Concept-verslag commissie Ruimte 15 april 2025
Tekst van het document
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 Aanwezig: B. van Campen (HulstPLUS), R. Lambert (PvdA), M. de Bruijn-van Denderen (VVD), D. de Waal (ABGH), W. van de Heijning (ABGH), G. Lernout (Groot Hontenisse-Hulst), M. de Cock (D66), S. van Jole (CDA), T, Willaert (Fractie Willaert), R. Ruissen (wethouder), D. Steijaert (wethouder), JP. Hageman (wethouder), G. Depauw (wethouder), D. Grevink (kwartiermaker Publiek Vervoer Zeeland), Dhr. M. Eggermont (afdelingshoofd W&W), Dhr. A. de Bruijn (afdelingshoofd R&B), T. Maas (voorzitter), M. Marin (raadsgriffier) Afwezig: M. Eckhardt (Eckhardt), F. Walravens (FvD) 1. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. 2. Mededelingen De voorzitter meldt de afwezigen. De heer Lernout vervangt de heer de Kock, de heer Lambert vervangt de heer Lossie en de heer van de Heijning vervangt de heer Roelands. 3.
Vaststellen agenda A. Toevoegen aan agenda: Bespreken GR Omgevingsdienst Zeeland
De voorzitter stelt voor om een extra agendapunt toe te voegen, het bespreken van de GR Omgevingsdienst Zeeland, als agendapunt 10A. Daarnaast wordt voorgesteld om agendapunt 10, vanwege aanwezige insprekers, naar voren te halen en voor agendapunt 8 te behandelen. De commissie stemt hiermee in. De agenda wordt vastgesteld. 4. Verslag vorige vergadering Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 5. Spreekrecht burgers Twee insprekers komen inspreken over de communicatie tijdens de procedure van het bestemmingsplan Stationsweg 1 t/m 5. Omdat bezwaar en beroep mogelijk is of is geweest, mag er niet inhoudelijk worden ingesproken over het plan zelf, alleen over de communicatie eromheen. De commissie wordt gevraagd enkel informatieve vragen te stellen. De inhoudelijke behandeling volgt bij agendapunt 10. A. Inspreker: communicatie binnen procedure bestemmingsplan Stationsweg 1 t/m 5 Inspreker 1 spreekt namens de bewoners van Villa Rosseel en omgeving. Hij spreekt zijn onvrede uit over het gebrek aan participatie en communicatie vanuit de gemeente rondom het project Stationsweg 1–5. Bewoners zijn nooit betrokken bij het opstellen van de visie, die grote impact heeft op hun leefomgeving. Overleg was er alleen met de projectontwikkelaar. Een geplande muur van 14 meter hoog komt pal aan hun erfgrens. Informatieavonden bleken 1
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 slechts bedoeld om definitieve plannen te presenteren, zonder inspraak. Bewoners voelden zich onder druk gezet om af te zien van zienswijzen. Communicatie via officiële kanalen was gebrekkig, en privacy lijkt geschonden doordat de projectontwikkelaar snel inzage had in zienswijzen met namen. De inspreker vraagt om uitstel van het besluit tot er overleg is geweest en roept de commissie op tot herbezinning. De heer Van Jole vraagt of de twee bewoners die contact hadden met de projectontwikkelaar willekeurige bewoners waren, of dat het leden van het bestuur van de VvE betrof. Inspreker 1 geeft aan dat de projectontwikkelaar bij hen thuis is geweest en dat tijdens dat bezoek alle bewoners van het complex aanwezig waren. De heer Willaert vraagt of het klopt dat de projectontwikkelaar tegen de inspreker heeft gezegd dat de gemeenteraad al akkoord is gegaan met het plan. Inspreker 1 bevestigt dat hen werd verteld dat de gemeenteraad, de welstandscommissie en alle onderzoeken al afgerond waren en dat alles goedgekeurd was, kort na 28 september. De heer Willaert, die zowel commissielid als raadslid is, geeft aan dat hij dit voor het eerst hoort. B. Inspreker: communicatie binnen procedure bestemmingsplan Stationsweg 1 t/m 5 Inspreker 2 spreekt in namens haar ouders.
Ze uit bezorgdheid over de plannen voor het bestemmingsplan Stationsweg 1 tot en met 5. Ze wijst op de negatieve impact van het gebouw op het rijksbeschermde stadsgezicht van Hulst, vooral het uitzicht op de Basiliek. De hoogte van 14,5 meter blokkeert dit uitzicht, iets wat volgens haar onvoldoende gecommuniceerd is. Ze stelt ook dat het bestemmingsplan vooral naar de wensen van de projectontwikkelaar lijkt te zijn opgesteld, zonder rekening te houden met de bewoners. Er is voldoende ruimte om te bouwen zonder de hoogte te verhogen. De participatie van bewoners wordt als eenrichtingsverkeer ervaren, waarbij gesprekken met de gemeente herhaaldelijk worden geweigerd. Ze pleit ervoor dat de plannen heroverwogen worden, vooral de hoogte van het gebouw, zodat een oplossing gevonden kan worden die voor iedereen werkt. De heer Lambert vraagt of de inspreker het afgelopen jaar op enig moment proactief benaderd is door het college voor een gesprek. Hierop wordt ontkennend geantwoord door de inspreker. De heer Willaert vraagt of de inspreker nog vertrouwen heeft in een goed gesprek en of er vanuit haar kant draagvlak is om te onderzoeken wat er mogelijk is. Inspreker 2 geeft aan dat haar ouders zeker open staan voor een goed gesprek, omdat luisteren de eerste stap is om iets voor elkaar te krijgen.
Ze benadrukt dat de bewoners van de gemeente Hulst belangrijk zijn en graag betrokken willen worden bij het vervolg van het proces. De heer Lambert vraagt of de inspreker het gevoel heeft dat de projectontwikkelaar het plan op een subjectieve manier heeft gepresenteerd, aangezien er aanvankelijk wat verwarring was over de eigenschappen van het plan. 2
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 Inspreker 2 geeft aan dat de projectontwikkelaar niet alle facetten van het plan heeft gepresenteerd. Volgens de inspreker is de muur op de genoemde hoogte, die een belangrijk aspect is, nergens duidelijk vermeld in het plan. Het was pas na grondig onderzoek dat ze dit aspect ontdekten. 6. Nieuws van de gemeenschappelijke regelingen/verbonden partijen Wethouder Ruissen geeft een update over de stand van zaken van de ontwikkeling van plan Perkpolder. Het bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen tot 10 april, waarbij beroep is aangetekend door de Stichting Schone Polder. De procedure voor een nieuwe natuurvergunning van de provincie Zeeland loopt nog, met een gedoogbeschikking tot en met 30 juni voor Waterzande. De eerste appartementengebouwen (A tot en met D) worden deze zomer bewoond, en na de zomer begint de bouw van drie nieuwe gebouwen. De omgevingsvergunningen voor gebouwen E en F zijn definitief, en voor gebouw G is deze onlangs verleend. Er was een probleem met de scheepslading, die inmiddels naar België is afgevoerd. De rondvaartbotenonderneming “de Atol” is verkocht, en er zijn afspraken gemaakt over het schoon opleveren van het ponton. Er wordt nog overleg gevoerd over het in stand houden van de fiets/voetverbinding en de instandhoudingsmaatregelen van het ponton.
De heer Willaert vraagt de portefeuillehouder of de toezegging, die tijdens de vorige raadsvergadering werd gedaan over het aanpakken van de achterstallige onderhoud aan het ponton, nog steeds van toepassing is. De toezegging was dat het onderhoud zou worden aangepakt zodra er een nieuwe exploitant voor de fiets/voetveerverbinding zou zijn, deze zomer. Hij wil weten of deze toezegging nog van kracht is of dat er iets veranderd is. De heer Lernout sluit zich aan bij de vraag van de heer Willaert en vraagt daarnaast of er al nieuwe besprekingen hebben plaatsgevonden met betrekking tot de fiets/voetveerverbinding. Hij benadrukt dat het seizoen bijna begint en dat het belangrijk is voor de regio, vooral toeristisch, dat de verbinding in stand blijft. Wethouder Ruissen bevestigt dat er besprekingen worden gevoerd met betrekking tot de fiets/voetveerverbinding. Wat betreft het ponton garandeert hij de veiligheid en herhaalt hij de toezegging die hij eerder aan de gemeenteraad heeft gedaan, dat deze wordt nagekomen. De heer Lambert vraagt naar de status van het project Bierkaai, specifiek rond de Posthoorn. Hij is benieuwd waarom het daar al lange tijd stil is, evenals de ontwikkelingen rondom het ‘s-Gravenhofplein en Overdamstraat.
