Transponeringstabel VFL Hulst DEF
Tekst van het document
Transponeringstabel Verordening fysieke leefomgeving Hulst 2023 In de Verordening fysieke leefomgeving Hulst zijn regels over de fysieke leefomgeving gebundeld. In onderstaande transponeringstabel is aangegeven welke oude en nieuwe artikelen met elkaar corresponderen en welke artikelen nieuw zijn ten opzichte van de: 1. Algemene plaatselijke verordening Hulst 2017; 2. Algemene Verordening Ondergrondse infrastructuren Zeeuwse gemeente 2014; 3. Monumentenverordening Hulst 2010. 4. Beleidsregels Elektrische Laadpalen voor Elektrisch Vervoer Gemeente Hulst De eerste kolom geeft aan welke onderwerp in het artikel wordt geregeld. De derde kolom geeft weer op welk artikel uit een van bovengenoemde verordeningen het artikel in de tweede kolom is gebaseerd of dat het om een nieuw artikel gaat. In de vierde kolom staat een toelichting. Algemeen De meeste wijzigingen zijn juridisch-technisch van aard, zoals de aanpassing van formele verwijzingen en grondslagen in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het vervallen van oude weten regelgeving. Voor deze wijzigingen is gebruik gemaakt van model-besluiten van de VNG. Ook zijn artikelen taalkundig aangepast, om ze makkelijker leesbaar te maken. De huidige Monumentenverordening Hulst 2010 is in afstemming met de afdeling Wonen en Werken van de gemeente inhoudelijk geactualiseerd. Er is een aantal nieuwe artikelen toegevoegd.
Deze artikelen zijn in overeenstemming met de VNG model-erfgoedverordening en Omgevingswet-proof gemaakt. Een aantal artikelen uit de huidige monumentenverordening, zoals de intrekkingsgronden van een omgevingsvergunning, komt niet terug in de VFL, omdat de Omgevingswet het betreffende onderwerp (uitputtend) regelt. Ook is de Verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Hulst 2022 opgenomen in de VFL. Een toelichting op de juridisch-technische en inhoudelijke wijzigingen is opgenomen in kolom 4. Lex silencio positivo Met de komst van de Omgevingswet vervalt de ˋlex silencio positivo ˊ voor omgevingsvergunningen. Dit betekent dat een omgevingsvergunning niet meer automatisch wordt verleend als de beslistermijn voorbij is. Artikelen in de VFL zijn hierop aangepast. Voor vergunningen die geen omgevingsvergunningen zijn kan de lex silencio nog wel van toepassing zijn. Soms volgt de
toepasselijkheid uit hogere wet- en regelgeving (zoals voor activiteiten die onder de Dienstenwet vallen) en soms kan de raad een eigen afweging maken. Transponeringstabel Onderwerp Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Artikel VFL
Gebaseerd op
Artikel 1.1
Relevante begripsbepalingen uit overgehevelde verordeningen of andere voor de VFL relevante begripsbepalingen.
Toelichting
Dit artikel verwijst naar bijlage 1 bij de VFL, waarin de relevante begripsbepalingen zijn opgenomen. Een aantal begrippen die van betekenis zijn voor specifieke paragrafen/onderdelen van de VFL, zijn in die specifieke paragrafen/onderdelen opgenomen. Grondslagen en/of verwijzingen in definities zijn aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Toepassingsbereik
Artikel 1.2
(nieuw)
Dit artikel is overgenomen uit de Omgevingswet.
Doel van deze verordening
Artikel 1.3
(nieuw)
Dit artikel is overgenomen uit de Omgevingswet.
Oogmerken
Artikel 1.4
(nieuw)
Meest recente versie
Artikel 1.5
(nieuw)
Dit is een nieuw artikel waarin de oogmerken van deze verordening worden benoemd. Oogmerken komen namelijk ook regelmatig terug in de Omgevingswet. De oogmerken zijn opgenomen als beoordelingsgronden voor het verlenen van de omgevingsvergunning. De verordening ziet daarmee dus ook op de bescherming van deze belangen. Dit artikel bepaalt dat voor zover in de VFL naar documenten wordt verwezen, uit moet worden gegaan van de meest recente versie daarvan. Tenzij anders is aangegeven.
Hoofdstuk 2 Bebouwde kom
Artikel 2.1
Artikel 1.1 APV
Dit artikel is overgenomen uit de APV.
