Vervolgvragen D66 PFAS en ZZS
Tekst van het document
Hulst, 16 september 2025
Onderwerp: Vragen vragenuurtje PFAS en ZZS
Geacht college,
Naar aanleiding van de beantwoording van onze schriftelijke vragen van 30 november 2022 over PFAS en andere Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), stellen wij hierbij vervolgvragen. Nieuwe onderzoeksresultaten en technologische ontwikkelingen geven aanleiding om deze thema’s opnieuw en concreter onder de aandacht te brengen. Tot op heden is vanuit de overheid en betrokken instanties gestreefd naar het beperken van PFAS-emissies via (inter)nationale regelgeving en coördinatie, bijvoorbeeld via de PFAScoördinatoren Zeeland, Europese PFAS-restricties en regionaal brononderzoek. Desondanks blijft PFAS-bevuiling — door huishoudelijk gebruik, onbekende industriële lozingen en instroom via (geoestificeerd) rivierwater — een risico vormen voor het milieu, de landbouw en de volksgezondheid. Recent onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat alle rioolwaterzuiveringsinstallaties binnen Waterschap Scheldestromen ‘matig belast’ zijn met PFAS. Bij sommige zuiveringen wordt zelfs meer stabiele PFAS uitgestoten dan er binnenkomen, wat wijst op specifieke bronnen. Tegelijk laat het RIVM zien dat door geavanceerde analyse van influent (ongezuiverd rioolwater) nog onbekende industriële PFAS-bronnen kunnen worden opgespoord. Ook worden er technologische stappen gezet richting het uitfilteren van PFAS en andere microverontreinigingen zoals medicijnresten.
Pilots met technieken zoals poederactiefkool gekoppeld aan ozon (PAK+O3), granulair actief kool (GAK), of biologisch-adsorptieoxidatieprocessen tonen veelbelovende resultaten — hoewel implementatie op grote schaal nog beperkt is. Daarnaast wijst voedselveiligheidsonderzoek op risico’s: bijvoorbeeld het aantreffen van PFAS in drinkwaterbronnen boven de EFSA-richtwaarden, en PFAS-bevuiling via pesticiden in rivieren zoals Rijn en Maas, wat grensoverschrijdende gevolgen heeft voor landbouw en watervoorziening. Deze ontwikkelingen tonen aan dat er reden is tot urgentie en precisie bij vervolgvragen aan het college. 1. Resultaten onderzoek ZZS bij bedrijven a. Kunt u een overzicht verschaffen van de uitkomsten van het onderzoek naar de uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS, zoals PFOS, PFOA, GenX) door bedrijven in Hulst? b. Hebben bedrijven al vergunningen of meldingen ingediend, en zijn daar metingen of handhavingsrapportages aan gekoppeld? c. Zo ja, wat waren de meetresultaten, en bestaan er specifieke verdachte bronnen vergelijkbaar met de landelijke en Zeeuwse situatie? 2. RWZI en filtering van ZZS a. Welke stappen worden genomen om de lokale rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) geschikt te maken voor het verwijderen van PFAS, medicijnresten en andere ZZS? b.
Is er een programma of meerjarenplanning — analoog aan de STOWA-pilots met PAK+O3, GAK, of AdOx — voor de implementatie van vergaande zuiveringstechnologieën bij de RWZI’s in het Hulstse gebied?
c. Wat is de beoogde termijn waarop gezuiverd water zonder deze verontreinigingen in sloten en op landbouwgrond terechtkomt, om schade aan gewassen of melkproductie te voorkomen? d. Kan het college het (concept-)plan van aanpak voor bronaanpak en RWZI-sanering inzage geven? 3. PFAS-concentraties in De Vogel a. In eerdere onderzoeken rond TGG Walsoorden is een verhoogde concentratie PFAS gemeten in het water van De Vogel. Kunt u aangeven of de vervuilingsbron inmiddels is geïdentificeerd? b. Zo ja: om welke bruikbaar geïdentificeerde bronnen gaat het, en welke maatregelen (monitoring, sanering, vergunningaanpassingen) zijn er genomen of gepland? 4. Aanvullende vragen a. Is er binnen de Omgevingsdienst Zeeland of provinciale kaders gewerkt aan een regionaal meetnet voor PFAS-en ZZS-monitoring? b. Welke financiële middelen en juridische instrumenten (zoals vergunningvoorwaarden, addenda-regels, fusievoorschriften) worden ingezet of overwogen om bedrijven te verplichten tot uitstootreductie van ZZS? c. Is er al meer duidelijk rondom het kunnen testen van bloedwaarden, moestuinen of eieren? Mensen willen graag duidelijkheid van de mate van inname en wat er al in hun lijf aanwezig is. Testmogelijkheden zouden daar echt een uitkomst bieden. Wat doen we er als gemeente aan om dit mogelijk te maken?
Met vriendelijke groet,
Pieter de Bruijn Fractie D66 Hulst