Wethouder Hageman geeft aan dat de ontwikkeling van de Posthoorn goed verloopt en verwacht dat de werkzaamheden in de tweede helft van 2026 kunnen beginnen. Wat betreft de Overdamstraat is de ontwikkelaar momenteel bezig met een ander project, maar als alles goed gaat, wordt het vervolg snel opgepakt. Er zijn echter onzekerheden door een lage verkoop van 7 procent. Toch heeft hij goede hoop dat het project zal doorgaan. De heer Lambert vraagt of de wethouder bedoelt dat de start van de werkzaamheden in de tweede helft van 2025 is, in plaats van 2026, omdat anderhalf jaar te lang duurt om van goed vooruit te spreken. Wethouder Hageman geeft aan dat hij niet precies weet wanneer het project zal beginnen, maar hij heeft goede hoop op een snelle start, gebaseerd op zijn recente ervaring met een vergelijkbaar project in Goes. Hij benadrukt dat het project zorgappartementen betreft, wat een grote markt heeft. Hij biedt aan om een update te geven over de plannen en gaat er vanuit dat de verkoop van appartementen goed gaat verlopen, aangezien 76 procent van de units in andere binnenstadprojecten worden 3
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 verkocht. De heer Willaert geeft aan dat hij het waardeert wanneer er regelmatig updates worden gegeven over de grote bouwprojecten in de stad, zoals de wethouder heeft aangeboden. Wethouder Hageman stelt voor om elke vergadering een korte update te geven over grote projecten zoals Groote Kreek en de Bierkaai. De heer Lernout geeft aan zich te verbazen over de werkzaamheden bij het groot project Kapellebrug, waarbij er weinig aandacht lijkt te zijn voor de veiligheid van fietsers. Hij verzoekt de wethouder om hier meer aandacht aan te geven, omdat de veiligheid op deze weg verbeterd kan worden. Wethouder Depauw geeft aan dat er op Facebook een bericht van de provincie staat, waarin de omleiding voor fietsers wordt vermeld. Hij zal de boodschap doorgeven, maar voegt toe dat er op dit moment verder niet veel meer gedaan kan worden. De heer Lernout benadrukt dat zijn eigen waarnemingen wijzen op een onveilige situatie, vooral voor oudere mensen. Wethouder Depauw legt uit dat het omrijden voor fietsers onvermijdelijk is tijdens de werkzaamheden, met meer oversteekpunten dan normaal. Hij benadrukt dat de bebording in orde moet zijn en dat zijn team daar een keer naar zal kijken, ondanks dat het project officieel onder de provincie valt. 7. Nieuws van de grote projecten De grote projecten zijn bij agendapunt 6 besproken.
BESPREEKSTUKKEN 10. Raadsvoorstel tot vaststelling van wijziging bestemmingsplan "Stationsweg 1 t/m 5, Hulst". De voorzitter legt uit dat het huidige bestemmingsplan de gewenste woningbouwontwikkeling niet toestaat en dat daarom de bestemmingsplanprocedure doorlopen moet worden. Het college heeft op 12 december 2023 besloten het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen en in procedure te brengen. Er zijn acht zienswijzen ontvangen, die opgenomen zijn in de bijlage bij het voorstel. De gemeenteraad moet deze zienswijzen integraal meenemen in de besluitvorming. De heer De Waal merkt op dat, na het horen van de insprekers, het duidelijk is dat zij zich niet gehoord voelen. Hij vindt dat het plan op dit moment gepauzeerd zou moeten worden, zodat de omwonenden en andere stakeholders, die daar daadwerkelijk wonen, de gelegenheid krijgen om gehoord te worden. De heer Van Jole geeft aan dat het moeilijk is om verder te gaan met het bestemmingsplan, omdat de inbreng van de insprekers niet goed is meegenomen. Hij wijst erop dat er geen echte participatie of goede communicatie heeft plaatsgevonden. Als verzoek doet hij een oproep aan de initiatiefnemer om opnieuw met de bewoners in gesprek te gaan. De heer Lernout begrijpt de bezorgdheid van de insprekers, vooral met betrekking tot het stadsgezicht van Hulst.
Hij stelt voor om zorgvuldig te overwegen of de voorgestelde hoogte van het gebouw acceptabel is en suggereert dat er mogelijk een herziening van het plan nodig is, zeker in overleg met de bewoners. Mevrouw De Bruijn-van Denderen sluit zich aan bij de zorgen van de vorige sprekers en vraagt zich af hoe de wethouder hierover denkt en wat zijn visie is. 4
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 De heer De Cock uit zijn bezorgdheid over de bouw van grote gebouwen op ongewenste locaties, zoals de Posthoorn en het huidige project. Hij benadrukt dat het belangrijk is om opnieuw in gesprek te gaan met de omwonenden. Mevrouw Van Campen benadrukt het belang van het behouden van het historische stadsbeeld van Hulst. Ze uit haar frustratie over het gebrek aan communicatie met de omwonenden, waarbij zelfs e-mails niet beantwoord werden. Ze pleit ervoor dat er eerst gesprekken met de bewoners gevoerd moeten worden voordat er verdere stappen worden gezet. De heer Lambert benadrukt dat het voor hem niet alleen gaat om het beschermd stadsgezicht, maar vooral om het feit dat de omwonenden niet gehoord zijn. Hij staat wel achter herbestemming en nieuwbouw op de locatie, maar hij vindt het zorgelijk dat dit al meerdere keren is aangekaart door insprekers zonder dat er echt naar hen geluisterd lijkt te zijn. Hij vraagt de wethouder of het klopt dat mensen verteld is dat de raad al akkoord is, of hij de presentatie van de projectontwikkelaar kan inzien, en hoe de wethouder zelf kijkt naar de verhalen van de insprekers. Ook vraagt hij zich af hoe de wethouder het sentiment van de omwonenden heeft meegenomen in het proces, aangezien het al meerdere keren is gebeurd dat mensen zich niet gehoord voelen.
De heer Willaert sluit zich aan bij de eerdere opmerkingen van de sprekers en benadrukt dat het jammer is dat de communicatie in de gemeente bij de burgers niet goed wordt ervaren. Hij benadrukt dat het belangrijk is om met de bewoners in gesprek te gaan, en dat de bewoners zich gehoord moeten voelen. Hij maakt duidelijk dat stilzitten geen optie is. Hij stelt de vraag aan de wethouder over de aanvraag van 13 december, waarbij de eerste inspreker aangaf dat de aanvraag nog niet was ingediend, en vraagt zich af of het klopt dat dit het geval was, mede gezien de veranderingen in de Participatiewet per 1 januari. Hij vindt het belangrijk om te weten of dit de reden is waarom bewoners zich niet goed betrokken voelen. Wethouder Hageman legt uit dat de visie voor de Stationsweg op 16 februari 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld en uitgebreid is besproken in verschillende commissies. De visie bevat uitgangspunten voor de herontwikkeling van het gebied, waaronder bouwhoogtes die al in het bestemmingsplan zijn opgenomen, zoals een maximale hoogte van 11,5 meter, met een mogelijke verhoging naar 12,5 meter aan de voorzijde en 14 meter aan de achterzijde van de geplande gebouwen. De wethouder benadrukt dat de gemeentelijke procedures voor participatie zijn gevolgd, met een participatieplan en een plan van aanpak, opgesteld door de ontwikkelaar.
