CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Regioplan Zeeuws-Vlaanderen NPVR (definitief)

Commissie Samenleving 24 juni 2026, gemeente HulstBij agendapunt: Ingekomen stukken13.442 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Regioplan Zeeuws-Vlaanderen Nationaal Programma Vitale Regio’s

April 2026

Voorwoord Zeeuws-Vlaanderen is een grensregio met een rijke geschiedenis, sterke gemeenschappen, economische potentie en unieke kwaliteiten. De combinatie van ruimte, onderlinge verbondenheid en strategische ligging biedt een stevig fundament voor een vitale toekomst. Tegelijkertijd staan we voor opgaven zoals vergrijzing, ontgroening, bereikbaarheid en het behoud van voorzieningen. Juist deze ontwikkelingen bieden ook kansen: om onze regio toekomstbestendig te versterken, om voorzieningen slimmer te organiseren en om de leefbaarheid verder te verbeteren. Door deze opgaven samen en gebiedsgericht aan te pakken, benutten we verschillen en kwaliteiten als kracht en bouwen we voort op wat ZeeuwsVlaanderen uniek maakt. Met het regioplan Zeeuws-Vlaanderen geven we invulling aan het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR), voortgekomen uit de beweging Elke Regio Telt. Vanuit die gedachte zetten we nadrukkelijk in op het benutten van kansen: voor meer vitaliteit, een sterke leefomgeving en een duurzame economische ontwikkeling. Dit plan is daarom niet alleen een beleidsdocument, maar vooral een uitnodiging tot gezamenlijke actie. Een uitnodiging aan overheden, ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners om samen te bouwen aan een regio die zich blijft ontwikkelen, vernieuwen en versterken.’

2

1. Samenvatting Zeeuws-Vlaanderen is een contrastrijke, uitgestrekte regio met een internationale haven, sterke (familie)bedrijven, karakteristieke kernen en een aantrekkelijke kustlijn. Deze regio tegen de Vlaamse grens is een fijne plek om te wonen en leven, maar de regio kent grote uitdagingen die anders zijn dan in andere regio’s. De regio is dunbevolkt, ontgroening en vergrijzing zijn hier groter en dat zet voorzieningen, bereikbaarheid en leefbaarheid onder druk. De regio ziet jongeren vertrekken, de beroepsbevolking krimpen en scholen, zorg en winkels verdwijnen.

1.1 Regioplan in het kader van NPVR

Dit regioplan draait die negatieve spiraal om. We zetten in op versterking: meer inwoners, betere voorzieningen, een robuuste economie en behoud van een prettig woon- en leefklimaat. Samen zetten we zo een beweging in gang die de regio sterker, aantrekkelijker en veerkrachtiger maakt – voor huidige én toekomstige generaties.

1.2 Ons toekomstperspectief

Dit plan maakten Rijk en regio in het kader van het Nationaal Programma Vitale Regio’s. Het programma komt voort uit de lessen in het rapport ‘Elke Regio Telt!’. Hierbij moet recht worden gedaan aan mensen, in elke regio in Nederland. Dat wordt gedaan door inzet op maatwerk en verbinding. Zodat er ook in de toekomst aan de randen van het land vitale regio’s liggen: met verbeterde veiligheid en leefbaarheid, met een duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau en een gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners.

Met het NPVR willen we de regio stimuleren en versterken. Samen met gemeenten, provincie, Rijk en maatschappelijke partners en bewoners werken we aan een toekomst waarin Zeeuws-Vlaanderen aantrekkelijker wordt voor inwoners, bedrijven en bezoekers. Waarmee het een regio wordt waar nieuwe Zeeuws-Vlamingen graag naartoe komen en huidige inwoners graag blijven. Kortom: een regio die klaar is voor de generatie van morgen. We zetten daarom in op: • Aantrekkelijk wonen voor bestaande en nieuwe inwoners • Positieve impact op mens en omgeving door de transitie naar duurzaamheid

3

• Ontwikkelperspectief voor toekomstige generaties • Zeeuws- en Belgisch Vlaanderen als grote kracht • Grensverleggend samenwerken Zeeuws-Vlaanderen heeft voldoende schaal en draagkracht nodig om voorzieningen, leefomgeving en werkgelegenheid te versterken en professionals aan te trekken om economische kansen te verzilveren, omdat er nu al structureel personeelstekort is in sectoren zoals zorg, onderwijs, industrie en logistiek. De regionale ambitie is om in 2050 van 105.000 inwoners tot 125.000 gegroeid te zijn. Niet als doel op zich, maar als randvoorwaarde om de regio levendig en aantrekkelijk te houden. De uitdaging zit in het bouwen van de juiste woningen en het aantrekken van mensen: een combinatie van gerichte nieuwbouw en het herstructureren en verduurzamen van bestaande woningen is nodig om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. De grensoverstijgende ligging van Zeeuws-Vlaanderen vraagt daarnaast om samenwerking met Vlaanderen, zodat de woningmarkt aan beide zijden van de grens goed functioneert. Hiermee wordt de woningbouw toekomstbestendig en leegstand voorkomen.

1.3 Hoofdopgaven voor een vitaal ZeeuwsVlaanderen De opgaven zijn complex en onderling verweven. Ze worden geordend langs de drie doelstellingen van het NPVR, die zijn ook leidend bij de (nog op te stellen) uitvoeringsagenda. Daarbij benadrukken we dat de opgaven niet simpel of sectoraal in te delen of op te lossen zijn, maar veelzijdig en verweven.

Door deze opgaven heen lopen twee rode draden die veel invloed hebben: ontgroening & vergrijzing en de grens met Vlaanderen die

1.4 Langjarig commitment: samen vooruit De gemeenten Hulst, Terneuzen en Sluis, provincie Zeeland, het Rijk, het bedrijfsleven en maatschappelijke partners slaan de handen ineen. Met dit regioplan Zeeuws-Vlaanderen schetsen we hoe de regio zich de komende twintig jaar ontwikkelt. We investeren in maatwerk, betere voorzieningen en het wegnemen van belemmeringen, zodat iedereen hier prettig kan opgroeien, wonen, werken en recreëren. Om een spiraal van versterking tot stand te brengen is actie nodig. Om effect te bereiken voor alle inwoners van Zeeuws-Vlaanderen hebben we in het bijzonder aandacht voor jongeren en toekomstige generaties.

onvoldoende benut wordt.

1.5 Hoe gaan we aan de slag? 1. Veilige en leefbare regio • Huidige woningvoorraad schiet tekort • Tussen zout en zoet: de landbouw en fysieke leefomgeving onder druk van klimaat en groei • Verduurzaming industrie • Bereikbaarheid en infrastructuur • Sterke centrumkernen als drager van brede welvaart’ 2. Duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau • Beperkte toegang tot onderwijs • Beperkte toegang tot zorg en ondersteuning • Beperkte beschikbaarheid hulpdiensten 3. Gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners

Dit regioplan sluit aan bij de Strategische Regiovisie Zeeuws-Vlaanderen (2021), het NOVEX-gebied North Sea Port District, de Regio Deals en het Toekomstperspectief Zeeland 2050. Samen vormen deze plannen één krachtige beweging: een toekomstbestendig Zeeuws-Vlaanderen dat kansen grijpt en grenzen verlegt. Het plan geef een richtinggevend toekomstbeeld voor de lange termijn waarbij ruimte wordt gelaten voor adaptieve bijsturing wanneer ontwikkelingen in de praktijk daartoe aanleiding geven. Dit plan zal worden ondersteund door een vierjaarlijkse uitvoeringsagenda met prioriteiten en projecten, onderzoeksvragen en procesafspraken. In hoofdstuk 6 worden onze ambities toegelicht.

• Gezond opgroeien en oud worden • Sociale cohesie en vertrouwen in de overheid In hoofdstuk 5 worden deze opgaven toegelicht.

4

Na vier jaar kijken we of een herijking van het regioplan zelf nodig is. Realisatie van de uitvoeringsagenda vindt plaats door samenwerking tussen regio, Rijk, provincie en maatschappelijke partners, ondersteund door een netwerkbureau (zie hoofdstuk 8). Adaptieve sturing en reflexieve monitoring zorgen voor doorlopend leren en bijsturen.

