Verslag commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken 14 april 2025
Tekst van het document
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 Aanwezig: J. van Eck(HulstPLUS), A. Paping (PvdA), E. Naessens (VVD), M. Strooband-de Moor(ABGH), G. Lernout (Groot Hontenisse-Hulst), G. ter Horst (D66), J. Van Wesemael (CDA), T. Willaert (Fractie Willaert), I. Jense-van Haarst (burgemeester) R. Ruissen (wethouder), D. Steijaert (wethouder), A. Praet (ambtelijke ondersteuning), C. Pieters (gemeentesecretaris), F. van Driessche (voorzitter), K. Schelfhout (griffier) Afwezig: R. Bertram, M. Eckhardt, F. Walravens 1. Opening De voorzitter opent de vergadering en meldt de afwezigen. 2. Mededelingen Burgemeester Jense-van Haarst geeft aan dat het college besluit om per 1 april te stoppen met het actief gebruiken van X. Dit komt doordat het aantal volgers sterk daalt en het kanaal niet langer als effectief communicatiemiddel wordt gezien. Er worden geen mededelingen meer via X gedaan, en per 1 januari 2026 wordt mogelijk het hele account opgeheven. Mevrouw Ter Horst vraagt of hier iets voor in de plaats komt. De burgemeester licht toe dat de gemeente over diverse communicatiemiddelen beschikt, zoals het platform DoeMee, Facebook, de website en nieuwsbrieven. X voegt hier momenteel weinig aan toe. Volgens haar moet DoeMee het wegvallen van X opvangen.
De heer Willaert geeft aan dat hij graag een toelichting van de portefeuillehouder had gehoord over de staalslakken. Hij verwijst naar een eerdere toezegging om dit onderwerp bij de grote projecten te bespreken. Hij heeft een bijeenkomst bijgewoond met Rijkswaterstaat over werkzaamheden bij de Dorpsstraat in Ossenisse, waar in 2027 op drie nieuwe locaties gewerkt zal worden, naast de bestaande plek waar staalslakken liggen. Hij benadrukt dat de inzet vanuit Ossenisse duidelijk is, de staalslakken zijn ongewenst en dat is een eis, geen wens. Ook op locaties nabij Walsoorden en Saeftinghe zijn werkzaamheden gepland. De heer Willaert stelt dat andere materialen gebruikt kunnen worden en vraagt het college om toelichting, zeker gezien eerdere bedenkingen. De voorzitter merkt op dat de bijdrage geen mededeling is, maar vooral uit vragen bestaat. Hij stelt voor om hierop terug te komen bij het agendapunt grote projecten. 3. Vaststellen agenda De voorzitter stelt voor om een vertrouwelijke raadsinformatiebrief over de aanvullende subsidie aan Hulst voor Elkaar, oorspronkelijk bedoeld voor bespreking in de commissie Samenleving, vanavond te behandelen. Omdat die commissie op 16 april niet doorgaat, heeft de agendacommissie besloten het stuk toe te voegen aan de agenda van deze vergadering. Het wordt als bespreekpunt 14 opgenomen en in beslotenheid behandeld.
De heer Van Eck vindt het vreemd om dit agendapunt achter gesloten deuren te behandelen, omdat een deel van de informatie uit de vertrouwelijke brief openbaar te lezen is op de website van Hulst voor Elkaar. Volgens hem gaat het om reguliere zaken die niet per se vertrouwelijk besproken hoeven te worden. Daarnaast merkt hij op dat zijn eerdere verzoek om aanvullende informatie nog steeds onbeantwoord is. De voorzitter geeft aan dat een deel van de informatie niet openbaar is. Hij constateert dat er, op de heer Van Eck na, een meerderheid voor besloten behandeling is. Hij geeft 1
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 aan dat de heer Van Eck uiteraard tegen mag zijn, maar dat de commissie als geheel instemt met het voorstel. De agenda wordt vastgesteld. 4. Verslag vorige vergadering Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 5.
Spreekrecht burgers A. Inspreker, onderwerp: Democratie bedreigd
De inspreker spreekt zijn zorgen uit over de staat van de democratie in Nederland. Hij wijst op ernstige gebeurtenissen zoals de toeslagenaffaire, waarbij veel gezinnen zijn getroffen zonder dat er politieke verantwoordelijkheid is genomen. Ook noemt hij de coronapandemie, waarbij volgens hem vrijheidsbeperkende maatregelen zijn opgelegd zonder bewezen effect, en vraagt hij aandacht voor de onverklaarde oversterfte en het gebrek aan onafhankelijk onderzoek. Verder uit hij kritiek op de steun aan de oorlog in Oekraïne en pleit hij voor diplomatie en samenwerking met Rusland in plaats van toenemende militaire uitgaven. Volgens hem dreigt Europa zijn welvaart te verliezen door het volgen van Amerikaanse belangen. Hij stelt dat er een angstcultuur is gecreëerd, vergelijkbaar met die tijdens de coronaperiode, en vraagt zich af of Nederland nog een echte volksvertegenwoordiging heeft. Tot slot roept hij op tot een overheid die openstaat voor kritische geluiden en andere opvattingen als waardevol beschouwt in plaats van als bedreiging. De heer Willaert vraagt de inspreker hoe hij zelf ziet wat er met zijn betoog bereikt kan worden, en wat de rol van de commissie daarin zou kunnen zijn. De inspreker stelt voor om klein te beginnen, met de plaatselijke overheden, en van daaruit verder te gaan.
Hij merkt op dat wanneer zaken op grotere schaal worden besproken, ze vaak in de doofpot verdwijnen. Volgens hem is het van belang voor iedere Nederlander, en dus ook voor elke inwoner van Hulst, dat deze onderwerpen worden aangesneden en verder onderzocht. De heer Van Eck geeft aan dat het voor hem voelt als iets dat ver van de lokale situatie staat. Hij had verwacht dat de inspreker iets meer concreet zou zeggen over wat er op lokaal niveau bereikt kan worden. Hij vraagt de inspreker of het de bedoeling is om meer in contact te komen met de gewone inwoners van Hulst en hen duidelijk te maken wat hun werkelijke standpunten zijn. Tot slot stelt hij de vraag wat er op lokaal niveau, in Hulst, bereikt kan worden op het gebied van democratie. De inspreker geeft aan dat de situatie niet ver van ons bed is, aangezien de oorlog in Oekraïne gevolgen kan hebben voor Nederland. Hij benadrukt dat verandering bij de basis moet beginnen, omdat het bovenaan lijkt vast te lopen. De inspreker uit ook zijn kritiek op de huidige politici in Europa en Nederland, die volgens hem niet de juiste koers varen. Hij stelt dat Europa zichzelf aan het liquideren is door de-industrialisatie, wat uiteindelijk zal leiden tot afname van welvaart en welzijn in Nederland.