Artikel 2.2
(nieuw)
De huidige monumentenverordening bevat geen artikel omtrent een erfgoedregister. Dit artikel is opgenomen overeenkomstig de VNG model-erfgoedverordening
Gemeentelijk erfgoedregister
Tweede lid, onder
In de onderdelen b en c van het tweede lid is geregeld dat ook informatie over
b en c
De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument
Artikel 2.3
(instructies betreffende) rijks- en provinciale monumenten, die in de gemeente zijn gelegen, of rijks- en provinciaal beschermde stads- en dorpsgezichten in het gemeentelijke erfgoedregister wordt opgenomen. (nieuw)
Derde lid
De huidige monumentenverordening bevat geen artikel omtrent de aanwijziging tot beschermd gemeentelijk monument. Dit artikel is opgenomen overeenkomstig de VNG model-erfgoedverordening In het derde lid is vastgelegd dat zakelijk gerechtigden na de bekendmaking van het voornemen tot aanwijzing van een gemeentelijk beschermd monument gedurende 4 weken schriftelijk kunnen reageren op dit voornemen.
Vierde lid In het vierde lid is opgenomen dat het college kan bepalen dat ten behoeve van een voorgenomen aanwijzing een bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. De huidige monumentenverordening bevat geen artikel omtrent de aanwijziging tot beschermd gemeentelijk monument. Dit artikel is opgenomen overeenkomstig de VNG model-erfgoedverordening.
Termijn aanwijzingsbesluit
Artikel 2.4
(nieuw)
Bekendmaking en registratie
Artikel 2.5
(nieuw)
De huidige monumentenverordening bevat geen artikel omtrent de bekendmaking en registratie aan alle zakelijk gerechtigden. Dit artikel is opgenomen overeenkomstig de VNG model-erfgoedverordening.
Wijziging van de aanwijzing
Artikel 2.6
(nieuw)
De huidige monumentenverordening bevat geen artikel omtrent de wijziging van de aanwijziging. Dit artikel is opgenomen overeenkomstig de VNG modelerfgoedverordening. Dit artikel regelt de bevoegdheid van het college om een aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument te wijzingen. Een aantal procedurele bepalingen wordt van overeenkomstige toepassing verklaard, tenzij de wijziging volgens het college van ondergeschikte betekenis is of het monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig teniet is gegaan.
Intrekken en vervallen van de aanwijzing
Artikel 2.7
(nieuw)
De huidige monumentenverordening bevat geen artikel omtrent het intrekken en vervallen van de aanwijzing. Dit artikel is opgenomen overeenkomstig de VNG model-erfgoedverordening. Dit artikel regelt het intrekken of vervallen van een aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument. Een aantal procedure bepalingen is van overeenkomstige toepassing verklaard op de intrekking van een aanwijzing.
Hoofdstuk 3 Toepassingsbereik
Artikel 3.1
(nieuw)
Afkomstig uit Casco omgevingsplan VNG januari 2020 en staalkaarten.
Normadressaat
Artikel 3.2
(nieuw)
Afkomstig uit Casco omgevingsplan VNG januari 2020 en staalkaarten.
Specifieke zorgplicht
Artikel 3.3
(nieuw)
Afkomstig uit Casco omgevingsplan VNG januari 2020 en staalkaarten. Dit is een nieuw artikel, waarin een zorgplicht is opgenomen voor degenen die activiteiten verrichten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving. De zorgplicht ziet op het voorkomen en/of beperken van nadelige gevolgen van die activiteiten.
