ramen wij op € 25.000 in 2025 en vooralsnog evenveel in 2026. ✓ Na besluitvorming gaan we implementeren en uitvoeren wat besloten wordt. 74
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Wat is de beoogde financiële impact? Wat de beoogde digitaliseringslag gaat kosten is nu nog niet te zeggen, ook niet in te schatten. In de Kaderbrief 2026 hebben we aangegeven dat we -op termijn- uiteindelijk wel een financieel voordeel verwachten in de vorm van lagere uitvoeringskosten of minder stijgende uitvoeringskosten (omdat handwerk vaak duurder is). Qua regelingskosten levert deze actielijn niets op. Op de korte termijn is deze actielijn daarmee geen besparingsoptie. T.b.v. de verkenning ‘hoe verder’ is een beperkt investeringsbudget nodig van € 25.000 in 2025 en 2026. De laatste kosten zijn in de begroting al opgenomen; de investeringskosten 2025 worden via de Turap 2025 verwerkt. Wat is de beoogde impact op de inwoner? ✓ Afhankelijk van de mate van digitalisering en automatisering ervaart de inwoner meer eenvoud en snelheid. ✓ Uiteraard zorgen we voor een niet digitale wijze van dienstverlening voor inwoners die minder digi-vaardig zijn. De planning in een notendop - 2025-2026: Uitvoering actielijn ‘Meer eenvoud en vertrouwen in de uitvoering’ en ‘Harmonisatie Regelingen’, als ook herziening WIL-Direct en verdere doorontwikkeling Zaaksysteem Onegov en Mijn WIL. - Vanaf Q3 2025: Ophalen lessons learned en verkenning opties, wensen en mogelijkheden voor digitalisering en automatisering. - Medio 2026: Besluitvorming hoe verder en start implementatie.
Anderszins Het bestuur van WIL krijgt t.z.t. op deze actielijn een businesscase; de uiteindelijke keuze van het bestuur in deze landt in de begroting van WIL.
75
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Actielijn 4: Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt Vervalt als eigenstandige actielijn binnen de Ontwikkelagenda WIL
Actielijn 5: Harmonisatie Regelingen Context/aanleiding In onze Lekstroomregio hebben we in totaal meer dan 14 verschillende minimaregelingen. Sommige regelingen hebben een wettelijke basis, andere zijn lokaal gekozen regelingen. Sommige regelingen worden door WIL uitgevoerd binnen de Begroting WIL namens de gemeenten (zoals de Individuele Inkomenstoeslag en de bijzondere bijstand), andere regelingen worden uitgevoerd door particuliere stichtingen (zoals de kindregelingen door stichting Leergeld) en nog anderen worden door de gemeenten ingekocht bij organisaties als WIL via een dienstverleningsovereenkomst (zoals de U-pas en de collectieve zorgverzekering), maar ook bij andere organisaties. Bij een aantal regelingen is de vormgeving in de Lekstroomgemeenten gelijk, andere regelingen verschillen per gemeente. Tenslotte zijn er verschillen in het aanbod op zich: sommige gemeenten hebben één of enkele regelingen die de andere gemeenten niet hebben (bijv. de regeling duurzame gebruiksgoederen in Lopik). Sommige regelingen zijn vrijwel gelijk qua voorwaarden en uitvoering, voor andere regelingen geldt dat deze van elkaar verschillen qua voorwaarden, uitvoering en toegankelijkheid. Om de Cliëntenraad WIL te citeren: de postcode bepaalt wat een inwoner wel/niet aan financiële ondersteuning krijgt.
Bovenstaande is het gevolg van de wens van de Lekstroom gemeenten ieder op eigen wijze invulling te geven aan het armoedebeleid. In het licht van het huidige tijdgewricht zijn de meeste regelingen vrij complex en niet altijd kosteneffectief te noemen. Daardoor is het voor inwoners niet altijd even makkelijk om hier gebruik van te maken. De complexiteit heeft ook gevolgen (gehad) voor de uitvoeringskosten en de doorlooptijden. De Lekstroom verschilt hierin niet van veel andere gemeenten/regio’s, getuige het landelijke onderzoeksrapport ‘Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid’.10 Vanaf 2024 wordt dan ook in de lekstroom door WIL en de gemeenten gezamenlijk opgetrokken om de minimaregelingen beter op elkaar af te stemmen en de toegang tot voorzieningen te vereenvoudigen. Met u als raden is hier al verkennend over gesproken, met recentelijk 11 groen licht voor eerste stappen in deze; te beginnen met het harmoniseren van een drietal regelingen en het hiervoor opleveren van een businesscase.