2. Inleiding Het Nationaal Programma Vitale Regio’s is ontstaan naar aanleiding van het rapport “Elke Regio Telt!” van de onderzoeksraden ROB, RLI en RVS. “Elke Regio Telt!” laat zien dat Nederland kampt met groeiende regionale ongelijkheden. Regio’s buiten de economische kerngebieden hebben vaker te maken met lagere inkomens, minder werkgelegenheid, beperkte voorzieningen en gezondheidsverschillen. Deze ongelijkheden zijn onwenselijk en worden versterkt door rijksbeleid dat vooral inzet op sterke regio’s. De kernboodschap: iedere regio doet ertoe. Om brede welvaart eerlijker te verdelen, is een gebiedsgerichte aanpak nodig: maatwerk per regio, gerichte investeringen in achtergestelde gebieden en structurele samenwerking tussen Rijk, provincies, gemeenten en maatschappelijke partners. Het doel is om stapeling van achterstanden te doorbreken en de vitaliteit van alle regio’s te versterken. Op basis van onderzoek naar brede welvaartsindicatoren zijn 11 regio’s gekozen om deel te nemen aan het NPVR: Kop van Noord‑Holland, Noord‑ en Oost‑Groningen, Zuidoost‑Friesland, Noard‑ Fryslân, Zuid‑ en Oost‑Drenthe, Twente, Achterhoek, Noord‑Limburg, Midden‑Limburg, Zuid‑Limburg en Zeeuws‑Vlaanderen. Met dit Regioplan bouwen we voort op de NPVR-regiodialogen en geven we invulling aan bovenstaande ambitie.

5

Het plan beschrijft hoe we samen met partners werken aan het versterken van de vitaliteit van onze regio. Het is geschreven om richting te geven aan investeringen, samenwerking en beleidskeuzes die bijdragen aan brede welvaart. Daarbij sluiten we aan bij de landelijke kaders van het Nationaal Programma, maar vertalen deze naar de specifieke kansen en opgaven van onze regio. Zo zorgen we ervoor dat de regio niet alleen meedoet, maar ook vooruitkomt. Alhoewel het plan een vrije vorm kent is er vanuit de landelijke klankbordgroep NPVR voorgesteld om de volgende onderdelen terug te laten komen: beschrijving van de regio, probleemanalyse met huidige situatie, toekomstperspectief over 25 jaar met beschrijving van de opgaven, huidige inzet en handelingsperspectief met verwijzing naar lopende programma’s en de manier van werken. Dit regioplan vormt de basis voor de uitvoeringsagenda. Voor het opstellen van deze agenda gaan we aan de slag met coalities rondom de opgaven, prioriteiten en knelpunten die in de regio spelen.

2.1 De regio Zeeuws-Vlaanderen is uniek Zeeuws-Vlaanderen ligt tussen de Westerschelde en Vlaamse steden als Gent, Brugge en Antwerpen en heeft een groot internationaal haven- en industriegebied, sterke bedrijven en een aantrekkelijke kustlijn. De regio heeft een rijke geschiedenis en is als grensgebied gewend om over grenzen heen te kijken en samen te werken met Vlaanderen. De eigenheid van deze regio geeft Zeeuws-Vlaanderen kracht. Door die kracht beter te benutten en samen te werken met Nederlandse en Vlaamse partners, kan de regio groeien en bloeien.

2.3 Langjarig plan om de regio samen te ontwikkelen De gemeenten Hulst, Terneuzen en Sluis, Provincie Zeeland, het Rijk en partners slaan de handen ineen met het regioplan Zeeuws-Vlaanderen. Dit regioplan, onderdeel van het Nationaal Programma Vitale Regio’s, schetst een richtinggevend toekomstbeeld voor de komende 25 jaar en welke opgaven daarbij horen. Samen investeren we in maatwerk, betere voorzieningen en het wegnemen van belemmeringen, zodat iedereen hier prettig kan opgroeien, wonen, werken en recreëren.

2.2 Spiraal van versterking

2.4 Van regioplan naar uitvoeringsagenda

Hoewel de inwoners er fijn wonen, kent Zeeuws-Vlaanderen ook flinke uitdagingen. Door de Westerschelde is er slechts beperkte verbinding met de rest van Nederland. Door sterke ontgroening en (dubbele) vergrijzing staan de leefbaarheid, voorzieningen en bereikbaarheid onder druk. Jongeren trekken weg uit de regio en de beroepsbevolking daalt. Inwoners zien dat voorzieningen, zoals zorg, scholen, winkels, sport en cultuursteeds verder weg komen te liggen of zelfs verdwijnen. Er is sprake van een spiraal van verschraling. Om Zeeuws-Vlaanderen leefbaar te houden voor bestaande en nieuwe inwoners, moet de huidige spiraal van verschraling draaien naar een spiraal van versterking.

Het regioplan is opgesteld door de regio (gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen en de Provincie Zeeland) in afstemming met het Rijk en vormt de basis waarmee we samen een uitvoeringsagenda opstellen. Daarin komt te staan aan welke opgaven Rijk en regio samen werken. Doel: een regio die sterker en veerkrachtiger wordt en die meer in balans is qua wonen en werken. Daarvoor is het nodig dat de regio qua inwoneraantal een inhaalslag maakt ten opzichte van andere regio’s, waardoor bijbehorende voorzieningen meegroeien. Een regio waarbij duurzaamheid, leefbaarheid, samenwerking en grensoverstijgende dynamiek centraal staan.

6

2.5 Het regioplan richt zich op thema’s in Zeeuws-Vlaanderen Het regioplan staat niet op zichzelf. Het plan is geschreven vanuit bestaande visies en plannen en uitvoeringsagenda’s. De basis ligt in de Strategische Regiovisie Zeeuws-Vlaanderen (2021) en het Toekomstperspectief Zeeland 2050 (juli 2025). Om uitvoering te geven aan de Zeeuws-Vlaamse ambities, benut Zeeuws-Vlaanderen twee lopende Regio Deals, namelijk de Regio Deal North Sea Port District en de Regio Deal Zeeuwse Aanpak Vitale Regio’s. We kiezen bij deze samenwerking voor regiogebonden thema’s die tot kwetsbaarheid leiden binnen de brede welvaart. Andere belangrijke ontwikkelingen voor de regio vallen nadrukkelijk niet binnen de reikwijdte van dit plan. Zo is de majeure verduurzaming van de industrie heel belangrijk voor de regio, maar vormt als zodanig geen specifiek thema en maakt geen direct onderdeel van regioplan. Uiteraard raakt het regioplan indirect wel aan deze ontwikkelingen, omdat de regio bijvoorbeeld voor de verduurzaming aantrekkelijk moet zijn voor nieuwe technici die de sector nodig heeft.

2.6 Leeswijzer We starten dit regioplan met onze filosofie. Hoe kijken we naar het regioplan en de uitvoeringsagenda en op welke manier gaan we ermee aan de slag? Vervolgens schetsen we in hoofdstuk 4 een toekomstperspectief voor Zeeuws-Vlaanderen genaamd ‘grensverleggend groeien’. In hoofdstuk 5 beschrijven we in de breedte, aan de hand van de NPVR-doelstellingen, de belangrijkste opgaven, waarna we deze in hoofdstuk 6 vertalen naar een aanzet van wat ons te doen staat. We sluiten af met de wijze waarop we de samenwerking en organisatie voor ons zien.

7

3. Onze filosofie In dit hoofdstuk lichten we toe vanuit welke filosofie we met het regioplan en de uitvoeringsagenda aan de slag gaan. Deze uitgangspunten zijn bepalend voor hoe we de opgaven beschrijven en hoe we met elkaar tot resultaten komen.

3.1 Bij een langjarige samenwerking hanteren we een adaptieve aanpak Effecten van oplossingen zijn moeilijk voorspelbaar. Gaandeweg leren we wat voor Zeeuws-Vlaanderen werkt. Het regioplan is een plan voor de komende twintig jaar, een periode waarin politieke koers, prioriteiten en overtuigingen continu veranderen. Dat vraagt om continue agendering van opgaven, doorlopend leren en blijven bijsturen. De strategische regiovisie ontwikkelden we met maatschappelijke partners en geven we wanneer nodig een update. Elke vier jaar kijken we of herijking van het regioplan nodig is. De uitvoeringsagenda is dynamisch: wat zijn onze prioriteiten voor de komende vier jaar, wat willen we leren en hoe sturen we samen?

Van elkaar leren welke praktijken werken is essentieel, daarvoor moet je goed met elkaar communiceren en elkaar fysiek ontmoeten.