Specifieke zorgplicht openbaar gebied
Artikel 3.4
(nieuw)
Zorgplicht voor kabels en leidingen
Artikel 3.5
(nieuw)
Beslistermijn
Artikel 3.6
Artikel 1.2 APV
Afkomstig uit Casco omgevingsplan VNG januari 2020 en staalkaarten. Dit is een nieuw artikel, waarin een specifieke zorgplicht is opgenomen voor degenen die activiteiten verrichten bij het opbreken van verharding c.a. in het openbaar gebied met gevolgen voor de fysieke leefomgeving. De zorgplicht ziet op het voorkomen en/of beperken van nadelige gevolgen van die activiteiten Fr beheerder van netwerken is verplicht om bij de aanleg, het instandhouden en opruimen van netten andere netten niet in gevaar te brengen. Dit artikel is in lijn met artikel 3 Wet Informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netwerken (WIBON). Dit artikel is overgenomen uit de APV. Het derde lid is nieuw. Hierin is bepaald dat
dit artikel niet van toepassing is op een aanvraag om een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Omgevingswet een uitputtende regeling voor het in dit artikel geregelde onderwerp (paragrafen 16.5.2 en 16.5.3 van de Omgevingswet). Voorschriften en beperkingen
Artikel 3.7
Artikel 1.4 APV
Dit artikel is overgenomen uit de APV. Het derde lid is nieuw. Hierin is bepaald dat dit artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Omgevingswet een uitputtende regeling voor het in dit artikel geregelde onderwerp (artikel 5.5 van de Omgevingswet).
Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Artikel 3.8
Artikel 1.5 APV
Dit artikel is overgenomen uit de APV. Het tweede lid is nieuw. Hierin is bepaald dat het eerste lid niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Omgevingswet een uitputtende regeling voor het in dit artikel geregelde onderwerp (artikel 5.37 van de Omgevingswet).
Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Artikel 3.9
Artikel 1.6 APV
Dit artikel is overgenomen uit de APV. Het tweede lid is nieuw. Hierin is bepaald dat het eerste lid niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Omgevingswet een uitputtende regeling voor het in dit artikel geregelde onderwerp (paragraaf 5.1.5 van de Omgevingswet).
Termijnen
Artikel 3.10
Artikel 1.7 APV
Dit artikel is overgenomen uit de APV. Het uitgangspunt in dit artikel is, dat een vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald, of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. Artikel 5.36, eerste lid, van de Omgevingswet bepaalt dat in een
omgevingsvergunning voor een voortdurende activiteit kan worden bepaald dat die vergunning geldt voor een daarbij gestelde termijn. Wordt een omgevingsvergunning voor een voortdurende activiteit voor een bepaalde termijn verleend, dan moet dit dus in de vergunning zelf worden geregeld. Omdat artikel 3.9 VFL ook van toepassing is op omgevingsvergunningen, wordt in lijn met artikel 5.36 van de Omgevingswet ´onbepaalde tijd´ als uitgangspunt genomen. Dit is ook in lijn met de VNG model-APV. Weigeringsgronden
Artikel 3.11 Artikel 3.12
Artikel 1.8 APV
Overgenomen uit de APV.
Artikel 4.1 APV
De begripsbepalingen in dit artikel zijn specifiek van belang voor paragraaf 3.3.1 Festiviteiten en geluidhinder en zijn daarom hier opgenomen. De grondslagen en/of verwijzingen in de begrippen zijn aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Aanwijzing collectieve festiviteiten
Artikel 3.13
Artikel 4.2 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Melding incidentele festiviteiten
Artikel 3.14
Artikel 4.3 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Wijze van geluidmeten
Artikel 3.15
(nieuw)
Afkomstig uit Casco omgevingsplan VNG januari 2020 en staalkaarten.
Begripsbepalingen
Dit is een nieuw artikel, waarin is bepaald met welke apparatuur en op welke wijze metingen worden uitgevoerd. Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen
Artikel 3.16
Artikel 4.5 APV
Geluidhinder door vrachtauto’s
Artikel 3.17
Artikel 4.5, lid 2 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Carbid schieten
Artikel 3.18
Artikel 4.6 a APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Geluidhinder door knalapparaten
Artikel 3.19
Artikel 4.6 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Overige geluidhinder
Artikel 3.20
Artikel 4.7 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen e.d.
Artikel 3.21
Artikel 4.19 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Artikel 3.22
(nieuw)
Dit artikel is overgenomen uit de Model APV zomer 2022.
Oplaten van ballonnen
Artikel 3.23 Artikel 3.24
Artikel 4.19A APV Artikel 5.26 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Artikel 3.25 Artikel 3.26 Artikel 3.27 Artikel 3.28 Artikel 3.29 Artikel 3.30 Artikel 3.31 Artikel 3.32 Artikel 3.33 Artikel 3.34 Artikel 3.35 Artikel 3.36 Artikel 3.37
Artikel 5.23 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.24 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.28 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.29 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.30 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.31 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.32 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.33 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.324APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.36 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.37 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.39 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.40 APV
Geen wijzigingen.