10
Instituut voor Publieke Economie, januari 2025. In de zienswijzen van februari/maart 2025 op het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028 en de Kaderbrief 2026 is door de Lekstroom raden positief gereageerd op het in beide P&C stukken geschetste voorstel voor harmonisatie. 11
76
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Wat is de bedoeling? Wat willen we bereiken? Het doel en uitgangspunt van onze gezamenlijke inzet is een sterk, kosteneffectief en toegankelijk minimabeleid, waarbij inwoners die financiële ondersteuning nodig hebben, deze ook daadwerkelijk (kunnen) krijgen. Met regelingen die begrijpelijk, effectief en goed uitvoerbaar zijn, zonder de financiële bestaanszekerheid van de inwoners om wie het echt gaat in gevaar te brengen. De Individuele Inkomenstoeslag (IIT) zien we in dit licht als de basisregeling, met een set van andere regelingen hier omheen. We willen ons ook richten op een beter bereik en het terugdringen van niet-gebruik zodat meer mensen in een kwetsbare positie geholpen worden. Daar zien we nog een wereld te winnen. Wat gaan we daarvoor doen? Een diepere en bredere analyse die wij in gezamenlijkheid de afgelopen periode uitvoerden, toont aan dat harmonisatie alleen hiervoor niet volstaat; we zullen de bestaande regelingen ook deels moeten herontwerpen. De onderlinge samenhang tussen de bestaande regelingen, de afhankelijkheden, evenals de impact op inwoners maken namelijk duidelijk dat louter harmonisatie alleen van bestaande regelingen niet leidt tot een effectief, toekomstbestendig en werkbaar minimabeleid. Zonder een bredere herziening blijven de knelpunten in toegankelijkheid en uitvoerbaarheid bestaan en blijft ondersteuning versnipperd.
Harmonisatie en herontwerp moeten daarmee hand in hand gaan. Deze puzzel leggen vraagt echter wel tijd, meer tijd dan we tot nog toe hadden. Ons ideaal is nog steeds u een uitgewerkt en integraal voorstel te kunnen voorleggen; hieraan werken we de komende periode met elkaar gestaag aan verder. Belangrijk in deze is dat de focus in dit herontwerpen ligt op de minimaregelingen waar WIL mee te maken heeft. Vooruitlopend hierop willen we bij deze - als eerste stap - een voorstel op tafel leggen dat in onze ogen als eerste bouwsteen dient voor de beoogde integrale harmonisatie en herontwerp. Stap 1 is in dit perspectief concreet een harmonisatie en optimalisatie van de Individuele Inkomenstoeslag (IIT), Bijzondere Bijstand (BB) en Collectieve Ziektekostenverzekering (CZM), waar dit nu al kan. Het spreekt voor zich dat de grootste verbeteringen in termen van efficiëntie, effectiviteit en voordeel voor inwoners en klanten pas tot uiting komen als we het gehele pakket aan regelingen geharmoniseerd en herontworpen hebben. Stap 1: Een harmonisatie en optimalisatie van de IIT waar dit nu al kan • De Individuele Inkomenstoeslag (IIT) is een jaarlijkse toeslag voor inwoners die 3 jaar of langer een inkomen hebben tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Het verstrekte bedrag per 12 maanden is 40% van de toepasselijke bijstandsnorm.
De regeling biedt inwoners vrijheid om zelf te bepalen waaraan zij het bedrag willen besteden. De IIT is op één uitzondering na geharmoniseerd: alleen voor de alleenstaande oudergroep in IJsselstein geldt een toekenningsbedrag van 50% i.p.v. 40% bijstandsnorm. In stap 1 is het voorstel dit percentage in IJsselstein gelijk te trekken met de overige 3 gemeenten en terug te brengen naar 40%. • Een gedeelde wens die al langer leeft is de wens klanten van WIL die hier recht op hebben zonder jaarlijkse aanvraag de IIT (automatisch) toe te kennen; dit noemen we ambtshalve toekennen. Dit is voor inwoners een enorme stap vooruit, maar scheelt WIL ook werk. De ervaring leert dat
77
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
•
ieder jaar zelf moeten aanvragen voor veel inwoners een hindernis is (inwoners doen dit daarom niet). De verwachting is dat door meer mensen de IIT automatisch toe te kennen er hierdoor ook minder behoefte aan aanvragen van andere regelingen is.12 Binnen de IIT onderscheiden we nu nog 13 doelgroepen, waarvoor ieder een eigen toekenningsbedrag geldt. Om ambtshalve te kunnen toekennen is een optimalisatie nodig. Om recht te doen aan relevante verschillen tussen huishoudens wordt voorgesteld te komen tot een vereenvoudiging van 13 naar 3 doelgroepen (met 3 toekenningsbedragen).13 Met een lichte slag om de arm (de uitvoeringscapaciteit bij onze ICT-partner Centric) is ambtshalve beschikken voor de PW-klanten per 2026 al mogelijk.