Dit plan is uitgevoerd en er zijn meerdere gesprekken met omwonenden gevoerd. De wethouder stelt dat hij zelf alleen met één omwonende in gesprek is gegaan. Hij legt verder uit dat, hoewel de gemeentelijke wetgeving participatie vereist, het ontbreken van draagvlak niet noodzakelijk een reden is om een project te stoppen, zolang het voldoet aan de ruimtelijke ordening en de vastgestelde visie. Wat betreft de zorgen over de participatie, stelt de wethouder dat de gemeente de wet volgt en in deze situatie reeds vooruitliep op het in werking treden van de Omgevingswet, die participatie verplicht stelt. De participatie is volgens hem voldoende en is uitgevoerd op basis van het gemeentelijke participatiebeleid. Hij biedt aan om een vervolgafspraak te maken met de ontwikkelaar en de VvE, maar benadrukt dat het bestemmingsplan eerst moet worden goedgekeurd door de gemeenteraad. Hij erkent dat het kan gebeuren dat sommige bewoners zich niet gehoord voelen, maar benadrukt dat de beoordeling van het project strikt aan de ruimtelijke ordening wordt getoetst, en niet aan sentimenten. De wethouder eindigt door de situatie rondom de brieven te verduidelijken, die op 3 april zijn verstuurd zodra het bestemmingsplan klaar was voor de raad. Hij stelt dat de vertraging bij de ontvangst van de brieven mogelijk te wijten was aan externe adviseurs van sommige bewoners.
De heer Lernout uit zijn bezorgdheid over de hoogte van het geplande gebouw, vooral 5
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 omdat het project zich bevindt binnen een beschermd stadsgezicht. Hij benadrukt dat de extra 2,5 meter hoogte voor veel bewoners een aanzienlijke verandering is, ondanks dat het in relatieve zin misschien niet veel lijkt. Hij geeft aan dat de toevoeging van deze hoogte in een gebied met culturele en historische waarde, zoals het beschermde stadsgezicht, belangrijke bezwaren oproept. De heer Willaert sluit zich aan bij de bezorgdheid van de heer Lernout over de extra hoogte van het project en benadrukt dat communicatie, en niet alleen de wettelijke kaders, essentieel is voor het draagvlak van het plan. Hij maakt zich zorgen over de onduidelijkheid rondom het begrip participatie, vooral voor de oudere bewoners van Hulst die al lange tijd in de gemeente wonen. Hij vindt dat deze bewoners, die niet per se tegen de bebouwing zijn, maar wel gehoord willen worden, onvoldoende betrokken zijn bij het proces. Hij pleit voor meer open communicatie en voor een gesprek waarbij omwonenden hun zorgen kunnen uiten, ondanks dat de wethouder heeft aangegeven dat alles volgens de ruimtelijke ordening wordt getoetst. De heer Lambert geeft aan dat hij niet twijfelt aan de ambtelijke en bestuurlijke juistheid van het proces, maar hij heeft wel bezwaren tegen de extra 2,5 meter hoogte die aan het project wordt toegevoegd.
Hij suggereert dat dit mogelijk achterwege gelaten kan worden. Hij benadrukt het belang van communicatie, naast participatie, en vindt dat gesprekken met omwonenden voorafgaand aan de verdere stappen vanzelfsprekend zouden moeten zijn. Hij uit zijn zorgen over het gebrek aan controle op wat de projectontwikkelaar communiceert tijdens de participatie, omdat er geen consequenties zijn voor een projectontwikkelaar die mogelijk een onvolledig of misleidend beeld van het project aan omwonenden presenteert. Mevrouw Van Campen wijst op het feit dat de visie die op 16 februari 2023 is vastgesteld, niet voldoende duidelijkheid gaf over de nieuwbouwplannen voor de Stationsweg 1 tot en met 5. Ze erkent dat bewoners over het algemeen wel instemmen met de mogelijkheid om te bouwen, maar vindt dat de extra hoogte die nu wordt voorgesteld, met een grote blinde muur, niet wenselijk is. Ze stelt voor om het plan aan te passen, bijvoorbeeld door de hoogte van het gebouw te verlagen. Daarnaast uit ze haar zorgen over de communicatie met de bewoners, waarbij ze aangeeft dat een mail met slechts een bevestiging zonder verdere uitleg kan leiden tot frustratie en het gevoel dat er niet naar de bewoners is geluisterd. Ze pleit voor duidelijkere communicatie, zodat bewoners zich gehoord voelen.
Wethouder Hageman verdedigt de aanpak van de gemeente door te verwijzen naar de vastgestelde visie die als basis dient voor het project. Hij benadrukt dat de visie unaniem door de gemeenteraad is goedgekeurd en dat de gemeente zich aan die visie houdt bij het toetsen van nieuwe plannen. Hij begrijpt de bezwaren van bewoners, maar wijst erop dat de visie vooraf is vastgesteld en dat daardoor verwachtingen zijn gewekt die nu moeilijk te veranderen zijn. Hij stelt dat hij altijd openstaat voor gesprekken met bewoners en dat de communicatie in de vorm van participatie volgens de wettelijke richtlijnen is uitgevoerd, hoewel er kritiek is op de uitvoering hiervan. Hij geeft aan dat er een verslag van de participatie is, maar dat de bijlagen daaruit misschien niet bij de stukken zijn gevoegd. Mocht dit het geval zijn dan zal dit alsnog snel geregeld worden. De wethouder benadrukt ook dat het bestemmingsplan en de hoogte van de bebouwing, inclusief de extra 2,5 meter, in overeenstemming zijn met het beschermde stadsgezicht, wat door de monumentencommissie is goedgekeurd. De heer Lernout blijft vasthouden aan het punt dat het oorspronkelijk vastgestelde plan een bepaalde hoogte had, en dat het nu wordt afgeweken van die hoogte.
Wethouder Hageman verdedigt de vastgestelde visie en het proces dat gevolgd is, waarbij het bestemmingsplan en de hoogte van het project getoetst zijn aan de visie en goedgekeurd door de commissie ruimtelijke kwaliteit, inclusief de monumentencommissie. Hij erkent dat sommige mensen de hoogte te hoog vinden, maar benadrukt dat het plan volgens de regels is vastgesteld en dat het in juridische zin 6
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 moeilijk is om het aan te vechten. De wethouder geeft aan dat de enige manier om nog wijzigingen aan te brengen, overleg is met de ontwikkelaar en de omwonenden, maar waarschuwt dat eventuele bezwaren via beroep waarschijnlijk geen succes zullen hebben, aangezien het volgens de wet is uitgevoerd. Hij sluit af met de opmerking dat als de participatie anders moet, dit een nieuwe procedure vereist, wat consequenties heeft voor het proces. De heer Lambert benadrukt dat hij participatie en communicatie als twee verschillende dingen beschouwt. Hij geeft aan dat de wethouder zijn woorden verkeerd interpreteert en vraagt zich af wat de rol van de commissie dan nog is, als alles volgens de regels is verlopen. De heer Lernout benadrukt dat, hoewel de wet misschien bepaalde hoogtes toestaat, het belangrijk is om vast te houden aan de hoogte die eerder zorgvuldig is vastgesteld. Hij stelt dat er geen reden zou moeten zijn om daarvan af te wijken, aangezien de hoogte oorspronkelijk goed overwogen is. De voorzitter concludeert dat er een algemeen voorbehoud is bij dit agendapunt. 8.
Raadsvoorstel vaststelling actualisatie economisch beleidsplan Hulst De voorzitter geeft aan dat dit beleidsplan zich richt op de koers naar 2040 en diverse thema’s behandelt, zoals de bezoekerseconomie, de balans tussen wonen en werken, sterke lokale ondernemers. De heer Willaert vraagt wat de voorkeur van het college is in de gestelde kaders en of alle punten verder worden onderzocht. Hij pleit voor focus op lokale MKB-bedrijven en noemt Walsoorden als mogelijke locatie voor bedrijventerreinontwikkeling. Ook benadrukt hij de noodzaak van een goede energie-infrastructuur en de verbetering van de infrastructuur, zoals de Oost-West en Noord-zuidverbindingen. Hij vindt het stuk een goede leidraad, maar is benieuwd naar de visie van het college. De heer Van de Heijning merkt op dat het stuk veelal een opsomming is van de huidige situatie, terwijl het een visie voor 2040 zou moeten zijn. Hij vraagt hoe bijvoorbeeld het personeelstekort in de zorg opgelost gaat worden. Ook de uitbreiding van bedrijventerreinen baart hem zorgen, vooral de ontsluiting van het huidige industrieterrein. Hij vraagt naar duidelijke richtlijnen voor de diversificatie van landbouw, bijvoorbeeld over het gebruik van zonnepanelen en biologische landbouw. Verder vraagt hij hoe de gemeente biologische landbouw zal ondersteunen, zoals met gratis standplaatsen op markten.