Ligplaats pleziervaartuigen
Begripsbepalingen Gebruik van de haven Laden en lossen Losmaken/verhalen vaartuigen Vaartuigen als werkplaats, magazijn e.d. Palen, balken & trappen Goederen op de kade Onbeheerde of gezonken vaartuigen Overdracht eigendom vaartuigen Storten vuilnis Verontreiniging Onderhoudswerkzaamhed en vaartuigen Ontplofbare en lichtontvlambare stoffen
Het is verboden om afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Het artikel beschrijft een aantal gevallen waarin verbod niet van toepassing is. Geen wijzigingen.
Gebruik openbaar water
Artikel 3.38 Artikel 3.39 Artikel 3.40
Artikel 5.42 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.43 APV
Geen wijzigingen
Artikel 2.8 APV
Wijzigingen in lijn met de VNG model-APV.
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Maken of veranderen van een uitweg Nachtverblijf op de weg in voertuigen Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Artikel 3.41
Artikel 2.9 APV
Wijzigingen in lijn met de VNG model-APV.
Artikel 3.42 Artikel 3.43 Artikel 3.44
Artikel 2.10 APV
Geen wijzigingen
Artikel 2.11 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 2.13 APV
Alleen taalkundige wijziging.
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel 3.45
Artikel 2.18 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Begripsbepalingen
Artikel 3.46
Artikel 1 Beleidsregels Elektrische Laadpalen voor Elektrisch Vervoer Gemeente Hulst
Geen wijzigingen.
Aanvraag vergunning
Artikel 3.47
(nieuw)
Aanvraag locatie oplaadpaal/-Infrastructuur Electrische auto
Artikel 3.48 Artikel 3.49
(nieuw)
Alleen de aanvrager van laadpalen en/of andere oplaadinfrastructuur kan een aanvraag indienen. De aanvraag moet vergezeld gaan van een foto en de exacte plek van de laadpaal Geen wijzigingen.
Parkeergelegenheid op eigen terrein
Artikel 3.50
Artikel 3 Beleidsregels Elektrische Laadpalen voor Elektrisch Vervoer Gemeente Hulst
Geen wijzigingen.
Eén laadpaal per perceel of woning
Artikel 3.51
Artikel 4 Beleidsregels Elektrische Laadpalen voor Elektrisch Vervoer Gemeente Hulst
Geen wijzigingen.
Locatiebepaling
Artikel
Artikel 5 Beleidsregels
Geen wijzigingen.
Ligplaats vaartuigen Voorwerpen op of aan een openbare plaats
Artikel 2 Beleidsregels Elektrische Laadpalen voor Elektrisch Vervoer Gemeente Hulst
3.52
Elektrische Laadpalen voor Elektrisch Vervoer Gemeente Hulst
Plaatsen laadpaal
Artikel 3.53
Artikel 6 Beleidsregels Elektrische Laadpalen voor Elektrisch Vervoer Gemeente Hulst
Geen wijzigingen.
Openbaarheid
Artikel 3.54
Artikel 7 Beleidsregels Elektrische Laadpalen voor Elektrisch Vervoer Gemeente Hulst
Geen wijzigingen.
Dubbele laadvoorziening
Artikel 3.55
Artikel 8 Beleidsregels Elektrische Laadpalen voor Elektrisch Vervoer Gemeente Hulst
Geen wijzigingen.
Kosten plaatsen, onderhoud en beheer en aansprakelijkheid ten gevolge van schade door laadpaal en oplaadpunt.
Artikel 3.56
Artikel 9 Beleidsregels Elektrische Laadpalen voor Elektrisch Vervoer Gemeente Hulst
Geen wijzigingen.
Realisatie
Artikel 3.57
Artikel 10 Beleidsregels Elektrische Laadpalen voor Elektrisch Vervoer Gemeente Hulst
Geen wijzigingen.
Overige regelgeving
Artikel 3.58
Artikel 11 Beleidsregels Elektrische Laadpalen voor Elektrisch Vervoer Gemeente Hulst
Geen wijzigingen.
Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Artikel 3.59
Artikel 4.22 APV
Vergunningplicht handelsreclame Parkeren van reclamevoertuigen Voertuigen van autobedrijf
Artikel 3.60 Artikel 3.61 Artikel
Artikel 4.21 APV
Toevoeging van lid 2. Het verbod in dit artikel is niet van toepassing in situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Geen wijzigingen.