Stap 1: Harmonisatie en optimalisatie van de BB waar dit nu al kan • De Bijzondere Bijstand (BB) is bedoeld als financieel vangnet voor inwoners met een laag inkomen die onverwachte of noodzakelijke kosten niet zelf kunnen dragen. Dit kan gaan om medische kosten, tandartskosten, kosten voor woninginrichting, kosten voor bewindvoering, rechtsbijstand of andere incidentele of structurele uitgaven die niet uit het reguliere inkomen kunnen worden betaald. De BB is al in hoge mate geharmoniseerd, zij het dat IJsselstein hier als enige 110% van de bijstandsnorm als inkomensgrens hanteert en de andere gemeenten de grens leggen op 100%. Uit het oogpunt van harmonisatie wordt voorgesteld de inkomensgrens voor alle gemeenten naar boven gelijk te trekken en 110% van de bijstandsnorm als grens te hanteren. Het voordeel hierbij is dat inwoners pas vanaf 110% naar draagkracht moeten bijdragen en niet vanaf 100%. Voor de uitvoering betekent dit dat er minder draagkrachtberekeningen hoeven te worden uitgevoerd, maar wel nog inkomstenberekeningen voor niet PW-klanten). • De BB is in de kern -nu nog- een regeling die iedereen mag aanvragen, met een toekenning boven de 100% of 110% van de bijstandsnorm o.b.v. draagkracht. Dat gebeurt in de praktijk ook; we kennen aanvragen van boven de 180% van de bijstandsnorm.
Uit het oogpunt van optimalisatie wordt voorgesteld de BB te maximeren op 150% van de bijstandsnorm als inkomensgrens. Daarmee is en blijft de BB beschikbaar voor hen die deze het meest nodig hebben. Boven de 150% is er geen BB meer mogelijk. De draagkrachtberekening voeren we alleen uit voor de doelgroep tussen 110-150%, met een standaard draagkracht van 35%. M.a.w. van elke 100 euro toekenning wordt de aanvrager geacht 35 euro zelf bij te dragen. • In de BB wordt voor de kosten woninginrichting gerekend met een vergoeding van 60%, gebaseerd op het volledige pakket richtprijzen van het Nibud. In vergelijking met andere gemeenten is dit een ruime vergoeding. Sinds de normstelling in 2016 is het aanbod van tweedehands en
12
Op dit moment wordt uitgezocht of ambtshalve toekennen per 2026 mogelijk is; er zijn in deze namelijk nog wel enkele hobbels te nemen. E gaan er nu vanuit dat dit ons wel gaat lukken; zij het onder voorbehoud. De 3 doelgroepen de we voorstellen zijn: gehuwden (€ 769), alleenstaanden (€ 539), en overig (€ 339). De bedragen die we noemen zijn de bedragen waarmee we in deze businesscase voor nu rekenen, dus niet geïndexeerd, e.d. 13
78
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
circulaire inboedelproducten ook aanzienlijk verbeterd, waardoor een verantwoorde inrichting met lagere bedragen mogelijk is. We stellen daarom voor de vergoeding te wijzigen van 60% naar 40% per 2026. Stap 1: Harmonisatie en optimalisatie van de CZM waar dit nu al kan • De collectieve zorgverzekering voor minima is een speciale zorgverzekering die de Lekstroomgemeenten aanbieden voor inwoners met een laag inkomen, waarbij zij korting krijgen op de premie en extra vergoedingen ontvangen voor zorgkosten. Op dit moment hanteert iedere gemeente eigen inkomensgrenzen en andere bijdragen. De collectieve zorgverzekering moet daarom geharmoniseerd worden. Tegelijkertijd zijn er alternatieve zorgmodellen die efficiënte en betaalbare zorg bieden en is er een relatie tussen de collectieve zorgverzekering en de regeling voor chronisch zieken, zoals die in gemeente Houten en Lopik bestaat en de medische kosten en tandartskosten binnen te bijzondere bijstand. Om hier goed naar te kunnen kijken, nemen we deze harmonisatie mee in ons herontwerpproces. • Qua optimalisatie is wel al een eerste stap mogelijk en wel door de aanvraag en toekenning van de CZM makkelijker te maken door deze te koppelen aan de U-pas, stadspas of BSN-lijsten. Voor sommige inwoners is hierdoor slechts 1 toets-moment nodig in plaats van 2. M.a.w.