Tot slot vraagt hij naar de prioriteiten voor 2040, zoals zorg, bedrijven of toerisme. De heer Van Jole geeft aan dat hij het stuk in de basis goed vindt, maar dat hij enkele punten van zorg heeft. Hij vraagt zich af waarom dit beleidsplan hier in de commissie wordt behandeld en niet eerst in de commissie Samenleving. Verder mist hij enkele belangrijke punten in het stuk, zoals de beschikbaarheid van starterswoningen, wat hij als essentieel voor gezinnen beschouwt. Hij pleit ook voor een hogere ambitie om het toerisme naar meerdaags toerisme te laten groeien en wil daarbij niet alleen naar Hulst en Saeftinghe kijken, maar ook naar wat de regio nog meer te bieden heeft, zoals molens, havens en kreken. Daarnaast benadrukt hij de noodzaak van bedrijvendiversiteit, vooral gezien de huidige afhankelijkheid van de logistieke sector. Hij vindt dat er meer focus moet zijn op het creëren van arbeidsplaatsen in diverse sectoren om een constante groei van banen te waarborgen. Tot slot wijst hij op de groeiende zorgbehoefte, vooral door het hoge aantal ouderen in de gemeente, en stelt voor om zorg ook vanuit België te halen, bijvoorbeeld verpleging. De heer Lernout benadrukt dat de toekomst onvoorspelbaar is. Hij noemt de koers naar 2040 een stip op de horizon, die voortdurend verschuift door nieuwe ontwikkelingen, zoals de mogelijkheid van zwevende auto's.
Hij is positief over de thema's in het plan, maar stelt dat er goed gekeken moet worden naar waar de gemeente naartoe wil, 7
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 bijvoorbeeld wat betreft het winkelbestand en de woningbouw. Ook vindt hij dat de positie van Hulst als stad versterkt moet worden, bijvoorbeeld door het aanstaande WK wielrennen, maar tegelijkertijd moeten er ook duidelijke voorwaarden zijn voor de ontwikkeling van bedrijven en de stad zelf. Mevrouw De Bruijn-van Denderen geeft aan dat het plan goed is, maar ze heeft enkele opmerkingen en vragen bij de details. Ze vraagt zich af hoe de zorggroei van 20 procent is berekend, gezien er nog veel uitdagingen zijn. Ook merkt ze op dat de afname van de detailhandel zorgwekkend is, en dat toerisme mogelijk niet voldoende wordt benadrukt, vooral in vergelijking met andere regio's, zoals de kust. Ze stelt dat mobiliteit tussen kernen belangrijk is voor de economie, maar niet genoeg aandacht krijgt in het plan. Verder vraagt ze zich af of de focus op circulaire economie in slechts één week voldoende is en wanneer dit wordt aangepakt. Ze wijst op het probleem van ondernemers die met pensioen gaan en het belang van opvolging, en vindt dat de gemeente meer moet doen om jong ondernemerschap te bevorderen. Daarnaast benadrukt ze dat het aantrekken van jongeren een serieuze uitdaging is, niet alleen in termen van onderzoek, maar ook in termen van praktische uitvoering.
Tot slot vraagt ze zich af hoe de uitvoering van de actiepunten gefinancierd zal worden, en merkt ze op dat er weinig aandacht is voor de ontwikkeling van Perkpolder. De heer De Cock vindt het plan in principe goed, maar mist enkele belangrijke zaken. Hij vraagt zich af wat het alternatief is als de lobby voor betere verbindingen (Oost-West en Noord-Zuid) niet lukt. Hij benadrukt dat er meer actiepunten moeten zijn die duidelijke, meetbare doelen hebben. Daarnaast mist hij concrete informatie over hoe de samenwerking tussen partijen zal worden gecontroleerd en wat die samenwerking precies inhoudt. Mevrouw Van Campen vindt het plan een mooi, uitgebreid en helder overzicht. Ze vraagt zich af wat er precies wordt bedoeld met de uitspraak, het belang van de lokale economie gaat voor op de verblijfskwaliteit voor bewoners. De heer Lambert is over het algemeen positief over het beleidsplan. Hij prijst de participatie, waarbij raads- en commissieleden de kans hebben gehad om mee te denken en hun input te geven. Hij merkt op dat veel van die input terug te zien is in het plan, wat hij als positief ervaart. Hij vindt dat in het economisch beleidsplan niet teveel over specifieke onderwerpen zoals starterswoningen gesproken moet worden, maar dat het meer gaat om het grote geheel en uitvoering.
Hij is tevreden over de toeristische en brandingsstrategieën en noemt de opzet van het plan beknopt en kernachtig, wat volgens hem een goed voorbeeld is van hoe een visie effectief gepresenteerd kan worden in een kort document. Wethouder Steijaert wijst erop dat het plan niet alleen economisch van aard is, maar ook toeristische en place branding aspecten omvat, waarbij de vestingstad Hulst en het gebied van Saeftinghe als sterke troeven worden gezien, vooral voor het bevorderen van meerdaags toerisme. Verder legt hij de nadruk op de faciliterende rol van de gemeente bij de agrarische sector, waarbij ondernemers zelf hun richting bepalen. Mobiliteit wordt als een belangrijk thema genoemd, waarbij de gemeente zich richt op elektrische mobiliteit en een fiets- en energievriendelijke toekomst. Hij stelt dat sommige zaken, zoals de zorg en de retailvisie, verder uitgewerkt moeten worden. De wethouder sluit af door te benadrukken dat het participatietraject goed heeft gewerkt, en dat ondernemers en stakeholders actief hebben bijgedragen aan het beleidsplan, wat ook voor toekomstige plannen, zoals de retailvisie, van belang zal zijn. Wethouder Hageman reageert op de opmerkingen over wonen en bedrijvigheid.
Hij geeft aan dat de gemeente een woondeal met de provincie heeft afgesloten, waarbij twee derde van de woningen betaalbaar zijn, en er wordt gewerkt aan een inhaalslag voor sociale huurwoningen, vooral voor ouderen die kleinere woningen nodig hebben. 8
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 Wat betreft bedrijvigheid geeft de wethouder aan dat de gemeente zich richt op uitbreidingen van bedrijventerreinen, met name de Hogeweg, die volgens de omgevingsverordening de enige toegestane uitbreiding mogelijk maakt. Hij erkent dat de bereikbaarheid en de toegankelijkheid van bepaalde terreinen steeds moeilijker worden. Hij legt uit dat er geen nieuwe bedrijventerreinen mogen worden gecreëerd bij de dorpen, maar dat er wel verplaatsingen van bestaande bedrijventerreinen plaatsvinden, zoals bij de uitbreiding van de hoefijzerfabriek. De wethouder onderstreept het belang van een goede balans tussen bedrijvigheid en het wooncomfort van de inwoners, omdat dit een belangrijke factor is voor de aantrekkingskracht van Hulst als vestigingsplaats. Wethouder Depauw gaat in op het probleem van netcongestie, waar hij aangeeft dat er voorbereidingen worden getroffen om op de situatie te anticiperen. Helaas is er op dit moment nog geen concrete vooruitgang te melden met betrekking tot de ELSTAcentrale. Verder benadrukt de wethouder het belang van infrastructuur en mobiliteit. Hij erkent dat er meer aandacht nodig is voor de bereikbaarheid van de regio, vooral met betrekking tot de mobiliteit in de richting van de Noord-Zuid en Oost-West verbindingen.
