CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

Regioplan Zeeuws-Vlaanderen NPVR (definitief)

Commissie Samenleving 24 juni 2026, gemeente HulstBij agendapunt: Ingekomen stukken13.442 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

Dat betekent dat de samenwerking met Vlaanderen een bijzondere plek

zal innemen. Dit betekent ook dat de verschillende overheidslagen nauw moeten samenwerken, omdat het takkenpakket van de verschillende Vlaamse en Nederlandse overheidslagen niet parrallel loopt.

6.3 In coalities het regioplan concretiseren tot uitvoeringsagenda Bij de totstandkoming van dit regioplan hebben verschillende verdiepingssessies plaatsgevonden met de belangrijkste ‘streekhouders’ uit de verschillende domeinen, zoals onderwijs, zorg, woningcorporaties, ontwikkelaars, makelaars, grote (chemische) bedrijven en stads- en dorpsraden. Ook de leden uit de kopgroep – de CEO’s van Dow Benelux, North Sea Port en ZorgSaam – hebben actief meegekeken. Evenals de raadsleden van de verschillende Zeeuws-Vlaamse gemeenten. Daarnaast hebben de provincie Zeeland en het Rijk actief bijgedragen aan de totstandkoming van dit regioplan. Voor de uitvoeringsagenda gaan we met deze partijen aan de slag met het ontrafelen van prioriteiten en sleutelprojecten ten behoeve van de brede welvaart in de regio. Daarvoor ontwikkelen we coalities vanuit maatschappelijke partners, de regio, de provincie en het Rijk. Met hen werken we de genoemde opgaven uit tot een plan: waar moeten we mee moeten beginnen, een overzicht van projecten en inspanningen waarmee uiteenlopende partijen aan de slag gaan (of soms al zijn), wie wat oppakt en welke leeragenda we hebben.

30

Bij de ruimtelijke projecten en opgaven kiezen we voor een meer integrale aanpak voor ruimtelijke ontwikkeling via de methode van ontwerpend onderzoek. Deze methodiek wordt landelijk toegepast om bepaalde opgaven in onderlinge samenhang te ontwikkelen in drie fases: analyse en opgave verkenning (fase 1), scenario ontwikkeling met bouwstenen voor toekomstperspectieven (fase 2) en besluitvorming (fase 3). Vanuit de genoemde coalities maken we vanzelfsprekend ook verbinding met bestaande programma’s en andere samenwerkingstrajecten tussen Rijk en regio. Daarnaast hanteren we de projecten vanuit de Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen – Zeeland (6e tranche) als opstap of aanjager voor de uitvoeringagenda NPVR Zeeuws-Vlaanderen. Als er meer zicht is op de concrete thema’s, prioriteiten en (sleutel)projecten, die (mogelijk) een plek gaan krijgen in de eerste uitvoeringsagenda, dan gaan we ook actief inwoners betrekken bij het opstellen van de uitvoeringsagenda. Omdat we ons in het regioplan en de uitvoeringsagenda specifiek (willen) richten op toekomstige generaties hebben we speciale aandacht voor de participatie van jongeren.

1. Veilige en leefbare regio – focus op woningbouw, bereikbaarheid en klimaatadaptatie Het verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving in regio’s met onder andere aandacht voor een passende woningvoorraad, herstructurering en transformatie en verduurzaming van de gebouwde omgeving en een gezonde groene leefomgeving

Voldoende passende woningen De woningbouw is verouderd en niet klaar voor de noodzakelijke groei. Voldoende en kwalitatief passende woningbouw voor de juiste doelgroepen is noodzakelijk om een spiraal van versterking in gang te zetten. Beschikbaarheid van passende woningen in een aantrekkelijke omgeving is bepalend voor het vestigingsklimaat van zowel inwoners als bedrijven en kan zorgen voor het behoud van jongeren en het aantrekken van nieuwe bewoners. Het is een meervoudig vraagstuk, want bijvoorbeeld de regionale bereikbaarheid en toegang tot voorzieningen spelen hierin een belangrijke rol. De ervaring uit het verleden leert bovendien dat alleen (bij)bouwen van woningen beperkte invloed heeft op de bevolkingsontwikkeling omdat huishoudens kleiner worden en er dus in totaal geen inwoners bijkomen, maar inwoners zich anders over de beschikbare woningen