als je op de lijst staat, heb je automatisch recht op een collectieve zorgverzekering; anders zullen we dit via handwerk moeten (blijven) vaststellen. NB. Een koppeling met de BSN-lijsten van BS&F betekent niet dat WIL hier geen werk meer aan heeft; er moet nog steeds een dossier aangemaakt worden, e.d.. Het grotere plaatje: het herontwerp en optimalisatie van alle regelingen Parallel aan stap 1 willen we verdere stappen zetten richting een toekomstbestendig minimabeleid. Dit betekent niet alleen maar het versterken van de samenhang tussen regelingen, maar ook een fundamentele heroverweging van hoe we ondersteuning bieden aan kwetsbare inwoners en welke dat dan is. Versobering is in deze niet het doel. Het doel en uitgangspunt is een sterk, kosteneffectief en toegankelijk minimabeleid, waarbij inwoners die ondersteuning nodig hebben, deze ook daadwerkelijk kunnen krijgen. Het doel van het herontwerp is om regelingen begrijpelijker, effectiever en beter uitvoerbaar te maken. Dit vraagt om een andere inrichting van de ondersteuning, maar zonder de financiële bestaanszekerheid van de inwoners om wie het echt gaat in gevaar te brengen. WIL denkt hierin vanzelfsprekend met de Lekstroom gemeenten mee; de uiteindelijke keuze iets wel/niet te willen heroverwegen en aan te passen is evenwel een bevoegdheid van de gemeenten zelf, niet van WIL.
Dat geldt ook voor de keuzes die in stap 1 voorgesteld worden. Alle voorstellen zullen m.a.w. ook in de raden zelf besproken en vastgesteld moeten worden, voordat WIL ze legitiem kan uitvoeren. Hoe korter de doorlooptijd in deze, hoe beter. Als uitgangspunten voor het beoogde herontwerp en de optimalisatie van de minimaregelingen denken we aan de volgende drieslag: 1. De gerichtheid van de ondersteuning: a. We bieden duidelijkheid. Er moet eenduidigheid zijn in het aanbod voor inwoners van alle vier de Lekstroom gemeenten. Geen uitzonderingen dus. 79
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
b. We bieden financiële bestaanszekerheid. We vinden dat de inwoners in de Lekstroomgemeenten die het nodig hebben, ook echt een beroep moeten kunnen doen op de ondersteunende regelingen die we hebben. Dit is primair de doelgroep met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm. Daar waar we nog niet alle inwoners bereiken, zetten we hierop in. c. We maken het aanvragen van een regeling gemakkelijk. Het gebruik van de regelingen moet gemakkelijk en laagdrempelig zijn. Waar mogelijk maakt het ambtshalve toekennen daar onderdeel van uit. 2. De beschikbaarheid van middelen: a. We letten op de uitvoeringskosten. De kosten voor de uitvoering van de regelingen houden we zo laag als mogelijk, maar wel binnen de grenzen van de kwaliteit die we willen bieden aan de inwoner. Regelingen die kosten-ineffectief zijn, bijvoorbeeld als de uitvoeringskosten hoger zijn dan wat daadwerkelijk aan inwoners wordt uitbetaald, worden in principe geschrapt. b. We prioriteren in noodzaak. De beschikbare middelen (economisch schaarste) voor de regelingen moeten primair beschikbaar zijn voor de inwoners die dit het hardst nodig hebben. Het realiseren van en hoger bereik gaat voor op het bereiken van een doelgroep met relatief meer inkomen. 3. De uitvoerbaarheid van de maatregelen: a. We voeren eenvoudig uit. De regelingen moeten goed uitvoerbaar zijn voor WIL.