De wethouder geeft aan dat een rondweg bij Kapellebrug niet eenvoudig te realiseren is, vooral vanwege de hoge kosten en aanwezigheid van natuurgebied, maar dat er mogelijkheden voor verbetering moeten worden onderzocht. Hij wijst op de noodzakelijke samenwerking met andere gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen om de regio niet achterop te laten raken in het provinciale mobiliteitsbeleid. Wat betreft de circulaire economie geeft de wethouder aan dat er landelijke wetgeving is die Nederland verplicht om tegen 2050 een circulaire economie te hebben. De gemeente is samen met andere Zeeuwse gemeenten bezig met het ontwikkelen van een gezamenlijke visie voor de circulaire economie, waarbij de gemeenten externe capaciteit moeten inschakelen vanwege de beperkte middelen die zij zelf hebben. Tot slot gaat hij in op de mobiliteit in de regio, vooral met betrekking tot het toerisme. Hij legt uit dat er gewerkt wordt aan een regionale mobiliteitsstrategie, waarin flexvervoer een belangrijke rol speelt. Dit flexvervoer kan via hubs in de regio verbindingen bieden met plaatsen in België. Dit zou niet alleen de mobiliteit voor inwoners verbeteren, maar ook voor mensen die van België naar Nederland reizen. Hij hoopt dat deze mogelijkheden in de toekomst gerealiseerd kunnen worden. Wethouder Steijaert reageert op de vraag van de heer Willaert over een voorkeursvariant.
De update van de retailvisie start na de zomer en wordt halverwege 2026 verwacht. Het vergroten van de zichtbaarheid en bekendheid van de gemeente is een doorlopend proces, net als de uitvoering van het toeristisch ontwikkelplan en de uitbreiding van bedrijventerreinen. Daarnaast wordt er gewerkt aan de toekomstbestendigheid van bestaande terreinen en de ontwikkeling van de haven van Walsoorden, waar de raad nauw bij betrokken zal worden. De wethouder benadrukt de samenwerking met Zeeuws-Vlaanderen en het verbeteren van de verbindingen. Verder wordt er gewerkt aan het aantrekkelijker maken van de regio voor jongeren via place branding. Het contact met ondernemers wordt versterkt via bedrijfsbezoeken en het ondernemersloket, terwijl de landbouwsector zelf verantwoordelijk is voor de transitie, de gemeente faciliteert dit enkel. De heer Willaert vraagt om verduidelijking over de koppeling tussen de gemeentelijke visie en de provinciale energievisie. Hij geeft aan geschrokken te zijn van het feit dat Hulst op het provinciale kaartje als een grote witte vlek wordt weergegeven, waar eerder nog plannen waren ingetekend. Hij vraagt of de gemeente haar ambities in de visie heeft doorgegeven aan de provincie, en of dit ook in de economische visie van de gemeente is verwerkt.
Hij wil weten of er al contact is geweest met de provincie en of er rekening wordt gehouden met de gemeentelijke ambities, ondanks dat het om een lange termijnvisie gaat. De heer Van de Heijning benadrukt vier punten. Ten eerste spreekt hij over de nadruk op korte ketens in de landbouw en vindt hij het belangrijk dat producten lokaal 9
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 geproduceerd, verwerkt en verkocht worden, in plaats van te importeren uit verre landen zoals China. Hij pleit ervoor dat er niet te veel zorgboerderijen in de regio komen, maar dat deze verspreid over de gemeente worden opgezet. Ten tweede vraagt hij naar de toekomst van recreatie. Hij vraagt zich af of er plannen zijn om een groot hotel langs de dijk te bouwen of dat de focus ligt op het verbeteren van de kwaliteit van Waterzande, in plaats van het vergroten van het aantal overnachtingen. Kwaliteit zou volgens hem voorrang moeten krijgen. Ten derde is hij blij met de samenwerking met België op het gebied van openbaar vervoer, en noemt het een praktisch streven om betere verbindingen te hebben naar steden zoals Antwerpen en Sint-Niklaas. Hij ziet dit als een eenvoudiger te realiseren doel dan verbindingen naar bijvoorbeeld Middelburg. Tot slot maakt hij zich zorgen over de ontsluiting van bedrijventerreinen. Hij vindt het jammer dat er weinig mogelijkheden lijken te zijn bij Kapellebrug en pleit ervoor om serieus na te denken over alternatieven. Daarnaast stelt hij voor dat het probleem van de ontsluiting van Kuitaart voor 2030 opgelost moet worden. Hij wil geen langdurige vertragingen zoals in het verleden, maar concrete actie om de bedrijvigheid, economie en ontsluiting te verbeteren.
De heer Lernout vraagt wethouder Hageman om zijn visie te delen over de plannen van de provincie met betrekking tot het aantal inwoners en wat deze plannen kunnen betekenen voor de gemeente. Wethouder Ruissen gaat in op de ontwikkeling van Waterzande, dat een sociaaleconomisch project is. Het gebied wordt ontwikkeld als een plek voor wonen, vrije tijd en recreatie, met de nadruk op kwaliteit en het voorkomen van overmatige drukte. De focus ligt momenteel vooral op de bouw, wat wordt bemoeilijkt door beperkende wetgeving. Daarnaast bespreekt hij de zorginfrastructuur, die ook als een economische factor wordt beschouwd. Er is een zorgkloof, met een toenemende vraag naar zorg en een afname van zorgverleners. Het college werkt aan oplossingen, zoals het organiseren van een slimme zorginfrastructuur met ruimte voor kleinschalige zorgvoorzieningen, waaronder zorgboerderijen die niet geconcentreerd, maar verspreid over het gebied worden. De wethouder benadrukt dat zorg een circulair initiatief is en als een bijdrage aan de lokale economie wordt gezien, wat ook in het economisch beleidsplan wordt meegenomen. De voorzitter geeft een toelichting op de beslissing om het onderwerp in de commissie Ruimte te bespreken, ondanks dat het ook aspecten van de samenleving raakt.
De agendacommissie heeft besloten om de bespreking in deze commissie te houden, waarbij wethouders Hageman, Depauw en Ruissen aanwezig zijn om de relevante zaken te behandelen. Wethouder Depauw reageert op de opmerkingen van de heer Van de Heijning, waarbij hij uitlegt dat het niet zo eenvoudig is om een weg door te trekken vanwege beschermde gebieden, zoals het waterwingebied en Natura 2000-gebied, die beide beperkingen opleggen aan dergelijke infrastructuurprojecten. Vervolgens geeft hij aan dat er al een gesprek heeft plaatsgevonden met de actiegroep van Kuitaart over het verkeersprobleem daar. De provincie heeft aangegeven dat een rondweg niet haalbaar is vanwege de natuurbescherming. In plaats daarvan wordt er gekeken naar een alternatieve oplossing, waarbij een 30 kilometerweg uit 2021 opnieuw onder de aandacht wordt gebracht. De wethouder vraagt vervolgens om verduidelijking van de heer Willaert over de blinde vlek waar hij het over heeft. De heer Willaert refereert nogmaals aan zijn eerder gestelde vraag aangaande de positie van de gemeente Hulst binnen de provinciale energievisie. Wethouder Depauw legt uit dat de gemeente altijd betrokken is geweest bij de provinciale werkgroepen die zich bezighouden met energie en de toekomst, zowel voor gas als elektriciteit. Spreker zegt dat de gemeente ambtelijk aangesloten is en dat hij dit verder zal navragen.
Hij gaat verder in op waterstof, waarin bedrijven in het verleden 10
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 werden benaderd om zich te melden als ze in de toekomst willen overschakelen naar waterstof. Dit was een optie voor bedrijven die niet volledig van gas konden afstappen. De regels zijn inmiddels veranderd, en waterstof mag niet meer als vervanging voor huishoudelijk aardgas worden gebruikt, maar enkel voor industriële toepassingen. Wat betreft elektriciteit meldt spreker dat de gemeente bezig is met de voorbereidingen voor een tweede transformatorstation in de buurt van het bedrijventerrein van Hulst, dat rechtstreeks wordt aangesloten via Westdorpe. Dit is een voorbereiding op de 380 kV-kabel die onder de Schelde komt te liggen, zodat de energiecapaciteit voor zowel Hulst Noord als Hulst Zuid gewaarborgd wordt. De heer Willaert stelt voor om het onderwerp als apart agendapunt in een volgende commissie te behandelen, aangezien het belangrijk is. Commissie gaat hiermee akkoord. Wethouder Hageman benadrukt het belang van de strategische regiovisie Zeeland en de betrokkenheid van de gemeente bij de provincieplannen voor 2050. Hij noemt de noodzaak om Zeeuws-Vlaanderen als aantrekkelijk woon- en werkgebied te positioneren en de samenwerking met België te versterken. Ook wijst hij op de focus op het behoud van voorzieningen in kleinere kernen en de aandacht voor grensoverschrijdende vraagstukken.