3.3 Samen sturen: een netwerkgerichte benadering Meervoudige opgaven vragen samenwerking tussen uiteenlopende actoren en vakgebieden, over sectoren en grenzen heen. Zeeuws-Vlaanderen ontwikkelt zich door maatschappelijke coalities in wisselende combinaties van Nederlandse en Vlaamse overheden, bedrijven, partners en inwoners. Vanuit het NPVR Zeeuws-Vlaanderen bieden we kaders en ondersteuning, zodat partijen kunnen verbinden, richten, prioriteren, knelpunten doorbreken en sleutelprojecten realiseren.

3.2 Kiezen voor concrete opgaven en daarop handelen Grote regionale vraagstukken hangen met elkaar samen, daarbij zijn oorzaak en gevolg vaak onduidelijk. Om met problemen aan de slag te gaan moet je toch ergens beginnen, daarom zetten we in dit regioplan de lijnen uit en maken we dat concreet in de uitvoeringsagenda NPVR voor de komende vier jaar. Vanuit concrete opgaven kunnen we handelen en die resultaten zichtbaar maken: lessen, knelpunten wegnemen, nieuwe praktijken uittesten en daarvan leren. Dat vraagt soms een nieuwe kijk op vraagstukken, bijvoorbeeld via ontwerpend onderzoek.

8

“Van elkaar leren welke praktijken werken is essentieel, daarvoor moet je goed met elkaar communiceren en elkaar fysiek ontmoeten.”

3.4 Leren en ontmoeten faciliteren Omdat maatschappelijke coalities verschillen per opgave, verbinden betrokkenen zich op het niveau van de opgave. Binnen Zeeuws-Vlaanderen faciliteren we ontmoeting en samen leren, in aansluiting op landelijke programma's. Zo ontstaan inzichten in belemmerende en kansrijke patronen en inspiratie voor nieuwe initiatieven.

3.5 Verbinden met bestaande programma’s en nationale opgaven We tuigen geen nieuw actieprogramma op, maar richten, versterken en versnellen bestaande en nieuwe inspanningen. Rijksinvesteringen volgen uit bestaande programma's en regelingen op het gebied van bijvoorbeeld wonen, zorg, onderwijs, klimaat, bereikbaarheid en veiligheid. Daarom verbinden we de opgaven en ambities uit het regioplan en de uitvoeringsagenda hiermee. We leggen slimme verbindingen in plaats van er iets naast te zetten. Door opgaven samenhangend te benaderen wordt er in de regio concreet duidelijk wat er gedaan moet worden. Daarbij worden vanuit overheden, bedrijfsleven, maatschappelijke partijen en kennisinstellingen de relevante mensen betrokken, evenals de inwoners met in het bijzonder de jongeren. Samen met rijksdepartementen onderzoeken we hoe bestaande en toekomstige programma's en regelingen bijdragen aan het regioplan en de uitvoeringsagenda. We onderzoeken waar maatwerk of experimenteerruimte nodig is om de brede welvaart te versterken en knelpunten op te lossen. De opgave staat hierbij steeds centraal.

9

4. Toekomstperspectief: grensverleggend groeien Zeeuws-Vlaanderen heeft de ambitie om de brede welvaart versterken. Hierdoor verbetert het welzijn van haar inwoners en creëert een plek waar mensen willen wonen en werken.Vanuit eigen kracht wil de regio bijdragen aan de grote regionale en nationale transitieopgaven en bouwen aan Zeeland als Delta van de toekomst. Met het oog op de toekomst heeft Zeeuws-Vlaanderen behoefte aan voldoende schaal en draagkracht om voorzieningen, leefomgeving en werkgelegenheid te versterken en om professionals aan te trekken die kunnen inspelen op de toenemende vraag (bij zorg en welzijn, onderwijs, industrie, techniek en logistiek is er nu sprake van een structureel personeelstekort). Meer inwoners zijn daarbij geen doel op zich, maar een randvoorwaarde om de regio levendig en aantrekkelijk te houden voor huidige en nieuwe Zeeuws-Vlamingen. Vanuit die gedachte is de regionale ambitie om te groeien naar 125.000 inwoners in 2050. Zeeuws-Vlaanderen draagt graag bij aan de verwezenlijking van de landelijke ambitie om in heel Nederland meer woningen te realiseren en te streven naar een regionale balans tussen wonen, werken en voorzieningen.

4.1 Aantrekkelijk wonen voor bestaande en nieuwe inwoners Zeeuws-Vlaanderen is in 2050 een groeiende, vitale regio die nieuwe doelgroepen aantrekt en de spiraal van versterking in gang heeft weten zetten. Een regio met voldoende, slim ingerichte voorzieningen voor inwoners van alle leeftijden, die bijdragen aan een goed vestigingsklimaat voor inwoners en bedrijven. De woningvoorraad is energieneutraal en sluit aan bij alle levensfasen, van moderne appartementen tot ruime gezinswoningen. Waar jong en oud samenleven, zijn voldoende voorzieningen beschikbaar. Zeeuws-Vlaanderen is een inclusieve gemeenschap waar Nederlanders, Vlamingen en andere wereldburgers zich thuis voelen in een harmonieuze mix van rust en dynamiek en waar industrie en natuur naast elkaar floreren.

4.2 Positieve impact op mens en omgeving door de transitie naar duurzaamheid De economie van Zeeuws-Vlaanderen is in 2050 groen en winstgevend. Traditionele sectoren als industrie, landbouw en toerisme hebben zich getransformeerd tot toekomstbestendige bedrijfstakken. De regio loopt voorop in duurzame innovatie en experimenten, met een robuust watersysteem, moderne energie infrastructuur en een Europese tophaven. Het is een kenniscentrum

10

met aantrekkingskracht voor jong talent, dat vanuit unieke Zeeuwse omstandigheden expertise ontwikkelt over water, voedsel en energie voor de hele wereld. In samenwerking met Hogescholen en Universiteiten in Nederland en België.

4.3 Ontwikkelperspectief voor toekomstige generaties Zeeuws-Vlaanderen beschikt in 2050 over een sterk kennisecosysteem waar onderwijs, onderzoek en ondernemerschap naadloos op elkaar aansluiten. Innovatieve experimenten ontstaan uit samenwerking tussen overheden, maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen en bedrijven. Grensoverstijgende kennisuitwisseling en samenwerking met Vlaanderen verrijkt het lokale onderwijs- en innovatielandschap en door sterke regionale samenwerking wordt alle expertise benut. Hierdoor is ook de basis op orde voor een leven lang leren.

4.4 Zeeuws- en Belgisch Vlaanderen als grote kracht In 2050 is Zeeuws-Vlaanderen een grensregio die door de verbinding met Vlaanderen de leefbaarheid versterkt in plaats van beperkt. Door uitstekende en uitgebreide verbindingen profiteert de regio van de groei van Vlaamse steden, terwijl administratieve barrières zijn weggenomen. Een geïntegreerd openbaar vervoersysteem, goede infrastructurele verbindingen en een aantrekkelijke vestigingsplaats voor grensoverstijgende bedrijvigheid maken van de grens een kracht in plaats van een belemmering.

4.5 Grensverleggend samenwerken Bij grensverleggende groei hoort ook grensverleggende samenwerking. Met inwoners en maatschappelijke partners. Tussen Zeeuws-Vlaamse gemeenten, Vlaamse overheden, de Provincie en departementen van het Rijk. Zeeuws-Vlaanderen staat in 2050 bekend als gewaardeerde samenwerkingspartner die samen met anderen resultaten behaalt en impasses doorbreekt. Grensverleggend betekent hardnekkige vraagstukken en patronen doorbreken, om als voorbeeld te fungeren voor innovatief samenwerken op en over de grens. Niet direct voor de makkelijke oplossing kiezen waar dat tot dezelfde uitkomsten kan leiden, maar de status quo uitdagen, de kern van het probleem adresseren en tot nieuwe handelingsperspectieven verkennen en samen maatwerkoplossingen te zoeken die werken voor de regio.