verspreiden. Er zijn dus andere beleidsuitgangspunten, woonconcepten en/of impulsen nodig (zoals innovatieve banen en/of bijzondere recreatiemogelijkheden) om nieuwe inwoners te trekken en te kunnen groeien. Dit vraagt om een gezamenlijke planning met Vlaanderen van wonen en voorzieningen, zodat kansen aan beide zijden van de grens worden benut. Voor wat betreft de voorraad heeft Zeeuws-Vlaanderen te maken met een kwantitatieve én een kwalitatieve opgave. De voorlopige ambities zijn: • Ontwerpend onderzoek naar elementen voor verbeteren vestigingsklimaat voor inwoners en bedrijven (werk, opleidingen, bereikbaarheid, voorzieningen) • Het uitbreiden van de woningvoorraad met nieuwe woningen en woonconcepten voor nader te bepalen doelgroepen die bijdragen aan de groeiambities van ZeeuwsVlaanderen • Het herstructureren en verbeteren van de bestaande voorraad (bijvoorbeeld door inbreiding en verduurzaming) • Meer synergie met de Vlaamse woningbouwmarkt bewerkstelligen

31

Voor de uitvoeringsagenda sluiten we aan bij bestaande trajecten zoals de Nota Ruimte, de Woondeal Zeeland en de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting / opstellen Regionaal Volkshuisvestingprogramma.

Fundamentele verbetering van bereikbaarheid De bereikbaarheid van de regio (en van voorziening daarbinnen en buiten) is cruciaal voor de woningmarkt, arbeidsmarkt, economische ontwikkeling en daarmee om de regio aantrekkelijk te houden voor jongeren, talent, nieuwe gezinnen, bezoekers, enzovoort. De voorlopige ambities zijn: • Het verbeteren van de bereikbaarheid van bovenlokale en regionale voorzieningen binnen de regio Zeeuws-Vlaanderen (w.o. bedrijven, woningen, zorg- en onderwijsinstellingen, cultuur etc.), zowel lopend, fietsend, met de auto en hetopenbaar vervoer. Het behoud van en goede toegang voor iedereen tot essentiële voorzieningen is hierbij één van de grootste uitdagingen. • Het verbeteren van de grensoverstijgende bereikbaarheid van voorzieningen (w.o. bedrijven, woningen, zorg- en onderwijsinstellingen, cultuur, energie etc.) tussen Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen (vice versa) per weg en per openbaar vervoer. • Het verbeteren van de bereikbaarheid van voorzieningen (w.o. zorg- en onderwijsinstellingen, snelwegen, treinstation, luchthaven en overheidsdiensten) in Midden Zeeland, Noord-Brabant en overige delen van Nederland, zowel met de auto als het openbaar vervoer.

• Het onderzoeken van mogelijkheden om de economische kansen en het vestigingsklimaat voor bedrijven en inwoners te stimuleren door het verbeteren (beter faciliteren en beter benutten) van de internationale routes (door Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen) tussen enerzijds de Randstad en anderzijds stedelijke gebieden als Antwerpen, Gent en (Zee)Brugge, maar ook verder gelegen steden zoals Londen en Parijs. En hiermee gelijktijdig het knelpunt bij Antwerpen te ontlasten. • Het verbeteren van het vestigingsklimaat voor jongeren, studenten, ouders met studerende kinderen, stagiaires, forenzen en expats door – naast investeringen binnen de regio in een aantrekkelijke leefomgeving - de bereikbaarheid van en naar Zeeuws-Vlaanderen per (hoogwaardig) openbaar vervoer te verbeteren. Bijvoorbeeld in de vorm van een (trein- of bus) station in Terneuzen met een snelle verbinding naar Gent en Goes (onderdeel van de NOVEX NSPD) en een snelle verbinding tussen Breskens en Vlissingen (ter vervanging van het huidige fietsvoetveer die aan vervanging toe is).

32

De regio is zich ervan bewust dat het Mobiliteitsfonds is overvraagd, en dat er meer plannen voor aanleg en verbetering van infrastructuur dan er middelen beschikbaar zijn, en waarbij (politieke) prioriteit wordt gegeven aan onderhoud van bestaande infrastructuur. Echter, om de kansen en mogelijkheden van Zeeuws-Vlaanderen te benutten, én tegelijkertijd nationale opgaven en internationale knelpunt op te lossen, is het belangrijk dat er richting 2050 ook geïnvesteerd wordt in Zeeuws-Vlaanderen. De regio wil daarom samen met de Provincie, het Rijk en Brussel op zoek naar de financiering van de benodigde investeringen in Zeeuws-Vlaanderen (bijvoorbeeld via Europese (Economische) Fondsen, compensatiepakketten vanuit grootschalige energieprojecten, zoals mogelijk) bouw van kerncentrales (aanen afvoer, veiligheid) en/of de defensieagenda w.o. infrastructuur ten behoeve van verplaatsing troepen of materieel. Voor de uitvoeringsagenda NPVR Zeeuws-Vlaanderen sluiten we aan bij bestaande trajecten zoals het BO MIRT, de NOVEX NSPD, de Mobiliteitsvisie 2050 en het programma Bereikbaarheid op Peil.