Hij roept gemeenteraadsleden op om actief deel te nemen aan de sessies over Zeeland 2050, aangezien dit de toekomst van de regio zal bepalen. De heer Van de Heijning geeft aan dat zijn fractie behoefte heeft aan een vervolggesprek in de raad over de visie en toekomstplannen. Ze willen vooral duidelijkheid over de prioriteiten, zoals zorg en recreatie, en hoe die praktisch ingevuld kunnen worden. Met name rond de zorg vraagt hij aandacht voor het tekort aan personeel en hoe de gemeente daarin een faciliterende rol kan spelen, ook al ligt de directe verantwoordelijkheid elders. De voorzitter concludeert dat dit als bespreekstuk naar de raad gaat. Raadsvoorstel tot het innemen van een positieve zienswijze ten aanzien van de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland De voorzitter geeft aan dat de gemeenschappelijke regeling de huidige Collectief Vervoer-regeling vervangt en de vervoerscentrale doorontwikkelt tot een bredere mobiliteitscentrale. 9.
De heer Grevink geeft een korte toelichting, bereikbaarheid is een groeiend probleem, vooral naar het ziekenhuis, voor scholieren en naar bedrijventerreinen. Landelijke teruglopende financiering, vergrijzing en stijgende kosten maken systeemverandering noodzakelijk. Zeeland kiest voor behoud van reguliere lijndiensten, aangevuld met flexibel vervoer op aanvraag. Iedereen, ook buiten de kernen, kan van deur tot deur vervoer aanvragen, zes dagen per week tot 23:00 uur. Dit model draait al succesvol op Schouwen-Duiveland met hoge tevredenheid. Voor deze aanpak is de nieuwe gemeenschappelijke regeling nodig, waarvoor nu een zienswijze wordt gevraagd. De heer De Cock steunt het plan en geeft aan dat hij het webinar interessant vond en de pilot in Schouwen-Duiveland geslaagd. Hij vraagt specifiek aandacht voor samenwerking met België, Brabant en Zuid-Holland om ook buiten Zeeland goede vervoersverbindingen te realiseren. De heer Lambert spreekt optimisme uit over de ontwikkeling van het openbaar vervoer, maar uit ook duidelijke zorgen over de voorgestelde nieuwe gemeenschappelijke regeling. Hij vraagt zich af wat er concreet verandert voor Hulst, nu en op de langere termijn en is bezorgd over mogelijke toekomstige verplichtingen of kosten.
Hij roept de wethouder op om duidelijkheid te geven, juist omdat zulke regelingen vaak vaag blijven en later grotere gevolgen blijken te hebben dan vooraf ingeschat.
11
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 De heer Willaert sluit zich aan bij de zorgen over gemeenschappelijke regelingen, maar erkent tegelijk dat er iets geregeld moet worden. Hij vraagt zich af wat deze regeling concreet oplevert voor Hulst en waarschuwt dat de stemverhoudingen ten nadele van Zeeuws-Vlaanderen kunnen uitpakken. Hij pleit voor een plan B waarin ZeeuwsVlaanderen eventueel eigen accenten kan leggen, zoals betere samenwerking met Brabant en België, en een eigen Zeeuws-Vlaamse hubstructuur als alternatief of aanvulling. Daarnaast wijst hij op het belang van gebiedsomvang (niet alleen inwonersaantallen) bij zeggenschap en stemverhoudingen. Tot slot vraagt hij aandacht voor praktische verbindingen en voor flexibiliteit en aanpasbaarheid binnen de regeling. De heer Van de Heijning sluit zich grotendeels aan bij het betoog van de heer Willaert. Hij wijst op een voor hem belangrijk onderwerp, de ongelijke stemverhoudingen binnen de nieuwe gemeenschappelijke regeling. Hij benadrukt dat kleine gemeenten, waar het openbaar vervoer juist van groot belang is vanwege hun vaak uitgestrekte oppervlaktes, slechts twee stemmen krijgen, wat volgens hem niet rechtvaardig is. Hij stelt dat dit voor hem een reden is om op deze manier niet met de regeling in te kunnen stemmen. Hij pleit ervoor dat juist kleinere gemeenten meer zeggenschap zouden moeten krijgen.
De heer De Waal waardeert het dat het webinar beschikbaar is om terug te kijken, maar merkt tegelijkertijd op dat de kwaliteit van de opname te wensen overlaat. Daarnaast stelt hij twee korte vragen. Ten eerste wijst hij op het jeugdvervoer, er wordt aangegeven dat er geen wachtlijsten mogen ontstaan, maar tegelijkertijd wordt dit wel in het stuk benoemd. Ten tweede vraagt hij of er cijfers beschikbaar zijn over het gebruik van het Wmovervoer in de afgelopen maanden. Volgens hem is er sprake van een stijging, mogelijk als gevolg van veranderingen in het taxivervoer. De heer Van Jole sluit zich grotendeels aan bij de opmerkingen van zijn voorgangers, maar wil enkele punten benadrukken. Het CDA is positief over het plan, maar hij vond het webinar meer een PR-show dan een plek voor kritische discussie. Hij vraagt zich af hoe het plan specifiek voor Hulst zal werken, gezien de unieke positie van de gemeente in de provincie, met België als achterland. Hij heeft zorgen over de financiële impact voor de gemeente en vraagt zich af of Hulst goed voorbereid is. Daarnaast uit hij zorgen over de invloed van de gemeenschappelijke regeling, aangezien de provincie de meeste stemmen heeft, terwijl de gemeenten vaak het gevoel hebben machteloos te zijn. Hij pleit voor meer afstemming en participatie.
Verder vraagt hij of het Wmo-vervoer en complexe jeugdzorg apart blijven of geïntegreerd worden in het flexsysteem, en of het flexsysteem niet teveel druk legt op leerlingenvervoer. Hij wil ook weten waar de flexbusjes in Hulst komen te staan, wat de standplaatsen zijn, en hoe ver de aanrijdtijden zijn. Mevrouw De Bruijn-van Denderen hoopt dat de gemeenschappelijke regeling bijdraagt aan beter openbaar vervoer, ook naar Vlaanderen. Ze vraag of de gemeenschappelijke regeling zich ook gaat bezighouden met het openbaar vervoer naar en van buiten de provincie, of dat de gemeente Hulst dit zelf moet regelen. Wethouder Depauw begint zijn uitleg door te verwijzen naar de samenwerking met België, Brabant en Zuid-Holland, waarbij hij aangeeft dat de gemeente GoereeOverflakkee mee doet met het CVV-vervoer (Collectief Vraagafhankelijk Vervoer). Hij benadrukt dat er de komende drie tot vier jaar geen extra kosten zullen zijn voor de gemeente Hulst, aangezien de huidige kosten voor CVV gefixeerd blijven, met uitzondering van indexatie. De heer Lambert vraagt of er tussentijdse begrotingswijzigingen zullen zijn. Wethouder Depauw beantwoordt dat er enkel tussentijdse begrotingswijzigingen kunnen zijn als ze voortkomen uit het CVV, maar niet uit de combinatie flexvervoeropenbaar vervoer. 12
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 De verantwoordelijkheid voor jeugdzorgvervoer blijft bij de gemeenten. Verder geeft hij aan dat de grote zorg over de kosten en de veranderingen voor Hulst niet zo groot zijn, omdat de GR zorgt voor meer transparantie en samenwerking. Het nieuwe flexvervoersysteem biedt voordelen voor het buitengebied en zorgt ervoor dat meer mensen beter bereikbaar zijn. Hij benadrukt ook dat het flexvervoer voor mensen met een Wmo-pas goedkoper en flexibeler zal zijn, met minder wachttijden. De provincie heeft twaalf stemmen, maar er is geen vetorecht, ook niet voor de grote gemeenten. Hij spreekt ook over de uitdagingen bij het realiseren van verbindingen en het gebrek aan chauffeurs voor het openbaar vervoer, maar benadrukt de belangrijke rol van Zeeuws-Vlaanderen in de regeling en dat het governance-systeem de regio goed borgt voor de komende jaren. De heer Grevink benadrukt dat de zetel van de vervoerscentrale in Zeeuws-Vlaanderen blijft en dat er belangrijke veranderingen komen in het beheer van het vervoer. De vervoerscentrale zal straks integraal sturen op zowel openbaar vervoer als flexvervoer. Dit zorgt voor betere afstemming en flexibiliteit in het gebruik van het beschikbare budget.