11

5. Opgaven Zeeuws-Vlaanderen In dit hoofdstuk beschrijven we de opgaven van Zeeuws-Vlaanderen, geordend langs de drie doelstellingen van het Nationaal Programma Vitale Regio’s. Deze pragmatische indeling sluit aan bij bestaande beleidskaders en vergroot de toegankelijkheid van het regioplan, maar versimpelt de complexe werkelijkheid. De opgaven zijn veelzijdig, onderling sterk verweven en laten zich niet oplossen met enkelvoudige of sectorale maatregelen. Thema’s als wonen, werken, bereikbaarheid, onderwijs, zorg, cultuur, veiligheid en leefomgeving hangen nauw met elkaar samen en vragen om een integrale, sectoroverstijgende benadering. Door de beperkingen van onze ordening expliciet te maken, hopen we te voorkomen dat we vervallen in sectoraal denken en directe, eenduidige oplossingen. Daarom schetst het regioplan de opgaven op hoofdlijnen met een tijdshorizon van vijfentwintig jaar, terwijl de uitvoeringsagenda deze vertaalt naar concrete en adaptieve stappen. Ver kijken en dichtbij handelen – dat is onze aanpak.

Zoals hiervoor gemeld ordenen we de opgaven van Zeeuws-Vlaanderen langs de drie doelstellingen van het Nationaal Programma Vitale Regio’s:

1. Veilige en leefbare regio's 2. Duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau 3. Gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners

Door de doelstellingen van het NPVR heen, lopen twee rode draden. Vergrijzing en ontgroening hebben invloed op alle doelstellingen. En door de ligging van Zeeuws-Vlaanderen speelt de grens met Vlaanderen vaak een rol in de opgaven. Deze twee rode draden komen eerst aan bod om een goed beeld te hebben, voordat we dieper ingaan op de drie doelstellingen.

12

5.1 Rode draad 1: Ontgroening en vergrijzing hebben uitzonderlijke impact Het inwoneraantal stagneert en de beroepsbevolking neemt af in Zeeuws-Vlaanderen. Enerzijds doordat jongeren elders gaan studeren en anderzijds door de toenemende vergijzing. Het aandeel jongeren ligt ruim onder 25%, de laagst scorende regio van Nederland. Door ontgroening neemt dit percentage verder af, 50%1 vertrekt uit Zeeuws-Vlaanderen in verband met een studie. Minder dan één op de drie studenten keert terug na de vervolgopleiding en de autonome bevolkingsgroei blijft achter. Door de grotere grijze druk wordt het aantal ouderen in verhouding tot het aantal personen in de werkzame leeftijd2 groter. Deze ontwikkelingen tasten de leefbaarheid van met name de kleine kernen aan, zetten de voorzieningendichtheid onder druk en staan een gezonde ontwikkeling van de arbeidsmarkt in de weg. Er is echter geen makkelijke oplossing; enkel woningen bijbouwen helpt niet en ook banen zijn er in aantal voldoende (Zeeland kent de krapste arbeidsmarkt van heel Nederland). De weg naar vergroening vraagt daarom om gecombineerde inspanningen voor verschillende opgaven.

1 2

Met het oog op de toekomst heeft Zeeuws-Vlaanderen voldoende schaal en draagkracht nodig om de voorzieningen, leefomgeving en werkgelegenheid te versterken, én om professionals aan te trekken die kunnen inspelen op de toenemende vraag. Nu is er al sprake van structureel personeelstekort in onder andere zorg en welzijn, onderwijs, industrie, techniek en logistiek. Meer inwoners zijn daarbij geen doel op zich, maar een randvoorwaarde om de regio levendig en aantrekkelijk te houden voor zowel huidige als nieuwe Zeeuws-Vlamingen. Vanuit die gedachte ligt de regionale ambitie op groei van 105.000 tot 125.000 inwoners in 2050. Zeeuws Vlaanderen draagt graag bij aan de verwezenlijking van de landelijke ambitie om in heel Nederland meer woningen te realiseren en te streven naar een regionale balans tussen wonen, werken en voorzieningen.

Jonge Zeeuwen in Beweging: verhuispatronen van en naar Zeeland https://publicaties.kczs.nl/jonge-zeeuwen-beweging-verhuispatronen-van-en-naar-zeeland. Nu al is deze druk in de regio Zeeland (43,2%; in de gemeente Sluis zelfs 53,0%) is hoger dan gemiddeld in Nederland (33,1%). De grijze druk in de regio Zeeland neemt in de periode 2023 – 2040 verder toe naar 61,9%. Zie ook de regiodeal 2025.

13

5.2 Rode draad 2: Vlaanderen wordt onvoldoende benut Of het nu gaat om wonen, werken of voorzieningen, de verwevenheid met Vlaanderen speelt een belangrijke rol. Mensen werken over de grens, brengen er hun kinderen naar school, doen er boodschappen of gaan er naar het theater. In veel gevallen zijn Gent, Antwerpen en Brugge ‘dichterbij’ dan Nederlandse steden. Dit heeft niet alleen te maken met de geografische ligging, maar ook met culturele en sociale binding over de grens. Andersom geldt hetzelfde. Vlamingen werken, winkelen en recreëren in Zeeuws-Vlaanderen. Samen biedt dit een enorme kracht aan deze regio, maar het wordt nog te weinig benut voor de brede welvaart in Zeeuws-Vlaanderen. Eerder onderzoek liet zien dat de welvaartsgroei van grensregio’s in Europa door obstakels gemiddeld 8% achterblijft en dat grensregio’s al met 2% kunnen groeien als ‘slechts’ 20% van de bestaande obstakels wordt weggenomen. De OV-verbindingen tussen Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen zijn relatief slecht. Ondanks de sinds 2026 operationele directe busverbinding tussen Terneuzen en Gent blijft de rest van de regio niet goed bereikbaar voor Vlaamse steden. Dit belemmert onder meer een optimale grensoverstijgende arbeidsmarkt. Voor een grensoverstijgende arbeidsmarkt spelen ook de verschillen in belastingstelsels, sociale zekerheid, diploma’s en cultuur een rol.

14

De goede en betaalbare onderwijsvoorzieningen over de grens en het beperkte regionale aanbod van onderwijs aan de grens van Zeeuws-Vlaanderen zorgen ervoor dat ouders hun kinderen naar scholen over de grens sturen. Dit zet nog meer druk op het lokale onderwijsaanbod dat ook gevolgen heeft voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid langs de grens. Ook zorginstellingen zijn vlak over de grens goed toegankelijk, dat druk zet op zorginstellingen in Zeeuws-Vlaanderen. Daarbovenop is er door een verschil in wet- en regelgeving tussen Europees en landelijk beleid en verschillen in bekostigingssystematiek geen gelijk speelveld in het grensgebied. Inwoners uit Vlaanderen kunnen bijvoorbeeld niet zomaar naar een Nederlands ziekenhuis gaan. Dit remt vrij verkeer van goederen en diensten en daardoor profiteert Zeeuws-Vlaanderen te weinig van de kansen over de grens.

1. Veilige en leefbare regio Definitie: het verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving in regio's met onder andere aandacht voor een passende woningvoorraad, herstructurering en transformatie en verduurzaming van de gebouwde omgeving en een gezonde groene leefomgeving.

voor Vlamingen. Tussen 6% en 18% van de bevolking heeft Vlaamse roots. De regio biedt rust, ruimte en gezonde leefomgeving. Daarnaast zijn er betaalbare woonmogelijkheden, waardoor het een geliefde woonplek kan zijn voor wie net over de grens zoekt naar kwaliteit van leven.