En bij gelijk volume tot minder uitvoeringskosten leiden. De gedachte is het herontwerp van minimaregelingen vorm te geven vanuit een integrale benadering, met de Individuele Inkomenstoeslag (IIT) als basis. De IIT is namelijk per definitie bedoeld voor huishoudens die langere tijd met een laag inkomen moeten rondkomen. Deze vrij te besteden toeslag biedt inwoners een financiële aanvulling die zij naar eigen inzicht kunnen inzetten, waardoor maatwerk en keuzevrijheid centraal staan. Door de IIT ruimhartig toe te passen, wordt de afhankelijkheid van andere, meer complexe regelingen verminderd en krijgen inwoners meer regie over hun eigen situatie. In het herontwerp zouden we ons primair willen richten op het beter ondersteunen van de meest kwetsbare inwoners, met een overzichtelijke en toegankelijke set regelingen specifiek voor hen. Tegelijkertijd willen we ons richten op een beter bereik en het terugdringen van niet-gebruik zodat meer mensen in een kwetsbare positie geholpen worden. Een deel van de ‘winst’ van het herontwerp zouden we hiervoor willen aanwenden. Het advies is samen met de gemeenteraden te bepalen waar de prioriteiten liggen en hoe de beschikbare middelen optimaal kunnen worden ingezet.
Ons streven daarbij is een beleid dat in balans is met toegankelijkheid, doelmatigheid en betaalbaarheid, zonder in te leveren op de noodzakelijke ondersteuning voor kwetsbare inwoners. En nogmaals, met we bedoelen we niet WIL alleen, maar de Lekstroom gemeenten en WIL samen, waarbij het politieke primaat en de uiteindelijke keuze niet bij ons ligt. Effectmonitoring Om te waarborgen dat de voorgestelde wijzigingen de gewenste effecten opleveren, stellen we een vorm van effectmonitoring voor. Dit houdt in dat periodiek wordt geëvalueerd: • Hoeveel inwoners gebruikmaken van de regelingen en welke doelgroep wordt bereikt.
80
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
•
Hoe WIL de maatregelen ervaart in termen van eenvoud, uitvoerbaarheid en rechtmatigheid bijvoorbeeld en wat de daadwerkelijke effecten zijn op de uitvoering. De idee is nu de Lekstroom gemeenten via de reguliere (kwartaal)rapportages van WIL te informeren; met als eerste moment de Q3-rapportage. We gaan hiervoor allereerst kijken wat mogelijk, wetende dat niet alles wat we willen weten ook geregistreerd wordt (of mag worden). Wat is de beoogde financiële impact? Stap 1: Een harmonisatie en optimalisatie van de IIT waar dit nu al kan • Met het ambtshalve beschikken verwachten we een toename van het bereik met ruim 400 inwoners en daardoor ook structureel hogere regelingskosten van rond de € 267.000. Het verlagen van het toekenningspercentage in IJsselstein van 50 naar 40% zal de regelingskosten in IJsselstein iets terugbrengen, maar heel beperkt op het grote geheel. We ramen dit bedrag niet. • Uitgaande van een succesvolle implementatie per uiterlijk eind 2025 is een structurele besparing op de uitvoeringkosten vanaf 2026 realistisch van € 30.000 (in combinatie met een ambtshalve toekenning). • Voor deze stap is een investeringsbudget nodig voor de noodzakelijke proces- en ICT-aanpassingen van € 50.000 in 2025. Deze zal via de Turap 2025 verrekend worden. • Tegelijk, laten we e.e.a. ook gaan ervaren (met een mogelijke bijstelling als gevolg).
Stap 1: Harmonisatie en optimalisatie van de BB waar dit nu al kan • Het verlagen van de vergoeding voor de kosten woninginrichting naar 60% betekent financieel netto in 2026 Lekstroom breed in ieder geval zo’n € 286.000 minder aan regelingskosten. • We verwachten ook minder regelingskosten doordat er geen toekenningen meer zullen plaatsvinden boven de 150% bijstandsnorm, maar dat is nu niet goed te ramen; we zullen dat moeten gaan ervaren. Datzelfde geldt voor de hogere toekenningsbedragen aan de ‘onderkant’. Op het moment dat we de reële effecten scherp in beeld hebben, zullen we deze ook verwerken in de begroting. We gaan voor nu uit van een budgetneutrale impact op de regelingskosten in 2026. • Het ruimer toekennen aan de ‘onderkant’ en besparen aan de ‘bovenkant’ is qua besparing op de uitvoeringskosten lastig in te schatten. Onderaan de streep levert het iets op, denken we, maar hoeveel zullen we ook hier moeten gaan ervaren. Net als bij de IIT geldt dat du moment dat we scherp hebben om hoeveel meer of minder werk het gaat, we e.e.a. zullen inboeken als een besparing of stijging van de uitvoeringskosten.