Hij geeft aan dat er drie belangrijke factoren zijn waarop gestuurd wordt, de bereikbaarheid van voorzieningen, de kwaliteit van de dienstverlening voor de reiziger, en kostenefficiëntie. De dienst wordt continu geëvalueerd en bijgesteld om de kwaliteit van het vervoer hoog te houden. Feedback van burgers speelt hierbij een grote rol. Hij benadrukt dat bereikbaarheid essentieel is voor de leefbaarheid in de regio. De heer De Waal wijst op een risico in de financiën, zoals vermeld op pagina 5 van het document over financiële onzekerheden. Hij haalt specifiek punt 9 aan, waarin wordt gesteld dat de vraag naar vervoer, zoals Wmo of jeugdzorgvervoer, onder bepaalde grenzen moet blijven. Bij een onverwachte stijging kan het AB besluiten om extra bijdragen te vragen of wachttijden in te voeren. De heer Willaert stelt dat de stemverhouding hem geruststelt omdat het betekent dat geen enkele gemeente alleen kan beslissen. Dit zorgt voor enige zekerheid, hoewel hij graag ervaring wil opdoen om vertrouwen te krijgen in het systeem. Daarnaast vraagt hij naar de rol van commissies binnen de regeling, specifiek of er een raadadviescommissie kan worden ingesteld, aangezien de raad van Hulst erg proactief is en graag invloed uitoefent in het belang van de burgers.
Hij maakt zich zorgen dat als één gemeente het niet eens is, een voorstel mogelijk niet doorgaat, en wil weten of dat voor deze regeling ook geldt. Tot slot vraagt hij naar de logica achter de keuze voor een zes jaren voorzitter, terwijl er na vier jaar een mogelijkheid is om uit de regeling te stappen. Hij vraagt zich af of er goed is nagedacht over deze structuur en of de keuze voor een lange voorzitterstermijn een specifieke reden heeft. Wethouder Depauw legt uit dat de keuze voor een zesjarige voorzitterstermijn voortkomt uit de overgang naar de nieuwe situatie na 2026, wanneer de concessie van de huidige busvervoer eindigt en de Mobiliteit Centrale Zeeland (MCZ) operationeel wordt. De voorzitter is momenteel een collega uit Terneuzen, en hoewel de persoon kan veranderen na de verkiezingen in 2026, blijft Terneuzen mogelijk de voorzitter, tenzij andere afspraken in Zeeuws-Vlaanderen worden gemaakt. De reden voor een zesjarige termijn is om te zorgen voor stabiliteit tijdens de overgangsfase. Als er elke vier jaar een nieuwe voorzitter zou worden gekozen, zou het lastig zijn om de overgang soepel te laten verlopen. De zesjarige termijn geeft de nieuwe voorzitter twee jaar ervaring voordat een eventuele nieuwe persoon de rol overneemt. Bovendien wordt benadrukt dat de keuze van de voorzitter uiteindelijk bij unanimiteit van de betrokken partijen moet plaatsvinden.
De wethouder geeft aan dat er inderdaad de mogelijkheid is om een raadsadviescommissie in te stellen, maar dat dit onder de voorwaarde van unanimiteit van alle deelnemers moet gebeuren, volgens de geldende wettelijke regelgeving. Hij stelt voor dat de gemeente Hulst in de zienswijze opneemt voorstander te zijn van een raadsadviescommissie. 13
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 De heer Willaert geeft aan dat hij graag wil dat zijn advies om een raadsadviescommissie op te nemen, ook daadwerkelijk wordt opgenomen in de zienswijze. Hij benadrukt dat het belangrijk is voor goed bestuur om input van de raad niet vrijblijvend te maken, maar dat het als een serieus klankbord functioneert. Wethouder Depauw geeft aan dat hij denkt dat niemand in de zaal het niet eens zal zijn met het voorstel om een raadsadviescommissie op te nemen. Hij bevestigt dat alle suggesties welkom zijn en dat ze bereid zijn om die op te nemen. Vervolgens verwijst hij naar de opmerking van de heer De Waal over jeugdzorgvervoer en geeft aan dat er mogelijk een tekstuele wijziging nodig is. De heer Grevink legt uit dat er momenteel veel taxibusjes rondrijden voor vraaggestuurd vervoer en dat de bezetting van deze busjes gemiddeld laag is, ongeveer 1,25 personen per rit. Hij wijst erop dat de provincie de helft van de kosten van deze busjes vergoedt, maar dat er nog steeds veel lege zitplaatsen zijn. Daarnaast verwacht hij dat als het aantal Wmo-indicaties stijgt, er genoeg ruimte zal zijn in de voertuigen om dat op te vangen. Ook geeft hij aan dat, doordat flexvervoer een goed alternatief biedt voor Wmo-indicaties, er naar verwachting geen kostenstijgingen nodig zullen zijn om de situatie aan te passen.
De voorzitter vraagt of de aanwezigen kunnen instemmen met de positieve zienswijze. De heer Willaert geeft aan akkoord te gaan, maar benadrukt dat er een amendement komt om de raadsadviescommissie in te stellen, en hoopt dat de andere fracties hiermee instemmen. Wethouder Depauw geeft aan graag het amendement tegemoet te zien en doet een suggestie om in het amendement op te nemen dat het gedeeld moet worden met alle deelnemers. De heer Willaert vraagt om een toelichting om te zorgen dat het amendement technisch correct wordt ingediend. De heer Marin verduidelijkt dat het voorstel om een positieve zienswijze in te brengen kan worden aangepast met een amendement als men een wijziging wenst. Het amendement wordt eerst behandeld, gevolgd door de stemming over de uiteindelijke positieve zienswijze. 10.a Bespreken GR omgevingsdienst Zeeland De voorzitter geeft aan dat er een begeleidend memo toegevoegd is aan de integrale tekst, en er dit moment nog geen besluitvorming zal plaatsvinden. Na deze bespreking wordt een concreet voorstel voor besluitvorming voorbereid, dat op 3 juli aan de raad zal worden voorgelegd. Wethouder Depauw legt uit dat de gemeente vorig jaar, rond maart of april, een zienswijze heeft ingediend. Zeeuws-Vlaanderen had toen een voorkeur voor een op inbreng gebaseerde aanpak voor de stemverhoudingen, maar dat voorstel werd afgewezen.
In plaats daarvan werd besloten om in november 2025 een evaluatie te laten plaatsvinden. Hij legt uit dat door verschillende ontwikkelingen, zoals de discussie over meegaan naar Goes met de VRZ en GGD, en een wisseling van directeuren, het formele besluit later is gekomen dan verwacht. Dit resulteerde in een besluit om voor twee jaar de huidige situatie vast te houden, wat in de zienswijze wordt opgenomen. Hij erkent dat er nu mogelijk een nieuwe discussie over de stemverhoudingen zal ontstaan. Hij wijst erop dat het logisch zou zijn indien er nu een negatieve reactie komt ten opzichte van de eerder ingediende zienswijze, vanwege de gewijzigde omstandigheden. Wethouder Depauw benadrukt dat hij geen druk wil uitoefenen, maar hij vindt het wel belangrijk om dit voor te stellen. 14
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 De heer Lernout uit zijn frustratie over de situatie waarin de gemeente zich bevindt. Hij geeft aan dat ze zich gedwongen voelen om in te stemmen met de regeling, omdat er weinig alternatieven zijn, ondanks dat dit niet de gewenste uitkomst is voor de gemeente. De heer Willaert geeft aan dat hij moeite heeft om de veranderingen in de zienswijze te begrijpen en dat hij pas kan instemmen als hij duidelijk begrijpt wat er precies gaat veranderen. Hij wil dat dit op een eenvoudige manier wordt uitgelegd, zodat hij weloverwogen kan besluiten of hij akkoord gaat. De heer De Waal vraagt zich af waarom de stemverhouding niet kan worden meegenomen in de omzetting op dit moment. Hij geeft aan dat, als dit niet mogelijk is, ze niet positief tegenover de huidige zienswijze staan. Wethouder Depauw legt uit dat het enige dat verandert in de zienswijze is dat de evaluatie van november 2025 wordt vervangen door een evaluatie na twee jaar. Dit komt door de vertragingen en problemen die zich voordeden tussen 2024 en 2025. De oorspronkelijke zienswijze van Zeeuws-Vlaanderen, die een aanpassing van de stemverhouding beoogde, heeft het niet gehaald. Daarom werd er destijds gekozen voor een evaluatiemoment in november 2025, maar aangezien de omstandigheden zijn veranderd, wordt die evaluatie nu verschoven naar twee jaar later.