Kracht: een regio op de grens met ruimte, verbinding en onderlinge contrasten Als enige ‘rurale’ regio van Nederland – volgens EU-classificatie – woont meer dan de helft van de inwoners van Zeeuws-Vlaanderen in het landelijk gebied tegen de grens met Vlaanderen. Dat geeft Zeeuws-Vlaanderen een eigen identiteit: rust, ruimte en een gezonde leefomgeving kunnen de basis vormen voor groei en ontwikkeling. Van west tot oost heeft de regio een landschap vol contrasten en eigenheid: stranden, natuurgebieden, uitgestrekte akkers, robuuste industrie, een dynamische haven en historische vestingstadjes. Grote natuurgebieden, zoals Waterdunen, Axelse kreek, Smitschorre, Het Zwin en Grenspark Groot Saeftinghe, zijn ideaal voor recreatie en natuurbeleving. Zeeuws-Vlaanderen is aantrekkelijk

Echter, de leefomgeving staat onder druk. De fysieke woon- en leefomgeving van Zeeuws-Vlaanderen staat onder aanzienlijke druk door een complexe stapeling van ruimtelijke opgaven en transities. De regio wordt gekenmerkt door extreme contrasten: grootschalige industrie langs de Kanaalzone Gent-Terneuzen – met bedrijven als Dow Chemical en Yara die samen met Zeeland Refinery3 een CO2-reductiedoel hebben van 4,2 Mton in 2030 – en getijdennatuur zoals de Saeftinghe en het Zwin. Tegelijkertijd geeft onderzoek van STEC aan dat maar liefst 12.000 woningen in Zeeuws-Vlaanderen ‘zeer kwetsbaar’ zijn.4 Het gaat hier om 40% van de totale provinciale kwetsbare voorraad met theoretische overschotten. . Voor de gewenste groei en uitbreiding voor arbeidsmigranten zijn nieuwe woningen nodig. De

3 4

Zeeland Refinery in de gemeente Borsele (geen onderdeel van Zeeuws-Vlaanderen) Demografie en woningbehoefte in Zeeuws-Vlaanderen” van In Fact Research (2020)

15

landbouw, waar naar verhouding 4,5 keer zoveel mensen werken als elders in Nederland, staat voor een ingrijpende transitie naar kringlooplandbouw en natuur inclusieve vormen. De regio is weliswaar groen en weids, maar de fysieke leefomgeving in wederopbouwwijken en historische stad- en dorpskernen is grotendeels versteend, doorstaat de klimaatstresstest niet, is slecht toegankelijk voor mensen met handicap en nodigt niet uit tot bewegen.

Huidige woningvoorraad schiet tekort In Zeeuws-Vlaanderen is een toename en beter aanbod van woningen cruciaal om brede welvaart te versterken. Hoewel overal in Nederland de woningmarkt uitdagingen kent, spelen in deze regio specifieke knelpunten die een eigen aanpak vragen. De regio kampt met een verouderde woningvoorraad en te weinig passend nieuwbouwaanbod. Er zijn in verhouding veel particuliere koopwoningen, corporaties hebben maar een beperkte rol. Dit geldt ook voor gemeenten, omdat zij beperkt actief grondbeleid voeren vanwege de financiële risico’s. Aanbod is er wel, maar passende en betaalbare woningen die aansluiten op de vraag zijn schaars met name vanwege de prijs-kwaliteit verhouding. Dit belemmert het behoud van jongeren en gezinnen en een aanbod dat aansluit op de behoefte van ouderen. Arbeidsmigranten die nodig zijn in de regio, vergroten de druk op huisvesting. De problemen op de woningmarkt werken door in de arbeidsmarktkrapte en de leefbaarheid van de regio. Achterblijvende vernieuwing doordat het merendeel van de bewoners geen geld heeft om hun huizen te onderhouden en te verduurzamen leidt tot energiearmoede (wat weer leidt tot gezondheidsproblemen), verpaupering en risico’s op ondermijnende activiteiten (zoals spookbewoning en/of wietplantages).

Extra woningen zijn nodig, zowel door nieuwbouw als vervanging van verouderd aanbod. Ook de transformatie van verouderde woningen vraagt extra inspanningen. Om nieuwe inwoners aan te trekken, maar ook vanwege de mismatch tussen vraag en aanbod. Dit komt door: een groeiend aantal eenpersoonshuishoudens, meer behoefte aan zorgwoningen en het van de markt halen van woningen door toeristisch gebruik (vooral in de gemeente Sluis). Tegelijkertijd speelt de grensoverstijgende ligging van de regio een cruciale rol. Zeeuws-Vlaanderen maakt deel uit van een compacte, goed verbonden woningmarkt met Vlaanderen. Een specifiek probleem is de lagere marktwaarde van woningen, terwijl de bouwkosten gelijk zijn met de rest van Nederland. Een deel van de ontwikkelaars mijdt daardoor en deel van de regio vanwege lage verdienpotentie en hoge financiële risico’s. De grensoverstijgende woonmonitor, die momenteel wordt ontwikkeld in het kader van NOVEX NSPD, zal inzicht geven in vraag en aanbod van woningen aan beide zijden van de grens. Zo kan woningbouw beter worden afgestemd op de behoeften, wordt leegstand voorkomen en blijft de woningmarkt toekomstbestendig.

16

Tussen zout en zoet: de landbouw en fysieke leefomgeving onder druk van klimaat en groei Zeeuws-Vlaanderen wordt gekenmerkt door een open polderlandschap, een cultuurlandschap waarbij de mens het land won van de zee. In dit samenspel tussen land en zee, tussen bodem en water, is de agrarisch ondernemer constant op zoek naar de balans. Door de gewenste bevolkingsgroei en de hiermee gepaard gaande investering in ruimte, zal de landbouw worden geconfronteerd met veranderingen. De belangrijkste opgaven in het landelijk gebied zijn het herstel van natuur en milieu (zoals stikstofreductie en verbeteren biodiversiteit), het klimaatbestendig maken van het gebied (klimaatadaptatie, bodemdaling) en het verduurzamen van de landbouw. Hierbij zijn het waarborgen van een duurzame drinkwatervoorziening, het verbeteren van de waterkwaliteit en waterveiligheid zijn cruciale doelen. De verwachting is dat de klimaatverandering doorzet en er een sterke invloed is van de steeds extremere weersinvloeden. Dat leidt tot periodes van te veel en te weinig (zoet)water.

5

De landbouwsector zal zich nog meer moeten richten op innovatie, zoals robotisering, experimenten met waterberging, het kweken van weersbestendige gewassen of biobased gewassen, met het doel om duurzame producten te produceren die gebruikt kunnen worden als alternatief voor fossiele brandstoffen of in de woningbouw.

Verduurzaming industrie Industriële giganten als Dow Chemical en Yara Sluiskil zijn niet alleen cruciaal voor de werkgelegenheid en de economie, maar vormen ook een ecologische belasting van de regio. De industrie in Zeeuws-Vlaanderen staat voor een immense verduurzamingsopgave van 4,2 Mton CO2-reductie.5 Gelijktijdig is er te weinig vaktechnisch personeel om deze transitie te realiseren. De netcongestie belemmert de economische groei en de verduurzaming van de (chemische) industrie.

Inclusief Zeeland Refinery in de gemeente Borsele (geen onderdeel van Zeeuws-Vlaanderen).

17

Bereikbaarheid en infrastructuur Om gezinnen, bedrijven en studenten vast te houden en aan te trekken en voorzieningen bereikbaar te houden is het noodzakelijk dat Zeeuws-Vlaanderen goed verbonden wordt met haar ommeland; de stedelijke concentraties in Vlaanderen, Brabant, Walcheren en Beveland. Hiervoor is een duurzame grensoverstijgende infrastructuur noodzakelijk. Er is naar de rest van Nederland slechts één enkele noord-zuid verbinding voor autoverkeer (via de Westerscheldetunnel). Het alternatief is omrijden via Antwerpen. Per spoor is Zeeuws-Vlaanderen niet bereikbaar. Deze kwetsbaarheid wordt eens te meer voelbaar bij sluiting van de tunnel voor onderhoud, bij problemen op de A58 of op het spoor. De bereikbaarheid is kwetsbaar voor bewoners, bedrijfsleven, hulpdiensten, maar ook in het geval van evacuaties bij chemische of nucleaire ramp of een dijkdoorbaak. Richting Antwerpen, Gent en Brugge zijn er vrijwel alleen verbindingen via N-wegen en geen enkele spoorverbinding. Dat betekent lange reistijden.

bereikbaar, omdat zij al snel zijn aangewezen op fiets, flexvervoer of OV. Slechte bereikbaarheid van voorzieningen (onderwijs, zorg, sport, werk) en de arbeidsmarkt leiden tot een slechter economisch vestigingsklimaat voor inwoners en bedrijven.

Openbaar vervoer is vaak geen reëel alternatief voor de auto omdat de grote kernen gemiddeld dertig kilometer van elkaar af liggen. Voor met name jongeren, ouderen en minima zijn deze kernen met regionale functies moeilijker

18

Sterke centrumkernen als drager van brede welvaart Sterke centrumkernen (Terneuzen, Hulst, Oostburg en op subregionaal niveau Axel en Sas van Gent) vormen de ruggengraat van een vitaal Zeeuws-Vlaanderen. In een uitgestrekt en dunbevolkte regio functioneren deze centra als knooppunten waar wonen, voorzieningen, mobiliteit, ontmoeting en economische activiteit samenkomen. Juist in een gebied waar ontgroening, vergrijzing en schaalverkleining druk zetten op de leefbaarheid, zijn krachtige centrumfuncties essentieel om brede welvaart vast te houden en te versterken. Kwaliteitsverbetering van de leefomgeving, herstructurering, vergroening en concentratie van functies draagt bij aan een veilige en leefbare regio. Sterke centra maken clustering en daarmee borging van kwaliteit en bereikbaarheid van voorzieningen zoals onderwijs, zorg, cultuur en mobiliteit mogelijk. Bovendien bieden culturele voorzieningen, verenigingen, horeca en ontmoetingsplekken in centrumgebieden ruimte voor ontmoeting en spelen hierdoor een belangrijke rol in een regio waarin eenzaamheid en dalende participatie toenemen.