De heer Van Eck geeft aan dat hij de inhoud van het betoog logisch vindt, maar het tegelijkertijd vreemd vindt omdat het zich vooral richt op wereldgebeurtenissen, terwijl de focus in de raad toch vooral op het functioneren van de lokale democratie zou moeten liggen. Hij vraagt daarom waarom de inspreker niet ook aandacht heeft besteed aan het functioneren van de democratie op lokaal niveau en of daar ook problemen zijn die aandacht verdienen. De inspreker geeft aan dat het zeker niet op rolletjes loopt, maar dat hij slechts vijf minuten heeft om zijn punt te maken. Als alles goed zou gaan, had hij niet hoeven inspreken.
2
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 De heer Willaert vraagt de inspreker of hij namens een groep spreekt en of hij contact heeft met lokale volksvertegenwoordigers. Hij benadrukt dat het belangrijk zou zijn om van onderop verandering te bewerkstelligen en dat samenwerking met lokale vertegenwoordigers zou kunnen helpen om de zorgen van de inspreker effectief aan te pakken. Hij geeft aan dat de gemeenteraad haar best doet om de democratische rol te vervullen, hoewel dat niet altijd gemakkelijk is. De inspreker geeft aan dat hij zeker met verschillende mensen in gesprek is, maar merkt op dat het tegenwoordig moeilijk is om andere ideeën te delen zonder in conflict te komen. Hij wijst op de polarisatie, waarbij men vaak slechts één kant van het verhaal hoort, bijvoorbeeld via de media. Hij benadrukt dat hoewel mensen wel bereid zijn om over bepaalde onderwerpen te praten, ze vaak niet verder willen gaan dan oppervlakkige discussies. De inspreker zegt ook te spreken met een aantal Hulstenaren en mensen uit andere regio's, zoals Zeeuws-Vlaanderen, die dezelfde zorgen delen. De inspreker legt uit dat hij zich nog steeds inzet op lokaal niveau, hoewel hij niet de jongste meer is om alles opnieuw op te starten.
Hij heeft contact met veel mensen en doet zijn best om initiatieven van de grond te krijgen, zoals het opzetten van een nieuwe vredesbeweging in Nederland. Hij wijst erop dat vroeger politieke partijen zoals GroenLinks, die uit pacifistische groepen bestond, zich sterk maakten voor vrede, maar nu vaak de eerste zijn die zich uitspreken voor oorlog. 6. Nieuws van de gemeenschappelijke regelingen/verbonden partijen Er is geen nieuws bij dit agendapunt. 7. Nieuws van de grote projecten De voorzitter verwijst naar de vragen die eerder door de heer Willaert waren gesteld en geeft het woord aan de burgemeester. Burgemeester Jense-Van Haarst geeft aan dat zij de heer Willaert heeft beloofd elk kwartaal terugkoppeling te geven over de gesprekken met Rijkswaterstaat. Het volgende gesprek is op 30 april gepland. De burgemeester benadrukt dat het gebruik van staalslakken wettelijk toegestaan is voor de uitvoering van de grondversterking, maar dat het college zich inzet om Rijkswaterstaat te overtuigen van alternatieven. Uiteindelijk is de minister het bevoegde gezag, maar de burgemeester steunt het pleidooi van de heer Willaert en zal blijven proberen om een andere oplossing te vinden. Tijdens de volgende commissie ABZ zal zij verdere stappen kunnen delen. De heer Willaert uit zijn tevredenheid dat het college aandacht heeft voor de kwestie.
Hij geeft aan dat de mannen van Rijkswaterstaat openstonden voor gesprekken met de dorpsraden. Hij vraagt of de dorpsraden goed geïnformeerd worden over de situatie. Hij geeft aan contact te hebben met de gemeenten Terneuzen en Sluis, en dat hij deze verder zal benaderen. Verder vraagt hij de burgemeester of zij, samen met de ZeeuwsVlaamse collega’s, de motie die in Terneuzen werd uitgevoerd, gezamenlijk gaat oppakken, aangezien het om vijf grote werken gaat die in 2027 gepland staan. Burgemeester Jense-Van Haarst geeft aan dat het onderwerp sowieso al wordt besproken met de Zeeuws-Vlaamse collega's, aangezien het een gezamenlijk probleem is. Ze benadrukt dat het niet stopt bij de gemeentegrens, en als het nodig is, zou het goed zijn om de dorpsraad erbij te betrekken. Ze hoopt dat Rijkswaterstaat voor een alternatief kiest, zodat de boeren niet getroffen worden. Op 30 april vindt er een gesprek plaats, waar meer duidelijkheid over zal komen. Als het nodig is om de dorpsraden te betrekken, zal er zeker overleg plaatsvinden. De heer Van Eck vraagt of er momenteel nog onderzoek wordt gedaan naar de locaties waar staalslakken liggen, omdat er veel geruchten circuleren over plekken waar mogelijk ook stort heeft plaatsgevonden. Zijn zorg is dat het probleem groter is dan de vijf nu bekende locaties, en dat het dus breder onderzocht moet worden. Daarnaast
3
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 pleit hij voor een actievere benadering richting Rijkswaterstaat en de landelijke politiek, zodat er meer aandacht en transparantie komt over deze problematiek. Burgemeester Jense-Van Haarst bevestigt dat Rijkswaterstaat precies weet waar de staalslakken liggen, omdat daar vergunningen voor nodig zijn. Ze biedt aan om een overzicht te geven van de locaties binnen de gemeente Hulst als daar behoefte aan is. De huidige focus ligt volgens haar vooral op het voorkomen van nieuwe stortingen, hoewel ze aangeeft dat het juridisch gezien toegestaan is en de gemeente geen bevoegdheid heeft om dit te verbieden. Daarom wijst ze erop dat dit vooral een politiek vraagstuk is dat op nationaal niveau opgelost moet worden. De gemeente kan druk uitoefenen en signalen afgeven, maar daadwerkelijke verandering moet vanuit Den Haag komen. De heer Van Eck benadrukt het belang van transparantie, een duidelijk overzicht van waar de staalslakken precies liggen zou niet alleen verhelderend zijn, maar ook bijdragen aan het vertrouwen van de inwoners. Hij wijst op eerdere milieuproblemen zoals PFAS waar onduidelijkheid bestond of dat er wel of niet was.