De heer Willaert vraagt of het klopt dat november 2025 nu november 2027 wordt. Wethouder Depauw verduidelijkt dat als de GR eind juli in werking treedt, de nieuwe evaluatieperiode van twee jaar in juli 2027 is. Het is nog niet zeker of het AB deze evaluatie voor de zomer zal behandelen, maar formeel gezien start de tweejarige periode vanaf de datum dat de nieuwe GR van kracht wordt. De heer Willaert uit zijn bezorgdheid over de gevolgen van de situatie voor de gemeente en de mogelijkheid om invloed uit te oefenen. Hij benadrukt dat het instemmen met de regeling, zoals het nu lijkt, wederom zou betekenen dat de gemeente weinig keuze heeft en vooral moet tekenen bij het kruisje zonder echte invloed. Hij is principieel tegen deze situatie, aangezien het gevoel ontstaat dat beslissingen onder druk zijn genomen door andere partijen die de situatie naar hun hand wilden zetten. Hij vraagt de wethouder om duidelijkheid over wat dit betekent voor hun invloed en over de mogelijkheid van een negatieve zienswijze, omdat hij geen misverstanden wil over de interpretatie van deze situatie. Wethouder Depauw geeft aan dat de gemeente zich zal beraden over wat er naar de raad gepresenteerd zal worden op 3 juli. Hij herhaalt dat de raadsadviescommissie, hoewel gewenst, waarschijnlijk geen meerderheid zal behalen in het AB van de RUD.
Dit komt doordat de houding van de Provinciale Staten tegenover de RUD heel anders is dan de houding van de gemeenteraad tegenover de RUD. De heer Willaert geeft aan dat hij zijn standpunt duidelijk heeft gemaakt en dat hij vasthoudt aan zijn principiële houding. Hij is niet bereid om mee te gaan in de opstelling die wordt voorgesteld en kan daar niet positief tegenover staan. De ambtelijke ondersteuning verduidelijkt dat er eerder een positieve zienswijze is ingediend met de voorwaarde dat een evaluatie in november 2025 zou plaatsvinden. Nu is dezelfde GR voorgelegd, maar met de wijziging dat de evaluatie is uitgesteld naar twee jaar later. Dit betekent dat ze nu mogelijk tegen hun eerdere zienswijze ingaan. Wethouder Depauw vraagt de andere partijen om hun mening te geven over de richting die er moet worden uitgegaan. De heer Willaert vindt het niet passend om nu van de commissieleden te vragen zich direct uit te spreken over de kwestie. Hij stelt dat het belangrijk is dat elke fractie intern 15
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 over de situatie nadenkt en hun standpunt bepaalt. Hij voegt toe dat, gezien het belang van de zaak en de tijd die eraan is besteed, iedereen de ruimte moet krijgen om goed na te denken over de kwestie van zeggenschap. De heer Lernout geeft aan dat er een regeling voorligt waarover in principe al akkoord is gegaan, met uitzondering van enkele punten. Hij benadrukt dat het belangrijk is om door te gaan met het proces, omdat anders de situatie vastloopt en er geen vooruitgang wordt geboekt. De heer Lambert ondersteunt de heer Lernout volledig en geeft aan dat hij geen verdere bespreking binnen zijn fractie nodig vindt. Zijn fractie zal de zienswijze volgen zoals voorgesteld. De heer De Waal geeft aan dat zijn fractie niet erg positief was over de voorgestelde zienswijze en dat hij er daarom nog even op wil terugkomen. Wethouder Depauw vraagt de griffier of het mogelijk is om dit onderwerp op 8 mei nogmaals terug te brengen voor bespreking. De heer Marin bevestigt dat het de bedoeling is dat een concreet voorstel van het college op 3 juli in de raad ter besluitvorming voorligt. Voorafgaand kan hierover nog in de commissie worden gesproken. Op die datum zal er dus een voorstel richting de raad komen, waarin de positie van de gemeente Hulst wordt vastgesteld, zodat deze vervolgens met andere partijen gedeeld kan worden.
Wethouder Depauw vraagt of het klopt dat er twee partijen zijn die voor een negatieve zienswijze zijn en de rest voor een positieve zienswijze. Hij vraagt of het voorstel op 3 juli kan worden besproken, zodat de partijen die tegen de huidige zienswijze zijn, eventueel tegenvoorstellen kunnen indienen. De heer Lambert stelt voor om de discussie nu af te ronden en een punt achter het onderwerp te zetten. Hij benadrukt dat het nog twee keer besproken zal worden, eerst in de commissie en daarna in de raad op 3 juli. Hij vindt dat er nu genoeg is gezegd en dat het tijd is om het af te sluiten. De heer Willaert geeft aan dat er een formeel memo is waarin wordt vermeld dat er op basis van dit stuk een concreet voorstel wordt opgesteld voor behandeling. Hij wijst erop dat het belangrijk is om de procedures te volgen. De voorzitter bevestigt dat het voorstel eerst in de commissie zal worden besproken en daarna op 3 juli in de gemeenteraad zal worden behandeld. 11. Ingekomen stukken De heer Lernout vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot andere plannen die eerder besproken zijn in relatie tot nieuwsbrief Groote Kreek. (ingekomen stuk, nummer 61). Wethouder Hageman geeft aan dat de toegezegde informatie inderdaad nog komt tijdens de informatiebijeenkomst, deze zal 25 of 26 augustus zijn.
De heer Lernout vraagt naar de stand van zaken van het bestemmingsplan Kleine Vogel, in relatie tot de oproep van De Hollandsche Molen om de molenbiotoop te beschermen. Wethouder Hageman geeft aan dat het bestemmingsplan Kleine Vogel inmiddels is vastgesteld door de raad. De bescherming van de molen is daarin opgenomen, iedere molen heeft een beschermingszone, ook wel molenbiotoop genoemd, en deze is vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Daarmee is de bescherming volgens hem voldoende geborgd. 16
Verslag Commissievergadering Ruimte d.d. 15 april 2025 12. Agendavoorstellen voor de volgende vergadering van de raadscommissie De voorzitter concludeert dat er naast het voorstel van de heer Willaert rondom de energievisie geen andere agendavoorstellen zijn voor de volgende vergadering van de raadscommissie. 13. Rondvraag Mevrouw De Bruijn-van Denderen uit haar zorg over de automatische Engelse vertaling van raads- of commissievergaderingen. Ze merkte op dat de kwaliteit daarvan zeer slecht is en dat het voor Engelssprekende burgers onmogelijk is om te begrijpen wat er gezegd wordt. Ze vraagt of hiernaar gekeken kan worden om de toegankelijkheid te verbeteren. De heer Lernout vraagt of er maatregelen genomen worden tegen sluipverkeer dat ontstaat door de wegwerkzaamheden in Kapellebrug. Wethouder Depauw geeft aan dat vrachtverkeer officieel niet via Clinge mag rijden, maar dat het ook niet mogelijk is de weg volledig af te sluiten, omdat bijvoorbeeld winkels en bewoners in Clinge bevoorraad moeten worden. De enige optie is handhaving, maar die is beperkt. Een boa mag mogelijk niet handhaven op dit soort zaken, en de politie zou bij elke vrachtwagen de CMR moeten controleren om te zien waar die heen moet, iets wat in de praktijk niet structureel uitvoerbaar is. Een paar steekproeven zijn misschien mogelijk, maar continue controle is niet haalbaar.