Artikel 5.7 APV
Alleen taalkundige wijziging.
Artikel 5.2 APV
Toevoeging lex silencio in lijn met de VNG
e.d.
3.62
model-APV. Deze (inhoudelijke) wijziging is in lijn met de VNG model-APV. Volgens de VNG volgt voor deze activiteit de toepasselijkheid van de lex silencio uit de Dienstenwet, maar zijn er dringende redenen van algemeen belang om daarop een uitzondering te maken. Verder alleen taalkundige wijziging.
Te koop aanbieden van voertuigen
Artikel 3.63
Artikel 5.3 APV
Alleen taalkundige wijziging.
Defecte voertuigen
Artikel 3.64 Artikel 3.65
Artikel 5.4 APV
Alleen taalkundige wijziging.
Artikel 5.5 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Kampeermiddelen en andere voertuigen
Artikel 3.66
Artikel 5.6 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Parkeren van grote voertuigen Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen Parkeren anders dan op de rijbaan
Artikel 3.67 Artikel 3.68
Artikel 5.8 APV
Alleen taalkundige wijziging.
Artikel 5.9 APV
Alleen taalkundige wijziging.
Artikel 3.69
Artikel 5.9A APV
Geen wijzigingen.
Parkeren van voertuigen met stank verspreidende stoffen
Artikel 3.70
Artikel 5.10 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Aantasting groenvoorziening door voertuigen Overlast van fietsen of bromfietsen
Artikel 3.71
Artikel 5.11 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 3.72
Artikel 5.12 APV
Alleen taalkundige wijziging.
Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Artikel 3.73
Artikel 5.58 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Definitie
Artikel 3.74
Artikel 5.17 APV
In het tweede lid, onder b, wordt na artikel 2.24 ˋ van de APVˊ ingevoegd. Verder geen wijzigingen.
Standplaatsen en weigeringsgronden
Artikel 3.75
Artikel 5.18 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de
Voertuigwrakken
Omgevingswet. Deze wijzigingen zijn is in lijn met de VNG model-APV.
Toestemming rechthebbende Crossterreinen
Artikel 3.76 Artikel 3.77
Artikel 5.19 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 5.51 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Beperking verkeer in natuurgebieden
Artikel 3.78
Artikel 5.52 APV
Grondslagen en/of verwijzingen aangepast in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Verbod lozen afvalwater
Artikel 3.79
(nieuw)
Afvoer hemel- en grondwater in gebieden met gescheiden riolering.
Artikel 3.80
(nieuw)
Verplichting tot waterberging in nieuwe omgevingsplannen (nieuwe situaties).
Artikel 3.81
(nieuw)
Verbod op lozen hemel- en grondwater op openbaar riool (bestaande situaties)
Artikel 3.82
(nieuw)
Onderhoud en beheer
Artikel
(nieuw)
In een grondwaterbeschermingsgebied en grondwaterwingebied is het verboden om afvalwater te lozen in de bodem In gebieden met een gescheiden riolering is het verboden hemelwater of grondwater te lozen op het openbaar vuilwaterriool. Dit verbod geldt niet, wanneer bij bestaande bebouwing aan de achterzijde van bestaande panden onevenredig veel kosten moeten worden gemaakt. Bij toevoeging van extra verhard oppervlak in nieuwe omgevingsplannen moet dit gecompenseerd worden met een waterberging van tenminste 75 liter per m2 verhard perceeloppervlak. Indien het onmogelijk is om waterberging op eigen terrein te realiseren, kan de verplichting tot aanleg van de waterberging afgekocht worden bij de gemeente. De gemeente legt dan uiterlijk binnen een termijn van 10 jaren een compenserende waterberging aan. Het college kan een gebied aanwijzen waarbinnen -voor bestaande gebiedenhemelwater en grondwater niet in het openbaar riool mag worden geloosd. De lozing van hemel- en grondwater op het openbaar vuilwaterriool wordt beëindigd binnen één jaar nadat het verbod op een perceel van toepassing is geworden. Het college kan ontheffing verlenen van de verplichting tot afkoppelen indien van de eigenaar op het terrein geen andere wijze van afvoer kan worden geverd. Dit artikel bepaalt dat de eigenaar van een
3.83
bouwwerk en/of perceel zelf verantwoordelijk is voor het onderhoud en beheer van de door hem/haar aangebrachte hemelwatervoorzieningen. De eigenaar moet op verzoek van het college kunnen aantonen dat met het beheer de hemelwatervoorziening het hemelwater op een juiste manier blijft verwerken.