Zicht op impact van klimaat op leefbaarheid Water speelt een belangrijke rol bij de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Het gaat hierbij zowel om de waterveiligheid, de (zoet) waterbeschikbaarheid als om de verzilting van landbouwgrond. Eén van de belangrijkste pijlers van de Zeeuwse en Zeeuws-Vlaamse economie is de landbouw. Om deze sector toekomstbestendig te maken is voldoende zoet water nodig. Ook de industrie (en energieopwekking) in de kanaalzone hebben zoetwater nodig (als koelwater). En voor Recreatie & Toerisme is water ook belangrijk. Het vergroten van oppervlaktewater is een kans om de groei van het toerisme als economische motor op te vangen door het toerisme vanaf de kust ook meer landinwaarts te versterken. Daarnaast kan water bijdragen aan de gewenste beweging vanuit Bestemming Zeeland 2035 van (dag- en verblijf-) toerisme naar recreatie (ook voor eigen inwoners). Bovendien hebben Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen de ambitie om flink te groeien. Meer inwoners en meer (tijdelijke) arbeiders betekent ook meer mensen die in hun vrije tijd willen verblijven en recreëren. Er is dus meer ruimte nodig om te recreëren en dus meer ruimte voor natuur, groen en water. Deze recreatieve gebieden en (zoet)waterbuffers kunnen daarbij ook een natuurlijke buffer vormen tussen de oprukkende havens, industrie en energievoorzieningen (in Gent, Terneuzen,

Antwerpen en Zeebrugge) en de gebieden waar mensen willen wonen en recreëren. Ook voor het speerpunt Voldoende passende woningen (Wonen) en een aantrekkelijk vestigingsklimaat is water een belangrijk thema; mensen wonen (en verblijven) graag aan het water. En water zorgt voor recreatiemogelijkheden voor toekomstige inwoners. Daarnaast is de waterveiligheid een belangrijk aandachtpunt, zeker gezien de groeiambities van Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen. De bestaande dorpen zijn meestal (voormalige) vestingstadjes en/of lagen oorspronkelijk op eilandjes of landtongen tussen de kreken en haventjes. Nieuwe woonwijken zijn en worden met name in de (omliggende) polders bij deze dorpen en steden gebouwd en liggen dus onder de zeespiegel. Bouwen op laaggelegen locaties kan, maar is vaak duurder. Dit staat op gespannen voet met de landelijke eis van 2/3 betaalbare woningen, maar ook met de marktprijzen in de regio (de stichtingskosten zijn in grote delen van Zeeuws-Vlaanderen ongeveer even hoog als de marktwaarde, waardoor het voor ontwikkelaars niet aantrekkelijk is om grootschalige investeringen te doen). Bovendien vragen meer mensen en meer woningen ook om meer drinkwater. De oplossing hiervoor wordt nu met name gezocht in het aanleggen van gescheiden rioolsystemen,

33

maar dit is richting de toekomst niet genoeg. Dit wordt daarom meegenomen in de uitvoeringsagenda. In de Nota Ruimte en het Deltaprogramma wordt momenteel met name naar het Nederlandse watersysteem gekeken (o.a. Volkerak Zoommeer). Zeeuws-Vlaanderen is echter sociaal-cultureel, geografisch en qua waterhuishouding veel meer verbonden met Vlaanderen. Daarbij hebben Oost- en West-Vlaanderen regelmatig te kampen met een overschot aan zoetwater. Dit zoetwater wordt nu gespuid naar de Noordzee, waardoor het in feite verloren gaat. Zeeuws-Vlaanderen zou dit zoete water goed kunnen gebruiken. In het (verre) verleden waterde Vlaanderen ook af richting de kreken(structuur) in Zeeuws-Vlaanderen. Door inpoldering zijn veel van deze kreken (als zoetwaterbron) verdwenen of verkleind. We zouden deze kreken als zoetwaterbekkens terug kunnen brengen. Hiervoor is samenwerking nodig tussen Rijk, Provincie, gemeenten, Waterschap en (Oost- en West-) Vlaanderen. Voor de uitvoeringsagenda sluiten we aan bij bestaande trajecten zoals het programma Rekening houden met water en bodem en het Deltaprogramma Zuidwestelijke Delta.

2. Duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau – focus op kwaliteit, nabijheid en toekomstbestendigheid Een duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau dat ondersteunend is aan de vitaliteit en het beoogde toekomstperspectief Zeeuws-Vlaanderen en het behoud van de aantrekkelijkheid en leefbaarheid in deze regio’s voor inwoners.

bekostiging. In dit plan en uitvoeringsagenda zoeken we niet naar nieuwe (tijdelijke) projecten maar naar nieuwe praktijken; nieuwe structurele werkwijzen of constructies. Ook de locatiekeuze van voorzieningen en/of woonwijken kunnen een rol spelen bij de oplossing.

wikkeling van talent, en heeft een positief effect op de arbeids- en woningmarkt. Het vergroot ontwikkelkansen voor inwoners en verbetert de mentale gezondheid. Het is onze ambitie dat je je in Zeeuws-Vlaanderen je leven lang kan ontwikkelen.

Onder ‘duurzaam’ verstaan we voorzieningen die naar de toekomst toe voldoende solide zijn qua kwaliteit, bekostiging en uitvoerbaarheid. Onder ‘bereikbaar’ verstaan we voorzieningen die binnen een redelijke tijd en afstand te bereiken zijn; deze reistijd en afstand kan per type voorziening verschillen.

Via de Regiodeal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland ‘Zeeuwse aanpak Vitale Regio’s’ (6e tranche) hebben we al een start gemaakt met het behoud van voorzieningen op het gebied van Onderwijs & Arbeidsmarkt en Zorg & Welzijn. Via het NPVR willen we deze ontwikkelingen structureel borgen en uitbouwen. En ook breder dan onderwijs en zorg kijken naar bereikbaarheid. We richten ons vooralsnog op de volgende voorzieningen:

De voorlopige ambities zijn: • Het structureel borgen van een vrij toegankelijke (gratis) voorschoolse voorziening voor alle kinderen tussen 2,5 en 4 jaar • Behoud toegang tot breed aanbod, thuisnabij en toekomstbestendig voortgezet onderwijs • Meer samenwerking tussen het (beroeps) onderwijs en het bedrijfsleven • Meer nabijheid van beroeps- en wetenschappelijk onderwijs • Meer synergie met de Vlaamse onderwijsinfrastructuur. • Tegengaan negatieve effecten van beleidsen investeringslogica Rijk

Het behoud van voorzieningen of functionaliteiten in rurale gebieden vraagt soms om het afwijken van de bestaande beleids- en logica en/of (volume gestuurde) bekostigingssystematiek maar vaak ook om creatieve, innovatieve oplossingen of combinaties, waarbij niet de voorziening maar de functie centraal staat. We willen dat deze oplossingen toekomstbestendig zijn; dus voldoende solide op het gebied van kwaliteit, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. En niet gebaseerd op een tijdelijke regeling of

Toegang tot onderwijs en persoonlijke ontwikkeling Onderwijs heeft een doorlopend effect op de toekomstige generaties en investeren op alle niveaus zien we als een belangrijke hefboom om een spiraal van versterking in gang te zetten. Het verbetert het vestigingsklimaat voor gezinnen en bedrijven, draagt bij aan de ont-

34

Toegang tot zorg en ondersteuning Gezond opgroeien en gezond blijven is in Zeeuws-Vlaanderen nog geen vanzelfsprekendheid en daarom een cruciale hefboom om een spiraal van versterking in gang te zetten. Onder toegang tot zorg zit een meervoudig vraagstuk dat gaat over bereikbaarheid, preventie, ruimtelijke planning, inkomen, leefomgeving enzovoorts. Niet alleen is zorg een basisbehoefte die voor alle bestaande inwoners van belang is, het is ook een cruciaal element voor je vestigingsklimaat voor gezinnen, voor mensen die overwegen zich voor werk in Zeeuws-Vlaanderen te vestigen en besluiten om hier oud te worden. De voorlopige ambities zijn: • Alle inwoners, jong of oud, ziek of gezond, arm of rijk, houden toegang tot goede zorg. Dichtbij huis waar het kan en elders als het moet. • Meer voldoende gekwalificeerd personeel door het aantrekken van nieuw personeel (door te werven in het onderwijs, andere sectoren en/of vanuit andere regio's), het vergroten van de arbeidsmobiliteit en de arbeidsparticipatie, het benutten kansen voor anders opgeleiden via het principe bekwaam is inzetbaar en zeker ook het behouden van het huidige personeel. • Ontwikkelen van andere werkwijzen om met minder personeel meer zorg of ondersteuning te kunnen bieden, door