De heer Lernout benadrukt zijn frustratie dat de kwestie van de staalslakken telkens weer moet worden besproken, wat voor hem aangeeft dat het probleem nog steeds onvoldoende is aangepakt. Hij doet een oproep aan het college om de samenwerking in Zeeuws-Vlaanderen te versterken, Hulst, Terneuzen en Sluis moeten volgens hem gezamenlijk optrekken, samen met de provincie, om echt gewicht in de schaal te leggen richting Rijkswaterstaat en Den Haag. Hij verwijst ook naar de bredere context van milieuproblematiek, zoals de PFASvervuiling in de Westerschelde, en wijst op zorgwekkende signalen vanuit bijvoorbeeld sportvissers die niets meer vangen. Dat zou mogelijk verband kunnen houden met verontreiniging door bijvoorbeeld staalslakken. Hij roept dan ook op tot preventie in plaats van achteraf opruimen. De heer Willaert benadrukt het belang van samenwerking, zoals destijds tussen provincie, Visserij en Milieufederatie tegen de staalslakken bij Ossenisse. Hij is tevreden dat nu ook coalitiepartijen zich duidelijk uitspreken. Hij stelt voor eerdere rapporten opnieuw te verspreiden via de griffie en kijkt uit naar het overleg van 30 april. Graag ziet hij een terugkoppeling daarvan in de volgende commissie. BESPREEKSTUKKEN 8.
Raadsvoorstel tot goedkeuring voortgang uitvoering Informatiebeleidsplan 2024-2028, stand van zaken 1 januari 2025 en vaststelling Projectenboek 2025 De heer Naessens vraagt hoe de motie over digitale weerbaarheid, die tijdens de raadsvergadering van 27 maart is besproken, terugkomt in de kosten van dit project. Hij vermoedt dat dit samenhangt en is benieuwd naar de uitwerking daarvan. De heer Lernout plaatst vraagtekens bij de opstelling van de financiële onderbouwing in het voorstel. Hij vraagt zich af waarom het incidentele bedrag van 396.000 euro zo hoog is ten opzichte van de structurele 134.000 euro en noemt dit administratief-technisch niet gangbaar. Hij wil weten of dit het definitieve voorstel is of dat er nog meer investeringen te verwachten zijn. Daarnaast vraagt hij hoe het beleid zich verhoudt tot dat van andere gemeenten. Wordt er samengewerkt of doet elke gemeente alles zelf? Hij ziet hierin kansen voor gezamenlijke trainingen en kennisuitwisseling om kosten te besparen en nodigt het college uit om hierop te reageren. De heer Van Wesemael vraagt om verduidelijking van de term “projecten geparkeerd” onder het kopje niet gestarte projecten in het voorstel. Hij wil weten of hiermee bedoeld wordt dat deze projecten helemaal niet meer zullen worden uitgevoerd, of dat ze op een later moment alsnog overwogen kunnen worden.
4
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 Mevrouw Strooband-de Moor vraagt naar de reden achter de grote verschillen tussen de begrote en gerealiseerde bedragen in het projectenplan. Ze noemt specifiek de implementatie e-Diensten Burgerzaken, die oorspronkelijk begroot was op 35.000 euro, maar uiteindelijk bijna 52.000 euro kostte. Ze wil weten waarom er zulke grote verschillen zijn en waarom er maar een klein deel werd mee begroot. De heer Van Eck geeft aan dat de gemeenteraad onvoldoende wordt betrokken bij de informatievoorziening over belangrijke projecten, vooral op het gebied van automatisering en gegevensbeheer. Hij stelt dat hoewel er veel mooie verklaringen worden gegeven over datagedreven werken en AI, er geen concrete voorbeelden zijn van hoe deze technologieën daadwerkelijk worden toegepast in de praktijk. Hij pleit voor meer samenwerking tussen gemeenten om AI effectiever in te zetten, bijvoorbeeld door begrotingen en jaarrekeningen te vergelijken. Daarnaast vraagt hij naar de status van een balanspost van 150.000 euro die nog niet is opgehelderd sinds de bespreking van de jaarrekening 2023. Dit blijft een open vraag, en hij hoopt op een duidelijk antwoord. De heer Van Eck uit ook zijn zorgen over het sociaal domein.
Hij heeft eerder gevraagd om een overzicht van de uitgaven binnen dit domein, maar merkt op dat het moeilijk is om dit uit de jaarrekening te halen. Hij vraagt opnieuw om een gedetailleerd overzicht van deze uitgaven. Ten slotte stelt hij voor om het handvest voor informatievoorziening aan te passen, zodat de gemeenteraad beter wordt geïnformeerd over ontwikkelingen zoals AI en andere belangrijke zaken die de gemeentelijke taken beïnvloeden. Hij benadrukt dat de gemeenteraad een centrale rol moet spelen in het verkrijgen van de juiste informatie en hoopt dat er snel verbeteringen komen op dit gebied. De heer Naessens geeft aan dat er jarenlange ontwikkelingen en voorbereidingen nodig zijn om AI effectief te kunnen inzetten. Wethouder Steijaert legt uit dat het informatiebeleidsplan betrekking heeft op verschillende onderwerpen, vooral die intern gerelateerd zijn aan de bedrijfsvoering van de gemeente. Deze interne bedrijfsvoering moet op orde zijn, wat te zien is in de voortgang van het projectenboek. Er zijn al veel afgeronde projecten, terwijl andere nog in uitvoering zijn en sommige zelfs nog niet zijn gestart. Het niet starten van bepaalde projecten heeft te maken met de implementatie van het systeem Djuma, dat anderhalf jaar geleden in de gemeente is geïntroduceerd.
De wethouder erkent ook dat er soms een verschil is tussen begrote bedragen en de werkelijke uitgaven, wat moeilijk te voorspellen is. Dit verklaart de afwijkingen tussen het geraamde bedrag X en het gerealiseerde bedrag Y in de begroting. Wat betreft de bedragen van 396.000 euro en 134.000 euro structureel, legt hij uit dat dit een inschatting is voor doorlopende projecten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen structurele kosten en incidentele kosten, die eenmalig kunnen worden bekostigd voor specifieke projecten. De heer Lernout vindt het te makkelijk om kosten als incidenteel te boeken, omdat dit niet betrouwbaar is richting de raad. Hij vraagt om een duidelijk plan waarin de uitvoering en structuur van de projecten helder zijn. Het toewijzen van kosten aan incidentele posten geeft de wethouder te veel vrijheid. De tegenstelling tussen incidenteel en structureel is voor hem onduidelijk, omdat het structurele deel maar een klein gedeelte van de kosten dekt. Wethouder Steijaert geeft aan dat ze zullen proberen meer inzicht te geven in de onderbouwing van de incidentele en structurele kosten, zodat het duidelijker wordt wat er onder valt. Wat betreft toekomstige verwachtingen, benadrukt hij dat ieder jaar een nieuw moment is om te bespreken wat er op de rol staat voor het volgende jaar.