Nadere aanwijzingen
Artikel 3.84
(nieuw)
Dit artikel bepaalt dat het college nadere aanwijzingen kan geven t.a.v. het afkoppelen/de verplichting tot waterberging.
Verbodsbepalingen en vergunning beschermd gemeentelijk monument
Artikel 3.85
(nieuw)
De huidige monumentenverordening bevat geen artikel omtrent de bescherming van gemeentelijke monumenten. Dit artikel is opgenomen overeenkomstig de VNG model-erfgoedverordening.
Begripsbepalingen
Artikel 3.86 Artikel 3.87 Artikel 3.88
Artikel 4.11 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 4.12 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 4.13 APV
Geen wijzigingen.
Artikel 3.89 Artikel 3.90 Artikel 3.91 Artikel 3.92 Artikel 3.93 Artikel 3.94
(nieuw) Artikel 4.15 APV
Staalkaart voor het omgevingsplan (VNG december 2019) Geen wijzigingen.
Artikel 4.13, lid 4 APV
Geen wijzigingen.
(nieuw)
Staalkaart voor het omgevingsplan (VNG december 2019 Geen wijziging
Lijst waardevolle houtopstand Omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand Aanvraag vergunning Voorwaarde van nietgebruik Weigeringsgronden Bijzondere vergunningvoorschriften Herplant-/ instandhoudingsplicht Afstandsgrenzen van bomen, heesters en heggen
Artikel 4.16 APV (nieuw)
Artikel 42 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende: 1. Het is niet geoorloofd binnen de in lid 2 bepaalde afstand van de grenslijn van eens anders erf bomen, heesters of heggen te hebben, tenzij de eigenaar daartoe toestemming heeft gegeven of dat erf een openbare weg of een openbaar water is. 2. De in lid 1 bedoelde afstand bedraagt voor bomen twee meter te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom en voor de heesters en heggen een halve meter, tenzij ingevolge een verordening of een plaatselijke gewoonte een kleinere
afstand is toegelaten.
Detectieverbod Begripsbepaling
Artikel 3.95 Artikel 3.96
Toepasselijkheid
Artikel 3.97
Nadere regels
Artikel 3.98 Artikel 3.99 Artikel 3.100 Artikel 3.101 Artikel 3.102 Artikel 3.103 Artikel 3.104
Vereiste van instemming of vergunning Melding of aanvraag Gegevensverstrekking Beslistermijnen Geldigheid Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden Eigendom Overleg Niet-openbare kabels en leidingen Informatieplicht (Mede)gebruik van voorzieningen Verleggingen van leidingen Verwijderen van leidingen
Hoofdstuk 4
Artikel 3.105 Artikel 3.106 Artikel 3.107 Artikel 3.108 Artikel 3.109 Artikel 3.110 Artikel 3.111
Artikel 4.18 APV Artikel 1 Algemene ondergrondse infrastructuren Zeeuwse gemeenten 2014 (AVOI) Artikel 2 Algemene ondergrondse infrastructuren Zeeuwse gemeenten 2014 (AVOI) Artikel 3 (AVOI)
Op grond van de laatste zinsnede van dit artikel is voor bomen in deze verordening de afstand tot de erfgrens verkleint naar 0,5 meter en nihil voor heesters en heggen. Geen wijzigingen. Geen wijzigingen. Deze verordening is -voor de gehele provincie Zeeland- inhoudelijk afgestemd. Wijzingen worden pas doorgevoerd, als dit opnieuw is gebeurd. Geen wijzigingen.
Geen wijzigingen.
Artikel 4 (AVOI)
Geen wijzigingen.
Artikel 5 (AVOI)
Geen wijzigingen.
Artikel 6 (AVOI)
Geen wijzigingen.
Artikel 7 (AVOI)
Geen wijzigingen.
Artikel 8 (AVOI)
Geen wijzigingen.
Artikel 9 (AVOI)
Geen wijzigingen.
Artikel 10 (AVOI)
Geen wijzigingen.