•

•

• • •

o.a. het anders organiseren van zorg, de beweging naar de voorkant (meer preventief) en de inzet van technologie. Ontwikkelen van slimme combinaties van voorzieningen en/of functies om de zorg beter organiseerbaar te houden. Ook als dit betekent dat we over de grenzen van de huidige verdeling van verantwoordelijkheden en bekostigingsstromen heen moeten kijken Wonen, zorg en voorzieningen fysiek dichter bij elkaar brengen om zelf- en samenredzaamheid te vergroten en te besparen op reistijd en –kosten voor zowel zorgpersoneel als patiënten Meer synergie met de Vlaamse zorginfrastructuur onderzoeken Tegengaan negatieve effecten van marktwerking in de zorg Tegengaan negatieve effecten van beleidsen investeringslogica Rijk

Toegang tot openbaar of publiek vervoer Het publiek vervoer draagt in grote mate bij aan de bereikbaarheid van bovenlokale en (sub)regionale voorzieningen zoals onderwijs, zorg en overheidsdiensten; met name voor kwetsbare doelgroepen die niet over een auto (kunnen) beschikken, zoals ouderen, jongeren en minima. Juist deze doelgroepen maken bovengemiddeld gebruik van deze voorzieningen. Het openbaar of publiek vervoer is daarmee zelf

35

een essentiële basisvoorziening die duurzaam en bereikbaar moet zijn. De voorlopige ambities zijn: • Knelpunten oplossen, zoals het gebruik van het studentenreisproduct in de Flex

Beschikbaarheid hulpdiensten Beperkte beschikbaarheid hulpdiensten In Zeeuws-Vlaanderen spelen specifieke veiligheidsrisico’s vanwege de ligging aan de grens, de aanwezige (zee)haven en doordat de regio uitgestrekt en dunbevolkt is. Inwoners van Zeeuws-Vlaanderen hebben recht op dezelfde ondersteuning, nabijheid en aanwezigheid van hulpdiensten zoals politie, brandweer en ambulance als in de rest van Nederland. We zien hierin als kans: • Verbeteren beschikbaarheid van hulpdiensten

3. Gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners – focus op sociale cohesie, participatie en preventie Een gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners in de regio’s, waaronder gezond opgroeien en oud worden, ontwikkelkansen in het onderwijs, perspectief op werk en regionale economische ontwikkeling. Een gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners wordt uiteraard voor een groot deel bepaald door de aanwezigheid van voldoende passende woningen; een gezonde en groene leefomgeving; goede bereikbaarheid en verbindingen om te kunnen verplaatsen; goede voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg, sport, cultuur en recreatie; en interessante banen. Maar naast deze meer fysieke noden, die in de eerdere paragrafen zijn behandeld, spelen ook meer sociaal-maatschappelijke aspecten een rol bij een gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners en bij gezond opgroeien en oud worden, ontwikkelkansen in het onderwijs, perspectief op werk en regionale economische ontwikkeling; de meer menselijke kant.

De voorlopige ambities zijn: • Behoud en waar mogelijk versterken van huidige economische dragers door sterk industriebeleid en aandacht voor de balans tussen opkomende en afbouwende economieën • Meer inzet op preventie om echt de omslag van zorg naar gezondheid te maken • Bestrijden onderwijsachterstanden en kansenongelijkheid • Vergroten arbeidsparticipatie • Versterken sociale cohesie o.a. door betere integratie tussen ouderen en jongeren en tussen Zeeuwsen, Vlamingen en inwoners van ander nationaliteiten of uit andere delen van het land (zoals expats en arbeidsmigranten) • Versterken burgerparticipatie, met daarbij speciale aandacht voor jongerenparticipatie • Meer inzetten op cultuur als aanjager voor persoonlijke ontwikkeling en innovatieve oplossingen voor knelpunten • Toegankelijke overheid en vergroten vertrouwen in de overheid

36

7. Grensverleggend samenwerken In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de komende jaren met elkaar aan de slag gaan. Complexe vraagstukken vragen om een andere manier van samenwerken. Naast langjarig (financieel) commitment, in tegenstelling tot losse projecten met tijdelijke middelen, vraagt het ook tijd nemen om vraagstukken te doorgronden, bestaande structuren en werkwijzen ter discussie te stellen en daarop durven handelen. En dat allemaal in een netwerk met vele partijen, dat noemen we interbestuurlijk samenwerken. Dit hoofdstuk beschrijft hoe regio, Rijk, provincie en maatschappelijke partners het regioplan en uitvoeringsagenda in beweging zetten en houden. We gaan achtereenvolgens in op de sturing, organisatie, financiering en besluitvorming.