Over de samenwerking met andere gemeenten kan hij nu geen concreet antwoord geven, hoewel er contact is tussen afdelingen, maar verschillende systemen kunnen samenwerking bemoeilijken.
5
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 De heer Praet legt uit dat de incidentele kosten voornamelijk betrekking hebben op implementatiekosten, zoals voor software of een nieuw zaaksysteem, die eenmalig nodig zijn om het systeem draaiende te krijgen. Daarna volgen de structurele kosten, zoals abonnementskosten, die voortkomen uit het gebruik van de systemen. Het grootste deel van de incidentele kosten in dit voorstel gaat dus naar het operationeel maken van de pakketten. De heer Lernout vraagt zich af waarom er geen duidelijke afspraken zijn gemaakt met de leverancier over de opstart en kosten van het systeem. Hij stelt dat het normaal is om van tevoren afspraken te maken over hoe een systeem wordt geïmplementeerd, hoe het draaiende wordt gehouden en wat de kosten daarvan zijn. De heer Praet legt uit dat de kosten tijdens de implementatie eenmalig zijn, omdat het systeem wordt ingericht en opgestart. Na de implementatie draaien de systemen op de gemeentelijke infrastructuur, en de structurele kosten betreffen het onderhoud, wat vaak wordt uitgevoerd door de leverancier. Deze onderhoudskosten zijn dus structureel opgenomen. De heer Willaert benadrukt het belang van onderbouwing en stelt een vraag over de motie digitale weerbaarheid die nog niet beantwoord is.
Hij vraagt zich af of daar daadwerkelijk naar geluisterd wordt en of er actie op ondernomen wordt. Hij wijst ook op de gevaren van het uitbesteden van clouddiensten, vooral gezien de geopolitieke situatie. Hij noemt de situatie in Kloetinge, waar datacenters aanwezig zijn, en vraagt zich af of daar iets mee gedaan is. Hij pleit ervoor om concretere informatie te verstrekken en ondersteunt de oproep van de heer Lernout om zaken goed te onderbouwen met offertes. Hij is ook nieuwsgierig naar hoe de gemeente omgaat met de digitale weerbaarheid en samenwerking met andere gemeenten, vooral gezien de veranderingen in de tijd en de gevoeligheid van het onderwerp. De heer Van Eck uit zijn verbazing over het antwoord van de wethouder met betrekking tot AI. Hij vindt het onacceptabel dat de gemeente Hulst op bestuurlijk niveau nog niet bezig is met AI. Hij benadrukt de mogelijkheden die AI biedt en vindt het een gemiste kans dat de gemeente daar nog niet actief mee bezig is. Hij geeft aan dat dit niet alleen om AI gaat, maar om een bredere aanpak van informatievoorziening en data-analyse, die de gemeente zou moeten benutten. Wethouder Steijaert verduidelijkt dat hij in zijn eerdere beantwoording niets heeft gezegd over AI. Hij erkent echter het belang van AI als een snel evoluerende technologie die potentieel nuttig kan zijn voor de gemeente.
De wethouder geeft aan dat de ontwikkeling van AI nog in de kinderschoenen staat, maar dat de gemeente zeker zal kijken naar mogelijkheden om AI toe te passen waar het van toegevoegde waarde kan zijn. Wat betreft de motie over digitale weerbaarheid, geeft de wethouder aan dat deze nog behandeld moet worden in het college, waarna de gemeenteraad voldoende informatie zal ontvangen. De heer Van Eck benadrukt dat hij de link probeert te leggen tussen het belang van de gemeenteraad en de modernisering van de systemen, vooral op het gebied van informatievoorziening. Hij is van mening dat er in de behandeling van het voorstel geen aandacht is besteed aan de gemeenteraad, wat hij erg jammer vindt. Hij vraagt of het mogelijk is voor de gemeenteraad om bij het college voorstellen in te dienen, bijvoorbeeld voorafgaand aan de behandeling van een raadsstuk in de raadsvergadering. Mevrouw Pieters bevestigt dat de gemeente gebruik maakt van moderne technieken, waaronder AI. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de training van medewerkers, zodat zij goed weten hoe ze met AI moeten omgaan, vooral met betrekking tot privacy kwesties. 6
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 De heer Willaert uit zijn zorgen over de digitale dienstverlening van de gemeente. Hij noemt een concreet voorbeeld waarin hij in september een verzoek indiende voor bankjes in Clinge, maar tot nu toe geen reactie heeft ontvangen. Hij benadrukt dat, terwijl de gemeente verwacht dat burgers gebruik maken van digitale loketten, er onvoldoende concrete voortgang is in de verwerking van dergelijke aanvragen. Hij vindt dat de gemeente in haar voorstellen en acties duidelijker moet zijn over wat er wel of niet werkt, vooral bij onderwerpen als digitale weerbaarheid en cloud-gebaseerde samenwerking tussen gemeenten. Hij adviseert om de focus te leggen op zaken die al in gebruik zijn en snel opgepakt kunnen worden, zoals digitale weerbaarheid, en daarbij samenwerking met andere gemeenten en de provincie te zoeken om efficiëntie en kostenbesparing te realiseren. Wethouder Steijaert geeft aan dat het goed zou zijn als de heer Willaert het specifieke zaaknummer van zijn verzoek doorgeeft, zodat de voortgang kan worden nagevraagd. De heer Praet geeft aan dat er wel degelijk aandacht is voor de digitale weerbaarheid, vooral nu er een motie is aangenomen en het onderzoek in gang is gezet.
Hij benadrukt echter dat het niet logisch is om te denken dat de gemeente Hulst, door alles intern te ontwerpen en te onderhouden, per definitie weerbaarder zal zijn en minder afhankelijk van externe partijen. Andere gemeenten hebben meer personeel en middelen op de ICT-afdeling, waardoor zij beter in staat zijn om dergelijke ontwikkelingen te ondersteunen. De heer Van Eck is blij dat de gemeente Hulst weliswaar met AI werkt, maar maakt zich zorgen dat de beperkte ICT-voorzieningen de effectiviteit van de raad kunnen beïnvloeden. Hij stelt voor om tegen de zomer een moment in te plannen waarin de raad duidelijk krijgt wat de gemeente digitaal heeft bereikt, zodat ze samen kunnen bespreken hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden. De heer Willaert stelt voor om de digitale weerbaarheid op een breder niveau aan te pakken, samen met andere gemeenten en de provincie. Hij vindt het belangrijk om te focussen op veilige datacenters en vraagt om meer onderbouwing voor de incidentele kosten. Hij pleit voor een goed onderbouwd voorstel, zodat de gemeente niet later opnieuw met onverwachte kosten wordt geconfronteerd. De heer Lernout benadrukt dat het belangrijk is om het vierjarenplan duidelijk te rapporteren, zodat het duidelijk is wat er wel en niet wordt gedaan.