Artikel 11(AVOI)
Geen wijzigingen.
Artikel 12 (AVOI)
Geen wijzigingen.
Artikel 13 (AVOI)
Geen wijzigingen.
Artikel 14 (AVOI)
Geen wijzigingen.
Artikel 15 (AVOI)
Geen wijzigingen.
Artikel 16 (AVOI)
Geen wijzigingen.
Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Hoofdstuk 5 Waardestellend onderzoek beschermd gemeentelijk monument
Artikel 4.1
Artikel 4.10 APV
Taalkundige wijziging.
Artikel 5.1
(nieuw)
In dit artikel is bepaald dat het college kan bepalen dat een nader waardestellend onderzoek moet worden verricht ten behoeve van de aanwijzing van een onroerende zaak of terrein als beschermd gemeentelijk monument. De informatie over de bouwhistorische waarde van een gebouw kan van invloed zijn op de beslissing van het college om de zaak al dan niet als beschermd gemeentelijk monument aan te wijzen. De mogelijkheden om onderzoek te doen kunnen in de praktijk verschillen. Dit vindt onder meer zijn oorzaak in wiens belang het verzoek tot aanwijzing (of intrekking van de aanwijzing) als gemeentelijk monument wordt gedaan. In die gevallen dat een ander dan de eigenaar van een pand een verzoek tot aanwijzing indient, dan wel de gemeente ambtshalve aanwijzingsvoorstellen doet, kan de gemeente de eigenaar niet verplichten nader waardestellend onderzoek uit te (laten) voeren. Een voorbeeld van een nader waardestellend onderzoek is een bouwhistorisch onderzoek.
Advies bij aanwijzing gemeentelijk monument
Artikel 5.2
(nieuw)
Advies bij omgevingsvergunning monument
Artikel 5.3
(nieuw)
Artikel 6.1
Gebaseerd op soortgelijke artikelen in de overgehevelde verordeningen
Hoofdstuk 6 Toezichthouders
De huidige monumentenverordening bevat geen artikel omtrent de bescherming van gemeentelijke monumenten. Dit artikel is opgenomen overeenkomstig de VNG model-erfgoedverordening. De huidige monumentenverordening bevat geen artikel omtrent de bescherming van gemeentelijke monumenten. Dit artikel is opgenomen overeenkomstig de VNG model-erfgoedverordening
Dit artikel regelt de aanwijzing van toezichthouders. Bij de formulering van dit artikel is aansluiting gezocht bij artikel 18.6 van de Omgevingswet. Hierin is, voor zover
relevant, bepaald dat met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet de personen zijn belast die daartoe bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders zijn aangewezen. Artikel 6.1 van de VFL geldt als aanvulling hierop, voor artikelen die niet onder de reikwijdte van artikel 18.6 van de Omgevingswet vallen. Strafbaarstelling
Artikel 6.2
Idem
Dit artikel regelt de strafbaarstelling van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de VFL. In het tweede lid is de afbakening met hogere wet- en regelgeving opgenomen. Het eerste lid is niet van toepassing als in het onderwerp is voorzien door de Wet op de economische delicten.
Hoofdstuk 7 Overgangsrecht
Artikel 7.1
Idem
Dit artikel geeft een overgangsregeling voor besluiten, aanvragen om vergunningen en ontheffingen en adviezen van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit of andere deskundigen op grond van de oude verordeningen.
Hoofdstuk 8 Nadere regels
Artikel 8.1
(nieuw)
Algemene bepaling op grond waarvan het college ter uitvoering van het bepaalde in deze verordening bevoegd is nadere regels vast te stellen.
Intrekken verordeningen
Artikel 8.2
(nieuw)
Dit artikel regelt de intrekking van de Monumentenverordening Hulst 2010 en de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Zeeuwse gemeenten 2014. Dit geldt eveneens voor de beleidsregel Electrische laadpalen voor elektrisch vervoer gemeente Hulst. De APV is slechts gedeeltelijk overgeheveld naar de VFL. De APV wordt daarom niet ingetrokken, maar bij aparte wijzigingsverordening gewijzigd.
Inwerkingtreding
Artikel 8.3
(nieuw)
Citeertitel
Artikel 8.4
(nieuw)
In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat de VFL in werking treedt op het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting 1 juli 2023). . In dit artikel is de citeertitel van de VFL
opgenomen.