19

2. Duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau Definitie: een duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau dat ondersteunend is aan de vitaliteit en het beoogde toekomstperspectief Zeeuws-Vlaanderen en het behoud van de aantrekkelijkheid en leefbaarheid in deze regio voor inwoners. Kracht: aantrekkelijk op tal van commerciële en recreatieve voorzieningen De stranden, natuurgebieden en historische vestingstadjes zijn aantrekkelijk en dichtbij voor inwoners en bezoekers. Een rijk verenigingsleven, culturele festivals en sportevenementen zorgen voor verbinding en vitaliteit. Vlaamse bezoekers dragen bij aan een relatief hoog voorzieningenniveau in termen van winkels, recreatie en horeca. Bovendien bieden de Vlaamse steden Antwerpen, Gent en Brugge hoogwaardige voorzieningen. Echter, toegang tot basisvoorzieningen staat onder druk... Voorzieningen als basisscholen, supermarkten en huisartsen verdwijnen uit kleine kernen. Ook voorzieningen met een bovenlokaal of regionaal karakter, zoals de enige middelbare school, zwembad, verpleeghuis, staan onder druk. Daarnaast is er nog maar één

huisartsenpost, één streekziekenhuis en één MBO-instelling waarvan de bereikbaarheid beter kan. Daarnaast zijn afgelopen decennia veel overheidsvoorzieningen al verdwenen zoals het belastingkantoor, kent politie een dreigend tekort aan medewerkers en staan aanrijtijden onder druk. Hoewel begrijpelijk, maakt de bekostigingssystematiek van het Rijk, die uitgaat van financiering per gebruiker, leerling of passagier, het ingewikkeld om basisvoorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg en mobiliteit in Zeeuws-Vlaanderen van voldoende financiering te voorzien. Financiering is zowel nodig voor onderhoud, investeringen en innovaties. Dit vraagt overigens niet (alleen) om extra bekostiging, maar ook om innovatieve oplossingen, en wellicht herziening van de beleids- en investeringslogica van het Rijk dat onderdeel is van het programma NPVR. Als het gaat om basisvoorzieningen blijkt uit de rapporten Elke Regio Telt (2023), Accentueer het verschil (2024) en Gematigde groei (2024) dat met name de zorg en het onderwijs kwetsbaar zijn in rurale gebieden met een veranderende demografie. In deze rapporten wordt enerzijds gekeken naar bereikbaarheid en nabijheid en

20

anderzijds naar het kwaliteitsniveau van voorzieningen. Deze bevindingen herkennen we in Zeeuws-Vlaanderen.

Beperkte toegang tot onderwijs Het aantal jongeren in Zeeuws-Vlaanderen ligt ruim onder 25% en Zeeuws-Vlaanderen is daarmee de laagst scorende regio van Nederland (Bron: CBS, 2025). De studentenprognoses in het MBO zijn in Zeeland met -1,9% het laagst van heel Nederland (Bron: DUO, 13-020202). De regio kent een lage sociaaleconomische status score en hetopleidingsniveau ligt lager dan het landelijk gemiddelde. Er zijn veel laagopgeleiden, weinig hbo/wo-studenten en veel voortijdige schoolverlaters. Het onderwijsaanbod is beperkt en slecht bereikbaar. In 2025 stond het voortbestaan van een van de weinige vo-scholen op het spel. De regio telt slechts één mbo-instelling in Terneuzen (met een beperkt aanbod). In Zeeuws-Vlaanderen zijn geen hbo- en wo-opleidingen aanwezig omdat hier te weinig massa voor is, waardoor studenten zijn aangewezen om te studeren buiten hun regio. Bovendien heeft de rest van de provincie Zeeland een relatief beperkt onderwijsaanbod. De dichtstbijzijnde opleidingen zijn (met eigen vervoer of OV) te vinden in Zuid-Beveland, Walcheren en Vlaanderen. Daarmee staan de onderwijsvoorzieningen op gespannen voet met aanvaardbare reistijden voor studenten.

Het onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen heeft het moeilijk en dat geldt voor alle niveaus en leeftijdscategorieën: van voorschoolse educatie tot deskundigheidsbevordering voor werkenden. In het voortgezet onderwijs zijn de afname van het leerlingenaantal, het monodisciplinaire onderwijsmodel en de hoge kosten van schoolgebouwen uitdagingen voor de regio Zeeuws-Vlaanderen. Onderwijsvoorzieningen zijn gecentraliseerd. Daardoor vertrekken studenten uit de regio voor beroepsonderwijs, want er is een beperkte diversiteit aan (niveau) opleidingen in de regio zelf. Dit weglekkende talent vergroot de tekorten op de arbeidsmarkt omdat we zien dat veel studenten zich blijvend elders vestigen. Randvoorwaarden voor goed onderwijs zijn bereikbaarheid via openbaar vervoer, beschikbaarheid van instellingen (met breed aanbod) en de beschikbaarheid van leerwerken stageplekken, op al deze voorwaarden is verbetering nodig. In de toekomstvisie Zeeland 2050 is vernieuwend onderwijs en onderzoek ook een belangrijke pijler (hotspot voor talent).

21

In het kort de stand van zaken per onderwijstype in Zeeuws-Vlaanderen: • Primair onderwijs en kinderopvang: weglek (vooral bij de grens) naar Vlaanderen omdat het kleuteronderwijs vanaf 2,5 jaar nagenoeg gratis is en scholen gaan dicht omdat er te weinig leerlingen zijn. • Voortgezet onderwijs: maar drie locaties in een uitgestrekt gebied, grote reisafstanden en lage leerlingaantallen in Sluis. De instandhouding van het onderwijs is kwetsbaar; innovatie is noodzakelijk. • Beroepsonderwijs: maar één MBOinstelling, reisafstanden groot en weinig keuzemogelijkheden van opleidingen. • Geen HBO / WO: geen locaties in ZeeuwsVlaanderen, centralisatie voorzieningen en onvoldoende aanbod.

Beperkte toegang tot zorg en ondersteuning De grijze druk is in de regio Zeeland (43,2%; in de gemeente Sluis zelfs 53,0%) hoger dan gemiddeld in Nederland (33,1%). De grijze druk in Zeeland neemt in de periode 2023 – 2040 verder toe naar 61,9%. Mede hierdoor wordt een toename van het aantal inwoners met een zorgindicatie verwacht met 35% in de periode 2022-2040 (bron: Primos-prognoses 2019). Dit leidt in combinatie met een afname van het arbeidspotentieel (het aantal inwoners tussen 20 en 60 jaar) met circa 11% in dezelfde periode (2022-2040) tot een toenemende zorgkloof.

De apotheekhoudende huisarts op het platteland verdwijnt. In dorpen waar de apotheekhoudende huisarts stopt, ontstaat een witte vlek als het gaat om het kunnen afhalen van medicatie. Gezien het aantal inwoners (en dus klanten) is het voor apotheken niet mogelijk om in dit gat te springen en in die dorpen een vestiging of dependance te openen. Met name voor kwetsbare inwoners, die weinig mobiel zijn, brengt dit risico’s met zich mee voor de gezondheid, terwijl het Rijksbeleid er wel op is gericht om de ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Voor een ruraal gebied als Zeeuws-Vlaanderen betekent dit dat we de zorg door de afstan-

Het is een uitdaging om tandartsen, huisartsen, verpleegkundigen en medisch specialisten te vinden voor openstaande vacatures. Daarbij komt dat zorginstellingen hoge kapitaallasten hebben in relatie tot het (gelijkblijvende of afnemende) aantal gebruikers (en daarmee afnemende inkomsten) en dat de arbeidsmarkt krap is. Bovendien is het mantelzorgpotentieel lager dan elders en neemt tot 2040 met de helft af. Deze groeiende druk op betaalbare en toegankelijke zorgvoorziening is voelbaar in alle dimensies van de zorg. Van acute zorg, tot Wmo, jeugdzorg, apotheken, huisartsen en ziekenhuizen.