Hij vindt dat de raad geen vrije hand moet geven met incidentele kosten en pleit voor een meer gestructureerde en verantwoorde benadering, waarbij het plan helder en concreet is. Hij zou liever zien dat het plan met vaste bedragen wordt gepresenteerd voor meer transparantie. De heer Praet wijst op de afweging tussen het gebruik van externe software, zoals Microsoft Office 365, en het zelf ontwikkelen van systemen. Hij benadrukt dat het in eigen huis nemen van technologie ook extra kwetsbaarheden kan veroorzaken en dat de kosten en risico's van zelfontwikkeling goed moeten worden afgewogen tegen de voordelen van externe leveranciers. De heer Lernout pleit voor samenwerking tussen gemeenten op het gebied van automatisering. Hij stelt voor om gezamenlijke structuren en systemen af te spreken om risico's te vermijden en efficiënter te werken. Dit zou niet alleen meer zekerheid bieden, maar ook mogelijkheden voor wederzijdse ondersteuning tussen gemeenten, wat de werking van de systemen zou verbeteren. De heer Willaert steunt de gedachte van het zorgvuldig overwegen van alternatieven. Hij wijst erop dat de wereldwijde situatie ons ook beïnvloedt en dat we ons niet te afhankelijk moeten maken van buitenlandse partijen, zoals Amerikaanse leveranciers.
Hij benadrukt dat risico-allocatie altijd kosten met zich meebrengt, maar dat we niet de dupe mogen worden van geopolitieke spanningen. Het is belangrijk om alternatieven te
7
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 verkennen en weloverwogen beslissingen te nemen. Wethouder Steijaert stelt voor om de tweede helft van het jaar een informatiebijeenkomst of oriënterende sessie te organiseren. Hierin kan verder uitgelegd worden wat de gemeente doet op het gebied van digitale weerbaarheid, wat ze zelf doen en wat ze samen met andere gemeenten ondernemen, en waarom bepaalde keuzes gemaakt worden. De heer Lernout is het eens met het voorstel van de wethouder, maar stelt voor om de bijeenkomst niet in een commissievergadering te houden. Hij adviseert in plaats daarvan een aparte informatieve bijeenkomst voor raadsleden en commissieleden te organiseren, met een duidelijk programma. De heer Van Eck geeft aan dat het belangrijk is om dit initiatief te starten in het begin van de tweede helft van het jaar. Daarnaast vraagt hij aan ieder commissielid en raadslid om na te denken over hoe de besproken onderwerpen kunnen bijdragen aan het functioneren van de raad en de commissies. De heer Lernout benadrukt dat het belangrijkste doel is dat de gemeente goed functioneert en effectief kan reageren. Hij geeft aan dat de raad redelijk goed geïnformeerd wordt, maar dat dit meer een afgeleide is van het belangrijkste punt, het interne functioneren van de gemeente. De heer Willaert vraagt wat de wethouder gaat doen met dit raadsvoorstel.
Wethouder Steijaert geeft aan dat het voorstel gewoon doorgaat en dat de vragen zijn beantwoord. Er is een toezegging gedaan om in de tweede helft van het jaar verder in te gaan op dit onderwerp met een informatieve bijeenkomst. De voorzitter herhaalt de toezegging dat er in de tweede helft van het jaar een aparte werkvergadering zal komen om de stand van zaken en de vragen die hier zijn gesteld verder te behandelen. De heer Willaert geeft aan dat hij twijfels heeft over het gebruik van incidentele kosten in dit voorstel, omdat hij deze als te vaag beschouwt. Hij is niet per se tegen het voorstel, maar vindt de incidentele kosten te onduidelijk. Wethouder Steijaert stelt voor om de notulen aan te passen, zodat er meer duidelijkheid komt over de incidentele kosten. Hij voegt ook toe dat de motie die recent is ingediend, zal worden meegenomen in de informatiebijeenkomst, zodat deze op dat moment goed toegelicht kan worden. De heer Lernout geeft aan dat hij zich aansluit bij de heer Willaert. Hoewel hij liever een andere onderbouwing had gezien, vindt hij het belangrijk om nu verder te gaan met het proces. De voorzitter vat samen dat de wethouder twee toezeggingen heeft gedaan, ten eerste om de post incidentele kosten verder uit te werken en beter inzichtelijk te maken, en ten tweede om in de tweede helft van het jaar een informatieve bijeenkomst te organiseren.
De heer Van Eck geeft aan dat hij uit het betoog van de wethouder begrepen heeft dat de toelichting op de incidentele kosten er komt, via de notulen van dit overleg. Als die toelichting naar tevredenheid is, is zijn fractie daarmee akkoord. De heer Willaert vraagt of de nadere informatie over de incidentele kosten beschikbaar zal zijn voor de raadsvergadering. 8
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 De heer Van Eck geeft aan dat de wethouder heeft toegezegd de informatie via het verslag te verstrekken en dat dit voor de raadsvergadering gebeurt. De voorzitter concludeert dat het agendapunt als hamerstuk kan worden afgedaan in de raad, met inachtneming van de toezeggingen die de wethouder heeft gedaan, Evenementenbeleid n.a.v. voorstel inspreker commissie ABZ, 10 maart 2025 De voorzitter geeft aan dat dit onderwerp op de agenda is gezet naar aanleiding van een inspreker tijdens de vorige commissie ABZ, die sprak namens verschillende organisaties van dorpsfeesten in de gemeente. Inmiddels is er een brief ontvangen met een voorstel om het evenementenbeleid aan te passen. 9.