37

7.1 Adaptieve sturing Elke vier jaar een check op het regioplan Dit regioplan bespreekt het toekomstperspectief, de uitdagingen en opgaven van Zeeuws-Vlaanderen en hoe we daar met elkaar aan werken. Het plan verbindt ons voor de komende twintig jaar. Wel is het wenselijk dat we de inhoud op gepaste momenten een update krijgt. Daarom checken we het regioplan elke vier jaar en kijken we gezamenlijk of er een update nodig is. Elke vier jaar een nieuwe uitvoeringsagenda Met de uitvoeringsagenda concretiseren we prioriteiten, inzet en middelen voor de komende vier jaar. Het is nadrukkelijk geen actieprogramma dat door het netwerkbureau wordt uitgevoerd. Het biedt inzicht in opgavegerichte activiteiten van maatschappelijke coalities die kunnen rekenen op aandacht en ondersteuning vanuit gemeenten, provincie en departementen. Daarnaast beschrijft dit regioplan de activiteiten en prioriteiten van het netwerkbureau. In elk geval gaat het in op de volgende onderdelen:

1. Wat gaan we doen? De uitvoeringsagenda biedt focus voor de toekomst door met partners afspraken te maken over de prioritaire opgaven en vertaalt deze naar concrete ambities, projecten, onderzoeksvragen en/ of procesafspraken. In de agenda staan te doorbreken knelpunten en welke praktijken en projecten de komende vier jaren worden opgepakt. Denk aan een belemmering in wet- en regelgeving, een praktijk die belemmeringen wil wegnemen of een groot en langjarig sleutelproject. Daarnaast vermeldt de agenda wie waarbij betrokken is en welke inzet wordt geleverd. 2. Wat willen we leren? In de uitvoeringsagenda staat via welke initiatieven verbinding, inspiratie en eigenaarschap worden ontwikkeld en met leervragen aan de slag wordt gegaan. Bijvoorbeeld hoe reflexieve monitoring vorm krijgt of stakeholderbijeenkomsten waarin toekomstscenario’s worden ontwikkeld. Ontmoeting is niet alleen gericht op leren, maar heeft ook een katalyserende functie voor nieuwe samenwerking en initiatief tussen partners of andere partijen en inwoners. Jongeren verdienen extra aandacht en van hen kunnen we leren. 3. Hoe realiseren we het? In de uitvoeringsagenda staan de ambities en projecten, die de komende vier jaar prioriteit krijgen, en hoe we het netwerk de komende twee jaar organiseren.

Dat geldt voor de ondersteunende organisatie van het regioplan en voor het leggen van verbindingen tussen lopende programma’s. Een voorbeeld voor de eerste twee jaar is de ontwikkeling van het netwerkbureau. Daarnaast past in dit onderdeel ook de financiering voor de komende jaren.

38

Leren van wat we doen door anders te monitoren Door te monitoren, geven we doorlopend inzicht in de ontwikkeling van de brede welvaart in kwantitatieve en kwalitatieve zin en de voortgang van de uitvoeringsagenda. Het NPVR gaat echter vooral ook over oude gewoonten en patronen doorbreken. De komende twintig jaar willen we met alle betrokken partijen systematisch leren van ons handelen en de (vaak onverwachte) effecten daarvan in de regio. Hoe het beter kan, welke denkkaders we ter discussie moeten stellen (tweede orde leren) en hoe we met elkaar beter kunnen leren (derde orde leren). Dat noemen we reflexief monitoren. Niet alleen meten wat er gebeurt, maar ook nadenken over hoe en waarom we dingen doen.

We verantwoorden onze inspanningen door lessen en ervaring transparant te delen Als we publieke financiële middelen inzetten, leggen we hierover maatschappelijke verantwoording af. Deze richt zich op de inspanningen, hoe betrokkenen (partijen en inwoners) die hebben ervaren en welke lessen zijn geleerd. Bij vernieuwing en het doorbreken van patronen blijkt soms ook dat dingen niet werken, daar is ruimte voor en is onderdeel van het leerproces. Zo wordt verantwoording geen afrekening, maar een manier om de ontwikkelde waarde door te geven en mee te nemen naar toekomstige financiering.

Daarnaast willen we de ontwikkeling van de Zeeuws-Vlaamse opgaven inzichtelijk maken. Alle samenwerkende partijen moeten het eens zijn over welke kwantitatieve en kwalitatieve data leidend zijn. We gebruiken de al bestaande centrale monitor brede welvaart voor Zeeland en werken samen met het Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving. De monitor geeft een kwalitatief en kwantitatief inzicht in de ontwikkeling van de brede welvaart en deze wordt elke twee tot vier jaar opnieuw gepubliceerd.