22

den steeds moeilijker georganiseerd krijgen. Het uitgangspunt is om het streekziekenhuis te behouden voor Zeeuws-Vlaanderen. Het Rijk bevordert een hoge mate van kwaliteit van zorg. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van volumenormen waarbij complexe behandelingen worden geconcentreerd bij ervaren zorgcentra en de kwaliteit van de behandeling daardoor toeneemt. Keerzijde is dat dit de nabijheid van (hoog-specialistische) zorg kan verminderen in dunbevolkte regio’s. Het is daarom in Zeeuws-Vlaanderen goed balanceren tussen zorgkwaliteit verhogen en zorg nabij.

Beperkte beschikbaarheid hulpdiensten In Zeeuws-Vlaanderen spelen specifieke veiligheidsrisico’s (zoals ondermijning) vanwege de ligging aan de grens, de aanwezige (zee)haven en doordat de regio uitgestrekt en dunbevolkt is. Daarnaast is Zeeland het tweede risicoveiligheidsgebied (qua externe veiligheid) van Nederland. Dat heeft te maken met (het verkeer over de) Westerschelde, de industrie etc. Een groot deel van de chemische basisindustrie ligt in Zeeuws-Vlaanderen.

Hoewel dit helpt bij toekomstige versterking, blijft de omvang en beschikbaarheid van politie (evenals andere hulpdiensten) in Zeeuws-Vlaanderen kwetsbaar, mede gelet op de grootte en reikwijdte van het gebied (80 km van Oost naar West) zonder snelwegen en de geschetste veiligheidsrisico’s met de ligging aan de grens, de aanwezigheid van grote chemische bedrijven en (zee)havens. Dit uit zich in soms in langere rijtijden dan voorzien.

Inwoners van Zeeuws-Vlaanderen hebben recht op dezelfde ondersteuning, nabijheid en aanwezigheid van hulpdiensten zoals politie, brandweer en ambulance als in de rest van Nederland. Dat geldt ook voor de aanwezigheid en zichtbaarheid van de agent op straat en/of de gebouwen van de hulpdiensten in het straatbeeld. Wijkagenten en wijkaanpakken zijn belangrijk in de preventieve en/of signalerende taak en zijn van belang voor de sociale veiligheid. A. De huidige systematiek voor het verdelen van eventuele nieuwe politiesterkte is onlangs geactualiseerd en houdt naast het aantal inwoners ook rekening met meerdere omgevingskenmerken die de werklast het beste verklaren.

23

3. Gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners Definitie: een gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners in de regio’s, waaronder gezond opgroeien en oud worden, ontwikkelkansen in het onderwijs, perspectief op werk en regionale economische ontwikkeling. Kracht: een regio met economisch perspectief Zeeuws-Vlaanderen is een regio met economische kracht en een duurzame toekomstvisie. Strategisch gelegen aan de Noordzeekust, de Scheldemonding en het kanaal Gent-Terneuzen, vormt het een essentiële schakel in de Nederlands-Vlaamse economie. De regio draagt substantieel bij aan de industriële en logistieke dynamiek van beide landen – en doet dat met een groeiende focus op verduurzaming. De economische kern wordt gevormd door vijf krachtige sectoren: (chemische) industrie, logistiek en havengerelateerde activiteiten, toerisme en recreatie, landbouw, en de zorgsector. North Sea Port6 – de derde zeehaven van Europa in toegevoegde waarde – verbindt de regio met wereldwijde handelsstromen. Met een

6

toegevoegde waarde van ruim 12 miljard euro overtreft het zelfs Schiphol, en vormt het een krachtige motor voor economische groei en logistieke ontwikkeling. Internationale bedrijven zoals Dow Chemical, Yara, Damen en Ørsted zorgen voor hoogwaardige werkgelegenheid en innovatie. Samen met andere spelers in het industrieel cluster binnen het North Sea Port District creëren zij een robuuste economische basis met ruim 100.000 arbeidsplaatsen. De industriële giganten zoals Dow Chemical zijn dus cruciaal voor de economie, maar zorgen gelijktijdig voor een ecologische belasting van de regio. Ook het toerisme is een sterke pijler. Met 12 kilometer strand, ruim 5 miljoen overnachtingen per jaar en een rijke Vlaamse cultuurhistorie is Zeeuws-Vlaanderen een aantrekkelijke bestemming. De recreatieve sector genereert jaarlijks 3,4 miljard euro aan bestedingen in Zeeland, mede dankzij de vele Vlaamse bezoekers. Ook de landbouw levert ongeveer 6.700 banen in de regio, waar ongeveer 72% van het land landbouwgrond betreft.

North Sea Port is groter dan Zeeuws-Vlaanderen alleen. Het bestrijkt het hele Sloegebied, maar ook de kanaalzone richting Gent in België.

24

Echter, ontwikkelperspectief voor inwoners staat onder druk... De Zeeuws-Vlaamse economie kent een veelal eenzijdige arbeidsmarkt met een focus op sectoren als chemie, logistiek en haven, toerisme, landbouw en zorg. . Niet alleen de relatieve eenzijdigheid van de arbeidsmarkt (met weinig werkgevers per sector) maakt de arbeidsmarkt kwetsbaar, maar ook het feit dat de aanwezige sectoren ieder op zich kwetsbaar zijn en gevoelig voor conjectuur, schommelende wereldwijde energieprijzen, wijzigende klimaateisen en/of beleid (vanuit Europa of Rijksbeleid Banen op het gebied van dienstverlening zijn bijvoorbeeld minder aanwezig. Voor inwoners is er daarmee weliswaar perspectief op werk, maar de kans dat dit samenkomt met het gewenste opleidingsniveau, -richting of bijvoorbeeld de gezinssamenstelling (partnerbaan) is beperkt. Dat maakt dat het gebrek aan perspectief op werk ook een mogelijk negatief effect heeft op persoonlijke ontwikkeling. Bovendien is sprake van een forse krapte op de arbeidsmarkt in Zeeland in de zorg, het onderwijs, de dienstverlening en techniek. Sterker nog, naast Utrecht is er geen andere regio in Nederland waar arbeidsmarktkrapte een probleem van deze omvang is. De beroepsbevolking in Zeeuws-Vlaanderen heeft het kleinste aandeel theoretisch opgeleiden

van Nederland (30,8%). Het werkaanbod elders en over de grens is (financieel) gunstiger en/ of het ontbreekt aan voldoende scholings- en stagemogelijkheden in de regio. De grensligging kan perspectief bieden, maar verschillen in belastingstelsels, sociale zekerheid, diploma’s, cultuur en beperkt grensoverstijgend openbaar vervoer belemmeren een vrij verkeer van mensen op de arbeidsmarkt.

Gezond opgroeien en oud worden Een groot aantal huishoudens in Zeeuws-Vlaanderen heeft een laag inkomen en weinig financiële buffers. Voor veel inwoners zorgt dat voor beperkt toekomstperspectief in de eigen regio. Daarnaast hebben relatief veel inwoners overgewicht, is er eenzaamheid (ouderen en jongeren) en psychische problematiek. Er is sprake van een lage levensverwachting in goede gezondheid, een lage sociaaleconomische status, vergrijzing en ontgroening en hogere kosten voor jeugdzorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De eenzaamheid bij jongvolwassenen (16 tot en met 25 jaar) in Zeeland behoort tot het hoogste percentage van Nederland (65-68%). Ook de eenzaamheid bij volwassenen (18 jaar en ouder) in Zeeuws-Vlaanderen behoort tot het hoogste percentage van Nederland (52,1 tot 59,4%).

25

Bij de 16- tot en met 25-jarigen heeft bijna één op de drie jongeren (32%) wel eens suïcidegedachten (Leven in Zeeland, 2021). De fysieke leefomgeving in wederopbouwwijken, achterstandswijken en historische stads- en dorpskernen is vaak grotendeels versteend; slecht toegankelijk voor mensen een met handicap, beperking of hulpmiddel; en nodigt niet of niet voldoende uit om gezond te bewegen. En onderwijs-, sport-, cultuur-, welzijn- en zorgvoorzieningen zijn soms onvoldoende bereikbaar. Dit alles leidt tot onvoldoende perspectief op een gezonde ontwikkeling voor inwoners. De taken van sociaal domein van de gemeenten zijn sinds 2015 uitgebreid. Door gescheiden geldstromen, strijdige belangen en onduidelijke verantwoordelijkheden lukt het gemeenten nog altijd niet om dit goed uit te voeren. Dit komt de vraagstukken rond het verbeteren van leefbaarheid niet ten goede.