Mevrouw Ter Horst vraagt of er inderdaad een brief is binnengekomen van de inspreker van de vorige keer en of het college hierop heeft gereageerd. Ze geeft aan dat dit haar niet duidelijk is. De heer Paping vraagt of het klopt dat er per dorpskern één keer per jaar een ontheffing voor een evenement kan worden aangevraagd. De heer Willaert vraagt of er rekening wordt gehouden met de Stichting Feestweekend Clinge, die een jaar van tevoren artiesten boekt, en of de huidige regels hen financieel in de weg zitten. Daarnaast vraagt hij of de raad de eindtijd van evenementen wil aanpassen, aangezien de vorige raad een eindtijd van 1.00 uur had vastgesteld. De heer Van den Bergen benadrukt dat het voor zijn fractie belangrijk is dat feesten in verschillende dorpskernen gelijk worden behandeld. Hij laat de eindtijd van de evenementen over aan het college. De heer Van Wesemael is benieuwd naar de reden waarom in het verleden een uitzondering werd gemaakt voor Clinge. Hij vraagt naar de ervaringen van de politie en benadrukt dat er vooral moet worden gekeken naar de kansen, rekening houdend met de buurtbewoners. De heer Lernout stelt dat het een uitdaging is om een eenduidig beleid te voeren voor alle evenementen, aangezien deze sterk kunnen variëren en verschillende uitgangspunten hebben.
Hij pleit ervoor dat het college het beleid aanpast, omdat elk evenement anders is en het huidige beleid te algemeen kan zijn. Hij stelt voor om het nieuwe beleid te testen met een proefperiode van een jaar, waarna het opnieuw geëvalueerd wordt. Het doel is om goede evenementen de ruimte te geven en te zorgen voor minimale overlast voor de omgeving. Burgemeester Jense-Van Haarst legt uit dat het college niet van plan is om de eindtijden voor evenementen aan te passen, aangezien deze al in 2005 zijn vastgesteld en in 2019 zijn herbevestigd. De burgemeester benadrukt dat het college de ontheffingen en willekeur per dorp wil verminderen, omdat dit leidt tot verwarring en extra communicatie voor de politie. Ze geeft aan dat als de raad de eindtijden wil veranderen, dit via een motie moet gebeuren met een duidelijke opdracht, omdat er anders onzekerheid ontstaat. Ze zegt verder dat voor jaarlijks terugkerende evenementen geen ontheffingen zullen worden verleend, tenzij het om uitzonderlijke gevallen gaat. Er is wel contact geweest met de organisatoren van Clinge, maar de eindtijd blijft 1.00 uur, zoals oorspronkelijk vastgelegd. De burgemeester is niet voor een proefperiode, omdat er al veel discussie over de eindtijden is geweest. Ze roept de raad op om een eenduidige beslissing te nemen. De heer Willaert is het eens met het streven naar eenduidigheid in het beleid.
Hij vraagt zich af of het handhaven van het beleid voor Clinge dit jaar haalbaar is, omdat zij al afspraken hebben gemaakt voor hun evenement. Hij pleit ervoor dat het feest in Clinge doorgaat, omdat het een belangrijk evenement is voor het dorp. Hij vraagt de
9
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 commissieleden wat zij vinden van het voorstel van de dorpskernen en of zij het daarmee eens zijn, zodat er duidelijkheid komt. Hij benadrukt dat de behandeling van dit voorstel op zijn vroegst in september kan plaatsvinden. Burgemeester Jense-Van Haarst geeft aan dat het niet zinvol is om vandaag iets te bespreken en pas in september een beslissing te nemen. Wat zij nodig heeft, is een duidelijke uitspraak van de gemeenteraad. Zij suggereert dat de raad een motie indient waarin precies wordt aangegeven wat van haar wordt verwacht. Als een meerderheid van de raad akkoord gaat met deze motie, kan het evenementenbeleid worden aangepast. Tot die tijd zal de burgemeester handelen volgens de motie, mocht die worden aangenomen. Mevrouw Ter Horst vult aan dat ze de wens om eenduidigheid begrijpt, maar dat het belangrijk is dat dit niet resulteert in eenvormigheid. Elk evenement is anders en de eindtijd moet volgens haar onderdeel zijn van de vergunningaanvraag. Ze stelt voor om bij evenementen in de gemeente Hulst zoveel mogelijk maatwerk te leveren, met de eindtijd als specifiek onderdeel van de aanvraag. De heer Willaert geeft aan dat, hoewel maatwerk belangrijk is, hij niet zit te wachten op verdere complicaties, vooral niet voor de vrijwilligers die al betrokken zijn bij evenementen.
Hij benadrukt dat deze vrijwilligers jong zijn, maar niet jonger worden, en dat het behouden van hun inzet belangrijk is. Hij pleit voor een eenvoudige benadering, zodat het proces voor iedereen werkbaar blijft. Hij wil niet dat dit een politiek probleem wordt, maar een praktisch en technisch vraagstuk, omdat het van belang is voor de leefbaarheid in de kernen. De heer Van den Bergen is het eens met de motie en benadrukt de noodzaak van eenduidigheid over de eindtijd voor evenementen. Hij wijst erop dat de tijden sinds 2005 veranderd zijn en dat 1.00 uur nu niet meer haalbaar is. Hij vindt het belangrijk om te zorgen voor één duidelijke sluitingstijd om verwarring naar de politie te voorkomen. Verder is hij tevreden met de overige regelingen zoals beveiliging en alcoholcontrole. De heer Van Eck benadrukt het belang van eenduidigheid voor de uitvoerbaarheid binnen de gemeente. Hij stelt dat er een uitzondering kan zijn voor een situatie die al ver geregeld is, maar dat de gemeente uiteindelijk moet streven naar eenduidigheid. Uitzonderingen moeten beperkt blijven tot echte eenmalige gevallen. De heer Willaert geeft aan dat hij een voorstel voor de motie zal opstellen en dit naar alle fracties zal sturen. Hij hoopt dat de motie zo breed mogelijk gedragen wordt door alle partijen, en hij zal de eerste versie van de motie indienen, mits iedereen het ermee eens is. 10.