39

7.2 Het organiseren van de netwerksamenwerking Richting geven en mogelijk maken Opgaven van Zeeuws-Vlaanderen worden nu al deels opgepakt door bestaande en nieuwe coalities van maatschappelijke partners, Zeeuws-Vlaamse gemeenten, provincie en Rijksoverheid. Soms wordt dit georganiseerd op het niveau van een opgave of deelopgave en soms op het niveau van een (Rijks-regio)programma of een praktijk. Het NPVR Zeeuws-Vlaanderen geeft deze coalities richting. Ze wil de ‘plus’ zijn door gezamenlijk buiten de bestaande kaders te denken en te ontdekken en agenderen hoe het ook anders kan en welke middelen, beleid, wetgeving of werkwijzen daarvoor nodig zijn. Vanzelfsprekend gebeurt dit op basis van gelijkwaardigheid tussen de drie overheidslagen met begrip voor ieders wettelijke rollen, verantwoordelijkheden en takenpakket(ten). Voor het NPVR Zeeuws-Vlaanderen vertalen we een strategische regiovisie - tot stand gebracht met maatschappelijke partners en vastgesteld in gemeenteraden - naar een regioplan en een uitvoeringsagenda. Dat doet we samen met de drie gemeenten van Zeeuws-Vlaanderen, regionaal maatschappelijke partners, provincie Zeeland,de-

partementen en Vlaamse overheden. Zo ontstaan slagkracht en een platform om niet alleen de richting te ontwikkelen, maar ook het netwerk te faciliteren bij het aanpakken van de opgaven. We organiseren de ontmoeting in tussenruimtes, verbinden partijen, laten kennis en inzichten door het netwerk stromen, versterken het lerend vermogen en coördineren Rijk-regiocontacten. Dit vraagt om een dienende leiderschapsstijl met aandacht voor empathie en luisteren, groei en ontwikkeling van anderen, gemeenschap en samenwerking, dienstbaarheid en nederigheid. Daarnaast vraagt het om doorzettingskracht, zodat onderwerpen op de juiste tafel en momenten worden besproken. Ondersteund vanuit een regionaal netwerkbureau Zeeuws-Vlaanderen De regio start een netwerkbureau Zeeuws-Vlaanderen. Van daaruit wordt de samenwerking rondom het NPVR met rijk, provincie, gemeenten, waarbij optimaal gebruik gemaakt van bestaande structuren om dubbel werk te voorkomen. Ook voor de maatschappelijke partners voorzien wij een rol. De wijze waarop ieders betrokkenheid en de rolverdeling tussen de overheden invulling krijgt en welke middelen daarmee gemoeid zijn wordt als project verder opgepakt in de eerste NPVR-uitvoeringsagenda.

40

De taken van het netwerkbureau zijn in elk geval: • Opstarten en aanjagen projecten en activiteiten van de uitvoeringsagenda • Het faciliteren van ontmoeting, verbinding en leren in het netwerk onderling en in het bijzonder tussen Rijk en regio (zie ook reflexief monitoren verderop in dit hoofdstuk). • Het (laten) ontwikkelen van nieuwe en delen van beschikbare kennis in het netwerk. • Het coördineren, verbinden van en zicht houden op programma’s en samenwerkingsverbanden tussen Rijk en regio en de regionale inzet daarop. • Het agenderen, onderzoeken en doorbreken van belemmerende knelpunten in het systeem, waaronder beleids- en investeringslogica. • Het updaten van het regioplan (check na vier jaar) en de uitvoeringsagenda (update elke vier jaar) in samenwerking met maatschappelijke partners, departementen en provincie. Het voorbereiden van de interbestuurlijke besluitvorming hierover en het aanjagen en coördineren van de realisatie ervan. • Het ontwikkelen en uitvoeren van monitoring en maatschappelijke verantwoording langs de uitgangspunten van dit regioplan. • Het management en beheer van interbestuurlijke fondsen of budgetten voor het regioplan en uitvoeringsagenda.

Gedeeld opdrachtgeverschap namens Rijk en regio Het bestuurlijk opdrachtgeverschap voor het regioplan en de uitvoeringsagenda ligt bij het bestuurlijke regieteam regio en rijk. Vanuit de regio is de bestuurlijke trekker de burgemeester van gemeente Sluis (anno 2025: Marga Vermue). Vanuit het Rijk is de Rijksvertegenwoordiger de Secretaris-Generaal van OCW (anno 2025: Loes Mulder). Dit bestuurlijk duo is ambassadeur voor de opgaven van de regio, het regioplan en de uitvoeringsagenda en is sparringpartner voor bestuurders, management en netwerkbureau. Ook bekrachtigt dit bestuurlijk regieteam het regioplan en uitvoeringsprogramma namens departementen en gemeenten. Verder jaagt het team besluitvorming en draagvlak aan binnen departementen en gemeenten en functioneert het als escalatiepunt voor hardnekkige interbestuurlijke issues.