Stap 1: Harmonisatie en optimalisatie van de CZM waar dit nu al kan • Met de koppeling van de aanvraag en toekenning van de CZM aan de U-pas, stadspas of BSN-lijsten en het laten vervallen van de inkomenstoets is een structurele besparing vanaf 2026 op de uitvoeringskosten van € 20.000 reëel. 81
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
•
Qua investering is er een beperkt budget nodig voor noodzakelijke proces- en ICT-aanpassingen van i.i.g. € 25.000 in 2025. Deze zal via de Turap 2025 verrekend worden.
Het grotere plaatje: het herontwerp en optimalisatie van alle regelingen • Op dit moment is een realistische inschatting van de structurele effecten op de regelingskosten en uitvoeringskosten van het eindplaatje nog niet te geven. We verwachten wel dat de uitvoeringskosten nog verder teruggebracht kunnen worden; in het MJBP is een indicatie van structureel € 100.000 – 200.000 afgegeven. • Qua regelingskosten is het realistisch uit te gaan van zowel besparingen als extra kosten door een hoger gebruik en minder niet-gebruik. Kosten en baten per gemeente Onderstaand overzicht schetst de kosten en baten van stap1 per gemeente voor 2026 Kosten en baten 2026 Regelingskosten Uitvoeringkosten Totaal Investeringskosten
Stap 1 IIT
Stap 1 BB
Stap 1 CZM
- € 267.00014 + € 30.000
+ € 286.00015 0
0 + € 20.000
0
0
0
Stap 1 WIL totaal + € 19.000 + € 50.00016 + € 69.000 0
Houten
Lopik
IJsselstein
Nieuwegein
+ € 14.000 + € 10.000 + € 24.000 0
+ € 3.000 + € 5.000 + € 8.000 0
+ € 43.000 + € 10.000 + € 53.000 0
- € 41.000 + € 25.000 - € 16.000 0
Wat is de beoogde impact op de inwoner? Generiek is het streven dat: ✓ De postcode niet meer uitkomt waar iemand recht op heeft; alle toekenningspercentages zijn gelijk getrokken. ✓ De aanvraag en afhandeling eenvoudiger en vaak ook sneller wordt. ✓ De meest kwetsbare inwoners nog meer en beter geholpen worden.
14 15 16
Nadeel per gemeente grofweg: Houten - € 51.000, Nieuwegein - € 141.000, Lopik - €18.000 en IJsselstein - € 57.000. Voordeel per gemeente grofweg: Houten € 65.000, Nieuwegein € 100.000, Lopik € 21.000 en IJsselstein € 100.000. Verdeling kosten via reguliere verdeelsleutel uitvoeringskosten WIL (hier afgerond). 82
Begroting 2026 en meerjarenbeleidsperspectief
Voor wat betreft stap 1 geldt dat ✓ Meer inwoners de IIT zullen krijgen en ze deze veelal niet meer zelf hoeven aan te vragen (eenvoud). Mogelijk is er hierdoor ook minder behoefte aan aanvragen van andere regelingen. ✓ Inwoners met een inkomen boven 150% van de bijstandsnorm geen BB meer zullen krijgen. ✓ Ook inwoners in Nieuwegein, Houten en Lopik met een inkomen tussen 100-110% van de bijstandsnorm geen eigen bijdrage (draagkracht) meer hoeven te betalen i.g.v. zij BB aanvragen. ✓ Inwoners een lagere vergoeding voor woninginrichtingskosten krijgen (maar nog steeds voldoende om de kosten te dekken). ✓ Een collectieve ziektekostenverzekering voor veel inwoners makkelijker te krijgen is. De planning in een notendop We zijn op dit moment hard aan de slag om via een gestructureerde aanpak te komen tot de gewenste harmonisatie en herontwerp van de minimaregelingen in de Lekstroom. We streven naar een overall voorstel dat we na de zomer aan de raden kunnen voorleggen. Belangrijke markeerpunten in deze zijn de volgende: - Mei 2025: Bespreking voorstel stap 1 en overall ambitie op RIA WIL. - Juni 2025: Zienswijze raden op voorstel korte en lange termijn i.k.v. zienswijze op Begroting WIL 2026. - Rond de zomer: Besluitvorming over stap 1 en doorontwikkeling door AB WIL en colleges/raden Lekstroom gemeenten, als ook inregelen van stap 1 binnen WIL en gemeenten.