Ingekomen stuk (E13) brief fractie HulstPLUS aan Commissaris van de Koning en reactie op dit schrijven. De voorzitter merkt op dat er een overlap is met het besloten agendapunt, dus er moet goed opgelet worden dat de onderwerpen gescheiden blijven. De heer Van Eck legt uit dat zijn fractie een brief heeft gestuurd naar de Commissaris van de Koning over de informatieverstrekking door de gemeente, met een verwijzing naar Artikel 169 van de Gemeentewet, dat bepaalt dat de gemeenteraad recht heeft op alle informatie. Hij benadrukt dat het college geen eigen interpretatie aan dit recht moet geven, aangezien dit wettelijk is vastgelegd. Hij noemt een eerdere brief van vier jaar geleden en het feit dat er dit keer weinig reactie was van de provincie. Na verschillende herinneringen ontving hij uiteindelijk een brief die onduidelijk was over de afspraken met de gemeente Hulst. Burgemeester Jense-Van Haarst merkt op dat er verwarring is over de brieven. Ze benadrukt dat de brief die de heer Van Eck nu noemt over een ander dossier gaat dan degene die op de agenda staat. Ze stelt voor om het te houden bij de brief van de
10
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 Commissaris van de Koning die bij de stukken zit. De heer Van Eck stelt dat de manier van werken rondom de informatieverstrekking vreemd is. Hij kreeg de brief van de provincie pas eind maart op zijn huisadres, niet op zijn gemeentemail. Ondanks verschillende overleggen met de gemeente, was de uitkomst niet bevredigend. Hij benadrukt dat volgens de VNG de gemeenteraad recht heeft op alle informatie, gebaseerd op artikel 169 van de Gemeentewet. Hij vindt dat er meer transparantie moet komen en dat afspraken duidelijker moeten worden gemaakt. Mevrouw Pieters legt uit dat artikel 169 van de Gemeentewet duidelijk voorschrijft dat de gemeenteraad recht heeft op informatie, zowel actief als passief. Ze benadrukt dat het college informatie moet verstrekken aan de raad, tenzij dit strijdig is met het algemeen belang. Het handvest informatievoorziening, dat de gemeenteraad in 2019 heeft vastgesteld, regelt hoe deze informatie beschikbaar wordt gesteld. Ze benadrukt dat technische informatie, zoals stukken van gesubsidieerde organisaties, opvraagbaar en raadpleegbaar moet zijn in het gemeentehuis. Het college handelt volgens deze regels en de afspraken met de gemeenteraad. De heer Van Eck benadrukt dat het handvest van de gemeenteraad bepaalt hoe de informatievoorziening moet plaatsvinden.
Volgens hem bepaalt de raad zelf hoe de informatie wordt verstrekt, niet het college. Hij wijst erop dat het praktisch belangrijk is dat raadsleden toegang hebben tot documenten in een leesbare vorm en op een manier die hen in staat stelt om goed te controleren. Hij stelt dat de raad kan bepalen hoe de informatie verstrekt wordt, bijvoorbeeld via een besloten informatiesysteem, en dat het college moet zorgen voor naleving van deze afspraken. De heer Willaert benadrukt dat transparantie en duidelijkheid belangrijk zijn voor een goede samenwerking binnen de gemeenschap. Hij is voor digitale toegang tot informatie en denkt dat de vragen die nu gesteld worden terecht zijn. Hij pleit voor meer openheid, bijvoorbeeld door een openbaar register van subsidies, zodat iedereen weet waar het geld naartoe gaat. Hij vindt dat er nu eindelijk duidelijkheid moet komen over de kwestie. Mevrouw Pieters benadrukt dat het handvest zoals er nu ligt, volgens de afspraken moet worden uitgevoerd. Ze geeft aan dat als het handvest aan een update toe is, dit aan de gemeenteraad is om dat te besluiten. Ze onderstreept dat het belangrijk is de gemaakte afspraken na te komen. De heer Van Eck benadrukt dat het recht op informatie en de manier waarop die wordt verstrekt uiteindelijk bij de raad ligt, niet bij het college. Volgens hem erkent het college nu een eigen interpretatie die juridisch onjuist is.
Hij verwijst daarbij naar steun van zowel de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden als de VNG. Het handvest geeft weliswaar ruimte aan het college om beperkingen te stellen, maar de raad behoudt het recht om te bepalen hoe zij informatie wenst te ontvangen. De controlefunctie van de raad staat daarbij centraal. De heer Van Eck wijst erop dat het handvest van de gemeenteraad duidelijk stelt dat documenten van door de gemeente gesubsidieerde instellingen opvraagbaar of raadpleegbaar moeten zijn voor raadsleden, en dat het raadslid daarbij mag aangeven in welke vorm die informatie gewenst is. Het college mag daarin adviseren of beperkingen voorstellen, bijvoorbeeld op basis van vertrouwelijkheid, maar mag dit niet eenzijdig bepalen. Volgens de heer Van Eck schuift het college nu ten onrechte het eigen standpunt naar voren als bindend, terwijl juist de raad, in het kader van haar controlerende taak, bepaalt hoe en wanneer informatie wordt opgevraagd. Hij pleit ervoor om samen heldere afspraken te maken over de wijze van verstrekking, zodat de raad zijn werk goed kan doen. De heer Van den Bergen vraagt wanneer het handvest is vastgesteld en of de heer Van
11
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 Eck daarbij aanwezig was. Verder vraagt hij of de heer Van Eck bereid is een voorstel voor een herzien handvest in te dienen, zodat de raad daar gezamenlijk naar kan kijken. De heer Van Eck geeft aan dat het handvest als initiatiefvoorstel unaniem is vastgesteld en sindsdien niet is aangepast. Wat hem betreft is de toepassing duidelijk, de raad bepaalt hoe informatie wordt verstrekt, ook bij gesubsidieerde instellingen. Hij vindt dat het college nu onterecht beperkingen oplegt. Zelf ziet hij geen noodzaak tot wijziging van het handvest, maar staat open voor overleg als daar behoefte aan is. De heer Willaert vraagt zich af of er nu wel of niet een probleem is met het handvest. Hij benadrukt het belang van duidelijkheid en vraagt of alles nu beantwoord en afgehandeld is, zodat dit onderwerp afgerond kan worden. Zo niet, dan moet er volgens hem worden doorgepraat tot dat wel het geval is. Hij geeft aan geen oordeel te hebben over de inhoud van het handvest, maar benadrukt het belang van transparantie en heldere afspraken. De voorzitter legt uit dat het informatiehandvest in 2019 is vastgesteld na intensief overleg in een werkgroep, waarin elke fractie een afgevaardigde had, samen met de burgemeester en de griffier. Het handvest is vrijwel letterlijk door de raad vormgegeven en goedgekeurd.
Als er nu problemen zijn met de uitvoering, zoals aangegeven door de heer Van Eck, dan moet hierover verder gesproken worden. De voorzitter geeft aan dat het gaat om een kwestie van interpretatie. De heer Van Eck leest het handvest zo dat documenten voor raadsleden opvraagbaar moeten zijn, terwijl het ook geïnterpreteerd kan worden dat de stukken enkel raadpleegbaar in het gemeentehuis zijn. Hij suggereert dat er meer duidelijkheid moet komen over waarom dit het geval is, en dat mogelijk een betere omschrijving nodig is. Mevrouw Pieters geeft aan dat de discussie al langere tijd speelt en dat er graag duidelijkheid over gewenst wordt. Een huisadvocaat is geraadpleegd om de bepaling te interpreteren, en de advocaat heeft bevestigd dat de bepaling correct is voorgedragen en gelezen. Als de raad vindt dat de bepaling aangepast moet worden om met de tijd mee te gaan, kan het handvest worden gewijzigd, aangezien het van 2019 dateert. De heer Willaert stelt voor om de bepaling aan te passen zodat de interpretatiekwestie opgelost wordt. Volgens hem is het eenvoudig, door de aanpassing van de tekst kan de discussie worden beëindigd. Mevrouw Ter Horst stelt voor om dit probleem via een motie te regelen, wat volgens haar niet zo ingewikkeld zou moeten zijn.