Sociale cohesie en vertrouwen in de overheid Daarbij komt dat gemeenschapszin en verenigingsleven minder worden en sociaal-maatschappelijke voorzieningen in de

kleine kernen het moeilijk hebben. Dit komt door de vergrijzing en ontgroening waardoor er een teruglopend aantal gebruikers en vrijwilligers is, en door toenemende kosten. Lokale voorzieningen, zoals (sport) verenigingen en dorpshuizen, dreigen om te vallen en te verdwijnen. Juist de culturele vernieuwingskracht en sociaal-maatschappelijke voorzieningen dragen bij aan de sociale cohesie en het vestigingsklimaat in kleine kernen. Verbinding is van groot belang voor de mentale gezondheid van inwoners, wat door deze ontwikkeling onder druk komt te staan. Ook de landbouwtransitie zal naar verwachting leiden tot sociale gevolgen, onder meer voor boeren, hun gezinnen en de leefbaarheid van het platteland. Uit de Atlas van Afgehaakt Nederland (2021) en de daaropvolgende publicatie Horizontaal en verticaal vertrouwen in Nederland (2025) blijkt verder dat het vertrouwen in en de betrokkenheid bij de overheid en de (landelijke) politiek laag is. Dit komt volgens de onderzoekers onder andere door het probleemoplossend vermogen van de overheid, capaciteitsproblemen bij professionals in de dorpen en wijken, gebrek aan continuïteit in het sociaal domein, voorzieningen die

26

onder druk staan maar essentieel zijn voor het gemeenschapsleven en reële achterstanden in een welvarende samenleving. Inwoners voelen zich hierdoor en hierin vaak niet erkend door de politiek en overheid.

27

6. Wat staat ons te doen Niet alles een beetje, maar gericht aan de slag In het voorgaande hebben we langs de drie NPVR-doelstellingen, vanuit het perspectief van brede welvaart, de opgaven van Zeeuws-Vlaanderen beschreven. Om een spiraal van versterking tot stand brengen is het nodig om in actie te komen en interventies te plegen. Maar welke? De opgaven van Zeeuws-Vlaanderen zijn nauw met elkaar verweven. Vergijzing en ontgroening lopen er als een rode draad doorheen. Vergrijzing en ontgroening hebben te maken met woningbouw, toegang tot voorzieningen, bereikbaarheid, arbeidsmarkt en meer. Toegang tot zorg lijkt wellicht een enkelvoudig vraagstuk, maar naast aanbod huisartsen, wijkverpleging of ziekenhuis, gaat dit ook over bereikbaarheid, leefstijl, werk- en inkomen en arbeidsmarkt. Om te zorgen voor voldoende passende woningen, moet rekening worden gehouden met de leefomgeving, bereikbaarheid, voldoende vraag en toegang tot voorzieningen. Het één is eigenlijk niet zonder het ander te realiseren. Gelijktijdig moet je wel ergens beginnen, om de rest in gang te zetten.

28

Kortom: we moeten opgave-gericht aan de slag. Niet op alle fronten een beetje doen, maar met maatschappelijke partners, departementen, provincie en gemeenten echt werk maken van een aantal concrete opgaven. Dat doen we aan de hand van een gezamenlijke uitvoeringsagenda NPVR waar we elke vier jaar kijken waar de jaren daarna mee aan de slag moeten.

6.1 Van meerwaarde zijn voor lopende trajecten De opgaven van Zeeuws-Vlaanderen zijn niet nieuw, ze zijn al jaren zichtbaar en er zijn mensen die zich er dagelijks voor inzetten. De vraag is echter wel: waar is meer van de gezamenlijke wilskracht tussen regio, Rijk en provincie nodig om echt het verschil te kunnen maken, opgaven in samenhang te bekijken en een spiraal van versterking tot stand te kunnen brengen. Vanuit het NPVR-Zeeuws-Vlaanderen willen we waarde en nieuwe aspecten, invalshoeken en aandachtspunten toevoegen aan deze trajecten door slimme verbindingen te leggen en vraagstukken en prioriteiten te agenderen. In de bijlage is een overzicht van lopende trajecten tussen Rijk en regio anno 2026 toegevoegd.

Hieronder volgt een indruk: • Toekomstperspectief Zeeland 2050, Regio Deals en uitvoeringsagenda’s zoals NOVEX NSPD • NOVI en Nota Ruimte, VISTA-Strategie, MIRT, Bereikbaarheid op Peil, Ruimtelijk Arrangement Zeeland • Grensoverstijgend (EGTS en BGTS): Linieland van Waas en Hulst; North Sea Port District; en Landschapspark Zwinstreek • Het Nationaal Deltaprogramma / Zuidwestelijke Delta, Bodem en water sturend • Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) (VWS) • Woondeal, Volkshuisvestingsfonds, Startbouwimpuls, Wet regie op de volkshuisvesting, (BZK/VRO) • IZA, GALA, AZWA, HLO, Kerngezond en het Regioplan Zeeland en de bijhorende campagne ‘Samen houden we Zeeland gezond en de Zeeuwse zorg gezond" • Deltaplan 2.0 Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn, De subsidie Samen Innoveren in de Regio (SIR) • Transitiearrangement VO 2.0, Regioplan mbo Zeeland 2025-2027

29

Veel opgaven of acties kunnen of hoeven niet vanuit een aparte uitvoeringsagenda NPVR Zeeuws-Vlaanderen te worden opgepakt, maar kunnen binnen bestaande trajecten een plek krijgen door niet óver de regio te praten, maar mét de regio, specifieke aandachtspunten voor Zeeuws-Vlaanderen een plek te geven in de uitvoering en soms de traditionele afwegingen via MKBA's en huidige bekostigingssystematieken (durven) loslaten. Dit vraagt een andere manier van werken en denken bij Rijk, provincie en de afzonderlijke gemeenten in de regio. Vanuit dit Regioplan, de nog op te stellen uitvoeringsagenda('s) en de Rijk-Regio overleggen houden we met elkaar zicht op de voortgang en werken we samen aan deze opgaven. Uitgangspunt hierbij is dat de opgaven onder de aandacht en reikwijdte van het NPVR Zeeuws-Vlaanderen blijven vallen tot dat ze elders zijn belegd of – beter nog – zijn opgelost. Het NPVR heeft de regionale brede welvaart als vertrekpunt. Dat vormt dan ook het vertrekpunt voor het regioplan. Toch vallen veel van de opgaven die we hier beschrijven samen met het aanpakken van nationale opgaven. Samen met de opgaven van provincie Zeeland willen we ook van betekenis zijn voor deze nationale opgaven.

6.2 Bijzondere aandacht voor toekomstige generaties en samenwerking over de grens De jeugd heeft als toekomstige generatie een belangrijke plek in de toekomst van Zeeuws-Vlaanderen. Het is de jeugd van nu die we voor Zeeuws-Vlaanderen willen behouden, willen aantrekken en waarvan we hopen dat zij zich later als gezin in onze regio vestigen. Jongeren dragen bovendien bij aan de toekomstbestendigheid van de regio: zij zorgen voor nieuwe ideeën, digitale vaardigheden en sociale dynamiek. Ze houden de bevolking en de economie jong, dynamisch en aantrekkelijk. Er zijn lokale en regionale inspanningen voor bijvoorbeeld een aantrekkelijke strandcultuur, spraakmakende festivals, inspirerende opleidingen, innovatieve banen, interessante woonconcepten en laagdrempelig ondernemingsklimaat. Daarnaast moet er vanuit het perspectief van deze toekomstige generaties geïnvesteerd worden in de basis. We vinden het daarom belangrijk om nadrukkelijk het perspectief van toekomstige generaties te hanteren. We zetten daarmee het perspectief op wat nu nodig is, voor de toekomst van alle inwoners van Zeeuws-Vlaanderen. Daarnaast geldt vanwege haar ligging voor Zeeuws-Vlaanderen in het bijzonder dat grensvraagstukken voor vrijwel alle opgaven relevant zijn. De nabijheid van Vlaanderen zien we primair als een kracht die we moeten benutten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17023773/1