7.3 Financiering Rijk en regio zetten zich in om sectorale financieringsstromen opgavegericht te bundelen om meervoudige vraagstukken aan te pakken of bureaucratie te verminderen. Het NPVR maakt de initiële ontwikkeling, inzet en programmering van het regionaal netwerkbureau mogelijk door middel van zogenoemde procesmiddelen. Ook in de toekomst willen we de financiering van dit programma gezamenlijk dragen, want regionale samenwerking is onmisbaar voor de 20-jarige looptijd van het NPVR. Op het moment van schrijven zijn procesmiddelen beschikbaar tot en met 2027. Er is (vooralsnog) geen nieuw investeringsbudget - naast bestaande gelden uit de Regio

41

Deals Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland - aan het NPVR Zeeuws-Vlaanderen gekoppeld. Elk Rijksdepartement heeft wel haar eigen bestaande begrotingsmiddelen en daarnaast werkt het Rijk aan de herijking van beleidsen investeringslogica, zodat Rijksmiddelen voor regio's zoals Zeeuws-Vlaanderen beter toegankelijk worden. Mochten middelen beschikbaar komen, dan kan het netwerkbureau de rol van interbestuurlijk fondsmanager en – beheerder vervullen. In 2025 is de RegioDeal Zeeland-Zeeuws-Vlaanderen (zesde tranche) gesloten, deze wordt mede ingezet als impuls voor de eerste uitvoeringsagenda NPVR Zeeuws-Vlaanderen.

7.4 Besluitvorming Democratische legitimiteit en participatie Het regioplan en de uitvoeringsagenda zijn een vertaling van de democratisch vastgestelde regiovisie en eerdere afspraken tussen Rijk en regio, zoals bij de Regio Deals en NOVEX North Sea Port District. Het gaat hier dus niet om nieuw beleid. Mocht er sprake zijn van nieuwe afspraken, dan vindt gemeentelijke vaststelling plaats door de colleges van Hulst, Terneuzen en Sluis. Vanzelfsprekend worden gemeenteraden doorlopend betrokken en geïnformeerd via hun bestuurders en regionale raadsbijeenkomsten. Dat geldt overigens ook voor andere doelgroepen. Hieronder volgt een overzicht met doelgroep en product een uitleg van ieders rol.

Colleges

Gemeenteraad

Maatschappelijke partners

Inwoners

Rijksoverheid

Provincie

Strategische regiovisie ZV

Beslissen

Beslissen

Co-produceren

Raadplegen

Raadplegen

Raadplegen

Ontwikkeling regioplan

Adviseren

Raadplegen

Co-produceren

Informeren

Co-produceren

Co-produceren

Ontwikkeling uitvoeringsagenda

Adviseren

Raadplegen

Co-produceren

Raadplegen

Co-produceren

Co-produceren

Vaststelling Regioplan

Beslissen

Informeren

Informeren

Informeren

Beslissen

Beslissen (GS)

Vaststelling uitvoeringsagenda

Beslissen

Informeren

Informeren

Informeren

Beslissen

Beslissen (GS)

42

Procedure om te komen tot besluitvorming Elke vier jaar wordt er een check gedaan op herijking van het regioplan. Het regioplan moet goed aansluiten bij actuele ontwikkelingen, maar als dat nog voldoende is, is de herijking geen harde noodzaak. Het netwerkbureau besluit hierover en als herijking plaatsvindt is dat in samenwerking met alle partners. Het regioplan wordt vastgesteld door regio (colleges), Rijk (departementen) en bestuurlijke regieteam. De procedure is als volgt: • Ronde 1: Ambtelijke toetsing binnen gemeenten. provincie en departementen. • Ronde 2: Vaststelling binnen gemeentelijke colleges, provinciaal college en interdepartementaal directieniveau. • Ronde 3: Bekrachtiging bestuurlijke regieteam en provincie Zeeland. De uitvoeringsagenda wordt elke vier jaar herijkt door het netwerkbureau in samenwerking met alle partners. De uitvoeringsagenda wordt vastgesteld in een convenant dat ondertekend wordt door colleges, maatschappelijke partners, departementen en provincie. De procedure is als volgt: • Ronde 1: Ambtelijke toetsing convenant binnen gemeenten, provincie en departementen en inventariseren deelnemende maatschappelijke partijen. • Ronde 2: Vaststelling binnen gemeentelijke colleges, provinciaal college en interdepartementaal directieniveau • Ronde 3: Bekrachtiging bestuurlijke regieteam en provincie Zeeland.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17023773/1