De heer Van Eck reageert op de uitspraak van de advocaat, waarbij hij aangeeft dat hij minder waarde hecht aan de uitleg van de advocaat en meer aan het feit dat er al een handvest voor informatievoorziening is vastgesteld. Hij benadrukt dat het probleem al opgelost zou moeten zijn door simpelweg naar de eerste zin van artikel 169 Gemeentewet te kijken. Burgemeester Jense-Van Haarst reageert op de suggestie van mevrouw Ter Horst om het probleem via een motie op te lossen. Ze benadrukt dat het handvest van de gemeenteraad zelf aangepast moet worden en dat dit niet via een motie kan gebeuren. Ze stelt voor om de griffier in te schakelen voor hulp bij de aanpassing, met ondersteuning van de gemeentelijke advocaat om de tekst helder te maken. De burgemeester vindt het belangrijk dat de discussie wordt beëindigd door het handvest duidelijk en definitief aan te passen, en dat de griffier de eerste stap hierin kan zetten. De voorzitter vat de situatie samen, het voorstel van de burgemeester is om de kwestie neer te leggen bij de griffier, die het verder oppakt richting de raad. In de tussentijd blijft de huidige situatie van kracht en moet de procedure zoals die nu is gevolgd, gehandhaafd blijven. 12
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025 11. Ingekomen stukken Er zijn geen vragen of opmerkingen over de ingekomen stukken. 12. Agendavoorstellen voor de volgende vergadering van de raadscommissie Er zijn op dit moment geen agendavoorstellen. 13. Rondvraag Mevrouw Strooband-de Moor vraagt of er al iets geregeld is met betrekking tot de terugbetaling die de dertien gemeenten zouden moeten regelen, zoals eerder besproken over de verdeelsleutel van de VRZ. Ze wil weten of er al geld is terugontvangen. Burgemeester Jense-Van Haarst geeft aan dat de situatie met de verdeelsleutel voor de gemeente goed is verlopen, hoewel voor sommige gemeenten het niet voordelig was. Desondanks is de verdeling nu vastgesteld en is het probleem voor nu opgelost. De heer Lernout vraagt aandacht voor de situatie rondom de Hoeve La Salette in Vogelwaarde, waar opnieuw klachten zijn van de omgeving over de bewoners en de handhaving. Burgemeester Jense-Van Haarst erkent de klachten en legt uit dat de gemeente sinds september in gesprek is met de betrokkenen om een leefbaarheidsplan op te stellen. Er is extra inzet van boa's in het dorp en er wordt gewerkt aan het aanstellen van een buurtwerker om de zichtbaarheid overdag te vergroten.
Gesprekken met de betrokkenen blijven gaande, en de gemeente hoopt op een rustige zomer, maar benadrukt dat het huidige probleem niet vanzelf zal verbeteren en er scherpe actie nodig is. De heer Lernout vraagt zich af of de leiding van de Hoeve de situatie aan kan. De burgemeester geeft aan dat de leiding van de Hoeve het best kan aangeven of ze de situatie aankunnen. Er zijn inmiddels gesprekken gevoerd, en onlangs heeft wethouder Ruissen nog een gesprek gehad. Op dit moment is er geen reden om aan te nemen dat de Hoeve het niet aankan, maar het lijkt wel dat er meer nodig is dan wat er momenteel beschikbaar is. Wethouder Ruissen verwijst naar een bijeenkomst die vorige week maandag heeft plaatsgevonden, waar de situatie duidelijk werd. Er wordt veel overlast veroorzaakt in het dorp, en dit probleem moet opgelost worden. Er zijn verschillende manieren om dat te doen, maar het blijkt moeilijk om de juiste oplossing te vinden. De overlast wordt veroorzaakt door een klein aantal bewoners van La Salette, waarschijnlijk rond de vijf, al kan het aantal iets hoger liggen. Wethouder Ruissen heeft vorige week gesproken met de Hoeve en hen verschillende suggesties gegeven voor mogelijke oplossingen. Hij heeft vertrouwen in de deskundigheid van de mensen die bij de aanpak betrokken zijn, maar benadrukt dat dit een lastig probleem is dat niet snel opgelost zal zijn. 14.
Sluiting De voorzitter schorst de vergadering, zodat de aanwezigen op de publieke tribune de zaal kunnen verlaten en er daarna verder gegaan kan worden met het besloten deel. Hij sluit het openbare gedeelte van de vergadering af en bedankt iedereen die aanwezig was. Aldus vastgesteld door de raadscommissie Ruimte d.d. De commissiegriffier,
De commissievoorzitter,
13
Verslag Commissievergadering Algemeen Bestuurlijke Zaken d.d. 14 april 2025
ACTIEPUNTEN/TOEZEGGINGEN RAADSCOMMISSIE ABZ Datum opgevoerd
Onderwerp
Actie/toezegging
02 december 2024 27 januari 2025
Rijkswaterstaat
14 april 2025
Staalslakken
Commissie ABZ periodiek informeren over inhoud Continue overleggen met Rws Toezegging portefeuillehouder om te onderzoeken of er bijvoorbeeld eens per maand een inloopmiddag georganiseerd kan worden, waar mensen met vragen of problemen rondom PFAS terecht kunnen. Toezegging portefeuillehouder om overzicht van locaties waar staalslakken zijn gebruikt en eerdere rapporten over dit onderwerp te verstrekken
14 april 2025
Informatiebeleidsplan 2024-2028
14 april 2025
14 april 2025
PFASproblematiek
Toezegging portefeuillehouder om een raadsinformatiebijeenkomst te organiseren over digitale weerbaarheid en het informatiebeleidsplan 2024-2028 EvenementenFractie Willaert stelt een motie op om het beleid evenementenbeleid aan te passen. Hij stuurt deze ter accordering rond aan de andere fracties en dient deze daarna in. Handvest N.a.v. agendapunt 10 van de cie ABZ op 14 april Informatievoorzi 2025, doet de griffier een voorzet voor het ening aanpassen van het Handvest Informatievoorziening.
Status
Afgerond